Bijlage 3 - Extra Bijlage Inzet CDOKE-middelen voor uitvoering Energieprogramma
Tekst van het document
Memo Aan Van Datum Portefeuillehouder
Gemeenteraad Cluster Energietransitie 15-04-2025 mr. drs. G.J.M. Blom
Onderwerp
Inzet CDOKE-middelen voor uitvoering Energieprogramma
1. Inleiding We constateren dat we met de huidige personele capaciteit onvoldoende snelheid kunnen maken om de doelen uit het Klimaatakkoord en onze gemeentelijke ambities tijdig te bereiken. We hebben geconcludeerd dat uitbreiding van capaciteit nodig binnen het cluster Energie en Duurzaamheid om onze doelen te kunnen bereiken en om aan de vraag van de organisatie te kunnen voldoen. Daartoe hebben we vanuit het Rijk middelen gekregen om uitvoering te geven aan het Klimaatakkoord met de Specifieke Uitkering capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). • Noodzaak tot versnellen en verbreden inzet De energietransitie is de afgelopen jaren al in een stroomversnelling gekomen, en moet nog verder versnellen om de doelen (landelijk en lokaal) te halen. Tijdens de Strategietafel met het college van B&W op 12 november 2024 is geconcludeerd dat we de energie/warmtetransitie in het huidige tempo niet op tijd realiseren. Om de doelen voor 2050 te behalen is meer inzet en steviger sturing vanuit de gemeente gewenst. Dit geldt voor zowel aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving alsook op andere thema’s zoals mobiliteit, bedrijventerreinen, etc. In 2025 wordt de RES 2.0 vastgesteld. Ook hierin wordt geconstateerd dat we achterlopen op de warmtetransitie. En wordt de focus verbreed naar het gehele energiesysteem. Als gemeente zullen we hierop (moeten) aansluiten.
De ontwikkelingen rondom het nationale energiesysteem van de toekomst, die de aanleiding vormen voor de aanpak Powerport Moerdijk, onderstrepen het belang van verbreden. Verbreden doen we ook al met het concept van de nieuwe bedrijventerreinenvisie en herijking van het Energieprogramma. In de nieuwe bedrijventerreinen visie is de verduurzaming van deze terreinen een van de prioriteiten, bijvoorbeeld met het realiseren van energyhubs. Verduurzaming van landbouw en mobiliteit zijn ook onderdeel van het landelijke klimaatplan en het (herijkte) Energieprogramma. Ook duurzame opwek, bijvoorbeeld met windenergie, zit in die laatste. We lopen achter op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. We zijn gestart met de eerste 2 wijkuitvoeringsplannen (Helwijk en Zevenbergschen Hoek). Het gehele proces om te komen tot een aardgasvrije wijk is zeer arbeidsintensief en kost veel tijd (start tot realisatie geschat op 8-12 jaar). Om 2050 te halen moet meer tempo gemaakt worden en opgeschaald in de aanpak.
We zullen daarnaast moeten werken aan het laten landen van het thema duurzaamheid (waaronder ook energietransitie) als het nieuwe normaal in ons werken. Energietransitie en duurzaamheid zijn immers thema’s waarmee een groot deel van de organisatie in meer of mindere mate te maken krijgt en heeft. Dit doen we al via o.a. samenwerking met inkoop (MVOI) en advisering bij nieuwbouwontwikkelingen. 2. Huidige bezetting en reeds ingezette groei De groei van het cluster Energie en Duurzaamheid is de afgelopen jaren al ingezet. Reeds bij de vaststelling van het Energieprogramma in 2021 door de gemeenteraad is voorzien in een structurele jaarlijkse uitbreiding van het cluster met 0,5 fte. Daarbij is toen rekening gehouden met dekking voor deze uitbreiding vanuit de destijds al toegezegde uitvoeringmiddelen voor het Klimaatakkoord. De huidige bezetting van het cluster bestaat uit: • Programmamanager • Strategisch adviseur • Projectleider gebouwde omgeving (2x) • Adviseur Energietransitie Daarnaast huren we extern in: • Projectleiders WUP Windkernen A16 en uitvoering project windfonds Klundert • Ondersteuning communicatie ten behoeve van de WUP’s Inhuur brengt -in vergelijking met inzet van vaste fte’s in eigen dienst relatief hoge kosten met zich mee. Bovendien vloeit na einde inhuur veel opgebouwde kennis en ervaring weer weg uit de organisatie.
En het laat ook zien dat we, zelfs voordat we de conclusies van de Strategietafel kende, al een tekort aan capaciteit hadden. 3. Capaciteitsbehoefte Het versnellen en steviger sturen op de energie en warmtetransitie kan niet binnen de huidige capaciteit. Met de huidige capaciteit lopen we tegen de grens. Zowel op beleidsmatig vlak als in de uitvoering van het Energieprogramma als de TVW. Daarom is gekozen voor een versnelde structurele groei van het cluster Energie en Duurzaamheid gefaseerd over de jaren 2025 en 2026 van: • 2 projectleiders gebouwde omgeving/ WUP’s, waarvan 1 ter vervanging van de huidige externe inhuur – 2fte. • 1 adviseur energietransitie t.b.v. uitvoering Energieprogramma (o.a. ‘nieuwe’ thema's energyhubs/bedrijventerreinen, mobiliteit, duurzaam bouwen) - 1 fte • 1 medewerker Energiebespaarteam (bondgenoot /wijkgerichte aanpak) 0,5 fte • 1 projectondersteuner 0,5 fte En de groei van het cluster Communicatie in 2025 met: • 1 medewerker communicatie en participatie/ omgevingsmanagement 1 fte Communicatie en participatie/ omgevingsmanagement is een groot punt van aandacht in ons werk. De energietransitie vindt voor een groot deel plaats bij onze inwoners en bedrijven. We zullen hen dan ook intensief mee moeten nemen. Daarvoor is veel communicatie inzet noodzakelijk.
De bestaande capaciteit bij de afdeling communicatie en van de participatie-adviseur van Sociaal Domein is nu al te beperkt om alle vraag om ondersteuning in de huidige projecten tijdig te kunnen voldoen.
Er wordt in de WUP-trajecten veel van communicatie en de participatie-adviseur gevraagd. Daarom wordt specifiek hierop nu ingehuurd. We ontwikkelen hiermee ook geen kennis op wat werkt in de communicatie en participatie met onze inwoners. Daarom wordt een extra medewerker communicatie en participatie/ omgevingsmanager aangesteld bij het cluster Communicatie, bekostigd vanuit de CDOKE. Deze is specifiek beschikbaar voor het thema duurzaamheid (WUP’s, isolatieprogramma, energiebespaarteam, campagnes, collectieve inkoop, circulariteit, klimaatweek/burgemeesters, klimaatadaptatie, Social Development Goals, etc.). 4. Dekking We hebben uitvoeringsmiddelen Klimaatakkoord beschikbaar om te voorzien in de beoogde groei van de organisatie. Deze middelen zijn in de afgelopen jaren uitgekeerd als Specifieke uitkering Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). Deze SPUK is primair beschikbaar gesteld om de uitvoeringscapaciteit op de CO2-reductiedoelen uit het Klimaatakkoord bij decentrale overheden te vergroten. Deze middelen zijn gebruikt als dekking voor de bovengenoemde eerder ingezette groei met 0,5 fte per jaar en de externe inhuur. En ook op het Powerport dossier is afgelopen jaren gebruik gemaakt van de CDOKE, voordat daar een eigen budget voor werd vrijgemaakt.
De voorgenomen groei van de eigen organisatie met 5 fte in de periode 2025 en 2026 wordt gedekt vanuit deze SPUK. De SPUK is opgeknipt in 2 tranches (2023-2025 en 2026-2028). De eerste tranche is inmiddels volledig toegekend en uitgekeerd. De tweede tranche is alleen toegezegd door het Rijk, maar nog niet vastgesteld. Daarmee is er een kleine kans dat de middelen niet (volledig) worden uitgekeerd. De verwachting is echter dat dit risico zich niet voordoet, omdat veel gemeenten vooruitlopend op de uitkering de formatie al structureel hebben uitgebreid. De middelen van ieder boekjaar zijn te besteden in het boekjaar en de twee jaar daaropvolgend. De tweede tranche is daarmee te besteden tot en met 2030. Hoewel tijdelijke middelen mogen deze als structurele baten in de begroting worden opgenomen. Daarmee is het mogelijk gemaakt om vaste aanstellingen van medewerkers mee te bekostigen. Dit is bevestigd door Rijk en provincie. Om het risico verder te beperken wordt de personele uitbreiding gefaseerd over 2 jaren. In 2025 wordt ingezet op een uitbreiding met 3 fte, waarvan 1 fte bij cluster Communicatie. Werving hiervoor in inmiddels gestart. De bekostiging van deze 3 fte wordt voor de komende 4 jaar gedekt uit de eerste tranche CDOKE. De uitbreiding in 2026 wordt pas gerealiseerd zodra we zekerheid hebben over de toekenning van de tweede tranche (2026-2028).
In de dekking van de volledige uitbreiding is dan voorzien tot en met tenminste 2030.