Bijlage 4 quickscan flora en fauna
Tekst van het document
QUICK SCAN FLORA EN FAUNA
Groeneweg 3, Noordhoek
Datum
: 1 mei 2020
Rapportnummer
: 219-NGr3-nw-v3
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519
Project
: Quick scan flora en fauna in de omgeving Groeneweg 3 te Noordhoek
Opdrachtgever
: ZLTO Advies
Datum rapport
: 1 mei 2020
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat
: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044
Projectleider Collegiale toets
: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten
Voor akkoord: W.A. van Aerle
Voor akkoord: A. van der Vleuten
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
1
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling
2 2 3 4 4 5 6 7
3.
Conclusie
9
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
: Situatietekening en luchtfoto : Resultaten inventarisatie Natuurloket : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving : Natuurnetwerk Noord-Brabant
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
1. Inleiding Op 5 maart 2018 is door ZLTO Advies aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de realisatie van woningen op percelen aan de Groeneweg 3 te Noordhoek. Door de gemeente Moerdijk is de eis gesteld dat in verband met de bestemmingsplanprocedure en de latere aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuwbouw op de locatie, wordt aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard. alleen rondom de bestaande akkerbouwschuren is verharding aanwezig. Een gedeelte van de schuren zal worden gesloopt. Op de locatie is reeds een bedrijfswoning aanwezig. De locatie is gesitueerd in het noorden van de bebouwde kom van Noordhoek. Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop van de schuren en de nieuwbouw van de woningen consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De luchtfoto van de locatie is weergegeven in bijlage 1. Door de gemeente zijn opmerkingen gemaakt op de eerste versie van de rapportage. Ook zijn bedenkingen gemaakt over de aanwezigheid van vleermuizen in de landbouwloods. Hiervoor is onderhavige derde versie opgesteld.
1
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.
2
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (uitwerkingsplan Provincie Noord-Brabant) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten. Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan.
Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.
3
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de nieuwbouwlocatie zijn geen ecologische verbindingszones of andere waardevolle natuurgebieden gesitueerd. Ten noordwesten van de locatie is op een afstand van ongeveer 1,25 km de ecologische verbindingszone (EVZ) ‘Keenehaven / Verlamde Vaart’ gesitueerd. Genoemde afstand is voldoende groot om te kunnen stellen dat onderhavige planontwikkeling geen invloed zal hebben op de EVZ. Ook zijn de gronden niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer.
2.4 Veldonderzoek door M&A Op 5 en 9 april 2018 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 5 april 2017 ongeveer 13 °C, luchtvochtigheid 70% en 7/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag tijdens het onderzoek. In de avondperiode op 9 april 2018 bedroeg de buitentemperatuur 15 °C. Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is rondom de nieuwbouwlocaties (tot een afstand van 200 m daar buiten) rastermatig het gebied verkend. De afstand van 200 meter is hierbij gekozen op grond van onze ervaringen met het type bebouwing in de omgeving (voornamelijk woningen) en de typering van het terrein. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de nieuwbouw van de woningen, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de bouw van de woningen.
4
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Tijdens het veldonderzoek zijn een aantal inheemse soorten (Merel, Koolmees, Vink, Roodborst, Buizerd, Konijn, Mol) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen. Er is een uitgebreide inspectie van de te slopen landbouwschuren op het terrein uitgevoerd. Hierbij zijn eveneens geen verblijfs- of broedplaatsen van Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen. Ook zijn geen sporen aangetroffen van vleermuizen. Er is o.a. met een camera (Novascope) onderzoek uitgevoerd in kieren en spleten. Ondanks dat de schuren enigszins geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen, zijn deze niet aangetroffen in de gebouwen. Dit is ook onwaarschijnlijk, omdat de schuren enerzijds zijn opgebouwd als enkelsteens metselwerk met dak met kierend dakbeschot en anderzijds als geïsoleerde damwand zonder openingen tussen dak en wanden. Dergelijke bebouwing is, gezien de omgeving met pannendaken met isolatie, minder aantrekkelijk. Vleermuizen zullen dus eerder de bebouwing in de omgeving aandoen dan onderhavige bedrijfsbebouwing. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Bij het veldbezoek op 9 april in de avondperiode (tot ongeveer 00.00 uur) is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector van het type Heterodyne (model 440 LS).
Met de detector zijn geen waarnemingen van vleermuissoorten gedaan. Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds voldoende informatie is verkregen.
2.5 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Groeneweg 3 in Noordhoek. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.
5
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
2.6 Resultaten literatuuronderzoek 2.6.1 Natuurloket Binnen de kilometerhokken 95.000-96.000 (X) en 406.000 (Y) zijn volgens het Natuurloket een aantal beschermde flora en fauna geïnventariseerd. Het blijkt dat 11 landzoogdiersoorten, 1 vleermuissoorten, 4 broedvogelsoorten, 38 wintervogelsoorten, 1 dagvlinder, 1 macronachtvlinders en 2 libellen in de kilometerhokken van de onderzoekslocatie zijn gespot. De inventarisatie van de wintervogels wordt als goed beschouwd en voor de overige soorten als slecht. Verder zijn 6 vaatplantensoorten aangetroffen. De inventarisatie kan als slecht beschouwd worden. In bijlage 2 zijn de volledige gegevens opgenomen. In het plangebied is het mogelijk dat er vleermuizen, broed- en wintervogelsoorten de locatie gebruiken als nest- of foerageergebied. Voor de overige soorten en soortgroepen leent de locatie zich niet als een juiste habitat, zodat de kans zeer klein is dat deze op de onderzoekslocatie aanwezig zullen zijn. Aangezien het onderzoeksgebied slechts een klein gedeelte van de kilometerhokken beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het onderzoeksgebied.
In paragraaf 2.7 zal daarom voor de verschillende natuursoorten worden aangegeven, hoe waarschijnlijk het zal zijn dat deze voorkomen in het onderzoeksgebied en in hoeverre de ontwikkeling op het perceel van invloed is op de betreffende soorten.
6
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
2.6.2 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden in de omgeving aanwezig zijn. Het dichtst bij zijnde gebied is het Natura 2000 gebied ‘Hollands Diep’ op een afstand van ongeveer 4 km. De sloop van de landbouwschuren en de nieuwbouw van woningen op deze afstand heeft geen invloed op het betreffende gebied.
2.7. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft het slopen van twee landbouwschuren en de nieuwbouw van 6 tot 10 woningen op de percelen. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de nieuwbouw van de woningen iets toenemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen schaars zijn. De nieuwbouwlocaties zijn in gebruik als schapenwei. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Binnen de landbouwschuren zijn geen verblijfs- of broedplaatsen aangetroffen. Omdat bij de inventarisatie geen schaarse of bedreigde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden.
Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is.
7
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is voor een aantal grondgebonden zoogdieren (o.a. Konijn, Mol of Das). Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. In de landbouwschuren zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Dit is met een batdetector en een inspectiecamera goed onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop en de nieuwbouw zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel broedende soorten. Ook zijn er geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval. Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen.
Op het perceel ontbreken bepaalde waadplanten voor de beschermde soorten. Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied.
8
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.
9
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
3. Conclusie Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens de veldbezoeken in april 2018 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder Huismussen, Gierzwaluwen en vleermuisssoorten). De veldonderzoeken, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 5 april en 9 april 2018, zijn binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten en hun kuikens, achtergebleven nestmaterialen, vraatsporen en uitwerpselen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Ook in de bomen in de omgeving van de locatie is degelijk onderzoek uitgevoerd op o.a. toegangsmogelijkheden en verblijfplaatsen van vleermuizen. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen.
Ook is gebruik gemaakt van een inspectiecamera (Novascope) om sporen te onderzoeken in spleten en kieren van de constructie. Er is geen enkele aanwezigheid van vleermuizen waargenomen. Dit is ook onwaarschijnlijk, omdat de schuren enerzijds zijn opgebouwd als enkelsteens metselwerk met dak met kierend dakbeschot en anderzijds als geïsoleerde damwand zonder openingen tussen dak en wanden. Dergelijke bebouwing is, gezien de omgeving met pannendaken met isolatie, minder aantrekkelijk. Vleermuizen zullen dus eerder de bebouwing in de omgeving aandoen dan onderhavige bedrijfsbebouwing. Volgens het Natuurnetwerk Nederland zijn er geen ecologische verbindingszones in de directe nabijheid van het perceel gesitueerd. Ook is het perceel niet gesitueerd in een waardevol gebied qua natuurwaarden.
10
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Door de sloop van de twee landbouwschuren en de nieuwbouw van de woningen, wordt het karakter van het gebied niet beïnvloed. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden. Het is onwaarschijnlijk dat broedende soorten in de omgeving door de werkzaamheden worden verstoord. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
11
Groeneweg 3, Noordhoek
Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto
M&A Omgeving BV
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Bijlage 2 : Resultaten inventarisatie Natuurloket
Beknopte levering uit de NDFF Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
Projectnaam Groeneweg 3, Noordhoek Doel Inventarisatie natuurwaarden Datum 17-05-2018 13:53 Ordernummer HNL-2018-116 Geselecteerde kilometerhokken 95-406, 96-406
Vragen? Neem contact op met het Serviceteam van de NDFF: Telefoon: 0800 2356333 E-mail: serviceteamNDFF@natuurloket.nl
paddenstoelen
vleermuizen
landzoogdieren
broedvogels
1998-2018
Onderzoeks-
periode
onderzoek
slecht
83%/16%
6
Volledigheid
0-0.25/0.251-1
Detaillering
Aantal soorten
soorten (NL)
WNB-andere
soorten (PROV)
WNb-andere
Habitatrichlijn
Vogelrichtlijn
Rode-Lijstsoorten
96 - 406
periode
vaatplanten
1998-2018
Onderzoeks-
onderzoek
slecht
100%/0%
5
Volledigheid
0-0.25/0.251-1
Detaillering
Aantal soorten
soorten (NL)
WNB-andere
soorten (PROV)
WNb-andere
Habitatrichlijn
2008-2018
niet
mossen
2008-2018
niet
2008-2018
niet
korstmossen
2008-2018
niet
2008-2018
niet
paddenstoelen
2008-2018
niet
2008-2018
slecht
100%/0%
1
1
vleermuizen
2008-2018
slecht
100%/0%
1
1
2008-2018
slecht
0%/0%
1
1
broedvogels
2008-2018
slecht*
5%/92%
4
2008-2018
goed*
1%/1%
38
23
wintervogels
2008-2018
goed*
0%/0%
38
23
wintervogels
2008-2018
niet
amfibieen
2008-2018
niet
amfibieen
2008-2018
niet
reptielen
2008-2018
niet
reptielen
Beknopte levering HNL-2018-116 Pagina : 2 / 4
2008-2018
redelijk
81%/0%
11
5
1
landzoogdieren
2008-2018
slecht
6%/0%
6
2
4
korstmossen
1
mossen
Vogelrichtlijn
vaatplanten
Rode-Lijstsoorten
95 - 406
2008-2018
niet
vissen
2008-2018
niet
vissen
2008-2018
slecht
100%/0%
1
dagvlinders
2008-2018
niet
dagvlinders
niet 2008-2018
2008-2018
slecht
100%/0%
1
2008-2018
niet
macronachtvlinders micronachtvlinders
2008-2018
niet
macronachtvlinders micronachtvlinders
2008-2018
slecht
0%/0%
2
libellen
2008-2018
niet
libellen
krekels
2008-2018
2008-2018
niet
overige soortgroepen
sprinkhanen en
niet
2008-2018
2008-2018
niet
krekels
niet
overige soortgroepen
sprinkhanen en
Toelichting op de tabel Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen, schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken, ringwormen, snoerwormen en wormachtigen zoals bloedzuigers. Ook zeeorganismen als hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren vallen in deze verzamelgroep.
Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermeld hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid. De gehanteerde Rode Lijsten zijn (inclusief link naar website van ministerie van de Rijksoverheid met verwijzing naar pdf van het besluit): vaatplanten
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
mossen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
korstmossen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
paddenstoelen
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
zoogdieren
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
broedvogels
Besluit Rode Lijsten 5 november 2004
amfibieën
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
reptielen
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
vissen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
dagvlinders
Besluit Rode Lijsten 4 september 2009
macronachtvlinders
geen Rode Lijst
micronachtvlinders
geen Rode Lijst
libellen
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
sprinkhanen en krekels
Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015
overige soortgroepen
Besluit Rode Lijsten 5 november 2004(1)
Wet Natuurbescherming – soorten van de Vogelrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.1
Wet Natuurbescherming – soorten van de Habitatrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2
Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.
Beknopte levering HNL-2018-116 Pagina : 3 / 4
Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten (landelijke lijst) Alle landelijk benoemde soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet.
Aantal soorten Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen:
die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie ‘betrouwbaar’ hebben meegekregen; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen pas na expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.
Volledigheid onderzoek Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven hoe volledig een specifiek kilometerhok is onderzocht. Er wordt hierbij gewerkt met een normering in 5 klassen: (1) niet, (2) slecht, (3) redelijk onderzocht, (4) goed onderzocht en (5) onbepaald. De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting is per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting
Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen 0-0.25 km2 en groter dan 1 km2 bepaald welk aandeel de waarnemingen bezetten. De basis voor deze berekening is het aantal waarnemingen: in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. De resultaten zijn in de drie genoemde klassen achter elkaar geplaatst en gescheiden door een slash- teken (/).
Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen de recente 10 afgeronde veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. In de loop van het kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.
Beknopte levering HNL-2018-116 Pagina : 4 / 4 Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Bijlage 3 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving
Groeneweg 3, Noordhoek
M&A Omgeving BV
Bijlage 4 : Natuurnetwerk Noord-Brabant
Laag
In uitvoering
Hoog
NURG
Gerealiseerd met restopgave; Gerealiseerd restopgave G; Gerealiseerd restopgave W
Gerealiseerd; Gerealiseerd (niet
NNB/EVZ Ecologische verbindingszone
PWP)
Rijks ehs
Provinciale ehs
Rijk en Provincie EHS
Natte Natuurparels
Rijksbeleidskaart - Natura2000
Indien er veel lagen tegelijk aan staan, kan het zijn dat een aantal legendaklassen buiten het papier vallen
Legenda
Inventarisatie natuurwaarden
Groeneweg 3, Noordhoek
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
Datum: 17-05-2018