Bijlage 7e bijlagen bij de toelichting, deel 1
Tekst van het document
Veegplan Buitengebied 2021
Inhoudsopgave
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan Pelikaan 5
3
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek Pelikaan 5 te Klundert
5
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeer Pelikaan 5 te Klundert
22
Bijlage 4
Rapport verkennend bodemonderzoek Pelikaan 5 te Klundert
25
Bijlage 5 bodem
Rapport aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in
Bijlage 6
Ruimtelijke onderbouwing Molendijk 6, Standdaarbuiten
163
Bijlage 7
Ruimtelijke onderbouwing De Langeweg 11, Zevenbergen
206
Bijlage 8
Ruimtelijke onderbouwing Zuidlangeweg 3, Oudemolen
262
Bijlage 9
Ruimtelijke onderbouwing Zuidlangeweg 6, Oudemolen
331
Bijlage 10
Ruimtelijke onderbouwing Helsdijk 65, Heijningen
521
Bijlage 11
Akkoord buren Molendijk 2 te Standdaarbuiten
627
Bijlage 12
Nota Inspraak en Overleg
630
79
Bijlagen bij de toelichting
2
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Pelikaan 5
3
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Pelikaan 5 te Klundert
5
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeer Pelikaan 5 te Klundert
22
Bijlage 4 Rapport verkennend bodemonderzoek Pelikaan 5 te Klundert
25
Bijlage 5 Rapport aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
79
AANVULLEND BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM PELIKAAN 5 TE KLUNDERT
Rapportage aanvullend bodemonderzoek verkennend onderzoek asbest in bodem
en
Pelikaan 5 te Klundert Opdrachtgever
BügelHajema Amersfoort Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort
Rapportnummer Versienummer
15127.002 D1
Status
Eindrapportage
Datum
15 december 2021
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
De heer S. Heijink MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Algemeen .......................................................................................................................... 5 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest .................................................................. 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal ............................ 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 8 5.5.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 8 5.5.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................... 8
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 Toetsingskader ................................................................................................................. 9 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 11 Interpretatie analyseresultaten verkennend onderzoek asbest in bodem ...................... 11 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 12
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 13
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Berekening indicatief asbestgehalte
15127.002
1
INLEIDING
BügelHajema Amersfoort heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem op de locatie Pelikaan 5 te Klundert. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het verkennend onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Het betreft een uitbreiding van een eerder uitgevoerd verkennend bodemonderzoek op het naastgelegen terrein (Econsultancy, projectnummer 15127.001, d.d. 20 mei 2021). Het verkennend onderzoek asbest in bodem heeft tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein wat is onderzocht tijdens eerder genoemd verkennend onderzoek terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie bestaat uit twee deellocaties (het erf, circa 1.250 m2 en het omliggende weiland, circa 1.200 m2) en is gelegen aan de Pelikaan 5 te Klundert (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Klundert, sectie G, nummer 367, 423 (beiden gedeeltelijk, erf) en 527 (gedeeltelijk, weiland).
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 1 van 14
Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa -0,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 98.374, Y = 407.139.
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Dit is al gebeurd ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek wat is uitgevoerd op het erf (Econsultancy, projectnummer 15127.001, d.d. 20 mei 2021). Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van het uitgevoerde vooronderzoek, aangevuld met relevante informatie van de overige delen van onderhavig onderzoek. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Eigenaar (contactpersoon mevrouw van Delft ), d.d. 29 maart 2021
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (online omgevingsrapportage) d.d. 21 maart 2021
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's & Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 31 maart 2021
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Verkennend onderzoek asbest in bodem (deellocatie A: erf) Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 heden blijkt, dat de onderzoekslocatie altijd in een gebied met een agrarische bestemming heeft gelegen. Tot 1940 was er bebouwing aanwezig op de onderzoekslocatie bestaande uit 3 separate gebouwen. In de periode van 1940 tot 1958 was de onderzoekslocatie bebouwd met slechts 1 gebouw. Tot 1968 heeft de onderzoekslocatie gedeeltelijk braak gelegen. In 1969 zijn er op de onderzoekslocatie 2 gebouwen gerealiseerd. In 1999 is er een derde gebouw gerealiseerd op de onderzoekslocatie. De drie gebouwen staan er tot het heden en bestaan uit een woonboerderij, een schuur en een loods. De onderzoekslocatie is gedeeltelijk in gebruik als parkeerplaats en oprit. Ten noordwesten van de zuidelijke schuur is een kleine asfaltverharding aanwezig. In en ten zuidwesten van de schuur is een betonverharding aanwezig.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 2 van 14
Verkennend bodemonderzoek (deellocatie B: weiland) De onderzoekslocatie bestaat uit een weiland behorende bij de boerderij op deellocatie A. Op historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie altijd is gebruikt voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend is hier nooit bebouwing of verharding aanwezig geweest. Voor zover bij de opdrachtgever en Omgevingsdienst Midden-West Brabant bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de bestemming van de onderzoekslocatie te wijzigen. Verder zal het gebruik en de inrichting niet wezenlijk veranderen. Er staan vooralsnog geen graafwerkzaamheden gepland. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op een gedeelte van de onderzoekslocatie (het erf) is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Econsultancy, projectnummer 15127.001, d.d. 30 mei 2021). Hierbij zijn zintuiglijk bijmengingen met puin waargenomen. Analytisch bleek de bovengrond licht verontreinigd met diverse metalen, PAK en PCB. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. In verband met de puinbijmenging heeft Econsultancy geadviseerd een verkennend onderzoek asbest in bodem op het erf uit te voeren. Op de onderzoekslocatie zijn verder, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. In westelijke richting grenst de onderzoekslocatie aan een watergang en de rijksweg A17. In oostelijke richting bevindt zich de openbare weg Dikkendijk. In overige richtingen grenst de onderzoekslocatie aan diverse weilanden. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 3 van 14
3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Volgens de bodemkwaliteitskaart buitengebied West Brabant (RMD West Brabant, rapportnummer 11090203.B1, d.d. 31 augustus 2012) bevindt de onderzoekslocatie zich in een gebied met bodemkwaliteitszone " . Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "AW2000 achtergrondwaarde en dit betekent dat er in principe geen verontreinigingen worden verwacht. Op 2 juli 2020 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Voor het gebied waarin onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, is géén asbestkansenkaart vastgesteld.
Voor onderhavige onderzoekslocatie geldt, dat geen gegevens bekend zijn met betrekking tot een asbestverontreiniging en dat ingeschatte kans op aanwezigheid van een asbestverontreiniging als klein is ingeschat. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een kalkrijke poldervaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zware zavel. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Naaldwijk. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt 1,0 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,8 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 4 van 14
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte 2
A
erf
± 1.250 m
B
weiland
± 1.200 m2
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
asbest
VED-HE-NL (NEN 5707)
-
ONV-NL (NEN 5740)
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: ONV-NL : Onverdacht, niet lijnvormig VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig
Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuis. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b
Het veldwerk is op 3 december 2021 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer M.M. Timmermans. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Deellocatie A: erf (NEN 5707) Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest zijn 7 gaten gegraven. Het opgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat. Het aangetroffen asbestverdachte materiaal is verzameld en bemonsterd. Tevens zijn in het veld één grondmengmonster en twee separate monsters samengesteld. Deellocatie B: weiland (NEN 5740) De boringen en peilbuis zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor. De boringen zijn doorgenummerd op de boringen (1-13) uit het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het erf (verkennend bodemonderzoek, Econsultancy, projectnummer 15127.001, d.d. 30 mei 2021). Boring 14 is per abuis niet geplaatst. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m,
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 5 van 14
waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In tabel 3 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 3.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
1.250 m²
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Geen
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Zand
Los of (deels) vastgereden
Los
Geen/matige vegetatie
Geen, wel bestrating
Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)
70-90 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
5.3
Grondonderzoek
Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 4 zijn vermeld. Tabel 4.
Uitgevoerde werkzaamheden
Deellocatie
Veldwerk Boringen/gaten/peilbuizen
Analyses Verharding
Grond
Grondwater
A
erf
7 (gaten)
klinkers/onverhard
asbest (kwantitatief) (2x)
-
B
weiland
6 (0,5 m -mv)(*A) 1 (2,0 m -mv) 1 (peilbuis)
onverhard
bovengrond: standaardpakket (1x) ondergrond: standaardpakket (1x)
standaardpakket (1x)
(*A) Boring 14 is per abuis niet uitgevoerd. Er wordt vanuit gegaan dat dit geen invloed heeft op de resultaten van het verkennend bodemonderzoek.
5.4
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig zandige, zwak humeuze klei. Ter plaatse van het erf bevindt zich in de bovenste laag een laag zwak siltig, matig fijn zand. Plaatselijk is de bovengrond zwak tot matig humeus. De bovengrond op het erf (deellocatie A) is plaatselijk zwak tot betonhoudend, matig houthoudend, matig tot sterk baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak asbestverdacht materiaalhoudend, zwak glashoudend en zwak aardewerkhoudend. Ter plaatse van het weiland zijn geen zintuiglijke verontreinigingen waargenomen.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 6 van 14
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn van de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) in totaal 1 mengmonster en 2 separate monsters samengesteld ten behoeve van analytisch asbestonderzoek. In overleg met de opdrachtgever is ervoor gekozen om één mengmonster en één separaat monster te analyseren. Van het gat ASB07 bevindt zich in de grove fractie (> 20 mm) zo veel plaatmateriaal dat de interventiewaarde zal worden overschreden zonder het gehalte in de fijne fractie te hoeven meten. Tabel 5 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 5.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Gat/boring
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen
0,50
0,30 - 0,40
Asbestverdachte materialen waargenomen? gewicht (gram)
soort
codering
zwak aardewerkhoudend,
-
-
-
0,40 - 0,50
matig baksteenhoudend
-
-
-
Deellocatie A: erf ASB01
ASB02
0,50
0,30 - 0,50
sterk baksteenhoudend
-
-
-
ASB03
0,15
0,00 - 0,15
zwak betonhoudend, gestaakt op betonvloer
-
-
-
ASB04
1,00
0,20 - 0,50
matig baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend
6
vlakke plaat
ASB-4
ASB05
0,50
0,00 - 0,50
matig betonhoudend
-
-
-
ASB06
0,31
0,00 - 0,30
zwak betonhoudend, gestaakt op beton
-
-
-
ASB07
1,00
0,00 - 0,50
matig baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend
193
golfplaat
ASB-7
Tabel 6 geeft een overzicht van de in het veld samengestelde (meng)monsters. Tabel 6.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters
(Meng)monster
Monsters (in m -mv)
Bijzonderheden
Deellocatie A: erf ASB-M1
ASB04 (0,20-0,50)
verdachte laag (matig baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend)
ASB-MM2
ASB01 (0,30-0,50) ASB02 (0,30-0,50) ASB03 (0,00-0,15) ASB05 (0,00-0,15) ASB06 (0,00-0,30)
verdachte laag (zwak tot matig betonhoudend, matig tot sterk baksteenhoudend)
ASB-M3
ASB07 (0,00-0,50)
verdachte laag (matig baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend)
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 7 van 14
5.5
Grondwateronderzoek
5.5.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op deellocatie B (weiland) is een peilbuis (filterstelling 2,0-3,0 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 3 december 2021 is ingeschat. 5.5.2
Grondwaterbemonstering
De grondwaterbemonstering is op 10 december 2021 uitgevoerd door de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 7 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 7.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
21
centraal op onderzoekslocatie
2,0-3,0
1,40
3.067
97,6
6,9
6 6.1
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Het aangetroffen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) is aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie. In het laboratorium is het aangeboden asbestverdacht materiaal geanalyseerd op de volgende componenten: -
asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm; kwalitatief): serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 2 (meng)monsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 8 van 14
Tabel 8 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 8.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket
(Meng)monster
Monsters (in m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
ASB-M1
ASB04 (0,20-0,50)
asbest grond
verdachte laag (matig baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend)
ASB-MM2
ASB01 (0,30-0,50) ASB02 (0,30-0,50) ASB03 (0,00-0,15) ASB05 (0,00-0,15) ASB06 (0,00-0,30)
asbest grond
verdachte laag (zwak tot matig betonhoudend, matig tot sterk baksteenhoudend)
ASB-M3
ASB07 (0,00-0,50)
-
niet geanalyseerd wegens grote hoeveelheid asbestverdacht materiaal in fractie >20 mm.
ASB-04
ASB04 (0,20-0,50)
asbest (kwalitatief)
asbestverdacht plaatmateriaal
ASB-07
ASB07 (0,00-0,50)
asbest (kwalitatief)
asbestverdacht plaatmateriaal
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 2 grondmengmonsters samengesteld (1 grondmengmonster van de bovengrond en 1 grondmengmonster van de ondergrond). De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Tabel 12 in hoofdstuk 5.3 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters (en de analyseresultaten). 6.2
Toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in ige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 9 van 14
asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Van de (bodem)lagen waarin asbest is aangetoond, is een berekening gemaakt van het asbestgehalte. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule:
waarin: V (in dm3) Mk (in mg) %k,i Ns (in kg/dm3) ds
: volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". : (stort)gewicht van de grond/puin. : percentage droge stof
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 10 van 14
De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
6.3
Resultaten verkennend onderzoek asbest
Tabel 9 geeft een overzicht van de asbesthoudendheid en karakterisering van de in het veld verzamelde (plaat)materialen (fractie > 20 mm). Tabel 9.
Zintuiglijk waargenomen asbestverdachte (plaat)materialen
Gat
Monsternaam
Traject (m -mv)
Toepassing/soort
Aantal stukjes
Gewicht (g)
(niet-)hechtgebonden
chrysotiel/ amosiet/ crocidoliet
Asbestgehalte
ASB04
ASB-4
0,20-0,50
vlakke plaat
1
6
hechtgebonden
chrytosiel
10-15%
ASB07
ASB-7
0,00-0,50
golfplaat
8
169,5
hechtgebonden
chrysotiel/ crocidoliet
10-15 % 2-5 %
Tabel 10 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 10.
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)
(Meng)monster
Traject (m -mv)
Asbestgehalte (< 20 mm)
ASB-M01
ASB04 (0,20-0,50)
63 mg/kg d.s.
ASB-MM2
ASB01 (0,30-0,50) ASB02 (0,30-0,50) ASB03 (0,00-0,15) ASB05 (0,00-0,15) ASB06 (0,00-0,30)
<0,5 mg/kg d.s.
ASB-M3
ASB07 (0,00-0,50)
niet bepaald in verband met de grote hoeveelheid asbesthoudend materiaal in de fractie > 20 mm.
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. 6.4
Interpretatie analyseresultaten verkennend onderzoek asbest in bodem
Tabel 11 geeft een overzicht van de berekende asbestgehalten. Voor de berekening van deze indicatieve asbestgehalten wordt verwezen naar bijlage 6.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 11 van 14
Tabel 11
Berekende asbestgehalten
Gat
Traject (m -mv)
Gehalte > 0,5 x interventiewaarde/hergebruikswaarde
Gehalte > interventiewaarde/hergebruikswaarde
ASB04
ASB04 (0,20-0,50)
-
73,9 mg/kg d.s.
-
ASB07
ASB07 (0,00-0,50)
-
-
931,5 mg/kg d.s. (*A)
(*A)
6.5
Gehalte < 0,5 x interventiewaarde/hergebruikswaarde
Hierbij is rekening gehouden met een droge-stof percentage zoals is gemeten met de bodemvochtmeter in het veld (15%), omdat het droge stof-gehalte van de fijne fractie in het laboratorium niet is bepaald. Dit komt overeen met de bepaling in het veld van het bodemvochtgehalte in ASB04 dus wordt in dit geval voldoende representatief geacht.
Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek
Tabel 12 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 12.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie B: weiland MM1
15 (0,00-0,30) 16 (0,00-0,30) 17 (0,00-0,50) 18 (0,00-0,50) 19 (0,00-0,50) 20 (0,00-0,50)
PAK
-
-
MM2
18 (0,80-1,20) 18 (1,20-1,70) 21 (0,50-1,00) 21 (1,00-1,50)
-
-
-
Tabel 13 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 13.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster 21
Situering peilbuis centraal op de locatie
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
barium
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 12 van 14
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een aanvullend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd aan de Pelikaan 5 te Klundert. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig zandige, zwak humeuze klei. Ter plaatse van het erf bevindt zich in de bovenste laag een laag zwak siltig, matig fijn zand. Plaatselijk is de bovengrond zwak tot matig humeus. De bovengrond op het erf (deellocatie A) is plaatselijk zwak tot betonhoudend, matig houthoudend, matig tot sterk baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak asbestverdacht materiaalhoudend, zwak glashoudend en zwak aardewerkhoudend. Ter plaatse van het weiland zijn geen zintuiglijke verontreinigingen waargenomen. Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte of asbesthoudende materialen aangetroffen. In de bodem is zintuiglijk in de fractie > 20 mm op twee plaatsen asbesthoudend plaatmateriaal waargenomen. Ter plaatse van gat ASB04 (0,20-0,50 m -mv) ging het om 6 gram plaatmateriaal (12,5 % hechtgebonden chrysotielasbest). In de fijne fractie (<20 mm) is daarnaast 63 mg/kg d.s. asbest gemeten. Het gewogen asbestgehalte van de laag ASB04 (0,20-0,50 m) bedraagt 73,9 mg/kg.
Ter plaatse van gat ASB07 is 165,5 gram asbesthoudend plaatmateriaal waargenomen. Het bleek te gaan om 118,7 gram hechtgebonden 12,5 % chrytosielasbest en 3,5 % crocidolietasbest en 50,8 gram hechtgebonden 12,5% chrytosielasbest. In verband met de grote hoeveelheid asbesthoudend materiaal is besloten geen analyse asbest in de fijne fractie (<20 mm) uit te voeren, omdat het verwachte asbestgehalte zich al boven de interventiewaarde bevindt. Het asbestgehalte bedraagt hier ten minste 931,5 mg/kg droge stof. In de overige asbestgaten zijn geen asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm aangetroffen. In het geanalyseerde mengmonster van de overige asbestgaten is analytisch eveneens geen asbest aangetoond in de fractie <20 mm. Op basis van de huidige resultaten wordt de asbestverontreiniging beperkt van omvang geacht. Enkel nader onderzoek kan uitsluitsel geven over de aard en omvang van de op de locatie aanwezige asbestverontreiniging(en). Ter plaatse van de aanwezige verhardingslagen op het erf is contact met de asbesthoudende bodem niet mogelijk. Indien deze verhardingslagen in stand worden gehouden en hier geen graafwerkzaamheden plaatsvinden, zal een eventuele asbestverontreinigingen geen milieuhygiënische belemmering vormen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.
Bij de onverharde terreindelen ter plaatse en rondom asbestgat ASB07 kan het aangetoonde asbest wel een milieuhygiënische belemmering vormen. Dergelijke asbestverontreinigingen kunnen echter
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 13 van 14
relatief eenvoudig gesaneerd worden conform het Besluit Uniforme Saneringen middels het aanbrengen van een isolatielaag (leeflaag of duurzame verhardingslaag). Gelet op het voorgaande en de verwachte beperkte omvang van de asbestverontreiniging wordt niet verwacht dat de asbestverontreiniging hier een milieuhygiënische belemmering zal vormen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij de bevoegde overheid. Indien er civieltechnische graafwerkzaamheden ter plaatse van het erf uitgevoerd worden kunnen deze eveneens relatief eenvoudig uitgevoerd worden conform het Besluit Uniforme Saneringen. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek was gericht op het weiland rondom het eerder onderzochte erf (Econsultancy, projectnummer 15127.001, d.d. 20 mei 2021). Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met PAK. In de ondergrond zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte barium gemeten. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door lokaal verhoogde gehaltes barium in het grondwater. Echter, gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek.
De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt verworpen op basis van de lichte PAK-verontreiniging in de bovengrond. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 15 december 2021
Rapport 15127.002 versie D1
Pagina 14 van 14
Bijlage 2a Locatieschets