CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6.1 Bodemonderzoek

Raadsvergadering 8 september 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek26.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier :

Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

:

Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek

Opdrachtgever

:

Zwaluwe Projectontwikkeling B.V.

Projectnummer

:

20200594

Versie / status

:

D02

Datum

:

22 januari 2021

Opgesteld door

:

Dhr. S. Klijberg BSc

Gecontroleerd door

:

Dhr. ing. C.H.J. van den Broek

Akkoord Projectcoördinator

:

Dhr. ing. C.H.J. van den Broek

Titel

Paraaf:

AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

SAMENVATTING Algemeen Opdrachtgever Adres onderzoekslocatie Kadastrale registratie

: : :

Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik Type onderzoek

: : :

Aanleiding onderzoek

:

Zwaluwe Projectontwikkeling B.V. Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Gemeente Zevenbergen, sectie D, perceelnummers 1748, 1930, 1966, 1968, 2054, 2066, 2067, 2045, 2046, 2047, 2048 en 2049 Circa 3.364 m2 Voormalig bedrijventerrein Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem Voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie

Resultaten vooronderzoek en hypothese Hypothese conform NEN 5740 : Verdacht als gevolg van bedrijfsactiviteiten Hypothese conform NEN 5707 : Verdacht, vanwege het bouwjaar van het bedrijfspand en de opstallen en de aanwezigheid van een puinverharding. Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Datum:  Grond en asbest : 4 en 5 januari 2021  Grondwater : 12 januari 2021 Veldmedewerkers en protocol : A. Jongbloed en B.C.M.M. conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002 en 2018) Laboratorium : Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam Samenvatting resultaten Grond:  Zintuiglijke waarnemingen  Bovengrond (0,0-0,5 m-mv)  Ondergrond (0,65-1,5 m-mv)  PFAS Asbest:  Maaiveld  Grove fractie (> 20mm)  Fijne fractie (< 20 mm) Grondwater Veiligheidsklasse CROW 400

: : :

Sporen baksteen tot plaatselijk uiterst puinhoudend Enkele zware metalen > AW Enkele zware metalen > AW Klasse ‘landbouw/natuur’ en derhalve vrij toepasbaar m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden

: : : : :

Niet aangetroffen 282 mg/kg d.s. 397.651 mg/kg d.s. Geen overschrijdingen van de streefwaarde ‘Zwart niet-vluchtig’

Aanbevelingen De resultaten van het verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het verrichtten van een nader bodemonderzoek. Tijdens het verkennend asbestonderzoek is op het overig terrein (behoudens de puinverharding) geen asbest aangetoond. Ter plaatse van de puinverharding zijn 5 sleuven gegraven waarbij in 1 sleuf in het traject onder de puinverharding (0.50-0.65 m-mv) een 15 cm laag van bijna volledig asbesthoudend materiaal is aangetroffen. Dit betreft waarschijnlijk een stortgat. De omvang van dit ‘gat’ is niet bekend, maar vermoed wordt dat het tussen de 25 en 50 m 2 zal zijn. De hier vastgestelde asbestverontreiniging betreft geen bodem in de zin van de Wet bodembescherming. Voor het aanwezige stortgat wordt geadviseerd dit te verwijderen. Hiervoor geldt een meldingsplicht. Op graafwerkzaamheden hiervoor geldt de voorlopige veiligheidsklasse ‘zwart niet-vluchtig’.

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 1 1

2

3

4

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding en doel ...................................................................................................... 1

1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid ......................................................................... 1

1.3

Leeswijzer .................................................................................................................. 1

VOORONDERZOEK ....................................................................................................... 2 2.1

Inleiding ..................................................................................................................... 2

2.2

Aanleiding vooronderzoek ........................................................................................... 2

2.3

Bronvermelding .......................................................................................................... 2

2.4

Locatiegegevens ......................................................................................................... 3

2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie ........................................................................ 3

2.6

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ........................................................... 6

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................. 7

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese(n).................................................................... 8

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK ...................................................................... 9 3.1

Onderzoeksopzet ........................................................................................................ 9

3.2

Veldonderzoek .......................................................................................................... 10

3.3

Laboratoriumonderzoek ............................................................................................. 12

3.4

Toetsingskader en toetsing analyseresultaten ............................................................. 12

RESULTATEN EN INTERPRETATIE ............................................................................. 14 4.1

Resultaten grondonderzoek ....................................................................................... 14

4.2

Resultaten PFAS ....................................................................................................... 15

4.3

Resultaten asbestonderzoek ...................................................................................... 15

4.4

Resultaten grondwateronderzoek ............................................................................... 17

4.5

Toetsing onderzoekshypothese, ernst en risico’s ......................................................... 17

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 18

6

NORMERING EN BETROUWBAARHEID ...................................................................... 20

Bijlagen BIJLAGE 1

LOCATIEKAART

BIJLAGE 2

SITUATIETEKENING MET MONSTERNEMINGSPUNTEN

BIJLAGE 3

BOORBESCHRIJVINGEN

BIJLAGE 4

ANALYSECERTIFICATEN

BIJLAGE 5

TOETSING ANALYSECERTIFICATEN

BIJLAGE 6

TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER

BIJLAGE 7

FOTOREPORTAGE

BIJLAGE 8

KWALITEITSBORGING EN ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel In opdracht van Zwaluwe Projectontwikkeling B.V. heeft AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek. De locatie is deels in gebruik als bedrijventerrein met bedrijfspand met deels ook als woning met tuin en een deel als groenstrook. De locatie heeft een oppervlakte van circa 3.364 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie. In het kader hiervan is inzicht gewenst in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707. De doelstelling van het verkennend onderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

In verband met het aantreffen van asbestverdacht materiaal op een deel van het terrein is direct nader onderzoek middels het graven van proefsleuven uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie.

1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitssysteem van AGEL adviseurs. AGEL adviseurs is gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002 en 2018), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door Rijkswaterstaat Leefomgeving. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium van Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam. In bijlage 8 is de kwaliteitsborging en onafhankelijkheidsverklaring opgenomen.

1.3

Leeswijzer Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd:  vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2);  veld- en laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 3);  resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4);  conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 1 van 20

2

Vooronderzoek

2.1

Inleiding Onderdeel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707 is het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Om dit doel te bereiken is relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

2.2

Aanleiding vooronderzoek De aanleiding voor het vooronderzoek conform de NEN 5725 is: A) Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

2.3

Bronvermelding In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd. Tevens is aangegeven of voor de onderzoekslocatie relevante informatie aangetroffen is. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Instantie Aspect Opdrachtgever

Afbakening onderzoeksgebied Informatie huidig en voormalig gebruik Toekomstig gebruik Eerder bodemonderzoek Bodemloket Informatie Landsdekkend beeld/Globis Gemeente Moerdijk/ Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Midden- en BodemInformatiesysteem (BIS) en/of eerder onderzoek West-Brabant Archief BOOT/tankenbestand Vervallen Hinderwetvergunningen (statisch) Actuele milieuvergunningen (dynamisch) Bouwvergunningen Bevoegd gezag Wbb Beschikkingen Wet bodembescherming Regionaal archief Historische informatie Literatuur en eigen archief Topografische kaart en luchtfoto google earth Historische atlas Topotijdreis DINOloket Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwateronttrekkingen Provinciale milieuverordening (PMV) Kadaster Kadastrale situatie Kabels en leidingen informatie (KLIC) Terreinverkenning Bodembedreigende activiteiten Verwachting t.a.v. asbest Locatie interviews + : Informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie; : Geen voor het onderzoek relevante informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

Relevante informatie aanwezig + + + + + + + + + -

| 2 van 20

2.4

Locatiegegevens Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal

Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Gebruiker Oppervlakte kadastraal perceel(-en)

Gegevens Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Gemeente: Zevenbergen Sectie: D Nummer(s): 1748, 1930, 1968, 2054, 2066, 2067, 2048, 2047, 1966, 2045, 2046 en 2049 x: 106.056 y: 409.717 Zwaluwe Bouw- en Aannemingsbedrijf Zwaluwe Bouw- en Aannemingsbedrijf Circa 3.364 m² Onderzoekslocatie: circa 3.364 m²

In figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is tevens opgenomen in bijlage 2.

Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood omlijnd)

Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een perceelsgewijze afbakening. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft richt zich op de onderzoekslocatie waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter. 2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik In onderstaand figuur 2.2 zijn een aantal historische topografische kaarten opgenomen.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 3 van 20

1930

1935

1958

1969

1981

1988

1998

2005

Figuur 2.2: Historische topografische kaarten van de onderzoekslocatie (rode contour)

Tot medio jaren ’50 was de onderzoekslocatie in gebruik voor agrarische doeleinden. Op basis van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateren de woning met opstallen op de onderzoekslocatie uit 1930. De opstallen op het bedrijventerrein dateren uit 1956, eveneens als een groot gedeelte van het bedrijfspand, dat van oudsher een kleuterschool is. In 1992 werd het gebouw gereconstrueerd tot het huidige bedrijfspand en werd een opslagloods bijgebouwd (t.b.v. houtzagerij/houtopslag). Op de locatie is een ondergrondse tank aanwezig geweest. Het is niet bekend of het terrein in het verleden is opgehoogd of gedempt. 20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 4 van 20

Huidig gebruik en terreinverkenning De onderzoekslocatie bevindt zich in een woonwijk. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende factoren bekend die van invloed kunnen zijn op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie:  Een geamoveerde ondergrondse opslagtank. De onderzoekslocatie is momenteel deels in gebruik als bedrijventerrein met bedrijfspand, deels als woning met tuin en deels als groenstrook. De bebouwing op de locatie bestaat uit het bedrijfspand met opstallen en de woning met opstallen. Het bedrijfspand (incl. opstallen) betrekt een oppervlakte van circa 935 m2. In het bedrijfspand is inpandig een betonvloer aanwezig. De woning (incl. opstallen) betrekt een oppervlakte van circa 135m2. Het onbebouwde oppervlak is ten westen van het bedrijfspand verhard met stelconplaten en puinverharding. Ten oosten van het bedrijfspand zijn parkeervakken aanwezig, bestaande uit klinkers. Het onverharde deel behoort gedeeltelijk bij de woning en is in gebruik als tuin. Het overige onverharde gedeelte is in gebruik als groenstrook langs de weg De Vier Uitersten. Onderstaande foto’s geven een indruk van de locatie. In bijlage 7 zijn aanvullende locatiefoto’s opgenomen.

Figuur 2.3: Foto’s onderzoekslocatie

Tijdens de terreinverkenning zijn aan het oppervlak van de locatie geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen in de bebouwing/op de bodem aangetroffen.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 5 van 20

Asbest De kans op het aantreffen van asbest wordt, gezien de aanwezigheid van een puinverharding en het bouwjaar van het bedrijfspand en opstallen in 1956, groot geacht. 2.6

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart Voor de gemeente Moerdijk is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar. Op basis van deze bodemkwaliteitskaart wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende bodemkwaliteit verwacht:  bovengrond (0,0-0,5 m-mv) : klasse ‘achtergrondwaarde’;  ondergrond (0,5-2,0 m-mv) : klasse ‘achtergrondwaarde’. Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in de zone ‘wonen’. PFAS Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Nadien zijn er diverse aanvullingen op de handelingskader geweest (versie van 1 juli 2020). Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is.

Potentiele bronlocaties van PFAS in Nederland zijn:  Producenten van PFOS of PFOA (of andere PFAS);  Producenten van Teflon en andere gefluoreerde polymeren;  Verwerking van Teflon en andere gefluoreerde polymeren;  Galvanische industrie;  Locaties waar brandblusschuim wordt ingezet zoals vliegvelden, brandweer oefenplaatsen en militaire locaties en bij grote branden;  Bedrijven (waar bekend is dat blusschuimmiddelen zijn opgeslagen);  Voormalige stortplaatsen (exclusief de provincies Utrecht en Friesland);  Waterzuiveringsinstallaties;  Afvalverbrandingsinstallaties. De onderzoekslocatie wordt aangemerkt als een locatie met een lage verdachtheid op PFAS, omdat geen van bovengenoemde potentiële bronlocaties aanwezig zijn op de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving. Beschikbaar bodemonderzoek Ten behoeve van het vooronderzoek is een omgevingsrapportage opgevraagd. In onderstaande tabel 2.3 zijn de bekende beschikbare bodemonderzoeken weergegeven. Uit onderstaande informatie blijkt er geen bodemonderzoekrapport voorhanden is voor het te onderzoeken perceel. Tabel 2.3: Beschikbare bodemonderzoeken Titel en locatie Bureau, kenmerk en datum Indicatief onderzoek aan de CB-LAB, 01-06-1993 Vier Uitersten 12-16 te Zevenbergschen Hoek Verkennend onderzoek NVN Milec, 14-04-1997 5740 aan De Vier Uitersten 2 te Zevenbergschen Hoek

Samenvatting resultaten In de bodem is Cu boven tussenwaarde aangetoond en Zn en PAK boven achtergrondwaarde. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties gemeten. PAK en Hg in de bodem boven streefwaarde aangetoond. In het grondwater is Ch in een concentratie boven streefwaarde gemeten.

Uit de beschikbare bodeminformatie blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie voor zover bekend geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 6 van 20

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 0.5 m+NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw bekend. Tabel 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m-mv) Formatie 0.00 - 4.00

Complexe eenheid

4.00 - 6.50

Boxtel

6.50 - 14.50

Kreftenheye

14.50 - 23.00

Waalre

Samenstelling Afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind

Geohydrologische eenheid Deklaag

Zandige eenheid

Zandige eenheid

Kleiige eenheid

Voor zover bekend op basis van de beschikbare gegevens hebben in het verleden geen ophogingen, dempingen of calamiteiten plaatsgevonden. De freatische grondwaterstroming is niet bekend. Opgemerkt wordt dat de freatische grondwaterstromingsrichting lokaal kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewater, kabels en leidingen, cunetten, funderingen en dergelijke. De regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is overwegend noordwestelijk. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Op basis van de beschikbare informatie is niet bekend of het grondwatersysteem is beïnvloed door menselijk handelen als bemalingen en onttrekkingen.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 7 van 20

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese(n) Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn in onderstaande tabel de antwoorden op de onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 2.5: Beantwoording onderzoeksvragen Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Wat is de bodemopbouw en geohydrologie? Is er binnen de onderzoekslocatie sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Wat is de kwaliteitsklasse op basis van de bodemkwaliteitskaart? Zijn binnen de onderzoekslocatie potentiele bronnen van bodemverontreiniging aanwezig? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de onderzoekslocatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Is de bodem asbestverdacht?

Antwoord De afbakening van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1 en op de tekening in bijlage 2. Deze is voldoende. De bodem bestaat tot 4 m-mv uit een complexe eenheid, zijnde een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’ verwacht. Een voormalige ondergrondse tank. Nee, de aangetoonde lichte tot matige verontreinigingen in de bodem van de nabije omgeving zijn immobiel. Op basis van het vooronderzoek worden maximaal matig verhoogde gehalten verwacht in de bodem en licht verhoogde concentraties in het grondwater. Ja, vanwege het bouwjaar van het pand en de opstallen en de aanwezige puinverharding.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet afdoende bekend is. Er zijn geen actuele gegevens over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (incl. asbest) bekend. De onderzoekslocatie wordt aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, verdachte locatie. Op basis van het gebruik van de locatie, de aanwezigheid van een voormalige ondergrondse tank en beschikbare bodeminformatie kunnen plaatselijk licht verhoogde gehalten worden verwacht in de grond. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740, strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Naast de parameters uit het standaard analysepakket conform de NEN 5740 worden geen andere kritische parameters verwacht. Door recente inzichten wordt grond (maar ook baggerspecie) verdacht beschouwd op het diffuus voorkomen van PFAS. Op basis hiervan dient de grond eveneens onderzocht te worden op PFAS conform het Tijdelijk Handelingskader PFAS. De onderzoekslocatie wordt als verdacht aangemerkt ten aanzien van het voorkomen van asbest in de bodem. Op basis van de beschikbare bodeminformatie wordt de onderzoekslocatie als verdacht aangemerkt ten aanzien van het voorkomen van asbest in de bodem.

Derhalve wordt een verkennend onderzoek asbest conform de NEN 5707, strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De bovengrond is daarbij het meest verdacht.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 8 van 20

3

Veld- en laboratoriumonderzoek

3.1

Onderzoeksopzet In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en analyses. In verband met een betonverharding zijn een aantal betonboringen verricht. Tijdens de veldwerkzaamheden is ter plaatse van de puinverharding aan de noordzijde bij het gepland proefgat circa 2 kg aan asbestverdacht materialen aangetroffen. Gezien de hoeveelheid van deze asbestverdachte materialen en de aanwezige puinlaag is besloten om op dit deel van de locatie direct nader onderzoek middels proefsleuven te verrichten. Het nader asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707 met behulp van de methode voor het vaststellen van het gehalte aan asbest per homogeen vak van 50 m 2 tot 200 m2 voor het meer in detail vaststellen van de omvang van de verontreiniging. De locatietekening met situering van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek Locatie en strategie Veldonderzoek

Boring tot 0,5 m-mv

Laboratoriumonderzoek

(en boornummers) Proefgat Boring tot (0,3x0,3x0,5) 2,0 m-mv

Boring met peilbuis

-

*

Gehele locatie, circa 3.364 m2 NEN 5740 VED-HE-NL

12

2

Gehele locatie, PFAS bepaling VED-HO-NL

Gecombineerd met bovenstaande boringen

Grond 3x A pakket bovengrond 1x A pakket ondergrond 1x PFAS bovengrond 1x PFAS ondergrond 2x asbest in grond

Grondwater

-

Gehele locatie, circa 11 # 2# 3.364 m2 NEN 5707 VED-HE Voormalige 2 1* 1x A pakket 1x B pakket ondergrondse tank <100 m2 NEN 5740 VEP Nader asbestonderzoek Puinverharding 5 sleuven (SL01 t/m SL05) 3x asbest in puin Noordelijk gelegen 1x asbest in grond terrein 1x asbest verzamelmonster Circa 500 m2 1x A pakket NEN 5707 VED-HE 2x SEM-analyse A pakket : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie; B pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); SEM: Scanning elektronen microscoop (SEM) ter bepaling van respirabele asbestvezels (in de fractie <0.5 mm); analyse * : De peilbuis ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank dient tevens voor de gehele onderzoekslocatie; #

: Gecombineerd geplaatst met het verkennend bodemonderzoek.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 9 van 20

3.2

Veldonderzoek Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op:  Protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen): op 4 en 5 januari 2021;  Protocol 2002 (grondwaterbemonstering): op 12 januari 2021;  Protocol 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem): op 4 en 5 januari 2021. Het veldonderzoek heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan:  Het uitvoeren van een terreinverkenning en visuele inspectie van het maaiveld.  Het plaatsen van de proefgaten, boringen en peilbuis zoals opgenomen in tabel 3.1. De peilbuis is voorzien van een filter met een lengte van 1,0 meter en afgewerkt met filtergrind en een bentonietafsluiting.  Het classificeren van de vrijgekomen grond uit de boringen (vaststellen bodemopbouw) en het beoordelen op de aanwezigheid van verontreinigingen.  Het visueel inspecteren van de grove fractie (> 20 mm) op asbestverdachte materialen. Deze zijn vervolgens per proefgat/sleuf gebundeld verpakt tot materiaalverzamelmonsters. Van de fijne fractie (< 20 mm) is een grondmengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 12 kg samengesteld. Bij de proefgaten/sleuven waarbij meer dan 50% volumepercentage bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat is aangetroffen, is van de fijne fractie (< 20 mm) een mengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 28 kg samengesteld.  Het bemonsteren van de grond.

Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Afwijkende bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz. aan het monsternummer toegevoegd.  Het bemonsteren van het grondwater uit de peilbuis na een wachttijd van minimaal één week. Bij de codering van een grondwatermonster is het nummer van de peilbuis aangehouden met toegevoegd - nummer filter - nummer watermonster (bijvoorbeeld: 1-1-1). Bij het onderzoek is geen decontaminatie-unit ingezet of gebruik gemaakt van volgelaatsmaskers met P3-filters aangezien tijdens het onderzoek is ingeschat dat het materiaal hechtgebonden is en het bodemvochtpercentage bij het graven van de proefgaten en sleuven ruim boven de 10% lag. Voor het graven van de sleuven was een machinist met kraan aanwezig. Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen gerapporteerd die van invloed zijn op de voorschriften en werkwijze van de genoemde protocollen. Resultaten maaiveldinspectie Voorafgaand aan de monstername is het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal.

De weersomstandigheden vormden geen belemmering voor het uitvoeren van de visuele inspectie. Vanwege de aanwezige klinker-/betonverhardingen op een groot gedeelte van de locatie heeft plaatselijk geen efficiënte maaiveldinspectie plaats kunnen vinden. Voor het overige deel van de locatie wordt de inspectieefficiëntie van de visuele inspectie geschat op 70% - 90%. Resultaten grond en grondwater In bijlage 3 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Globaal is de bodem tot de maximale boordiepte als volgt opgebouwd:  0,0 - 0,5 m -mv : zand, lokaal kleiig;  0,5 - 1,5 m -mv : klei, lokaal zandig;  1,5 - 2,0 m -mv : veen, lokaal zandig;  2,0 - 3,0 m -mv : zand. 20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 10 van 20

In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de zintuiglijke waargenomen bijzonderheden aan de opgeboorde grond. Tabel 3.2: Zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden Boring Einddiepte Traject Textuur (m-mv) (m-mv) 01 2,00 0,00 - 0,50 Klei 101 2,00 0,00 - 0,12 0,50 - 1,00 Zand 1,00 - 1,50 Klei 102 3,00 0,00 - 0,12 0,50 - 1,00 Zand 1,00 - 1,50 Klei 103

SL01.1

Sleuf 1 Sleuf 2 Sleuf 3 Sleuf 4 Sleuf 5

2,00

1,00

1,00 1,00 1,00 1,00 1,00

0,00 - 0,12 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,65

Zand Klei

0,00 - 0,45 0,00 - 0,50 0,00 - 0,45 0,00 - 0,45 0,00 - 0,75

Zintuiglijke waarneming

Asbest

Sporen baksteen Volledig beton Sporen baksteen Sporen baksteen Volledig beton Sporen baksteen Sporen baksteen Volledig beton Sporen baksteen Sporen baksteen Puinlaag, sterk betonhoudend Nagenoeg volledig asbest in puin

16,22 kg aangetroffen waarvan 3 stukjes meegenomen t.b.v. lab analyse

Puinlaag, sterk betonhoudend Puinlaag, sterk betonhoudend Puinlaag, sterk repachoudend Puinlaag, sterk betonhoudend Puinlaag, sterk betonhoudend

Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen en concrete aanwijzingen voor potentieel bodembelastende activiteiten. In boring 101 t/m 103 zijn bijmengingen van een homogene samenstelling aangetroffen in de ondergrond bestaande uit sporen baksteen. Dit is in de regel niet gerelateerd aan verdacht asbestmateriaal. Bij het graven van de proefsleuven in de asbestverdachte puinverharding, gesitueerd aan de noordzijde van het perceel, zijn geen asbest verdachte materialen groter dan 20 mm aangetroffen. Wel is bij één sleuf (sleuf 01) substantiële hoeveelheden ‘asbest verdacht’ plaatmateriaal aangetroffen. In het traject (0,50-0,65 m-mv) is 16,22 kg (drooggewicht) aan asbestverdacht materiaal aangetroffen. Dit duidt op een stortgat. In tabel 3.3 staan de veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater. Tabel 3.3: Veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater Peilbuis Filtertraject Stijghoogte Temp. pH* (m-mv) (m-mv) (0C) 102 2,00 - 3,00 1,47 12,3 7,3 *) : Normale waarden voor de pH liggen tussen 4,0 en 8,0; **) : Normale waarden voor de Ec liggen onder 1.500 µS/cm.

Ec (µS/cm) ** 745

Troebelheid (NTU) 8,65

Zintuiglijke waarneming -

Grondwater bezit normaliter een geleidbaarheid van 200 tot 1.500 µS/cm. In het grondwater uit peilbuis 102 is een Ec-waarde van 745 µS/cm gemeten. Aan het opgepompte grondwater zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 11 van 20

3.3

Laboratoriumonderzoek Een overzicht van de uitgevoerde grond- en grondwateranalyses is weergegeven in de tabellen 3.4, 3.5 en 3.6. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een selectie gemaakt in de te analyseren grondmonsters waarbij een aantal grondmonsters is samengesteld tot mengmonsters. Voor mengmonsters is de codering MM01 etc. aangehouden. Separate grondmonsters zijn benoemd als boornummer-monsternummer (bijvoorbeeld M1-2). Ten aanzien van asbest heeft op basis van de verkregen (veld)informatie een selectie plaatsgevonden van de te analyseren materiaalverzamelmonsters (>20 mm) en grond(meng)monsters (<20 mm). De grondmengmonsters (<20 mm) zijn in het veld samengesteld. Voor de mengmonsters is de codering MMA-01 etc. aangehouden. Naar aanleiding van de aangetroffen asbestverdachte plaatmaterialen in sleuf 01 zijn van de puinhoudende bovengrond, puinhoudende ondergrond en kleiige ondergrond uit deze sleuf separate monster samengesteld.

Tabel 3.4: Uitgevoerde analyses grond MonsterSamenstelling monsters Traject Omschrijving en Analysepakket code (boring-monster) (m-mv) bijzonderheden Bovengrond MM01 08-1, 09-1, 10-1, 11-1 0,12 - 0,62 Zand A pakket MM02 01-1, 03-2, 04-1, 07-2 0,00 - 0,50 Klei A pakket MM03 02-2, 05-2, 06-2, 07-1 0,06 - 0,50 Zand A pakket PFAS-BG 02-2, 05-2, 06-2, 08-1, 11-1 0,08 - 0,62 Zand PFAS Ondergrond MM04 01-2, 09-3 0,50 - 1,00 Klei A pakket MM100 101-3, 102-3, 103-3 1,00 - 1,50 Klei A pakket MSL01 SL01-7 0,65 - 1,00 Klei A pakket PFAS-OG 01-2, 09-2, 09-3 0,30 - 1,00 Klei PFAS A pakket : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie; PFAS : PFOA (perfluoroctaansulfonzuur/sulfonaat) en PFOS (perfluoroctaanzuur). Tabel 3.5: Uitgevoerde analyses asbest MonsterSamenstelling monsters code MMA-01 01, 02, 03, 04, 05, 06 MMA-02 07, 08, 09, 10, 11 MMA-SL01-1 SL01-1, SL01-2 MMA-SL01-2 SL01-3, SL01-4

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,62 0,00 - 0,50 0,50 - 0,65

AVM-SL01-2

SL01-6

0,50 - 0,65

Puinlaag, sterk betonhoudend Nagenoeg volledig asbest in puin Asbestverdacht plaatmateriaal

MMA-SL01-3

SL01-5

0,65 - 1,00

Klei

MMA-SL05-3

SL05-3, SL05-4

0,50 – 0,75

Uiterst puin

Omschrijving en bijzonderheden

Analysepakket Asbest in grond Asbest in grond Asbest in puin Asbest in puin en SEM-analyse Asbest verzamelmonster Asbest in grond en SEM-analyse Asbest in puin

Tabel 3.6: Uitgevoerde analyses grondwater Monstercode Peilbuis Filtertraject (m-mv) Analysepakket 102-1-1 102 2,00 - 3,00 B pakket B pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

3.4

Toetsingskader en toetsing analyseresultaten De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 4. Door het laboratorium zijn geen afwijkingen van de AS3000 gerapporteerd.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 12 van 20

De volledige toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde c.q. gehanteerde lutum- en humusgehalte, het toetsingskader en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen. Daarnaast zijn de resultaten indicatief getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit bij toepassing op of in de bodem. Een toelichting op de toetsingscriteria en het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 6. De resultaten van het laboratoriumonderzoek worden in volgend hoofdstuk weergegeven en geïnterpreteerd.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 13 van 20

4

Resultaten en interpretatie

4.1

Resultaten grondonderzoek In tabel 4.1 zijn de resultaten van het grondonderzoek weergegeven. Tabel 4.1: Toetsingsresultaten grond MonsterSamenstelling code monsters (boring-monster) Bovengrond MM01 08-1, 09-1, 10-1, 11-1 MM02 01-1, 03-2, 04-1, 07-2 MM03 02-2, 05-2, 06-2, 07-1 Ondergrond MM04 01-2, 09-3

Traject (m-mv)

Omschrijving en bijzonderheden

Toetsing Wbb

Indicatieve toets Bbk

0,12 - 0,62

Zand

< AW

Klasse ‘AW2000’

0,00 - 0,50

Lood, zink, PAK > AW

Klasse ‘Industrie’

0,06 - 0,50

Klei, sporen baksteen Zand

< AW

Klasse ‘AW2000’

0,50 - 1,00

Klei

< AW

Klasse ‘AW2000’

Kwik, lood, zink > AW

Klasse ‘Wonen’

(Voormalige) ondergrondse tank MM100 101-3, 102-3, 103-3 1,00 - 1,50 Klei Ondergrond puinverharding t.b.v. nader asbestonderzoek MSL01 SL01-7 0,65 - 1,00 Klei

Cadmium, lood, Klasse ‘Wonen’ zink > AW De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: < AW : Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde. > AW : Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

Bovengrond In de mengmonsters MM01 en MM03 van de zandige bovengrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten. In mengmonster MM02 van de kleiige bovengrond schone zijn lood, zink en PAK in gehalten boven achtergrondwaarden gemeten. De gehalten worden gezien als een heterogeen diffuus aanwezige verhoogde achtergrondwaarden zonder direct aanwijsbare bron. Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit zijn de zandige monsters van de bovengrond (MM01 en MM03) beoordeeld als klasse ‘AW2000’. De kleiige bovengrond met sporen puin voldoet indicatief aan klasse ‘industrie’. Ondergrond In mengmonster MM04 van de kleiige ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten. In het grondmonster van de zintuiglijk schone kleiige ondergrond (0,65-1,00 m-mv) ter plaatse van sleuf 01 zijn cadmium, lood en zink in gehalten boven achtergrondwaarde gemeten. De kleiige ondergrond varieert van klasse ‘AW2000’ tot ‘wonen’.

Voormalige ondergrondse tank

In mengmonster MM100 van de kleiige ondergrond ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank zijn (deels overeenkomstig met MM02) kwik, lood en zink in gehalten boven achtergrondwaarde gemeten. Er is geen minerale olie verhoogd vastgesteld.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 14 van 20

4.2

Resultaten PFAS In tabel 4.2 zijn de resultaten van het laboratoriumonderzoek weergegeven inclusief het resultaat van de toetsing aan de normwaarden van PFAS. Tabel 4.2: Toetsing PFAS Monster Traject (m-mv) Bovengrond PFAS-BG 0,06 - 0,62 Ondergrond PFAS-OG

Resultaat PFAS (ug/kg.ds)

Beoordeling

Elders toepasbaar obv toepassings-beperking

Som PFOA Som PFOS Overige PFAS

Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar

Landbouw/natuur

0,1 0,3 < 0,1

0,30 - 1,00

Som PFOA 0,7 Toepasbaar Landbouw/natuur Som PFOS 0,3 Toepasbaar Overige PFAS < 0,1 Toepasbaar * Partij mag niet worden toegepast in een grondwaterbeschermingsgebied, tenzij het gehalte voor alle PFAS ≤ 0,1 µg/kg bedraagt of gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld.

In de grondmonsters worden diverse PFAS verbindingen aangetoond boven de detectielimiet, echter beneden de toepassingswaarde voor landbouw/natuur. Door de verhoogde waarden aan PFAS gelden er (deels) restricties en beperkingen bij toepassingen onder het Besluit bodemkwaliteit voor deze partij. Dit is van toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden. 4.3

Resultaten asbestonderzoek In de tabel 4.3 zijn de resultaten van het verkennend asbestonderzoek weergegeven en in tabel 4.4 zijn de resultaten van het nader asbestonderzoek ter plaatse van de puinverharding weergegeven. In bijlage 5 is een tabel met de volledige berekening opgenomen. Tabel 4.3: Bepaling totale gehalte asbest MonsterSamenstelling Traject code monster (m-mv)

Losse asbestvezelbundels

MMA-01

Gehalte asbest fractie < 20 mm (mg/kg)

Gehalte asbest fractie > 20 mm (mg/kg)

Totale gehalte aan asbest (mg/kg gewogen) < 0,4

01, 02, 03, 04, 0,00-0,50 Nee < 0,4 Niet 05, 06 aangetroffen MMA-02 07, 08, 09, 10, 0,00-0,50 Nee < 0,4 Niet < 0,4 11 aangetroffen De toetsing van het totale gehalte aan asbest is als volgt geclassificeerd: <I : Het totale gehalte aan asbest is < 0,5 x de interventiewaarde. > 0,5 x I : Het totale gehalte aan asbest is > 0,5 x de interventiewaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde. >I : Het totale gehalte aan asbest is groter dan de interventiewaarde.

Verkennend asbestonderzoek overig terrein In de grondmengmonsters MMA-01 en MMA-02 van de fijne fractie uit de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv) ligt het gewogen gehalte aan asbest beneden de detectielimiet (gewogen gehalte aan asbest van < 0,4 mg/kg d.s.). In de grove fractie (> 20mm) is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De resultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 15 van 20

Tabel 4.4: Bepaling totale gehalte asbest MonsterSamenTraject code stelling (m-mv) monster MMA-SL01 (0.00-0.50) MMA-SL01-2 (0.50-0.65) MMA-SL01-3 (0.65-1.00) MMA-SL05-2

SL01-1, SL01-2 SL01-3, SL01-4, SL01-6 SL01-5

Losse asbestvezelbundels

Gehalte asbest fractie < 20 mm (mg/kg)

Gehalte asbest fractie > 20 mm (mg/kg)

0,00-0,50

Nee

87

0,50-0,65

Ja

282

Niet aangetroffen 397.651

0.65-1.00

Ja

520

SL05-3, 0.50-0,75 Nee 0,5 SL05-4 De toetsing van het totale gehalte aan asbest is als volgt geclassificeerd: <I : Het totale gehalte aan asbest is kleiner dan de interventiewaarde. >I : Het totale gehalte aan asbest is groter dan de interventiewaarde.

Niet aangetroffen Niet aangetroffen

Totale gehalte aan asbest (mg/kg gewogen) 26 397.934 520 0,5

Nader asbestonderzoek puinverharding In het puinmengmonster MMA-SL01 (0.00-0.50 m-mv) van de fijne fractie uit de puinlaag is een asbestgehalte van 26 mg/kg d.s. aangetoond. In de grove fractie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het diepere puinmengmonster MMA-SL01 (0.50-0.65 m-mv) waarin aanzienlijke hoeveelheden asbest verdacht materiaal zijn aangetroffen is asbest vastgesteld. Zowel in de grove fractie als in de fijne fractie. Het aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal (> 20 mm) in dit traject blijkt inderdaad asbesthoudend. Het asbesthoudend materiaal betreft cement, golfplaat en bestaat uit hechtgebonden chrysotiel (10-15%) en crocidoliet (2-5%). Het asbestgehalte in de fijne fractie is bepaald op 282 mg/kg d.s. Het totale gewogen gehalte aan asbest is bepaald op 397.934 mg/kg d.s. Gezien deze gehalten is ook de respirabele fractie vanwege het aantreffen van enkele losse vezels middels een SEM-analyse bepaald. Uit de SEM-analyse blijkt dat er geen respirabele vezels in de fractie <0.5 mm zijn aangetoond. Van de ondergrond van de asbesthoudende sleuf SL01 is een grondmengmonster (MMA-SL01, 0.65-1.00 m-mv) ingezet. Dit betreft de zintuiglijk schone kleibodem. In dit monster is een asbestgehalte van 520 mg/kg d.s. bepaald. Ook hierop is een SEM analyse uitgevoerd.

Uit de SEManalyse blijkt dat er geen respirabele vezels in de fractie <0.5 mm zijn aangetoond. In het puinmengmonster MMA-SL05-2 (0.50-0.75 m-mv) van de puinlaag net buiten de sterk verontreinigde sleuf SL01 is praktisch geen asbest aangetoond. Bepaling aard en omvang Behoudens de puinlaag op het noordelijk gelegen terrein is er geen reden asbest in de bodem te verwachten. Dit is met de proefgaten voldoende vastgesteld. De puinlaag zoals aanwezig in het bovenste deel (ca. 50 cm) op het noord gelegen terrein bevat weliswaar asbest maar niet in een gehalte boven de interventiewaarde. Op dit deel van de locatie is wel aan stortgat aangetroffen waarin naar het lijkt stukken asbest platen zijn gestort. De omvang van dit ‘gat’ is niet exact bekend maar vermoed wordt dat het tussen de 25 en 50 m 2 zal zijn. De hier vastgestelde asbestverontreiniging betreft geen bodem in de zin van de Wet bodembescherming. Het door het laboratorium vastgestelde gehalte aan asbest in het grondmonsters van de onderliggende keiige bodem is zeer waarschijnlijk (er is geen andere verklaring of reden anders te vermoeden) verontreinigd geraakt door contaminatie bij het veldwerk en de bemonstering. Ook de historie van het terrein geeft geen reden anders te vermoeden.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 16 van 20

4.4

Resultaten grondwateronderzoek In tabel 4.5 zijn de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. Tabel 4.5: Toetsingsresultaten grondwater Monstercode Peilbuis

Filtertraject Toetsing Wbb (m -mv) 102-1-1 102 2,00 - 3,00 <S De concentraties die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: <S : De concentratie is kleiner dan de streefwaarde. >S : De concentratie is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : De concentratie is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : De concentratie is groter dan de interventiewaarde.

In het grondwater uit peilbuis 102 zijn geen overschrijdingen van de streefwaarde gemeten. 4.5

Toetsing onderzoekshypothese, ernst en risico’s De op basis van het vooronderzoek gestelde hypothese ’verdacht’ is op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek gedeeltelijk juist gebleken. De voormalige ondergrondse tank heeft niet tot verontreinigingen geleid. Voor het overige zijn, behoudens het geconstateerde asbest, geen verontreinigingen boven de waarde voor nader onderzoek vastgesteld. Behoudens de asbestverontreiniging geven de resultaten geen reden tot nader onderzoek of sanerende maatregelen. Uitgaande van een contaminatie op het monster van de kleiige ondergrond vanuit het stortgat is er geen sprake van een bodemverontreiniging, en dus geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aangezien binnen de onderzoekslocatie asbest hoger dan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen) is vastgesteld zijn volgens het protocol van bodemverontreiniging wel de risico’s beschouwd. In dit protocol is een stappenschema opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën van risico’s:  Geen onaanvaardbare risico’s: als er géén sprake is van onaanvaardbare risico’s kan bij de huidige of toekomstige terreininrichting worden volstaan met een beperkingenregistratie van de bodemverontreiniging. Hierbij dient de plaats, mate en omvang van de bodemverontreiniging nauwkeurig te worden geregistreerd in het gemeentelijke beperkingenregister.

Als de inrichting van de locatie wijzigt, dienen de locatiespecifieke risico’s opnieuw te worden beoordeeld;  Onaanvaardbare risico’s: indien sprake is van onaanvaardbare risico’s dienen naast een beperkingenregistratie spoedig saneringsmaatregelen te worden getroffen. De aangetoonde sterke verontreiniging met asbest is aangetoond in het traject van 0,5-1,0 m-mv en bevindt zich onder een aaneengesloten bedekking (de puinverharding). De locatie is niet vrij toegankelijk (afgesloten middels hekwerk) en wordt niet bewerkt of betreden. Het gehalte aan hechtgebonden asbest bedraagt 397.934 mg/kg. Er zijn geen respirabele vezels aangetoond. Op basis van de standaard en locatiespecifieke risicobeoordeling kan worden geconcludeerd dat er in de huidige situatie, zonder graafwerkzaamheden, er geen sprake is van een onaanvaardbare risico.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 17 van 20

5

Conclusies en aanbevelingen Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek wordt geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek Tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn behoudens een enkele boring met sporen puin en een puinlaag (met asbest) op het noordoostelijk terrein deel geen bijzonderheden aan bijmengingen geconstateerd. Bovengrond In de zandige bovengrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten. In de kleiige bovengrond schone zijn lood, zink en PAK in gehalten boven achtergrondwaarden gemeten. Deze worden gezien als heterogeen diffuus aanwezige verhoogde achtergrondwaarden zonder direct aanwijsbare bron. Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit zijn de zandige monsters van de bovengrond als klasse ‘AW2000’ beoordeeld. De kleiige bovengrond met sporen puin voldoet indicatief aan klasse ‘industrie’. Ondergrond In de kleiige ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten. In het grondmonster van de zintuiglijk schone kleiige ondergrond (0,65-1,00 m-mv) ter plaatse van sleuf 01 zijn cadmium, lood en zink in gehalten boven achtergrondwaarde gemeten. De kleiige schone ondergrond varieert van klasse ‘AW2000’ tot klasse ‘wonen’.

In de kleiige ondergrond en in het grondwater ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank is geen verontreiniging met olieproduct vastgesteld. In het grondwater zijn geen concentraties gemeten die de streefwaarde overschrijden. PFAS In de boven- en ondergrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden voor PFAS gemeten. Op basis hiervan is de grond beoordeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur en vrij toepasbaar. Onderzoek asbest (overig terrein) In de grondmengmonsters MMA-01 en MMA-02 van de fijne fractie uit de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv) ligt het gewogen gehalte aan asbest beneden de detectielimiet (gewogen gehalte aan asbest van < 0,4 mg/kg d.s.). In de grove fractie (> 20mm) is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De resultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Onderzoek asbest (puinlaag) In het mengmonster van de fijne fractie uit de puinlaag (0-0,50 cm) is een asbestgehalte van 26 mg/kg d.s. aangetoond. In de grove fractie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Bij 1 sleuf onder deze puinlaag is een 15 cm dik laagje gestort asbesthoudend puin aangetroffen. Hierin zijn aanzienlijke hoeveelheden asbest vastgesteld. Zowel in de grove fractie als in de fijne fractie. Het aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal betreft golfplaat en bestaat uit hechtgebonden chrysotiel (10-15%) en crocidoliet (2-5%).

Het asbestgehalte in de fijne fractie is bepaald op 282 mg/kg d.s. Het totale gewogen gehalte aan asbest is bepaald op 397.934 mg/kg d.s. Gezien deze gehalten is ook de respirabele fractie vanwege het aantreffen van enkele losse vezels middels een SEM-analyse bepaald. Uit de SEM-analyse blijkt dat er geen respirabele vezels zijn aangetoond. 20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 18 van 20

De ondergrond van de asbesthoudende sleuf (SL01) is eveneens geanalyseerd op asbest. Dit betreft de zintuiglijk schone kleibodem. In dit monster is een asbestgehalte van 520 mg/kg d.s. bepaald. Ook hierop is een SEM-analyse uitgevoerd. Uit de SEM-analyse blijkt dat er geen respirabele vezels in de fractie <0.5 mm zijn aangetoond. Het door het laboratorium vastgestelde gehalte aan asbest in het grondmonster van de onderliggende keiige bodem is zeer waarschijnlijk (er is geen andere verklaring of reden anders te vermoeden) verontreinigd geraakt door contaminatie bij het veldwerk en de bemonstering. Ook de historie van het terrein geeft geen reden anders te vermoeden. In het puinmengmonster MMA-SL05-2 (0.50-0.75 m-mv) van de puinlaag net buiten de sterk verontreinigde sleuf SL01 is praktisch geen asbest aangetoond. Aanbevelingen en opmerkingen Behoudens de puinlaag op het noord gelegen terrein is er geen reden asbest in de bodem te verwachten. Dit is met de proefgaten voldoende vastgesteld. De puinlaag zoals aanwezig in het bovenste deel (ca. 50 cm) op het noord gelegen terrein bevat weliswaar asbest maar niet in een gehalte boven de interventiewaarde. Op dit deel van de locatie is wel een stortgat aangetroffen waarin naar het lijkt stukken asbestplaten zijn gestort. De omvang van dit ‘gat’ is niet exact bekend maar vermoed wordt dat het tussen de 25 en 50 m 2 zal zijn.

De hier vastgestelde asbestverontreiniging betreft geen bodem in de zin van de Wet bodembescherming. Voor het aanwezige stortgat wordt geadviseerd dit te verwijderen. Hiervoor geldt een meldingsplicht. Op graafwerkzaamheden hiervoor geldt de voorlopige veiligheidsklasse ‘zwart nietvluchtig’. Hergebruik grond bij graafwerkzaamheden Opgemerkt wordt dat dit onderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit voor toepassing van grond elders. Voor de definitieve kwaliteitsbepaling van grond die vrijkomt van de onderzoekslocatie kan afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond een partijkeuring noodzakelijk zijn (AP04). De gemeente is bevoegd gezag inzake grondverzet en toepassing van grond binnen de restricties en voorwaarden van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor geldt een meldingsprocedure.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 19 van 20

6

Normering en betrouwbaarheid De volgende documenten hangen samen met het verrichte bodemonderzoek:  NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (oktober 2017).  NEN 5740+A1 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (april 2016).  NEN 5707+C1 Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (augustus 2016). Het bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de geldende normen en in het kader van de BRL SIKB 2000 van toepassing zijnde protocollen. Het uitgevoerde bodemonderzoek is gebaseerd op de thans beschikbare informatie en de hieruit afgeleide onderzoeksstrategie. Ondanks het streven naar een zo groot mogelijke representativiteit en reproduceerbaarheid van het onderzoek kunnen ten gevolge van heterogeniteit in de bodem en onvolledige informatie buiten de schuld van AGEL adviseurs afwijkingen in de verkregen resultaten voorkomen. Er blijft altijd een kans aanwezig dat een op de locatie aanwezige verontreiniging niet wordt vastgesteld ten gevolge van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng-) monsters. Er dient tevens op te worden gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is.

Na uitvoering van het onderzoek kunnen de grond- en grondwaterkwaliteit worden beïnvloed door bijvoorbeeld grondverzetwerkzaamheden zoals de aanvoer van grond van elders, opslag van milieubelastende producten, calamiteiten of verspreiding van verontreiniging vanaf nabij gelegen terreinen. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. AGEL adviseurs acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. AGEL adviseurs heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft. AGEL adviseurs heeft als onderzoeksbureau vastgelegd in haar kwaliteitszorgsysteem dat de (mogelijke) beïnvloeding van werknemers door derden te allen tijde dient te worden vastlegt en vermeld. Mocht hiervan sprake zijn en heeft dit invloed op de onderzoeksstrategie dan wordt dit in de verslaglegging en rapportage vermeld. AGEL adviseurs garandeert hiermee dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd.

20200594 | Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in de bodem

| 20 van 20

Bijlage 1

Locatiekaart

Locatiekaart 20200594

N schaal 1: 5000 0

40

80

120m

Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Auteur: ageladviseurs - Datum: 18-01-2021 - Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.

Bijlage 2

Situatietekening met monsternemingspunten

10 8 33 SL02

6 De

SL04

SL03

e Vi

SL05

ite rU

11

n

te rs

SL01

2

01 10

LEGENDA

09

Onderzoekslocatie 02 101 102 103

1

Boring diep/2,0 m-mv

1

Peilbuis NEN

1

Asbest proefgat 0,30x0,30x0,50m

1

Asbest proefgat met boring 2,0m-mv

1

Asbest proefsleuf

03 05

37

1

Ol av

07

str

aa

t 06 04

3

5 Voormalige ondergrondse tank

25

Puinverharding

project

opdrachtgever

0m

12.5m

SCHAAL 1:500

25m

onderdeel

Verkennend bodemonderzoek Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Zwaluwe bouw- en aannemingsbedrijf BV Situatietekening met boorpunten

A3 schaal 1:500 getekend door Mevr. M.A. Beljaars-Martens gecontroleerd door Dhr. S. Klijberg

status

D.01

werknr.

20200594

bladnr.

Bijlage 2

formaat

par.

datum

par.

doc. type

14-01-2021 Tekening

postbus 4156 4900 cd oosterhout hoevestein 20b 4903 sc oosterhout 0162 - 45 64 81 www.ageladviseurs.nl

bestandsnaam: O:\20200594-00 Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek\3 tekeningen\3 terrein\20200594_XXX_40DO_001_TEK_VBO.dwg

1 08

Bijlage 3

Boorbeschrijvingen

Boring:

01

Boring:

02

Datum: Boormeester: X: Y:

4-1-2021 Axel Jongbloed 106084,41 409731,47

Datum: Boormeester: X: Y:

4-1-2021 Axel Jongbloed 106084,20 409721,71

0,00

0,00

tuin

0,00

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, donker bruingrijs, Schep

klinker

0,08

Volledig klinkers, Schep Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraal grijsbeige, Schep

1

2 0,50

0,50

0,00

0,50

0,50 Klei, matig zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

2

1,00

1,00

Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor 3

1,50

1,50

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor 4

2,00

2,00

Boring:

03

Boring:

04

Datum: Boormeester: X: Y:

4-1-2021 Axel Jongbloed 106101,58 409710,89

Datum: Boormeester: X: Y:

4-1-2021 Axel Jongbloed 106084,38 409692,01

0,00

0,00

berm

0,00

0,00

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sterk grindig, sporen grind, donker grijsbruin, Schep

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen grind, donker grijsbruin, Schep

2

1

0,50

0,50

0,50

0,50

Boring:

05

Boring:

06

Datum: Boormeester: X: Y:

4-1-2021 Axel Jongbloed 106078,14 409707,74

Datum: Boormeester: X: Y:

4-1-2021 Axel Jongbloed 106066,30 409696,63

0,00

0,00

klinker

0,08

Volledig klinkers, Schep

0,00

0,00

klinker

0,08

Volledig klinkers, Schep

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Schep

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Schep

2

0,50

berm

2 0,50

0,50

0,50

Projectnaam: Olavstraat 37 te Zevenbergschen Hoek Projectcode: 20200594 Bijlage: Profielbeschrijvingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=d1cc86e1-49db-4cef-8109-ce6dd9c63a0f