Bijlage 4 Verslag bijeenkomst raadsleden voortgang 2 juli 2019
Tekst van het document
Verslag bijeenkomst onderzoek Jeugdbeleid volgens de Duisenbergmethode Roosendaal, 2 juli 2019; 19:30 uur Aanwezig: Jos Vrolijk, Karim Ahlalouch, Ron Dam, Elsbeth van Straaten (gemeente Roosendaal); Dasja Abresch, Lenneke van der Meer (gemeente Steenbergen); Mariëtte Nooijens, Anita van Alphen (gemeente Etten-Leur); Pauline Joosten, Marjan van Eersel, Ineke Vonk (gemeente Moerdijk); Adri van Zweden, Kees Adriaanse (gemeente Woensdrecht); Louis Wijten, Jacomien Mutsaers (gemeente Bergen op Zoom). 1. Presentatie verloop proces Lenneke geeft een toelichting op het proces tot nu toe en waar we ons nu in het proces bevinden. Deze presentatie is bij dit verslag gevoegd en terug te vinden in de Dropbox. 2. Stand van zaken per gemeente Iedere gemeente licht kort toe hoe het onderzoek is verlopen, wat de resultaten zijn tot nu toe, wie ze willen spreken voor de verdiepende interviews en welke vragen daarbij kunnen worden gesteld. Gemeente Roosendaal Gedurende het proces was het noodzakelijk te overleggen met de directie sociaal domein en de betrokken portefeuillehouder. Daarna is het onderzoek goed opgepakt. Reeds in 2016 heeft in Roosendaal een onderzoek op basis van de Duisenbergmethode plaatsgevonden. In 2015 was direct na de decentralisatie de eerste prioriteit alles op poten te zetten. Nu begint er een bredere visie te komen.
Doelstellingen en effectiviteit beginnen nu vorm te krijgen. In overleg met het ZIT is een kwaliteitsmonitor in detail geproduceerd. Voorgesteld wordt te gaan praten met jeugdprofessionals, een straathoek/jongerenwerker, een grote zorgaanbieder, cliënten (i.v.m. tevredenheid). Gemeente Bergen op Zoom In de gemeente Bergen op Zoom is allereerst de vraag gesteld wat de taak van de raad is in het jeugdbeleid. Het beleid wordt op landelijk niveau gemaakt, de financiën worden ook vanuit het rijk naar de gemeenten doorgezet. De uitvoering vindt plaats door een GR. De Duisenbergmethode is bedoeld om te controleren wat er gebeurt bij gremia die zeggenschap hebben. Voor het jeugdbeleid ligt de zeggenschap bij een GR. De gemeente Bergen op Zoom heeft vervolgens de begrotingen van de GR’en doorgekeken. Toen bleek dat veel geld niet aan de jeugdzorg wordt besteedt, maar aan de GR, bijvoorbeeld voor huisvesting (voorbeeld Juzt). De raad zou meer instrumenten moeten krijgen voor het afleggen van verantwoording richting de raad. Onduidelijk is over welke zorgbehoefte we praten en hoe deze zich zal gaan ontwikkelen. De vraag naar jeugdzorg wordt veroorzaakt door maatschappelijke ontwikkelingen. Voorgesteld wordt te gaan praten met Juzt en de voorschoolse kinderopvang (omdat daar de eerste signalen vaak te zien zijn).
20190702AvA
1
Gemeente Etten-Leur In de gemeente Etten-Leur zijn de 6 vragen van de Duisenberg methode beantwoord. Allereerst valt op dat de beleidsnota’s mooie doelstellingen bevatten, maar dat deze onvoldoende concreet blijken te zijn en dus niet goed controleerbaar. Er zijn onvoldoende en onduidelijke kwaliteitsindicatoren benoemd. Er zouden indicatoren moeten worden toegevoegd en de huidige indicatoren moeten worden geactualiseerd. Vaak zijn deze gebaseerd op verouderde info. Hierdoor is het heel lastig de geleverde prestaties toe toetsen. De zachte indicatoren zijn niet benoemd. Er is geen beeld van de effectiviteit van de jeugdzorg. Er is geen beeld van de cliënttevredenheid en van de hoeveelheid succesvolle trajecten. De ontwikkeling van de zorgbehoefte is onvoldoende in beeld. Binnen de documenten die nu beschikbaar zijn wordt alleen een beeld van de huidige situatie gegeven. Er kunnen geen conclusies voor de toekomst worden getrokken. De vragen over de kosten(ontwikkeling) zijn daarom ook niet te beantwoorden. Gemeente Steenbergen De conclusies komen grotendeels overeen met die van de gemeente Etten-Leur. Er zijn geen duidelijke indicatoren, veel is onbekend. Een onderzoek naar cliënttevredenheid ontbreekt. Ook is het moeilijk iets te zeggen over de effectiviteit. Voorgesteld wordt om hiervoor de groep 18+’ers, jongvolwassenen, ouders en gezinnen te interviewen.
Zij kunnen aangeven of de zorg in hun jeugd effect heeft gehad. Het is moeilijk te toetsen of het aangeboden pakket leidt tot tevredenheid. Gemeente Woensdrecht Het Duisenberg onderzoek is besproken in de werkgroep sociaal domein. Daarna is het, o.a. wegens ziekte, niet meer gelukt om het onderzoek op te starten. Binnenkort wordt het opgepakt. Reeds uit twee eerdere onderzoeken van de lokale rekenkamercommissie bleek dat het heel moeilijk is een beeld te krijgen van de effectiviteit van de jeugdzorg. Verder is het ook lastig grip te krijgen op convenantsamenwerkingen (ZIT / Spring). De raad staat hier te ver vanaf. De informatievoorziening aan de raad is niet op orde. Er zijn, met name voor de zachte kant, te weinig indicatoren, maar dit is ook lastig te meten. Gemeente Moerdijk De gemeente Moerdijk onderschrijft de conclusies van de gemeente Etten-Leur. Het is voor de raad heel moeilijk om de effecten van het jeugdbeleid te beoordelen. De informatie aan de raad is heel gefragmenteerd. Er is behoefte aan duidelijke indicatoren. Ook is er behoefte aan een duidelijk overzicht op 2 A4’tjes met een samenvatting van alle informatie. Het is nu heel onoverzichtelijk. De effectiviteit is lastig te meten. De informatie aan de raad zou compacter moeten worden aangeleverd. 3. Wie willen we interviewen en wat gaan we vragen? 1. Ruut van Andel van het ZIT.
Wat wordt er getoetst? Hoe en welke verschillen zijn er per gemeente? Welke indicatoren en methodes hanteren we? Kunnen we de indicatoren scherper stellen, actualiseren en voor iedere gemeente dezelfde indicatoren hanteren? 2. Een hoogleraar jeugdzorg. De kosten voor jeugdzorg stijgen sterk. Er wordt meer ingezet op lichtere trajecten om zware zorg te voorkomen. Is dit effectief? 20190702AvA
2
Deelvragen: waardoor wordt de kostenverhoging in de jeugdzorg veroorzaakt? Is er inderdaad sprake van ‘vermarkting’ van de jeugdzorg en wat zijn de gevolgen hiervan? Wie filtert de zorgaanbieders? 3. Jeugdprofessionals. Welke ontwikkelingen zijn er te zien binnen de arrangementen voor jeugdzorg? Wat is de effectiviteit van de ingezette zorg? Hoe wordt dit geregistreerd? Wordt er ook een bijdrage geleverd aan het kostenbewustzijn van de zorgvragers? Hoe? 4. Ervaringsdeskundigen: jeugdigen en hun ouders. Dit om een beter beeld te krijgen van de cliënttevredenheid en de effectiviteit van het doorlopen zorgtraject. 5. Een verantwoordelijke binnen het West-Brabantse samenwerkingsverband. Naar aanleiding van artikel in Binnenlands Bestuur d.d. 10 juni jl. “Steenbergen heeft meer grip op jeugdhulp.” Kennelijk is er voldoende informatie over de effectiviteit beschikbaar, maar de raad wordt in deze informatievoorziening onvoldoende meegenomen. Waarop is dit standpunt gebaseerd en wie is verantwoordelijk voor wat? 6. Beleidsmedewerkers bij de gemeentes en een medewerker van het samenwerkingsverband. Wat is de meerwaarde van samenwerking? Hoe wordt dit ervaren? Wie is verantwoordelijk voor wat? 7. Juzt. Doel is om de ‘de andere kant van het verhaal’ te horen.
Gaan we op de goede manier om met het faillissement? Kon het systeem wel werken? Hoe houden we grip op de aangesloten partners en wat is hierin de rol van de raad? 4. Afspraken: Het verslag van deze bijeenkomst wordt zo spoedig mogelijk naar de raadsleden gestuurd, ook degenen die nu niet aanwezig waren. Binnen twee weken na dit overleg kan iedereen reageren en de vragen aanvullen. Hierbij wordt ook al aangegeven bij welk interview men aanwezig wil zijn. De voorbereidingsgroep (Elsbeth, Lenneke en Anita) maakt een clustering van de vragen en de te interviewen personen. De groep interviewers per gesprek moet niet te groot zijn en liefst samengesteld uit verschillende gemeenten. De voorbereidingsgroep plant gedurende het zomerreces de interviews in, zodat we daarna aan de slag kunnen met de interviews.
20190702AvA
3