CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - getekende TOELICHTING BP Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel32.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Conclusie Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn geen nationale belangen in het geding. Het mogelijk maken van nieuwe woningen aansluitend aan de kern Zevenbergen past binnen het rijksbeleid. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Beleidskader Het Barro is de juridische vertaling van het rijksbeleid. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de NOVI en het SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau.

Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie, maar geen regels die betrekking hebben op het plangebied. Conclusie Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn geen nationale belangen in het geding.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

32

3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de ladder voor duurzame verstedelijking Samenvatting beleidskader In artikel 3.1.6 lid 1 van het Bro is geregeld dat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd:  een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen;  een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding;  de uitkomsten van het overleg met officiële instanties;  de uitkomsten van het verrichte onderzoek;  een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken;  de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. Op al deze punten wordt in voorliggende toelichting ingegaan. Een min of meer nieuw thema waaraan aandacht moet worden besteed, is hoe om te gaan met het veranderende klimaat en in samenhang daarmee met een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Hiervoor door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) een maatlat opgesteld met landelijke definities van wat groen en klimaatadaptief bouwen is.

Tijdens de ontwikkeling zijn veel verschillende stakeholders betrokken, waaronder experts op het gebied van klimaatadaptief bouwen, professionals uit de bouwsector, natuurorganisaties en kennisinstellingen. Het schept duidelijkheid voor medeoverheden en voor bouwende en ontwikkelende partijen en draagt zo bij aan een groen en klimaatbestendig Nederland in 2050. In de maatlat zijn 6 thema's opgenomen: biodiversiteit en natuurinclusiviteit, droogte, bodemdaling, hitte, gevolgbeperking overstromingen en wateroverlast. In deze toelichting is geen aparte paragraaf opgenomen met deze maatlat , maar op verschillende plekken in deze plantoelichting (vooral paragrafen 2.2, 3.1.5 en 4.6) is aan deze thema's wel aandacht besteed. Verder is in artikel 3.1.6 lid 2 het Bro vastgelegd dat voor stedelijke ontwikkelingen de zogenoemde "Ladder voor duurzame verstedelijking" moet worden gehanteerd. Dit is een instructieregel en heeft tot doel zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Ladder voor duurzame verstedelijking Samenvatting Uit het betreffende lid 2 volgt dat bij alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moet worden besteed aan de ladder voor duurzame verstedelijking.  Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven.

 Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, zoals bedoeld in het Bro, moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De ladder heeft betrekking op alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen: woningbouw, kantoren, bedrijven, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Provinciale, regionale en of gemeentelijke (woon-)visies en (woningbouw-)programma's kunnen voor de onderbouwing van de behoefte aan woningen worden gebruikt. Toetsing aan de ladder Gezien het aantal woningen dat in het plangebied wordt gebouwd (namelijk 450), is sprake van een stedelijke ontwikkeling waarvan de behoefte moet worden beschreven. Het plangebied ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hierna worden de behoefte en de locatiekeuze onderbouwd.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

33

Beschrijving behoefte Woningbehoefteonderzoek 2020 Gemeente Moerdijk en Woonkwartier (7 april 2021) Uit het Woningbehoefteonderzoek komt naar voren dat op grond van de autonome behoefte tussen 2020 en 2030 circa 555 woningen toegevoegd moeten worden in de kern Zevenbergen.

Figuur 3.1. Zevenbergen. Kwalitatieve woningbehoefte 2020 - 2030 (bron: WoON2018, CBS-Microdata, 2008 - 2019, Provincie Noord-Brabant 2020, WOZ en VHE registratie 2020, bewerking Companen) Het woningbehoefteonderzoek baseert zich op de provinciale prognose. Die houdt geen rekening met een aanwezig en toenemend binnenlands vestigingsoverschot en ontwikkeling van de werkgelegenheid in de gemeente. De extra woningbouwopgave in het kader van het onherroepelijk worden van LPM omvat 900 tot 1.150 woningen en zal vooral in Zevenbergen worden gerealiseerd. Een belangrijk deel hiervan zal in Zevenbergen Oost terecht komen. De ontwikkeling van de eerste fase, Markvelden Noord, waarin 350 woningen zijn voorzien, is dan ook dringend gewenst. Als gekeken wordt naar de kwalitatieve vraag, dan zijn de volgende ontwikkelingen belangrijk voor Zevenbergen (Oost):  In de sociale huursector is in Zevenbergen potentieel sprake van een grote kwalitatieve discrepantie. Er ontstaat een grote vraag naar sociale huurappartementen, terwijl de vraag naar grondgebonden eengezinswoningen in de sociale huursector onder druk komt te staan. Hierbij gelden de eerder beschreven kanttekeningen dat typologie niet het belangrijkste aspecten is voor woningzoekenden.  Er is een behoorlijke extra vraag naar koopappartementen in de gemeente.

Deze vraag is vooral afkomstig van huishoudens die ouder worden en nadenken over een stap naar een wat kleinere woning waarin zij comfortabel ouder kunnen worden. De vraag richt zich wat meer op het goedkopere segment, maar ook aan duurdere koopappartementen is behoefte.  Er is een flinke extra vraag naar goedkopere en betaal bare woningen in de koopsector. In de gevraagde segmenten betreft het voornamelijk rijwoningen. Veel starters in de gemeente richten zich op een koopwoning. Aandachtspunt is het gevraagde prijsniveau. Naast de vraag naar kooprijwoningen is er een extra vraag naar luxere woningtypen, tweekappers en vrijstaande woningen. Deze extra vraag richt zich ook voor deze woningen op het middeldure segment.  De dure koopsector (2 onder 1 kap en vrijstaande woningen) lijkt op termijn wat onder druk te staan.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

34

Monitor Bevolking en Wonen (juni 2023) De provincie Noord-Brabant heeft in haar laatste monitor Bevolking en Wonen (juni 2023) een update gegeven wat betreft de benodigde woningbouwcapaciteit. In de regio West-Brabant West zijn in de periode 2022 tot en met 2031 nog 11.065 woningen nodig. Er is slechts harde plancapaciteit voor 4.225 woningen. De gemeente Moerdijk heeft volgens deze monitor per 1 januari 2022 een benodigde capaciteit van 1.555 woningen en slechts harde plancapaciteit voor 600 woningen. Provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020' (sept. 2020) gaat uit van een toename van de woningvoorraad in de gemeente Moerdijk van 1.365 woningen in de periode 2020-2030. Dit aantal is exclusief de extra woningbouwopgave voor LPM. Zoals hiervoor aangegeven bij de toelichting op het gemeentelijk Woningbehoefteonderzoek 2020 houdt de provinciale prognose geen rekening met een aanwezig en toenemend binnenlands vestigingsoverschot en ontwikkeling van de werkgelegenheid in de gemeente. De extra woningbouwopgave in het kader van het onherroepelijk worden van LPM omvat 900 tot 1.150 woningen. In het najaar van 2023 presenteert de provincie Noord-Brabant een nieuwe prognose.

Gezien de uitkomsten van de Monitor Bevolking en Wonen (juni 2023) mag worden verwacht dat de nieuwe prognose hoger zal zijn dan de prognose uit 2020. Woondeal West-Brabant West (maart 2023) De provincie Noord-Brabant staat voor een grote woningopgave. Tot 2030 moeten er ruim 130.000 woningen worden gebouwd. Om dit te realiseren werd op 9 maart de regionale woondeal ondertekend door de gemeenten en woningbouwcorporaties uit de regio West-Brabant West, provincie Noord-Brabant en het Rijk. In de Woondeal staat beschreven hoe de regio West gaat bijdragen aan de woningbouwopgave. De provinciale woningbouwopgave is als basis genomen en vertaald naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw. In de Woondeal staan de regionale afspraken over de minimale woningbouwopgave tot en met 2030, die de gemeenten in samenwerking met corporaties en marktpartijen willen realiseren. Hierin is ook het aandeel betaalbare woningen vastgelegd én voor welke doelgroepen er wordt gebouwd. Het uitgangspunt is dat minstens twee derde van de nieuw te bouwen woningen onder de categorie betaalbare woningen valt. Dit betekent dat het een sociale huurwoning, een vrije sector huurwoning tot 1.000 euro per maand of een koopwoning tot een prijsgrens van 355.000 euro is.

Daarnaast moet bij projecten van 20 woningen en meer minstens 30% van de woningen sociale huur worden, zoals landelijk afgesproken. Regio West-Brabant West wil maximaal bijdragen aan het oplossen van het woningtekort, op een manier die past bij de regio. Belangrijke speerpunten hierbij zijn het versnellen van bestaande woningbouwplannen, de uitbreiding van het aantal betaalbare woningen en de woningbouwopgaven voor aandachtsgroepen. De regio West-Brabant West zet zich, in samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van onderstaande opgave (tabel 3.1). Elke gemeente neemt een evenwichtig aandeel ('fair share') op basis van aantal inwoners van de regionale opgave van in totaal 8.630 woningen (netto) c.q. 9.635 woningen (bruto / excl. sloop). De opgave in de gemeente Moerdijk is netto 1.290 woningen.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

35

Tabel 3.1 Verdeling opgave (2022-2030) naar gemeenten (bron: Regionale Woondeal)

In de Woondeal West Brabant West is Zevenbergen oost als Sleutelproject opgenomen met 1.000 woningen, waarvan tweederde betaalbaar en als onderdeel daarvan ook 30% sociaal. De programmering is daarop afgestemd.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

36

Figuur 3.2. Kaart met regionale sleutelprojecten (bron: Regionale Woondeal) Tabel 3.2 Regionale sleutelprojecten (bron: Regionale Woondeal)

Het realiseren van de woningbouwopgave is complex. Kritische succesfactoren dienen te worden opgelost om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is naast inzet van woningcorporaties en gemeentes ondersteuning vanuit het Rijk en de provincie nodig. Het Rijk heeft via het BO MIRT een bijdragen gegeven aan mobiliteitsmaatregelen voor een aantal locaties in de regio WBW waar woningbouw versneld kan worden. Het gaat in Moerdijk om €12,1 miljoen voor Zevenbergen Oost. Voor de vijfde tranche van de WBI (WoningBouwImpuls) heeft de gemeente Moerdijk een aanvraag ingediend, die is gehonoreerd. Het gaat om de locatie Zevenbergen Oost.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

37

De totale plancapaciteit voor de periode 2022-2030 in de regio per 1-10-2022 bedraagt 14.382 woningen, waarvan 'hard' 4.930 woningen (vastgesteld of onherroepelijk bestemmingsplan). Het streven is om rond de 130% plancapaciteit te hebben ten opzichte van de te realiseren woningen: kwantitatief wordt hieraan voldaan voor de regio als geheel, namelijk circa 150%. Ook de individuele gemeenten hebben voor de periode 2022-2030 voldoende plancapaciteit in de programmering. Er is echter nog te weinig harde plancapaciteit om in de behoefte te voorzien (opgave is 8.630, waarvan 4.930 hard). Daarom moeten gemeenten er tijdig voor zorgen dat 'zachte' woningbouwplannen, waaronder Zevenbergen Oost, worden omgezet in 'harde' plannen. De opgave in de gemeente Moerdijk is 1.290 woningen en er is harde plancapaciteit voor 621 woningen in de periode tot en met 2030. Ook in de gemeente Moerdijk moeten daarom zachte plannen omgezet worden in harde plancapaciteit. Tabel 3.3 Harde plancapaciteit gemeente Moerdijk (bron: Regionale Woondeal)

Om invulling te geven aan de versnelling van de woningbouwopgave met de ambitie om 3.300 flexwoningen t/m 2030 toe te voegen zijn alle gemeenten momenteel bezig met de mogelijkheden binnen hun gemeente in beeld te brengen. De gemeente Moerdijk zet zich in voor de realisatie van minimaal 600 flexwoningen in de periode tot en met 2030. Perspectief op wonen en woningbouw West Brabant (november 2021) Op 19 november 2021 is het Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2022 vastgesteld door de regionale stuurgroep wonen West-Brabant West. Daarmee heeft de regio ingestemd met de realisatie van 1.000 woningen in Zevenbergen Oost. Het perspectief geeft een actueel beeld en visie van de subregio West-Brabant West op de toekomstige ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Behalve de opgave om in de autonome woningbehoefte tot 2030 te voorzien, heeft Moerdijk ook een extra woningbouwopgave in het kader van het realiseren van LPM. Aanvankelijk was het project Zevenbergen Noord aan deze extra opgave gekoppeld. Vanwege de complexiteit van dit project blijkt het niet mogelijk om deze locatie beschikbaar te hebben op het moment dat de behoefte vanuit de werknemers van LPM ontstaat.

Vanwege deze noodzakelijke versnelling heeft de gemeente ervoor gekozen om met een ander project te voorzien in de extra opgave in het kader van LPM, namelijk de gebiedsontwikkeling Zevenbergen Oost en om Zevenbergen Noord onderdeel uit te laten maken van de reguliere woningbouwopgave. Zevenbergen Oost is in de Structuurvisie Moerdijk 2030 uit 2011 al als ontwikkelrichting benoemd. Zowel met betrekking tot de structuur van de gemeente als met betrekking tot de functionele relatie met de omringende gemeenten is dit een voor de hand liggende ontwikkeling. Met de ontwikkeling van deze locatie wordt niet alleen in woningbouw voorzien, maar kan ook op regionale schaal meerwaarde worden gerealiseerd. Zo maakt het afronden van de rondwegstructuur rondom Zevenbergen onlosmakelijk deel uit van deze integrale gebiedsontwikkeling en beziet de gemeente hoe de nabijheid van het NS-station kan worden benut. De autonome woningbehoefte tot 2030 wordt deels ingevuld met de in beeld gebrachte inbreidingsen herstructureringslocaties en de in uitvoering zijnde of reeds ingeplande uitbreidingslocaties. Samengevat is de opgave: 1. Woningbehoefteprognose 2020-2030: 1.365 woningen (exclusief opgave LPM). Dit is gebaseerd op de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose van 2020. Najaar 2023 wordt deze prognose geactualiseerd en zal naar verwachting hoger uitvallen. 2.

woningbouwrealisatie / toevoeging: circa 95 woningen per jaar (gem. laatste 10 jaar); 3. woningprogrammering 2020-2030 (inclusief LPM): 2.199 woningen, waarvan hard 848 woningen; 4. binnenstedelijke mogelijkheden 2020-2030: 759 woningen, waarvan in programmering 753 woningen.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

38

Motivering locatiekeuze (waarom niet binnenstedelijk) De gemeente Moerdijk heeft volgens de woondeal een benodigde capaciteit van 1.290 woningen en slechts harde plancapaciteit voor 621 woningen. Dit betreft deels binnenstedelijke woningbouwcapaciteit, maar er is te weinig harde plancapaciteit om in de behoefte te voorzien. Daarom zijn enkele uitbreidingslocaties regionaal afgestemd, waaronder Zevenbergen oost. Het is niet realistisch dat hiervoor binnenstedelijk ruimte kan worden gevonden. Het gaat in totaal om 1.000 woningen, voor de lokale en regionale behoefte. Deze uitbreidingsrichting is al in de Structuurvisie Moerdijk als uitbreidingsrichting opgenomen (zie paragraaf 2.1.2) en is ook in de Omgevingsvisie Moerdijk 2040 (zie paragraaf 2.1.6) opgenomen. Aansluitend bij het karakter, de schaal en de behoefte van de verschillende kernen wordt hard gewerkt aan een gevarieerd woningaanbod. Op deze manier weet de gemeente Moerdijk zowel haar eigen inwoners te behouden maar ook nieuwe inwoners aan te trekken. Hiervoor wordt een combinatie van inbreiding en uitbreiding ingezet, waarbij - vooral voor uitbreiding - geldt dat meerwaarde voor de kwaliteit van het landschap een randvoorwaarde vormt, en dat bodem en water als leidende principes gehanteerd worden. Zevenbergen is als hoofdkern aangemerkt.

Met de ontwikkeling in Zevenbergen Oost maakt de gemeente een schaalsprong wat voordelen oplevert voor de hele gemeente en waarmee Moerdijk ook nieuwkomers aan zich kan binden. Conclusie Het rijksbeleid en de daarop gebaseerde wettelijke regelingen vormen geen belemmering voor dit project. De voorgenomen woningbouw voorziet zowel in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. 3.1.5 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2018 Samenvatting In Nederland krijgen we steeds vaker te maken met zware buien, langdurige droogte en extreme hitte. Om ons tegen de gevolgen daarvan te beschermen, is het nodig dat we onze omgeving aanpassen. Dat betekent ook dat we anders moeten gaan bouwen. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Water en bodem worden sturend voor de ontwikkeling van plannen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in het Deltaplan en hebben zich daarvoor ook verenigd in werkregio's. In uitvoeringsagenda’s staan afspraken over wat, wanneer en door wie wordt uitgevoerd in de periode vanaf 2021. Dat gebeurt per regio; lokaal of op grotere schaal.

Het gaat daarbij onder meer om concrete maatregelen, acties gericht op het activeren van andere betrokkenen, borging in beleid en organisatie, bewustwording en nader onderzoek. De in paragraaf 3.1.4 genoemde 'Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving' is nodig om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Zo kan ook in de toekomst in een veilige, gezonde én groene omgeving worden gewaarborgd. De maatlat schrijft geen specifieke maatregelen voor. Daardoor blijft er lokaal ruimte voor maatwerk en krijgen innovatieve en slimme oplossingen alle ruimte. Conclusie Bij het opstellen van de plannen is aan veel van de thema's uit de maatlat aandacht besteed. Er wordt ingezet op een natuurinclusieve woonwijk, met ruimte voor waterberging en vergroting van biodiversiteit en natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. In de regels is vastgelegd dat voor nieuwe woningen wordt uitgegaan van een vloerpeil van 0,3 meter ten opzichte van de kruin van de weg. Hierdoor wordt een hogere bescherming tegen wateroverlast in de openbare ruimte gecreëerd.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

39

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Samenvatting beleid In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hierin zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden, die nauw met elkaar samenhangen:  Werken aan de Brabantse energietransitie;  Werken aan een klimaatproof Brabant;  Werken aan de slimme netwerkstad;  Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. De wettelijke kaders voor het water- en bodembeleid worden maximaal benut en de mogelijkheden en alternatieven worden onderzocht voor een gezamenlijke verandering in het water- en bodemsysteem. We werken toe naar een samenhangend wettelijk kader en instrumentarium dat niet alleen ongewenste nieuwe ontwikkelingen tegengaat, maar juist ook gewenste nieuwe ontwikkelingen bevordert.

Toetsing en conclusie Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete behoefte aan woningen. De kwalitatieve meerwaarde van Markvelden Noord is beschreven in hoofdstuk 2. De woningbehoefte is behandeld in de voorgaande paragraaf 3.1.4. In het ontwerp voor het nieuwe woongebied Zevenbergen Oost is klimaatadaptatief bouwen een belangrijk uitgangspunt. Ingezet wordt op een natuurinclusieve woonwijk met ruimte voor waterberging, op vergroting van biodiversiteit en de samenhang daartussen, op het verminderen van hittestress. De voor de provincie relevante beleidskaders uit het Omgevingsplan zijn uitgewerkt in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (zie hierna). 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Samenvatting Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter.

Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Noord-Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Het stedelijk gebied bestaat in de Interim omgevingsverordening uit 'stedelijk concentratiegebied' en 'kernen in landelijk gebied'. Aan de randen van dit stedelijk gebied zijn de gebieden 'verstedelijking afweegbaar' aangewezen.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

40

Dit zijn gebieden waar kan worden voorzien in nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als onder andere binnen stedelijk gebied niet voldoende ruimte is.

Figuur 3.3. Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed Het plangebied ligt grotendeels in de zone 'verstedelijking afweegbaar'. In artikel 3.42 'Duurzame stedelijke ontwikkeling' worden aspecten benoemd waar specifiek rekening mee dient te worden gehouden, zoals het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat:  de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;  het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen:  bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;  bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;  geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;  houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water;  geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit;  draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 n.v.t.

Toetsing De ontwikkeling is regionaal afgestemd en draagt bij aan het voorzien in de grote behoefte aan nieuwe harde plannen voor woningbouw in de regio, zoals onder andere geschetst in de Woondeal West-Brabant West. In het ontwerp wordt rekening gehouden met een duurzame inpassing, waarin een groene woonomgeving centraal staat. Delen van de randen van het plangebied worden ingericht als groen. Deze randen dragen bij aan het tegengaan van hittestress en het voldoende kunnen opvangen van water. Ook door het plangebied worden grotere groenstructuren toegevoegd met een vergelijkbaar effect. Deze groene woonomgeving draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Het betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

41

Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies, zoals opgenomen in hoofdstuk 3 'Instructieregels aan gemeenten', invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2 Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met:  zorgvuldig ruimtegebruik;  de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering;  meerwaardecreatie. Toetsing De toetsing aan de onderdelen zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en de meerwaardecreatie vindt plaats in de navolgende subparagrafen.

Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat:  nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk;  er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;  bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Bro (ladder voor duurzame verstedelijking);  gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Toetsing De ontwikkeling vindt grotendeels plaats binnen het werkingsgebied 'verstedelijking afweegbaar'. In paragraaf 1.3 is de ontwikkeling getoetst aan de ladder. Hieruit blijkt dat de woningbouwopgave niet kan worden opgelost binnen het bestaand stedelijk gebied van Zevenbergen. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd.

Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op:  de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;  de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.  de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Toetsing In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de lagenbenadering. In het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met de beperkingen en kansen vanuit de ondergrond, enkele zeer relevante netwerklagen en de landschappelijke waarden. Dit heeft geresulteerd in een ontwerp voor een woonwijk waarin het landschap wordt gebruikt als drager voor de stedelijke ontwikkeling en waarin het verbeteren van de natuur- en landschappelijke waarden langs de randen van het plangebied een belangrijke plek heeft.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

42

De woonwijk wordt gekenmerkt door een groene woonkwaliteit met zo min mogelijk verharding. Aan de buitenzijde van het noordelijk deel wordt een parkrand gerealiseerd wat een groene overgangszone vormt. Ook in het plangebied zelf komen groene woonpaden tussen de rijen met woningen door. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:  de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;  de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Toetsing Het gebied transformeert naar een aantrekkelijke woonwijk. Het gebied heeft van nature al een aantrekkelijkheid die verder wordt versterkt. Met een integraal ontwerp is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit.

Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze kwaliteitsverbetering van het landschap dient financieel, juridisch en feitelijk te zijn geborgd. Voor een stedelijke uitbreiding in het landelijk gebied dient een investering gedaan worden van 1 procent van de uitgifteprijs. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat:  dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of  de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten:  de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;  het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stadland;  het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;  het wegnemen van verharding;  het slopen van bebouwing;  de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;  het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

43

Figuur 3.4. Uitsnede kaart landelijk gebied

Figuur 3.5. Uitsnede kaart Landbouw Toetsing Bij stedelijke ontwikkelingen is de basisinspanning voor de landschappelijke tegenprestatie bepaald per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit kan worden gestort in een landschapsfonds, of worden geïnvesteerd in een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

44

gebied landen. Het groen in de wijk maakt intrinsiek onderdeel uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap. De landschappelijke kwaliteitsverbetering is net als de waterbergingsopgave voorzien voor het totaal aan deelprojecten binnen het project Zevenbergen Oost waarvoor binnen de visie op hoofdlijnen al richtingen zijn afgesproken. Voor deelproject Markvelden Noord is een deel van de kwaliteitsverbetering voorzien in een ruime zone tussen de spoorlijn en de woningbouwontwikkeling (zie figuur 3.6) uitlopend richting deelgebied Markzoom. In dit gebied is het de bedoeling een groen- en water buffer te creëren in combinatie met wandelpaden en recreatieve voorzieningen voor extensief medegebruik. Een deel van de regionale waterbergingsopgave kan hier eveneens plaatsvinden. Concreet wordt voor dit plandeel hier ruim 1 ha aangewezen (en aangekocht) en ingericht. Het is daarmee een bovenplanse investering in de landschappelijke kwaliteit van het gebied. De gemeenteraad heeft voor deze investering een projectexploitatie vastgesteld. Hierin is een aparte post 'groenbuffer' opgenomen met kosten voor aankoop en inrichting van dit gebied. Het betreffende gebied heeft in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming 'Groen' verkregen. Deze bestemming maakt de voorgenomen landschappelijke kwaliteitsverbetering mogelijk.

Figuur 3.6. Locatie kwaliteitsverbetering landschap Artikel 5.3 wijziging grenzen van werkingsgebieden Lid 1 Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet:  de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering;  de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen;  de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening;  er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing;  de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wro is vastgesteld. Lid 2 t/m 3: niet van toepassing. Lid 4 In aanvulling op het eerste lid geldt voor een wijziging van de grenzen van Verstedelijking Afweegbaar dat:  dit past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;  dit nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt;  de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Lid 5: niet van toepassing.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

45

Toetsing De woningbouwlocatie is regionaal afgestemd in de woondeal West Brabant West. De provincie wordt verzocht de begrenzing aan te passen naar stedelijk gebied. Artikel 3.36 Reservering waterberging Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies.

Figuur 3.7. Uitsnede kaart grondwaterbescherming, waterveiligheid en –berging Toetsing Het grootste deel van het plangebied valt binnen de kaart 'reservering waterberging'. De wateropgave is ingepast in het ontwerp. Zie voor een uitgebreidere toetsing paragraaf 3.4: Water en Bodem Sturend. 3.2.3 Brabantse Agenda Wonen (2017) Samenvatting Met deze agenda zet de provincie volop in op het bieden van ruimte om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar nieuwe woonvormen en zelfbouw. Gelet op de demografische, sociaal-maatschappelijke en financieel-economische ontwikkelingen zal binnen de nog altijd omvangrijke woningbouwopgave in Brabant de komende jaren een substantieel deel moeten bestaan uit nieuwe woonvormen, woonconcepten en -milieus. Bij voorkeur te realiseren op (binnenstedelijke) transformatielocaties of in leegstaand vastgoed. Maar ook in bestaande wijken en buurten. De veranderende woonvraag die het gevolg is van de snelle vergrijzing vraagt bijvoorbeeld om (het reserveren van) ‘nabije’ locaties, zodat bij doorstroming van ouderen sociale verbanden intact kunnen blijven.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

46

Toetsing en conclusie In het stedenbouwkundige plan, dat is opgesteld voor de gronden die door marktpartijen wordt ontwikkeld, is nog geen rekening gehouden met nieuwe woonvormen en zelfbouw. De mogelijkheden zullen vooral worden onderzocht voor het gedeelte dat eigendom is van de gemeente waar 100 woningen zijn gedacht. 3.2.4 Actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw (12 maart 2020) Samenvatting Dit actieprogramma heeft de provincie opgesteld om de woningbouw beter op de veranderende vraag te laten aansluiten, met als doel de realisatie van alternatieve woonvormen en zelfbouw te stimuleren en te versnellen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om geclusterde woonvormen (voor ouderen), (collectief) particulier opdrachtgeverschap, meergeneratiewoningen, pleegzorghuizen, tiny houses.

Figuur 3.8. Omslag actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw (bron: Provincie Noord-Brabant) De hiervoor genoemde Brabantse Agenda Wonen is een extra aansporing uit om werk te maken van de opgave om meer vernieuwende, vraaggerichte woonvormen en -concepten te realiseren. In kwantitatieve zin gaat het om circa 20-25% van de benodigde nieuwbouwproductie, ofwel zo’n 30 tot 35 duizend woningen in de komende 10 tot 15 jaar. Toetsing en conclusie Zoals in paragraaf 3.2.3 als is vermeld, wordt nog onderzocht of in het gedeelte dat eigendom is van de gemeente (en waar 100 woningen zijn gedacht) mogelijkheden kunnen worden geboden voor alternatieve woonvormen en zelfbouw.

3.3

Gemeentelijk beleid

In de paragrafen 2.1.1 en 2.1.2 is vermeld dat de Strategische visie Moerdijk 2030 en de Structuurvisie Moerdijk 2030 aan de basis liggen voor de ontwikkeling van Zevenbergen Oost en daarmee voor de ontwikkeling met woningbouw in het plangebied van dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op sectoraal beleid, ofwel documenten die betrekking hebben op omgevingsaspecten. In deze paragraaf wordt ingegaan op overige gemeentelijke (beleids)plannen, zoals de geldende bestemmingsplannen en het klimaatbeleid.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

47

3.3.1 Geldende bestemmingsplannen Voor de locaties gelden 2 bestemmingsplannen, namelijk het Bestemmingsplan 'Buitengebied Moerdijk' en het Bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied 2021'. op deze plannen wordt hierna ingegaan. Bestemmingsplan 'Buitengebied Moerdijk' Voor het plangebied geldt momenteel het hiervoor genoemde bestemmingsplan dat op 1 maart 2018 is door de gemeenteraad is vastgesteld. Een uitsnede van de verbeelding (plankaart) van dit bestemmingsplan is opgenomen in figuur 3.9 Daaruit blijkt dat de volgende bestemmingen in het plangebied voorkomen:  Agrarisch;  Wonen: voor het woonperceel Hazeldonkse Zandweg 32;  Water: voor enkele waterlopen in het gebied;  Verkeer - Railverkeer: ter plaatse van de aansluiting van de nieuwe randweg op de bestaande wijkontsluitingsweg Zuidrand in de wijk Bosselaar ten westen van de spoorlijn;  Waarde - Archeologie 6: voor een gemiddeld 250 meter brede zone aan de noordzijde;  Waarde - Archeologie 7: voor het overige deel van het plangebied.

Figuur 3.9. Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Moerdijk met daarop aangegeven het plangebied Bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied 2021' Dit bestemmingsplan heeft tot doel in één keer meerdere correcties/wijzigingen in het bestemmingsplan Buitengebied aan te brengen. In de praktijk is gebleken dat het bestemmingsplan Buitengebied een aantal omissies bevatte. Daarnaast zijn verschillende verleende omgevingsvergunningen in het bestemmingsplan Buitengebied verwerkt. Ook is er nieuwe ruimtelijke ontwikkeling (aan de Pelikaanweg in Klundert) meegenomen. Het veegplan is daarmee niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling van Zevenbergen Oost en in het bijzonder van Markvelden Noord.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

48

Figuur 3.10. Uitsnede Veegplan Buitengebied 2021 met daarop aangegeven het plangebied Toetsing De voorgenomen woningbouw is op grond van de bestemmingsplannen niet mogelijk. 3.3.2 Klimaatstrategie Moerdijk Samenvatting Het klimaat verandert, ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. De droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. De uitdaging, de komende decennia, is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering ten minste op een acceptabel niveau beheersbaar zijn. De visie van de gemeente op klimaatadaptatie is de volgende: "In 2050 is de gemeente Moerdijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. We benutten verandering ten behoeve van het klimaat om Moerdijk mooier, welvarender en veiliger te maken. Moerdijk is aantrekkelijk en gezond, en klimaat heeft er zijn plek. Samen minimaliseren we de gevolgen en iedereen neemt zijn of haar verantwoordelijkheid en draagt bij." In de klimaatstrategie wordt ingegaan op wat nu en de komende jaren de invloed van klimaatverandering op de gemeente is.

Hoe wordt daarmee omgegaan; wat kan de gemeente doen om te zorgen dat de risico's op korte en langere termijn beheersbaar zijn? En wat kunnen andere betrokken partijen en de inwoners doen? De Klimaatstrategie geeft op hoofdlijnen een uitwerking aan de hoofdopgave 'Moerdijk klimaatproof'. De breedte van de opgave wordt geschetst, de inzet en rol van de gemeente, de uitgangspunten en met wie de gemeente hierin zal samenwerken. De uitwerking van de visie in een uitvoeringsplan volgt drie strategische lijnen van de Moerdijkse Klimaatdialoog die 30 juni 2020 digitaal werd gevoerd: 1. Gezond leef-, werk- en leerklimaat: We beschermen tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en bevorderen en nemen initiatief bij de doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat. 2. Klimaat en het productielandschap 2.0: We faciliteren en promoten een transitie naar een nieuwe toekomstgerichte en klimaatbestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving. 3. Samen met de natuur: We herstellen het evenwicht met de natuurwaarden en creëren ruimte voor natuur en biodiversiteit op elke schaal.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

49

Focusdocument 'Samen naar een groene, klimaatrobuuste leefomgeving in 2050' (november 2023) De gemeente Moerdijk stuurt samen met de regio, samenwerkingsverband Water en klimaatkring West (WKW) aan op een gelijkmatige opgave en aanpak van de lokale waterketen. Hiervoor is in het Gemeentelijke Waterprogramma (GWP-Arcadis) een duidelijke gezamenlijke visie en ambitie opgesteld met algemeen geldende leidende principes, die de samenwerking en de aanpak van gezamenlijk opgaven versterken. Om extra focus en duiding te geven aan de opgave in de lokale waterketen als gevolg van de in 2021 vastgestelde Klimaatstrategie Moerdijk, is voor de opgave in de gemeente Moerdijk een focusdocument opgesteld. Hierin worden concrete maatregelen en uitwerkingsprincipes benoemd om onze doelstelling op het gebied van water en klimaat te bereiken. Aanleiding voor deze focus:  De (beleids)ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie om ons heen maken dat we moeten stoppen met het aanpassen van de bodem- en watersituatie bij nieuwe ontwikkelingen: water en bodem worden sturend.  Wij gaan meer integraal aan de slag in onze openbare ruimte. We gaan de klimaatstrategie en de opgave in het stedelijk waterbeheer uitvoeren in samenhang met de opgave van andere beleidsvelden in de openbare ruimte, wegen en groen, en externe partijen zoals woningbouwcorporaties.

 Door het vaststellen van de klimaatstrategie investeren we al in klimaatrobuuste maatregelen in de gemeente Moerdijk. Zo gaan we op zoek naar de beste manieren om water robuust vast te houden in een kleigemeente als Moerdijk.  We delen steeds meer onze kennis met (regio-)partners en zetten in op subsidieregelingen. Het is balanceren tussen wat we willen en wat mogelijk is. Toetsing en conclusie In de paragrafen 2.2, 3.1.3, 3.1.5 en 4.6 is al vermeld dat Zevenbergen Oost zal worden ontwikkeld als een klimaatbestendig en waterrobuustplan.

3.4

Water en Bodem Sturend

3.4.1 Inleiding Wat betreft water en bodem is het projectgebied zeer gevoelig. Deze paragraaf geeft sturing om het project inpasbaar te maken in het water- en bodembeleid. Er is een grote en urgente maatschappelijke behoefte om voldoende woningen te bouwen, en in aanloop daarnaar toe locaties te vinden die ook in lijn staan met de verstedelijkingsstrategie van Brabant. Dit zijn locaties die goed bereikbaar zijn, aan de rand van grotere kernen, met een goed voorzieningenniveau. Markvelden Noord voldoet daaraan, ondanks de uitdagende ligging in een gebied met ook een regionale waterbergingsopgave. Daarom zijn er randvoorwaarden opgesteld die ervoor moeten zorgen dat de risico's op wateroverlast worden verkleind. Dit alles heeft geresulteerd in een zorgvuldige en integrale afweging en vervolgens de keuze om de locatie Markenveld Noord te ontwikkelen. 3.4.2 Randvoorwaarden Beleid waterbergingsopgave woningbouw Eén van de randvoorwaarden is een voldoende robuust watersysteem met waterberging in het gebied. Hierbij worden de 'Klimaatstrategie Moerdijk' en het focusdocument 'Samen naar een groen, klimaat robuuste leefomgeving in 2025' gehanteerd. Binnen de gemeente Moerdijk geldt dat per 1 m2 verharding 60 mm waterberging gerealiseerd dient te worden binnen het plangebied. Hierbij worden tuinen meegerekend.

Het bergen van deze hoeveelheid water is een lastige opgave in de gemeente Moerdijk vanwege de hoge waterstanden en klei in de ondergrond. Waterbergingsopgave in het plangebied In figuur 3.12 is de waterbergingsopgave weergegeven. Te zien is dat er 83.369 m2 aan verharding wordt toegevoegd in het gebied. Belangrijk om te vermelden is dat in de berekening is uitgegaan van 100% uitgeefbaar terrein, dus de tuinen dienen ook 100% gecompenseerd te worden. Met de waterbergingseis van 60 mm per m2 komt dit neer op een totale benodigde waterberging van 5.002 m3. De blauwe vlakken in figuur 3.11 stellen wadi's voor. Totaal hebben deze wadi's een bergingscapaciteit van 5.090 m3.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

50

Figuur 3.11. Voorlopige globale berekening waterberging (bron: Stedenbouwkundig plan) In figuur 3.12 is de doorsnede van een wadi weergegeven. Vanwege de kleigrond vindt geringe infiltratie plaats. Door een wadi wordt het regenwater opgeslagen en daarna vertraagd afgevoerd. Het diepste punt van de wadi is 40 cm. Het ontwerp van de wadi zal nader onderzocht worden, in afstemming met de gemeente.

Figuu r 3.12. Doorsnede wadi (bron: Stedenbouwkundig plan) Regionale waterbergingsopgave Naast de waterbergingsopgave vanwege de toenemende verharding in de stedelijke ontwikkeling ligt er een regionale waterbergingsopgave voor water vanuit het watersysteem als gevolg van potentieel hoge waterstanden op de Mark en Dintel. Deze opgave overstijgt de ontwikkeling van Markvelden Noord, maar is wel onderdeel van de gebiedsontwikkeling Zevenbergen Oost. In alle deelgebieden maar vooral in de deelgebieden Markzoom en Markvelden Zuid, is volop ruimte voor de invulling van deze opgave. Deze is nu nog niet geconcretiseerd wat betreft de invulling. Waterschap Brabantse Delta en de gemeente Moerdijk zijn voornemens een overeenkomst te sluiten voor de realisatie van de benodigde waterberging van 15.100 m 3 (overige plandelen gebiedsontwikkeling) +28.720 m3 (plangebied bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel) afgerond 44.000 m3. Hierin is mede bepaald, dat partijen gezamenlijk zullen optrekken om deze realisatie in de totale gebiedsontwikkeling Zevenbergen Oost te realiseren en daarnaast ook kansen willen benutten voor de realisatie van natte natuur en ecologische verbindingen langs Mark en Dintel. Vooral het deelproject/deelgebied Markzoom biedt kansen voor realisatie van de regionale waterbergingsopgave en een robuust watersysteem.

Dit gebied is in de gemeentelijke Omgevingsvisie aangemerkt als klimaat robuuste biodiversiteitspolder. In de deelgebieden Markvelden Zuid en Markvelden Noord liggen zeker ook wel kansen voor de invulling van de regionale waterbergingsopgave naaste de opgave als gevolg van de toename van de verharding. Deze zullen worden benut. Het robuuste watersysteem wordt dus parallel en als onderdeel van de gehele gebiedsontwikkeling gerealiseerd.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

51

3.4.3 Conclusie Het watersysteem dat is ontworpen voor de ontwikkeling bestaat uit twee schaalniveaus. Op het niveau van Markvelden wordt de toename van verhard oppervlak gecompenseerd, op gebiedsniveau wordt ruimte geboden én ingericht voor de regionale waterbergingsopgave. Op deze manier ontstaat een robuust watersysteem dat voldoet aan het uitgangspunt 'Water en Bodem Sturend'.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

52

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan omgevingsaspecten

Toetsing aan Besluit milieueffectrapportage

4.1.1 Beleids- en toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. 4.1.2 Onderzoek De gemeente Moerdijk is voornemens om circa 450 woningen en een randweg tussen de zuid- en oostrand met spoortunnel toe te voegen in Zevenbergen Oost.

In bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage worden de activiteiten benoemd waarvoor de m.e.r.-plicht kan gelden. In dit geval gaat het om de activiteiten stedelijke ontwikkeling (categorie D11.2) en aanleg van een autoweg (categorie C1.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het project betrekking heeft op 2.000 of meer woningen. De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder deze drempelwaarde. De aanleg van een autoweg is m.e.r.-plichtig. Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het project betrekking heeft op 2.000 of meer woningen. De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder deze drempelwaarde. De nieuwe randweg wordt niet gedefinieerd als autoweg aangezien op de randweg een aansluiting wordt gemaakt op een landbouwweg en ook toegankelijk is voor landbouwwerktuigen. De weg voldoet hierdoor niet aan de criteria voor een autoweg en is er geen sprake van een directe mer-plicht. 4.1.3 Conclusie Op 12 december 2023 is door het college van burgemeester en wethouders besloten dat het opstellen van een milieueffectrapportage niet nodig is. De kenmerken en de plaats van het project vormen geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

Het stedelijk ontwikkelingsproject en de aanleg van de randweg/rotonde leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits rekening wordt gehouden met de maatregelen zoals die zijn beschreven zijn in de vormvrije mer-beoordeling. Deze is opgenomen in bijlage 2.

4.2

Verkeer

4.2.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor het nemen van besluiten over ruimtelijke plannen of projecten. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en dat er in de gebruiksfase voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie worden berekend op basis van kencijfers uit publicaties van het kennisplatform CROW. Tegenwoordig is dat publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen, december 2018). Hiervan kan worden afgeweken, maar dan zal dit goed moeten worden gemotiveerd of onderbouwd.

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

53

Voor wat betreft de parkeerbehoefte heeft de gemeente parkeernormen vastgesteld die afwijken van de CROW parkeernormen. De gemeente heeft ervoor gekozen om de verscheidenheid aan woningen die CROW hanteert bij haar kencijfers te vereenvoudigen. CROW relateert de kencijfers aan de prijsklasse, type en koop of huur, terwijl de verschillen per categorie klein zijn. Bovendien wenst de gemeente rekening te houden met een parkeerreductie door de invoering van deelmobiliteit. De 'Beleidsregels Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk 2021' (zie bijlage 3) vormt samen met de 'Beleidsregels parkeerbeleid 2021 gemeente Moerdijk' het officiële parkeerbeleid van de gemeente Moerdijk. Met dit parkeerbeleid wordt een eerste stap gezet naar een duurzamer parkeerbeleid en daarmee dan ook een stap naar een duurzamere mobiliteit in onze gemeente. De nota bevat zowel parkeernormen voor de auto als voor de fiets. De in de nota opgenomen parkeernormen zijn minimumnormen. Het niet voldoen aan de parkeereis vormt een weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. In de nota is de mogelijkheid opgenomen om een mobiliteitscorrectie toe te passen. Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden, zoals het goed onderbouwen van het alternatief, kan worden afgeweken van de parkeernorm en mogen er minder parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Gelet op de ambitie om een natuurinclusieve woonwijk te ontwikkelen met ruimte voor waterberging en klimaatadaptatie is dit ook de inzet van de gemeente. Niettemin zal bij de definitieve uitwerking van het stedenbouwkundige plan rekening moeten worden gehouden met ten minste het aantal aangegeven parkeerplaatsen. Niet voor alle functies zijn parkeernormen opgesteld. Alleen voor de veel voorkomende en voor Moerdijk specifieke functies zijn parkeernormen geformuleerd. Voor de overige functies worden de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt gehanteerd, waarbij voor Zevenbergen een verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk gebied' geldt en de stedelijke zone 'rest bebouwde kom'. 4.2.2 Toetsing Parkeren De parkeernormen voor auto's die voor de Zevenbergen Oost worden gehanteerd, zijn de volgende: Tabel 4.1 Parkeernormen voor wonen

bestemmingsplan Markvelden Noord, Verlengde Zuidrand en Zuidrandtunnel vastgesteld

54

Uit tabel 4.1 blijkt dat voor grotere woningen 1,8 parkeerplaats wordt aangehouden. In het 'Mobiliteitsconcept Zevenbergen Oost' (januari 2023, zie bijlage 4) is vermeld dat met deze parkeernorm rekening moet worden gehouden, maar dat bij de ontwikkeling van de wijk wordt uitgegaan van de realisatie van totaal 1,3 tot 1,5 parkeerplaats per woning. Het terugdringen van het aantal parkeerplaatsen per woning past bij de mobiliteitstransitie, maar ook bij een landelijke kern als Zevenbergen. Nabij de woning hebben bewoners één ontheffing per woning of kunnen ze parkeren op eigen terrein. Een eventuele tweede auto wordt verder van woning op openbaar gebied gerealiseerd. Hiervoor worden nabij de randweg en langs de centrale as, op maximaal 200 meter lopen, flexibele parkeerplaatsen aangelegd, waardoor dubbelgebruik mogelijk is. Door maximaal 1 plek nabij de woning te ontwerpen en de rest op afstand te realiseren, wordt extra (zoek)verkeer door de wijk voorkomen. De 0,3 of 0,5 auto verschil met de norm wordt wel gereserveerd, maar in eerste instantie groen ingericht. In tabel 4.1. is rekening gehouden met de invoering van deelmobiliteit. In het stedenbouwkundig plan is nog uitgegaan van de oude parkeernormen (uit 2015). In paragraaf 4.2.1 is vermeld dat de gemeentelijke inzet is om minder parkeerplaatsen aan te leggen.

Er wordt nader onderzoek gedaan om deelmobiliteit op gepaste manier plaats te laten vinden in de wijk. Bij de nadere planuitwerking wordt per omgevingsvergunning bekeken hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn en dienen deze te worden gerealiseerd. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen, waaraan dient te worden getoetst. Verkeersontsluiting gemotoriseerd verkeer In het structuurontwerp voor de ontwikkeling van Zevenbergen Oost is rekening gehouden met de aanleg van de randweg tussen de zuid- en oostrand met spoor. Zoals al in paragraaf 2.1.5 is vermeld, volgt het tracé van de huidige weg 'Afgebrande Hoef'. Op de kruising met de Hazeldonkse Zandweg en de interne ontsluitingsweg van het Zwanenveld wordt een rotonde aangelegd. Een tweede rotonde wordt aangelegd bij de oostelijke entree van het nieuwe woongebied. De rotonde wordt iets ten noorden van de bestaande Hazeldonkse Zandweg aangelegd, zodat er een natuurlijke bocht ontstaat tussen de weg in het buitengebied (Hazeldonkse Zandweg/ N389) en de weg langs het Zwanenveld. Het wegvak tussen deze twee nieuwe rotondes wordt opgewaardeerd. Door de komst van de randweg en de nieuwe verkeersstructuur zal het wegvak richting het centrum worden ontlast. Ook de 'Buurtjes rondom gemeenschappelijke woonpaden' en het 'Cluster in het landschap' worden ontsloten via een rotonde in de nieuwe randweg (zie paragraaf 2.2.).

Verkeersgeneratie en toekomstige verkeersintensiteiten autoverkeer Wijzigingen in het verkeersnetwerk, ruimtelijke ontwikkelingen en sociaal economische veranderingen kunnen leiden tot verschuiving van verkeer en in een toe- of afname van verkeersintensiteiten. De gemeente Moerdijk beschikt over een verkeersmodel waarmee berekeningen kunnen worden gemaakt van de toekomstige verkeersintensiteiten op wegvakniveau. Met behulp van het verkeersmodel is in juli 2023 berekend wat de verkeersgeneratie is van de ontwikkeling van Zevenbergen Oost. Ook is beschouwd langs welke routes dit verkeer afgewikkeld wordt en wat de invloed daarvan is op de verkeersveiligheid. De rapportage 'Actualisatie verkeersonderzoek 'Zevenbergen Oost' is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting. Met het verkeersmodel zijn de volgende scenario's berekend en met elkaar vergeleken: 1. (Autonome) referentie 2030: Bevat alle vastgestelde infrastructurele en ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. In dit scenario is de ontwikkeling Zevenbergen Oost (woningen en oostelijke randweg) niet meegenomen. 2. Plansituatie 2030: in de plansituatie 2030 is de ontwikkeling Zevenbergen Oost opgenomen inclusief oostelijke randweg. Er zijn twee varianten doorgerekend met betrekking tot de verdeling van woningaantallen (zie figuur 4.1): a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=035c879a-39f7-49dd-94b2-c42f81221205