Bijlage 3 Verslag kick-off raadsleden Duisenberg methode 26 januari 2020
Tekst van het document
Gespreksverslag kick-off bijeenkomst raadsleden onderzoek ‘Jeugd’ volgens Duisenberg methode dinsdag 26 februari 2019 te Roosendaal Vraag 1: Wat is het beeld van het beleidsterrein Jeugd? Reacties:
Geen goed en reëel beeld. Beeld is goed. Raadslid loopt wel aan tegen incidenten en hoe het in de praktijk werkt. Zoals bureaucratie en administratieve rompslomp. Goed beeld maar van inwoners en uit veld komt commentaar terug dat het toch schuurt. Raadslid kan niet plaatsen waar het schuurt en hoe dat komt. Openheid én wisselwerking tussen ambtelijke organisatie en raad en info uit jeugdzorgcontracten is er onvoldoende. Is wel nodig om te kunnen beoordelen of beleid bijgesteld moet te worden. In praktijk blijken dingen niet te passen. Beleid en praktijk sluiten niet op elkaar aan. In praktijk blijken dingen minder scherp gesteld. Hoe hebben we beleid kunnen vaststellen dat in de praktijk situaties laat gebeuren die we niet willen? Hoe vertaal je een incident terug naar beleid als je af en toe wat hoort vanuit het veld? We hebben te weinig om te kunnen beoordelen of een incident echt een incident is of dat het een gevolg is van een probleem in de informatie. Worden we goed gevoed door jeugdprofessionals? Buurtopbouwwerkers, straatcoaches hebben we nodig om een goed beeld te krijgen. Eén regisseur, één dossier/gezin was uitgangspunt; praktijk laat soms anders zien. Op lokaal gemeentelijk niveau zijn de overleggen georganiseerd. Scholen met kinderen uit andere gemeente, zoals bijvoorbeeld een ROC hebben hierdoor geen goed beeld van de problematiek.
AVG speelt parten vinden meerderen. Veel gemeenten hebben geen goed beeld over het beleidsterrein jeugd. Kwantificeer de doelstelling. Als raadleden hebben we het beeld niet scherp en ook het veld niet. Er moet een verbinding zijn tussen beleidsmakers en degene die beleid moeten uitvoeren. Op het gebied van Jeugdzorg is er heel veel, maar het lijkt of de spelers in het veld van elkaar niet weten wie wat doet. De keten is geen keten, maar bestaat uit veel schakels die elkaar niet altijd goed weten te vinden. Het is een complex en versnipperd veld, onderdelen communiceren niet. Vraag en aanbod schuurt. Grot bos van geldbomen. Mensen gaan het bos in met problemen en komen daar vervolgens verward uit. De opzet van de jeugdzorg is heel wazig. Het is onduidelijk of dat iedereen wordt geholpen. Jeugdzorg is samen te vatten als complex, kwetsbare groep, verwarde ouders, dominante professionals. Meer samenwerken is een grote fout, de samenwerking tussen professionals en gemeente komt niet tot stand. Het werkveld en de ambtenaren spreken dezelfde taal niet en kunnen elkaar dan ook niet begrijpen.
Kennisniveau van de gemeente is niet voldoen. Er is geen doorlopende lijn. Er zijn niet genoeg jeugdprofessionals om het proces volledig te begeleiden. Er zijn veel complexe gevallen waar meer professionals bij nodig zijn. Dan kom je in een centendiscussie. Er is onduidelijkheid voor de raad over waar middelen aan besteed worden en waarom. In de factor kwaliteit zit je heel snel op het individuele geval, daardoor ontstaat onduidelijkheid over het geheel: kwaliteit in relatie tot inzet. Beleidsambtenaren zijn niet geschikt om dit werk te doen. Complex, moeilijk dossier. Zorg dichterbij de burger, maar er lijkt juist een kloof te ontstaan. Het is ongrijpbaar. Jeugdprofessional heeft een regierol, maar voert die niet uit. Het gaat om het spanningsveld wanneer het goed is. Het kost veel geld en het lijkt steeds niet voldoende te zijn. Voordeel is: het zijn mensen die uit de omgeving komen. Eén plan is een voordeel. Zorg is moeilijk te kwantificeren. Het gevoel is dat er iets niet klopt. Het is ongrijpbaar. Kennelijk gaat er iets mis, maar waar? Onvoldoende inzicht om kaders te stellen. Geef raadsleden de kans om inzicht te krijgen (geanonimiseerde dossiers). Je wilt weten wat er goed is en wat slecht is. Het is een open eind constructie. Er is onvoldoende sturing. Achteraf hoor je het of het goed is gegaan of mis is gegaan.
Overige constateringen:
Van belang is wel om de rol van de raad in acht te nemen. Uitvoering ligt bij het college. Is de vraag of de professionals hun werk goed doen wel een taak/ de rol van de raad? Raad heeft een controlerende taak: is het college binnen de kaders en afspraken gebleven (en binnen het budget)? Hoe ver ga je als raad in de controlemodus? In de begroting zijn nauwelijks prestatie-indicatoren voor jeugd opgenomen. Dit maakt controleren lastig. Is beleid wel goed? Sommigen denken van wel, anderen weten het niet. Overall beeld is dat praktijk en beleid niet volledig op elkaar aan lijken te sluiten.
Vraag 2: Wat heb je nodig om het beeld scherper te krijgen? Reacties:
Er is veel informatie te halen uit de monitor Jeugd van het CBS. Het gaat vooral om aantallen, maar kwaliteit en maatschappelijk rendement worden onvoldoende verteld. Een actuele casus/incident wordt te vaak als leidend instrument gezien. Hoe arrangementen in elkaar zitten en hoe de toegang werkt zijn onduidelijk. Ga naar de instanties (CJG, Juzt, GGD) zelf toe om er informatie te halen. Niet afwachten tot er een monitor komt. Ga praten met de ambtenaar. Ga naar mensen die arrangementen hebben. Op die manier wordt een beter beeld verkregen. Hoe meer mensen men spreekt hoe dichter men bij de waarheid komt. Definiëren van begrippen.
Kun je kwaliteit definiëren van plan of arrangement? Wanneer is iemand tevreden? Wanneer is kwaliteit goed? Klanttevredenheidsonderzoek onder cliënten van jeugdzorg is een manier om dat te kunnen meten. Etten-Leur steekt veel in (jeugd)preventie waardoor minder zware zorg (die duur is) nodig is. Begroting wordt niet overschreden. Een presentatie van professionals bijv. in carrousselvorm. Welke partijen zijn er, wie gaat waar over. Wie zijn de spelers, taakverdeling. Wat zijn de kaders? Inzicht in de te bereiken doelen. Zijn de doelen goed? Zijn cliënten tevreden? Zijn de professionals tevreden? Samen optrekken met omliggende gemeenten, uitwisseling van informatie, elkaar beter kunnen vinden (regionaal informatiesysteem). Verhaal achter de cijfers. De monitor is nu gebaseerd op euro’s en volumes. Behoefte aan concrete cijfers, niet beperken tot percentages. Cijfers moeten up-to-date zijn. Uitnodigen van het veld. Mogelijk instellen werkgroep sociaal domein. Meten wij op de juiste manier? Behoefte aan een goed meetinstrument. Meer verbinding tussen beleid en uitvoering bewerkstelligen. Bijeenkomst met instanties die betrokken zijn bij jeugdzorg – onderlinge kennisdeling ontbreekt. Samenwerken en elkaar opzoeken als raden.
Gemeenschappelijke avonden zijn er wel, maar tijd inruimen om gezamenlijk moment te vinden om als raadsleden elkaar te vinden – hiervoor is goede griffieondersteuning nodig. Gesprekken met het werkveld zijn belangrijk – input vanuit diverse lagen. Professionals zijn nodig om met elkaar het gesprek te voeren, van mensen horen wat struikelblokken zijn – in gesprek blijven. Inzicht in wat we gaan doen en waar gaan we naartoe? Er zijn geen onderzoeken gedaan over hoe de zorg gewaardeerd worden. 0-meting. Vanuit welke kaders zijn we gestart? Wat is het startpunt geweest en waar staan we nu? Het begint met te meten hoe tevreden mensen zijn. Dit moet ambtelijk gedaan worden. Benchmarken met andere gemeentes. Het resultaat van de zorg is ook belangrijk om te weten. En hoe ervaren de cliënten zich erbij? Scherpe indicatoren stellen, met de 9 gemeentes samen. Kun je als raadsleden formuleren wat je wilt bereiken? Vragen stellen aan college. Gezamenlijk instrument ontwikkelen: gezamenlijke indicatoren. Laat de cliënt en de jeugdprofessional afzonderlijk van elkaar evalueren. Elkaar niet voor de voeten lopen en niet iets ontwikkelen wat er al is. Sturen op big data: kun je ook veel uit voorspellen. Regelmatig checken en checken op kwaliteit. Best practices gezamenlijk bekijken. Leren van elkaar is prima, maar elke gemeente heeft eigen benaderwijze.
Vanuit de onafhankelijke deskundigheid kunnen indicatoren opgesteld worden. De input is tot nu toe niet voldoende: eerst zorgen dat we als 9 gemeentes op 1 lijn komen. College moet voorstellen te maken waar we uit kunnen kiezen. Het is een balans tussen kwaliteit en geld. Eerst de doelen gezamenlijk bepalen
Vraag 3: Wie wil je spreken om beeld van jeugdzorg duidelijker te krijgen?
Jeugdprofessionals: logopedisten, psychologen, kritische jeugdprofessionals. jeugdcoaches in de wijk (preventief), jongerenwerkers CJG, wijkteams Politie, wijkagenten, wijkmanagers die weten wat er met de jeugd speelt. voorschoolse opvang. Cliënten zoals ouders en jeugd die al proces doorlopen hebben en die kunnen terugkijken op het proces. Wat gaat er goed, wat gaat er mis? Niet alleen klachtervaringen. Doorlopend onderzoek tijdens en na het proces. cliënten van vóór de decentralisatie, om te leren en om te kijken of we de doelen bereiken en of we nu misschien meer geld uitgeven. betrokken instanties. ambtenaren. Jeugdbescherming Brabant
Opmerkingen t.a.v. de interviews:
Interviews moeten aanvullend zijn, de diepte in. Wat gaan wij met de interviews doen? Kaders aanpassen?