CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Verordening reclamebelasting Fijnaart

Commissievergadering 29 augustus 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststellen nieuwe subsidieregeling ondernemersverenigingen vitale centra967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gernfenre

aa

Moerd U k

Verordening Reclamebelasting Fijnaart De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 12 december 2019, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 oktober 2019,

gelet op de artikelen 108 lid l, L47 lid 1, 149 en 227 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellenr De Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting voor Fijnaart van de gemeente

Moerdijk

Aftikel I Definities Deze verordening verstaat onder:

a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daaruan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken van hetgeen wordt aangekondigd

c. jaar: een kalenderjaar; d. bedrijfsruimte: een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen ruimte of terrein, niet zijnde een woning.

AËikel 2 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting Fijnaart wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen op de bij deze verordening behorende kaart, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht

1. De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de bedrijfsruimte waaraan en/of waarbij en/of ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen.

2. In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een

3,

openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe beschikbaar gesteld oppervlakken, geheven van die natuurlijk persoon of rechtspersoon. In añrvijking van het eerste lid, wordt in geval van gebruik door degene aan wie een deel van de gebruiksruimte in gebruik is gegeven: degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven bevoegd is de reclamebelasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven.

AÉikel 4 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigíngen:

a. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

b. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

c. die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen líchamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; op sportterreinen en daarop aanwezige opstallen, met uitzondering van openbare aankondigingen die uitdrukkelijk zijn gericht op de openbare weg, voor zover deze niet uitsluitend betrekking hebben op het terrein, de accommodatie of de daarin gevestigde vereniging of stichting; e. die door agrarische bedrijven zijn aangebracht en betrekking hebben op agrarische activiteiten; aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement of wíjkorganen, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een afbeelding, een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersverenÍging, het centrummanagement of het wijkorgaan; aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; h.

die door politieke paftijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; aangebracht op scholen, verpleeg- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw. die zijn aangebracht aan de voor- of zijkant van een museum voor zover het reclame betreft over het bewaren en tentoonstellen van waardevolle dingen, dan wel waar kunst tentoongesteld wordt.

d.

f.

g.

i. j.

k.

Aftikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1, De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per bedrijfsruimte, ongeacht de oppervlakte van het reclameobject of het aantal reclameobjecten.

2. Het tarief bedraagt voor het hebben van een reclameobject € 200 per bedrijfsruimte, per jaar. AÊikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting ver3.

schuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er ín dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

AÊikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar

Aftikel S Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

AÉikel 9 Termijnen van betaling

1. In añruijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden

2.

betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

2

Aftikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

AËikel 11 Inwerkingtreding

1. Deze verordenÍng treedt in werking met íngang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van heffing is l januarí 2020.

A¡tikel 12 CiteeÊitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening Reclamebelasting Fijnaaft".

in de openbare raadsvergadering van 12 december 2019. De

H.D

J.P

3

Bijlage verordening reclamebelasting Fijnaart Kaart zoals bedoeld in artikel 2van de'Verordening reclamebelasting Fijnaart"

F

j naart

N ìi

':

-1

)

Legcnda

r

Gebled reclamebelastlng Ferceelgrens

-

#

Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Moerdijk d.d 2019

Mij bekend, de raadsgriffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=e8d862b9-cd6d-4f07-84cf-d3b58121f076