CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 regels Sporenbergstraat

Raadsvergadering 8 september 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Sporenbergstraat’ Zevenbergschen Hoek11.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sporenbergstraat ontwerp

Colofon Opdrachtgever

Opdrachtnemer

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1709.ZHBPSporenberg-BP 30

03-03-2020 23-11-2021 31-03-2022

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Regels

Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

73 73 77

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Woongebied Waarde - Archeologie 6a

79 79 80 81 83

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

85 85 86 87 88 89

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

91 91 92

Bijlagen regels Bijlage 1

Nota Parkeernormen 2021

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

71

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

72

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Sporenbergstraat met identificatienummer NL.IMRO.1709.ZHBPSporenberg-BP30 van de gemeente Moerdijk. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-gebonden beroep het uitoefenen van een dienstverlenend beroep, dat in een woning en/of in bijbehorende bouwwerken door de bewoners wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen/mogen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.9 bestaande gebouwen gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan zijn of mogen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.15 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

73

1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.20 bouwwijze de wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: a. vrijstaand: op geen enkele wijze verbonden met de andere woning; b. halfvrijstaand: gekoppeld, maximaal 2 hoofdgebouwen aanéén; dan wel geschakeld via aanbouwen; c. aaneengebouwd: minimaal 3 hoofdgebouwen aaneen; d. gestapeld: een gebouw dat bestaat uit ten minste 2 bouwlagen waarin zich meerdere boven en naast elkaar gelegen fysiek gescheiden woningen bevinden. 1.21 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.22 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.23 dakterras een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een aan- of uitbouw dat toegankelijk is voor mensen en voorzien is van een afscheiding. 1.24 dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.25 erf het gedeelte van het bouwperceel voor zover gelegen achter de lijn evenwijdig aan en op een afstand van 1 m achter de bebouwingsgrens dan wel binnen het bouwvlak, met dien verstande dat de maximaal toegestane oppervlakte van het hoofdgebouw niet tot het erf wordt gerekend. 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.28 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

74

1.29 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. 1.30 kamergewijze verhuur het bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van onzelfstandige woonruimtes voor bewoning; 1.31 kap een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, voor ten minste 2/3 deel bestaande uit een dakconstructie van schuin, bol of hol naar elkaar toelopende dakvlakken, dan wel een dakconstructie van een naar één zijde schuin, bol of hol toelopend dakvlak. 1.32 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning en/of in bijbehorende bouwwerken door maximaal twee bewoners op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.33 mantelzorg Langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt (artikel 1 Wmo).

1.34 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.35 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.36 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.37 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft of die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.38 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. 1.39 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.40 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.41 peil a. voor gebouwen binnen 5 m afstand van een weg: de hoogte van de kruin van die weg; b.

in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.42 seksinrichting het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een voertuig, verrichten van seksuele handelingen.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

75

1.43 standplaatsen het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals kraam, wagen of tafel. 1.44 voldoende parkeergelegenheid het aanwezig zijn van voldoende parkeerplaatsen betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de "Nota parkeernormen 21" van de gemeente Moerdijk (in bijlage 1 bij deze regels), en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging. 1.45 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.46 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning. 1.47 woning een complex van ruimten, niet zijnde onzelfstandige woonruimte, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

76

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstand afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de van de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de bovenzijde van de afgewerkte vloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

77

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

78

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, speel- en verblijfsvoorzieningen, voorzieningen voor waterberging, voet- en fietspaden, bruggen en brughoofden; b. nutsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van een geluidsscherm bedraagt ten hoogste 9 m; b. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt ten hoogste 4 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

79

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, groen, water, reclame-uitingen, speel- en verblijfsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersregeling, verkeersaanduiding, wegaanduiding of verlichting, bedraagt ten hoogste 5 m; b. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt ten hoogste 4 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

80

Artikel 5

Woongebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Een woongebied met - binnen het totale bestemmingsplangebied - maximaal 25 grondgebonden woningen, waar tevens aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, voor zover het vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak per hoofdgebouw, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 60m2 b. bij een woongebied behorende voorzieningen, zoals groen, water, ontsluitingswegen, erven, tuinen, water, speel- en verblijfsvoorzieningen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 11m; c. de afstanden van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedragen ten minste: 1. voor vrijstaande hoofdgebouwen met een breedte tot 10 m: aan beide zijden niet minder dan 3m; 2. Voor vrijstaande hoofdgebouwen met een breedte groter dan 10 m: aan beide zijden niet minder dan 5 m; 3. Voor twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen met een breedte tot 7,5 m: aan één zijde niet minder dan 3 m; 4. Voor twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen met een hoofdgebouwbreedte groter dan 7,5 m: aan één zijde niet minder dan 5 m; 5.

Voor de eindwoningen van een rij van minstens 3 aaneengebouwde woningen: aan één zijde niet minder dan 3 m; eventuele brandgangen maken onderdeel uit van deze maat; 6. Voor aaneengebouwde woningen en aaneengebouwde woningen in de vorm van een eindwoning geldt een maximale bouwdiepte van 12 meter. d. de hoofdgebouwen dienen te worden georiënteerd op de interne wegenstructuur. 5.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn slechts toegestaan op een afstand vanaf 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; behalve voor erkers die ook daarvóór zijn toegestaan, voor zover: 1. de diepte ten hoogste 1,25 m bedraagt; en 2. het oppervlak ten hoogste 6 m2 bedraagt; en 3. de afstand tot de begrenzing met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' dan wel de voorste bouwperceelsgrens indien deze anders is dan de begrenzing met de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied', ten minste 1 m bedraagt; b. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,35 m; c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 6 m; d. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; e. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 6 m; f.

de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelegen buiten het bouwvlak, bedraagt ten hoogste 50 % van het erf met een maximum van 90 m². 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen tot 1 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 2 m. Erfafscheidingen voor deze lijn maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 4 m.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

81

5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Niet toegestaan gebruik Met betrekking tot het gebruik en het laten gebruiken van gronden en bouwwerken geldt dat het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning niet is toegestaan.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

82

Artikel 6

Waarde - Archeologie 6a

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 6a' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, moet door de aanvrager een archeologisch onderzoeksrapport worden overgelegd ter goedkeuring waarin is aangetoond dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of; b. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of vernield, of; c. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 6.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 6.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing, verandering of vergroting van bestaande bebouwing, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 100 cm over een oppervlakte groter dan 250 m²; b. het bouwen van nieuwe bouwwerken, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm over een oppervlakte groter dan 250 m2; c. een bouwwerk dat zonder verstoring, beschadiging of vernieling van archeologische waarden kan worden geplaatst; d. gronden waarvan de aanvrager heeft aangetoond dat deze reeds zijn geroerd.

6.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van inventariserend veldonderzoek; 1. Waarbij in het geval van booronderzoek moet een Plan van Aanpak ter goedkeuring aan de gemeente worden overlegd 2. In het geval van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraven of variant archeologische begeleiding) moet een Programma van Eisen ter goedkeuring aan de gemeente worden overlegd c. de verplichting tot het doen van opgravingen; d. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een vergunninghoudende partij, beschikkend over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet en uit te laten voeren conform artikel 28 van de Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2017 dan wel haar rechtsopvolger.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

83

6.2.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen ter goedkeuring dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen, en waterpartijen en het verwijderen van bestaande funderingen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur (woelen, diepploegen) en het aanbrengen van heipalen met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 100 cm; b.

het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 100 cm; c. het uitvoeren van overige grondbewerkingen 250 m² en dieper dan 100 cm; d. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 100 cm; f. het verlagen van het waterpeil over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 100 cm. 6.3.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 6.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; e. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; f.

plaatsvinden op gronden waarvan de aanvrager heeft aangetoond dat deze reeds zijn geroerd. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als ‘Waarde - Archeologie 6a' aangewezen gronden die bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen, indien het op grond van nader archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in verdere bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de op de plankaart als ‘Waarde - Archeologie 6a' aangewezen gronden die bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: 1. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; 2. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

84

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

85

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhoudsen oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 8.2 Parkeren Bij het bouwen op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat: a. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, uitsluitend mag worden verleend indien op het bouwperceel of in de directe omgeving daarvan in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en deze parkeergelegenheid als zodanig in stand wordt gehouden; b.

bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, waarbij gebruik wordt gemaakt van de 'Nota Parkeernormen 2021' van de gemeente Moerdijk als vastgesteld d.d. 14 juni 2021, of de rechtsopvolger daarvan. De 'Nota Parkeernormen 2021 is opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. 8.3 Overige zone - windturbines uitgesloten Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - windturbines uitgesloten' is de realisatie van nieuwe windturbines niet toegestaan

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

86

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruik van schepen en andere vaartuigen voor bewoning; f. het gebruik van een woning ten behoeve van kamergewijze verhuur; g. het gebruiken van een bijgebouw als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

87

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Afwijkingen van maten en overschrijdingen van bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken - afwijken van de regels voor overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 1 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot. Omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.2 Algemene afwijkingsregel duurzaamheidsmaatregelen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen in het plan voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor duurzaamheidsmaatregelen; b. een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; c. de overschrijdingen onder a en b mogen echter ten hoogste 1 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 5% worden vergroot; d.

de omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; , tenzij dit plan elders al over een afwijking bij een omgevingsvergunning voor overschrijding van de betreffende maatvoering beschikt.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

88

Artikel 11

Overige regels

11.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

89

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

90

Hoofdstuk 4 Artikel 12

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

91

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Sporenbergstraat'.

bestemmingsplan Sporenbergstraat ontwerp

92

Bijlagen regels

Bijlage 1

Nota Parkeernormen 2021

Nota Parkeernormen 2021 Gemeente Moerdijk

Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Moerdijkd.d. ðO

W

br zfil

m'rjbekend,

r----? lf l---

-J

* r*fu Moerdijk

"or*rrrfu Moerdijk

Spark Nieuwstraat 4 2266 AD Leidschendam +31 (0)70 317 70 Ð5 info@spark-parkeren. n www.spark-parkeren.nl www. linkedin.com/cornpany/spark-parking I

Gemeente Moerdijk Pastoor van Kessellaan 15 4761 BJ Zerrenbergen 14 0168 info@moerdijk.nl

www.moerdijk.nl

Colofon Opdrachtgever

ïitel Versie Datum Projectieam Opdrachtgever

Gemeente Moerdijk Nota Parkeernormen 2021 gemeente Moerdi¡k 1.0

14 juni 2021 Eric Vinken Mariëlle Brouwer

Maurice Roks

Projectteam Spark

Projecileider Spark

Bella Verschoor Jeroen Leijdens Ruud Prinsen Angelique Breukel Edwin van der Gracht

Angelique Breukel

2

"or^r*nfu Moerd[jk lnhoudsopgave 1

.4

INLEID]NG

4

T,L

AANLEIDING.....

t,2

U|TGANGSpUNTEN

1.3

WUZIGINGEN TEN OPzICHTE VAN HET VOORGAANDE PARKEERNoRMENBELEID

4

L.4

LEEswuzER....

5

PARKEERNoRMENBELETD.......

2 JURIDISCH KADER

3

5

..6

2.L

HET BESTEMMINGSPLAN....

6

2.2

PRot ecr¡N/u rraREr orr,rc/r lr aRtr orNG ........

6

2.3

OvERGANGSREGELTNG ......

6

AUTOPARKEERNORMEN

3.1

4

4

ToTSTANDKoMtNGVAN

7 DEAUToPARKEERNoRMEN..................

7

3.1.1 Gebiedsindeling en stedelijkheidsgraad 3.L.2 Keuzes binnen de CROW bondbreedtes 3.L.3 Autoporkeernormen voorverschíllende functies

I I

FIETSPARKEERNORMEN

11

7

4.!

ToTSTANDKoMING FIETSPARKEERNoRMEN .

7t

4.2

TOEPASSING VAN DE FIETSPARKEERNoRMEN

!7

HETTOEPASSINGSKADER

5.1

VAN PARKÊERBEHoEFTENAARPARKEERETS......

5.L.7 Stoppenplan 5.1.2 Mobilite¡tsregeling (optíonele toevoeging 2022/2023)

13 13

13

76

5.2

DUBBELGEBRUTK

t7

5.3

SnloeRr¡rc BU FUNcnEWIJztNG oF LANGDURTGE LEEGSTAND.

L9

"or,,*nfu Moerdijk 'l lnleiding ln voorliggend document is het parkeernormenbeleid van de gemeente Moerdijk uitgewerkt.

1.1 Aanleiding De gemeente Moerdijk heeft in samenwerking met adviesbureau Spark haar

parkeerbeleidsvisie geactualiseerd. Deze actualisatie heeft aanleiding gevormd om ook de nota parkeernormen te actualiseren. Naast verbeteringen die voortgekomen zijn uit de afgelopen 5 jaar waarin de nota is toegepast, hebben ook ontwikkelingen op het gebied van parkeernormen een plek gekregen in voorliggende nota parkeernormen.

1.2 Uitgangspunten parkeernormenbele¡d ln de parkeerbeleidsvisie van de gemeente Moerdijk zijn drie beleidsuitgangspunten voor parkeren in ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen. Met deze nota wordt verdere invulling gegeven aan ieder van deze uitgangspunten. Samengevat zijn dit de uitgangspunten uit het parkeerbeleid:

.

ln ruimtelijke ontwikkelingen wordt de volledige parkeereis in beginsel op eigen terrein opgelost, danwel door de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

.

Gebruik van mogelijke overcapaciteit van parkeerplaatsen in de openbare ruimte is mogelijk onder de in deze nota gestelde voorwaarden;

.

Brj transformatieontwikkelingen-

en functiewijziging kunnen bestaande

parkeerplaatsen mogelijk in mindering gebracht worden op de parkeereis voor de nieuwe functie, de wijze van berekening is opgenomen in paragraaf 5.3 van deze nota en in de 'Beleidsregels Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk 2021'.

1.3 Wijzigingen ten opzichte van het voorgaande parkeernormenbeleid Ten opzichte van het voorgaande parkeernormenbeleid zijn in de voorliggende nota parkeernormen verschillende wijzingen doorgevoerd. De voornaamste wijzigingen zijn:

. .

De nieuwe nota parkeernormen bevat fietsparkeernormen; De autoparkeernormen in deze nota zijn gebaseerd op meest recente parkeerkencijfers van het CROW (uitgebracht in december 2018):

. .

De inzet van deelauto's is onderdeel van het toepassingskader;

Deze nota bevat rekenvoorbeelden die leiden tot een betere leesbaarheid;

or^rrnrfu

Moerdijk

a

De parkeernormen, aanwezigheidspercentages voor de berekening van het dubbelgebruík, maximale loopafstanden etc. zijn opgenomen in de bijlagen.

1.4 Leeswijzer ln hoofdstuk 2 is het juridisch kader opgenomen dat op deze nota van toepassíng is. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een toelichting gegeven op de autoparkeernormen, in hoofdstuk 4 gebeurt dit voor de fietsparkeernormen. Het toepassingskader is opgenomen in hoofdstuk 5, in het toepassingskader wordt de vertaalslag gemaakt van de parkeerbehoefte naar de parkeercapaciteit die nodig is om de berekende behoefte te faciliteren.

ln de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bijlagen bij deze nota

Bijlagenummer

Omschrijv¡ng

Bijlage I

3egi"'PPr9¡¡;i5¡

Bijlage 2

lu tcca i t<ler'rorrne,r

Bijlage 3

;i

Bijlage 4

A¿ nweziq

Bijlage 5

\,1¿¡ ¡¡¿,1.,t;r; g¿:Ïstanr.ier

Bijlage 6

iì nn r::i<..-'r íacioren rO ¡ri

-o ir;

Êâ rk ee r:r crrn e n

nercisoerrien iaçes

¡

:abei | )verzicþt ciila,;en

.1)

"or*r*nfu Moerdijk 2 Juridisch kader 2.1 Het bestemmingsplan Voorliggende nota parkeernormen heeft een directe relatie met bestemmingsplannen en omgevingsplannen binnen de gemeente Moerdijk. ln nieuwe bestemmings- en omgevingsplannen wordt standaard een verwijzing opgenomen naar de (op dat moment vastgestelde) nota parkeernormen.

2.2 Projecten/uitbreiding/i nbreiding Voorliggende nota parkeernormen heeft een directe relatie met projecten die binnen de gemeente Moerdijk worden uitgevoerd en geldt voor zowel voor projecten van derden als dat van de gemeente zelf. Plannen voor uitbreiding/inbreiding en functiewijzigingen dienen te worden getoetst aan deze nota parkeernormen. Bij het indienen van een principeverzoek of vergunningsaanvraag voor een projecU uitbreiding/ inbreiding / functiewijziging dient een initiatiefnemer zijnlhaar plan te beargumenteren conform deze nota.

2.3 Overgangsrege¡¡ng Voor lopende ruimtelijke ontwikkelingen is een overgangsregeling van toepassing. lndien voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit beleid een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend, dan is daarop het beleid uit 2015 van toepassing.

Wanneer door de raad vastgestelde stedenbouwkundige of planologische kaders, waaronder een stedenbouwkundig programma van eisen, een stedenbouwkundige visie, een beeldregieplan, een masterplan, een kadernota en/of een bestemmingsplan of daaraan gelijk te stellen kaders, reeds afgewogen parkeernormen bevatten, blijven deze als toetsingskader gelden voor de bepaling van de parkeerbehoefte.

"or*rrnrfu Moerd[ik 3 Autoparkeernormen Als basis voor haar autoparkeernormen kiest de gemeente Moerdijk voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW1. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381: 'ïoekomstbestendig parkeren', uitgebracht door het CROW in december 2018.

3.1 Totstandkoming van de autoparkeernormen ln dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de wijze waarop de autoparkeernormen voor de gemeente Moerdijk tot stand zijn gekomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: gebiedsindeling en stedelijkheidsgraad en de gemaakte keuzes binnen de CROW bandbreedtes.

ìi

j.l:.';irs,, rr.ij. ji,; ,¡:' j.e ,q rjk.iÈid:jrrfiìüt.i Bij het formuleren van de parkeernormen is het belangrijk dat deze recht doen aan de plaatselijke situatie. Om deze reden is in voorliggende nota parkeernormen een gebiedsindeling opgenomen. De gemeente Moerdíjk is ingedeeld in twee gebieden: Zevenbergen en de overige gebieden. Voor Zevenbergen zijn de autoparkeernormen op de stedelijkheidsgraad matig stedelijk gebaseerd, voor de overige gebieden wordt nref stedelijk als uitgangspunt gehanteerd. Het feit dat Klundert en Fijnaart tot de categorie weinig stedelijk behoren is in dit kader niet noemenswaardig, omdat deze kernen voor vele bestemmingen beperkt zijn voorzien in alternatieve vervoersmiddelen en het autobezit redelijk hoog is.

1 CROW is een eigennaam voor een kennisplatform op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. Voor het bepalen van parkeernormen wordt in veel gemeenten aansluiting gezocht met de parkeerkencijfers van het CROW.

I

",r^rrrfu Moerdijk wijk

Omgevingsadressendichtheid

Stedelijkheidsgraad

Wijk 00 Zevenbergen

J l?9

3 (matig stedelijk)

Wijk 01 Zevenbergschen Hoek

1òtì

5 (niet stedelijk)

Wijk 02 Langeweg

:l

5 (niet stedelijk)

Wijk 03 Klundert

i-iE

4 (wein¡g stedelijk) 5 (niet stedelijk)

Wijk 04 Moerdijk Wijk 05 Noordhoek

5 (niet stedelijk)

i,).)

5 (niet stedelijk)

Wijk 06 Standdaarbuiten Wijk 07 Fijnaart

5gB

4 (weinig stedelijk)

Wijk 08 Heijningen

ìi.'

5 (niet stedelijk)

Wijk 09 Willemstad

.ì., j

5 (niet stedelijk)

Wijk 10 Helwijk

1 lQ

5 (niet stedelijk)

'l e ¡.,. <:

¡ ?'i i e t.::.2

¡ ! ¡ l<

ie

r,.:i

s,j r g ã i..i,: ë r,, e e n! e lvt {} a ri ¡ K i

.-t I 2 x.r;i-t,¿ì:ì :t:rí:ei 'l1e 'j.ì'l','¡

ialr:i:,"eei,ìtell

Het autobezit in de gemeente Moerdijk ligt gemiddeld op 1,2 personenauto's per huishouden (Bron: CBS/RDW 2019), dit is 0,1 hoger dan het landelijk gemiddelde. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat in Zevenbergen centrum het autobezit het laagst is, in de kleinere kernen is het autobezit het hoogst. ln deze kleinere kernen is de concurrentiekracht van de fiets en het openbaar vervoer dan ook beperkt.

De CROW parkeerkencijfers bevatten bandbreedtes die passen bijde verschillende stedelijkheidsgraden. Op basis van het autobezit en autogebruik in de gemeente Moerdijk geldt de gemiddelde bandbreedte binnen de CROW parkeerkencijfers als uitgangspunt voor de te hanteren parkeernormen. Voor Zevenbergen geldt de gemiddelde bandbreedte parkeernormen 'matig stedelijk', voor de overige kernen die van 'niet stedelijk'.

.l

J

à.lr':,.-

i;ì'"( j,-ji -r.ìfïrll' i ):,)l ji j,-rîiiigaij--) l';f',..,..e.ì ¿

ln bijlage 3 zijn voor een groot aantal functies autoparkeernormen opgenomen. ln deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op de parkeernormen voor een aantal veelvoorkomende functies. Het kan voorkomen dat voor een functie geen parkeernorm is opgenomen. Wanneer deze situatie zich voordoet, dient de parkeernorm te worden gehanteerd die geldt voor de meest vergelijkbare functie.

.J

-or^*nfu Moerdük Woonfuncties De gemeente Moerdijk maakt in deze nota onderscheid tussen verschillende soorten woonfuncties. Voor sociale huunruoningen geldt de huurliberalisatiegrens (in 2021: € 752,33) als criterium. Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd door de provincie. Voor overige woonfuncties (anders dan sociale huur) wordt de eenheid Bruto vloeroppervlakte (BVO) gebruikt. Bij nieuwbouw worden hiervoor bouwtekeningen/bouwbesluit gebruikt. Voor parkeerbalansen wordt gebruik gemaakt van oppervlaktemetingen in het BAG.

Ovez¡cht woonfunct¡es Koop- en vrije sector huurwoningen

. . . .

Woning, groter dan 90m2 Woning, kleiner dan 90m2 Appartement, groter dan 90m2 Appartement, kle¡ner dan 90m2

Huurwoningen

.

Sociale huur

Kamerverhuur en zorgwoningen

. . . .

Kamerverhuur,zelfstandig Kamerverhuur,niet-zelfstandig Aanleunwoning en serviceflat Kleine eenpersoonswon¡ng (tiny house, meestal grondgebonden)

l:."'.;,

j

),¡':\, 2,.î¡

tti.)cî.::,,r:t:i!è!;

Overige functies ln Bijlage 2 zijn voor een groot aantal functies autoparkeernormen opgenomen. Onder andere voor winkelfuncties, gezondheidsfuncties en ondenvijsfuncties. Parkeernormen voor dit soort functies zijn vaak geënt op relevante eenheden. De parkeernorm voor de functie 'huisartsenpraktijk' gaat bijvoorbeeld uit van het aantal behandelkamers.

Halen en brengen van kinderen bij basisscholen en kinderdagverblijven Bij nieuwe basisscholen en kinderdagverblijven dient het halen en brengen van kinderen

goed te worden georganiseerd. Hiervoor kunnen kiss & ride parkeerplaatsen worden aangelegd. Bij de ontwikkeling van een basisschool of kinderdagverblijf wordt per situatie bezien hoeveel ruimte hiervoor benodigd is. Door kiss & ride parkeerplaatsen te voorzien van een venstertijd, kunnen de parkeerplaatsen buiten schooltijd dienen als reguliere parkeerplaatsen.

-or^rrrfu Moerdijk Oplaadpalen voor elektrische voertuigen ln het kader van duurzaamheid en de energietransitie zijn elektrische voertuigen in de toekomst niet meer weg te denken. Het is daarom wenselijk om bij nieuwe ontwikkelingen laadvoorzieningen in het voortraject mee te nemen. Momenteel beschikt de gemeente Moerdijk over "Beleidsregels oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Moerdijk". Dit beleidsstuk blijft ten tijde van vaststelling van dit beleid intact. ln 2022is de wens om een uitgebreidere laadvisie en bijbehorende beleidsregels op te stellen en vast te leggen.

it)

"or^ænfu Moerdijk 4 Fietsparkeernormen Naast autoparkeernormen hanteert de gemeente Moerdijk ook fietsparkeernormen conform CROW richtlijnen. Dit sluit aan bij de ambitie van de gemeente om het fietsparkeren op een goede manier te organiseren. Deze normen worden toegepast bij nieuwbouw. Al bestaande woningen en voorzieningen hebben veelal niet de ruimte om alsnog aan deze nieuwe normen te kunnen voldoen.

4.1 Totstandkom¡ng fietsparkeernormen De fìetsparkeernormen in voorliggende nota zijn gebaseerd op de fietsparkeerkencijfers

van het CROW. Deze kencijfers zijn opgenomen in de publicatie'Leidraad fietsparkeren'. De kencijfers bevatten, net als de autoparkeerkencijfers, een bandbreedte. De minimum bandbreedte sluit aan bij gemeenten met een laag fietsgebruik, de maximum bandbreedte past bij gemeenten met een hoog fietsgebruik. De gemeente Moerdijk heeft een laag fietsgebruik (Bron: CROW databank), onder andere te verklaren door de weinige verstedelijking en veelal grotere afstanden die binnen de gemeente Moerdijk moeten worden afgelegd op de fiets.

Stimuleren van fietsen De gemeente Moerdijk ziet graag dat het fietsgebruik onder inwoners toeneemt. Een

eerste stap is het opnemen van fietsparkeernormen in deze nota. We adviseren ontwikkelaars dan ook nadrukkelijk om te zorgen voor een voldoende grote bergruimte om fietsen te stallen bij de woning en daarbij ook oog te hebben voor de kwaliteit. Door meer ruimte in een berging bij de woning te maken is de kans op beschadigen van de fiets kleiner. Een stroomvoorziening maakt het ook eenvoudig om een elektrische fiets op te laden.

4.2 Toepassing van de fietsparkeernormen Uitgangspunt bij de toepassing van fietsparkeernormen is dat de vereiste fietsparkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. lndien dit niet mogelijk is, dient door de initiatiefnemer onderzocht te worden of gebruik gemaakt kan worden van bestaande fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte. lndien hier geen mogelijkheden toe zijn, dienen nieuwe fietsparkeerplaatsen te worden gerealiseerd in de openbare ruimte. De initiatiefnemer voorziet in de kosten die hiermee gemoeid zijn. Het oordeel van

",r*r*nrfu Moerdijk de gemeente Moerdijk is altijd leidend ten aanzien van de mogelijkheden om in de

openbare ruimte fietsparkeerplaatsen te realiseren.

-nrr*rnfu Moerd[ik 5 l-let toepassingskader De gemeente Moerdijk hanteert een bepaalde werkwijze op basis waarvan de autoparkeernormen worden toegepast. Deze werkwijze wordt het toepassingskader genoemd. Voor het fietsparkeren gelden dezelfde stappen in nieuwbouwsituaties.

5.1 Van parkeerbehoefte naar parkeereis Met het toepassingskader wordt de parkeerbehoefte, die op basis van de parkeernormen wordt berekend, vertaald naar de parkeereis. De parkeereis staat voor het aantal parkeerplaatsen dat ffsiek dient te worden gerealiseerd binnen de maximum acceptabele loopafstand van een ontwikkeling. Het niet voldoen aan de parkeereis vormt een weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

ln de beleidsregels horende bij dit document wordt onderscheidt gemaakt tussen een nieuwe ontwikkeling en inbreiding/functiewijziging van een bestaand object.

Jri

ji;;,3;e:rtlr¡,ìr ln deze paragraaf wordt het stappenplan beschreven op basis waarvan de parkeernormen worden toegepast.

Stap 1: de normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen voert de initiatiefnemer voor iedere te realiseren functie de berekening: functie * parkeernorm uit.

Stap 2: mobiliteitscorrectie (optioneel) ln ruimtelijke ontwikkelingen kan sprake zijn van afwijkende omstandigheden die ertoe leiden dat de toepassing van de parkeernormen die in deze nota zijn opgenomen, kunnen leiden tot een overschot aan parkeerplaatsen. Wanneer van deze situatie sprake is, kan door de initiatiefnemer een mobiliteitscorrectie worden onderbouwd en worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.

Zo ontstaat de mogelijkheid om in nieuwbouwprojecten waarbij ook nieuwe openbare ruimte wordt toegevoegd, te experimenteren met een lagere parkeernorm t.b.v. i)

"or^rrnfu Moerdijk duurzaamheid en groenvoorzieningen. Een deel van de parkeerbehoefte kan bijvoorbeeld worden afgevangen met deelmobiliteit of met aantrekkelijke openbaarvervoer verbindingen. Voor dergelijke pilotprojecten is het belangrijk dat, indien de proef mislukt, er voldoende buffers aanwezig zijn (in zowel ruimte als financieel) om de gevolgen op te vangen . Deze afspraken worden vastgelegd in een locatie ontwikkelingsovereenkomst (LOO).

Het college zal daarom onder andere toetsen of binnen het plangebied op een later moment alsnog het gereduceerde aantal parkeerplaatsen (conform CROW ontwerprichtlijnen) kan worden gerealiseerd indien noodzakelijk.

Voor de gemeente Moerdijk zijn twee gronden benoemd op basis waarvan een mobiliteitscorrectie kan worden onderbouwd:

.

Het is objectief aantoonbaar dat de ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een stijging van de vraag naar autoparkeerplaatsen. De parkeerbehoefte kan op basis van de onderbouwing tot 100% worden gereduceerd.

.

Als gevolg van de inzet van deelauto's daalt de parkeerbehoefte. Gemeente Moerdijk hanteert als uitgangspunt dat 1 deelauto geldt ter vervanging van maximaal 4 eigen auto's. Deze vervangingswaarde is afgeleid van landelijke richtlijnen. Bij de ontwikkeling van woonfuncties kan maximaal 2oo/o van de totale parkeerbehoefte met deelauto's worden ingevuld. Voor iedere deelauto dient een geoormerkte deelautoparkeerplaats te worden aangelegd (op eigen terrein dan wel op nieuw aangelegde parkeerplaatsen in de openbare ruimte). Deze parkeerplaatsen vallen niet onder het dubbelgebruik omdat ze slechts door één doelgroep kunnen worden gebruikt.

Stap 3: vaststelling parkeereis Nadat eventuele mobiliteitscorrectie(s) zijn toegepast, wordt de parkeereis vastgesteld Dit is het aantal parkeerplaatsen dat fysiek dient te worden aangelegd. Deelgebruik en salderen zijn stappen binnen de vaststelling van de parkeereis en worden uitgebreid uitgewerkt in paragraaf 5.2 en 5.3.

Het kan voorkomen dat er bij deze berekeningen uitkomsten ontstaan met cijfers achter de komma. Bij het berekenen de parkeereis worden de berekeningen altijd afgerond op

nrrrrn&è Moerdijk hele (bruikbare) parkeerplaatsen. ls een norm van een woning 2.2 en worden er 2 woningen gebouwd, is de parkeerbehoefte 4.4 parkeerplaatsen. Zonder mobiliteitscorrectie dienen in dit voorbeeld 5 parkeerplaatsen te worden aangelegd. Op 0,4 parkeerplaats kan immers niet worden geparkeerd.

Stap 4: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein dan wel aanleg van nieuwe

parkeerplaatsen in de openbare ruimte Nadat de parkeereis is vastgesteld, wordt onderzocht hoe het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden gerealiseerd. Het primaire uitgangspunt is dat de parkeereis wordt gefaciliteerd door op eigen terrein parkeerplaatsen aan te leggen. Als parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan in overleg met de gemeente Moerdijk worden onderzocht of er een mogelijkheid bestaat om nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte te realiseren. Op het plan dient ook draagvlak vanuit de omgeving te worden onderzocht. De initiatiefnemer van de ontwikkeling bekostigt de aanleg van deze parkeerplaatsen.

Parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd binnen de maximale loopafstand die is gesteld voor desbetreffende functie. lndien voor wonen in een nieuw ontwikkelplan een max. loopafstand van 50m is vastgesteld, dienen de parkeerplaatsen bestemd voor deze

woning binnen 50m van de woning te worden gerealiseerd.

De praktijk wijst uit dat parkeerplaatsen op eigen terrein (opritten, garageboxen etc.) niet altijd als parkeervoorziening worden gebruikt. Een oprit wordt bijvoorbeeld gebruik voor het stallen van een caravan. Om parkeeroverlast te voorkomen wordt hier rekening mee gehouden bij de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein. ln Bijlage 6 zijn hier omrekeningsfactoren voor opgenomen. Per type parkeervoorziening wordt een

theoretisch aantal en een berekeningsaantal gegeven. Zo is de theoretische capaciteit van een garage(box) met enkele oprit 2 parkeerplaatsen, in de berekening wordt een dergelijke parkeervoorziening meegeteld als 1 parkeerplaats.

Stap 5: gebruik van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte (optioneel) De situatie kan zich voor doen dat het niet mogelijk is de volledige parkeereis op eigen terrein dan wel op nieuw aangelegde parkeerplaatsen in de openbare ruimte te

faciliteren. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om af te wijken van ')

-or*rrrr% Moerdijk de gestelde parkeereis. lndien er goede redenen zijn aangedragen voor añruijking, neemt het college dit besluit.

De maximale toekomstige parkeerdruk is leidend in de mogelijkheden hiertoe. Dit betekent dat ook met leegstand van bijvoorbeeld winkelpanden rekening wordt gehouden. Uitgangspunt is dat de parkeerdruk in de eindsituatie (zonder leegstand) overdag niet hoger mag zijn dan 85% en in de avond en nacht niet hoger dan 90%. Vanaf deze percentages kan de parkeerdruk namelijk ook negatieve gevolgen hebben op de verkeersveiligheid. Denk aan oplopende irritaties, aan foutparkeren of automobilisten die tijdens het rijden meer gefocust zijn op het vinden van een parkeerplek, dan op de verkeerssituaties. De kans op schade en ongevallen wordt hierdoor steeds hoger. De gemeente Moerdijk beschikt over parkeertellingen uit2020 en 2021 (nachttellingen), welke gebruikt kunnen worden om de bestaande parkeerdruk inzichtelijk te maken in de nacht. Op het moment dat deze tellingen in twijfel worden getrokken, of op het moment dat de parkeerdruk op een ander moment leidend is, dient apart te worden geteld. Een initiatiefnemer kan hiertoe een opdracht uitzetten t.b.v. zijnihaar ontwikkeling, maar de gemeente stelt voonruaarden waar deze tellingen aan moeten voldoen. Deze voonrvaarden zijn:

.

De parkeertellingen dienen te worden uítgevoerd door een gecertifieerd en door de gemeente akkoord bevonden onderzoeksbureau;

.

De uifuoering van het parkeeronderzoek (telmomenten, onderzoeksgebied, wijze

van meten) dient te worden afgestemd met de gemeente;

.

_

Het parkeeronderzoek wordt bekostigd door de initiatiefnemer.

\¡i,_,¡-'r'¡,.,' ', '.r;,ì r,:aj ..{}i:i:,r:j,,j ::je,/{lrl(;¡i"rij )1.',¿2i'2t)}-j

Zoals in de parkeerbeleidsvisie in paragraaf 4.2.4 is opgenomen, bestaat de wens om onderzoek te doen naar het opzetten van een mobiliteitsfonds. lndien in 202212023 de invoering van een mobiliteitsfonds wordt vastgesteld, kan de volgende stap aan bovenstaande worden toegevoegd :

"or**nfu Moerd[jk Stap 6: storting in het mobiliteitsfonds Deze nota parkeernormen biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om een (resterend) gedeelte van de parkeereis af te kopen bij de gemeente Moerdijk. Dit is uitsluitend mogelijk als stap 2, stap 4 en stap 5 niet hebben geleid tot de oplossing van de parkeereis. De initiatiefnemer doet een storting in het mobiliteitsfonds, met het gestorte bedrag voorziet de gemeente Moerdijk (in samenwerking met de initiatiefnemer) in de bedachte parkeer- of mobiliteitsoplossing. De rol van de gemeente is om deze oplossing te realiseren aangezien ze eigenaar en beheerder van de openbare ruimte is. ln het geval van een mobilíteitsoplossing, ligt bij de initiatiefnemer een onderzoekplicht. Er dient te worden onderzocht of een mobiliteitsmaatregel oplossing kan bieden voor het resterende gedeelte van de parkeereis. Als niet objectief aangetoond kan worden dat met de mobiliteitsmaatregel de parkeerbehoefte verlaagd, is storting in het mobiliteitsfonds niet mogelijk. Ten aanzien van haar mobiliteitsfondsregeling hanteert de gemeente Moerdijk de volgende uitgangspunten:

.

Het tarief per parkeerplaats voor de storting in het mobiliteitsfonds is vastgelegd in de 'Verordening mobiliteitsfonds Moerdijk'.

.

Tussen de gemeente en de betreffende initiatiefnemer wordt ten behoeve van de storting in het mobiliteitsfonds een overeenkomst opgesteld. ln deze overeenkomst wordt ten minste het aantal afgekochte parkeerplaatsen vastgelegd, het afkoopbedrag en de termijn waarbinnen de bedachte parkeer- of mobiliteitsoplossing wordt gerealiseerd.

.

Op het moment dat de gemeente Moerdijk niet aan haar verplichting heeft kunnen voldoen om te voorzien in de afgesproken parkeer- of mobiliteitsoplossing, dan ontstaat het recht op restitutie van het gestorte bedrag.

5.2 Dubbelgebruik Ruimtelijke ontwikkelingen of functiewrjzigingen hebben in de omgeving waarin zij plaatsvinden vaak betrekking op meer dan één doelgroep. Bewoners, bezoekers van bewoners, werknemers, bezoekers van winkels; iedere doelgroep heeft zijn eigen aanwezigheid. Ongeveer de helft van de bewoners is overdag thuis (50% aanwezigheid), voor een kantoorfunctie geldt dat deze overdag 100% van zijn parkeerbehoefte genereert. ln sommige ontwikkelingen is het om deze reden mogelijk om parkeerplaatsen dubbel te gebruiken. Als gevolg hiervan hoeven in totaliteit minder parkeerplaatsen te

"or^rrnr% Moerdijk worden aangelegd. Voor het berekenen van Dubbelgebruik dient rekening te worden gehouden met de maximaal acceptabele loopafstand.

Om de mogelijkheden op het vlak van dubbelgebruik te onderzoeken, zijn in Bijlage 4 voor verschillende soorten functies aanwezigheidspercentages opgenomen. Aan de hand van deze aanwezigheidspercentages wordt gezocht naar het moment van de dag/week waarop de parkeerbehoefte maximaal (leidend) is. ln het onderstaande rekenvoorbeeld (zie pagina 15) wordt de parkeerbehoefte berekend van een fictief programma, uitgaande van dubbelgebruik.

Rekenvoorbeeld : dubbelgebru ik ln dit rekenvoorbeeld bestaat het programma uit 10 appartementen kleiner dan 90m2 (koop) en 1.000 m2 bvo kantoor (zonder baliefunctie). De ontwikkeling is gelegen in Zevenbergen. Het rekenvoorbeeld is vereenvoudigd. Uit het voorbeeld volgt dat het programma een normatieve parkeerbehoefte heeft van 36 parkeerplaatsen, rekening houdend met dubbelgebruik moeten er 28 parkeerplaatsen worden aangelegd. Kantoormedewerkers maken overdag gebruik van de parkeerplaatsen waar in de avond en nacht bewoners staan geparkeerd.

Werkdag-

Werkdag-

Werkdag-

Zalerdag-

middag

avond

nacht

avond

Aanw. percentage woningen bewoners

50o/o

90%

100o/o

80o/o

Aanw. percentage won¡ngen bezoekers

20o/o

80o/o

OYo

100o/o

Aanw. percentage kantoor

100%

5o/o

0o/o

ÙYo

Parkeerbehoefte woningen bewoners

6,5

11,7

13,0

10,4

Parkeerbehoefte woningen bezoekers

0,6

2,4

0,0

3,0

Parkeerbehoefte kantoor

20,o

1,0

0,0

0,0

Parkeerbehoefte totaal

27,1

15,1

13,0

13,4

Berekening

l7

nr^rrrr% Moerdijk 5.3 Saldering bij functiewijzing of langdurige leegstand Bij een functiewijziging of bij langdurige leegstand leidde de oorspronkelijk functie veelal

ook tot een parkeerbehoefte. Na vijf jaar is er sprake van langdurige leegstand en kan er geen sprake zijn van functiewijziging en salderen. Er wordt een nieuwe functie aan de omgeving toegevoegd. De parkeerplaatsen bedoeld om in deze parkeerbehoefte te voorzien, kunnen binnen de max. acceptabele loopafstand worden hergebruikt om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie (gedeeltelijk) op te lossen. Dit principe wordt salderen genoemd.

Aandachtspunten bij salderen is een mogelijke verschuiving van het moment waarop een functie haar parkeerbehoefte genereert, een verschuiving in de max. acceptabele loopafstand en ñTsieke veranderingen of verandering van regelgeving binnen de omgeving van de ontwikkeling. Met de werkwijze die de gemeente Moerdijk hanteert, wordt zo veel mogelijk voorkomen dat onjuiste verrekeningen van de oude parkeerbehoefte worden gedaan (zie onderstaand rekenvoorbeeld

jj

"or*rrnfu Moerdijk Rekenvoorbeeld: salderen ln dit rekenvoorbeeld wordt de parkeerbehoefte van een voormalige kantoorfunctie gesaldeerd. Het gebouw krijg een nieuwe bestemming als woonfunctie. ln dit voorbeeld wordt voor beide functies een parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen aangehouden. Omwille van eenvoud wordt slechts voor een aantal dagdelen de parkeerbehoefte bepaald. Ook wordt het bezoekersaandeel niet apart berekend.

Uit de onderstaande tabel kunnen verschillende conclusies worden getrokken. Uit de

tabel blijkt dat de parkeerbehoefte van de nieuwe woonfunctie, op de werkdagochtend- en middag lager ligt dan de parkeerbehoefte van de oude kantoorfunctie. Kantoren leiden namelijk op werkdagen overdag tot hun maximale parkeerbehoefte (100% aanwezigheid), voor woningen geldt dat doorgaans ongeveer de helft van de bewoners thuis is (50% aanwezigheid).

Een andere conclusie is, dat het moment waarop de parkeerbehoefte maximaal is, kan verschillen tussen de oude en nieuwe functie. Dit blijkt ook uit de onderstaande tabel. ln de werkdagnacht leidt een kantoorfunctie tot geen parkeerbehoefte (0o/o aanwezigheid), dit teruvijl alle bewoners in de nieuwe situatie thuis zullen zijn (1Q0o/o aanwezigheid). Dit

betekent dat bij de transformatie van een kantoorgebouw naar woningen, de volledige parkeerbehoefte moet worden gefaciliteerd. ln dit voorbeeld dienen 20 parkeerplaatsen te

worden aangelegd. Het uitgangspunt is namelijk dat de parkeerplaatsen voor het kantoor, in de nacht niet beschikbaar zijn. De parkeerplaatsen kunnen in de praktijk wel degelijk

(voor een deel) beschikbaar zíjn. Als dit de inschatting is, dient dit te worden aangetoond door middel van een parkeertelling (zie paragraaf 5.1 .1 stap 5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=3cee415c-a6fd-4ccc-9504-a349708c8155