Bijlage 4 bijlagen toelichting
Tekst van het document
Sporenbergstraat ontwerp
Colofon Opdrachtgever
Opdrachtnemer
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1709.ZHBPSporenberg-BP 30
03-03-2020 23-11-2021 31-03-2022
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting Bijlage 1
Vormvrije m.e.r-beoordeling
Bijlage 2
Quickscan wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Nader akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 5
AERIUS-berekening
Bijlage 6
Bodemonderzoek
Bijlage 7
Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 8
Busmelding
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
Bijlage 10
Externe veiligheid
Bijlage 11
Trillingsonderzoek
Bijlage 12
Nota van inspraak en overleg
bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp
3
Bijlagen toelichting
Bijlage 1
Vormvrije m.e.r-beoordeling
*OMWB000000*
Aan: Gemeente Moerdijk t.a.v. T. Korsmit Pastoor van Kessellaan 15 4761 BJ Zevenbergen
Vormvrije m.e.r-beoordeling Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek Inleiding De gemeente Moerdijk heeft de OMWB gevraagd diverse onderzoeken op te stellen voor het plan aan de Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek. In deze memo is de vormvrije m.e.r-beoordeling opgenomen. Aanbevolen wordt om deze paragraaf op te nemen in de milieuparagraaf van het ruimtelijk plan. Paragraaf In het onderstaande is de paragraaf opgenomen, die in het ruimtelijk plan opgenomen kan worden. De gele markeringen betreffen aannames en gaan over milieuaspecten waar de OMWB geen input voor geleverd heeft. Het is dus belangrijk om te controleren of deze aannames juist zijn.
1
MER
1.1
Toetsingskader
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit Mer) in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit Mer. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag dient te bepalen in hoeverre de activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen hebben, ook wanneer de activiteiten (ruimschoots) onder de drempelwaarden zijn gelegen. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.rbeoordeling noodzakelijk; ▪ Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een milieueffectrapportage. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: ▪ De kenmerken van het project; ▪ De plaats van het project; ▪ De kenmerken van de potentiële effecten.
zaaknummer 19012155 onderwerp Vormvrije m.e.rbeoordeling Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek behandeld door de heer M. van der Wielen 013-2060100 m.vanderwielen@omwb.nl plaats / datum Tilburg, 27 februari 2020 bijlage(n) kopie aan -
1.2
Situatie ter plaatse
Met het plan worden tien tot maximaal 25 woningen mogelijk gemaakt. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. 1. Het plan kan gerekend worden tot de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (D11.2). In artikel 1.1.1, lid 1 onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat het begrip stedelijke ontwikkeling gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De bijbehorende drempelwaarde is 2.000 woningen of meer. 2. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied behoort niet tot een dergelijk gebied. 3. In de milieuparagraaf zijn de verschillende milieueffecten beschouwd. Hieruit blijkt dat er door onderhavig plan geen sprake zal zijn van belangrijke milieugevolgen.
Hoewel de drempelwaarde niet wordt gehaald, dient toch bepaald te worden of sprake is van relevante milieueffecten. Een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordeling is dus aan de orde. In het onderstaande wordt hier beknopt op ingegaan. Kenmerken van het project Het project betreft de realisatie van tien tot 25 woningen. Met het project wordt met name een verkeersaantrekkende werking naar het plangebied gerealiseerd. Voor het overige gelden er geen noemenswaardige milieueffecten naar de omgeving toe. De verkeersaantrekkende werking betreft circa 80 tot maximaal 200 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Zevenbergschen Hoek en ligt in een omgeving waar de verstedelijking reeds heeft opgetreden, ingeklemd tussen spoorlijn en A16 enerzijds en (woon)bebouwing anderzijds. Het plangebied is onbebouwd en is in gebruik als gras- en speelveld. Het gebied heeft geen cultuurhistorische waarde. In de directe omgeving van het gebied liggen geen gronden, die deel uit maken van Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de flora en fauna quickscan blijkt dat negatieve effecten niet te verwachten zijn. In de directe nabijheid zijn geen gevoelige of kwetsbare gebieden aanwezig.
De kenmerken van de potentiële effecten Ten aanzien van de kenmerken van de potentiële effecten kan het volgende worden opgemerkt: • De woningen belemmeren omliggende bedrijven en voorzieningen niet (zie paragraaf bedrijven en milieuzonering); • Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging (zie paragraaf luchtkwaliteit); • Het plan kent een bijdrage aan stikstofdepositie die 0,00 mol/ha/jaar bedraagt (zie Aerius-berekening) en heeft derhalve geen significante effecten op de instandhoudingsdoeleinden van Natura 2000. Gelet op
Zaaknummer: 19012155
pagina 2 van 3
• • • • • •
de afstand van ruim 4 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied, zijn er ook geen directe uitstralingseffecten, zoals licht- of trillinghinder te verwachten; Het plan realiseert een verkeersaantrekkende werking die past binnen de omgeving en waarbij het omliggende weggennet toereikend is; De toename aan verharding leidt niet tot onevenredige nadelige effecten voor de waterhuishouding op de omgeving; Het plan maakt geen risicobron mogelijk in het kader van externe veiligheid of zorgt niet voor een significante toename van het groepsrisico; Het plan leidt niet tot significante effecten op beschermde flora- en faunasoorten in of in de omgeving van het plangebied; Het plan heeft geen onevenredige effecten op cultuurhistorie of archeologie; Een woning is geen bodembelastende functie voor de bodemkwaliteit en dus zijn er geen significante negatieve gevolgen voor het aspect bodemkwaliteit.
Uit de uitgevoerde onderzoeken en motiveringen blijkt dat het plan geen onevenredige milieueffecten heeft op de omgeving. Een m.e.r-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. 1.3
Conclusie
Het plan, dat maximaal 25 woningen mogelijk maakt, wordt gerekend tot de activiteiten genoemd in de D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Het plan ligt onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Derhalve is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van onevenredige milieueffecten op de omgeving. Er is derhalve geen m.e.rbeoordeling of milieueffectrapportage noodzakelijk. Conclusie Aanbevolen wordt om bovengenoemde paragraaf op te nemen in de milieuparagraaf van het bestemmingsplan en het college voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan te laten besluiten dat een milieueffectrapportage voor dit plan niet noodzakelijk is.
Met vriendelijke groet, de heer M. van der Wielen Adviseur Milieu en Ruimte
Zaaknummer: 19012155
pagina 3 van 3
Bijlage 2
Quickscan wegverkeerslawaai
*OMWB000000*
Aan: Martijn van der Wielen
NOTITIE Quickscan weg- en railverkeerslawaai woningbouw Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek Betreft:
Quickscan weg- en railverkeerslawaai woningbouw Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek
Inleiding Aan de noordzijde van de Sporenbergstraat in Zevenbergschen Hoek ligt een bestemming ‘Groen’. Vanuit het vigerend bestemmingsplan geldt de mogelijkheid deze bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’. In het verleden zijn diverse studies uitgevoerd naar de mogelijkheden voor woningbouw op deze locatie. Op basis daarvan is nu een stedenbouwkundige schets opgesteld. De gemeente Moerdijk heeft de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant verzocht nogmaals een quickscan uit te voeren naar de haalbaarheid van de opgestelde stedenbouwkundige schets die voor de locatie is opgesteld. Een van de te onderzoeken aspecten betreft het akoestisch klimaat als gevolg van wegverkeer en railverkeer. De quickscan ten aanzien van dit aspect is opgenomen in voorliggende notitie. Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat voor locaties in een bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeerswegen, spoorwegen en industrieterreinen. De ontwikkellocatie bevindt zich binnen de zone van: de Rijksweg A16 (kortste afstand circa 240 meter); het gedeelte van de Hoofdstraat waar een maximum rijsnelheid van 50 km/uur geldt; de spoorlijnen Lage Zwaluwe – Breda (inclusief HSL) en Lage Zwaluwe – Zevenbergen en het goederenspoor tussen Lage Zwaluwe en Oosterhout.
De overige wegen in de directe omgeving van de locatie, (Van Gilstraat, Frisostraat, Plein 1940 en De Riethof), zijn allen 30 km/u-wegen en vallen buiten het toetsingskader van de Wet geluidhinder. In de eerdere onderzoeken is al aangetoond dat deze wegen voor de betreffende locatie akoestisch geen belemmering zullen vormen (door lage verkeersintensiteiten en/of aanwezige tussenliggende afschermende bebouwing). Binnen deze quickscan zijn deze wegen nu dan ook buiten beschouwing gelaten. In het uiteindelijk op te stellen akoestisch onderzoek ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging zal nog wel een definitieve beoordeling van deze 30 km/u-wegen plaatsvinden.
zaaknummer 18021801 onderwerp Quickscan weg- en railverkeerslawaai woningbouw Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek behandeld door de heer W.K Swolfs 013-2060369 m.vanderwielen@omwb.nl plaats / datum Tilburg, 27 maart 2018 bijlage(n) kopie aan -
Geluidnormen Ter plaatse van de projectie geldt voor wegverkeerslawaai een voorkeursgrenswaarde op de gevel van 48 dB Lden. Ten aanzien van het gezoneerde deel van de Hoofdstraat geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Ten aanzien van het geluid vanwege de A16 geldt een maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden. Voor spoorweglawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB L den, met een maximale ontheffingswaarde van 68 dB Lden. Aftrek ex artikel 110g Wgh De grenswaarden voor de gevelbelasting van wegverkeerslawaai in de Wgh zijn de waarden na de toegestane aftrek volgens artikel 110g van die wet. De numerieke invulling van deze aftrek is in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 geregeld. Tot 1 juli 2018 is conform dit artikel de aftrek voor wegen met een representatief te achten snelheid 70 km/u of meer van lichte motorvoertuigen:
4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB Lden bedraagt;
3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB Lden bedraagt;
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;
5 dB voor de overige wegen.
Werkwijze De geluidbelasting vanwege bovengenoemde geluidbronnen is allereerst inzichtelijk gemaakt door middel van geluidcontouren. Ten aanzien van het verkeer op de rijksweg A16 en het railverkeer is uitgegaan van de meest recente gegevens uit het geluidregister. Op de geluidcontouren wordt een korte toelichting gegeven. In de stedenbouwkundige schets zijn in de noord-zuid-richting twee bebouwingslijnen uitgewerkt, één aan de westzijde en één aan de oostzijde van het plangebied. In deze quickscan zijn deze globale bebouwingslijnen vervolgens nog onafhankelijk (worst case) van elkaar getoetst om zo nauwkeuriger de geluidbelasting in beeld te brengen. De op de stedenbouwkundige schets bepaalde globale bebouwingslijnen zijn weergegeven in figuur 1.
Zaaknummer: 18021801
pagina 2 van 13
Figuur 1: Globale bebouwingslijnen locatie Sporenbergstraat o.b.v. stedenbouwkundige schets Invoergegevens Ten aanzien van het wegverkeer op de A16 en het railverkeer is gebruik gemaakt van de door Rijkswaterstaat en ProRail ter beschikking gestelde gegevens in het geluidregister. Voor de Hoofdstraat is uitgegaan van weekdagintensiteiten en voertuig- en etmaalverdelingen uit het Regionaal Verkeersmodel GGA Breda met als prognosejaar 2030. Binnen het model is rekening gehouden met relevante hoogteverschillen in het maaiveld, de aanwezigheid van schermen en relevante afschermende en/of reflecterende bebouwing en aanwezige reflecterende bodemgebieden. De contouren en indicatieve geluidbelastingen zijn berekend op verschillende hoogten, afgestemd op het aantal mogelijke bouwlagen. De woningen kunnen maximaal worden uitgevoerd in twee bouwlagen met kap. Zodoende is gerekend op de hoogten 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter boven lokaal maaiveld. In de verschillende figuren zijn de contouren steeds weergegeven met drie verschillende kleuren: Groen: Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en er is geen vervolgprocedure nodig in het kader van de Wgh;
Zaaknummer: 18021801
pagina 3 van 13
Geel: De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde niet. In het kader van de Wgh is onderzoek naar maatregelen nodig. Indien deze stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke en/of financiële aard kan door het bevoegd gezag (gemeente Moerdijk) een hogere waarde worden vastgesteld. Tevens dient getoetst te worden aan het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van hogere waarden1. Rood: Zowel de voorkeursgrenswaarde als maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Maatregelen ter reductie van de geluidbelastingen zijn noodzakelijk om aan het normenstelsel uit de Wgh te kunnen voldoen of gevels waar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dienen doof uitgevoerd te worden.
Resultaten contourberekeningen De geluidcontouren zijn inzichtelijk gemaakt binnen de (globale) grenzen van het plangebied. Dit gebied is weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: (Globale) begrenzing plangebied Uit alle berekende geluidcontouren blijkt dat de berekende resultaten op 7,5 meter boven lokaal maaiveld maatgevend zijn. Zodoende zijn enkel de contouren op deze waarneemhoogte in de hoofdtekst van deze notitie weergegeven. De geluidcontouren ten aanzien van het wegverkeer op de A16 zijn inzichtelijk gemaakt zonder aftrek ex artikel 110g Wgh omdat het niet mogelijk is om binnen de rekensoftware de toe te kennen aftrek af te laten hangen van de waarden exclusief aftrek. Voor de contouren ten aanzien van het wegverkeer op de Hoofdstraat is wel gebruik gemaakt van de toe te kennen aftrek. Deze aftrek bedraagt, gezien de geldende maximum snelheid, altijd 5 dB. Ten aanzien van het railverkeer is geen aftrek van toepassing.
1
Het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van hogere waarden is opgenomen in het ‘Beleidskader hogere waarde Wet geluidhinder Gemeente Moerdijk 2008’.
Zaaknummer: 18021801
pagina 4 van 13
Maatgevende contour A16 In figuur 3 is de geluidcontour op de maatgevende hoogte van 7,5 meter boven lokaal maaiveld weergegeven voor de A16.
Figuur 3: Geluidcontour A16 – 7,5 meter boven lokaal maaiveld Te zien is dat binnen het plangebied de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB (ten aanzien van de A16) wordt niet overschreden. Woningbouw binnen het plangebied is mogelijk, echter dient eerst onderzocht te worden of maatregelen ter reductie mogelijk en doelmatig zijn. Indien maatregelen niet mogelijk of doelmatig zijn, kunnen hogere waarden worden vastgesteld. Hierbij dient nog wel getoetst te worden aan het gemeentelijk hogere waarden beleid. Maatgevende contour Hoofdstraat In figuur 4 is de geluidcontour op de maatgevende hoogte van 7,5 meter boven lokaal maaiveld weergegeven voor de Hoofdstraat.
Zaaknummer: 18021801
pagina 5 van 13
Figuur 4: Geluidcontour Hoofdstraat – 7,5 meter boven lokaal maaiveld Te zien is dat ten aanzien van het wegverkeer op de Hoofdstraat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er zijn geen voorwaarden ten aanzien van de realisatie van woningbouw. Maatgevende contour railverkeer In figuur 5 is de geluidcontour op de maatgevende hoogte van 7,5 meter boven lokaal maaiveld weergegeven voor het spoor.
Zaaknummer: 18021801
pagina 6 van 13
Figuur 5: Geluidcontour spoor – 7,5 meter boven lokaal maaiveld Te zien is dat binnen het plangebied de voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. Woningbouw binnen het plangebied is mogelijk, echter dient eerst onderzocht te worden of maatregelen ter reductie mogelijk en doelmatig zijn. Indien maatregelen niet mogelijk of doelmatig zijn, kunnen hogere waarden worden vastgesteld. Hierbij dient nog wel getoetst te worden aan het gemeentelijk hogere waarden beleid. Globale toets stedenbouwkundige schets Ten aanzien van de A16 en het spoor wordt binnen het plangebied de voorkeursgrenswaarde overschreden. Op basis van de stedenbouwkundige schets is globaal getoetst welke geluidbelastingen te verwachten zijn. Zoals eerder aangegeven is getoetst ten aanzien van de twee bebouwingslijnen (noord-zuid-richting) zoals deze in de stedenbouwkundige schets zijn opgenomen. Hierbij is de geluidbelasting per bebouwingslijn (westelijk en oostelijk) onafhankelijk van elkaar in beeld gebracht.
Zaaknummer: 18021801
pagina 7 van 13
Te verwachten geluidbelastingen A16 In figuur 6 en 7 zijn de berekende geluidbelastingen als gevolg van het wegverkeer op de A16 weergegeven ter hoogte van de bebouwingslijnen uit de stedenbouwkundige schets. Het betreft waarden exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Op basis van deze berekende geluidbelastingen kan op alle waarden een aftrek van 2 dB worden toegepast.
Figuur 6: Geluidbelastingen A16 westelijke bebouwingslijn (excl. Aftrek ex artikel 110g Wgh) Op basis van bovenstaande figuur bedraagt de geluidbelasting op de westelijke bebouwingslijn aan de westzijde maximaal 52 dB en aan de oostzijde 48 dB. Aan de westzijde van de bebouwingslijn wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Aan de oostzijde wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan.
Zaaknummer: 18021801
pagina 8 van 13
Figuur 7: Geluidbelastingen A16 oostelijke bebouwingslijn (excl. Aftrek ex artikel 110g Wgh) Op basis van bovenstaande figuur bedraagt de geluidbelasting op de oostelijke bebouwingslijn eveneens aan de westzijde maximaal 52 dB en aan de oostzijde 48 dB. Aan de westzijde van de bebouwingslijn wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Aan de oostzijde wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Bij realisatie van een westelijke bebouwingslijn zal de geluidbelasting op deze oostelijke bebouwing in werkelijkheid wat lager uitvallen (door afscherming). Te verwachten geluidbelastingen spoor In figuur 8 en 9 zijn de berekende geluidbelastingen als gevolg van het spoor weergegeven ter hoogte van de bebouwingslijnen uit de stedenbouwkundige schets.
Zaaknummer: 18021801
pagina 9 van 13
Figuur 8: Geluidbelastingen spoor westelijke bebouwingslijn Op basis van bovenstaande figuur bedraagt de geluidbelasting op de westelijke bebouwingslijn aan de westzijde maximaal 56 dB en aan de oostzijde 51 dB. Aan de westzijde van de bebouwingslijn wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Aan de oostzijde wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan.
Zaaknummer: 18021801
pagina 10 van 13
Figuur 9: Geluidbelastingen spoor oostelijke bebouwingslijn Op basis van bovenstaande figuur bedraagt de geluidbelasting op de oostelijke bebouwingslijn aan de westzijde maximaal 55 dB en aan de oostzijde 51 dB. Aan beide zijden van deze oostelijke bebouwingslijn wordt aan de voorkeursgrenswaarde voor het spoor voldaan. Gemeentelijk hogere waarden beleid Het gemeentelijke hogere waarden beleid is vastgelegd in het ‘Beleidskader hogere waarde Wet geluidhinder Gemeente Moerdijk 2008’. Hierin zijn opgenomen: situaties op basis waarvan een hogere waarden kan worden vastgesteld; aanvullende voorwaarden voor het vaststellen van een hogere waarde. Voor de te realiseren woningen aan de Sporenbergstraat kan worden aangesloten bij de in het gemeentelijk beleid omschreven situatie: ‘Een nog niet geprojecteerde woning binnen de bebouwde kom die door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvult.’ Verder worden de volgende relevante aanvullende voorwaarden gesteld:
Zaaknummer: 18021801
pagina 11 van 13
Indien een hogere waarde wordt vastgesteld die meer dan 3 dB hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde, dan dient ten minste één geluidluwe gevel gerealiseerd te worden; Indien bovenstaande van toepassing is, dient ten minste één slaapkamer gesitueerd te zijn aan de geluidluwe gevel; Indien de woning beschikt over één of meerdere buitenruimtes, dient bij ten minste één buitenruimte het geluidniveau niet meer dan 5 dB hoger te zijn dan de voorkeursgrenswaarde.
Ten aanzien van het spoor zal de maximale geluidbelasting niet meer dan 3 dB hoger liggen dan de voorkeursgrenswaarde. Ten aanzien van het wegverkeer op de A16 wel. De maximaal berekende geluidbelasting bedraagt (op enkele punten) 52 dB, waarmee de geluidbelasting 4 dB hoger ligt dan voorkeursgrenswaarde. Deze geluidbelasting is in deze quickscan alleen berekend op de tweede verdieping van de woningen en enkel op de westelijke geveldelen. Op basis daarvan geldt voor de woningen waar dit van toepassing is, de aanvullende eis voor het realiseren van een geluidluwe gevel. Bij een verdere uitwerking van het plan zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Een andere mogelijkheid is het doof uitvoeren van de westelijke geveldelen op de tweede verdieping (waar de geluidbelasting meer dan 51 dB bedraagt). Een dove gevel hoeft niet getoetst te worden in het kader van de Wgh, waardoor dan geen hogere waarde van meer dan 51 dB wordt vastgesteld en de eis voor een geluidluwe gevel komt te vervallen. De geluidbelastingen op de gevel liggen niet meer dan 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde. Op basis daarvan kan worden gesteld dat aan de eis ten aanzien van de buitenruimtes wordt voldaan. Verdere concrete toetsing aan het hogere waarden beleid zal plaats moeten vinden bij verdere uitwerking van het plan.
Geconcludeerd kan worden dat het gemeentelijk beleid niet zal leiden tot onoverkomelijke belemmeringen. Conclusie Uit voorliggende quickscan blijkt dat; ten aanzien van de Hoofdstraat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er zijn geen belemmeringen voor woningbouw; ten aanzien van de A16 sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Ten aanzien van de stedenbouwkundige schets zal de maximale geluidbelasting 52 dB bedragen. Deze geluidbelastingen zijn berekend aan de westzijde van beide bebouwingslijnen. Aan de oostzijden wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zal onderzocht moeten worden of bron- of overdrachtsmaatregelen ter reductie van de geluidbelasting mogelijk zijn. Indien maatregelen niet mogelijk of doelmatig zijn, kan een hogere waarde worden vastgesteld. Wel zal getoetst moeten worden aan het gemeentelijk hogere waarden beleid. Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat het gemeentelijk hogere waarden beleid niet zal leiden tot onoverkomelijke belemmeringen; ten aanzien van het spoor sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
Op basis van de stedenbouwkundige schets wordt geconcludeerd dat enkel op de westelijke bebouwingslijn sprake is van
Zaaknummer: 18021801
pagina 12 van 13
een overschrijding. De maximale geluidbelasting bedraagt hier, aan de westzijde van de bebouwing, 56 dB. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zal onderzocht moeten worden of bron- of overdrachtsmaatregelen ter reductie van de geluidbelasting mogelijk zijn. Indien maatregelen niet mogelijk of doelmatig zijn, kan een hogere waarde worden vastgesteld. Tevens zal getoetst moeten worden aan het gemeentelijk hogere waarden beleid. Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat het gemeentelijk hogere waarden beleid niet zal leiden tot onoverkomelijke belemmeringen. Met vriendelijke groet,
W.K. Swolfs Adviseur geluid
Zaaknummer: 18021801
W.M.A. van Loon Adviseur geluid
pagina 13 van 13
Bijlage 3
Nader akoestisch onderzoek
Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 – 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
Akoestisch onderzoek
(Spoor)weglawaai bestemmingsplan Sporenbergstraat te Zevenbergschen Hoek, te Moerdijk Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Auteur W.K. Swolfs Datum 14 maart 2022 Status Definitief Zaaknummer 2022-009342
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Wettelijk kader
5
2.1
Geluidgevoelige bestemming
5
2.2
Zones langs wegen
5
2.3
Zones langs spoorwegen
6
2.4
Normen wegverkeerslawaai
7
2.4.1
Stedelijk en buitenstedelijk gebied
7
2.4.2
Normen geluidbelasting
7
2.4.3
Aftrek conform artikel 110g van de Wgh
8
2.4.4
Wegdekcorrectie
8
2.5
Normen spoorweglawaai
8
2.6
Verzoek hogere waarde
9
2.6.1
Algemeen
9
2.6.2
Voorwaarden verzoek hogere waarden
9
2.6.3
Gemeentelijk hogere waarde beleid
10
2.7
Dove gevel
10
2.8
Gecumuleerde geluidbelasting
10
3
Uitgangspunten
12
3.1
Locatiegegevens
12
3.2
Rekenmodellen ten behoeve van de overdrachtsberekening
12
3.3
Wegverkeergegevens
13
3.4
Spoorweggegevens
13
4
Berekeningsresultaten
15
4.1
Algemeen
15
4.2
Wegverkeerslawaai
15
4.2.1
Rijksweg A16
15
4.2.2
Hoofdstraat (deel 50 km/uur)
16
4.3
Spoorweglawaai
16
4.4
Gecumuleerde geluidbelasting LCUM
17
5
Maatregelen wegverkeerslawaai
18
5.1
Inleiding
18
5.2
Maatregelen aan de bron
18
5.3
Maatregelen in het overdrachtsgebied
18
5.4
Maatregelen aan de ontvangzijde
18
5.5
Conclusie en advies hogere waarden
19
5.6
Toetsing hogere waarde beleid gemeente Moerdijk
19
6
Conclusies
20
6.1
Wegverkeerslawaai
20
6.2
Spoorweglawaai
20
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 2 van 25
Bijlage 1.
Lijst van modeleigenschappen
21
Bijlage 2.
Invoergegevens
22
Bijlage 3.
Rekenresultaten wegen
23
Bijlage 4.
Rekenresultaten spoor
24
Figuur 1: Ligging plangebied en omgeving
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
25
pagina 3 van 25
1
Inleiding
Aan de noordzijde van de Sporenbergstraat in Zevenbergschen Hoek ligt een bestemming ‘Groen’. Vanuit het vigerend bestemmingsplan geldt de mogelijkheid deze bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’. In het verleden zijn diverse studies uitgevoerd naar de mogelijkheden voor woningbouw op deze locatie. Nu is het plan dermate concreet dat een nieuw bestemminsplan wordt opgesteld. In dat kader is een verbeelding opgesteld met regels. De gemeente Moerdijk heeft de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant verzocht nu, ten aanzien van deze verbeelding en regels, een akoestisch onderzoek op te stellen conform de wettelijke eisen uit de Wet geluidhinder. De planontwikkeling ligt binnen de wettelijke geluidzones van: • de Rijksweg A16 (kortste afstand circa 240 meter); • het gedeelte van de Hoofdstraat waar een maximum rijsnelheid van 50 km/uur geldt; • de spoorlijnen Lage Zwaluwe – Breda (inclusief HSL) en Lage Zwaluwe – Zevenbergen en het goederenspoor tussen Lage Zwaluwe en Oosterhout. In dit onderzoek is de geluidbelasting ten gevolge van spoorweglawaai en wegverkeerslawaai bepaald. De overige wegen in de directe omgeving van de locatie, (Van Gilstraat, Frisostraat, Plein 1940 en De Riethof), zijn allen 30 km/u-wegen en vallen buiten het toetsingskader van de Wet geluidhinder.
In de eerdere verkennende onderzoeken is al aangetoond dat deze wegen voor de betreffende locatie akoestisch geen belemmering zullen vormen (door lage verkeersintensiteiten en/of aanwezige tussenliggende afschermende bebouwing). Binnen dit onderzoek zijn deze wegen nu dan ook buiten beschouwing gelaten.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 4 van 25
2
Wettelijk kader
2.1 Geluidgevoelige bestemming De grenswaarden van de Wet geluidhinder gelden voor de geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van de (spoor)weg of industrieterrein. De Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder kennen de volgende geluidgevoelige bestemmingen: • woningen; • onderwijsgebouwen*; • ziekenhuizen en verpleeghuizen*; • andere gezondheidszorggebouwen* (verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen); • kinderdagverblijven*; • woonwagenstandplaatsen; • ligplaatsen voor woonschepen. * Alleen ter plaatse van de volgende verblijfsruimten:
• • • • • 2.2
leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen; onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen; onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woonen slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven; theorievaklokalen van onderwijsgebouwen; ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen. Zones langs wegen
Alle wegen hebben volgens artikel 74 van de Wgh, eerste lid, een geluidzone (het planologisch aandachtsgebied), uitgezonderd: wegen die binnen een als woonerf aangeduid gebied zijn gelegen; wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Een geluidzone is een aandachtsgebied dat zich aan weerszijden van een weg even ver uit de as uitstrekt en waar een onderzoeksplicht geldt in het kader van de Wgh, als daarbinnen sprake is van, onder andere, oprichting of wijziging van gevoelige bestemmingen (waaronder woningen en onderwijsgebouwen). De breedte van de geluidzone wordt gerekend vanaf de binnenzijde van de kantstreep van de buitenste rijstrook. De ruimte boven en onder een weg behoort eveneens tot de zone van een weg. De breedte van een zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving; stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied (zie tabel 1). Volgens artikel 1 van de Wgh is stedelijk gebied het gebied binnen de bebouwde kom, uitgezonderd de zone langs auto(snel)wegen.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 5 van 25
Tabel 1: Breedte van de geluidzone in relatie tot gebiedstypering en het aantal rijstroken aantal rijstroken
5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied
stedelijk gebied
600 400 250
350 350 200
Het plangebied ligt binnen de zone van de volgende wegen: • de Rijksweg A16 • het gedeelte van de Hoofdstraat waar een maximum rijsnelheid van 50 km/uur geldt. 2.3 Zones langs spoorwegen De omvang van de geluidzone langs een spoorweg hangt af van het feit of de spoorweg aangeven staat op de geluidplafondkaart of de zonekaart. Voor spoorwegen op de zonekaart bepaalt artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder de omvang van de geluidzone. De zone strekt zich uit vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven op die kaart. De ruimte boven en onder de spoorweg behoort eveneens tot de zone. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone langs een spoorweg onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze varieert van 25 tot maximaal 100 meter. De zonekaart is opgenomen in de bijlage van de regeling. Voor spoorwegen op de geluidplafondkaart bepaalt artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder de omvang van de geluidzone. De breedte ervan is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. De ruimte boven en onder de spoorweg behoort eveneens tot de zone.
De zonebreedte is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (gpp) op het betreffende referentiepunt en varieert van 100 meter tot maximaal 1200 meter. De zonebreedten staan in tabel 2; de referentiepunten in het Geluidregister spoor1. Tabel 2: Zones langs spoorwegen geluidplafondkaart Hoogte geluidproductieplafond
Breedte zone [m]
Kleiner dan 56 dB Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB Gelijk aan of groter dan 74 dB
100 200 300 600 900 1200
De geluidbelasting op de referentiepunten ter plaatse van het plangebied varieert van circa 49 tot 54 dB. De zonebreedte bedraagt hierdoor 100 meter. De planlocatie ligt op circa 50 meter tot de spoorlijn Breda – Dordrecht (gebundeld spoor met HSL). Het plangebied ligt binnen de zone van een spoorweg.
1
http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregisterspoor.html
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 6 van 25
2.4 Normen wegverkeerslawaai Bij de beoordeling van een (toekomstige) akoestische situatie worden normen gehanteerd zoals vermeld in de Wgh. Deze normen hebben betrekking op geluidgevoelige bestemmingen. Per type geluidgevoelige bestemming zijn er voor op de gevel, afhankelijk van de situatie, twee normen: een voorkeursgrenswaarde (streefwaarde) en een maximale grenswaarde (norm die niet overschreden mag worden)2. Als de voorkeursgrenswaarde wél maar de maximale grenswaarde niet wordt overschreden kan, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria, ontheffing worden verleend tot ten hoogste de maximale grenswaarde. 2.4.1 Stedelijk en buitenstedelijk gebied De Wet geluidhinder stelt toetsing van de geluidbelasting afhankelijk van de ligging van de weg. Artikel 1 (Wgh) onderscheidt: • Stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom, maar, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. • Buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom én, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, dat ligt binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
2.4.2 Normen geluidbelasting Artikel 82 tot en met 85 van de Wet geluidhinder geven nadere uitleg over de geluidbelasting in zogenaamde “nieuwe situaties” (er dient een bestemmingsplanprocedure te worden gevolgd). De zogenaamde voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB Lden. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB Lden dan legt de Wet geluidhinder geen restricties op aan het plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden, en is de geluidbelasting niet hoger dan de maximale grenswaarde, dan kan de gemeente een hogere waarde vaststellen wanneer maatregelen voor het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden, op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De tabellen 3 en 4 geven de normen uit de Wet geluidhinder weer. Tabel 3: normen geluidbelasting in stedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied voorkeursgrenswaarde maximale grenswaarde maximale grenswaarde; vervangende nieuwbouw
48 dB 63 dB 68 dB
2
In de Wet geluidhinder wordt gesproken van een ‘ten hoogste toelaatbare geluidbelasting’ en een ‘waarde die niet te boven mag worden gegaan’. In de memorie van toelichting wordt echter gesproken over ‘voorkeursgrenswaarden’ en ‘maximale grenswaarden’. Deze laatste begrippen zijn duidelijker en worden daarom in deze rapportage gebruikt.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 7 van 25
Tabel 4: normen geluidbelasting in buitenstedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een buitenstedelijk gebied voorkeursgrenswaarde maximale grenswaarde maximale grenswaarde; agrarische bedrijfswoning maximale grenswaarde; vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom maximale grenswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg
48 dB 53 dB 58 dB 58 dB 63 dB
‘Niet-geprojecteerd’ betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat zodat het bestemmingsplan dient te worden herzien. De locatie in dit onderzoek ligt in stedelijk gebied en betreft de realisatie van een nieuwe woningen. De maximale grenswaarde bedraagt in dit geval voor de Hoofdstraat 63 dB Lden. Voor de Rijksweg A16 bedraagt de maximale grenswaarde 53 dB Lden. 2.4.3 Aftrek conform artikel 110g van de Wgh De grenswaarden voor de gevelbelasting van wegverkeerslawaai in de Wgh zijn de waarden na de toegestane aftrek volgens artikel 110g van die wet. De numerieke invulling van deze aftrek is in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 geregeld. Conform dit artikel is de aftrek voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of meer van lichte motorvoertuigen:
•
4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB Lden bedraagt;
•
3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB Lden bedraagt;
•
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden. Voor wegen met een snelheid van minder dan 70 km/uur bedraagt da aftrek 5 dB. Bij het toepassen van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 bedraagt de aftrek 0 dB. De aftrek mag toegepast worden omdat auto’s in de toekomst stiller zullen zijn door verbeteringen aan motoren en banden. 2.4.4 Wegdekcorrectie Artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bepaalt dat bij de berekening van het equivalent geluidniveau van een weg met een representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen van 70 km/uur of meer, een additionele correctie op de wegdekcorrectie wordt toegepast. De correctie bedraagt 1 of 2 dB, afhankelijk van het wegdektype. Het rekenprogramma Geomilieu verwerkt deze additionele correctie automatisch op basis van de invoergegevens van de betreffende weg. 2.5 Normen spoorweglawaai Voor spoorweglawaai zijn de geluidnormen opgenomen in afdeling 4.2 van het Besluit geluidhinder. In artikel 4.9 van het Besluit geluidhinder (Bgh) geldt voor woningen een voorkeursgrenswaarde van 55 dB Lden, met een ten hoogst
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 8 van 25
toelaatbare geluidbelasting van 68 dB Lden. Tabel 5 geeft de overige normen uit het Bgh weer. Tabel 5: normen geluidbelasting spoorweglawaai normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een bestaande zone voorkeursgrenswaarde woningen, artikel 4.9 Wgh voorkeursgrenswaarde andere geluidgevoelige gebouwen, art. 4.9 Wgh voorkeursgrenswaarde geluidgevoelige terreinen, artikel 4.9 Wgh maximale grenswaarde woningen, artikel 4.10 Wgh maximale grenswaarde geluidgevoelige gebouwen, artikel 4.11 Wgh maximale grenswaarde geluidgevoelige terreinen, artikel 4.12 Wgh
55 dB 53 dB 55 dB 68 dB 68 dB 63 dB
Als de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale grenswaarde niet wordt overschreden kan, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria, ontheffing worden verleend tot de maximale grenswaarde. 2.6
Verzoek hogere waarde
2.6.1 Algemeen De Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder hebben als uitgangspunt, dat in nieuwe situaties wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De Wet geluidhinder staat echter toe dat een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde wordt vastgesteld (in de meeste gevallen door het college van burgemeester en wethouders), mits deze de maximaal toelaatbare geluidbelasting (maximale grenswaarde) niet overschrijdt. De noodzaak om af te wijken van de voorkeursgrenswaarde moet echter duidelijk worden aangetoond of gemotiveerd. Allereerst moet worden onderzocht welke maatregelen kunnen worden getroffen om de voorkeursgrenswaarde te halen. Om ontheven te worden van de verplichting om de voorkeursgrenswaarde te realiseren, kan een beroep worden gedaan op een vijftal ontheffingsgronden (hoofdcriteria): 1. Stedenbouwkundige overwegingen; 2. Verkeerskundige overwegingen; 3. Vervoerskundige overwegingen; 4. Landschappelijke overwegingen; 5. Financiële overwegingen.
2.6.2 Voorwaarden verzoek hogere waarden Het Besluit geluidhinder stelt eisen aan het verzoek om vaststelling van een hogere grenswaarde; het moet minimaal de volgende informatie bevatten: de verzochte hogere waarde; de redenen voor het verzoek; de resultaten van het akoestisch onderzoek, dat minimaal de volgende onderwerpen moet bevatten: • de feitelijke geluidbelasting zonder maatregelen op de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen; • bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde een onderzoek naar de mogelijke maatregelen en de akoestische effecten; • een onderbouwing van de doelmatigheid van de mogelijke maatregelen en een onderbouwing op basis van de hoofdcriteria en eventueel vastgestelde aanvullende criteria; • indien relevant een overzicht van de gecumuleerde geluidbelasting;
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 9 van 25
-
-
een verklaring dat maatregelen getroffen zullen worden om te voldoen aan het wettelijk binnenniveau (gevelmaatregelen). Het hoeft op het moment van het verzoek om een hogere waarde nog niet gedetailleerd bekend te zijn welke maatregelen getroffen zullen worden; één of meer kaarten met daarop onder andere de geluidgevoelige objecten, de positie van de bron(nen) en de ligging van de zone(s).
2.6.3 Gemeentelijk hogere waarde beleid De gewijzigde Wet geluidhinder (2007) geeft gemeenten in de meeste gevallen de bevoegdheid een eigen geluidbeleid op te stellen. Eventuele verzoeken om een hogere waarde moeten aan dit beleid getoetst worden. De gemeente Moerdijk heeft een beleid hogere waarden vastgesteld, “Beleidskader hogere waarde Wet geluidhinder gemeente Moerdijk 2008” (vastgesteld d.d. 11 maart 2008). Hierin is opgenomen dat het vaststellen van een hogere waarde ten aanzien van (spoor)weglawaai mogelijk is indien een nog niet geprojecteerde woning binnen de bebouwde kom: • door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestische afscherming vormt voor andere geluidgevoelige bestemmingen; • ter plaatse noodzakelijk is om redenen van grond- en bedrijfsgebondenheid; • door de gekozen situering een open plaats tussen bestaande bebouwing opvult; • ter plaatse gesitueerd wordt als vervanging van bestaande bebouwing.
Tevens gelden voor de realisatie van nieuwe woningen binnen de zone van bestaande (spoor)wegen de volgende aanvullende eisen: • de nieuw te realiseren woningen dienen, indien een hogere waarde wordt vastgesteld van meer dan 3 dB boven de voorkeursgrenswaarde, te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel; • indien een geluidluwe gevel noodzakelijk is, dan dient ten minste één slaapkamer aan deze geluidluwe zijde gerealiseerd te worden; • de nieuw te realiseren woningen dienen te beschikken over ten minste één buitenruimte waar het geluidniveau niet meer dan 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde ligt. 2.7 Dove gevel Ingevolge het vierde lid van artikel 1b van de Wgh wordt onder een gevel in de zin van die wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 2.8 Gecumuleerde geluidbelasting Wanneer een geluidgevoelige bestemming voorzien is binnen meerdere geluidzones en de voorkeursgrenswaarde van meerdere geluidbronnen wordt overschreden moeten
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 10 van 25
krachtens artikel 110f Wgh de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen onderzocht worden. Vastgesteld moet worden: • •
de relevante blootstelling van de verschillende bronnen; de gecumuleerde geluidbelasting ter plaatse van de woningen.
Om een kwaliteitsoordeel te kunnen vellen over het berekende geluidniveau, wordt uitgegaan van de milieugezondheidkwaliteit uit de “Gezondheidseffectscreening; gezondheid en milieu in ruimtelijke planvorming” (GGD Nederland, januari 2018). Deze methode geeft onder meer een oordeel over het geluidklimaat. Tabel 6 : Milieugezondheidkwailiteit Lden3 Milieugezondheidkwaliteit <43
Zeer goed
43-47
Goed
48-52
Redelijk
53- 57
Matig
58-62
Zeer matig
63-67
Onvoldoende
68-72
Ruim onvoldoende
>73
Zeer onvoldoende
3 Zonder aftrek conform artikel 110g Wgh voor wegverkeer
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 11 van 25
3
Uitgangspunten
3.1 Locatiegegevens Het plangebied wordt ingesloten door bestaande bebouwing aan de Sporenbergstraat, Riethof (beide ten zuiden van het plangebied) en Hoofdstraat (ten oosten en noorden van het plangebied). Ten westen van het plangebied ligt de geluidwal welke is opgericht om de kern Zevenbergschen Hoek te beschermen tegen geluidoverlast van het spoor (gebundeld spoor traject Breda – Dordrecht en HSL). Het bestemmingsplan kent binnen de bestemming ‘Woongebied’ twee bouwvlakken, beide georienteerd in de noord-zuid richting. Binnen deze twee bouwvlakken staat het bestemmingsplan de realisatie van in totaal ten hoogste 25 grondgebonden woningen toe. Figuur 1 geeft een luchtfoto van de het plangebied met daarop tevens de verbeelding aangegeven. 3.2 Rekenmodellen ten behoeve van de overdrachtsberekening Ter bepaling van de te verwachten geluidbelasting op het plangebied is een computersimulatiemodel opgebouwd, met verschillende ruimtelijke kenmerken die voor de geluidoverdracht van belang zijn. Voor het opbouwen van de rekenmodellen en het uitvoeren van de berekeningen is het programma Geomilieu V2021 gebruikt. Dit programma voldoet aan de eisen voor software voor het gedetailleerd bepalen van geluidbelastingen.
Het is daarmee gekwalificeerd als Standaard Rekenmethode II (SRM II), conform het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012 (RMG-2012), bijlage III en IV, dat regels bevat voor het berekenen en meten van de geluidbelasting voor wegen en spoorwegen krachtens de Wgh. Bij de berekeningen worden de equivalente geluidniveaus van dag-, avond- en nachtperioden bepaald. Voor een vergelijking met de wettelijke grenswaarden wordt uit deze dag-, avond- en nachtwaarden de geluidbelasting Lden bepaald met de volgende formule: dag avond 1 10 10 12 • 10 + 4 • 10 24
L
Lden = 10 lg
L
+5
+ 8 • 10
Lnacht + 10 10
In het rekenprogramma is uitgegaan van de volgens parameters en uitgangspunten: Bodemfactor algemeen: er is uitgegaan van een standaard zachte bodem. Derhalve is een algemene bodemfactor aangehouden van 1,0; Bodemfactor gedefinieerde bodemgebieden: harde bodemvlakken zoals wegen en water zijn gemodelleerd met een bodemfactor 0,0. Binnen het plangebied is rekening houdend met de aanleg van een ontsluiting en tuinen en de binnen het plangebied opgenomen bestemming ‘Groen’ uitgegaan van een bodemfactor 0,5 (half hard, half zacht); Sectoren met een zichthoek van 2 graden; De geluidbelastingen zijn berekend met alle geluidrelevante gebouwen. De gebouwen schermen geluid af dan wel reflecteren dit. Het maximaal aantal reflecties bedraagt 1;
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 12 van 25
-
Bij de bepaling van de geluidbelasting ter plaatse van de gevel wordt slechts rekening gehouden met het invallend geluid; Meteorologische correcties: SRM II RMG-2012, Luchtdemping: standaard SRM II RMG-2012.
Zowel te aanzien van wegverkeerslawaai als voor spoorweglawaai zijn twee modellen opgemaakt. Het betreft een model waarbij de gehele ontwikkeling als geheel is gemodelleerd als een situatie waarbij het westelijke bouwblok niet is gerealiseerd en zodoende niet voor afscherming zorgt ten aanzien van het oostelijke bouwblok ten opzichte van de Rijksweg A16 en het spoor. Op deze manier is ten aanzien van het oostelijk bouwblok ook een worstcase situatie in beeld gebracht. Waarneemhoogte De geluidbelasting binnen het plangebied is bepaald ter plaatse van twee bouwvlakken waarbinnen woningbouw conform het bestemmingsplan is toegestaan. Het bestemmingsplan staat hier grondgebonden woningen toe met een maximale nokhoogte van 11 meter. Binnen een dergelijke bouwhoogte kan als uitgangspunt gehanteerd worden dat de woningen maximaal bestaan uit een begane grond, eerste verdieping en tweede verdieping. De geluidbelastingen zijn per potentiële bouwlaag bepaald, steeds anderhalve beter boven de verdiepingsvloer. Uitgegaan is van de rekenhoogten 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter boven het maaiveld. Objecten De ligging van de gebouwen is gebaseerd op de informatie uit het BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen). De hoogte van deze gebouwen is gebaseerd op hoogte-informatie uit de AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland).
3.3 Wegverkeergegevens De Wgh schrijft voor dat voor nieuwe planologische situaties de geluidbelasting bepaald moet worden voor een toekomstige situatie die tenminste tien jaar verder ligt dan de datum van vaststelling van het plan. Voor de lokale wegen is gebruikgemaakt van de verkeersgegevens uit het verkeersmodel BBMA (Brabant Brede Model Aanpak). Deze heeft als zichtjaat het jaar 2030. Vervolgens is deze opgehoogd met een autonome verkeersgroei van 1% per jaar4. De gegevens van de rijksweg A16 zijn conform het geluidregister van Rijkswaterstaat (20220224_v2203). De gegevens zijn te omvangrijk om helder in dit rapport te presenteren, maar zijn op de website www.rws.nl/geotool/geluidsregister te raadplegen. In het onderzoek is de 1,5 dB werkruimte5 reeds verdisconteerd in de rekenresultaten. Een overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens is opgenomen in de bijlagen. 3.4 Spoorweggegevens De spoorweggegevens zijn conform het geluidregister spoor van ProRail (downloaddatum 8 maart 2022). De gegevens zijn te omvangrijk om helder in dit rapport te presenteren, maar zijn op de website 4
Door de gemeente zijn ook telgegevens aangeleverd. Deze gegevens zijn, inclusief autonome groei van 1% per jaar, echter lager dan de gegevens uit het verkeersmodel. Zodoende is in de berekening sprake van een worstcase benadering. 5
op basis van eerste lid van artikel 11.45 Wet milieubeheer
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 13 van 25
www.geluidspoor.nl/geluidregisterspoor te raadplegen. In het onderzoek is de 1,5 dB werkruimte reeds verdisconteerd in de rekenresultaten. Een overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens voor het spoor is eveneens opgenomen in de bijlagen.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 14 van 25
4
Berekeningsresultaten
4.1 Algemeen Toetsing aan de Wgh vindt plaats per lawaaisoort en per gezoneerde geluidbron. In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de volgende rekenresultaten gepresenteerd: • wegverkeerslawaai; • spoorweglawaai. 4.2 Wegverkeerslawaai Alle hierna genoemde geluidbelastingen zijn inclusief de aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder tenzij anders vermeld. De resultaten zijn, conform de Wet geluidhinder, per gezoneerde weg beschouwd. 4.2.1 Rijksweg A16 De geluidbelastingen zijn berekend per bouwvlak. In tabel 7 is steeds per bouwvlak per waarneemhoogte de hoogst berekende geluidbelasting weergegeven. Tabel 7 : Geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A16 Bouwvlak waarneemhoogte berekende geluidbelasting (Lden) West 1,5 meter 46 dB 4,5 meter 50 dB 7,5 meter 51 dB Oost 1,5 meter 45 dB 4,5 meter 47 dB 7,5 meter 49 dB
Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting op beide bouwvlakken de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden overschrijdt. De geluidbelasting op het westelijke bouwvlak bedraagt ten hoogste 51 dB Lden en op het oostelijk bouwvlak 49 dB Lden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden wordt niet overschreden. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 is voor het oostelijk bouwblok tevens een berekening gemaakt waarbij het westelijk bouwblok niet is gemodelleerd. Hierdoor is een situatie doorgerekend waarbij ten opzichte van het oostelijk bouwblok geen sprake is van afscherming door het westelijke bouwblok (worstcase situatie). De resultaten zijn weergegeven in tabel 8. Tabel 8 : Geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A16 op oostelijk bouwblok, exclusief afscherming bouwblok wet Bouwvlak waarneemhoogte berekende geluidbelasting (Lden) Oost 1,5 meter 48 dB 4,5 meter 50 dB 7,5 meter 50 dB
Wanneer het westelijk bouwvlak niet gerealiseerd wordt bedraagt de geluidbelasting op het oostelijk bouwvlak ten hoogste 50 dB Lden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden wordt niet overschreden.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 15 van 25
4.2.2 Hoofdstraat (deel 50 km/uur) De geluidbelastingen zijn berekend per bouwvlak. In tabel 9 is steeds per bouwvlak per waarneemhoogte de hoogst berekende geluidbelasting weergegeven. Tabel 9 : Geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Hoofdstraat (deel 50 km/uur) Bouwvlak waarneemhoogte berekende geluidbelasting (Lden) West 1,5 meter 31 dB 4,5 meter 33 dB 7,5 meter 34 dB Oost 1,5 meter 29 dB 4,5 meter 34 dB 7,5 meter 36 dB
Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde op beide bouwvlakken niet wordt overschreden. 4.3 Spoorweglawaai De geluidbelastingen zijn berekend per bouwvlak. In tabel 10 is steeds per bouwvlak per waarneemhoogte de hoogst berekende geluidbelasting weergegeven. Tabel 10 : Geluidbelastingen ten gevolge van het spoor Bouwvlak waarneemhoogte West
Oost
1,5 meter 4,5 meter 7,5 meter 1,5 meter 4,5 meter 7,5 meter
berekende geluidbelasting (Lden) 48 dB 52 dB 55 dB 47 dB 50 dB 53 dB
Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB Lden op beide bouwvlakken niet wordt overschreden. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 is voor het oostelijk bouwblok tevens een berekening gemaakt waarbij het westelijk bouwblok niet is gemodelleerd. Hierdoor is een situatie doorgerekend waarbij ten opzichte van het oostelijk bouwblok geen sprake is van afscherming door het westelijke bouwblok (worstcase situatie). De resultaten zijn weergegeven in tabel 11. Tabel 11 : Geluidbelastingen ten gevolge van het spoor op oostelijk bouwblok, exclusief afscherming bouwblok wet Bouwvlak waarneemhoogte berekende geluidbelasting (Lden) Oost 1,5 meter 49 dB 4,5 meter 51 dB 7,5 meter 54 dB
Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB Lden op het oostelijke bouwvlak ook niet wordt overschreden indien het westelijk bouwblok niet gerealiseerd wordt.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 16 van 25
4.4 Gecumuleerde geluidbelasting LCUM Wanneer een plan binnen de zone ligt van meer dan één geluidbron waarvoor de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, moeten tevens de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen onderzocht worden. Aangegeven moet worden op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen (art. 110a en 110f van de Wgh). In voorliggende situatie is sprake van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde door slechts één bron (Rijksweg A16). Cumulatie van geluid behoeft zodoende niet inzichtelijk gemaakt te worden.
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 17 van 25
5
Maatregelen wegverkeerslawaai
5.1 Inleiding Uit hoofdstuk 4 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai vanwege de Rijksweg A16 wordt overschreden op beide bouwvlakken binnen het plangebied. Voor de geluidbelasting van deze wegen moeten daarom de mogelijkheden onderzocht worden om de geluidbelasting te reduceren. De maatregelen zijn hieronder verder uitgewerkt. We onderscheiden: • maatregelen aan de bron; • maatregelen in het overdrachtsgebied; • maatregelen aan de ontvangzijde. 5.2 Maatregelen aan de bron Bij maatregelen aan de geluidbron Rijksweg A16 wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker gereduceerd kan worden. Bij een maximale snelheid zoals van toepassing op Rijkswegen zijn er twee oorzaken van geluidproductie: het motorgeluid en het geluid van de banden op het wegdek. Mogelijke maatregelen zijn: stillere voertuigen: een vermindering van mechanische geluiden kan alleen door de ontwikkeling van nieuwe technieken. Door het toepassen van de toegestane aftrek op basis van artikel 110g Wgh wordt hier in de berekeningen reeds op voortgesorteerd; verlaging van de maximum snelheid: op een verlaging van het snelheidsregime op een weg kan de initiatiefnemer van het bouwplan geen invloed uitoefenen; geluidreducerend wegdek: een vermindering van het geluid van banden op wegdek is mogelijk met een geluidreducerend wegdek.
Het wegdek van de Rijksweg A16 is reeds voorzien van enkellaags ZOAB. De kosten voor het aanpassen van deze wegdekverharding naar dubbellaags ZOAB staan niet in verhouding met de omvang van het plan. Een dergelijke maatregel stuit op overwegende bezwaren van financiële aard. 5.3 Maatregelen in het overdrachtsgebied Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of belemmering van de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger mogelijk is. Tussen de Rijksweg A16 en het plangebied zijn reeds meerdere geluidschermen-/wallen opgericht. De kosten voor het aanpassen van deze schermen of wallen staan niet in verhouding met de omvang van het plan. Een dergelijke maatregel stuit op overwegende bezwaren van financiële aard. Door een grotere afstand tussen de gevels en de weg ontstaat een lagere geluidbelasting. Voor een significante afname van 2 dB moet de afstand circa 50% worden vergroot. Het gaat dan om grote afstanden waar geen ruimte voor is. Kleine verschuivingen hebben geen significant effect. 5.4 Maatregelen aan de ontvangzijde Ook maatregelen aan geluidgevoelige functies zelf, in de vorm van dove gevels of gebouwgebonden geluidschermen, kunnen bijdragen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het toepassen van een dove gevel zou de betreffende gevel uitsluiten van toetsing aan de Wet geluidhinder.
Geluidschermen aan de gevels of dove gevels hebben echter consequenties voor de ventilatie- en brandveiligheidscondities die de ontwerpvrijheden van de woningen sterk
Zaaknummer: 2022-009342
14 maart 2022
pagina 18 van 25
inperken. Omdat een gebouwgebonden geluidscherm ook relatief veel kosten met zich meebrengt, is het reëler de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde toe te staan en de overschrijding met een goede gevelwering op te lossen. Met een hogere waarde is bij verdere uitwerking van het plan volgens de bepalingsmethoden in het Bouwbesluit een goede geluidwering en een verantwoorde akoestische situatie gewaarborgd. 5.5 Conclusie en advies hogere waarden Omdat verschillende geluidreducerende maatregelen bezwaren met zich meebrengen, is het realistisch om hogere waarden aan te vragen voor de geluidbelasting van wegverkeerslawaai. Het aantal te realiseren woningen per bouwvlak is niet gemaximeerd. Het totaal aantal toegestane woningen binnen het bestemmingsplan bedraagt 25. Geadviseerd wordt om voor alle woningen dezelfde hogere waarde vast te stellen. Uitgaande van de ten hoogst berekende geluidbelasting conform paragraaf 4.2.1 bedraagt deze waarde dan 51 dB Lden. De vast te stellen hogere waarden zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 10 : Geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A16 Bouwvlak Aantal woningen berekende geluidbelasting (Lden) West en oost 25 51 dB
Zonder geluidreducerende maatregelen, of wanneer deze onvoldoende resultaat opleveren, moet voor hogere geluidbelastingen door wegverkeerslawaai dan de voorkeursgrenswaarde in het kader van de bestemmingsplanprocedure een hogere waarde worden vastgesteld door burgemeester en wethouders. Vanwege de relatie Wgh met de Wro moet de procedure hogere waarde zijn afgerond voor het bestemmingsplan is vastgesteld. Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen wanneer, zoals in deze situatie, maatregelen voor het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde is dat de geluidbelasting binnen de geluidgevoelige ruimten de maximaal toelaatbare waarden niet overschrijdt. 5.6 Toetsing hogere waarde beleid gemeente Moerdijk In paragraaf 2.6.3 zijn de voorwaarden voor het vaststellen van hogere waarden op basis van het beleid van de gemeente Moerdijk toegelicht. Het plan voldoet aan het criterium dat deze voorziet in de realisatie van woningen op een locatie tussen reeds bestaande bebouwing. Daarnaast bedraagt de overschrijding nergens meer dan 3 dB boven de voorkeursgrenswaarde. Zodoende is het veiligstellen van een geluidluwe zijde niet noodzakelijk.