Bijlage 2_ Quickscan flora en fauna Molenstraat te Standdaarbuiten - rapport
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Molenstraat te Standdaarbuiten (2009/043/JOW-01, versie 0)
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
Quickscan flora en fauna
in opdracht van Wilbu Holding bv T.a.v. de heren M. Wilschut en R. van Buggenum Molenstraat 42 4758 AB STANDDAARBUITEN betreffende locatie Molenstraat 42 Standdaarbuiten documentkenmerk 2009/043/JOW-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 21 januari 2021
opgesteld door: dr. E.M.R. Robert
gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort
Medior projectleider ecologie
Senior projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Bronnenonderzoek
3
2.1
Gebieden
3
2.2
Soorten
5
3
Veldbezoek
6
4
Resultaten
7
4.1
Flora
7
4.2
Vogels
7
4.3
Grondgebonden zoogdieren
8
4.4
Vleermuizen
8
4.5
Amfibieën, reptielen en vissen
9
4.6
Ongewervelden/ overige soorten
9
5
Conclusies
11
5.1
Beschermde gebieden
11
5.2
Soorten
11
5.3
Zorgplicht
12
5.4
Eindconclusie
13
5.5
Advies
13
6
Literatuurlijst
14
Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1. 2.
Situatietekening van het plangebied
1
Foto’s van de huidige situatie van het onderzoeksgebied genomen tijdens
10
het veldbezoek op 8 januari 2021.
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
1 Inleiding In opdracht van Wilbu Holding bv, vertegenwoordigd door de heren M. Wilschut en R. van Buggenum, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het voornemen om in de Molenstraat in Standdaarbuiten (gemeente Moerdijk) bedrijfsuitbreiding te realiseren. Het betreft de uitbereiding van de bestaande bedrijfshal op het aangrenzend perceel met een nieuw gebouwdeel van circa 5500 m2. Het plangebied betreft het kadastrale perceel met nummer 3191, gemeente Standdaarbuiten (Moerdijk), sectie D en heeft een oppervlakte van 11.725 m2. Het plangebied is bestemd als bedrijventerrein (Landelijk portaal voor ruimtelijke plannen – ruimtelijkeplannen.nl – 13 januari 2021) en is in de huidige situatie in gebruik als weiland.
Figuur 1: Huidige situatie van het plangebied (blauw gekleurd). Schaalbar: 150 meter. Bron: perceelloep.nl (13 januari 2021)
Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.
pagina 1 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
Figuur 2: Luchtfoto van het plangebied (rood omlijnd). Schaalbar: 200 m. Bron: google.com/maps (13 januari 2021).
Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van Standdaarbuiten in een bedrijvenzone aan de rand van de rivier Mark (figuur 2). Een situatietekening van het plangebied is opgenomen in bijlage 1.
pagina 2 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.
2.1 Gebieden In onderstaande figuren 3 en 4 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De groene en oranje highlights in figuur 3 betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN), in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (verder: NNB) genoemd. Het Natura 2000-gebied is met rode arcering aangeduid in figuur 4. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.
Figuur 3: Plangebied (blauwe driehoek) met omliggende natuurgebieden (Natuurnetwerk Brabant (NNB), oranje en groen). Schaalbar: 1 kilometer. Bron: kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan (13 januari 2021)
pagina 3 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
Figuur 4: Plangebied (blauwe driehoek) met omliggende Natura 2000-gebieden (rood gearceerd). Schaalbar: 5 kilometer. Bron: kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan (13 januari 2021)
Uit figuren 3 en 4 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en NNB is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 7,7 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen en betreft het “Hollands Diep”. Het natuurgebied maakt onderdeel uit van delta van Rijn en Maas die hun water afvoeren naar het voormalige estuarium Hollands Diep. Na de bouw van de Deltawerken werd het Hollands Diep, waar de Rijn en de Maas richting de zee stroomden, een zoetwatergebied. Het getij is hierbij niet verdwenen, maar wel flink verminderd. Bij de aanleg van de Deltawerken werd het Hollands Diep afgesloten van de invloed van zee. Het verschil tussen eb en vloed, vroeger 2 meter, is nog maar enkele decimeters. Het gebied is sindsdien ook droger geworden. Niettemin is er bijzondere natuur te vinden zoals vloedbossen, getijdengrienden en grasgorzen. Ook komen er bijzondere dierensoorten voor zoals de ransuil en noordse woelmuis. De doelsoorten van het gebied zijn onder andere de kluut, lepelaar, bever, rivierprik, zeeprik, fint en zalm. Het gebied valt in zijn geheel onder de Vogelrichtlijn. De noordoever valt onder de Habitatrichtlijn. Deze en verdere informatie over dit gebied is te vinden op de website van Natura 2000 in Nederland: natura2000.nl (informatie afgehaald op 13 januari 2021).
Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNB is op een afstand van circa 120 meter ten zuidoosten van het plangebied gelegen (figuur 3). Het betreft het Rijksdeel van het NNB, met name de waterloop c.q. rivier Mark. Het dichtstbijzijnde natuurgebied uit het provinciale deel van het NNB ligt op circa 400 meter afstand. Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op vrij korte afstand gelegen van het dichtstbijzijnde NNB-gebied. Tussen het plangebied en de waterloop die deel uitmaakt van het NNB ligt echter nog een weiland
pagina 4 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
en de geplande ontwikkeling betreft een beperkte ingreep (nieuwbouw) in een bestaand industriegebied. Een significant negatief effect op de NNB-gebieden valt hierdoor niet te verwachten. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is op minder dan 10 kilometer gelegen. Door de relatief korte afstand (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd) kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen naar Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Een effectenanalyse om mogelijke invloeden in kaart te brengen is daarom noodzakelijk. Een onderdeel van zo’n analyse is een stikstofberekening. Het uitvoeren van een stikstofberekening is noodzakelijk om eventuele stikstofdepositie ten gevolge van zowel de aanlegfase als gebruiksfase van de beoogde nieuwbouw op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten (Aanpak Stikstof - aanpakstikstof.nl - 13 januari 2021).
2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In werkatlassen wordt het voorkomen van soorten doorgaans per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:94 / Y:402. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat, is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode vanaf het jaar 2000 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: beverrat, boommarter, bosmuis, bruine rat, bunzing, eekhoorn, egel, gewone dwergvleermuis, haas, hermelijn, konijn, laatvlieger, meervleermuis, mol, muskusrat, ree, ruige dwergvleermuis, steenmarter, vos, wezel, woelrat en zwarte rat. In de periode 2000-2020 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten amfibieën zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bastaardkikker, bruine kikker en kleine watersalamander.
De beschermde soorten waar rekening mee gehouden moet worden zijn: de boommarter, de bunzing, de eekhoorn, de hermelijn, de steenmarter, de vleermuizen en de wezel.
pagina 5 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
3 Veldbezoek Het plangebied is op 8 januari 2021 in de ochtend bezocht. Er was sprake van bewolkt weer, met windkracht 1-2 Bft en een temperatuur van circa 4 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een paardenweide. Tussen de weg en het plangebied staan een aantal bomen en struiken.
De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.
pagina 6 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.
4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig zodat het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels is uitgesloten. De aanwezige bomen en struiken kunnen wel dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor watervogels en vogels die in het “stedelijk gebied” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, struweel- en bosvogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig binnen en rond het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn verschillende vogelsoorten waargenomen binnen het plangebied: blauwe reiger (Ardea cinerea - 1), ekster (Pica pica – 3), kauw (Corvus monedula – 4), koolmees (Parus major – 3), kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus - 3), spreeuw (Sturnus vulgaris – 2), Turkse tortel (Streptopelia decaocto – ca. 25), zwarte kraai (Corvus corone - 2), zanglijster (Turdus philomelos - 3) en zilvermeeuw (3 – Larus argentatus). Er werden ook meerkoeten (Fulica atra - 25) in het aangrenzend perceel waargenomen.
Binnen het plangebied zijn in de aanwezige bomen nesten aangetroffen van de houtduif (Columba palumbus) en er bevonden zich verschillende holten, gemaakt door spechten, binnen en in de directe omgeving van het plangebied. De holten die werden waargenomen binnen het plangebied zijn ongeschikt als nestlocatie voor spechten. Ze tonen geen sporen van recent gebruik door de specht. Spechten hebben jaarrond beschermde nesten als er sprake is van zwaarwegende redenen. Dat is hier niet het geval. De specht foerageert wel in en rond het plangebied. Het plangebied is echter geen essentieel foerageergebied voor deze soort. In de omgeving zijn andere geschikte biotopen aanwezig, zoals bijvoorbeeld het naburig weiland met bomen en het bosgebied ten zuidwesten van het plangebied. Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageer- en broedgebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en er zijn geen aanwijzingen dat
pagina 7 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
beschermde soorten broeden binnen het plangebied. Wel wordt bij de voorgenomen bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.
4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Hoewel kleine marterachtigen zoals de wezel (Mustela nivalis), de bunzing (Mustela putorius) en de hermelijn (Mustela erminea) in het atlasblok van het plangebied voorkomen is het plangebied zelf ongeschikt als foerageergebied voor deze soorten wegens het ontbreken van geschikte beschutting. Er zijn ook geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. De bunzing houdt vooral van gebieden met oppervlaktewater en voldoende schuilmogelijkheden, zoals heggen, houtwallen, bosranden en natuurlijke oevers. De wezel heeft de voorkeur voor open, droge natuur- en cultuurlandschap met in de omgeving voldoende dekking. De hermelijn heeft lijnvormige structuren die dekking bieden nodig om zich te verplaatsen. Ook de boommarter (Martes martes), een nationaal beschermde diersoort, komt voor in het atlasblok waarin het plangebied zich bevindt. Het leefgebied van de boommarter, een in Nederland uiterst zeldzame soort, bestaat uit volgroeide bossen. Om dezelfde redenen als voor de bunzing is het plangebied ongeschikt voor deze soort. In de omgeving van het plangebied komt de steenmarter (Martes foina) voor.
De steenmarter komt voor in diverse landschappen waaronder parklandschap, rotsachtig gebied en heeft een voorkeur voor kleinschalige landbouwgebieden. Tegenwoordig wordt de soort ook waargenomen in de buurt van dorpen en steden. Deze soort is echter niet waargenomen binnen het plangebied. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen in de vorm van prooiresten, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen (in de vorm van latrines). Vanwege de aanwezigheid van een open weiland ontbreken er daarnaast voldoende schuilmogelijkheden voor deze soort. De eekhoorn (Sciurus vulgaris) komt eveneens voor in de omgeving van het plangebied. Eekhoorns leven in loofbos, naaldbos of gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Tijdens het veldbezoek zijn er geen exemplaren waargenomen, noch werden er nesten of andere sporen van de eekhoorn gevonden. In de nabije omgeving van het plangebied is voldoende (potentieel) leefgebied van de eekhoorn (bijvoorbeeld het bosgebied ten zuidwesten). In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van bos om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.4 Vleermuizen Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen valt uit te sluiten. De bebouwing op het aangrenzende
pagina 8 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
perceel, waar de geplande nieuwbouw op aan zal sluiten, is ongeschikt voor gebouwbewonende vleermuizen door de aaneensluitende afwerking van het dak en de gevels en het gebrek aan geschikte openingen. In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn holtes aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Het betreft spechtenholtes in de bomen op het zuidelijk deel van het terrein. Er zijn geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de omliggende bomenrijen en de tuinen van woningen in de buurt van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomen binnen het plangebied maken zeer waarschijnlijk geen onderdeel uit van essentiële vliegroutes, aangezien er geschiktere vliegroutes in de directe omgeving aanwezig zijn. Conclusie: de bomen aanwezig binnen het plangebied zijn mogelijk geschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen.
Er dient derhalve aanvullend onderzoek te worden gedaan naar boombewonende vleermuizen. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.
4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen het plangebied is een sloot aanwezig met ondiep water, een steile oever en weinig vegetatie. De aanwezigheid van beschermde vissen kan derhalve worden uitgesloten. Eveneens is het plangebied ongeschikt voor beschermde amfibieën vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater. De Mark loopt ten oosten en ten zuiden van het plangebied. Het betreft een groot water dat minder geschikt is als voortplantingswater voor amfibieën. Amfibieën met het plangebied (landcomponent) en de rivier (watercomponent) als leefgebied zijn dus hoogst onwaarschijnlijk. Hierdoor worden er geen negatieve effecten verwacht van het planvoornemen voor deze soortgroep. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop.
pagina 9 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
De vegetatie op het plangebied zorgt ervoor dat het gebied voor deze soorten niet geschikt is. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
pagina 10 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.
5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op vrij korte afstand gelegen van het dichtstbijzijnde NNB-gebied. Tussen het plangebied en de waterloop die deel uitmaakt van het NNB ligt echter nog een weiland en de geplande ontwikkeling betreft een beperkte ingreep (nieuwbouw) in een bestaand industriegebied. Een significant negatief effect op de NNB-gebieden valt hierdoor niet te verwachten. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is minder dan 10 kilometer. Gezien deze relatief korte afstand is het noodzakelijk een effectenanalyse (waaronder een stikstofberekening) uit te voeren om mogelijke negatieve invloeden van zowel de aanlegfase als gebruiksfase van de beoogde nieuwbouw op de Natura 2000-gebieden in kaart te brengen.
5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.
Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.
pagina 11 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De bomen in het plangebied zijn door de aanwezigheid van holten, hoogstwaarschijnlijk gemaakt door spechten, geschikt als vaste verblijf- of voortplantingsplaats voor vleermuizen. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden. In eerste instantie kunnen de holten getest worden op geschiktheid als vleermuizenverblijfplaats met een endoscoop. Als de holten dan geschikt blijken, is er aanvullend veldonderzoek nodig in de vorm van minimaal vier veldbezoeken, waarvan twee in de periode 15 mei-15 juli en twee in de periode 15 augustus-1 oktober. Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 van Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied.
Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van bomenrijen en tuinen van woningen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode
pagina 12 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden.
Bij het inrichten van het bouwterrein dient te worden gezorgd dat het gebied niet aantrekkelijk wordt voor de vestiging van de rugstreeppad. Het ontstaan van poeltjes of plassen op het bouwterrein in het zomerhalfjaar (vanaf april) dient derhalve te wordt voorkomen, zodat er geen geschikt voortplantingswater voor de rugstreeppad aanwezig is. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is het aangewezen om een stikstofberekening uit te voeren;
•
de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
nader onderzoek naar boombewonende vleermuizen is noodzakelijk;
•
om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen
•
voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke
bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; ingrepen betreft.
5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de uit te breiden bedrijfshal wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.
pagina 13 van 13
documentkenmerk: 2009/043/JOW-01, versie 0
6 Literatuurlijst Aanpak Stikstof – Nederland (Rijksoverheid Nederland, Den Haag, Nederland) Website: <aanpakstikstof.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. KNNV Uitgeverij, Zeist, Nederland Google Maps – Kaartgegevens 2021. (Google LLC, Mountain View, USA) Website: <google.com/maps> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Kaartbank Brabant – Natuurbeheerplan (Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch, Nederland) Website: <kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan> Informatie afgehaald op 5 januari 2021. Landelijk portaal voor ruimtelijke plannen – online loket (Rijksoverheid Nederland, Den Haag, Nederland) Website: <ruimtelijkeplannen.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) – NDFF Verspreidingsatlas (NDFF, Nederland) Website: <verspreidingsatlas.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Natura 2000 in Nederland (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag, Nederland) Website: <natura2000.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Perceelloep – Kadasterkaart Nederland. (Geoloep, Groningen, Nederland) Website: <perceelloep.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Sovon – Vogelinfo.
(Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen, Nederland) Website: <sovon.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021. Vogelatlas van Nederland – 2012-2018. (Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen, Nederland) Website: <vogelatlas.nl> Informatie afgehaald op 13 januari 2021.
pagina 14 van 13
Situatietekening: 2009/043/JOW-01, Molenstraat te Standdaarbuiten
Voorlopig ontwerp van de geplande nieuwbouw op het plangebied opgemaakt door GJM bouwadviseurs
pagina 1
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 7
Foto 8
Foto 9
pagina 3
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 4
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 5
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 16
Foto 17
Foto 18
pagina 6
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 19
Foto 20
Foto 21
pagina 7
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 22
Foto 23
Foto 24
pagina 8
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 25
Foto 26
Foto 27
pagina 9
Fotobijlage: 2009/043/JOW, Molenstraat te Standdaarbuiten
Foto 28
Foto 29
Foto 30
pagina 10