CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: Evaluatie “Een integrale aanpak van armoede en schulden in Moerdijk 2018-2021)

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Armoedebeleid12.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie: Een integrale aanpak van Armoedebeleid & Schulden in Moerdijk (nota 2018-2021)

Afdeling: Maatschappelijke Ontwikkeling In opdracht van: Het college van B&W gemeente Moerdijk Datum: 20 december 2022

Inhoud SAMENVATTING ......................................................................................................................................3 1.

Inleiding ...........................................................................................................................................4 1.2 De invloeden van Corona ..............................................................................................................5

2.

Armoede in Moerdijk ......................................................................................................................6 2.1 Gemiddeld inkomen per inwoner..................................................................................................6

3. Bereik regelingen gemeente Moerdijk en Werkplein Hart van West-Brabant....................................6 3.1 Uitvoering door gemeente ............................................................................................................6 3.2 Uitvoering door het Werkplein Hart van West-Brabant................................................................9 3.3 Risicogroepen omtrent bereik.....................................................................................................11 4. Kinderen en jongeren in armoede.....................................................................................................12 5. Financiële zelfredzaamheid ...............................................................................................................18 5.1 Voedselbank ................................................................................................................................18 5.2 Cursussen financiële vaardigheden .............................................................................................19 5.3 Moedige Dialoog (betrekken van werkgevers bij bestrijding van armoede)...............................20 6.

Deelname aan de maatschappij ........................................................................................................20 6.1 Maatschappelijke Participatie .....................................................................................................20 6.2 Arrivapas (Meedoenpas) .............................................................................................................21 7. Relatie armoede en schulden............................................................................................................22 8. Integrale benadering .........................................................................................................................23 8.1 Bredere aanpak sociaal domein ..................................................................................................23 8.2 Armoederegisseur .......................................................................................................................23 8.3 Voorzieningenwijzer ....................................................................................................................24 9. Voorlichting over bestaande voorzieningen......................................................................................24 10.

Budgetten armoedebeleid...............................................................................................................25 11. Conclusies en aanbevelingen ..........................................................................................................26

SAMENVATTING De gemeente Moerdijk heeft al jaren een goed armoedebeleid. We kennen een goed pakket van voorzieningen. De vorige beleidsnota bestreek de periode tot en met 2021. Het is nu het moment, mede naar aanleiding van lokale en landelijke ontwikkelingen, dit beleid te heroverwegen en waar nodig te actualiseren. De nota is destijds tot stand gekomen met betrokkenheid van de Cliëntenraad Participatie, collega’s uit het sociaal domein en samenwerkende partners. Armoede belemmert mensen om te participeren in de samenleving. Wij achten dit niet acceptabel. Met ons armoedebeleid willen we er voor zorgen dat alle mensen in Moerdijk mee kunnen doen. Zeker in een tijd waarin het aantal mensen dat onder de lage-inkomensgrens leeft nog steeds toeneemt. Onze bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar kinderen en ouderen. Hieronder wordt per speerpunt in het kort omschreven wat wij in de periode 2018- 2021, met een uitloop naar 2022, hebben gerealiseerd. Kinderen hebben de toekomst In de periode 2018-2021 hebben we ingezet op het terugdringen van het non-gebruik onder kinderen die opgroeien in armoede.

Samenwerkingen met Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Jeugd Educatie Fonds en het Werkplein Hart van West-Brabant voorkomen sociale uitsluiting bij kinderen, dragen bij aan de ontwikkeling van kinderen door hen van schoolspullen te voorzien, dragen bij aan hun gezondheid en laten kinderen zo goed als mogelijk participeren in de samenleving (Meedoenregeling). Daarnaast is er ingezet op ontwikkeling van kinderen met ongelijke kansen door de inzet van VVE en SMI. Ook de peuteropvang toeslag maakt het mogelijk voor peuters om zich te ontwikkelen op de peuteropvang die dit zonder deze regeling niet hadden gekund. Toegankelijkheid Daarnaast hebben er themabijeenkomsten plaatsgevonden om partners te informeren over de bestaande armoedevoorzieningen. Dit heeft erin geresulteerd dat er nieuwe kansen zijn ontdekt omtrent het terugdringen van het non-gebruik. Betere verbindingen leggen Door de toename in werkzaamheden van de adviseur Armoede en schuldhulpverlening heeft de raad vanaf 2022 extra formatie beschikbaar gesteld. Hierdoor heeft de gemeente in 2022 een adviseur armoede aangesteld. Deze adviseur heeft tevens de taak van armoederegisseur. Zij is gestart met verbeteren van de samenwerking met diverse samenwerkingspartners die ofwel uitvoering geven aan gemeentelijk beleid of in nauw contact staan met de doelgroep.

Daarnaast geeft deze uitbreiding meer ruimte om het armoede beleid te herijken en opnieuw vorm te geven. Met deze ontwikkeling is inmiddels een start gemaakt. Preventie is voorkomen Binnen de schuldhulpverlening is in 2019 een pilot gestart Vroegsignalering. Het doel van deze pilot was om zo vroeg mogelijk financiële zorgen te signaleren en inwoners te begeleiden en/of doorverwijzen naar zowel formele als informele hulp. In januari 2021 is de nieuwe Wet op de Schuldhulpverlening van kracht, binnen deze wet is de vroegsignalering binnen de gemeente een wettelijke taak. Daarnaast verwijzen collega’s binnen het sociaal domein inwoners op bestaande armoedevoorzieningen, zijn er bezoeken geweest aan scholen en konden inwoners gebruik maken van de geldplannen van het Nibud.

Activerend Het Werkplein Hart van West-Brabant en de WVS voeren de Participatiewet uit voor onder andere gemeente Moerdijk. Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen worden begeleid door een jobcoach, leerwerktrajecten volgen, werkstages volgen of gebruik maken van participatieplaatsen om de afstand tot de arbeidsmarkt (geleidelijk) te verkleinen. Ook beschutwerk is mogelijk voor inwoners met dermate beperkende problematiek dat redelijkerwijs niet van een werkgever kan worden verwacht deze in dienst te nemen. Bovendien is scholing mogelijk voor inwoners indien dit noodzakelijk wordt geacht om door te stromen naar een betaalde baan. Iedereen doet mee Een ambitie initieel geënt op statushouders, maar relevant voor alle minima. Om te voorkomen dat inwoners sociale uitsluiting ervaren zijn er diverse mogelijkheden, zoals de maatschappelijke participatie regelingen, om deel te nemen aan sociale activiteiten. Gemeente Moerdijk heeft hierbij extra aandacht voor kinderen: kinderen hebben binnen gemeente Moerdijk extra mogelijkheden ten opzichte van andere gemeenten om deel te nemen aan sport- en cultuuractiviteiten. Effectief en meetbaar beleid In 2018-2021 bleek het opzetten van meetbaar beleid een uitdaging, er is een gebrek aan inzicht in data over de inwoners in Moerdijk en vanwege AVG-wetgeving mag data van partners niet worden gedeeld.

De gemeente ontvangt alleen gegevens over het bereik in aantallen, maar niet wie er worden bereikt. De indicator voor effectiviteit die binnen de evaluatie wordt gezien is de toename in het gebruik van regelingen en kwalitatieve informatie afkomstig uit gesprekken met partners.

1. Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. De regering heeft de afgelopen jaren extra middelen ter beschikking gesteld voor de intensivering van het armoede- en schuldenbeleid van de gemeenten. Het armoedebeleid is ook in de gemeente Moerdijk een actueel thema. Het huidige Armoedebeleid betreft de beleidsperiode 2018 – 2021. In dit beleid is tevens de aanpak van schuldhulpverlening opgenomen. Vanwege de nieuwe wet Schuldhulpverlening stelde de raad in 2021 een nieuwe beleidsplan Schuldhulpverlening vast. Dit beleidsplan wordt afzonderlijk geëvalueerd. Deze evaluatie richt zich op het armoedebeleid 2018-2021 met een uitloop naar 2022 wat de raad in 2017 vaststelde. In deze evaluatie worden de opvallende zaken op een rij gezet en benoemen wij wat goed is gegaan en wat minder goed is gegaan. Tot slot bevat de notitie een aantal aanbevelingen en verbeterpunten waar we ons in ons nieuwe beleidsplan op gaan richten. Bij de totstandkoming van de armoedenota uit 2018-2021 leefde er binnen gemeente Moerdijk tenminste 2212 (5,9%) van de huishoudens onder de lage inkomensgrens.

De gemeenteraad van gemeente Moerdijk heeft armoede al geruime tijd hoog op de agenda staan, wat erin heeft geresulteerd dat zij het college hebben verzocht om te komen tot een integrale armoedenota. De gevolgen en oorzaken van armoede bestrijken doorgaans meer dan één leefgebied. Zo veroorzaakt armoede uitsluiting op verschillende domeinen die allen met elkaar verweven zijn, zoals gezondheid, onderwijs, werk, huisvesting, zorg en vrijetijdsbesteding. Wij hebben een belangrijke rol in het bestrijden van armoede. Enerzijds zijn we verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Participatiewet , anderzijds ontwikkelen wij zelf initiatieven op het gebied van inkomensondersteuning en participatiebevordering. Binnen de armoedenota 2018-2021 werden de verschillende leefgebieden als kapstok gebruikt. De doelen en ambities die zijn vastgesteld worden per thema geëvalueerd.

1.2 De invloeden van Corona De Coronapandemie heeft grote impact gehad op het bestrijden van armoede. Vanwege de meerdere lockdowns tussen maart 2020 en februari 2022 werd de maatschappij volledig ontwricht. Dit leidde ertoe dat men niet meer kon sporten, naar school of werk kon gaan of deel kon nemen aan andere sociale activiteiten. In relatie tot het armoedebeleid leidde dit ertoe dat het aantal aanvragen voor deelname aan maatschappelijke activiteiten of voorzieningen voor kinderen drastisch afnam. De ambities zoals deze in het armoedebeleid waren beschreven konden om die reden, ondanks de inspanningen van de gemeente Moerdijk, in cijfers niet worden waargemaakt. De cijfers omtrent het bereik zijn om die reden geen betrouwbare weerspiegeling van de inspanningen van de gemeente om de gevolgen van armoede onder onze inwoners te verzachten.

2. Armoede in Moerdijk 2.1 Gemiddeld inkomen per inwoner In 2021 bedraagt het gemiddelde inkomen per inwoner 27.400 euro. Het gemiddelde inkomen per inkomensontvanger bedraagt 33.600 euro. In totaal telt gemeente Moerdijk 29.800 inkomensontvangers op de in totaal 37.314 inwoners in 2022. De buurt Helwijk heeft met een gemiddeld inkomen van 21.900 per inwoner van alle buurten het laagste gemiddelde inkomen in gemeente Moerdijk.

3. Bereik regelingen gemeente Moerdijk en Werkplein Hart van WestBrabant 3.1 Uitvoering door gemeente Sociaal Medische Indicatie (SMI) De Sociaal Medische Indicatie is in beginsel bedoeld voor ouders die vanwege gezondheidsoverwegingen (tijdelijk) niet kunnen werken, maar ook niet voor de kinderen kunnen zorgen. Als ouders niet werken, hebben zij geen recht op de kinderopvangtoeslag. Deze regeling vormt een vangnet voor deze doelgroep. De sociaal medische indicatie kan niet worden aangevraagd door een inwoner zelf, maar wel een betrokken hulpverlener of professional. Deze indicatie wordt afgegeven door een medewerker van de gemeente, veelal een jeugdprofessional, om het gezin (ouders) te ontlasten. Denk hierbij aan chronisch zieke ouders die vanwege afspraken in het ziekenhuis niet thuis zijn om na schooltijd hun kind te ontvangen. Een belangrijk criterium is dat de gezinssituatie moet worden ontlast. Dikwijls hebben ze geen veilige thuissituatie en kunnen zich om die reden niet goed ontwikkelen. Ook armoede of psychische klachten kunnen reden zijn om de Sociaal Medische Indicatie af te geven. Kinderen kunnen dankzij de SMI naar de BSO waar ruimte is voor ontwikkeling van het kind, om te voorkomen dat er leer- en ontwikkelachterstanden ontstaan en zij in de toekomst grotere kans hebben om in armoede te vervallen. De indicatie wordt afgegeven aan kinderen van 0 tot 13 jaar.

Hier zit ook een eigen bijdrage aan. Op het moment zijn er ongeveer 20 kinderen met een Sociaal Medische Indicatie. Conclusie: Op het moment wordt er niet veel gebruik gemaakt van de SMI, maar is ook niet helemaal duidelijk of dit komt door een gebrek aan de bekendheid van de regeling of het gebrek aan behoefte. Aanbeveling: Onderzoeken of er voldoende bekendheid is over deze regeling bij ambtenaren van de gemeente Moerdijk. Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) De Voor- en Vroegschoolse Educatie wordt ingezet voor kinderen die in hun eerste jaren een taal- of ontwikkelachterstand hebben opgelopen. Doorgaans signaleert een consultatiebureau deze achterstanden bij het kind. In de regel ontstaan deze achterstanden dikwijls door tekortkomingen in taalstimulering of -ontwikkeling bij de ouders. Denk hierbij aan laaggeletterden of anderstaligen. Deze vallen beide onder de risicogroepen voor (langdurige) armoede. De indicatie kan afgegeven worden vanaf het 2e levensjaar en loopt door tot het 6e levensjaar (start groep 3 op de basisschool). In gemeente Moerdijk zijn er ongeveer 100 kinderen met Voor- en Vroegschoolse Educatie. Dankzij de Voor- en Vroegschoolse Educatie worden grotere achterstanden in de toekomst voorkomen waardoor zij mee kunnen komen op school.

De VVE zorgt voor extra taalstimulans waarbij de kinderen op het bij hun leeftijd passende taalniveau komen en wordt voorkomen dat zij niet mee kunnen komen bij de start op een basisschool. Conclusie: Er ontstaan problemen voor kinderen die in aanmerking komen voor Voor- en Vroegschoolse Educatie vanwege de huidige werkwijze met de kinderopvangcentra. Ouders dienen een eigen bijdrage te betalen voor de VVE. Vanwege de werkwijze met de gemeente moeten ouders de kosten voor de VVE voorschieten. Veel ouders met een laag inkomen kunnen dit niet, waardoor kinderen soms ongewenst stoppen met de VVE. Aanbeveling: Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de facturatie anders in te richten. Uitvoeringsregeling toeslag voor peuteropvang De uitvoeringsregeling toeslag voor peuteropvang bestaat voor peuters van 2 tot 4 jaar. Het doel van deze regeling is het terugdringen van onderwijsachterstanden middels de garantie dat kinderen naar de peuterspeelzaal kunnen. 1. Ouders of – verzorgers komen in aanmerking voor de toeslag als de peuter minimaal 5 en maximaal 7 uren per week de peuteropvang bezoekt; 2. Ze een overeenkomst hebben met kinderopvangorganisatie die opgenomen is in het register van kinderopvangorganisaties die peuteropvang aanbieden in gemeente Moerdijk; 3. Ze niet in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst; 4.

Ze geen onderdeel uitmaken van de gemeentelijke doelgroep; 5. Ze bereid zijn om jaarlijks een inkomensverklaring aan te vragen en deze te overleggen aan gemeente Moerdijk. Conclusie: de bestaande voorziening blijkt een nuttig en geschikt vangnet. Aanbeveling: Onderzoeken hoe de werkwijze voor uitbetaling van de peutertoeslag gelijk kan lopen met facturatie van een kinderdagverblijf (achteraf in plaats van vooraf) en of de aanvraag van de KOT eenvoudig genoeg is om door de inwoner aan te vragen. Uitvoering SMI, uitvoeringsregeling toeslag voor peuteropvang en VVE. In de praktijk zien we dat sommige ouders gebruik maken van zowel de VVE-indicatie, de Kinderopvangtoeslag en SMI. Deze situatie ontstaat wanneer er bijvoorbeeld een VVE-indicatie aanwezig is, de ouder Kinderopvangtoeslag ontvangt voor de overige VVE-uren en SMI, omdat er naast de VVE ook nog extra uren zijn vanwege een lastige gezinssituatie. Daarbij kunnen ouders ook een eigenbijdrage terugvragen bij het Werkplein. Deze ouders ontvangen dan meerdere beschikkingen en indicaties van verschillende afdelingen, omdat deze niet op één plaats zijn ondergebracht. Bovendien krijgen ze verschillende bedragen op verschillende momenten op hun rekening gestort. Conclusie: Bovenstaande wijze van uitvoering veroorzaakt bij ouders doorgaans veel verwarring.

Aanbeveling: In lijn met het toegankelijker maken van de gemeentelijke voorzieningen, luidt de aanbeveling om deze drie voorzieningen onder één afdeling onder te brengen, er één beschikking wordt verstuurd en er één totaalbedrag wordt overgeboekt. Aanvullend hierop zou er één aanvraagformulier kunnen worden gemaakt waarin alle producten zijn opgenomen waarop staat aangegeven welke producten/voorzieningen er worden toegekend. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

De regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen kan door inwoners worden aangevraagd wanneer het inkomen zodanig laag is dat zij deze kosten niet kunnen betalen. De Belastingsamenwerking West-Brabant voert deze regeling uit. Er gelden strenge regels om in aanmerking te komen voor kwijtschelding. Er wordt gekeken naar het saldo op de rekeningen van de inwoner en de waarde van de bezittingen. Door de wijze van berekenen, is het ook mogelijk voor schuldenaren om in aanmerking te komen voor kwijtschelding. Op het aanslagbiljet dat inwoners ontvangen wordt de mogelijkheid tot kwijtschelding genoemd. Inwoners kunnen dit zelf direct aanvragen. Inwoners worden daarnaast uitgenodigd bij de Belastingsamenwerking om de aanvraag gezamenlijk te doen. In 2020 heeft de gemeente 862 verzoeken ontvangen voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Niet alle verzoeken zijn gehonoreerd. Wanneer inwoners niet betalen, wordt een deurwaarder ingeschakeld. Tot slot is gebleken dat kwijtschelding nauwelijks wordt aangevraagd na tussenkomst van een deurwaarder. Gemeente Moerdijk kiest ervoor om het maximale uit de regeling te halen, ofwel 100 procent kosten van bestaan. Daarnaast is er in augustus 2021 een motie aangenomen voor aanpassen van de regeling om de kwijtscheldingsnorm te verhogen.

Conclusie: De inkomens stijgen niet even hard mee met de inflatie, wat tot gevolg heeft dat inkomens die buiten de gestelde inkomensgrenzen voor minimaregelingen vallen steeds vaker in de problemen komen. Aanbeveling: Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de criteria voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen te verruimen. Fonds sociaal domein Het Fonds Sociaal Domein bestaat vanaf augustus 2016 en is een voorziening die bestaat om onkosten op te vangen van inwoners die deze kosten niet kunnen betalen en die niet door een andere voorliggende voorziening kunnen worden gedekt. In de regel wordt deze voorziening ingezet wanneer hulp aan de inwoner van cruciaal belang is om een uitzichtloos patroon te doorbreken. In de praktijk zien we dat het middel voor veel uiteenlopende onkosten wordt ingezet. Met dit middel hoopte gemeente Moerdijk ook inzicht te vergaren in mogelijke hiaten in het beleid. Als er vaak een beroep werd gedaan op dit fonds voor dezelfde vraagstukken, zou dit kunnen betekenen dat de gemeente een nieuwe voorziening zou kunnen ontwikkelen. De criteria voor de inzet Fonds Sociaal Domein zijn: -

Bestaande wet- en regelgeving bieden geen of niet de goedkoopst adequate oplossing; De persoon is inwoner van gemeente Moerdijk; De persoon is niet in staat zijn hulpvraag zelf of binnen zijn sociale netwerk op te lossen.

Voorwaarden inzet Fonds Sociaal Domein: -

Inzet is gericht op een structurele oplossing; Bereidheid van de inwoner tot wederkerigheid; Inzet draagt bij aan (meer) zelfredzaamheid; De oplossing past binnen de geest van de wetten sociaal domein; De oplossing doorbreekt een uitzichtloze situatie en/of is het goedkoopst adequaat binnen het brede sociaal domein.

Het Fonds Sociaal Domein is in totaal 18 maal ingezet sinds de invoering in 2016, waarbij voor sommige inwoners meerdere malen. Voor 18-plussers is in totaal € 19.143,29 uitgegeven. Inclusief een bijkomend bedrag voor Jeugd + 3 onbekende boekingen is het totaal € 43.590,63. Het bedrag is aan uitgegeven aan de volgende zaken: Hotelkosten, campingkosten, schoonmaakkosten, zorgverzekeringskosten, leefgeld vluchteling waar het COA hier niet in voorzag, bewindvoerderskosten, legeskosten ID-bewijs, 3 maanden huur + reparatie van glas in deur, kinderopvang, huisvesting, inschrijfkosten Klik voor Wonen, taxatiekosten woning, grofvuilcontainer, vergoeding verstopping riool, lekkage badkamer, verblijfsdocument, spoedaanvraag paspoort, uitbetaling hulpverlener en vervoer naar ziekenhuis. De inwoners die aanspraak hebben kunnen maken op dit fonds vielen niet binnen de voorwaarden van andere regelingen die sommige van deze kosten dekken. Conclusie: Het Fonds sociaal domein blijkt een nuttig en nodig vangnet. Uit de gegevens over waar het fonds voor wordt ingezet blijkt dat er geen bestaande voorzieningen zijn die deze kosten zouden kunnen dekken of dat er een nieuwe regeling opgezet zou kunnen worden. Aanbeveling: Zicht blijven houden op gelijkenissen tussen de verschillende aanvragen om behoeften voor nieuwe regelingen in kaart te brengen.

3.2 Uitvoering door het Werkplein Hart van West-Brabant Algemene Bijzondere Bijstand De verlening van de Algemene Bijzondere Bijstand is het vangnet van de Nederlandse sociale zekerheid. De bijzondere bijstand is een vergoeding voor extra kosten die inwoners zelf niet kunnen betalen vanwege te weinig inkomen of vermogen. Om bijzondere bijstand te ontvangen hoeft een inwoner geen bijstand te ontvangen. Bijzondere bijstand kan worden gegeven in de vorm van een lening of een gift. In totaal waren er in 2021 632 bijstandsontvangers, waar dit er in 2020 634 betroffen. Deze aantallen zijn dus nagenoeg gelijk gebleven. Opvallend is dat het grootste deel van de aanvragen voortkomt uit financiële transacties (met name bewindvoeringskosten met 195 aanvragen in 2021 en 197 in 2020) of de inkomenstoeslag (met name voor een alleenstaande met 146 aanvragen in 2021 en 156 in 2020). De inkomenstoeslag wordt verder besproken bij het kopje: “Individuele inkomenstoeslag”. Binnen de De6 gemeenten wordt in de komende jaren onderzocht (als onderdeel van de regionale nota schuldhulpverlening) hoe de bewindvoeringskosten kunnen worden geminimaliseerd. In 2018 is de nieuwe beleidsregel Bijzondere Bijstand inwerking getreden ter harmonisatie van het beleid binnen de De6. Er bleven enkele belangrijke verschillen bestaan, te weten: • •

Elke gemeente blijft vooralsnog haar eigen inkomensgrenzen voor de berekening van de draagkracht hanteren (voor Moerdijk is dit nu 110 procent van het sociaal minimum); Voor een aantal kostensoorten geldt specifiek gemeentelijk beleid. Zo kent Moerdijk naast de kostensoort inrichting/huisraad ook nog een Witgoedregeling (vervanging van TV, koelkast, gasfornuis en wasmachine). Deze regeling blijft bestaan.

Conclusie: De inkomensgrens voor de bijzondere bijstand is al jaren hetzelfde. Enkele jaren geleden was er discussie over het optrekken van deze grens naar 120%. Gezien de huidige landelijke ontwikkelingen omtrent de inflatie en de daling van de koopkracht, blijkt het nodig om meer inwoners te ondersteunen. Daarnaast blijkt het bereik van deze regeling binnen gemeente Moerdijk lager vanwege de lagere inkomensgrens.

Aanbeveling: 1. Onderzoeken wat het resultaat is wanneer wij de inkomensgrens van 110 procent voor de bijzondere bijstand ophogen. Ter harmonisatie met het beleid van de andere De6 gemeenten en om meer inwoners te bereiken. 2. Onderzoeken hoe wij de aantallen aanvragen voor de bewindvoering kunnen reduceren en meer kunnen sturen op kwaliteit. Uitvoering geven aan adviesrecht bewindvoering en samenwerkingsafspraken maken met bewindvoerderskantoren kan hiervan onderdeel uitmaken. Individuele inkomenstoeslag In onderstaande tabel zijn de totale aantallen aanvragen van de individuele inkomenstoeslag over 2020 en 2021 weergegeven. De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen en weinig kans om het inkomen te verbeteren, met andere woorden is deze toeslag bedoeld voor inwoners met een risico op langdurige armoede. Tabel 1: Aanvragen individuele inkomenstoeslag. Individuele inkomenstoeslag PW alleenstaande Individuele inkomenstoeslag PW alleenstaande ouder Individuele inkomenstoeslag PW gezin

Aanvragen in 2020 156

Aanvragen in 2021 146

43

51

51

53

Op basis van het aantal aanvragen van 156 in 2020, afgezet tegen het aantal inwoners van 400 in 2020 met een inkomen onder de lage inkomensgrens van 101% van het sociaal minimum1 voor een periode langer dan 4 jaar, lijkt er een grote groep inwoners te zijn die geen gebruik maakt van de individuele inkomenstoeslag. Een belangrijke kanttekening is dat de individuele inkomenstoeslag al kan worden aangevraagd als een individu al langer dan 3 jaar een laag inkomen heeft. Echter, zijn hier geen gegevens van. Daarnaast zijn er in de beleidsregel voorwaarden opgenomen voor toekenning: een inwoner moet voldoende inspanningen hebben verricht om de inkomenspositie te verbeteren. Inwoners met een IAOW, IAOZ of een bijstandsuitkering vallen standaard binnen deze voorwaarden.2 Een andere belangrijke kanttekening is dat de cijfers uit de tabel gaan over de totale toegekende toeslagen en niet álle aanvragen die door inwoners zijn ingediend. Er kan daarom moeilijker een conclusie worden getrokken over het bereik, omdat aanvragen voor de individuele inkomenstoeslag ook kunnen worden afgewezen. De gemeente kan bijvoorbeeld eisen dat de inwoner eerst zijn of haar inkomenspositie probeert te verbeteren.3 Wel kan voorzichtig worden aangenomen dat er een groep inwoners is die we niet bereiken met deze voorziening, alleen blijft onduidelijk hoe groot deze groep is.

Conclusie: Er bestaat een vermoeden dat er bij deze regeling veel sprake is van non-gebruik. 1 StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2021) (cbs.nl) 2 Beleidsregel individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Moerdijk (overheid.nl) 3 Heb ik recht op de individuele inkomenstoeslag? | Rijksoverheid.nl

Aanbeveling: Er moet extra worden ingezet op communicatie via onder andere de voorzieningenwijzer. Collectieve zorgverzekering Voor veel inwoners die in armoede leven, geldt dat dit dikwijls gepaard gaat met andere problematiek, zoals bijvoorbeeld op het gebied van zorg en welzijn. Juist deze groep heeft vaker moeite met het betalen van de zorgverzekering. Een aanvullende verzekering waar voor hen vaker behoefte aan is, is dan ook ondenkbaar. De gemeente voorziet in een bijdrage in de premie voor de aanvullende verzekering in combinatie met een korting vanuit de zorgverzekeraar bij de collectieve zorgverzekering van CZ. Er is een basispakket en een uitgebreid pakket, waarbij het uitgebreide pakket ook volledige dekking biedt voor het eigen risico. Het gebruik van deze collectieve zorgverzekering is teruggelopen over de afgelopen 3 jaar: van 863 in 2020, naar 853 in 2021 en 820 in 2022. Ongeveer 75 procent van de deelnemers is daarbij 18+. Het bereik van de regeling in percentages van het totale aantal potentiële deelnemers op basis van de lage inkomensgrens van 120% is moeilijk te berekenen, omdat de collectieve zorgverzekering niet per definitie relevant is voor alle inwoners met een inkomen op de lage inkomensgrens.

Tevens blijkt uit de gegevens over het gebruik uit tabel 2 dat verreweg de meeste inwoners kiezen voor het uitgebreide pakket, met daarbij ook een veel hogere premie. Dit is problematisch, omdat is gebleken dat veel van deze inwoners “over” verzekerd zijn met de polis uitgebreid en voldoende dekking zouden hebben met de polis gemeente extra, ofwel het basispakket. Inwoners met een laag inkomen betalen dus voor een dekking die zij niet nodig hebben. Tabel 2: Aantal gebruikers collectieve zorgverzekering CZ. Bron: Werkplein Hart van West-Brabant. Jaar 2021 Aantal (individuele) deelnemers per 1-12-2021

Jaar 2020 Aantal (individuele) deelnemers per 1-12-2020

polis gemeente extra 129

polis gemeente extra 136

polis gemeente extra uitgebreid

totaal

477

polis gemeente extra uitgebreid

606

totaal

473

609

Conclusie: Dankzij deze regeling hebben inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen toegang tot goede zorg Aanbeveling: 1. Voortzetten van de collectieve zorgverzekering en meer inzetten op het vergroten van het bereik, met in achtneming van de belangrijkste verwijzers, vindplaatsen en het taal- en denkniveau. 2. Overwegen om de premiebijdrage te verhogen vanuit de gemeente. 3. Daarnaast onderzoeken hoe we kunnen voorkomen dat inwoners zich “over” verzekeren en onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om inzicht te krijgen in welke personen beter af zouden zijn met het basispakket.

3.3 Risicogroepen omtrent bereik De bijzondere bijstand vormt een algemeen sociaal vangnet voor alle inwoners die binnen gemeente Moerdijk wonen en minstens 5 jaar in Nederland verblijven. Deze regeling vormt dus een vangnet voor álle risicogroepen. Echter, betekent dit niet dat alle inwoners ook gebruik maken van deze regeling. Veel kenmerken die maken dat iemand tot een risicogroep behoort, zoals het anderstalig zijn, het hebben van een niet-westerse migratieachtergrond of laaggeletterdheid, maken het vaak moeilijk voor deze inwoners om deze hulp te vinden. Vluchtelingenwerk en de Bibliotheek kunnen hierbij ondersteuning bieden, onder andere door het Digitaalhuis van de Bibliotheek. De collectieve zorgverzekering vormt eveneens een algemeen sociaal vangnet voor inwoners uit alle risicogroepen. Er is hier specifiek aandacht nodig voor laaggeletterden en anderstaligen/statushouders die specifiek worden aangemerkt als risicogroepen. Dit zijn ook de inwoners die het meest gebruik maken van de diensten van Geld & Recht van Surplus. Ook digibeten en ouderen hebben moeite met zich een weg te banen door websites van gemeenten en partners om uit te zoeken op welke voorzieningen zij recht hebben en bij het indienen van aanvragen. Ook lopen pensioengerechtigden groot risico op langdurige armoede, omdat zij geen mogelijkheden meer hebben tot inkomensverbetering.

Daarnaast bestaan er mogelijk risico’s omtrent het bereik van deze inwoners, vanwege een (mogelijk) gebrek aan digitale vaardigheden en/of middelen. Het internet is momenteel het belangrijkste communicatiemiddel naar onze inwoners. Bovendien blijkt uit de cijfers van de bijzondere bijstand dat pensioengerechtigden hier nauwelijks gebruik van maken. Onlangs verscheen er een artikel waarin de Ombudsman alarm slaat omdat het met name voor ouderen moeilijk blijkt om regelingen aan te vragen.4 Om die reden maken zij vaak geen gebruik van de verschillende armoedevoorzieningen op zowel landelijk als gemeentelijk niveau en komen daardoor onnodig onder het bestaansminimum terecht. Conclusie: Er moet extra aandacht worden besteed aan armoede veroorzakende factoren en risicogroepen. Aanbeveling: 1. Het ontwikkelen van een communicatieplan om de gemeentelijke voorzieningen en voorzieningen van partners beter onder de aandacht te brengen. Met hierbij specifieke aandacht voor het gebruik van beeldtaal en andere talen dan louter Nederlands. 2. De voorzieningenwijzer inzetten en zo een groter bereik creëren. 3. Extra onderzoek is gewenst om te zien wat de oorzaak is van het non-gebruik onder ouderen en hoe dit kan worden teruggedrongen.

4. Kinderen en jongeren in armoede Uit de armoedecijfers van het CBS onder kinderen in 2018, 2019, 2020 en 2021 blijkt dat armoede onder kinderen op landelijk niveau met 1 procent is afgenomen sinds 2018.5 Deze trend is helaas niet terug te zien in de armoedecijfers onder kinderen binnen gemeente Moerdijk. Daar is de armoede onder kinderen met slechts 0,1 procent afgenomen. Hoewel de landelijke afname niet door lijkt te werken in de lokale afname in armoede onder kinderen, bevindt gemeente Moerdijk zich met een percentage van 5,8 procent van alle kinderen in armoede onder het landelijke niveau van 6,9 procent.

4 Ombudsman: financiële hulp regelen vaak te moeilijk voor ouderen | NOS

5 StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2021) (cbs.nl)

Een belangrijke kanttekening bij het in kaart brengen van armoede onder kinderen, is dat we op gemeentelijk niveau de armoede onder kinderen met zowel preventieve als curatieve maatregelen niet direct kunnen terugdringen. Met de preventieve en curatieve maatregelen om kinderarmoede te bestrijden proberen we op gemeentelijk niveau de lasten en zorgen en de negatieve effecten van armoede op kinderen te verminderen. Deze maatregelen, zoals de samenwerkingen met het Jeugd Educatie Fonds, Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur, voorzien in een aantal kind specifieke behoeften. Zoals de behoefte aan schoolspullen om een opleiding te volgen, contributie om te kunnen sporten of contributie om een instrument te leren bespelen, zodat kinderen niet tekort worden gedaan in deze onderdelen van de algemene ontwikkeling. Daarnaast voorkomt het sociale uitsluiting van kinderen, omdat zij ergens “bij kunnen horen”, hetzij een sportclub, muziekclub of anderszins. Klijnsmagelden Eind 2016 ontvingen gemeenten extra financiële middelen voor de bestrijding van kinderarmoede. Het doel hiervan is dat alle kinderen deel kunnen nemen aan de maatschappij en kansrijk kunnen opgroeien door voorzieningen in natura. Structureel ontvangen gemeenten landelijk € 85 miljoen.

Bureau Bartels heeft in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken een onderzoek ingesteld naar waar deze gelden zijn besteed. Hieruit bleek dat slechts 17 procent van de gemeenten in 2017 de impact heeft gemeten van het beleid gericht op kinderarmoede en dat daarnaast een kleine 37 procent van de gemeenten volledig in beeld heeft welke kinderen opgroeien in armoede. Ook bleek onduidelijk hoeveel kinderen zijn bereikt. Onderstaand worden de resultaten toegelicht van de inspanningen op het gebied van bestrijding van kinderarmoede en tegen welke struikelblokken gemeente Moerdijk aanliep de afgelopen vier jaar. Een belangrijke kanttekening bij het bepalen van het bereik van het totale aantal verschillende kinderen, is dat de persoonsgegevens van ieder gezin of kind waarover iedere individuele organisatie of stichting beschikt, niet tussen stichtingen onderling mogen worden gedeeld volgens de AVGwetgeving. Dit houdt in dat deze gegevens niet over elkaar kunnen worden gelegd om te zien of deze stichtingen en fondsen allemaal dezelfde kinderen bereiken, of dat er mogelijk ook veel kinderen zijn die bekend zijn bij stichting één maar niet bij stichting twee. Gemeente Moerdijk en de samenwerkingspartners ondervangen dit doordat aanvragen voor bijvoorbeeld Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Jarige Job ook worden voltooid door Stichting Leergeld.

Stichting Leergeld Stichting Leergeld is een essentiële partner als het aankomt op het verzachten van de gevolgen van armoede onder kinderen. In de periode van 2018-2021 had Stichting Leergeld de opdracht om schoolstartpakketten te verstrekken aan kinderen die naar de middelbare school gaan en verstrekte zij diverse leermiddelen aan kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar. Daarnaast voert Stichting Leergeld vanaf 1 juli 2018 de regeling oudere schoolgaande kinderen uit. Het betreft kinderen in de leeftijd van 15-21 jaar die niet in aanmerking komen voor de tijdelijke regeling leermiddelen. Vanaf 1 augustus 2021 is de tijdelijke regeling leermiddelen afgeschaft. Stichting Leergeld werkt met vrijwilligers en hanteert een strenge inkomenstoets, waarbij inwoners met een besteedbaar inkomen tot 120% van het sociaal minimum een beroep kunnen doen op hun ondersteuning. De laatste jaren is er in overleg met de gemeente meer ruimte voor maatwerk. Over het bereik van de bestaande regelingen kunnen weinig conclusies worden getrokken. Zo is bijvoorbeeld onbekend of de kinderen die door stichtingen als Jeugdfonds Sport worden bereikt, dezelfde zijn als die door Stichting Leergeld en Jeugdfonds Cultuur worden bereikt. Wanneer het

aantal aanvragen wordt afgezet tegen het aantal kinderen in armoede (met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum tot waar een aanvraag voor kan worden gedaan), zien we dat het aantal aanvragen per stichting in ieder geval niet gelijk is aan het aantal kinderen in armoede: in 2020 bedroeg het aantal kinderen uit een huishouden met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum 500, waar er bijvoorbeeld door Stichting Leergeld 399 aanvragen werden gedaan. Deze cijfers zijn een indicator dat er in ieder geval nog kinderen zijn die nog niet worden bereikt. Het uiteindelijke doel van de armoedenota uit 2018 was ook om zo veel mogelijk kinderen te bereiken. Tabel 3: Cijfers aanvragen en nieuwe gezinnen Stichting Leergeld 2017-2021 Totaal aantal gezinnen Totaal aantal nieuwe gezinnen Totaal aantal aanvragen

2021 108

2020 113

2019 111

2018 110

2017* 75

43

37

34

45

66

328 (excl. 43 429 528 604 399 aanvragen Stichting Jarige Job) Uit bovenstaande tabel blijkt dat er na de invoering van het nieuwe armoedebeleid 2018-2021 een flinke toename is geweest in het aantal verschillende aanvragen. Er bleek ook een flinke toename in het aantal gezinnen dat een aanvraag deed. Echter, is er een flinke afname in het totaal aantal aanvragen vanaf 2018. Vanaf 2020 kan deze daling worden verklaard door de coronacrisis. De impact van de nieuwe maatregel is dus duidelijk zichtbaar in het jaar van 2018, maar door de maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de Coronacrisis) is de impact vanaf 2020 lastig te duiden. Stichting Leergeld heeft zich wel ingespannen om kinderen in armoede te bereiken, door communicatie via verschillende sociale media kanalen, bezoeken aan scholen, nieuwsbrieven en hun website. Vanaf 2021 is heeft de vrijwillige ouderbijdrage daadwerkelijk een “vrijwillig” karakter gekregen. Dit betekent dat ouders van kinderen die in armoede opgroeien deze bijdrage niet hoeven te betalen en dat kinderen niet uitgesloten kunnen worden van activiteiten die een school organiseert. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de financiering van uitjes. Voorheen bood Stichting Leergeld de optie om de vrijwillige ouderbijdrage aan scholen te betalen wanneer ouders dit zelf niet konden.

Omdat de vrijwillige ouderbijdrage nu écht vrijwillig is, betaalt Stichting Leergeld deze bijdrage niet meer aan scholen. Dit resulteert in een daling van het aantal aanvragen. Conclusie: Stichting Leergeld blijft een belangrijke en betrouwbare samenwerkingspartner met een goede naamsbekendheid. Aanbeveling: Herijken van de gemaakte afspraken en mogelijkheden onderzoeken voor uitbreiding van taken. Jeugdfonds Sport Het Jeugdfonds Sport is een andere partner die net als Stichting Leergeld de gevolgen van armoede onder de Moerdijkse kinderen probeert te verzachten, door hen mogelijkheden te bieden om deel te kunnen nemen aan sport. Ouders met een inkomen onder 120% van het sociaal minimum kunnen bij het Jeugdfonds Sport terecht. Zij vergoeden bijvoorbeeld de contributie, sportkleding en ander toebehoren vanuit een budget van 225 euro per jaar per kind. Ze werken daarbij samen met intermediairs verspreid over de gemeente bij onder andere Meer Moerdijk en het gemeentehuis. Het

Jeugdfonds Sport hanteert een inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum en werkt eveneens met een besteedbaar inkomen. Het Jeugdfonds Sport gaat flexibel om met deze grens. De intermediair krijgt het vertrouwen om te besluiten of er toch van deze grens mag worden afgeweken wanneer dit nodig wordt geacht. Het Jeugdfonds Sport ondersteunt de Moerdijkse kinderen naar tevredenheid. In onderstaande tabel zijn de cijfers van het aantal aanvragen voor het Jeugdfonds Sport weergegeven. 70 procent van het aantal aanvragen die voor het Jeugdfonds Sport worden gedaan, worden behandeld door een vrijwilliger van Stichting Leergeld. Dit heeft mede te maken met het feit dat Stichting Leergeld meer bekendheid heeft en de vrijwilligers van Stichting Leergeld vanuit hun rol ook direct een aanvraag voor het Jeugdfonds Sport en het Jeugdfonds Cultuur kunnen indienen. Tabel 4: Cijfers totaal aantal goedgekeurde aanvragen Jeugdfonds Sport 2017-2021 2021 2020 2019 2018 2017 Totaal aantal 93 99 129 166 156 aanvragen* *het totaal aantal goedgekeurde aanvragen gaat over het aantal aanvragen dat is ingediend en goed gekeurd. Het bedrag hoeft nog niet uitbetaald te zijn. Deze cijfers bieden inzicht in het bereik van het Jeugdfonds Sport. Zwemregeling Het Jeugdfonds Sport vraagt speciale aandacht van gemeente Moerdijk voor de zwemregeling.

De vergoeding die het Jeugdfonds Sport biedt per kind is niet toereikend voor het behalen van zowel zwemdiploma A als B. De vergoeding van € 550 per kind, zoals opgenomen in de opdrachtformulering 20216, wordt gegeven voor een periode van twee jaar. Kinderen behalen hun zwemdiploma dikwijls binnen een kortere periode van circa 6 tot 12 maanden. Samenwerking In de opdrachtformulering is een inkomensgrens van 110 procent afgesproken voor vergoeding aan een kind dat opgroeit in armoede. In de praktijk blijkt het Jeugdfonds Sport regelmatig af te wijken van deze regels en past maatwerk toe. Daarnaast blijken zij al jaren een inkomensgrens van 120% te hanteren. Een gezin in een schuldenregeling kan een inkomen boven de inkomensgrens van 110 procent ontvangen, maar onvoldoende besteedbaar inkomen overhouden om het kind te laten sporten. Daarnaast blijkt er een vermoeden te bestaan dat intermediairs niet over de juiste documenten beschikken om naar te verwijzen die kunnen dienen als grond van afwijzing. Het Jeugdfonds Sport geeft daarnaast vaak bij andere partners aan geen inkomenstoets te doen, hoewel dit wel is opgenomen in de opdrachtformulering. Hiermee komen ze gemaakte afspraken niet na. Ook volgt er vanaf 1 januari 2023 een fusie tussen het Jeugdfonds Sport en het Jeugdfonds Cultuur.

Deze zal tot gevolg hebben dat de contacten in het vervolg alleen via de coördinator van het huidige Jeugdfonds Sport zullen geschieden. Conclusie: Het Jeugdfonds Sport houdt zich niet volledig aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst, maar ondersteunt de Moerdijkse kinderen naar tevredenheid. Aanbeveling:

6 O:\M&M-MO-Adviseurs\Armoedebeleid (nieuw)\Samenwerkingspartners\Jeugdfonds Sport\2021\Opdracht

jeugdsportfonds 2021 2.docx 1.docx

1. Het herijken van de samenwerkingsovereenkomst; 2. Meer sturen op gemaakte afspraken vanuit de gemeente. Jeugdfonds Cultuur Het Jeugdfonds Cultuur biedt Moerdijkse kinderen met een besteedbaar inkomen tot 120% van het sociaal minimum de mogelijkheid om deel te nemen aan cultuuractiviteiten, zoals bijvoorbeeld balletlessen of zangles. In onderstaande tabel zijn het aantal aanvragen dat het Jeugdfonds Cultuur heeft ontvangen over de afgelopen vijf jaar weergegeven. Het Jeugdfonds Cultuur bereikt slechts een gering aantal kinderen dat in armoede opgroeit. Dit heeft mede te maken met het feit dat kinderen minder te enthousiasmeren zijn voor cultuuractiviteiten. Daarnaast blijkt er, door het grote gebied dat de coördinator van het Jeugdfonds Cultuur bedient, weinig ruimte te zijn om zich actief in te zetten voor gemeente Moerdijk. Er was een actieve rol belegd bij de cultuurcoach van Meer Moerdijk om zich in te zetten voor relatiebeheer en het creëren van meer bekendheid. Vanwege een gebrek aan uren is deze rol nooit actief opgepakt. Dit houdt in dat er weinig inspanningen zijn gedaan om meer aanvragen te genereren of bekendheid te creëren. Er blijkt ook weinig bekendheid te zijn over de intermediairs die actief zijn op dit moment. Daarnaast blijkt er ook een flinke afname te zijn geweest in het aantal aanbieders als gevolg van de coronacrisis.

Tabel 5: Totale aantallen aanvragen Jeugdfonds Cultuur tussen 2017 en 2021 2021 15

2020 25

2019 28

2018 18

2017 8

Totaal aantal aanvragen* *Het totaal aantal goedgekeurde aanvragen gaat over het aantal aanvragen dat is ingediend en goed gekeurd, maar het bedrag hoeft nog niet uitbetaald te zijn. Deze cijfers zijn interessant om aan te geven hoeveel gezinnen en kinderen Jeugdfonds Cultuur weten te vinden. Buiten het normale naschoolse aanbod van het Jeugdfonds Cultuur, heeft Meer Moerdijk ook een zomerprogramma georganiseerd, genaamd Meer Zomer, in 2020 en 2021. Dit programma loopt gedurende de hele zomervakantie. In 2020 hebben hier meer dan 1000 kinderen aan deelgenomen. In 2021 lag dit aantal iets lager. Het bereik van kinderen in armoede bleek hier groot, omdat kinderen die opgroeien in armoede in de zomer vaak niet op vakantie gaan met ouders. Conclusie: Het bereik van het Jeugdfonds Cultuur is laag. Het Jeugdfonds Sport en het Jeugdfonds Cultuur gaan vanaf januari 2023 fuseren. Het is belangrijk dat het Jeugdfonds Sport & Cultuur straks meer inzet op fondsenwerving, dat er duidelijkere afspraken komen over de wijze waarop zij uitvoering geven aan het gemeentelijk beleid en dat zij zichtbaarder worden op (basis)scholen. Aanbeveling: Zie aanbevelingen Jeugdfonds Sport. Jeugd Educatie Fonds In het jaar 2021/2022 is de pilot gestart voor de samenwerking met het Jeugd Educatie Fonds. Er is een subsidie toegekend van € 9.000.

De scholen de Rietvest in Klundert en de Toren uit Zevenbergen waren de scholen binnen gemeente Moerdijk die voldeden aan de gestelde voorwaarden van het Jeugd Educatie Fonds om een samenwerking aan te gaan. In totaal is er 26.000 euro budget beschikbaar gesteld door het Jeugd Educatie Fonds.

Het Jeugd Educatie Fonds levert toegevoegde waarde op de volgende aspecten: 1. Ze zetten in op de doelgroep kinderen die opgroeien in een thuissituatie waarbij het inkomen onder de 150 procent van het sociaal minimum valt. Op deze manier bereiken ze ook de doelgroep kinderen met een inkomen boven de 120 procent van het sociaal minimum, die vaak allerlei toeslagen missen en om die reden soms een lager inkomen hebben dan kinderen die onder de 120 procent vallen; 2. Ze vervullen individuele- en groepsaanvragen voor de meest efficiënte ondersteuning. Dit is mogelijk omdat het Jeugd Educatie Fonds alleen scholen helpt waarvan 50 procent of meer van de populatie in armoede leeft. Daarnaast bieden zij bredere hulp op meerdere leefgebieden en onderscheid zich daarmee van bijvoorbeeld het Jeugdfonds Cultuur en Jeugdfonds Sport; 3. De scholen worden door het Jeugd Educatie Fonds gecertificeerd en kunnen gebruik maken van een gebruiksvriendelijk aanvraagsysteem, waardoor aanvragen snel kunnen worden behandeld. Een belangrijk bezwaar bij aanvang van de samenwerking, is dat het Jeugd Educatie Fonds door haar strenge voorwaarden -minimaal 50 procent van de populatie aan kinderen leeft in armoede-, maar drie scholen bereikt binnen heel gemeente Moerdijk. In totaal zijn er 17 aanvragen binnengekomen, verdeeld over drie scholen.

Ook blijkt de Springplank, een basisschool in Fijnaart, aangesloten te zijn bij het Jeugd Educatie Fonds. In totaal zijn de aanvragen als volgt verdeeld: -

10 aanvragen voor de Springplank in Fijnaart 2 aanvragen voor de Rietvest in Klundert 5 aanvragen voor de Toren in Zevenbergen.

Opvallend is het aantal aanvragen voor TSO en BSO. In totaal zijn er hiervoor 5 aanvragen binnengekomen, allemaal afkomstig van de Springplank in Fijnaart. Het Jeugd Educatie Fonds heeft deze scholen onder andere geholpen met de aanschaf van sport- en spelmaterialen. Er is ook een jongerenwerker ingezet die zowel onder schooltijd als na schooltijd beschikbaar is voor de leerlingen en contact legde met hen. Ook organiseerde de jongerenwerker sportactiviteiten. Tot slot is het budget ook ingezet voor aanschaf van nieuwe lesboeken en digitale voorzieningen. Conclusie: Het Jeugd Educatie Fonds draagt bij aan het doel om de gevolgen van armoede onder Moerdijkse kinderen te verzachten in opzichten waarin onze bestaande partners nog niet voorzien. Aanbeveling: De samenwerking met het Jeugd Educatie Fonds structureel voortzetten. Stichting Jarige Job Stichting Jarige Job is een landelijke stichting die verjaardagsboxen ter waarde van 35 euro verstrekt aan kinderen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Ouders, verzorgers, hulpverleners of andere personen uit de omgeving van het kind kunnen aanvragen indienen, zowel direct bij Stichting Jarige Job als via Stichting Leergeld. In 2021 heeft Stichting Leergeld 43 aanvragen ontvangen.

Afgezet tegen het totale aantal kinderen dat opgroeit in armoede in gemeente Moerdijk in 2020 van 500 (Bron: CBS), betekent dit een bereik van een kleine 11 procent. Hoewel dit armoedecijfers uit 2020 betreffen, zullen deze cijfers naar verwachting niet erg verschillen. Ouders en andere mensen uit de omgeving van het kind kunnen zelf

een aanvraag indienen via de website. We hebben geen formele samenwerking met deze partij, maar zetten nog weinig in op communicatie omtrent deze stichting richting onze inwoners. Conclusie: Stichting Jarige Job is nog onvoldoende bekend binnen gemeente Moerdijk. Aanbeveling: Meer inzetten op communicatie over Stichting Jarige Job (met name op scholen). Steunpunt VO (jongerenwerk) Het Steunpunt VO is een initiatief vanuit Meer Moerdijk in samenwerking met het Markland college dat in de afgelopen beleidsperiode is opgezet. Jongeren kunnen bij dit steunpunt terecht met GGZproblematiek en andere persoonlijke vragen. Bij de totstandkoming van het Steunpunt VO zou een financieel spreekuur worden ingezet, maar deze is niet gerealiseerd. Dit steunpunt is met name bedoeld voor jongeren met GGZ-problematiek. Daarnaast blijkt dat er binnen het jongerenwerk nog relatief weinig aandacht is voor armoede- en schuldenproblematiek. Het signaleren hiervan gebeurt om die reden ook weinig. Huidige bekendheid over gemeentelijke regelingen bij jongerenwerkers in buurthuizen reikt niet veel verder dan kennis over het Jeugdfonds Sport en het Jeugdfonds Cultuur. Kennis over Stichting Leergeld is minimaal. In toenemende mate blijkt de financiële voorlichting belangrijk voor zowel kinderen als jongeren. In 2024 vindt er een nieuwe aanbesteding plaats waar Meer Moerdijk op in zal schrijven.

Bij Meer Moerdijk zijn jongerenwerkers werkzaam die in de toekomst beter kunnen worden ingezet om armoede te bestrijden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geven van cursussen of voorlichting. Uit gesprek met één van de jongerenwerkers bleek dat er bij Meer Moerdijk een wens leeft om hier meer op in te zetten. In het programma van eisen dat wordt opgesteld voor de aanbesteding kunnen de taken worden uitgebreid om de bestrijding van armoede onder kinderen structureel in te bedden. Conclusie: Er is een gebrek aan financiële voorlichting aan kinderen en jongeren. Bestaande partners zouden graag een rol spelen in het geven van deze financiële voorlichting. Aanbeveling: 1. Het uitbreiden van het Steunpunt VO met een financieel spreekuur en de jongerenwerker(s) trainen op het signaleren van armoede- en schuldenproblematiek. 2. Jongerenwerkers moeten beter worden geïnformeerd over de gemeentelijke regelingen die er zijn, zodat zij vanuit hun signaalrol beter kunnen doorverwijzen. 3. De samenwerking met Meer Moerdijk intensiveren.

5. Financiële zelfredzaamheid 5.1 Voedselbank De Voedselbank binnen gemeente Moerdijk verstrekt één keer per week voedselpakketten aan inwoners met een besteedbaar inkomen onder 120% van het sociaal minimum. De Voedselbank ontvangt van de gemeente jaarlijks een kleine bijdrage voor hun ondersteuning aan onze inwoners in armoede. De Voedselbank is gevestigd in Zevenbergen en bedient alle kernen. Bereik Voedselbank Moerdijk De Voedselbank is gevestigd in Zevenbergen en bedient alle kernen. Tabel 6: Bereik van de Voedselbank gemeente Moerdijk 2017-2021

Per 31-12-2021

Aantal huishoudens

Aantal monden

Aantal kinderen < 18 jaar

2017

68

191

80

2018

78

232

99

2019

105

310

124

2020

88

252

99

2021

60

154

55

Het gebruik van de Voedselbank wisselt sterk gedurende de jaren. De maximale capaciteit van de Voedselbank Moerdijk ligt ver boven de 100 huishoudens. Dit heeft erin geresulteerd dat de Voedselbank Moerdijk grotere pakketten kon uitgeven aan haar cliënten. Een verklaring voor de schommelende cijfers vinden blijkt moeilijk. Hoewel het lage gebruik doet vermoeden dat dit een indicatie is voor een afname in armoedecijfers, klopt deze aanname niet. Uit ervaringen van vrijwilligers bij de Voedselbank blijkt juist dat het veelal inwoners zijn die bekend zijn bij schuldhulpverlening die aankloppen bij de Voedselbank. Buiten dat is de groep cliënten heel divers. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de groep armen die bekend zijn bij schuldhulpverlening vanwege verwoestende patronen in hun eigen uitgaven en personen die consequent in armoede leven vanwege een laag inkomen, met of zonder uitzicht op verbetering. Huisvestingsvraagstuk Het pand waar de Voedselbank op het moment is gehuisvest, wordt de komende jaren gesloopt. Dit betekent dat de Voedselbank een nieuw pand moet vinden. De gemeente draagt hierin geen verantwoordelijkheid. De Voedselbank is een op zichzelf staande organisatie waar de gemeente subsidie aan verleent. Dit betekent echter niet dat de gemeente geen rol kan of wil spelen bij ondersteuning naar het vinden van een nieuw pand.

Immers is de Voedselbank een belangrijk initiatief en voorziet het wekelijks zo’n 70 mensen (oplopend tot 100) van voedsel waar zij zelf niet in deze behoefte kunnen voorzien. Conclusie: Veel inwoners die de Voedselbank bezoeken zijn niet bekend bij de gemeente. Aanbeveling: 1. Indien nodig in gesprek gaan met de Voedselbank over toekomstige huisvesting; 2. Meer samenwerken in het signaleren van armoede en schulden en inzetten op doorverwijzing naar gemeente en andere partners.

5.2 Cursussen financiële vaardigheden Op basisscholen wordt het DENO-project (Doe Even Normaal) jaarlijks uitgevoerd. Dit houdt in dat er op allerlei thema’s voorlichting plaatsvindt en kinderen spelenderwijs met thema’s in aanraking komen waar zij later in hun leven meer mee te maken krijgen. Voorheen was er een financieel onderdeel in opgenomen, die na verloop van tijd is komen te vervallen omdat Kredietbank Nederland, die dit onderdeel verzorgde, zich had teruggetrokken uit het project. Vervolgens is er besloten dat het onderdeel belangrijk was voor kinderen en hebben de jongerenwerkers uit de gemeente een financiële cursus mogen volgen om dit onderdeel zelf op te kunnen pakken binnen het project. Een jongerenwerker van Meer Moerdijk heeft daarna zelf voorlichting gegeven over

financiële vaardigheden. Echter, is de vraag ontstaan of deze voorlichting geschikt is voor deze doelgroep. Uit gesprekken met de jongerenwerker van Meer Moerdijk blijkt dat hij open staat om vaker dergelijke voorlichting te geven, maar dat het mogelijk beter is om dit niet alleen op basisscholen te doen, maar ook op middelbare scholen via het Steunpunt op het Markland. Het financiële onderdeel uit het DENO-project wordt her ontwikkeld en ingezet op zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs. Deze aanbeveling werd gedaan in het beleidsplan SHV uit 2021 dat reeds is vastgesteld. Conclusie: Kinderen en jongeren missen belangrijke voorlichting in hun ontwikkeling over geld en financiële verantwoordelijkheid dat niet altijd door ouders wordt meegegeven. Aanbeveling: 1. Het definiëren van een nieuwe doelgroep: de doelgroep jongeren tussen 17-25 jaar.

5.3 Moedige Dialoog (betrekken van werkgevers bij bestrijding van armoede) Werkgevers kunnen als goede verwijzers fungeren voor hun medewerkers wanneer het aankomt op de bestrijding van armoede. Werkgevers hebben vaak redelijk inzicht in de financiële situatie van een medewerker en hebben dan ook een belangrijke signaleringsfunctie. Naast dat zij (deels) inzicht hebben in de financiële situatie, kunnen zij ook andere indicatoren voor armoede waarnemen. Vaak is problematiek op de andere levensgebieden een belangrijk signaal voor armoede. Denk hierbij aan gezondheidsproblemen, frequent verzuim, etc. Een werkgever kan bij het signaleren van problematiek op één van de levensgebieden, of problematiek die direct armoede doet vermoeden, met de medewerker in gesprek gaan. Om enerzijds te ontdekken of er achter problematiek op een ander levensgebied armoede schuilgaat, of om de medewerker direct te verwijzen naar de juiste hulpverleners wanneer hij met zekerheid kan zeggen dat er sprake is van armoede. De Moedige Dialoog West-Brabant is een stichting die de dialoog aangaat over schulden en armoede bij verschillende doelgroepen. De Moedige Dialoog probeert via de werkgever de werknemer te bereiken. Daarnaast kijken zij ook naar ondernemers in nood.

De Moedige Dialoog heeft onder andere ingangen via het Werkplein Hart van West-Brabant, Traverse, Ondernemerskring Halderberge, Saver en Stichting Mee. In maart 2022 heeft de De6 gemeente kennis gemaakt met De Moedige Dialoog en besloten dat we een samenwerking met hen aan willen gaan, omdat zij dienstverlening bieden aan een doelgroep die wij nog niet aanwenden. De aanpak Geldzorgen de Baas geeft de werkgever inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is om medewerkers met geldzorgen te signaleren, met hen in gesprek te gaan en te zien waar zij hen in kunnen ondersteunen. Het doel voor de werkgever is niet hulpverlenen, maar goed kunnen verwijzen naar experts. De werkgever krijgt niet alleen advies waar de ontwikkelmogelijkheden liggen voor de organisatie om armoede en geldzorgen te voorkomen bij hun medewerkers, maar ook hoe zij medewerkers beter kunnen ondersteunen en verwijzen waar er al geldproblemen zijn. Conclusie: De Moedige Dialoog bereikt een belangrijke risicogroep waar de gemeente Moerdijk nog onvoldoende op inzet. Aanbeveling: Als gemeente ondersteunen bij de aanpak Geldzorgen de Baas van de Moedige Dialoog.

6. Deelname aan de maatschappij 6.1 Maatschappelijke Participatie Via de webshop maatschappelijke participatie van het Werkplein Hart van West-Brabant krijgen minima budget toegewezen om deel te nemen aan culturele of sportactiviteiten en hobby’s, waar veelal op wordt bezuinigd binnen deze doelgroep. Binnen de webshop kunnen inwoners gebruik maken van het geselecteerde aanbod. De webshop biedt ook volwassenen de mogelijkheid om te sporten, zich te verdiepen in cultuur of anderszins deel te nemen aan de maatschappij, waar het Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur zich louter richten op jeugd. Gemeente Moerdijk biedt de mogelijkheid aan kinderen en jongeren om gebruik te maken van zowel de kindregelingen (bijdrage vanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur) als de maatschappelijke participatie regelingen vanuit de webshop. In 2020 waren er 1100 huishoudens met een inkomen tot 110% van de inkomensgrens zoals deze geldt voor maatschappelijke participatie.7 In 2020 waren er slechts 278 huishoudens die een aanvraag hebben ingediend voor de regeling maatschappelijke participatie. Dit is een gebruik van 25 procent. Hierbij kan worden aangenomen dat er een grote groep is die geen aanspraak maakt op de regeling, maar daar wel recht op heeft. Conclusie: De regeling maatschappelijke participatie bereikt nog onvoldoende inwoners. Aanbeveling: 1.

Meer inzetten op communicatie over deze regelingen naar de inwoners rechtstreeks en meer inzetten op doorverwijzing vanuit (externe)partners. 2. Herijken van de beleidsregels: verhogen van de inkomensgrens naar 120% en het aanbod uitbreiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=cf54c9a7-a648-420a-8526-cfc540913de2