CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Z205625 Besluit Wnb Soorten

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan De Staalmeesters Fijnaart5.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT

Op de op 8 september 2023 ontvangen aanvraag van Dura Vermeer Bouw Zuid BV, ‘s- Hertogenbosch, om een ontheffing krachtens artikel 3.3, eerste lid, en 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor het slopen van bestaande opstallen ten behoeve van het realiseren van nieuwbouw aan de Boomgaardstraat 10, 4793 GM te Fijnaart.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

Mevr. M de Goijer Clustermanager

ons kenmerk Z/205625-370216

plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 4 januari 2024

BESLUIT Onderwerp Op 8 september 2023 hebben wij van Dura Vermeer Bouw Zuid BV een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van de sloop van bestaande opstallen en de realisatie van nieuwbouw, uit te voeren aan de Boomgaardstraat 10 te Fijnaart, in de gemeente Moerdijk. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan Dura Vermeer Bouw Zuid BV, Pettelaarpark 1, 5216 PC, ‘s- Hertogenbosch, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepalingen als bedoeld in: • artikel 3.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, voor het opheffen van een nestplaats van: - steenuil (Athene noctua), • artikel 3.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, voor het opheffen van een nestplaats van: - kerkuil (Tyto alba); • artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het verstoren van: - gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) • artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor het aantasten van paaren zomerverblijfplaatsen van: - gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

II. III.

voor de periode van 14 januari 2024 tot en met 13 januari 2029; dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder onderdeel ‘voorschriften’, en ook dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de deze ontheffing: • Verkennend Flora- en faunaonderzoek 20230628-MRD020-FnF-RAP-2.0, 28 juni 2023 (hierna: quicksscan) • Rapport nader onderzoek Kadedijk te Fijnaart 23-003/r01, 21 augustus 2023 (hierna; nader onderzoek) • Activiteitenplan kerkuil en steenuil Kadedijk te Fijnaart 23-003/a01, 21 augustus 2023 (hierna: activiteitenplan) • Aanvullende gegeven van 30 oktober 2023 (kenmerk 23-003/n01) • Mailbericht van B. Ceulen van 22 november 2023. • Bijlage 1: overzichtstekening van de planlocatie • Bijlage 2: locatie(s) van de mitigerende maatregelen • Bijlage 3: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)

ODBN, Kenmerk

Pagina 2 van 17 Z/205625

Rechtsmiddelen Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een digitale handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC 's‑Hertogenbosch In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken.

U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's‑Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). U kunt ook digitaal verzoeken om een voorlopige voorziening. Zie daarvoor: rechtspraak.nl/bestuursrecht.

ODBN, Kenmerk

Pagina 3 van 17 Z/205625

INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Voorschriften............................................................................................................................................ 5 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 7 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 8 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 8 1.1 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 8 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 8 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep ......................................................................................................... 9 2.1 Aangevraagde activiteiten ......................................................................................................................

9 2.2 Onderzoek soorten .................................................................................................................................. 9 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten ............................................................................................ 9 2.4 Alternatievenafweging ........................................................................................................................... 9 2.5 Belang van de aanvraag ....................................................................................................................... 10 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding ...................................................................... 10 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 12

Bijlage 1. Overzichtstekening van de planlocatie ................................................................................... 13 Bijlage 2. Locatie van de mitigerende maatregelen ............................................................................... 14 Bijlage 3. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 17

ODBN, Kenmerk

Pagina 4 van 17 Z/205625

VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, doch uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere handelingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en de activiteitenplannen en de aanvullende gegevens van 30 oktober 2023. 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken en het plaatsen van de tijdelijke en permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften.

Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden, uiterlijk twee weken voor de start van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer. Specifieke voorschriften 10. De vleermuisverblijfplaatsen in de schuur mogen niet vóór 15 juni 2024 ongeschikt worden gemaakt. 11. Op het moment van ongeschikt maken en de 3 daaropvolgende nachten moeten de weersomstandigheden tijdens de eerste 2 uur na zonsondergang overeenkomen met de 1

Wat wij hieronder verstaan staat in de toelichting op het aanvraagformulier: https://www.brabant.nl/applicaties/producten/beschermde_dieren_en_planten_6553

ODBN, Kenmerk

Pagina 5 van 17 Z/205625

eisen die het vleermuisprotocol stelt voor de weersomstandigheden tijdens het onderzoek doen naar zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat de vleermuizen daadwerkelijk zullen uitvliegen na het ongeschikt maken en om te borgen dat ze onder gunstige weersomstandigheden een andere verblijfplaats kunnen zoeken. 12. Voorafgaand aan de werkzaamheden, na het ongeschikt maken, dient een controleronde te worden uitgevoerd. Tussen het ongeschikt maken en de controleronde dienen ten minste 3 dagen te zitten, zodat de vleermuizen de tijd hebben de verblijfplaats te verlaten. De controleronde dient plaats te vinden conform de eisen die het geldende vleermuisprotocol stelt aan het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Concreet gaat het om de start- en eindtijd, onderzoeksperiode, minimale temperatuur en maximale windkracht. Tijdens de gehele controleronde moet het droog zijn. De vleermuizen mogen na de controleronde geen toegangsmogelijkheden meer hebben tot de bebouwing. Er kan pas gestart worden met de renovatiewerkzaamheden na de expliciete toestemming van de ecoloog. 13. Indien tijdens de werkzaamheden toch steenuilen, kerkuilen of vleermuizen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden totdat de vleermuizen en/of uilen uit zichzelf vertrokken zijn.

Zolang een vleermuis aanwezig is, mogen werkzaamheden niet worden uitgevoerd. Een deskundige dient hierbij geraadpleegd te worden. 14. De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform de betreffende Kennisdocumenten (voor gewone dwergvleermuis) en aangetroffen functies. 15. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit zijn voor vleermuizen de winterperiode (15 oktober tot 1 april). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecoloog. 16. De permanente voorzieningen dienen conform de betreffende Kennisdocumenten (voor de gewone dwergvleermuis en steenuil) te worden gerealiseerd. Dit voorschrift wordt opgelegd om te borgen dat de voorzieningen op de juiste wijze worden gerealiseerd. Hierbij wordt ook rekening gehouden met dat de voorzieningen vrij zijn van belemmerende elementen in de inen uitvliegmogelijkheid zoals bomen, vlaggenmasten of steigers.

ODBN, Kenmerk

Pagina 6 van 17 Z/205625

PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 8 september 2023 hebben wij van Dura Vermeer Bouw Zuid BV een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, en 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 30 oktober 2023 aangevuld. Een projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag en het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/205625. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit. Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid Voor de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing vanuit de Wnb is vereist hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd.

Crisis- en herstelwet (Chw) Omdat de nieuwbouw van 57 woningen aan de Boomgaardstraat 10 te Fijnaart een project betreft krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden, is op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, in samenhang met categorie 3.1 van bijlage I van de Crisis- en herstelwet, deze wet van toepassing Overige regelgeving Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan daarom aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 7 van 17 Z/205625

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming

1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.

Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 8 van 17 Z/205625

2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep

2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen het slopen van de huidige bebouwing ten behoeve van de nieuwbouw van 57 woningen. Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. 2.2 Onderzoek soorten Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in de bij aanvraag gevoegde rapportage “Rapport nader onderzoek Kadedijk te Fijnaart” en “Rapport nader onderzoek vleermuizen Kadedijk te Fijnaart” en in de aanvullingen van 30 oktober 2023. Uit dit onderzoek is gebleken dat de schuur binnen het plangebied een functie heeft als zomer-/ paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en nestplaats voor de steenuil en kerkuil. In de overige panden zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Op 28 juni 2023 heeft een quickscan naar beschermde soorten plaatsgevonden. Het nader onderzoek naar gewone dwergvleermuizen, kerkuil en steenuil heeft plaatsgevonden in 2023, op basis van het vleermuisprotocol 2021 en het Kennisdocument van de kerkuil en steenuil. 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten In het plangebied zijn 2 zomer/paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen met 3-5 individuen. Verder zijn er 1 nestplaats van de kerkuil en 1 nestplaats van de steenuil aangetroffen. Leefgebied van zowel kerkuil als steenuil ligt buiten het projectgebied.

Al deze verblijfplaatsen zijn aanwezig in de schuur van het plangebied. De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de activiteiten: • 2 paar- /zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis; • 1 nestplaats van de steenuil; • 1 nestplaats van de kerkuil. worden beschadigd of vernield en vleermuizen worden verstoord. Dit is een overtreding van de bepalingen zoals bedoeld in: • Artikel 3.1, eerste lid van de Wnb; • Artikel 3.5, tweede lid van de Wnb; • Artikel 3.5, vierde lid van de Wnb. 2.4 Alternatievenafweging Het project is locatie gebonden, omdat dit samenhangt met de huidige functie van de gronden en de behoefte aan woningen. De huidige locatie betreft een buiten gebruik geraakte staalconstructie fabriek. De gebouwen en terreinen zijn in verval en moeten milieukundige gesaneerd worden. Provinciaal is voor de woningbouwafspraken in de regio West-Brabant onder meer vastgelegd dat de woningbouwbehoefte en -afspraken per gemeente worden gebaseerd op de woningbouwprognose van de provincie Noord-Brabant. Op basis van deze prognose dient de gemeente Moerdijk 1.365 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode van 2020 tot 2030. De woningen die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, passen binnen deze prognosecijfers en tonen de behoefte aan deze 57 woningen aan.

De ontwikkeling vindt plaats binnen de huidige stedelijk contour waarmee aantasting van het buitengebied voorkomen wordt en tegelijkertijd wordt voorzien ODBN, Kenmerk

Pagina 9 van 17 Z/205625

in de behoefte aan woningen. Daarnaast is in de huidige bebouwing asbest aanwezig, wat het niet mogelijk maakt om middels renovatie tot veilige woningen te komen mét behoud van de aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor is het genoodzaakt om de huidige bebouwing volledig af te breken, waarbij een alternatieve inrichting niet kan leiden tot behoud van de verblijfplaatsen. De werkwijze en planning zijn al optimaal afgestemd op de aanwezige soorten, waardoor hiervoor geen beter alternatief is waarbij de aanwezige soorten en de verblijfplaatsen hiervan minder last ondervinden, dan in het huidige plan. Tevens lijdt enkel asbestsanering eveneens tot het verdwijnen van de huidige verblijfplaats, wat dus ook niet tot een wenselijker resultaat lijdt voor de aanwezige soorten. Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd.

2.5 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van de belangen ‘in het belang de volksgezondheid of de openbare veiligheid’ zoals genoemd in artikel 3.3, vierde lid, onder b en ‘In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b van de Wnb. De bebouwing is in de huidige staat ongeschikt voor bewoning en gebruik, want er is asbest aanwezig in alle panden, en voldoet niet aan de huidige (brand)veiligheids- en bouwnormen. De sloop is dus in het belang van de volksgezondheid. De gebouwen staan al geruime tijd leeg en er is geen toezicht. De bebouwing is reeds bekend bij de omwonenden en de politie als gebied dat vaak 's avonds wordt bezocht door personen die voor overlast en onveilige 6 situaties zorgen. De kans op calamiteiten als gevolg van hangjongeren, criminaliteit, vandalisme en algeheel verval is hierdoor groot, wat bovendien de kans op verspreiding van asbest vergroot. Waarmee de openbare veiligheid in het geding komt. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het belang voldoende onderbouwd is om de ontheffing te kunnen verlenen.

2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding In de activiteitenplannen en de aanvullende gegevens van 30 oktober 2023 is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor steenuil, kerkuil en gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: • Fasering werkzaamheden Het kantoor en de loods op het perceel worden gesloopt vanaf medio april. De schuur waar de verblijfplaatsen aanwezig zijn, wordt ontzien tot tenminste 15 juni, om zo voldoende gewenningstijd te hebben voor de tijdelijke voorzieningen van de gewone dwergvleermuis. • Ongeschikt maken nest-/ en verblijfplaatsen Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aan de schuur worden verblijfplaatsen van de uilen en de vleermuizen ongeschikt gemaakt. Voor de steenuil en kerkuil worden de nesten buiten de broedperiode onklaar gemaakt en wordt voorkomen dat nieuwe broedgevallen optreden. Bij het betreden van de schuur vliegen de uilen steevast weg. Voorafgaand aan het ongeschikt maken, staan buiten vier mensen die bijhouden hoeveel uilen wegvliegen. Vervolgens worden de (potentiële) nestplaatsen dichtgemaakt/verwijderd. Hierbij is het onmogelijk om een uil per ongeluk op te sluiten, want de plekken zijn klein en overzichtelijk. De openingen in het dak naar de binnenkant van de schuur worden daarna dichtgemaakt.

Voor de gewone dwergvleermuis worden (in het actieve seizoen) werende voorzieningen aangebracht voorafgaand aan de start van de ODBN, Kenmerk

Pagina 10 van 17 Z/205625

•

•

werkzaamheden. Deze voorzieningenbestaan uit exclusion flaps of strak gespannen steigerdoek. Hierbij wordt geborgd dat de vleermuizen verblijfplaatsen wél de verblijfplaatsen kunnen verlaten maar niet meer terug in de verblijfplaatsen kunnen. Na het plaatsen van deze voorzieningen wordt een controle door een ter zake kundige uitgevoerd op eventuele in-/ uitvliegers bij de panden. Realiseren alternatieve nestplaatsen steenuil Voor de steenuil worden in de directe omgeving twee nestkasten aangeboden. Deze zijn op 24 augustus 2023 geplaatst in bomen ten noorden van het plangebied. Omdat deze kasten in het oorspronkelijke leefgebied zijn gerealiseerd, hebben ze ten tijden van de start van de werkzaamheden een voldoende lange gewenningsperiode gehad alvorens wordt overgegaan op het ongeschikt maken van de huidige verblijfplaats. Realiseren alternatieve verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis Ter mitigatie van de gewone dwergvleermuis zijn tijdelijk 8 VK SK 04 paalkasten gerealiseerd in de directe omgeving van het plangebied. Voor de permanente situatie worden 8 IB VL 10 kasten ingebouwd in de nieuwbouw.

Voor de kerkuil worden géén extra voorzieningen geplaatst. Uit monitoringsgegevens van Uilenwerkgroep Moerdijk blijkt dat er twee onbewoonde nestkasten voor de kerkuil in de omgeving aanwezig zijn. Eén van deze nestkasten was tot voor kort bewoond door een paartje, wat betekent dat het leefgebied rondom de nestkast geschikt is. De uilen die deze kast bewoonde zijn reeds overleden. Binnen 500 m van de huidige broedplaats kan verder geen kerkuilenkast worden geplaatst die voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in het kennisdocument en daarmee beter zijn dan de reeds aanwezige alternatieven. De 500 m zone is er bovendien vooral voor om te zorgen dat er geen conflict met een naburig territorium optreedt. Middels monitoringsgegevens is onderbouwd dat een ander territorium in de directe omgeving niet aanwezig zijn, waardoor de uitwijking naar omliggend gebied geen belemmering is. De locaties van de voorzieningen zijn weergegeven in bijlage 2. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen in aanvulling op deze maatregelen extra voorschriften op. Het betreft de volgende aanvullende mitigerende maatregelen: •

•

•

ODBN, Kenmerk

De oorspronkelijke verblijfplaatsen in de schuur van de gewone dwergvleermuizen mogen niet vóór 15 juni 2024 ongeschikt gemaakt worden. Deze maatregel is opgenomen om te borgen dat de aanwezige vleermuizen een voldoende lange gewenningsperiode hebben, zoals gesteld in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). In het oorspronkelijke plan staat dat er ongeschikt wordt gemaakt vanaf april. Daarmee wordt niet voldaan aan de gestelde eis van een gewenningsperiode van zes maanden in het actieve seizoen. Daarom nemen we dit voorschrift op, om te borgen dat de gewone dwergvleermuizen een voldoende lange gewenningsperiode hebben, alvorens de oorspronkelijke verblijfplaatsen worden opgeheven. Op het moment van ongeschikt maken en de 3 daaropvolgende nachten moeten de weersomstandigheden tijdens de eerste 2 uur na zonsondergang overeenkomen met de eisen die het vleermuisprotocol stelt voor de weersomstandigheden tijdens het onderzoek doen naar zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat de vleermuizen daadwerkelijk zullen uitvliegen na het ongeschikt maken en om te borgen dat ze onder gunstige weersomstandigheden een andere verblijfplaats kunnen zoeken. Dit zodat de vleermuizen een redelijke kans tot het verlaten van de verblijfplaats krijgen.

Voorafgaand aan de werkzaamheden, na het ongeschikt maken, dient een controleronde te worden uitgevoerd. Tussen het ongeschikt maken en de controleronde dienen ten minste 3 dagen te zitten, zodat de vleermuizen de tijd hebben de verblijfplaats te verlaten. De controleronde dient plaats te vinden conform de eisen die het geldende Pagina 11 van 17 Z/205625

•

•

•

vleermuisprotocol stelt aan het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Concreet gaat het om de start- en eindtijd, onderzoeksperiode, minimale temperatuur en maximale windkracht. Tijdens de gehele controleronde moet het droog zijn. De vleermuizen mogen na de controleronde geen toegangsmogelijkheden meer hebben tot de bebouwing. Er kan pas gestart worden met de renovatiewerkzaamheden na de expliciete toestemming van de ecoloog. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat de controle op het juiste moment en onder juiste omstandigheden wordt uitgevoerd. Zo wordt voorkomen dat er een controle wordt uitgevoerd in een periode dat de vleermuisactiviteit niet optimaal is. Indien tijdens de werkzaamheden toch steenuilen, kerkuilen of vleermuizen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden totdat de vleermuizen en/of uilen uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige dient hierbij geraadpleegd te worden. Indien de soorten niet uit zichzelf vertrekken, dient contact opgenomen te worden met ODBN om toestemming te vragen voor aanvullende maatregelen. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat ten allen tijden zorgvuldig wordt gehandeld ten behoeve van aanwezige (beschermde) soorten.

De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform de betreffende Kennisdocumenten (voor gewone dwergvleermuis) en aangetroffen functies. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat de gewone dwergvleermuizen een voldoende lange gewenningsperiode krijgen, na oplevering van de definitieve verblijfplaatsen. De permanente voorzieningen dienen conform de betreffende Kennisdocumenten(voor gewone dwergvleermuis en steenuil) te worden gerealiseerd. Dit voorschrift wordt opgelegd om te borgen dat de voorzieningen op de juiste wijze worden gerealiseerd. Het definitieve ontwerp van de nieuwbouw woningen is nog niet vastgesteld, waardoor ook nog niet de exacte inbouwlocatie voor de vleermuisvoorzieningen is beschreven.

Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de kerkuil, steenuil en gewone dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. 3. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden.

ODBN, Kenmerk

Pagina 12 van 17 Z/205625

BIJLAGE 1. OVERZICHTSTEKENING VAN DE PLANLOCATIE

Figuur 1. Locatie Boomgaardstraat 10 te Fijnaart. De activiteiten vinden plaats binnen het rood omlijnde gebied.

ODBN, Kenmerk

Pagina 13 van 17 Z/205625

BIJLAGE 2. LOCATIE VAN DE MITIGERENDE MAATREGELEN

Figuur 2. Locatie van de voorzieningen voor de steenuil.

Figuur 3. Locatie van de kerkuil voorzieningen (zwarte sterren).

ODBN, Kenmerk

Pagina 14 van 17 Z/205625

Figuur 4. Locatie van de tijdelijke voorzieningen (VK SK 04) voor de gewone dwergvleermuis.

ODBN, Kenmerk

Pagina 15 van 17 Z/205625

Figuur 5. De 8 locaties waar de IB VL 10 verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis worden gerealiseerd.

ODBN, Kenmerk

Pagina 16 van 17 Z/205625

BIJLAGE 3. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer

Z/205625

Naam initiatief

Realisatie 57 nieuwbouwwoningen Boomgaardstraat 10 te Fijnaart

Ontheffingsperiode

voor de periode van 14 januari 2024 tot en met 13 januari 2029

Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats Gegevens werkzaamheden:

Dura Vermeer Bouw Zuid BV …………………………………………………………………………………………………………… Pettelaarpark 1 5216 PC, ‘s- Hertogenbosch

Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)

……………………………………………………………………………………………………………

Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden

…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl

ODBN, Kenmerk

Pagina 17 van 17 Z/205625

KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Dura Vermeer Bouw Zuid BV, Boomgaardstraat 10, 4793 GM te Fijnaart, Z/205625 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 4 januari 2024 een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z/205625-370216) aan Dura Vermeer Bouw Zuid BV, Pettelaarpark 1, 5216 PC, ‘sHertogenbosch voor de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van 57 nieuwbouwwoningen, voor de locatie Boomgaardstraat 10 te Fijnaart in de gemeente Moerdijk. De ontheffing is geldig voor de periode van 14 januari 2024 tot en met 13 januari 2029. Op dit besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 8 januari 2024 tot en met 19 februari 2024 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl of te vinden op de website https://zoek.officielebekendmakingen.nl onder ‘officiële bekendmakingen’. Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen.

Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een digitale handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC 's‑Hertogenbosch In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken. U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl.

Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden.

Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's‑Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). U kunt ook digitaal verzoeken om een voorlopige voorziening. Zie daarvoor: rechtspraak.nl/bestuursrecht.

Aan deze procedure is het kenmerk Z/205625 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden. 's-Hertogenbosch, januari 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=ae3e22a6-2884-467c-90ad-a145b7e34e6f