Bijlage 5b - Toelichting-Ketenmonitor-tm-Q2-2024
Tekst van het document
Toelichting
Monitor Samen werken aan participatie 2024 t/m 2e kwartaal
Inleiding ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS werken samen aan de uitvoering van de Participatiewet in de regio West-Brabant West. De ketensamenwerking is een samenwerking tussen deze drie uitvoeringsorganisaties. Het doel is om samen met inwoners die een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt hebben een passende vorm van participatie te vinden. Dit kan arbeidsmatige dagbesteding, beschut werk, een baan via de banenafspraak of een andere vorm van participatie zijn, bijvoorbeeld een ontwikkeltraject. Meerwaarde van deze samenwerking is het kunnen voortborduren op de bestaande infrastructuur van WVS en het samenbrengen van jarenlange kennis die is opgebouwd in de drie uitvoeringsorganisaties. De medewerkers binnen de ketensamenwerking werken steeds vaker samen met andere domeinen en maatschappelijke partners. Denk aan WMO, Jeugd en het onderwijs om daardoor een nog adequatere dienstverlening te bieden aan de meest kwetsbare inwoners.
Verkennend onderzoek doorontwikkeling ketensamenwerking De besturen en directies van de drie organisaties vinden dat de tijd rijp is voor een volgende stap in de samenwerking. In een raadsinformatiebulletin van mei jl. is toegelicht wat hiervoor de aanleiding is. Ook staat hierin beschreven dat de besturen de opdracht gegeven hebben tot een verkennend onderzoek naar de toekomst van de Participatiewet en de doorontwikkeling van de ketensamenwerking in onze regio. Onderzoek opgave en koers Eerst gaan we goed onderzoeken welke ontwikkelingen in ons bijstandsbestand, de economie en de arbeidsmarkt we in de komende decennia in West-Brabant West kunnen verwachten. Hiervoor gaan we onder meer in gesprek met hoogleraren met kennis van arbeidsmarktontwikkeling. Hierop baseren we een koers voor inrichting van de Participatiewet in onze regio. Onderzoek maatschappelijk rendement Het maatschappelijk rendement van deze koers gaat Berenschot voor ons berekenen door middel van een maatschappelijke kosten/baten analyse. Deze toont het maximale maatschappelijke rendement aan van een optimale uitvoering van de verticale (op gebied van Participatiewet) en horizontale ketensamenwerking (Participatiewet met WMO en Jeugd) in het sociaal domein, afgezet tegen de kosten wanneer West-Brabant op de huidige wijze doorgaat.
Onderzoek organisatie uitvoering en organisatievorm Zodra de analyse van Berenschot klaar is laten we adviesbureau AEF onderzoeken wat dit betekent voor de organisatie van de uitvoering van de Participatiewet en welke organisatievorm hier het best bij past. Er worden meerdere varianten verkend. Van de onderzochte organisatievormen laten we een globale doorrekening maken van de financiële consequenties en randvoorwaarden. We omschrijven de randvoorwaarden in samenwerking in het brede sociale domein die nodig is om de doorontwikkeling te doen slagen. Ook worden risico’s en beheersmaatregelen in kaart gebracht. Het verkennend onderzoek wordt in februari 2025 opgeleverd aan de besturen. Met al deze informatie kunnen de negen gemeenten een weloverwogen besluit nemen over de toekomst van de Participatiewet in de regio West-Brabant West. De gemeenteraden worden in september via een raadsinformatiebulletin geïnformeerd over de voortgang van het verkennend onderzoek.
2
Toelichting cijfers Monitor Ontwikkeltrajecten instroom In het jaarplan 2024 voor de ketensamenwerking is afgesproken dat we samen 380 inwoners via een ontwikkeltraject helpen om zo maximaal mogelijk te participeren. In een ontwikkeltraject wordt de inwoner geholpen in de zoektocht ‘wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik en wat heb ik nodig om stappen te zetten’. Met onderzoek, persoonlijke coaching, trainingen en werkend leren worden inwoners in een maatwerktraject ondersteund in hun route naar (vrijwilligers)werk. Dit aantal van 380 is naar rato verdeeld onder de ISD en het Werkplein. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de instroom in de ontwikkeltrajecten afgezet tegen het begrote aantal voor 2024.
Gestarte ontwikkelwerktrajecten 300 250 200 Norm HvWB 150 100
HvWB Norm ISD BW ISD BW
50 0
De instroom loopt iets achter op de begroting. Vooral in juni zien we de instroom wat afnemen. Bij ISD heeft dit te maken met een herverdeling van de caseloads onder klantmanagers, waardoor medewerkers en inwoners elkaar nog moeten leren kennen. Een andere verklaring zijn vakanties van klantmanagers in juni. Echter, activiteiten die begin juni zijn ingezet en ook na de vakanties ingepland zijn, geven het vertrouwen dat de instroom in de ontwikkeltrajecten weer zal aantrekken. Daarbij blijft het nodig klantmanagers te stimuleren om steeds breder kijken naar inwoners waarvoor een ontwikkeltraject via de ketensamenwerking een passende aanpak kan zijn.
3
Ontwikkeltrajecten uitstroom Hier worden de redenen voor uitstroom uit een ontwikkeltraject toegelicht. Werk gevonden In totaal hebben we in 2024 via de ketensamenwerking t/m juni 35 inwoners aan het werk geholpen. Ter vergelijking: in geheel 2023 zijn 44 inwoners naar een baan begeleid. In de meeste gevallen betreft dit in de eerste helft van 2024 een baan bij een werkgever (16). In 14 gevallen bleek beschut werk de best passende vorm te zijn om zo maximaal mogelijk te participeren. Het ontwikkeltraject wordt namelijk ook ingezet als voorschakeltraject voor beschut werk. Hierin wordt bezien of inwoners gebaat zijn bij beschut werk, welke ondersteuning nodig is en worden inwoners klaargestoomd voor een betaalde beschutte werkplek. In het voorschakeltraject werken klantmanagers van Werkplein en ISD actief samen met de trajectbegeleiders van WVS. En 5 inwoners met een LDR-indicatie (LDR = landelijk doelgroepenregister) zijn gestart in een baan bij WVS. Voortzetting traject extern In het ontwikkeltraject bieden we de inwoners die ondersteuning die nodig is. Dat betekent dat het ontwikkeltraject ook bij een externe partij zoals Alleco, Kringloper of Harde Leerschool kan worden voortgezet. Dat geldt ook voor inzet van sociale activering, vrijwilligerswerk of andere relevante maatschappelijke activiteiten. Bij 20 inwoners was dit in het eerste half jaar de best passende route.
Inzicht in arbeidsbeperking Tijdens het ontwikkeltraject ontstaat in de meeste gevallen een vertrouwensband tussen de trajectbegeleider van WVS en de inwoner. De openheid die daardoor ontstaat maakt dat er soms zaken naar boven komen die niet eerder bekend waren. Denk aan belemmeringen op andere leefgebieden die van tijdelijke of meer duurzame aard kunnen zijn en van invloed zijn op de mate van arbeidsparticipatie. In deze uitstroomreden zijn beide opgenomen. In 34 situaties was er sprake van een beperking van tijdelijke aard, zoals het verkrijgen van een woning, het werken aan een verslaving, het afhandelen van een echtscheiding, medische behandeling of problematische schulden die op orde gebracht moeten worden. Het ontwikkeltraject is tijdelijk on hold gezet met de verwachting dat er binnen een jaar een doorstart kan worden gemaakt als de belemmering aangepakt is. Uit metingen in 2023 bleek dat het in de meeste gevallen ook tot een doorstart komt na een tijdelijke stop. Voor 15 inwoners betrof het een beperking van duurzame aard, zoals fysieke en/of psychische problemen die leiden tot het ‘niet-kunnen’ voortzetten van het ontwikkeltraject. Er is een kleine kans op aanmelding voor een ontwikkeltraject binnen een jaar. Deze inwoners zouden in aanmerking kunnen komen voor een ontheffing.
Teruggetrokken In 51 gevallen is er sprake geweest dat een klantmanager vroegtijdig een ontwikkeltraject heeft stopgezet. Deze uitstroomreden is bedoeld voor het geval waarin een inwoner niet wil en de klantmanager onvoldoende perspectief ziet om door te kunnen pakken via een ontwikkeltraject. Dit opvallend hoge aantal heeft ons aangezet tot nadere analyse. We zijn tot de conclusie gekomen dat deze uitstroomreden niet altijd goed wordt toegepast, omdat het in de meeste gevallen gaat om tijdelijk of duurzaam niet-kunnen (zie vorige uitstroomreden). We sturen hierop bij in de uitvoering. Overige instrumenten Een jobcoach-traject wordt ingezet wanneer een inwoner meer of andere begeleiding nodig heeft om duurzaam aan het werk te blijven dan een werkgever redelijkerwijs kan bieden. Een loonwaardemeting wordt ingezet wanneer inwoners met een LDR-indicatie aan het werk gaan. In deze meting wordt nagegaan hoeveel loon de werkgever moet betalen. Vaak zal bij de meting blijken dat de werknemer door een lagere arbeidsproductiviteit niet in staat is om het volledige minimumloon te verdienen. Dan kan de werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen. Besparing op uitkeringen en maatschappelijke kosten Met de dienstverlening die we in de keten gezamenlijk aan inwoners bieden is tot en met het 2e kwartaal ongeveer € 525.000,- aan bijstandsuitkeringen bespaard.
Dit komt doordat inwoners geen gebruik meer
4
maken van de bijstandsuitkering. Ter vergelijking: in 2023 is t/m het 2e kwartaal € 224.000,- aan uitkering bespaard. Welke maatschappelijke effecten treden verder nog op door het aanvaarden van werk? Er is veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de baten van werk uit te drukken in geld. Berenschot becijfert het voordeel van werk ten opzichte van het verblijf in een uitkering, naast de toegevoegde waarde die werkende realiseren, in totaal op € 2.700,- per persoon per jaar. De baten treden vooral op bij de zorgkosten, maatschappelijke ondersteuning, belastinginkomsten, veiligheid en overlast. Tot en met het 2e kwartaal hebben 35 inwoners werk gevonden. Bij elkaar levert dat een maatschappelijke besparing op van € 94.500,-. De baten treden vooral op bij de GGZ, WMO/Welzijn en belastingontvangsten.
Voortgang focuspunten jaarplan Naast het verkennend onderzoek naar de toekomst van de Participatiewet en de doorontwikkeling van de ketensamenwerking in onze regio, werken we aan een verbetering van onze huidige gezamenlijke dienstverlening in de keten. Hierbij focussen we op een aantal onderwerpen. We belichten er twee. Versterken samenwerking op bemiddeling van inwoners naar werk Medewerkers van de drie organisaties zoeken elkaar steeds vaker op als het gaat om bemiddeling naar werk van kandidaten uit ontwikkeltrajecten. Dit is een gezamenlijke opgave van Werkplein, ISD en WVS. Tegelijk merken we in de praktijk dat er behoefte is om hier afspraken met elkaar over te maken om zoveel mogelijk uit de samenwerking te halen, de best passende plek voor de inwoner te realiseren en onze tijd slim te besteden. Samen onderzoeken we hoe we inwoners die een ontwikkeltraject volgen bij één van de drie organisaties beter/sneller kunnen bemiddelen richting werk en wat er nodig is om daarbij tot een uniforme aanpak te komen die binnen elk van de drie aangesloten organisaties kan worden toegepast. Uitgangspunt hierbij is het kijken vanuit het belang van de inwoner.
Onze inwoners staan centraal; wat is nodig om onze inwoner de best passende ‘klantreis’ te laten maken als het gaat om (ontwikkeling en) bemiddeling? Gezamenlijke aanpak participatie statushouders Het aantal inwoners met een migratieachtergrond in de bijstand stijgt gestaag. Inmiddels maakt deze groep ruim 1/3 deel uit van het bijstandsbestand in West-Brabant West. In het afgelopen jaar hebben we binnen de ketensamenwerking pilots gedaan met een groep statushouders die al langer een bijstandsuitkering heeft en een met een groep nieuwe inburgeraars. Dit heeft geleid tot een grondiger onderzoek naar een zo effectief mogelijke gezamenlijke aanpak om de (bij voorkeur betaalde) participatie voor de hele groep statushouders en inburgeraars in het bestand te bevorderen. We werken een beleidsnota en implementatieplan uit. De gemeentekantoren worden hierbij betrokken.
5