Bijlage 6.4 Watertoets
Tekst van het document
Beknopte waterparagraaf Olavstraat 37, Zevenbergschen Hoek
Beknopte waterparagraaf Olavstraat 37, Zevenbergschen Hoek
Aeres Milieu Projectnummer
: AM20583
Status rapport
: Definitief (versie 1)
Datum
: 11 juni 2021
Opdrachtgever
: Accent adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven
Opgesteld door
: L. De Graaff, MSc.
Paraaf
:
Gecontroleerd door
: dhr. M. Vrolix bc.
Paraaf
:
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Pagina | 2
AM20583
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM .........................................................................................................................................................7 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................7
2.2
Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................7
2.3
Samenvatting.............................................................................................................................................................................................. 10
3.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................. 12
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart .................................................................................................................................................................... Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen .............................................................................................................................................................. Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur ............................................................................................................................................................................
Pagina | 3
AM20583
1. INLEIDING In opdracht van Accent adviseurs heeft Aeres Milieu een beknopte waterparagraaf opgesteld voor de voorgenomen bouw van woningen aan de OIavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek. Op het plangebied staat momenteel een bedrijfspand met omliggende verharding en noordoostelijk een woning. Hierbij gaat het om de locatie:
Adres onderzoekslocatie
: Olavstraat 37, Zevenbergschen Hoek
Gemeente
: Moerdijk
Waterschap
: Brabantse Delta
Kadastrale registratie
: Zevenbergen, sectie D, nrs. 1748, 1930, 1968, 2066 en 2067
Oppervlakte
: circa 3170 m2
Peil maaiveld
: +0,6 meter NAP
Peil grondwater
: -1 meter NAP
Afbeelding 1: Globale begrenzing onderzoekslocatie (geel omlijnd) met luchtfoto en kadastrale situatie (bron luchtfoto: PDOK-viewer)
Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze beknopte waterparagraaf is de voorgenomen planontwikkeling om zes rijwoningen en veertien appartementen binnen het plangebied. Het bestaande bedrijfspand wordt hiervoor gesloopt. De bestaande woning oostelijk blijft vooralsnog behouden. Hierbij dient aangegeven te worden hoe er binnen het plangebied wordt omgegaan met grond-, hemel-, afval- en oppervlakte water, zodat het huidige watersysteem intact blijft en toekomstige wateroverlast vermeden wordt. Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2.
Pagina | 4
AM20583
Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling d.d. 09-03-2021 (bron: opdrachtgever)
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame herontwikkeling kort beschreven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem, zie ook bijlage 3. Pagina | 5
AM20583
Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Dit beleid gaat op korte termijn vervangen worden door de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta. De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheer-plan “Grenzeloos verbindend” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder.
De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben hiervoor een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het oppervlaktewater kan een vergunning benodigd zijn. Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (opper)vlaktewater hebben. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Voor de kleine planontwikkelingen (<2.000 m2 toename in verhard oppervlak buiten hydrologische gevoelig gebied) is de gemeente Moerdijk bevoegd/toetsend gezag. De gemeente Moerdijk heeft een verbreed gemeentelijk rioleringsplan (2015-2019), waarin het beleid ten aanzien van vuilen regenwater is vastgelegd overeenkomstig met het beleid van het waterschap.
Hierin is water neutraal bouwen een van de uitgangspunten is.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het waterhuishoudkundig systeem beschreven met in hoofdstuk 2.3 de gevolgen door het planvoornemen. In hoofdstuk 3 beschrijft de overige aandachtspunten en randvoorwaarden.
Pagina | 6
AM20583
2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1
Inleiding
Zevenbergschen Hoek ligt ten zuiden van de Hollandsche diep en wordt in het westen begrenst door de A16. De omgeving bestaat hoofdzakelijk uit agrarische velden. Het plangebied ligt in het bebouwd gebied nabij de sportvelden, en wordt begrenst door De Vier Uitersten (noord en oost) en de Olavstraat (zuid). Ten westen van het plangebied ligt de Rooms-Katholieke basisschool de Hoeksteen. Op afbeelding 1 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Voor een nieuwbouw is voldoende ontwateringsdiepte benodigd om wateroverlast in de toekomst te vermijden. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Globaal ligt het stedelijk gebied iets hoger als de omliggende agrarische percelen. Het verhard oppervlak rondom de woning en het bedrijfspand ligt op circa 0,6-0,7 m +NAP en is aflopend naar de noordhoek tot ca. 0,3 m +NAP. Opvallend is de iets lager gelegen tuin bij de woning op ca. 0-0,3 m + NAP. De straat De Vier Uitersten ligt noordelijk op circa 0,35-0,4 m +NAP en oostelijk op circa 0,9 m +NAP en is oplopend naar de zuidhoek tot ca. 2,5 m +NAP. Vanaf hier is de Olavstraat aflopend naar het (noord)westen tot ca. 0,75 m +NAP ter hoogte van het plangebied. Oostelijk van het plangebied ligt de hoger gelegen Bloemendaalse Zeedijk. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogtes weer.
Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)
2.2
Watersystemen
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven.
Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m-mv voor bebouwing en 0,5 meter ter plaatse van de tuinen. Van de onderzoekslocatie is diverse informatie beschikbaar in het Dinoloket, bodematlas Noord-Brabant, bodemdata Nederland en ons eigen archief.
Pagina | 7
AM20583
Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een vlakte van getij-afzettingen en naar verwachting zal de ondergrond bestaan uit zeeklei. Het verwachte bodemtype is een kalkrijke poldervaaggrond met lichte of zware zavel. Hierop is naar verwachting een ophooglaag aanwezig ten behoeve van de gerealiseerde bebouwing en verharding op het perceel. Bij de opbouw van de bodem kan er onderscheid gemaakt worden tussen verschillende geologische lagen die gevormd zijn door de eeuwen heen. Naar verwachting zal de toplaag in het plangebied gevormd zijn tijdens de Formatie van Naaldwijk, (laagpakket van Walcheren). Deze laag wordt geclassificeerd als zanderige eenheid met lokaal klei, silt en humus. Onder deze laag bevind zich naar verwachting een veenlaag die onderdeel is van de Formatie van Nieuwkoop en heeft een dikte van circa 2 meter. Tabel 1 geeft schematisch de bodemopbouw in het plangebied weer. Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
0-3
Formatie van Naaldwijk,
Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk;
laagpakket van Walcheren
klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
Formatie van Nieuwkoop,
Veen
3-5
Basisveen laag 5-6,5
Formatie van Boxtel,
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; klei, siltig
laagpakketten van Wierden,
tot zandig, humeus; veen, kleiig
Singraven en Kootwijk 6,5-13,5
Formatie van Kreftenheye en
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig;
Formatie van Boxtel,
klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus
Laagpakket van Delwijnen Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Naar verwachting zal de infiltratiesnelheid van de bodem slecht tot matig zijn. Het grondwaterpeil wordt beïnvloed door de ligging binnen een poldergebied en het bijhorende peilbesluit. Het plangebied ligt in de Landekes Polder en het peilbesluit valt onder het Peilbesluit Gat en Ham. Deze besluiten zijn vastgelegd door waterschap Brabantse Delta. Voor de Landekes Polder geld een winterpeil van -1,5 m NAP en een zomerpeil van -1,2 m NAP. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Bij eventuele bemaling en lozing ten behoeve van de nieuwbouw is het Besluit lozen buiten inrichtingen of de Keur (lozen op oppervlaktewater) van toepassing. Door het planvoornemen met woningen is geen toekomstige (grond)waterverontreiniging te verwachten. Ter plaatse is geen grondwateroverlast bekend. In relatie met de bestaande hoogteligging is er voldoende ontwateringsdiepte aanwezig. Geadviseerd wordt om het vloerpeil van de nieuwbouw ca. 10-20 cm boven de kruin van de nabijgelegen weg aan te leggen zodat eventuele instroom in de panden vermeden wordt.
Oppervlaktewater Binnen het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van de Bloemendaalse Zeedijk, is een A-watergang aanwezig rondom het sportveld. Deze watergang ligt in hoger gelegen peilgebied. Noordelijk van het spoor is het volgende nabijgelegen oppervlaktewater aanwezig. Op of nabij het plangebied is tevens geen waterkering (of bijhorende beschermingszone) aanwezig. Pagina | 8
AM20583
Vanuit het plangebied kan derhalve niet rechtstreeks aangesloten worden op het oppervlaktewater. Hierdoor is ook geen direct effect te verwachten door de planontwikkeling op het bestaande oppervlaktewaterstelsel. Het oppervlaktewater wordt beheerd door het waterschap Brabantse Delta. De basis voor het ontwerp van infiltratie- en/of retentievoorzieningen is omgeschreven in de keur. Bij werkzaamheden en/of wijzigingen hieraan dient het waterschap betrokken te worden bij het watertoetsproces. Het plangebied valt niet binnen een beschermingszone en hiervoor zijn dus geen aanvullende vergunningen nodig.
Afvalwater De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemengd gemeentelijk rioolstelsel. Voor zover bekend zijn er nog geen concrete plannen om een gescheiden gemeentelijk rioolstelsel aan te leggen in de omgeving. Bij de nieuwbouw zal een gescheiden stelsel aangelegd worden. Door de aanleg van een gescheiden stelsel wordt ingespeeld op een toekomstige scheiding van rioolstelsel. Het bestaande bedrijfspand met kantoor zal gesloopt worden. Door de bouw van de 6 woningen en 14 appartementen zal de afvalwaterstroom toenemen tot in totaal ca. 6 m3/dag. Door de aanleg van een nieuw DWA-stelsel met bufferruimte op eigen terrein zal dit naar verwachting geen problemen vormen voor het bestaande stelsel. Voor de aansluiting van de nieuwbouw op het gemeentelijk stelsel dient ten tijde bij de gemeente Moerdijk een aansluiting aangevraagd te worden (omgevingsvergunning).
Hemelwater In de bestaande situatie is bebouwing aanwezig en is een groot gedeelte rondom het bedrijfspand verhard behoudens de tuin bij de woning De Vier Uitersten nr. 1. De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Bij de nieuwbouw wordt een gescheiden stelsel aangelegd. Het afkoppelen en infiltreren van neerslag levert een positieve hydrologische bijdrage, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getroffen (zie ook hoofdstuk 3). Toename aan verhard oppervlak dient ter plaatse gecompenseerd te worden. Vanwege de ligging op de oude zeekleigrond en de verwachte bodemsamenstelling zal er binnen het plangebied weinig water in de bodem infiltreren. Door de planontwikkeling zal het terrein opnieuw worden ingericht en is er rekening gehouden met divers groen op het perceel. Tabel 2 geeft een vergelijking weer tussen het bestaand en toekomstig verhard oppervlak gebaseerd op de projecttekening, zie bijlage 2. In deze vergelijking is rekening gehouden met circa 90 % verhard tuinoppervlak bij de rijwoningen. De woning aan De Vier Uitersten 1 is genoemd maar verder als ongewijzigd beschouwd. Bruto (verharde) oppervlakten
Huidige situatie [m2]
Toekomstige situatie [m2]
Dak en tuin, circa
1.100 bedrijfspand en bijgebouwen
675+330
167 woning
167 woning
1.360
1040+290
78 woning
78 woning
2.705
2.580
Overige verharding, circa
Totaal, circa
Tabel 2: Overzicht bestaand en toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied Pagina | 9
AM20583
Uit de tabel is af te leiden dat door het voorgenomen bouwplan het verhard oppervlak licht afneemt. Een en ander is uiteraard afhankelijk van de uiteindelijke invulling van het omliggende groen. Vanuit het beleid is er geen verplichting tot aanleg van compenserende waterberging op eigen terrein. De afval- en hemelwaterstromen binnen het plangebied wordt gescheiden gehouden en aangeleverd op het gemeentelijk stelsel. De gemeente Moerdijk stimuleert klimaatadaptief herontwikkelen waarbij zoveel mogelijk hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt. Naast verder beperken van de verharding in de tuin zijn volgende kansen/mogelijkheden toepasbaar binnen het plangebied: -
Aanleg wadi, greppel of verlaging in het groen (of centrale groen)
-
Toepassing halfverharding ter plaatse van de parkeervakken (bijvoorbeeld grind)
-
Aanleg sedum en groendak op het appartementen complex en/of de (bergingen bij de) woningen
-
Aanvullende ondergrondse waterbergingsvoorziening bijvoorbeeld voor toiletspoeling of besproeiing tuin
Bij toepassing van hemelwatervoorzieningen is het noodzakelijk om een noodoverloop te voorzien en dient in voldoende rekening gehouden te worden met de omgeving zodat geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. Bij ondergrondse voorzieningen dient tevens rekening gehouden te worden met de benodigde gronddekking en een eventuele voorzuivering afhankelijk van het type voorziening.
2.3
Samenvatting
Het bedrijfspand en de omliggende verharding wordt gesloopt voor een nieuwbouw van woningen (appartementen en rijwoningen). Parkeergelegenheid wordt westelijk binnen het plangebied aangelegd. De woning aan De Vier Uitersten 1 zal vooralsnog ongewijzigd blijven. Het bebouwde deel ligt op circa 0,6-0,7 m +NAP. Het laagst gelegen punt betreft het noordelijk deel dat in gebruik is als tuin (circa 0,0-0,3 m +NAP). Het zuidoostelijk gelegen kruispunt ligt hoger dan het plangebied, op circa 2,5 m +NAP en is aflopend in noord- en westelijke richting. Noordelijke ligt de straat op circa 0,4 m +NAP en de zuidelijk gelegen Olavstraat loopt af naar circa 0,75 m +NAP. Het plangebied ligt in een peilgebied en de waterpeil wordt beheerd door Brabantse Delta. Ter plaats is reeds voldoende drooglegging aanwezig. Er wordt geadviseerd om de woningen 20 cm boven de kruin van de weg te bouwen om instroom bij hevige neerslag te vermijden. Ter plaatse van de rijwoningen is derhalve een lichte ophoging noodzakelijk. Binnen het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Er kan derhalve niet rechtstreeks aangesloten worden op het oppervlaktewater en er is geen direct effect te verwachten door de planontwikkeling op het bestaande oppervlaktewaterstelsel. Bij de nieuwbouw zal op eigen terrein een gescheiden stelsel aangelegd worden.
Door de ontwikkeling van 20 woningen zal de afvalwaterstroom licht toenemen naar ca. 6 m3/dag. Het bestaande stelsel kan dit naar verwachting verwerken. Een aanvraag voor de rioolaansluiting dient ten tijde bij de gemeente Moerdijk aangevraagd te worden (omgevingsvergunning). Door de aanleg van een gescheiden rioolstelsel is het plangebied klaar voor een toekomstige scheiding van het gemeentelijk rioolstelsel. Pagina | 10
AM20583
Bij het planontwerp neem het verhard oppervlak af en is er derhalve geen verplichting tot aanvullende watercompensatie. Naar water toe zijn er geen belemmerende aspecten aanwezig. Wel zijn er aanvullende mogelijkheden toepasbaar zoals hergebruik, halfverharding, deels verwerking in het groen of toepassing van een sedumdak om klimaatadaptiever te herontwikkelen. Bij de uiteindelijke invulling dient rekening gehouden te worden met de omgeving zodat geen overlast ontstaat vanuit het plangebied. De uiteindelijke DWA- en HWA-stelsels en maaiveldhoogtes dienen te zijner tijd concreter uitgewerkt te worden op de inrichtingstekening ten behoeve van de omgevingsvergunning. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in (de buurt van) een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden middels het Omgevingsloket.
Pagina | 11
AM20583
3. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal.
•
Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.
Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 12
AM20583
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
Pagina | 13
AM20583
Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen
Pagina | 14
AM20583
De
R
IJ
W
sc ho ol
IN
G
EN
51 30
N
14 AP PA RT EM EN TE N
De
op br stelp an la dw at ee s r
ve rza afv me allpl aa ts
51 30
Vi er Ui te rs te n
51 30
60 00
60 00
51 30
in p.p v. .
Ol av str aa t
N
p.p .
TOTAAL 40 P.P.
O
n te rs te Ui er Vi
6
Ol av str aa t
e ls a da en m oe l B
16697
Olavstraat te Zevenbergschen Hoek Zwaluwe Projectontwikkeling
ONDERDEEL SITUATIE NIEUW GETEKEND WVO SCHAAL 1 - 500 DATUM 09-03-2021
jk di e Ze
PARKEREN 6 WONINGEN X 2 (NORM) 14 APPARTEMENTEN X 2 (NORM)
12 P.P. 28 P.P.
BENODIGD AANWEZIG
40 40
P.P. P.P.
16697
Olavstraat te Zevenbergschen Hoek Zwaluwe Projectontwikkeling
ONDERDEEL IMPRESSIE GETEKEND WVO SCHAAL DATUM 09-03-2021
Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •
Waterplan gemeente Moerdijk;
•
vGRP Gemeente Moerdijk;
•
Waterprogramma 2016-2021, Waterschap Brabantse Delta;
•
Keur, Waterschap Brabantse Delta;
•
Watervisie 2016-2021 en interim omgevingsvisie Noord-Brabant;
•
Landelijke Handreiking Watertoets;
•
Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;
•
Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;
•
Waterwet;
•
Het Nationaal Waterplan, 2016-2021;
•
Kader Richtlijn Water;
•
Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur •
Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;
•
ruimtelijke plannen Nederland;
•
Bodemkaarten provincie Brabant.
Internet •
www.moerdijk.nl
•
www.brabant.nl
•
www.brabantsedelta.nl
•
www.dinoloket.nl
Pagina | 15
AM20583