Bijlage 7, OMWB - Notitie spuitzones Westschans (12 april 2022)
Tekst van het document
Aan: Martijn van der Wielen
Notitie Spuitzones Westschans, Klundert
zaaknummer 2022-019183
Inleiding
uw kenmerk
Gemeente Moerdijk is bezig met de voorbereiding van het plan Westschans, een uitbreiding aan de westzijde van de kern Klundert. In het onderzoeksgebied worden circa 130 woningen mogelijk gemaakt in een bestemmingsplanprocedure. Gemeente Moerdijk heeft de OMWB gevraagd om te bepalen welke aandachtspunten er spelen ten aanzien van het thema drift/spuitzones.
ons kenmerk D2022-04-010880 onderwerp
behandeld door Mascha Daamen 06-52 85 73 36 m.daamen@omwb.nl plaats / datum Tilburg, 12-04-2022 bijlage(n) -
Wetgeving en jurisprudentie spuitzones Bij de beoordeling van een ruimtelijk plan wordt gekeken naar de maximaal planologische mogelijkheden om omliggende percelen niet te belemmeren in hun rechten. Ook als er op het moment van beoordeling geen sprake is van een (fruit)boomgaard dan dient daar wel vanuit gegaan te worden als dat volgens het bestemmingsplan is toegestaan. Dit is in het ruimtelijke spoor
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 10 00
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
info@omwb.nl www.omwb.nl
gebruikelijk en op meerdere vlakken (niet alleen milieu) diverse malen door de RvS bevestigd, het is zogenaamde vaste jurisprudentie. Hoewel er ten aanzien van drift een nuancering heeft plaatsgevonden (zie uitspraak). Bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is sprake van drift welke tot gezondheidsrisico’s kan leiden bij omwonenden. Vanuit de jurisprudentie blijkt een afstand van 50 meter redelijkerwijs voldoende bescherming te bieden. Deze afstand is gericht om bescherming te bieden uitgaande van de meest schadelijke vorm van gewasbestrijding (bij fruitbomen) en geldt niet alleen voor de woning maar ook voor de bijbehorende tuinen en speelplekken. Uit de jurisprudentie blijkt eveneens dat bij de aanwezigheid van een houtwal of een windscherm van de afstand kan worden afgeweken. In het recente verleden werd gebruik gemaakt van het rapport “driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaard bespuiting” van Wageningen UR d.d. mei 2015 (hierna: PRI 2015). In diverse uitspraken is de Afdeling bestuursrechtspraak echter tot het oordeel gekomen dat het rapport PRI 2015 geen deugdelijke grondslag vormt voor het locatiespecifieke onderzoek (zie uitspraak 201806136/1/R1 en 201806358/1/R1 d.d. 16 december 2020). Hierdoor is er op dit moment geen wetenschappelijke motivering om af te wijken van de richtafstand van 50 meter.
Beoordeling De landbouwpercelen rondom de ontwikkellocatie heeft de enkelbestemming bestemming ‘Agrarisch’. De gronden zijn o.a bestemd voor:
een volwaardig of een reëel agrarisch bedrijf, een agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd of agrarische activiteiten op niet-bedrijfsmatige wijze dat kan bestaan uit één of meerdere hoofdtakken zoals is bedoeld in artikel 1 lid 1.9 onder b, e, f en h;
Onder artikel 1 lid 1.9 vallen akker- en vollegrondstuinbouw (b), fruitteelt (e), sierteelt (f) en boomkwekerij (h). In dit geval leveren de fruitbomen de meeste risico’s op voor de volksgezondheid van de nieuwe woningen. De RvS adviseert daarom ten minste 50 meter in acht te nemen. Op dit moment worden de percelen niet voor de boom- of fruitteelt gebruikt waardoor er in de feitelijke situatie geen sprake is van horizontaal spuiten. Voor de huidige teeltactiviteiten zullen de effecten op de volksgezondheid een stuk minder zijn omdat er sprake is van verticaal spuiten en de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen zijn minder schadelijk. Voor de planontwikkeling in relatie tot de gezondheidseffecten van de nieuwe bewoners zijn er naar onze mening drie opties mogelijk: 1) Spuitvrije zone Door een wijziging van het bestemmingsplan kan op de omliggende landbouwpercelen een spuitvrije zone opgelegd worden waarbinnen geen machinale bespuiting van gewassen plaats mag vinden. Deze
Zaaknummer: 2022-019183
pagina 2 van 4
zone zou moeten reiken tot op 50 afstand van de woon percelen. Dit is de optie waarbij de gezondheidseffecten op de nieuwe bewoners nihil zijn, omdat de afstand tot de woningen voldoende is. Het nadeel is dat landeigenaren belemmerd kunnen worden in hun bedrijfsmogelijkheden of toekomst plannen en mogelijk recht hebben op planschade. Van een dergelijke maatregel wordt aanbevolen om dit in overleg met de landeigenaren toe te passen (participatie). 2) Onderzoek laten uitvoeren Nadat de RvS geen goedkeuring heeft gegeven over het gebruik van het rapport van Wageningen voor het locatiespecifiek onderzoek is door adviesbureaus verder nagedacht over nieuwe oplossingen. Inmiddels heeft de Adromi-groep een nieuwe wijze van onderbouwen gevonden die gebruik maakt van het EFSA-model. Dit model wordt door het Cgtb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) gebruikt om te bepalen welke gewasbeschermingsmiddelen in Nederland toegelaten kunnen worden met het oog op de gezondheidseffecten. Er wordt gekeken naar de gezondheidseffecten van mensen die blootgesteld kunnen worden aan de middelen zoals mensen die werken in behandeld gewas (werkers), omstanders en omwonenden. Dit gaat dus niet over inname van middelen via bespoten voedsel.
Deze optie geeft de mogelijkheid om af te wijken van de richtafstanden zodat eigenaren van omliggende percelen niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering. Naar onze mening geeft deze optie de gemeente mogelijkheid om een goede afweging te maken over de gezondheidsrisico’s voor de nieuwe bewoners. Of deze optie rechtszeker is, is nog niet bekend. Op dit moment lopen er enkele rechtszaken waarbij het EFSA-model gebruikt is ter onderbouwing van een initiatief. Het is nog niet duidelijk wanneer duidelijkheid kan worden gegeven over de juridische houdbaarheid van het EFSA-model. 3) Kwalitatieve onderbouwing incl. borging in het bestemmingsplan Een laatste mogelijkheid is om het feitelijk gebruik in de afweging te betrekken. Uit het stedebouwkundig plan lijkt er sprake te zijn van een watergang tussen de omliggende gronden en het woningbouwplan. Als hier sprake is van een watergang die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden water bevat, geldt er voor de telers een spuitvrije zone. Hoewel deze spuitvrije zone vooral bedoeld is voor de bescherming van de waterkwaliteit, zal deze consequentie ook de gezondheidsrisico’s van de nieuwe bewoners beperken. Mocht er geen watervoerende watergang aanwezig zijn, dan kan een (wind)haag rondom de ontwikkeling de gezondheidseffecten beperken.
Deze (wind)haag dient planologisch geborgd te worden en kan mogelijk in het kader van de landschappelijke inpassing vorm krijgen. Op het moment dat de eigenaar van omliggende gronden later toch om wil schakelen naar boom- of fruitteelt is het namelijk niet meer mogelijk om nog extra maatregelen te eisen. Doordat een wetenschappelijk onderbouwing ontbreekt, biedt deze oplossing geen rechtszekerheid.
Zaaknummer: 2022-019183
pagina 3 van 4
Conclusie Wij adviseren de gemeente een keuze te maken uit de opties. Alle opties kennen nadelen maar geven naar ons idee voldoende bescherming aan toekomstige bewoners. Indien gekozen wordt voor optie 3 adviseren wij in ieder geval de watergang of windhaag aan te brengen en dit in het bestemmingsplan vast te leggen. Met vriendelijke groet, Mascha Daamen Adviseur milieu en ruimte Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Zaaknummer: 2022-019183
pagina 4 van 4