CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Programma van Eisen sporthal Zevenbergen

Commissievergadering 20 oktober 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Toekomstbestendige gymaccommodaties Zevenbergen13.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma van Eisen

Sportaccommodatie Zevenbergen Gemeente Moerdijk

September 2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1

1.1

Doel van het project

1

1.2

Aanpak

1

1.3

Leeswijzer

1

2.

Projectbeschrijving Sporthal

2

2.1

Visie op de sporthal

2

2.2

Gebruikers Sporthal

2

3.

Uitgangspunten locatie

4

3.1

Locatie

4

3.2

Bestemmingsplan

5

3.3

Welstandscriteria

5

3.4

Parkeervoorzieningen en buitenruimte

5

3.5

Bodem

6

3.6

Flora en Fauna

6

4.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

7

4.1

Uitgangspunten voor gebruik van het gebouw

7

4.2

Duurzaamheid

7

4.3

Brandveiligheid

8

4.3.1

Het gebouw algemeen

8

4.3.2

Blusvoorzieningen

8

4.3.3

Brandbeveiligingsinstallaties

8

4.3.4

Toegankelijkheid

9

4.3.5

Sociale veiligheid

9

4.4

Exploitatie

9

4.4.1

Compartimentering

9

4.4.2

Schoonmaak

10

4.4.3

Onderhoud

10

4.5

Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften

10

5.

Ruimtelijk-functionele eisen

12

5.1

Ruimtestaat

12

5.2

Ruimtelijke eisen

12

5.2.1

Entree/centrale hal

12

5.3

Wedstrijdruimten

13

5.3.1

Kleedruimten

15

5.3.2

Ontmoetingsruimte

16

5.3.3

Overige ruimten

17

6.

Technische Eisen

18

6.1

Algemeen

18

6.1.1

Algemeen kwaliteitsniveau

18

6.1.2

Geluid en akoestiek

18

6.1.3

Daglichttoetreding

20

6.1.4

Oplevering

20

6.2

Terrein

21

6.3

Bouwkundig

21

6.3.1

Fundering

21

6.3.2

Constructie

22

6.3.3

Gevels

22

6.3.4

Afwerkingen

22

6.3.5

Kozijnen en deuren

24

6.3.6

Hang en sluitwerk

25

6.3.7

Zonwering en beglazing

25

6.3.8

Daken

25

6.3.9

Trappen en balustraden

26

6.3.10

Inrichting

26

6.4

Installaties

27

6.4.1

Nutsvoorzieningen

27

6.4.2

Riolering

27

6.4.3

Waterinstallaties

28

6.4.4

Sanitair

28

6.4.5

Brandbeveiliging

28

6.4.6

Klimaat

29

6.4.7

Elektrotechnisch

29

6.4.8

Verlichting

30

6.4.9

Geluidsinstallatie

31

6.5

Lift

32

Bijlage 1 Ruimtestaat

33

Bijlage 2 Relatieschema

34

Bijlage 3 Afwerkstaat

35

Bijlage 4 Technische installaties

36

Bijlage 5 Demarcatielijst

38

Bijlage 6 Sporttechnische inrichting nieuwbouw Sporthal

40

Bijlage 7 Routekaart verduurzaming vastgoed gemeente Moerdijk

41

Bijlage 8 Documentenlijst onderzoeken en naslagwerk

42

1.

Inleiding

De gemeente Moerdijk kent in de kern Zevenbergen een aantal overdekte sportaccommodaties waarvan een aantal gymnastiekzalen en een sporthal, sporthal De Borgh. Sporthal De Borgh is niet in eigendom van de gemeente Moerdijk. Tussen de gemeente en de huidige eigenaar zijn afspraken gemaakt over het gebruik van de sporthal tot eind september 2025. Op 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Moerdijk het startdocument ‘Toekomstbestendige gymnastiekaccommodaties Zevenbergen’ vastgesteld. Naar aanleiding van dit startdocument heeft de gemeente al veel zaken uitgezocht en gebruikers gesproken. 30 september 2021 is in de raad besloten over het raadsvoorstel om een nieuwe sporthal te realiseren bij het zwembad. Hierbij is gekozen voor variant D.

1.1

Doel van het project

Het doel van het project is om een nieuwe sportaccommodatie voor onderwijs en breedtesport te realiseren aan de Kuringen in Zevenbergen.

1.2

Aanpak

De basis voor het programma van eisen vormt de ruimtestaat die is opgesteld. De ruimtelijst is nader uitgewerkt in functionele, ruimtelijke en technische eisen. Het programma van eisen is besproken en afgestemd met de toekomstige potentiële gebruikers van de sporthal.

1.3

Leeswijzer

Het voorliggende document is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 treft u een algemene omschrijving aan van de inhoud en omvang van de opdracht. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten van de locatie omschreven. In hoofdstuk 4 worden de overige uitgangspunten en randvoorwaarden gegeven. In hoofdstuk 5 zijn de ruimtelijk - functionele uitgangspunten uitgewerkt. In hoofdstuk 6 zijn de technische uitgangspunten uitgewerkt. Tot slot zijn er diverse bijlagen bij het Programma van Eisen gevoegd.

1

2.

Projectbeschrijving Sporthal

Om een goed functionerend gebouw te kunnen ontwerpen en realiseren is het van belang inzicht te krijgen welke activiteiten er gaan plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de visie van de gemeente Moerdijk met betrekking tot de sporthal en wordt inzicht gegeven in de gebruikers en beoogde activiteiten.

2.1

Visie op de sporthal

De gemeente Moerdijk realiseert in samenspraak met verschillende partners de sporthal aan de Kuringen. De sporthal is de basisplek voor onderwijs en breedtesport en vervangt de 3 zaaldelen die in de Borgh zijn opgenomen. De sporthal bestaat (onder andere) uit een sporthal, kleedruimten, ontmoetingsruimte en ondersteunende ruimtes. Het buitenterrein wordt ingericht voor ontmoeten en met parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen. Op basis van het toekomstige gebruik wordt volstaan met een vergrote wedstrijdruimte welke in drie zaaldelen is te verdelen. Vanuit het onderwijs wordt bewegen steeds nadrukkelijker gestimuleerd en is het denkbaar dat op lange termijn er behoefte ontstaat voor een extra zaal t.b.v. onderwijs. De omvang van de wedstrijdruimte leent zich ervoor om in de toekomst te verdelen in 4 zaaldelen. Het bouwkundige en installatietechnische ontwerp dienen te worden uitgewerkt zodat een eventuele uitbereiding met minimale impact kan worden gerealiseerd. Dit betekent o.a. dat bij het ontwerp rekening dient te worden gehouden met de toekomstige situatie waarbij: -

in het PvE voor 3 zaaldelen moet worden gelezen 4 zaaldelen;

-

conform NOC*NSF 2 aanvullende kleed-wasruimten zijn te realiseren die aansluiten op het 4e zaaldeel;

-

het 4e zaaldeel kan worden voorzien van een toestellenberging;

Bij realisatie dienen de onderstaande voorbereidingen al te worden uitgevoerd:

2.2

-

de constructie en voorzieningen voor een extra scheidingswand aanwezig zijn;

-

het klimaat en elektravoorzieningen in het 3e en 4e zaaldeel worden fysiek als 2 afzonderlijk zaaldelen uitgevoerd.

Gebruikers Sporthal

Sporthal en gymzaal De Borgh wordt momenteel gebruikt door Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs, sportverenigingen en enkele doelgroepen met een verscheidenheid aan activiteiten. Structurele gebruikers zijn: Primair onderwijs: BS De Boemerang

bewegingsonderwijs

Voortgezet onderwijs Markland College Zevenbergen

bewegingsonderwijs

Sportverenigingen Badmintonvereniging Groene Ster

badminton

Handbalvereniging Groene Ster

handbal

Volleybalvereniging Groene Ster

volleybal

Atletiekvereniging Groene Ster

atletiek

Judovereniging Zevenbergen

vechtsport

Tafeltennisvereniging Groene Ster

tafeltennis

Korfbalvereniging Focus

korfbal

Karateschool Bushido

vechtsport

2

Overige gebruikers Trimmen

ouderengym

Snipperbende

theater

Uurtje Aktief

ouderengym

Alle verenigingen spelen competitie op lokaal of regionaal niveau.

3

3.

Uitgangspunten locatie

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de locatie waar de sporthal gerealiseerd zal worden. Er wordt ingegaan op de locatie aan de Kuringen, de stedenbouwkundige en architectonische randvoorwaarden.

3.1

Locatie

Voor de nieuwe sporthal in Zevenbergen is de bestaande ligweide/sportveld van het buitenbad in Zevenbergen gekozen als de meest geschikte locatie. De locatie is gelegen aan de Kuringen/Vaandelweg in Zevenbergen. Het plangebied is kadastraal bekend Zevenbergen, sectie K, perceelnummers 855 (ged.), 1229 (ged.), 1253 (ged.). Het is gewenst dat de sporthal op de locatie zoveel mogelijk aan de oostzijde wordt gesitueerd zodat de hoge bouwmassa zoveel mogelijk is verwijderd van de naastgelegen woningen. Aan de noordzijde is een gasleiding aanwezig. De afstand tussen de bebouwing en de gasleiding dient minimaal 5 meter te zijn. De noordoosthoek is voor de situering van de entree de meest optimale positie. Zowel vanuit het Markland College als de (fiets)parkeerplaatsen is de entree zichtbaar en logisch gesitueerd. Bovendien is op deze wijze de entree op aanzienlijke afstand van de bestaande woningen gesitueerd, om eventuele overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken. Als gevolg van de nieuw te bouwen sporthal zullen de ligweide en natuurijsbaan moeten worden aangepast naar de nieuwe situatie. Het speelveld aan de westzijde van de buitenbaden is volledig beschikbaar, mits de bebouwing op de vereiste afstand is vanaf de woningen. Het is voldoende als circa 1.000 m2 aan ligweide wordt gecompenseerd ten koste van de natuurijsbaan.

In de onderstaande situatietekening is ter indicatie de groenstrook aan de westzijde van de ligweide verplaatst en de schaatsbaan verkleind. Door de situering van de nieuwe sporthal, grenzend aan het terrein van het buitenbad, ontstaat er een kans om de ruimten van de sporthal in de zomer ook voor gebruik van het buitenbad te benutten. Hierbij wordt gedacht aan: -

vergaderruimte als kassaruimte

-

keuken als uitgifte voor consumpties

-

groepskleedruimten en algemene toiletgroep voor omkleden.

Deze relaties zijn weergeven in het relatieschema (Bijlage 2) Met name aan de zijde van het Markland College en de zijde van de woningen dient de gevelafwerking representatief te zijn.

4

Op de bovenstaande afbeelding is een voorstel voor de toekomstige situatie weergegeven (niet op schaal): -

Hoofdentree sporthal bij ster.

-

voorplein met fietsparkeren;

-

De afstand tussen de nieuwbouw en de achtergevel van de dichtstbijzijnde woning is minimaal 50 meter

-

De ligweide aan de zuidzijde met 1.000 m2 is vergroot en omheind met groen en afrastering

3.2

Bestemmingsplan

Bij het inwerking treden van de omgevingswet per 1 januari 2023 zal er nog geen omgevingsplan beschikbaar zijn. De afwijking van het bestemmingsplan wordt aangevraagd in combinatie met de aanvraag omgevingsvergunning. In afstemming met de gemeente wordt de motivatie om af te wijken opgesteld en de daarvoor benodigde onderzoeken uitgevoerd.

3.3

Welstandscriteria

Het ontwerp van de sporthal dient te voldoen aan de Welstand-gebiedscriteria. Deze gebieds- en welstandcriteria zijn opgenomen in bijlage 8. Kenmerkend is met name een open karakter van de entree door het toepassen van glazen gevels en het toepassen van beplanting om de gevels en daken te bedekken.

3.4

Parkeervoorzieningen en buitenruimte

De ruimte binnen de plangrens dient volledig nieuw te worden ingericht. Aan de voorzijde is plein voorzien waarin: -

de uitstraling van Kuringen wordt verlengd

-

er op natuurlijke wijze sporters en bezoekers worden geleid naar de entree

-

het parkeren van auto’s en fietsen van zowel de sporthal als het buitenbad wordt gefaciliteerd. Het aantal parkeer-

-

een goed toegankelijke routing voor zowel facility als voor incidentele evenementen (podia, examentafels en stoelen,

plaatsen voor auto’s en fietsen dient overeen te komen met de parkeernormen conform beleid gemeente Moerdijk; etc.)

5

3.5

Bodem

In opdracht van gemeente Moerdijk is door Econsultancy voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Er zijn enkele lichte verontreinigingen aangetroffen. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor een bouwinitiatief op de onderzoekslocatie. Ook zijn er geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

3.6

Flora en Fauna

Econsultancy heeft van Gemeente Moerdijk opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming voor de planlocatie bij het Zwembad De Bosselaar. Voor de broedvogels die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de nestgelegenheden buiten het broedseizoen worden verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot eind augustus worden aangehouden. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient vooraf aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie te worden uitgevoerd door een ter zake kundige ecoloog. Voor vleermuizen wordt geadviseerd om vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken in de buurt van de bebouwing ten noordoosten van de onderzoekslocatie en in de buurt van omliggend groen. Zo worden eventuele verblijfsplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden buiten de onderzoekslocatie niet in hun functie beperkt. Vleermuisvriendelijke verlichting is amberkleurig, de armaturen zijn weg-gericht van de bebouwing en het groen en de verlichting is zo min mogelijk diffuus.

Tevens dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën, waarbij al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6

4.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Om een kwalitatief goede sportaccommodatie te realiseren dient het te voldoen aan bepaalde randvoorwaarden. In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden omschreven die als uitgangspunt dienen voor het te realiseren gebouw.

4.1

Uitgangspunten voor gebruik van het gebouw

De gebruiksfunctie (volgens Bouwbesluit) van het gebouw betreft: Sportfunctie: -

wedstrijdruimte

-

kleedruimten.

Bijeenkomstfunctie: -

ontmoetingsruimte

-

tribune

Een efficiënte zonering/compartimentering van het gebouw is van belang. In het gebruik gelden de volgende uitgangspunten waaraan het ontwerp van het gebouw dient te voldoen: De sporthal, ontmoetingsruimte en diverse ondersteunende ruimtes zijn logisch met elkaar verbonden waardoor er een overzichtelijke en heldere interne routing ontstaat. Bij gebruik van alleen de ontmoetingsruimte dienen de overige gebouwdelen afsluitbaar en niet toegankelijk te zijn. Het gebouw dient in delen afsluitbaar te zijn, zodat wordt voorkomen dat mensen door het gebouw kunnen gaan zwerven. Het pand is afzonderlijk af te sluiten middels nog nader te bepalen zones. Op piekmomenten bij regulier gebruik kunnen er gelijktijdig in het sportcomplex aanwezig zijn: In de sporthal 120 sporters en 250 toeschouwers; 100 personen in kleedruimten; In de ontmoetingsruimte ca. 150 bezoekers. Incidenteel zijn meer bezoekers mogelijk zoals bij toernooien of open dagen van het Markland College. Het maximaal aantal personen in de sportaccommodatie kan dan oplopen naar 900 personen (ter dimensionering van vluchtwegen bij gebruik als bijvoorbeeld noodopvang). Bij het bouwkundig en installatietechnisch ontwerp van de sportaccommodatie moet rekening worden gehouden met bovenstaande gebruik.

4.2

Duurzaamheid

Opdrachtgever meent als primaire voorziening ten behoeve van BENG maatregelen de volgende aanvullende eisen te stellen, hetgeen resulteert in een energieneutraal gebouw (ENG): BENG-1 maatregel: Het gebouw heeft een EPC ≤ 0; BENG-2 maatregel: Het gebouw dient all-electric te worden gerealiseerd (geen gas aansluiting); BENG-3 maatregel: Het dak en de constructie van het gebouw dient voorzien te zijn van energieopwekking door middel van zonnepanelen. Indien voor een energieneutraal gebouw meer zonnepanelen geplaatst kunnen worden op het dak, dienen deze tot een maximale overcapaciteit van 20% te worden aangebracht, zodat na veroudering het gebouw blijvend energieneutraal is. Nadere informatie is te vinden in de Routekaart verduurzaming, gemeente Moerdijk. (Bijlage 7)

7

4.3

Brandveiligheid

De veiligheidsregio toetst aan het Bouwbesluit. Het is een ontwerpverantwoordelijkheid om in het kader van de te verkrijgen omgevingsvergunning ontvankelijke aanvraagstukken op te stellen en aldus te voldoen aan de ten aanzien van brandveiligheid te stellen eisen. Hierna volgen een aantal algemeen geldende uitgangspunten. -

In het gebouw worden zo maximaal mogelijk brandwerende materialen toegepast.

-

Isolatiemateriaal dient te zijn voorzien van een FM approval.

-

Verkeersruimten/ vluchtwegen worden zo maximaal mogelijk uitgevoerd zonder obstakels en met voldoende doorstroom-capaciteit.

-

De combinatie van toe te passen PV-panelen en samenstelling van dakconstructie en dakafwerking dienen te voldoen aan de laatste richtlijnen zoals opgesteld door verzekeringsmaatschappijen.

-

4.3.1

De PV-installatie dient te zijn gekeurd conform Scios 12.

Het gebouw algemeen

Er dienen voldoende vluchtwegen aanwezig te zijn. Een vluchtweg loopt vanuit het gebouw tot aan de openbare weg. Deuren in de vluchtweg draaien in de vluchtrichting mee en dienen te zijn voorzien van paniekbeslag. Het gebouw dient te zijn voorzien van de benodigde noodverlichting/ vluchtwegaanduiding. Het ontwerp van de vluchtwegen dient rekening te houden met de gebruikerstijden en gewenste afsluitbaarheid van het gebouw. Dit houdt in dat vluchtwegen niet via andere gebruikszones mogen lopen. Indien dit niet anders kan dan dient er een permanent afgesloten deur te worden toegepast die alleen in geval van calamiteiten door de brandmeldinstallatie open gestuurd wordt.

4.3.2

Blusvoorzieningen

Primaire en secundaire blusvoorzieningen conform het bouwbesluit te voorzien.

4.3.3

Brandbeveiligingsinstallaties

Naar gelang de grootte van de brandcompartimenten, groeien de brandbeveiligingsinstallaties. Het benodigde programma van eisen voor deze installaties dient door de opdrachtnemer te worden opgesteld. Indien een automatische brandmeldinstallatie wordt toegepast, dient een synoptisch tableau (brandweerpaneel) te worden meegenomen. Er dient één centrale brandmeldcentrale voor het gehele complex te worden geplaatst waar de ontruimingsinstallatie in is geïntegreerd. Overige eisen met betrekking tot brandveiligheid: Sleutelkluizen: indien de brandweer dit eist dienen er sleutelkluizen te worden geplaatst nabij brandweeringang en/of toetreding welke dienen te worden voorzien van meerdere sleutels. Let op: de sleutelkluis kan pas worden besteld na machtiging door brandweer. Bereikbaarheid: de bereikbaarheid van het gebouw dient in overleg met de brandweer bepaald te worden. Opstelplaatsen blusvoertuigen: er dienen in overleg met de brandweer voldoende opstelplaatsen te worden gecreëerd, zodat toetreding, redding als blussing mogelijk is. Bereikbaarheidskaarten: om de bereikbaarheid en doeltreffendheid voor de brandweer te waarborgen worden er bereikbaarheidskaarten gemaakt. Voor het maken van deze bereikbaarheidskaarten dienen in overleg diverse tekeningen digitaal te worden aangeleverd aan de brandweer.

Automatische deuren en deuren tussen verschillende gebruikerszones dienen te worden aangesloten op de brandmeldinstallatie indien het brandscheidingen betreft. Voor oplevering zijn de benodigde ontruimingsplattegronden aangebracht.

8

4.3.4

Toegankelijkheid

De gemeente stelt eisen aan de toegankelijkheid voor mindervaliden. Het ontwerp dient te worden opgeleverd met het ITS Totaal symbool (ITs Basis). Voor meer informatie zie: www.toegankelijkheidssymbool.nl. De sporthal dient op een zodanige wijze te zijn ontworpen dat zij goed bereikbaar en toegankelijk en zelfstandig bruikbaar is voor gebruikers met een functiebeperking. Onder 'gebruikers' worden sporters, trainers, docenten, leerlingen, bezoekers en personeel van de sporthal verstaan. Onderstaande zaken dienen eveneens in de sporthal opgenomen te worden. Twee kleed- wasruimten behorende bij de sporthal dienen te worden voorzien van een groter/ ruimer toilet dat qua afmetingen en inrichting voldoet aan een aangepast toilet volgens het Handboek voor Toegankelijkheid. Eventuele liften zijn geschikt voor rolstoelen en scootmobielen.

4.3.5

Sociale veiligheid

Bij het maken van het ontwerp van de sporthal en het omliggende terrein is het van belang om rekening te houden met sociale veiligheidsaspecten. Uiteraard geldt dit ook voor de toegangswegen tot het gebouw, inclusief de fietsenstalling en parkeerterrein. In grote lijnen kan gesteld worden dat een sociaal veilige accommodatie een accommodatie is die op vijf criteria de toets der kritiek moet kunnen doorstaan. Deze criteria zijn: Aanwezigheid van sociale controle (toezicht): toezicht kan uitgeoefend worden door functionarissen zoals politie en beheerder; vrijwillig kader dat niet is aangesteld om toezicht te houden, maar door zijn aanwezigheid een vorm van sociale controle uitoefent, bijvoorbeeld baliemedewerkers en min of meer toevallig aanwezigen als sporters en passanten. Afwezigheid van mogelijke daders: zorg dat de accommodatie niet (te) gemakkelijk toegankelijk is voor ongewenst bezoek. Zichtbaarheid: zorg voor een goede verlichting en pas op voor zichtbelemmeringen op plaatsen waar die niet horen. Draag zorg voor een overzichtelijke inrichting (duidelijk aangeven van in- en uitgangen, routewijzers, e.d.). Zorg voor de aanwezigheid van zichtlijnen en transparantie in het gebouw, en zorg dat er geen dode hoeken ontstaan. Alternatieve routes: er moet een mogelijkheid zijn te kiezen voor een andere route, een andere ingang of uitgang.

Er moet in ieder geval één veilige route zijn. Dit geldt eveneens voor de plekken waar men moet komen: ook deze dienen veilig te zijn. Ook een heldere transparante plattegrond draagt bij aan een sociaal veilige omgeving. Aantrekkelijke omgeving: in een aantrekkelijke omgeving voelen mensen zich eerder veilig. Een aantrekkelijke omgeving is goed onderhouden, schoon en zonder sporen van vandalisme. Daarnaast spelen kleur- en materiaalgebruik en aankleding een belangrijke rol bij de beleving van een sportaccommodatie.

4.4

Exploitatie

Het gebouw dient vanuit exploitatie zeer praktisch te worden ontworpen. Dit dient in het ontwerp van het gebouw een belangrijk criterium te zijn bij de keuze voor materialen en elektrotechnische en werktuigkundige installaties. In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met: Eenvoudige schoonmaak (materiaalkeuze, detaillering, geen horizontale vlakken anders dan vloeren en plafonds) Beperkt onderhoud: voor gebruik en schoonmaak passende materialen en toepassingen, efficiënte detaillering, op afstand te bewaken en sturen installaties; Beperkte personeelsinzet voor beheer (toegang, controle, veiligheid, etc.) Benodigde veiligheidsvoorzieningen voor bereikbaarheid en onderhoud van dak, gevels en installaties.

4.4.1

Compartimentering

Het gebouw dient zo te worden ontworpen dat met het oog op gevarieerde gebruikstijden delen van het gebouw zelfstandig kunnen functioneren. Met zelfstandig functioneren wordt bedoeld dat zowel het hele gebouw als een deel van het gebouw in gebruik kan zijn. Het gebouw dient te worden opgedeeld in een aantal compartimenten. De afzonderlijke gebouwdelen dienen te beschikken over zelfstandig te gebruiken installaties ten behoeve van verwarming, stroomvoorziening en verlichting. Zelfstandig functionerende compartimenten dienen elektronisch (inbraakbeveiliging/ zonering) te kunnen worden afgesloten. 9

4.4.2

Schoonmaak

Schoonmaak dient eenvoudig plaats te kunnen vinden met zo min mogelijk hoekjes, plinten, stofnesten, etc. De vloeren waar mogelijk vrij van obstakels. Materiaalgebruik en detaillering dienen afgestemd te worden op zo laag mogelijke gevoeligheid voor stof en vervuiling (ook graffiti). In het ontwerp dient er voor zorg te worden gedragen dat beglazing eenvoudig te reinigen is. Hiervoor benodigd materieel moet veilig kunnen worden geplaatst. Het ontwerp moet voldoen aan de RI&E (Risico-Inventarisatie en Evaluatie) voor de schoonmaak en glazenwassersbranche (Veilig werken op hoogte). Dit geldt voor zowel de buitenals binnenzijde van het gebouw.

4.4.3

Onderhoud

De keuze voor de te gebruiken materialen en installaties dient mede bepaald te worden door de Life Cycle Cost. Het onderhoud aan de gevels, ramen en hang- en sluitwerk dient minimaal te zijn en het onderhoud moet door toepassing van courante materialen eenvoudig en snel kunnen plaatsvinden. Toepassing van afwerkingen die frequent onderhoud en/of vervanging vragen zoals schilderwerk en kitwerk dienen te worden voorkomen door materiaalkeuze en goede detaillering. In het algemeen geldt dat alle te verwerken materialen en alle aan te brengen installaties kritisch beoordeeld moeten worden op hun invloed op de exploitatiekosten. Het onderhoud aan en het schoonhouden van het interieur en exterieur van het gebouw moet minimaal zijn. Bij de vormgeving van het gebouw en de keuze van materialen dient er rekening mee te worden gehouden dat het onderhoud gemakkelijk uitvoerbaar is. Kleine en moeilijk bereikbare hoeken dienen te worden voorkomen. Installaties dienen onderhoudsarm en goed toegankelijk te zijn. Die onderdelen die relatief vaak voor vervanging en reparatie in aanmerking komen dienen op duurzaamheid te worden gekozen. Vervanging van de installatie moet zonder bouwkundige sloopwerkzaamheden plaats kunnen vinden. Hiervoor benodigd materieel moet veilig kunnen worden geplaatst.

Het ontwerp moet aangeven waar en hoe materieel opgesteld moet worden en hoe vervolgens elementen vervangen moeten worden. Indien hiervoor gevel of dakdelen moeten worden verwijderd, aangeven welke delen verwijderd kunnen worden. Technische installaties te centraliseren en niet achter vaste plafonds te situeren. Er mogen enkel materialen worden toegepast naar tevredenheid en ter beoordeling van de opdrachtgever.

4.5

Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften

De nieuw te bouwen sportaccommodatie dient te voldoen aan de bestaande wet- en regelgeving en overige voorschriften, waaronder: de gemeentelijke bouwverordening; Algemene maatregel van bestuur; de Omgevingswet (per 1 januari 2023); wet algemene bepalingen omgevingsrecht; de Alcoholwet; welstandsbeleid gemeente Moerdijk; Handboek Inrichting Openbare Ruimte gemeente Moerdijk het vigerende Bouwbesluit en de hierin genoemde NEN-normen; het Bouwprocesbesluit; Activiteitenbesluit milieubeheer; de ARBO-eisen voor: beheer en onderhoud behorende bij RI&E’s ontwerp, realisatie en exploitatie ARBO-catalogus VO, vaklokalen voor gymnastiek de (algemeen) geldende eisen van de brandweer / veiligheidsregio; Brandpreventiebeleid; de voorschriften van de nutsbedrijven; alle overige voor en door de wet gestelde eisen; de normen vermeld in het Handboek Sportaccommodaties van NOC*NSF; 10

de eisen zoals zijn vermeld in het Handboek Huisvesting bewegingsonderwijs, KVLO 2019; de Nederlandse norm: NEN-EN 12193 ‘licht en verlichting – sportverlichting’, 2018; Handboek Toegankelijkheid / Integraal Toegankelijkheidssymbool; Waterwerkbladen en eisen inzake preventie tegen de Legionellabacterie. de HACCP-normering voor horeca; keuringseisen van tot keuring bevoegde instanties, zoals KIWA, KEMA, VISA, VEWIN; Nationale en Internationale normen en voorschriften voor de sporten waarvoor in het programma van eisen voorzieningen zijn opgenomen; NEN en ISSO-publicaties; Voor bovenstaande richtlijnen en normen geldt dat de versie die beschikbaar is bij aanvraag van de omgevingsvergunning van toepassing is. Door de vele van toepassing zijnde voorwaarden kan het mogelijk zijn dat er tegenstellingen tussen voorschriften ontstaan. De van toepassing zijnde volgorde is: Wettelijke voorschriften; Gemeentelijke voorschriften; Programma van eisen; Overige voorschriften. Binnen deze opdracht wordt gebruik gemaakt van eisen die oplossing- en procesvrijheid bieden aan de Opdrachtnemer. Het uitputtend aangeven welke normen en richtlijnen van toepassing zijn op het werk, is daarom niet mogelijk. De gemeente Moerdijk heeft getracht voor de onderdelen die daar mogelijkheden toe bieden de normen en richtlijnen aan te geven. Deze zijn hierboven weergeven.

Dit overzicht mag niet als limitatief worden beschouwd. Van de architect en opdrachtnemer wordt verwacht dat zij ter zake kundig zijn het gebouw te ontwerpen en realiseren conform de genoemde wet- en regelgeving en voorschriften. Verificatie vindt dan ook plaats door het verkrijgen van vergunning(en), keurings- en testrapporten door onafhankelijke instanties. Verder zijn de richtlijnen voorgeschreven welke in geval van discussie leidend zijn.

11

5.

Ruimtelijk-functionele eisen

5.1

Ruimtestaat

Op basis van de visie en ambitie van de gemeente en gebruikers is een ruimtelijst voor het gebouw opgesteld. De volledige ruimtestaat is opgenomen in Bijlage 1.

5.2

Ruimtelijke eisen

De sportaccommodatie bestaat uit verschillende ruimten. Deze ruimten hebben onderling een bepaalde relatie met elkaar. Om deze relaties zo optimaal mogelijk te maken is in dit hoofdstuk omschreven welke relaties de ruimten met elkaar hebben. De ruimtelijke relaties zijn schematisch weergegeven in Bijlage 2.

5.2.1

Entree/centrale hal

Tochtportaal Relaties:

directe relatie met centrale hal direct zichtbaar vanaf toegangsweg in de nabijheid van (brom)fietsparkeren

Centraal in het gebouw is één aansprekende, uitnodigende entree aanwezig. Deze entree is duidelijk verlicht, zichtbaar en goed bereikbaar, zodat de bezoekers zien waar ze de verschillende functies kunnen betreden. Het gebouw is tevens goed toegankelijk en bereikbaar voor valide en mindervalide sporters, trainers, leiders en overige valide en mindervalide bezoekers en hulpdiensten als ambulance, brandweer en politie. Voor de entree is een entreeplein(tje) aangebracht. Om tocht in de entreehal te voorkomen wordt de entree voorzien van een tochtsluis (het voorportaal) met dubbele deuren. Het voorportaal is over het hele vloeroppervlak voorzien van een schoonloopmat. Ook aan de buitenzijde voor de entree wordt een schoonloop voorziening gerealiseerd, opdat wordt voorkomen, dat vuil binnenkomt. Centrale hal Relatie:

directe relatie met tochtportaal directe relatie met ontmoetingsruimte directe relatie met centrale toiletruimte in de nabijheid van kleedkamers van sporthal directe relatie EHBO/beheerdersruimte in de nabijheid van de toeschouwersruimte van sporthal

De centrale hal is afgescheiden met de ontmoetingsruimte. Vanuit de entree betreedt de bezoeker de centrale hal. De routing in het gebouw moet logisch en overzichtelijk zijn. Vanuit de centrale hal is er een overzichtelijke routing van de loopwegen van de verschillende gebruikers. De bezoekers van de accommodatie worden bij voorkeur snel gesplitst voor de verschillende functies in of na de centrale hal. Publiek naar de tribune of ontmoetingsruimte kan direct vanuit de centrale hal deze ruimtes bereiken. De trap en lift zijn via de centrale hal bereikbaar. De verschillende functies (ontmoetingsruimte, sportvoorzieningen en tribune) in de centrale hal moeten afzonderlijk zijn af te sluiten zodat de rest van het gebouw in gebruik kan blijven. In de centrale hal zijn voorzieningen (elektra, water en data) aanwezig voor snoepautomaat en koffieautomaat voor het geval de ontmoetingsruimte niet is bemenst.

12

Vergaderruimte Relatie:

directe relatie met centrale hal

Er dient een vergaderruimte aanwezig te zijn voor algemeen gebruik en wedstrijdleiding. De vergaderruimten dienen voorzien te worden van aansluitingen voor smartwall/ digibord, geluidinstallatie/omroepinstallatie. EHBO/Beheerdersruimte Relatie:

nabij centrale hal

De EHBO-ruimte dient uiteraard bereikbaar te zijn op het moment dat er wordt gesport, voor zowel de sporthal als eventueel het buitenbad. De inrichting is die van een standaard EHBO-ruimte inclusief een gootsteen met warm en koud water en een aparte uitstortgootsteen voor voetblessures. De inrichting dient te voldoen aan de eisen van NOC*NSF. Door de EHBO-ruimte voldoende groot te dimensioneren is er een mogelijkheid voor een beheerder om kleine administratieve werkzaamheden te verrichten en installaties te bedienen. Centrale toiletruimte Relaties:

directe relatie met centrale hal in de nabijheid van de ontmoetingsruimte t.b.v. dubbelgebruik MIVA-toilet.

Centraal in het gebouw gekoppeld aan de centrale hal/ ontmoetingsruimte is een toiletruimte aanwezig. De toiletgroep is voorzien van twee damestoiletten, één herentoilet, twee urinoirs en een mindervalidentoilet met verschoon mogelijkheid voor baby`s. De dames en herentoiletten zijn voorzien van een voorportaal. Hierin is ook een wastafel met koud water aanwezig. De mindervalidentoiletten zijn voorzien van een wasvoorziening met zwenkkranen. De toegang tot de toiletruimten, is zichtbaar vanuit de centrale hal, zonder dat direct zicht mogelijk is in de toiletruimten. De voorportalen van de toiletten worden voorzien van drangers. De toiletten dienen te zijn uitgevoerd in de vorm van wandclosets.

5.3

Wedstrijdruimten

Sporthal Relaties:

directe relatie met de kleedkamers directe relatie met de toestellenbergingen zichtrelatie met tribune zichtrelatie met ontmoetingsruimte

Bezetting:

100 sporters/bezoekers in combinatie met 250 toeschouwers (op vaste tribune)

Er dient een sporthal te worden opgenomen met een oppervlak van 26 x 63 meter en is door middel van twee ophijsbare scheidingswanden in drie zaaldelen deelbaar (50% en 2 x 25%). De sporthal heeft een obstakelvrije hoogte van ten minste 7,1 meter en moet volledig voldoen aan de sporttechnische normen van NOC*NSF.

13

De puntelastische sportvloer (PU-gietvloer) moet voldoen aan klasse 1 (Descol Classic 110 o.g.) conform de sportvloerenlijst van NOC*NSF. De sporthal dient te zijn voorzien van belijning voor de volgende sportvelden: 4 wedstrijdvolleybalvelden in de breedte met jeugd belijning; 4 wedstrijdvolleybalvelden in de lengte met jeugd belijning (75% van de hal, niet op tekening weergegeven) 1 volleybalvelden in de lengte (centercourt, niet op tekening weergegeven); 12 badmintonvelden; 1 combiveld voor voetbal, handbal, zaalhockey en korfbal.

principe velden in wedstrijdruimte De sporthal moet ingericht worden (naast sport) voor bewegingsonderwijs voor zowel primair- als voortgezet onderwijs. Zowel de akoestiek als daglichtvoorzieningen dienen te voldoen aan de richtlijnen zoals beschreven in het Handboek Bewegingsonderwijs KVLO. In bijlage 6 is de benodigde sporttechnische inrichting nader uitgewerkt. Bij aanvang van de ontwerpfase dient deze inrichting als uitgangspunt te dienen voor het ontwerp. De sporttechnische inrichting is een directielevering. Toestellenberging sporthal Relaties:

vanuit ieder zaaldeel dient de toestellenberging toegankelijk te zijn.

De sporthal dient toestellenbergingen te bezitten die vanuit elk zaaldeel bereikbaar is middels een balvaste sectionaaldeur van 4,0 meter breedte en 2,5 meter hoogte. De diepte van de toestellenbergingen bedraagt ten minste 5,0 meter. De minimale obstakelvrije hoogte bedraagt 2,7 meter. In de toestellenberging dient ten behoeve van wedstrijden een krachtstroomaansluiting te worden aangebracht. De toestellenbergingen voor verenigingen voorzien van 10 afsluitbare kasten voor opslag van klein sport- en spelmateriaal (inhoud ten minste 1 m³). Indien toestellenberging tevens dienen als nooduitgang mag het vereiste oppervlak voor verkeerruimten t.b.v. vluchten niet worden meegerekend als toestellenberging. Deze berging dient ook van buiten bereikbaar te zijn. Bij onderwijsactiviteiten op de ligweide moeten de sportmaterialen gemakkelijk bereikbaar zijn. De sportvloer dient naadloos over te gaan in de vloer in de toestellenbergingen. In de toestellenberging wordt een toegangsdeur gerealiseerd met een vrije doorgang van 2,0 x 2,5 meter voor de aan- en afvoer van sporttoestellen en dergelijke. Deze deur kan gecombineerd worden met de nooduitgang en dient van buitenaf eenvoudig bereikbaar te zijn middels een verharde weg.

14

5.3.1

Kleedruimten

Kleed- wasruimten sporters Relaties:

in de nabijheid van de centrale hal 6x directe relatie met sporthal

In het sportcomplex dienen zes kleed- en wasruimten te worden gerealiseerd die twee aan twee worden gekoppeld. Ieder zaaldeel van de sporthal heeft toegang tot twee kleed- en wasruimten. De kleedruimten dienen aan de lange zijde van de wedstrijdruimten te worden gesitueerd. Tussen de kleed- en wasruimte dient een directe relatie te bestaan. De wastafel met spiegel in de wasruimten te situeren, waarbij deze droog toegankelijk moet zijn. Vanuit de wedstrijdruimte en verkeersruimten mag bij een geopende deur géén zicht zijn in de wasruimten. Kleedruimten sporters Obstakels in kleedruimten zoals vrij hangende banken dienen op een logische plek gesitueerd te worden en/of in één lijn geplaatst te worden. De breedte van een kleedruimte dient minimaal 3 m te bedragen. De kleedruimte dient te zijn ingericht voor 17 personen. In de kleedruimte is per persoon tenminste 0,6 m banklengte noodzakelijk. Per persoon dienen twee naar de wand gerichte kledinghaken opgenomen te worden. Er dient in de nabijheid van de wastafel een slangwartelkraan te worden opgenomen (koud water). Balvaste plafonds toepassen in kleedkamers (Rockfon Boxer of gelijkwaardig). De kleedruimten behorende bij het buitenste zaaldeel zijn geschikt voor gebruik door mindervaliden en zijn voorzien van een mindervalidetoilet.

De toiletten van de overige kleedruimten zijn centraal als toiletgroep gepositioneerd tussen de kleedruimten. Wasruimten De wasruimte dient een directe verbinding te hebben met de kleedruimte. De wasruimte zodanig indelen dat minimaal zes douchepunten ondergebracht kunnen worden. Vandaalbestendige douchekoppen toepassen. In de doucheruimte dienen de bedieningselementen binnen handbereik van een zittende gebruiker te worden gepositioneerd. Dit betekent een hoogte van 0,9 à 1m en minimaal 0,5m uit de inwendige hoek. De vloer dient op afschot te worden gelegd naar de afvoergoot onder de douches (afschot 10 mm per meter of 1:50). Centrale toiletruimte wedstrijdruimte Relaties:

directe relatie met de wedstrijdruimte

De dames en herentoiletten zijn voorzien van een voorportaal. Hierin is ook een wastafel met koud water aanwezig. De voorportalen van de toiletten worden voorzien van drangers. De toiletten dienen te zijn uitgevoerd in de vorm van wandclosets. Docenten- en scheidsrechterruimte Relaties:

directe relatie met de sporthal in de nabijheid van de kleedkamers behorende bij de wedstrijdruimte

Iedere docenten- en scheidsrechterruimte zodanig indelen dat minimaal ondergebracht kan worden: • een kleedgedeelte; • een toilet met een wastafel; • een (afgesloten) doucheruimte; • werkblad.

15

De inrichting van de kleedruimte geschiedt met vaste vrij hangende banken die vrij zijn van de vloer en vaste kledinghaken. De afwerking is in overeenstemming met de afwerking van de kleed- wasruimten ten behoeve van sporters. De toiletruimte staat niet in open verbinding met de kleedruimte (wanden van vloer tot plafond).

5.3.2

Ontmoetingsruimte

Ontmoetingsruimte Relaties:

Directe relatie keuken Directe relatie met de centrale hal Uitstekende zichtrelatie met de sporthal

In de ontmoetingsruimte moeten diverse soorten ‘zitjes’ worden gesitueerd waar sporters, trainers, maar ook verenigingen elkaar kunnen ontmoeten. Bij de zitjes moeten dan ook wandcontactdozen worden geplaatst en de wifi moet van goede kwaliteit zijn. Voor de ontmoetingsruimte dient een minimale hoogte van 3,00 meter over het gehele oppervlak te worden aangehouden. Tussen de centrale hal en de ontmoetingsruimte is een nis opgenomen die als garderobe wordt ingericht, en een nis, voorzien van planken, die gebruikt kan worden voor het plaatsen van minimaal 20 sporttassen. Keuken Relaties:

directe relatie ontmoetingsruimte directe relatie berging/magazijn

Vanuit de keuken kan men de bar bedienen. De keuken heeft een directe relatie met het magazijn en de containeropslag. In de keuken is een uitgifteraam die kan dienen als loket van de ligweide behorende bij het buitenbad. Magazijn Relaties:

directe relatie keuken

Het magazijn heeft een directe relatie met de keuken en met het buitenterrein zodat het magazijn direct van buitenaf kan worden bevoorraad.

Toeschouwersruimte Relaties:

Directe zicht relatie met alle de 3 zaaldelen (combiveld) bereikbaar vanaf de centrale hal In de nabijheid van de ontmoetingsruimte

Bezetting:

250 personen

Er dient een tribune te worden aangebracht met een vaste capaciteit van 250 bezoekers op de verdieping. Doordat de vaste tribune op de verdieping wordt gesitueerd dient er een lift te worden aangebracht. De tribune heeft voldoende opstelplaatsen voor mindervaliden. Vanaf de tribune is er vrij zicht in de sporthal. Het zicht wordt dus niet belemmerd door kolommen e.d. en de balustrade wordt uitgevoerd in glas met een slanke bovenregel. De verkeersgang van de toeschouwers bevindt zich aan de achterzijde van de tribune. Omloopgeluid langs de scheidingswanden dient te worden voorkomen.

16

5.3.3

Overige ruimten

Berging algemeen Relatie:

directe relatie met verkeersruimte.

Nabij de ontmoetingsruimte is een centrale berging gesitueerd. Werkkast algemeen Relaties:

centraal gelegen in de sportaccommodatie

Ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden van de kleedruimten is centraal in het gebouw een werkkast aanwezig. De werkkast wordt gesitueerd in de nabijheid van de kleedruimten en de sporthal zodat een schrobmachine een goede toegang heeft tot de sporthal. Containerruimte Ten behoeve van afval-, huisvuil-, glas-, papieropslag en dergelijke is op het terrein een met een draaideur afgeschermd terrein voor het plaatsen van 2 afvalcontainers. Het terrein is vanuit een verkeersruimte bereikbaar, de situering van een overdekte inpandige containerberging is gewenst voor dagelijks afval. De containerplaats zodanig gesitueerd te zijn dat deze aan het zicht wordt onttrokken en de (volle) containers op eenvoudige wijze naar de vrachtauto’s kunnen worden vervoerd. Technische ruimte Ten aanzien van de installatieruimten ten behoeve van het gebouw geldt het volgende. De installatieruimten zijn bereikbaar voor het aan- en afvoeren van installatieonderdelen. De installatieruimten worden zodanig in het gebouw gesitueerd dat leidingen zo kort mogelijk zijn. De indeling van de technische ruimten moet zijn afgestemd op het ontwerp van het gebouw. Installatieruimten zijn van binnenuit het gebouw bereikbaar.

Indien installatieonderdelen uit functionele overwegingen buiten moeten worden gepositioneerd, worden deze dusdanig gesitueerd, dat deze niet mogen leiden tot geluidsoverlast en niet zichtbaar zijn vanaf het maaiveld. Bij het ontwerp van het dak en eventuele installaties wordt hiermee rekening gehouden. Deze installaties zijn bereikbaar rondom via tegelpaden en voorzien van voldoende veiligheidsvoorzieningen. De technische ruimten zijn zo ingedeeld dat er voor onderhoud en vervanging voldoende ruimte rondom de installaties beschikbaar is. De installaties dienen overzichtelijk en eenvoudig bereikbaar te zijn. Verkeersruimten Verkeersruimten zijn voldoende breed voor de toestroom van sporters en/of bezoekers. Voor de doorstroming en sociale veiligheid dienen de verkeersruimten recht te zijn zodat “blinde” hoeken worden voorkomen.

17

6.

Technische Eisen

6.1

Algemeen

6.1.1

Algemeen kwaliteitsniveau

Rekening houden met de volgende algemene kwaliteitsuitgangspunten: Alle technische oplossingen dienen (Nederlands) marktconform te zijn, bijvoorbeeld in product, merk, type, fabricaat, afmetingen of materiaal. Dit betekent dat de voorgestelde (technische) oplossingen standaard in de Nederlandse handel verkrijgbaar en in vergelijkbare situaties standaard toegepast moeten zijn. Dit beperkt opdrachtnemer in de toepassing van B en C-keuze merken en fabricaten. De toe te passen materialen hebben zoveel mogelijk een vervangingscyclus van (meer dan) 40 jaar. De toe te passen materialen zijn niet gevoelig voor terugkerende gebruikssporen om de uitstraling bij oplevering ook gedurende de levensduur van het gebouw te behouden; De combinatie toe te passen materialen en detaillering dienen ervoor zorg te dragen dat zichtbare scheurvorming door werking en zetting niet voorkomt; Installatietechnische voorzieningen zoals aansluitpunten en roosters in wand, vloer en plafonds van ruimten in het gebruiksoppervlak worden functioneel en esthetisch verantwoord gepositioneerd. Bij het ontwerp ermee rekening houden dat de te reinigen gebouwdelen toegankelijk zijn. Materialen die een speciaal product gebonden schoonmaakprocedé vereisen zoveel mogelijk vermijden.

Het creëren van plaatsen waar stof zich op eenvoudige wijze kan verzamelen, zoals leden radiatoren, open plafonds, interne overkappingen, et cetera zoveel mogelijk vermijden. Materialen dienen bestand te zijn tegen vandalisme. Aansluitingen tussen materialen en bouwonderdelen zijn verzorgd waarbij afwerkingen met zo min mogelijk hulpmaterialen zijn uitgevoerd. Materialen, bouwonderdelen en afwerkingen zijn afgestemd op de functie van de ruimte en/of de specifieke plaats waar het toegepast wordt. Materiaalkeuze, systeem en wijze van detaillering dienen aantoonbaar een beperkte onderhoudsinspanning tot gevolg te hebben. Hulpconstructies en materialen, voor zover niet omschreven in de vraagspecificatie, zijn afgestemd op de functie van de ruimte en de prestatie eisen van de betreffende afwerking. In het ontwerp en de uitvoering van het werk dient de bereikbaarheid en veiligheid van te reinigen of te inspecteren onderdelen zoals daken of goten aantoonbaar gegarandeerd te worden. Eventuele vrijstaande stalen kolommen in verblijfsruimten zijn kokers of ronde buizen, ofwel als zodanig afgetimmerd.

6.1.2

Geluid en akoestiek

Er worden twee soorten geluid voor het geluiddrukniveau onderscheiden, te weten: het verkeerslawaai en dergelijke (geluid van buiten de ruimte); het achtergrondgeluid, geluid van installaties binnen de ruimte (zoals luchtafzuiging respectievelijk lucht inblazen). De constructie van gevel en dak moet dusdanig zijn dat bij een hoge geluidsbelasting op de gevel, het equivalent geluidsniveau, het maximaal toelaatbare geluidsniveau in de ruimten niet overschrijdt. Deze mag niet hoger zijn dan 35 dB(A). Indien er te openen geveldelen zijn moet bij de berekening van het geluidsdrukniveau worden uitgegaan van 0,1 m² raamopening per vertrek. Daar waar diverse geluidsbronnen zijn, is het totale equivalent geluidsniveau van deze geluidsbronnen maatgevend. Luchtgeluidisolatie De luchtgeluidsisolatie wordt uitgedrukt in de isolatieindex voor luchtgeluid (Ilu) en wordt gemeten volgens NEN 5077. In het algemeen moet de luchtgeluidsisolatieindex tussen verblijfsruimten onderling tenminste -12 dB en naar verkeersruimte tenminste -26 dB bedragen. Bij activiteiten die relatief veel geluid produceren of die geluidgevoelig zijn, moet de luchtgeluidsisolatie onderling tenminste -2 dB zijn en naar verkeerruimten -20 dB. In specifieke situaties dient extra aandacht geschonken te worden aan het voorkomen van mogelijke geluidshinder.

18

Achtergrondgeluidniveau Voor het comfort in verblijfsruimten is het van groot belang dat het achtergrondgeluidniveau ten gevolge van geluid in aangrenzende / naburige ruimten, alsmede van installaties voldoende wordt geweerd door scheidingsconstructies zoals bijvoorbeeld binnenwanden, buitenwanden, vloeren en plafonds. Het ontwerp van deze scheidingsconstructie moet zijn afgestemd op de geluidsproductie in de diverse gebruiks- en verblijfsruimten. Bij het ontwerp rekening houden met de volgende geluidsproductie in vermelde ruimten. Voor niet vermelde ruimten rekening houden met daarvoor gebruikelijke geluidsproducties. 85 dB(A) in ontmoetingsruimte 85 dB(A) in sporthal Externe geluidseisen Voor het geluidsniveau op de gevel van belendende percelen wordt voldaan aan de geldende voorschriften. Het maximaal toelaatbare geluidsniveau (LAeq) ten gevolge van de installaties mag op de gevel van de belendende percelen van maandag tot en met zaterdag niet meer bedragen dan: Dag (7.00 – 19.00 uur):

50 dB(A)

Avond (19.00 – 23.00 uur):

45 dB(A)

Nacht (23.00 uur – 7.00 uur):

40 dB(A)

Op zon- en algemeen erkende feestdagen mag het equivalente geluidsniveau tussen 7.00 – 23.00 uur niet meer bedragen dan 45 dB(A) Wedstrijdruimten sporthallen Voor de akoestiek in de wedstrijdruimte is de akoestieknorm ISA-US1-BF1 ‘Nagalmtijd en achtergrondgeluidniveau’, zoals vastgesteld in de normcommissie ‘Overdekte Multidisciplinaire Sportcentra’ van toepassing. Op basis van deze akoestieknorm, kan de over het gehele frequentiebereik gemiddelde nagalmtijd T(gem) in de wedstrijdruimte en de gelijkmatigheid van de nagalmtijd per frequentieband (125, 250, 500, 1000, 2000 en 4000 Hz) Tgem:Tmax/fb worden bepaald. Voor sporthal is de toelaatbare de maximale nagalmtijd ≤ 1,8 s. Voor ¾ sporthal is de toelaatbare de maximale nagalmtijd ≤ 1,7 s. Voor ½ sporthal is de maximale ≤ 1,5 s. Voor de ¼ sporthal is de maximale nagalmtijd ≤ 1,3 s. Ter plaatse van de tribune dient, met behoud van vrije zichtlijnen, ook rekening gehouden te worden met hinderlijk overdracht van geluid tussen de zaaldelen. De ophijsbare scheidingswanden dienen optimaal aan de sluiten aan de wanden en plafonds om omloopgeluid te voorkomen. Flutterecho’s dienen te worden vermeden. Gelijkmatigheid De norm voor de gelijkmatigheid per frequentieband voor alle categorieën is: Tgem.: Tmax/fb ≥ 0,7. Achtergrondgeluidniveau Het achtergrondgeluidniveau in de wedstrijdruimte mag niet meer bedragen dan 40 dB(A).

Akoestiek overige ruimten Het maximaal toelaatbare achtergrondgeluidniveau (te meten op 1,5 meter hoogte in het midden van de ruimte) en ten gevolge van technische installaties en geluid van buitenaf bedraagt: Vergaderruimte

36 dB (A)

Centrale entreehal en ontmoetingsruimte

40 dB (A)

Sanitaire ruimten

40 dB (A)

Technische ruimten

65 dB (A) 19

De nagalmtijden voor het midden frequentiegebied 250-2000 Hz dienen te voldoen aan de volgende waarden: Vergaderruimte

0,5 – 0,7 s

Centrale entreehal / ontmoetingsruimte

0,8 s

Verkeersruimten

0,6 – 1,0 s

Contactgeluid Volgens NEN 5077. In het algemeen moet de Ico 0db zijn. In situaties waar ruimten grenzen aan ruimten met contactgeluidproductie geldt als afwijkende eis dat de Ico minimaal 10dB moet bedragen. Voor alle akoestische eisen geldt dat door middel van keuringen/geluidsmetingen aangetoond moet worden dat aan de gestelde eisen wordt voldaan.

6.1.3

Daglichttoetreding

Er is voldoende daglichttoetreding in de verblijfsruimten en/of verblijfsgebieden ten behoeve van voldoende visueel comfort en welbevinden. Daarnaast kan daglichttoetreding bij correcte toepassing in belangrijke mate bijdragen aan energiebesparing. Tenslotte kan daglicht een positief effect hebben op de oriëntatie in een gebouw. Toepassing van daglicht in de sporthal dient op zorgvuldige wijze te worden ontworpen: De sporters mogen in geen geval verblind worden door zonnestraling; De vloer in de sporthal moet gelijkmatig verlicht zijn; Strijklicht op de vloer is niet toegestaan, belijning wordt hierdoor onzichtbaar; Docenten dienen bij geven van onderwijs daglicht moeten kunnen ervaren; Indien bovenstaand risico zich voordoet, dient daglichtvoorziening middels verduisterende zonwering te worden voorkomen. Door de situering van het gebouw aan het buitenbad en de ligweide dient men er bij toepassing van glasopeningen erop toe te zien dat bezoekers van het zwembad buiten het zicht blijven.

6.1.4

Oplevering

Vooruitlopend op de oplevering dient 14 dagen voor ingebruikname een compleet dossier beschikbaar gesteld wordt waaruit blijkt dat het gebouw en de installaties voldoen aan de eisen zoals vermeld in het Programma van Eisen en dat bevoegde instanties toestemming geven tot het in gebruik nemen van de sportaccommodatie. Bij oplevering is het gebouw schoon, zijnde -

glas is bewassen;

-

afval is verwijderd;

-

cementsluiters zijn van vloer- en wandtegels verwijderd;

-

harde vloeren zijn gedweild, zachte vloeren zijn gezogen;

-

vloerputten zijn ontdaan van bouwvuil;

-

horizontale vlakken zijn vochtig afgenomen;

-

sanitair is schoon;

-

filters in luchtbehandelingskasten zijn schoon;

-

sleutels zijn op ruimtenummer gelabeld

-

opleverdossier is 14 dagen voor oplevering in concept verstrekt.

Het opleverdossier bestaat uit: -

inhoudsopgave en documentenlijst;

-

garantieverklaringen;

-

adviezen en onderhoudsvoorschriften;

-

compleet digitaal dossier met ontwerp-, werk en revisietekeningen; 20

-

lijst leveranciers en onderaannemers incl. contactgegevens;

-

keurings- en testrapporten’

-

meerjaren- onderhoudsplan

Het complete dossier wordt digitaal aangeleverd met originele bestanden. (dus geen ingescande bestanden.) De documenten zijn logische geordend en de naam van de bestanden verwijzen naar de inhoud.

6.2

Terrein

Het terrein zal beschikbaar worden gesteld in “huidige staat”. Hetgeen inhoudt dat de huidige exploitant en eigenaar geen substantiële wijzigingen aan het terrein zal uitvoeren in de periode tussen de aanwijzing en start bouw. Eventueel overtollige grond, begroeiing, hekwerken e.d. dienen te worden afgevoerd. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een opnamerapport te worden vervaardigd van de openbare ruimte binnen een straal van 100 meter rond het bouwterrein. Alle

benodigde

nuts-aansluitingen

naar

de

openbare

riolering

en

nutsvoorzieningen

dienen

te

worden

gerealiseerd. Na gereedkomen van de bouwwerkzaamheden dient het terrein te worden ingericht rekening houdend met: -

verwijderen niet te hergebruiken terreinverharding, bomen, struiken en overige terreininrichting;

-

beschermde maatregelen t.b.v. aanwezige bomen, kabels en leidingen.

-

nieuwe en/of aanpassing van riolering incl. de benodigde kolken en toebehoren.;

-

aansluiten van bebouwing op riolering;

-

uitvoeren van de benodigde terreinverhardingen voor verkeersontsluiting en parkeren incl. funderingen, opsluitbanden etc.;

-

aanbrengen van straatmeubilair, waaronder zitbanken en prullenbakken;

-

1.000 m2 omheinde en ingezaaide ligweide ter compensatie voor de bouw van de sporthal;

-

fietsparkeren tussen sporthal en Markland College, ca. 110 fietsnieten.

-

minimaal 68 parkeerplaatsen voor auto’s, waarvan 10 stuks gereserveerde plaatsen (aantal conform concept tekening nieuwe situatie).

-

aanleg van parkachtige groenstrook tussen sporthal en woningen (géén openbaar wandelpad);

-

(half) verharding voor onderhoudswerkzaamheden langs het gebouw;

-

afsluiting van de ligweide met een gedegen hekwerk;

-

aanbrengen en aansluiten van wadi en/of waterinfiltratie voor het gebouw en de verharding binnen het complete plan;

-

aanbrengen bomen incl. benodigde grondverbetering (50% categorie 16-18 en 50% categorie 20-25)

-

aanbrengen beplanting (hagen, bosplantsoen)

-

aanbrengen benodigde markeringen en bebording, zoals invalideparkeerplaatsen en rijrichting;

-

leveren, aanbrengen en aansluiten van openbare verlichting en behorende bij de sporthal.

-

aanvragen en coördinatie aanbrengen laadpalen voor elektrische auto’s.

De terreinwerkzaamheden dienen dusdanig plaats te vinden dat het openluchtbad geopend kan blijven.

6.3

Bouwkundig

6.3.1

Fundering

Ten behoeve van de fundering ontvangt de marktpartij de bij de aanbesteding meegeleverde onderzoeken ter informatie (zie Bijlage 8). De verantwoordelijkheid voor de toe te passen funderingsmethodiek ligt bij de marktpartij. Indien nodig kan de marktpartij zelf aanvullend onderzoek uit laten voeren. Zij dient hiertoe contact op te nemen met de adviseur aanbesteding. De fundering wordt voorzien van de benodigde openingen om alle aanwezige kruipruimten bereikbaar te maken. De bodem in de kruipruimte wordt afgedekt met een 20 cm zandpakket, schoon van afval en overige verontreinigingen 21

6.3.2

Constructie

Het ontwerp van de constructie dient niet uitsluitend functioneel te zijn, maar maakt ook esthetisch onderdeel uit van het ontwerp. Hieronder wordt verstaan dat bijvoorbeeld: -

windverbanden worden weggewerkt of passen in het ontwerp worden gesitueerd;

-

bevestigingen onzichtbaar zijn of esthetische verantwoord worden ontworpen;

-

de aansluiting van constructieve vloeren, daken, kolommen en wanden met omliggende materialen worden gedetailleerd;

-

6.3.3

indien de constructie in het zicht blijft, het afwerkingsniveau zoveel mogelijk uniform is.

Gevels

De buitenwandafwerking is passend bij de omgeving. De gevels op de begane grond of bereikbare plaatsen behandelen met anti-graffiti tot 3,0 meter hoog.

6.3.4

Afwerkingen

In deze paragraaf worden de diverse binnenafwerkingen beschreven. In bijlage 3 zijn de uitgangpunten voor de afwerkingen per ruimte weergegeven, Afhankelijk van het ontwerp kan hiervan worden afgeweken mits deze afwijking een positieve uitwerking heeft op de esthetische uitstraling en basiskwaliteit. Materialen dienen geschikt te zijn voor de toepassing en condities. De leverancier en/of applicateur dient hiervoor een advies op te stellen. Dit geldt onder andere voor: voegwerk kitwerk schilderwerk coating dilataties De adviezen dienen te worden opgevolgd. Vloeren Algemeen slijtvastheid passend bij gebruiksintensiteit conform ISO 10874 / EN 685; antislipklasse volgens de norm DIN 51130; antislipklasse volgens de norm DIN 51091; goed en eenvoudig te reinigen.

toepassing dorpels bij deuren waar de vloerafwerking in beide ruimten verschillen V1: Vloerafwerking publiekstoegankelijke ruimten, normaal: PVC, epoxy, tegelwerk met minimale voegbreedte of gelijkwaardig; inclusief 5 cm opstaande rand / plint; antislipklasse minimaal R9; V2: Vloerafwerking publiekstoegankelijke ruimten, representatief, hoogwaardig: representatief; slijtvast, geschikt voor intensief gebruik; inclusief 5 cm opstaande rand / plint; antislipklasse minimaal R9; V3: Vloerafwerking tegelwerk droge ruimte tegelwerk met minimale voegbreedte, epoxy gietvloer of gelijkwaardig; antislipklasse R10; V4: Vloerafwerking tegelwerk natte ruimte: tegelwerk met minimale voegbreedte, epoxy of gelijkwaardig; antislipklasse BR11; 22

waterdicht verbonden met wandafwerking (gesloten bak constructie); vloerafschot 2 – 5 % richting vloergoten of afvoerputjes. V5: Vloerafwerking sporthal: punt-elastische PU-vloer klasse 1, volgens normen NOC*NSF; er dient tijdig een inrichtingstekening van de leverancier aangeleverd te worden waarop gedetailleerd staat aangegeven waar sparingen ten behoeve van de vaste inrichting moet worden aangebracht; inclusief belijning en beklede vloerpotten; Inclusief plint. V6: Vloerafwerking toestellenberging: toplaag zoals sportvloer; dorpelvrije overgang tussen sporthal en toestellenberging. V7: Vloerafwerking schoonloopmatten: bij iedere entreedeur in verkeersruimte; minimaal 2 meter schoonloopzone; minimale breedte is gelijk aan breedte deurkozijn; bovenzijde schoonloopmat is gelijk aan bovenzijde afgewerkte vloer; schoonloopmatten op basis van 3-zone reiniging; type schoonloopmat/borstelmat volgens advies leverancier en passend bij toepassing; kleurkeuze passend bij aansluitende vloerafwerking. V8: Vloerafwerking technische ruimte / berging: betoncoating; Wanden Alle binnenwanden in het verblijfsgebied van sporters dienen stootvast/vandaalbestendig en van steenachtig materiaal worden uitgevoerd en zijn geschikt voor het ophangen van voorwerpen, kapstok etc.

De verdeling van de zaaldelen in de wedstrijdruimte van de sporthal geschiedt door akoestisch geluidwerende elektrisch bedienbare scheidingswanden. Extra aandacht dient te worden besteed aan de geluidwerende aansluiting tussen scheidingswanden en aansluitende bouwkundige elementen. De geluidsisolatie van de aansluiting dient minimaal gelijkwaardig te zijn aan de geluidisolatie van de scheidingswand. W1: Wandafwerking basis: schoon metselwerk of scan met daarop sauswerk; materiaalgebruik plint passend bij vloerafwerking; onderste laag van 5 cm stootvaste laag zonder scherpe randen; slag- en stootvast te zijn. W2: Wandafwerking tegelwerk: tegelwerk in standaardafmetingen en kleuren; geen plinttegel; De wand incl..afwerking slag- en stootvast te zijn. W3: Wandafwerking sporthal: schoon open betonsteen of gelijkwaardig geluidsabsorberend materiaal, minimaal 2,8 meter hoogte; plint passend bij sportvloer; specifieke aandacht voor akoestische eisen; specifieke aandacht voor bal- en slagvastheid, de wandafwerking en de deuren moeten bestand zijn tegen een zaalhockeybal of schade door zaalhockey moet op een andere wijze worden voorkomen. 23

de wandafwerking moet voldoen aan DIN 18032-3 (ballwurfsicher); de wanden dienen tot minimaal 2,0 meter hoogte obstakelvrij en van een materiaal te zijn uitgevoerd dat lichamelijk letsel zoveel mogelijk uitsluit. Dit betekent een vlakke afwerking; de bedieningsmechanismen voor de diverse sporttoestellen en installaties vlak in de wand opnemen (nissen). Is dit niet mogelijk dan dienen deze op minimaal 2,0 meter (gemeten vanaf de bovenkant van de vloer tot de onderkant van het mechanisme) te worden aangebracht; de brandslanghaspels vlak in de wand opnemen. De brandslanghaspelkast dient te worden voorzien van een deur, eventuele handbrandmelders zijn geïntegreerd in de brandslanghaspelkast; de eventueel in de sporthal voorkomende uitwendige hoeken afronden tot minimaal 2,0 meter hoogte; vrijstaande kolommen in de sporthal en op de tribune zijn niet toegestaan; op de wanden tegenover de tribune wordt over de volledige lengte van de sporthal ruimte gereserveerd om op een esthetisch verantwoorde wijze reclameborden te plaatsen; de reflectiefactor van de kleur wand ligt tussen 0,45 en 0,6; de draairichting van de toegangsdeuren en ramen dient nooit zaal inwaarts te zijn Plafonds P1: Plafondafwerking systeemplafond: een bijdrage leverend aan de akoestische kwaliteit van de ruimten; geschikt voor inbouw armaturen, roosters etc.; plafondplaten zijn eenvoudig te reinigen en vervangbaar;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=03e9e266-9351-4745-8a27-a930daea27af