Bijlage 5 - Gewijzigd en gecombineerd verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Uw omgeving. Ons vakgebied.
GECOMBINEERD (AANVULLEND) VERKENNEND BODEMONDERZOEK, NADER BODEMONDERZOEK EN NADER ONDERZOEK ASBEST IN GROND “VOORMALIG ZNS TERREIN” BOOMGAARDSTRAAT 10 FIJNAART
Opdrachtgever :
Dura Vermeer Infra Milieu B.V. Taurusavenue 165 2132 LS Hoofddorp
Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:
50230509-NBO EJ50230509.R001-1 Definitief 11 maart 2024
Projectleider (Mede)auteur
D.L. van Loon MSc Ing. H.B.C. Jansen MSc D.L. van Loon MSc Ing. H.B.C. Jansen MSc
par: par:
Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808
Wematech bodem adviseurs b.v. Windmolen 23 4751 VM Oud Gastel
T +31 (0)165 565910 E bodemadviseurs@wematech.nl www.wematech.nl
KvK BTW IBAN
20104743 NL 810303206B01 NL82 RABO 0102 5687 07
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
SAMENVATTING In opdracht van Dura Vermeer Infra Milieu B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in september en oktoberseptember en oktober 2023 een gecombineerd (aanvullend) verkennend bodemonderzoek, nader bodemonderzoek en nader onderzoek asbest in grond uitgevoerd ter plaatse van het voormalige ZNS terrein aan de Boomgaardstraat 10 te Fijnaart. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen woningbouw. Het veldwerk is uitgevoerd in september en oktober 2023. Bij de uitgevoerde grondboringen is op basis van zintuiglijke beoordeling onder en rond de bebouwing tot een diepte van circa 50 cm-mv een ophoog-/funderingslaag bestaande uit grond met bijmengingen tot volledige lagen van voornamelijk baksteen- en betonpuin aangetroffen. In deze laag zijn plaatselijk asbesthoudende materialen aangetroffen. Ter plaatse van RE7 SL4 en omgeving is een blauwgrijze slakkenfundering aangetroffen. Deze laag is separaat onderzocht (zie briefrapportage EJ50230506.B001-0). In boring 03-024 zijn in de laag 160-200 cm – mv resten slib aangetroffen. Het betreft hier waarschijnlijk de bodem van een oude sloot welke (uitgaande van de kaarten uit Topotijdreis) reeds voor de oorlog is gedempt.
Nader en aanvullend milieuhygiënisch onderzoek Al de bij het eerdere en het huidige onderzoek aangetroffen verontreinigingen zijn te relateren aan de puinhoudende grond/puinlagen welke zich voornamelijk in de bovengrond (0-50 cm-mv) bevinden. Doordat bij het verkennend onderzoek een aantal puinfunderingen ten onrechte als (sterk verontreinigde) puinhoudende grond is geclassificeerd en de onderliggende grondlagen ter plaatse niet sterk verontreinigd zijn, zijn met dit onderzoek een aantal spots met sterke verontreiniging analytisch niet bevestigd. Er zijn na inkadering ter plaatse van boring 1-07 en 2-06 beperkte spots van 5 en 10 m³ aanwezig. Het handelt in beide gevallen derhalve niet om een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er is ter plaatse van boring 03-02 een sterke verontreiniging met zink aanwezig welke aan de zuidzijde nog ingekaderd dient te worden. Ter plaatse van boring S03 is in het dempingsmateriaal van de voormalige sloot (80-130 cmmv) een sterke verontreiniging met zink aangetroffen. Deze verontreiniging dient horizontaal nog te worden ingekaderd. De eerder aangetroffen sterke grondwaterverontreiniging (met zware metalen) ter plaatse van peilbuis 7-09 is bij dit onderzoek niet bevestigd.
Tevens kan geconcludeerd worden dat de activiteiten ter plaatse van de voormalige spuiterij en verfopslag niet hebben geleid tot een verontreiniging met VOCl en dat er geen aanwijzingen zijn gevonden die er op duiden dat er in het verleden (significante hoeveelheden) pesticiden op het terrein zijn gebruikt ter plaatse van het westelijk deel van het perceel. Pagina: 2 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
Pagina: 3 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
Nader onderzoek asbest in grond en puin Op de noordwestzijde van het terrein is in de puinhoudende grond (RE5SL3 en RE5SL4) en de puinfunderingen (RE5SL5 en RE6SL1) een verontreiniging met asbest aanwezig welke de interventiewaarde/restconcentratienorm van 100 mg/kgds overschrijdt. Ook onder het noordoostelijke deel van het pand is in de puinfundering (RE1SL4 en RE1SL5) een verontreiniging met asbest aanwezig welke de restconcentratienorm van 100 mg/kgds overschrijdt. Ter plaatse van het zuidoostelijk deel van het pand is in de puinfundering (RE4SL5) een verontreiniging met asbest aanwezig welke de restconcentratienorm van 100 mg/kgds overschrijdt. Opgemerkt dient te worden dat in het veld een vochtpercentage van 13-18% in de grond/et puin is bepaald. Bij het laboratoriumonderzoek is echter een hoger vochtpercentage vastgesteld. Als gevolg van dit hogere vochtpercentage blijkt dat het drooggewicht van de enkele aangeleverde puinmengmonsters net onder de 24 kg is bepaald. Dit is een afwijking van de NEN5897/NEN5898. In het laboratorium is derhalve meer dan de in NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5 1 mm en 1 2 mm onderzocht om te bewerkstellen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald. De gemeten gehaltes worden derhalve wel als representatief beschouwd.
Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond-, puin-, materiaal- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat de resultaten aanleiding geven om de bodem te saneren. Advies Alvorens tot saneren wordt overgegaan wordt geadviseerd om de zinkspot ter plaatse van boring 03-02 en de zinkspot ter plaatse van boring S03 verder in te kaderen. In het geval van boring S03 (gedempte sloot) kan dit mogelijk pas na sloop van de naastgelegen bebouwing. Ten aanzien van de aangetroffen verontreinigingen met asbest wordt geadviseerd om de asbestspot ter plaatse van RE4SL5 in te kaderen. In overweging wordt gegeven om ter plaatse van de overige twee asbestspots een aanvullend sleuvenonderzoek uit te voeren om zo een betere inschatting van het te saneren volume te verkrijgen. Daar een van de spots zich in een puinlaag onder de bebouwing bevindt wordt geadviseerd dit aanvullende onderzoek pas na sloop van de opstallen uit te voeren.
Pagina: 4 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
INHOUDSOPGAVE: Blz. SAMENVATTING 1.
INLEIDING
7
1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.2. Opbouw rapportage
7 8
2.
9
VOORONDERZOEK
2.1. Locatiegegevens 2.2. Historie 2.3. Huidige situatie en terreinverkenning 2.4. Belendende percelen 2.5. Bodemonderzoeken/saneringen 2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties 2.7. Geo(hydro)logie 2.8. Toekomstige situatie 2.9. Conclusie vooronderzoek 2.10. Onderzoeksstrategie
9 9 11 11 11 13 14 14 15 16
3.
19
VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.
Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming 3.9. Grond 3.10. Grondwater
19 19 19 20 22 22 24 24 24 25 26
4.
27
NADER ONDERZOEK ASBEST IN GROND EN PUIN
4.1. Inleiding 4.2. Veldwerkzaamheden 4.3. BRL SIKB 2000 4.4. Laboratoriumonderzoek 4.5. Bodemopbouw 4.6. Zintuiglijke waarnemingen 4.7. Toetsing 4.8. Materiaal 4.9. Grond 4.10. Puin
27 27 27 28 30 30 31 32 33 34
5.
35
BESPREKING RESULTATEN
5.1. Zintuiglijke waarnemingen 5.2. Nader en aanvullend milieuhygiënisch bodemonderzoek 5.3. Nader onderzoek asbest in grond/puin
35 35 37 Pagina: 5 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
6.
CONCLUSIES EN ADVIES
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
38
6.1. Conclusie 6.2. Advies
38 39
8.
40
RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID
8.1. Restrisico 8.2. Betrouwbaarheid
40 40
GERAADPLEEGDE BRONNEN BIJLAGEN: 1. Regionale en kadastrale (situatie)schets 2. Situatieschetsen met boringen, sleuven, gaten en peilbuizen 3. Profielbeschrijvingen grondboringen, gaten en sleuven 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Analyseresultaten puin en materiaal 7. Toetsingskader grond en grondwater Wbb 8. Foto’s onderzoekslocatie 9. Berekening asbestconcentraties
Pagina: 6 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
1. INLEIDING 1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van Dura Vermeer Infra Milieu B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in september en oktober 2023 een gecombineerd (aanvullend) verkennend bodemonderzoek, nader bodemonderzoek en nader onderzoek asbest in grond uitgevoerd ter plaatse van het voormalige ZNS terrein aan de Boomgaardstraat 10 te Fijnaart. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. Het gecombineerd onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw ter plaatse. In verband met deze bouwplannen wordt in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) door de overheid een inzicht gevraagd in de kwaliteit van grond en grondwater, alvorens een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) verleend kan worden. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan de aard en omvang van bij eerdere onderzoeken aangetroffen verontreinigingen vast te stellen. Aan de hand hiervan kan dan worden vastgesteld welke (sanerings)maatregelen dienen te worden genomen in het kader van de voorgenomen bouwplannen ter plaatse. Op basis van de verkregen informatie is, in overleg met de opdrachtgever, voor het (aanvullend) verkennend bodemonderzoek een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de NEN 5740.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Voor het nader milieuhygiënisch onderzoek is een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de technische afspraak NTA 5755. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een nader bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging Voor het nader asbestonderzoek is een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van NEN 5707 (grond) of NEN 5897 (puin). Deze normen beschrijven de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een nader bodemonderzoek naar de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de (maximale) waarden uit de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de toepassingswaarden uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, geactualiseerde versie december 2021) gebruikt.
Pagina: 7 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen, waar van toepassing, binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001, 2002 en 2018). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.
1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, conform NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 het (aanvullend) verkennend en nader milieuhygiënisch bodemonderzoek en in hoofdstuk 4 het nader onderzoek asbest in grond en puin besproken. In hoofdstuk 5 worden de resultaten besproken en in hoofdstuk 6 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 7 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.
Pagina: 8 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
2. VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725:2017. In het vooronderzoek wordt relevante informatie verzameld om onderbouwde antwoorden te formuleren op de relevante onderzoeksvragen zoals beschreven in de norm.
2.1. Locatiegegevens De locatiegegevens van de onderzoekslocatie (afgebakend geografisch gebied) zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1. Locatie gegevens Adresgegevens Kadastrale gegevens
RD-coördinaten Oppervlakte percelen Oppervlakte onderzoekslocatie Eigendomssituatie
Boomgaardstraat 10 te Fijnaart Gemeente: Sectie: Fijnaart F P X: 91793 Y: 405374 20.850 m2 20.850 m2 BML Vastgoed 2 B.V.
Nummer(s): 1986, 2133 en 2683 262
De onderzoekslocatie is gelegen ten oosten van de Boomgaardstraat en ten noorden van de Kadedijk, welke gelegen zijn ten zuidoosten van het centrum van Fijnaart.
2.2. Historie - gebruik Uit verkregen informatie is gebleken dat op het oostelijke deel van de locatie voor 1950 al bebouwing aanwezig was. Het westelijke deel en naastgelegen percelen waren indertijd waarschijnlijk in gebruik als boomgaard. In 1951 werd ter plaatse een machinefabriek (ZNS) opgericht, welke in 1961 en 1968 werd uitgebreid met constructiewerkplaatsen. Afbeelding 2.1 Situatie 1956
Afbeelding 2.2 Situatie 1973
Ook werd rond deze tijd (volgens de BAG-viewer in 1965) een kantoorgebouw gerealiseerd. Hiervoor werd ter plaatse van de westzijde van het kantoor (ter plaatse van de perceelsgrens met percelen F1493 t/m F1496) een sloot gedempt. Pagina: 9 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
In 1982 werd tegen de reeds bestaande bouw een extra loods gebouwd. In de jaren 1990 is het bedrijf naar Heijningen verhuisd en zijn de bedrijfsactiviteiten ter plaatse beëindigd. Sindsdien vinden er geen activiteiten meer plaats. Afbeelding 2.3 Situatie 1993
Afbeelding 2.4 Situatie 2018
Bij de gemeente Moerdijk (via bodemrapportage omgevingsdienst) en de opdrachtgever was bekend dat ter plaatse van de onderzoekslocatie potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks, kabels, leidingen e.d. gelegen. Wel heeft op de locatie een demping van een sloot plaatsgevonden maar ligt het maaiveld niet verhoogd ten opzichte van de omgeving wat er op duidt dat er geen ophogingen van het terrein hebben plaatsgevonden. - overig Voor zover bekend hebben zich ter plaatse van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan die tot gevolg hebben gehad dat verontreinigende stoffen op of in de bodem zijn geraakt. Voor zover bekend zijn op de locatie geen (punt)bronnen voor PFAS/GenX danwel heeft er een brand gewoed, welke geblust zou zijn met blusschuim. De locatie is bij het bevoegd gezag en/of op het bodemloket bekend als locatie waar mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging en/of bekend als locatie waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. De Wbb-code van de locatie is NB170900445. Uit de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) c.q. archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde.
Voor zover bekend is liggen er op de onderzoekslocatie geen conventionele explosieven. Aangezien er voor dit gebied geen kaarten voorhanden zijn, is dit echter niet volledig uit te sluiten.
Pagina: 10 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
2.3. Huidige situatie en terreinverkenning Op basis van de terreinverkenning en gegevens uit eerder onderzoek (zie 2.5) kan het volgende gezegd worden: Centraal op het perceel is de buiten gebruik gestelde fabriek van de Zuid-Nederlandse Staalbouw gesitueerd. De vloer van de fabriek bestaat uit circa 10 tot 25 cm dik beton met hieronder grond (zand of klei) met plaatselijk bijmengingen tot volledige lagen met baksteen en/of beton. Op de zuidwesthoek van het terrein is het voormalige kantoorgebouw en halverwege de oostzijde van het terrein is een opslagloods met voormalige instructieruimte gesitueerd. De vloer van deze ruimte bestaat uit circa 10 cm dik beton en klinkers op grond met plaatselijk sporen tot volledige lagen baksteen. Op het buitenterrein vond opslag van materiaal (metaal) plaats. Dit buitenterrein is deels verhard met stelconplaten of klinkers, waarvan een deel is voorzien van een dunne laag asfalt. Het onverharde gedeelte (en ook de grond onder de verharding) bevat tot circa 1 mmv puinbijmengingen welke zeer heterogeen van aard (o.a. baksteen, ijzer, kolengruis, puin en beton) en samenstelling (sporen tot volledige lagen) is. Vanaf de Kadedijk tot het achterterrein is een geasfalteerde bedrijfsweg aanwezig. Onbekend is of zich hieronder een puinfundering of (puinhoudende) grond bevindt.
Ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving vinden voor zover bekend al ruim 30 jaar geen potentieel bodembedreigende activiteiten meer plaats.
2.4. Belendende percelen Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: - aan de noordzijde bevindt zich garage De Westhoek en een veld met bomen ; - aan de oostzijde bevindt zich landbouwgrond; - aan de zuidzijde bevindt zich de Kadedijk; - aan de westzijde bevindt zich de Boomgaardstraat met woningen.
2.5. Bodemonderzoeken/saneringen - eerdere bodemonderzoeken locatie In verband met de voorgenomen plannen is in april en mei 2022 door SGS een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het ZNS terrein te Fijnaart. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek waren voor het verkennend bodemonderzoek 9 deellocaties te onderscheiden. Hieronder zijn de deellocaties met analyseresultaten weergegeven: • Deellocatie 1; Spuiterij (525 m2) In de bovengrond onder de betonvloer werden plaatselijk zwakke tot matige bijmengingen met baksteen en sterke bijmengingen met glas en resten rubber aangetroffen. De bovengrond was plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt, koper en lood. De ondergrond is niet onderzocht. Het grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan zink. De sterke verontreiniging van zink in de bovengrond ter plaatse van boringen 01-06 en 01-07 is verticaal, maar nog niet horizontaal ingekaderd. Pagina: 11 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
• Deellocatie 2: Werkplaats / opslag binnen (4.200 m2) In de bovengrond onder de betonvloer werden plaatselijk matige tot sterke bijmengingen met baksteen, sterke bijmengingen met kolengruis en sintels, matige bijmengingen met beton en resten ijzer aangetroffen. De bovengrond was plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met nikkel, koper, lood en zink en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt, molybdeen, cadmium en PAK. De ondergrond was plaatselijk licht verontreinigd met PCB, minerale olie, nikkel, zink, lood en PAK. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen ten opzichte van de detectiegrens. De sterke verontreinigingen in de bovengrond ter plaatse van boringen 02-06 en 02-09 zijn zowel horizontaal als verticaal niet ingekaderd. • Deellocatie 3: Verfafval (30 m2) In de bovengrond (onverhard) werden plaatselijk brokken tot sterke bijmengingen met beton, brokken tot matige bijmengingen met puin, brokken baksteen en een zwakke tot sterke (stook)oliegeur en een zwakke olie-water reactie waargenomen. De bovengrond was sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, nikkel, molybdeen, cadmium, lood en PAK. In de ondergrond is niet onderzocht. Het grondwater was licht verontreinigd met molybdeen, xylenen en naftaleen.
De sterke verontreinigingen in de bovengrond ter plaatse van boring 03-02 en 03-03 zijn zowel horizontaal als verticaal niet ingekaderd. • Deellocatie 4: Olieopslag magazijn (< 10 m2) In de bovengrond onder de betonvloer werd een zwakke bijmenging aan baksteen waargenomen. In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen van de geanalyseerde parameters. Het grondwater was niet verontreinigd met een van de geanalyseerde parameters. • Deellocatie 5: Werkplaats / opslag gebouw 2 (950 m2) In de bovengrond onder de beton-/klinkervloer werd brokken baksteen aangetroffen. De bovengrond was plaatselijk licht verontreinigd met kobalt. De ondergrond is niet onderzocht. Het grondwater was niet verontreinigd met een van de geanalyseerde parameters. • Deellocatie 6: Opslag olieproducten (< 10 m2) In de bovengrond onder de betonverharding werden plaatselijk sporen baksteen aangetroffen. De ondergrond was niet verontreinigd met minerale olie en aromaten. Het grondwater was niet verontreinigd met een van de geanalyseerde parameters.
• Deellocatie 7: Overig terrein (15.200 m 2) In de onverharde of plaatselijk met klinkers verharde bovengrond werden plaatselijk resten tot sterke bijmengingen met kolengruis, sporen tot sterke bijmengingen met baksteen, resten tot sterke bijmengingen met ijzer, brokken beton, brokken slakken, zwakke bijmengingen met puin en zwakke bijmengingen tot volledige lagen stenen aangetroffen. De bovengrond was plaatselijk sterk verontreinigd met lood, matig verontreinigd met koper en zink en licht verontreinigd met PCB, kobalt, nikkel, cadmium, PAK en minerale olie. De ondergrond was licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater was plaatselijk sterk verontreinigd met nikkel, koper, zink, cadmium, barium en lood en licht verontreinigd met kobalt, kwik, benzeen en xylenen. De sterke verontreiniging met nikkel in de bovengrond ter plaatse van boring 07-10 is verticaal wel, maar horizontaal nog niet ingekaderd. De sterke verontreiniging met lood en de matige verontreinigingen met koper en zink zijn zowel horizontaal als verticaal niet ingekaderd. • Deellocatie 8: Tank (< 10 m2) In de bovengrond werden onder de betonvloer sporen baksteen aangetroffen. Er zijn geen verontreinigingen met minerale olie en aromaten aangetroffen. Het grondwater was niet verontreinigd met een van de geanalyseerde parameters.
Pagina: 12 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
• Deellocatie 9: Afvalcontainers (circa 75 m 2) In de (onverharde) bovengrond werden plaatselijk matige bijmengingen met baksteen, zwakke bijmengingen met puin, zwakke bijmengingen met stenen en brokken beton aangetroffen. De bovengrond was plaatselijk sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, cadmium, kwik lood en PAK. De ondergrond is niet onderzocht. Het grondwater is niet onderzocht. De sterke verontreiniging met zink is wel verticaal, maar horizontaal niet afgeperkt. Bij het verkennend onderzoek naar asbest in grond werd bij de maaiveldinspectie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van proefgat (07-)17 werd in de fractie > 20 mm asbesthoudend (hechtgebonden, 2-5% chrysotielhoudend) plaatmateriaal aangetroffen. Ook in de fijne fractie van de mengmonsters ASBMM01 (gaten 01-04, 02-01, 02-02, 02-03 en 04-01), ASBMM02 (gaten 01-05, 02-10, 02-11, 02-15 en 02-17), ASBMM03 (gaten 03-01, 03-02, 03-03, 07-16 en 07-17) en ASBMM06 (gaten 07-28, 07-29, 07-30, 0731 en 07-32) is asbest aangetroffen. Het totaal gehalte aan asbest in mengmonsters ASBMM01 en ASBMM06 overschreden met 258 respectievelijk 108 mg/kgds de nadere onderzoekswaarde van 50 mg/kgds. In de overige mengmonsters werd deze waarde niet overschreden.
Geadviseerd werd een nader onderzoek uit te voeren ter plaatse van deellocaties 1 (inkadering zink in grond), 2 (inkadering nikkel, koper, lood en zink in grond), 3 (inkadering zink en lood in grond), 7 (inkadering lood, koper en zink in grond en herbemonstering peilbuis) en 9 (inkadering zink). Tevens werd een, ter plaatse van de gaten van mengmonsters ASBMM01 en ASBMM06, nader onderzoek naar asbest in grond geadviseerd. Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [SGS Search Ingenieursbureau B.V., projectnummer: 25.22.00174, d.d. 10 juni 2022]. Voor zover bekend zijn er op het terrein geen eerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. - eerdere saneringen locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd. - eerdere saneringen omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd, welke in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.
2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties Er is bij de gemeente en de provincie informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater op en nabij de locatie. Op basis van de bestudeerde onderzoeksgegevens blijkt dat regionaal verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater worden gemeten zonder dat hiervoor een duidelijke bron van verontreiniging is aan te wijzen. De locatie is volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart gelegen in de kwaliteitszone achtergrondwaarde met als bodemfunctieklasse achtergrondwaarde.
Pagina: 13 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
2.7. Geo(hydro)logie Regionale geologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is afgeleid van de gegevens van de Geologische Dienst Nederland, DINOloket en het Actueel Hoogtebestand Nederland. De regionale bodemopbouw is tot circa 25 m-mv weergegeven in tabel 2.2. De hoogte ligging van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie betreft circa 0,6 m+NAP. Tabel 2.2. Regionale geologie Diepte Formatienaam (m-mv) Tot -4,3 Holocene afzetting 4,3-6,7
Boxtel
6,7-7,3
Waalre
7,3-25
Peize en Waalre
Samenstelling
Kenmerk
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Deklaag Watervoerend pakket Scheidende laag Watervoerend pakket
Lokale ondiepe bodemopbouw Aan de hand van eerder uitgevoerde grondboringen op en/of nabij de locatie kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) Grondsoort 0-300 Zeer heterogene bodemopbouw bestaande uit lagen niet tot matig humeus zwak tot matig siltig matig grof tot matig fijn zand of niet tot matig humeus zwak tot sterk zandig klei zwak humeus zwak siltig matig fijn zand
Grondwaterstroming De globale horizontale stroming van het freatisch grondwater is oostelijk gericht. Grondwaterstand Op basis van de voorhanden zijnde gegevens is een grondwaterstand van circa 0,7 tot 1,5 m-mv te verwachten. Grondwateronttrekkingen Op basis van de PMV Noord-Brabant kan worden gesteld dat de locatie niet binnen een beschermingszone van een waterwingebied ligt. Verder vinden er geen geregistreerde grondwateronttrekkingen plaats in de directe omgeving.
2.8. Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om op het voormalige bedrijfsterrein van de Zuid-Nederlandse Staalbouw (ZNS) 53 nieuwbouwwoningen te realiseren. Pagina: 14 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
2.9. Conclusie vooronderzoek Het verkennend bodemonderzoek is ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant (OMWB). Zij concluderen het volgende: “Met de in het rapport opgenomen conclusies en aanbevelingen kunnen wij gedeeltelijk instemmen. De bodemkwaliteit van de locatie vormt op dit moment een belemmering voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor het aspect bouwen van 53 woningen en ook voor de hiervoor noodzakelijke bestemmingswijziging. Voorafgaand aan de bestemmingswijziging en het afgeven van een omgevingsvergunning moet nader bodemonderzoek op diverse deellocaties plaatsvinden om de vastgestelde verontreinigingen in te kaderen. Verder moet op de deellocaties 1 en 3 ook onderzoek plaatsvinden naar de aanwezigheid van VOCl in de bodem. Dat is tot op heden niet uitgevoerd.
Geadviseerd wordt voorafgaand aan de uitvoering van het nader bodemonderzoek de opzet er van af te stemmen de gemeente Moerdijk, dan wel met de OMWB…” Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, het voorgaand verkennend bodemonderzoek en de door de OMWB aangedragen aanvullingen dienen volgende punten nog (verder) te worden onderzocht: - Nader onderzoek (enkel horizontale inkadering) naar de matig tot sterke verontreiniging in de bovengrond van boringen 01-06 en 01-07; - Nader onderzoek (horizontale en verticale inkadering) naar de sterke verontreiniging met koper lood en nikkel in de bovengrond ter plaatse van boring 02-09; - Nader onderzoek (horizontale en verticale inkadering) naar de sterke verontreiniging met lood in de bovengrond ter plaatse van boring 02-06; - Nader onderzoek (horizontale inkadering en verticale inkadering) naar het sterk verhoogd gehalte zink in bovengrond van boring 03-02 en 03-03; - Nader onderzoek (horizontale inkadering) naar het sterk verhoogd gehalte nikkel in bovengrond ter plaatse van boring 07-10; - Nader onderzoek (horizontale en verticale inkadering) naar het sterk verhoogd gehalte lood in ondergrond ter plaatse van boring 07-30; - Nader onderzoek (horizontale inkadering) naar het sterk verhoogd gehalte zink in ondergrond ter plaatse van boring 07-18a; - Aanvullend verkennend onderzoek naar het gehalte VOCl in grond en grondwater ter
plaatse van deellocatie 1; - Aanvullend verkennend onderzoek naar gehalte VOCl in grond en grondwater ter plaatse van deellocatie 3: - Nader onderzoek asbest in grond ter plaatse van gat 01-04; - Nader onderzoek asbest in grond ter plaatse van gaten 02-01 t/m 02-03 en 04-01; - Nader onderzoek asbest in grond ter plaatse van gaten 07-28 t/m 07-32; Op basis van het vooronderzoek dienen ook nog de volgende punten te worden onderzocht: - Aanvullend verkennend onderzoek ter plaatse van de gedempte sloot om vast te stellen of deze gedempt is met gebiedseigen grond of met bodemvreemd materiaal; - Indicatief onderzoek bovengrond westelijk terreindeel om vast te stellen of ter plaatse van de voormalige boomgaard, organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) zijn gebruikt.
Pagina: 15 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
2.10. Onderzoeksstrategie Aanvullend verkennend en nader milieuhygiënisch bodemonderzoek In tabel 2.4 wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde onderzoeksstrategie. Tabel 1. Overzicht onderzoeksstrategie (aanvullend verkennend- en) nader bodemonderzoek Deellocatie 1 (525 m²)
Norm: strategie NTA 5755
Verharding Beton
2
NEN 5740 VED-HE NTA 5755
Beton
NTA 5755
Beton
NTA 5755/NEN 5740 VED-HE
Onverhard
3 (30 m²)
7
NEN 5740 VED-HE NTA 5755
Onverhard, klinkers
NTA 5755
9
NTA 5755
Veldwerk 8 inkaderende boringen tot 1,0 – onderkant beton rondom boringen 0106 en 01-07 7 boringen tot 0,5 m-gws (max 2 m)* Bemonsteren bestaande peilbuis Opnieuw plaatsen van boring 02-09 tot 1,5 m-onderkant beton (verticale inkadering) Rondom boring 02-09 4 boringen tot 1,0 m-onderkant beton (horizontale inkadering) Opnieuw plaatsen van boring 02-06 tot 1,5 m-onderkant beton (verticale inkadering) Rondom boring 02-06 4 boringen tot 1,0 m-onderkant beton (horizontale inkadering) Opnieuw plaatsen van boring 03-02 tot 200 cm-mv (verticale inkadering) Rondom boringen 03-02 en 03-03 4 boringen tot 100 cm-mv (horizontale inkadering)* 4 boringen tot 0,5 m-gws (max 2 m)*† Bemonsteren bestaande peilbuis Rondom boring 07-10 4 boringen tot 100 cm-mv (horizontale inkadering) Opnieuw plaatsen van boring 07-30 tot 200 cm-mv (verticale inkadering) boringen tot 0,5 m-mv Rondom boring 07-30 4 boringen tot 100 cm-mv (horizontale inkadering)
Onverhard
Rondom boring 07-18a 4 boringen tot 100 cm-mv (horizontale inkadering)
Aantal analyses (vlgs AS3000) grond grondwater 8 zink/L/H bodemlaag 0-50 cm-onderkant beton 3 VOCl/H (steekbus) 1 VOCl gws 1 zink/koper/lood, nikkel/L/H boring 0209 (50-100 cm-mv) 4 zink/koper/lood, nikkel/L/H overige boringen (0-50 cmmv) 1 lood/L/H boring 02- 06 (40-90 cm-mv) 4 lood/L/H overige boringen (0-50 cmmv) 1 lood/zink/L/H boring 03-02 (30-80 cm-mv) 4 lood/zink/L/H overige boringen (050 cm-mv) 1 VOCl (steekbus) gws 4 nikkel/L/H boringen rondom boring 07-10 (0-50 cm-mv) 1 lood/zink/koper/L/H boring 07-30 (50-100 cm-mv) 1 lood/zink/koper/L/H boring 07-30 (100150 cm-mv) 4 lood/zink/koper/L/H overige boringen (50100 cm-mv) 4 zink/L/H inkaderende boringen (50-100 cm-mv) Enkel bij afwijkende bodemopbouw
-
1 VOCl 1 standaardpakket (herbemonstering peilbuis 07-09) -
-
Gedempte Eigen Onver1 raai van 3 boringen tot 1,5 m-mv sloot(50 hard, m1) klinkers Bovengrond Eigen Divers 4 boringen tot 0,3 m-mv 1 OCB/H westelijk deel terrein * Omdat ter plaatse al een peilbuis aanwezig is welke bemonsterd kan worden zal nabij de peilbuis een diepe boring worden geplaatst. † Gezien de geringe omvang van de onderzoekslocatie kunnen de boringen gecombineerd met het nader onderzoek worden uitgevoerd.
In het veld zal de zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid van het grondwater overeenkomstig de NEN5744 worden bepaald.
Pagina: 16 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
Het standaardpakket voor landbodem en grond bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • PAK (10 VROM); • PCB (7); • minerale olie; • lutum- en humusgehalte. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen); benzeen, tolueen, ethylbenzeen, somxylenen (som o, m, p), styreen en naftaleen; • VOCl (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen): vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis -1,2-dichlooretheen, som 1,2dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform; • minerale olie (GC). De geleidbaarheid, zuurgraad en troebelheid van het grondwater worden tijdens het bemonsteren van het grondwater bepaald. Nader onderzoek asbest in grond - Fase 1 Maaiveldinspectie Voorafgaand aan de werkzaamheden zal het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd worden door een deskundig asbestonderzoeker volgens 6.2 uit de NEN5707.
De inspectie kan plaatsvinden onder de volgende weersomstandigheden: - bij droog weer: geen regen (> 10 mm), hagel of sneeuw; - bij daglicht (geen schemering); - bij helder weer (geen mist); het zicht moet minimaal 100 meter bedragen. Bij uitvoering van de veldinspectie dient rekening gehouden te worden met de inspectieefficiëntie. Hieronder worden de richtpercentages voor grond gegevens, waarbij uitgegaan is van droog en helder weer en een deskundig onderzoeker. Tabel 2.7. Inspectie efficiëntie Type grond Zand Klei/leem en veen
Conditie toplaag Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
Inspectie-efficiëntie 90-100 % 70-90 % 70-90 % 50-70 %
Bij de interpretatie van de gegevens dient rekening gehouden te worden met deze efficiëntiepercentages.
Pagina: 17 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
- Fase 2 Na uitvoering van de maaiveldinspectie wordt het onderstaande onderzoek verricht. Hierbij is de inzet van een kraan benodigd. Mochten er bij de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen worden aangetroffen, dan zullen waar nodig extra sleuven voor het nader onderzoek asbest worden gegraven. Tabel 2.8. Overzicht onderzoeksstrategie Deellocatie
Norm: strategie
Verharding
Veldwerk
Aantal analyses
Gaten 01-04, 02-01 t/m 02-03, 0401 en 07-28- t/m 07-32 en directe omgeving (7000 m²)
NEN5707: 7
Beton, onverhard
35 sleuven tot 0,5 m-mv van min.2,0x0,3 m (7 ruimtelijke eenheden)
7 (NEN5898)
De uit de sleuven vrijkomende grond wordt gezeefd over een (mobiele) zeef met maaswijdte van 20 mm. Het materiaal > 20 mm wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Uitgangspunt is dat na zeven alle asbestverdachte materialen > 20 mm zijn verwijderd. De mengmonsters worden samengesteld uit de gezeefde grond / het gezeefde puin (fractie < 20 mm). Asbestverdachte materialen (> 20 mm) worden per sleuf en per laag van maximaal 50 cm bemonsterd (materiaalverzamelmonster). De sleuven worden (indien mogelijk) met behulp van GPS x/y ingemeten.
Pagina: 18 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
3. VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK 3.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5740 en technische afspraak NTA 5755 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000.
3.2. Veldwerkzaamheden Voordat met het veldwerk is begonnen, is een terreinverkenning verricht en is het maaiveld van het terrein visueel gecontroleerd op mogelijke verontreinigingen als gevolg van o.a. illegale lozingen en/of stortingen (bijv. afgewerkte olie, gevaarlijk afval, asbestverdachte materialen e.d.). Tijdens deze controle zijn geen bijzonderheden aangetroffen. De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Plaatsen grondboringen
Protocol 2001
Datum 11-09-2023 12-09-2023 13-09-2023 14-09-2023 18-09-2023 03-10-2023 03-10-2023
Bemonsteren bestaande 2002 peilbuizen (inclusief veldmetingen grondwater)* * De peilbuizen zijn op 18 september voorgepompt
Erkende veldwerker(s) J.R. Flanagan en C.A.L. Mol J.R Flanagan J.R Flanagan J.R Flanagan J.R Flanagan en J.F.J.L. van Overveld J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters
De profielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De profielbeschrijvingen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 3. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 50 cm. De situering van de boorplaatsen en de peilbuizen is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 8.
3.3. BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000.
Pagina: 19 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
3.4. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, waar conservering en analyse volgens de AS3000 heeft plaatsgevonden. - grond Het laboratorium is verzocht mengmonsters samen te stellen en deze en individuele monsters te analyseren volgens tabel 3.2. De analysecertificaten van de grond(meng)monsters is opgenomen in bijlage 4. Tabel 3.2. (Meng)monsters grond MengDeelmonsters Motivatie Analysepakket monster 1. Nader onderzoek zinkspots ter plaatse van boring 01-06 in de spuiterij 01-61 (60-110) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 01-62 (60-110) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 01-63 (60-110) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 01-64 (60-110) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 1. Nader onderzoek zinkspots ter plaatse van boring 01-07 in de spuiterij 01-071 (10-60) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 01-072 (10-25) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 01-073 (10-50) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 01-074 (10-50) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 1.
Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de spuiterij 101 (100-120) Vaststellen gehalte VOCl in “worst case VOCl/H bodemlaag” 104 (80-100) Vaststellen gehalte VOCl in “worst case VOCl/H bodemlaag” 107 (80-100) Vaststellen gehalte VOCl in “worst case VOCl/H bodemlaag” 2. Nader onderzoek loodspot ter plaatse van boring 02-06 in werkplaats/opslag binnen 02-060 (30-80) Verticale inkadering loodspot Lood/L/H 02-061 (10-25) Horizontale inkadering loodspot Lood/L/H 02-062 (10-25) Horizontale inkadering loodspot Lood/L/H 02-063 (10-25) Horizontale inkadering loodspot Lood/L/H 02-064 (10-25) Horizontale inkadering loodspot Lood/L/H 2. Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 02-09 in werkplaats/opslag binnen 02-090 (60-110) Verticale inkadering metalenspot* Zink/koper/lood, nikkel/L/H 02-091 (60-110) Horizontale inkadering metalenspot Zink/koper/lood, nikkel/L/H 02-092 (60-110) Horizontale inkadering metalenspot Zink/koper/lood, nikkel/L/H 02-093 (60-110) Horizontale inkadering metalenspot Zink/koper/lood, nikkel/L/H 02-094 (60-110) Horizontale inkadering metalenspot Zink/koper/lood, nikkel/L/H 3.
Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 03-02 bij opslag verfafval 03-020 (100-150) Verticale inkadering metalenspot Lood/Zink/L/H 03-021 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Zink/L/H 03-022 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Zink/L/H 03-023 (14-50) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Zink/L/H 03-024 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Zink/L/H 03-025 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Zink/L/H 3. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de opslag verfafval 03-022 (150-170) Vaststellen gehalte VOCl in “worst case VOCl/H bodemlaag” 03-023 (150-170) Vaststellen gehalte VOCl in “worst case VOCl/H bodemlaag” 7. Nader onderzoek nikkelspot ter plaatse van boring 07-10 op het overig terrein 07-101 (50-100) Horizontale inkadering nikkelspot Nikkel/L/H 07-102 (50-100) Horizontale inkadering nikkelspot Nikkel/L/H 07-103 (50-100) Horizontale inkadering nikkelspot Nikkel/L/H 07-104 (50-100) Horizontale inkadering nikkelspot Nikkel/L/H 7. Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 07-30 op het overig terrein Pagina: 20 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
MengDeelmonsters Motivatie Analysepakket monster 07-300 (60-110) Verticale inkadering metalenspot* Lood/Koper/Zink/L/H 07-301 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Koper/Zink/L/H 07-302 (60-110) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Koper/Zink/L/H 07-303 (60-110) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Koper/Zink/L/H 07-304 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Koper/Zink/L/H 07-305 (50-100) Horizontale inkadering metalenspot Lood/Koper/Zink/L/H 9. Nader onderzoek zinkspot ter plaatse van boring 07-18 bij de afvalcontainers 07-181 (30-80) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 07-182 (50-100) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 07-183 (30-80) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H 07-184 (60-110) horizontale inkadering zinkspot Zink/L/H S Aanvullend onderzoek naar dempingsmateriaal sloot MM SLOOT S03 (80-130) Kwaliteit grond t.p.v. gedempte sloot Standaardpakket S03 (130-150) incl. L/HS03 (80-130) Verificatie op lood Lood/L/H S03 (130-150) Verificatie op lood Lood/L/H OCB Aanvullend onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in bovengrond westzijde perceel MM OCB OCB1 (0-30) Bevestigen/ontkrachten vermoeden OCB OCB/H OCB4 (0-30) verontreiniging in oorspronkelijke bovengrond *In verband met het analyseren van een bodemvreemde laag in voorgaand onderzoek is de eerstvolgende laag geanalyseerd
- grondwater Het laboratorium is verzocht de aangeboden grondwatermonsters te analyseren volgens tabel 3.3. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Tabel 3.3. Grondwatermonster Peilbuis
Filterdiepte Motivatie Analysepakket (cm-mv) 1. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de spuiterij 01-03 150-250 Controle op mogelijke Gechloreerde.koolwaterstof-fen verontreiniging met VOCl incl vinylchloride 3. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de opslag verfafval 03-03 200-300 Controle op mogelijke Gechloreerde.koolwaterstof-fen verontreiniging met VOCl incl vinylchloride 7. Verificatie aangetroffen sterke verontreinigingen in grondwater ter plaatse van peilbuis 7-09 07-09 200-300 Verificatie eerder aangetroffen Standaardpakket sterke verontreinigingen in grondwater
Pagina: 21 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
3.5. Bodemopbouw Aan de hand van de uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.4. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) 0-100
Grondsoort Geroerde grond bestaande uit elkaar afwisselende lagen niet tot matig siltig zwak tot matig siltig zeer fijn zand, niet tot matig humeus zwak tot sterk zandig klei en puinlagen Zwak tot matig zandig klei met plaatselijk lagen sterk siltig zeer fijn zand
100-200
De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
3.6. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen en het bemonsteren van het grondwater zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 3.5. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Boring/peilbuisnummer 01-61 01-62 01-63 01-64 01-072 01-074 01–073 02-060 02-061 02-062 02-063 02-064 02-090 02-091 02-092 02-093 02-094
Traject (cm-mv)
Matrix
Bijzonderheden/afwijkingen
30-60 30-60 30-60 30-60 25-60 50-80 50-80 10-30 30-80 10-25 10-25 10-25 10-25 25-60 25-60 25-60 25-60 25-60
Puin Puin Puin Puin Klei Puin Puin Zand Klei Zand Zand Zand Zand Puin Puin Puin Puin Puin
Matig steenhoudende, matig sintelhoudende puinlaag Matig steenhoudende, matig sintelhoudende puinlaag Matig steenhoudende, matig sintelhoudende puinlaag Matig steenhoudende, matig sintelhoudende puinlaag Zwak steenhoudende kleilaag Sterk steenhoudende puinlaag met resten grind Sterk steenhoudende puinlaag met resten grind Zwak baksteenhoudende zandlaag met brokken klei Zwak baksteenhoudende kleilaag Zwak baksteenhoudende zandlaag met brokken klei Zwak baksteenhoudende zandlaag met brokken klei Zwak baksteenhoudende zandlaag met brokken klei Zwak baksteenhoudende zandlaag met brokken klei Matig baksteenhoudende puinlaag met resten ijzer en resten grind Sterk baksteenhoudende puinlaag met resten ijzer en resten grind Matig baksteenhoudende puinlaag met resten ijzer en resten grind Sterk baksteenhoudende puinlaag met resten ijzer en resten grind Matig baksteenhoudende puinlaag met resten ijzer en resten grind
Pagina: 22 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
Tabel 3.5. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen (vervolg) Boring/peilbuisnummer 03-020 03-022
Traject (cm-mv)
Matrix
Bijzonderheden/afwijkingen
07-101
00-50 00-45 45-50 00-14 14-50 0-50 160-200 0–35 0-50 170-200 0-50
Puin Puin Klei Puin Klei Puin Klei Puin Puin Klei Puin
07-102
0-50
Puin
07-103
0-50
Puin
07-104
0-50
Puin
07-181
0-30
Puin
07-182
30-80 10-50
Klei Puin
07-183
0-30
Puin
07-184
30-80 0-25
Klei Puin
107
25-60 0-60 50-100 0-60 0-60 50-100 18-45 25-45 25-50 20-60 60 25-60
Klei Puin Klei Puin Puin Klei Puin Puin Puin Puin Puin Puin
OCB2
40-60
Puin
S01 S02 S03
40-60 40-90 40-60 60-80 80-150
Klei Klei Klei Zand Klei
Volledig menggranulaathoudende puinlaag Volledig menggranulaathoudende puinlaag Zwak baksteenhoudende kleilaag Volledig menggranulaathoudende puinlaag Zwak baksteenhoudende kleilaag Sterk steenhoudend en zwak baksteenhoudende puinlaag Kleilaag met resten slib Volledig menggranulaathoudende puinlaag Sterk steenhoudend en zwak baksteenhoudende puinlaag Kleilaag met resten slib Zwak steenhoudende, zwak slakhoudend, zwak baksteenhoudende puinlaag Zwak steenhoudende, zwak slakhoudende, zwak baksteenhoudende en matig grindhoudende puinlaag Zwak steenhoudende, zwak slakhoudende, zwak baksteenhoudende en matig grindhoudende puinlaag Zwak steenhoudende, zwak slakhoudende, zwak baksteenhoudende en matig grindhoudende puinlaag Sterk steenhoudende, matig slakhoudende, zwak sintelhoudende puinlaag Kleilaag met resten baksteen Sterk steenhoudend, resten slakken bevattende en zwak baksteenhoudende puinlaag Sterk steenhoudende, matig slakhoudende en zwak sintelhoudende puinlaag Kleilaag met resten baksteen Sterk steenhoudende, matig slakhoudende en zwak sintelhoudende puinlaag Kleilaag met resten baksteen Sterk baksteenhoudende puinlaag met brokken beton Kleilaag met resten baksteen Sterk baksteenhoudende puinlaag met brokken beton Sterk baksteenhoudende puinlaag met brokken beton Kleilaag met resten baksteen Sterk baksteenhoudende en zwak betonhoudende puinlaag Sterk baksteenhoudende en zwak
betonhoudende puinlaag Matig betonhoudende en matig baksteenhoudende puinlaag Sterk baksteenhoudende en zwak betonhoudende puinlaag Gestaakt op verharding Sterk baksteenhoudende, zwak betonhoudende en matig slakhoudende puinlaag Matig betonhoudende en zwak baksteenhoudende puinlaag met resten aardewerk Matig baksteenhoudende kleilaag met resten beton Matig baksteenhoudende kleilaag met resten beton Matig baksteenhoudende kleilaag Zandlaag met resten baksteen Kleilaag met sporen baksteen en kolengruis
03-023 03-024 03-025 03–021
07-300 07-301 07-302 07-303 07-304 102 103 105 106
Pagina: 23 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
3.7. Veldmetingen In de onderstaande tabel zijn de veldmetingen van het grondwater opgenomen. Tabel 3.6. Veldmetingen grondwater Peilbuis Best pb 01-03 Best pb 03-03 Best pb 07-09
Filterdiepte (cm-mv) 150-200 200-300 200-300
Grondwaterstand (cm-mv) 93 159 152
Zuurgraad (pH) 7,0 9,5 7,4
EC (µS/cm) 1280 420 620
Troebelheid (FNU) 42,5 30,2 81
3.8. Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De betekenis van de normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden: geven het niveau aan voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden:
geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. De streefwaarden (S) geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan.
Interventiewaarden:
geven het niveau aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd/aangetast zijn, of dreigen te worden verminderd.
Bij gevallen van bodemverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden, wordt door het bepalen van de index van de gemeten concentratie van de betreffende parameter(s) ten opzichte van de achtergrond- en interventiewaarde van deze component(en) nagegaan of nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging nodig kan zijn (bij index > 0,5). De berekening van de index vindt als volgt plaats: Index = (GW - AW) / (I - AW) Waarin:
GW AW I
= gestandaardiseerde waarde = achtergrondwaarde = interventiewaarde
Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodem-typecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit.
Pagina: 24 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
De achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de grond en het grondwater zijn opgenomen in de toetsingstabellen bijgevoegd als bijlage 7. Opgemerkt dient te worden dat de interventiewaarde voor barium alleen geldt voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging.
3.9. Grond In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen die de achtergrondwaarde (AW) overschrijden. Tevens is de toetsing voor de Wbb opgenomen in de tabel. Tabel 3.7. Overschrijdingstabel grond Mengmonster
(Deel)monsters
Parameters Conclusie Wbb > AW en ≤ > index 0,5 > I index 0,5 en ≤ I 1. Nader onderzoek zinkspots ter plaatse van boring 01-06 in de spuiterij 01-61 (60-110) Niet verontreinigd met zink 01-62 (60-110) Zink Matig verontreinigd met zink 01-63 (60-110) Zink Licht verontreinigd met zink 01-64 (60-110) Niet verontreinigd met zink 1. Nader onderzoek zinkspots ter plaatse van boring 01-07 in de spuiterij 01-071 (10-60) Niet verontreinigd met zink 01-072 (10-25) Niet verontreinigd met zink 01-073 (10-50) Niet verontreinigd met zink 01-074 (10-50) Niet verontreinigd met zink 1. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de spuiterij 101 (100-120) Niet verontreinigd met VOCl 104 (80-100) Niet verontreinigd met VOCl 107 (80-100) Niet verontreinigd met VOCl 2. Nader onderzoek loodspot ter plaatse van boring 02-06 in werkplaats/opslag binnen 2. Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 02-09 in werkplaats/opslag binnen 02-060 (30-80) Lood Licht verontreinigd met lood 02-061 (10-25) Lood Sterk verontreinigd met lood 02-062 (10-25) Lood Matig verontreinigd met lood 02-063 (10-25) Lood Licht verontreinigd met lood 02-064 (10-25) Niet verontreinigd met lood 2.
Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 02-09 in werkplaats/opslag binnen 02-090 (60-110) Niet verontreinigd met koper, lood, nikkel of zink 02-091 (60-110) Nikkel Licht verontreinigd met nikkel 02-092 (60-110) Niet verontreinigd met koper, lood, nikkel of zink 02-093 (60-110) Nikkel Licht verontreinigd met nikkel 02-094 (60-110) Niet verontreinigd met koper, lood, nikkel of zink 3. Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 03-02 bij opslag verfafval 03-020 (100-150) Niet verontreinigd met lood of zink 03-021 (50-100) Niet verontreinigd met lood of zink 03-022 (50-100) Niet verontreinigd met lood of zink 03-023 (14-50) Lood Zink Sterk verontreinigd met zink 03-024 (50-100) Lood Zink Sterk verontreinigd met zink 03-025 (50-100) Niet verontreinigd met lood of zink 3. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de opslag verfafval 03-022 (150-170) Niet verontreinigd met VOCl 03-023 (150-170) Niet verontreinigd met VOCl 7. Nader onderzoek nikkelspot ter plaatse van boring 07-10 op het overig terrein 07-101 (50-100) Niet verontreinigd met nikkel 07-102 (50-100) Niet verontreinigd met nikkel 07-103 (50-100) Niet verontreinigd met nikkel 07-104 (50-100) Niet verontreinigd met nikkel 7.
Nader onderzoek metalenspot ter plaatse van boring 07-30 op het overig terrein 07-300 (60-110) Lood, zink Licht verontreinigd met lood en zink 07-301 (50-100) Niet verontreinigd met koper, lood en zink 07-302 (60-110) Niet verontreinigd met koper, lood en zink 07-303 (60-110) Niet verontreinigd met koper, lood en zink 07-304 (50-100) Lood, zink Licht verontreinigd met lood en zink 07-305 (50-100) Niet verontreinigd met koper, lood en zink 9. Nader onderzoek zinkspot ter plaatse van boring 07-18 bij de afvalcontainers 07-181 (30-80) Niet verontreinigd met zink 07-182 (50-100) Niet verontreinigd met zink 07-183 (30-80) Niet verontreinigd met zink Pagina: 25 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
Mengmonster
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
Parameters Conclusie Wbb > AW en ≤ > index 0,5 > I index 0,5 en ≤ I 07-184 (60-110) Niet verontreinigd met zink S Aanvullend onderzoek naar dempingsmateriaal sloot MM SLOOT S03 (80-130) Cadmium, Lood Matig verontreinigd met lood S03 (130-150) kwik, zink PAK S03 (80-130) Lood Sterk verontreinigd met lood S03 (130-150) Lood Licht verontreinigd met lood OCB Aanvullend onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in bovengrond westzijde perceel MM OCB OCB1 (0-30) HepachloorLicht verontreinigd met heptachloorepoxide OCB4 (0-30) epoxides
3.10.
(Deel)monsters
Grondwater
In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen die de streefwaarde (S) overschrijden. Tevens is de toetsing voor de Wbb opgenomen in de tabel. Tabel 3.8. Overschrijdingstabel grondwater Peilbuisnummer
Filterdiepte (cm-mv)
Parameters > S en ≤ index 0,5
Conclusie Wbb > index 0,5 en ≤ I
>I
1. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de spuiterij Best pb 01-03
150-200
-
-
-
Niet verontreinigd met VOCl
3. Aanvullend onderzoek naar VOCl ter plaatse van de opslag verfafval Best pb 03-03
200-300
-
-
-
Niet verontreinigd met VOCl
7. Verificatie aangetroffen sterke verontreinigingen in grondwater ter plaatse van peilbuis 7-09 Best pb 07-09
200-300
Kwik, (som) xylenen
-
-
Licht verontreinigd
Pagina: 26 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
4. NADER ONDERZOEK ASBEST IN GROND EN PUIN 4.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Normen 5707 (asbest in grond) en 5897 (asbest in puin) als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden, daar waar sprake is van grond, uitgevoerd volgens protocol 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000.
4.2. Veldwerkzaamheden De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Maaiveldinspectie
Protocol 2018
Monsterneming van asbest in grond
2018
Monsterneming van asbest in puin
-
Datum 03-10-2023 04-10-2023 05-10-2023 06-10-2023 03-10-2023 04-10-2023 05-10-2023 06-10-2023 03-10-2023 04-10-2023 05-10-2023 06-10-2023
Erkende veldwerker(s) J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en J.F.J.L. van Overveld J.R. Flanagan en J.F.J.L. van Overveld J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en J.F.J.L. van Overveld J.R. Flanagan en J.F.J.L. van Overveld J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en R.A.H.M. Frijters J.R. Flanagan en J.F.J.L. van Overveld J.R. Flanagan en J.F.J.L. van Overveld
Het opgegraven materiaal is gezeefd op 20 mm. Vervolgens is het bemonsterde deel van het materiaal gezeefd over een zeef met maaswijdte 20 mm. Het opgegraven materiaal (> 20 mm) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. De profielen van de sleuven en gaten zijn beschreven en vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld. De beschrijvingen van de sleuven en gaten zijn in bijlage 3 weergegeven. De situering van de sleuven en gaten zijn aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de sleuven en gaten zijn opgenomen in bijlage 8.
4.3. BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is, daar waar sprake is van grond, niet afgeweken van protocol 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000. Wel dient opgemerkt te worden dat het graven van een sleuf ter plaatse van RE3SL3 door de beperkte werkruimte niet mogelijk was. Er is derhalve voor gekozen om de betonboorder ter plaatse 4 gaten van Ø 35 cm te laten boren en deze 4 gaten als zijnde 1 sleuf te behandelen.
Pagina: 27 / 41
Gecombineerd onderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50230509.R001-1 11 maart 2024
4.4. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grond-, puin en materiaalmonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, waar analyse volgens de geldende richtlijnen heeft plaatsgevonden. De analysecertificaten van de uitgevoerde analyses zijn opgenomen in bijlage 4. - materiaal Tijdens het onderhavig onderzoek is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Derhalve zijn onderstaande materiaalverzamelmonsters geanalyseerd. Tabel 4.2. Materiaal verzamelmonsters Omschrijving