Bijlage 2 ontwerp Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 2040 (tekst)
Tekst van het document
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
maken keuzes gezamenlijk te bepalen hoe deze ontwikkelingen in balans met de omgeving kunnen plaatsvinden. We verwachten dat betrokken partijen aansluiten bij de uitgangspunten uit onze omgevingsvisie en wij sturen daarbij op een integrale aanpak en een goed participatieproces met bewoners door de initiatiefnemers van de plannen. 4. Omdat de ondergrond snel vol raakt, zetten we als gemeente in op het bundelen van buisleidingen. Daarbij houden we er rekening mee dat de tracékeuze bepalend is voor de (toekomstige) mogelijkheden voor de warmtetransitie (warmtenet) van de gebouwde omgeving en glastuinbouw. Indien nodig anticiperen we tijdig op realisatie van een nieuwe tunnel in de buisleidingenstraat. 5. We steunen de realisatie van een regionaal warmtenet, gebruikmakend van de grote industriële (rest)warmte bronnen op het Haven- en Industrieterrein. De eerste verkenning is om met de restwarmte het bestaande Amer-warmtenet van warmte te gaan voorzien. Op dit warmtenet zijn circa 51.000 huishoudens in de regio Breda-Tilburg aangesloten. We vinden het daarbij van groot belang om lokale meekoppelkansen te verzilveren. Afhankelijk van het nog te bepalen tracé kunnen mogelijk ook glastuinbouwbedrijven in Zevenbergen / Langeweg en woningen in de gemeente Moerdijk van duurzame warmte worden voorzien, met name in Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Moerdijk-dorp en Klundert.
Tevens kan er in de verdere toekomst een regionale aansluiting worden gemaakt richting Roosendaal. Daarnaast onderzoeken verschillende partijen momenteel de potentie van de toepassing van geothermie, als alternatieve duurzame warmtebron.
56
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
6. Als gemeente kiezen we voor het aanhouden van de Roode Vaart reserve: een reservering van 95 hectare voor een uitbreiding insteekhaven Roode Vaart op het Haven- en Industrieterrein, voor overslag en kadegebonden bedrijfsactiviteiten. Deze ontwikkeling is alleen mogelijk als de noodzaak hiervan is aangetoond. Ook hierbij geldt de meerwaarde benadering, waarbij ontwikkelingen aantoonbaar meerwaarde moeten opleveren op het gebied van duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid. 7. Bij ontwikkelingen op het Haven- en Industrieterrein en Logistiek Park Moerdijk spannen we ons ervoor in om het juiste bedrijf op de juiste plek te zetten. Hiertoe blijven we proactief het gesprek voeren met het Havenbedrijf en de provincie Noord-Brabant. Indien daar aanleiding toe is, onderzoeken we bedrijfsverplaatsingen die bijdragen aan de gewenste verduurzaming (energie, circulariteit) en/of extra (geluids)belasting op de omgeving beperken. Dit doen we in samenspraak met de partners van de Havenstrategie. 8. We kiezen voor concentratie van logistiek op het Logistiek Park Moerdijk, en op delen van het Haven- en Industrieterrein en stationsgebied Lage Zwaluwe. Op deze locaties is ook grootschalige logistiek mogelijk (groter dan 3 hectare).
De infrastructuur en het ecosysteem zijn daar goed op ingericht en het biedt mogelijkheden om clusterversterking binnen het Haven- en Industrieterrein te bevorderen. 9. Als gemeente Moerdijk spannen we ons in voor een verbeterde bereikbaarheid van het Haven- en Industrieterrein voor personenvervoer. Het terrein heeft een zeer belangrijke functie als werklocatie.
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
57
Het bedrijfsleven en de gemeente hebben een gedeeld belang in het verbeteren van de bereikbaarheid, voor werknemers, de logistiek en Moerdijkse inwoners. Daartoe zetten we als gemeente, samen met het bedrijfsleven en de partners van de Havenstrategie, in op
11. Als gemeente zetten we vanuit het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIRT-Programma) Goederenvervoercorridor Zuid in op het verkennen van de mogelijkheden voor een multimodale aansluiting op het Haven- en Industrieterrein.
a. het (waar mogelijk) verbeteren van de ov-bereikbaarheid; b. het faciliteren van deelmobiliteitsconcepten; c. het faciliteren van doorfietsroutes, die naast een betere bereikbaarheid ook een gezonde leefstijl stimuleren (actieve mobiliteit); d. het faciliteren van elektrische mobiliteit en een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als voor de fiets; e. Het stimuleren van werkgeversaanpak gericht op gebruik van OV, deelmobiliteit en fietsen. f. een betere ontsluiting voor wegverkeer van en naar het gebied, om sluipverkeer door Klundert te voorkomen en betere doorstroming te faciliteren, met name tijdens spitsuren en in het geval van calamiteiten.
12. Als gemeente Moerdijk kiezen we voor toekomstbestendige werkgelegenheid. Daartoe maken we de gevolgen voor de arbeidsmarkt en huisvesting tot onderdeel van onze afweging. We zoeken een goede balans tussen het type werkgelegenheid en het aanbod van beschikbare werknemers inclusief daarbij behorende huisvesting. We volgen hier de doelen van de vastgestelde Integrale Aanpak Arbeidsmigratie. We werken samen met omliggende gemeenten, werkgevers en onderwijsinstellingen aan de ontwikkeling van een leeromgeving waarin bedrijven en onderwijsinstellingen opleidingsbehoeften afstemmen en passend aanbod realiseren. Zo maken we Moerdijk zichtbaar voor (potentiële) werknemers als aantrekkelijke plek om te werken en te (blijven) leren.
10. Aanvullend zetten we als gemeente in op het koppelen van de verwachte groei van het goederenvervoer aan een omslag naar meer duurzame en veilige vervoersopties, via weg, spoor, water en buis. Daarbij kiezen we ervoor om dit altijd gepaard te laten gaan met een lokale meerwaarde, op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Hierbij geven we speciale aandacht aan de goederenlijn vanaf station Lage Zwaluwe naar het Haven- en Industrieterrein, die langs Moerdijk-dorp loopt. We zullen als gemeente nader onderzoeken hoe de toenemende intensiteit van het goederenvervoer toekomstbestendig kan worden ingepast met het oog op de lokale veiligheid en leefbaarheid.
13. Als gemeente willen we ons volop inzetten voor de veiligheid in Moerdijk, ook binnen de contouren van het Haven- en Industrieterrein. Hoewel er altijd risico’s gepaard gaan met het soort bedrijvigheid op het Haven- en Industrieterrein streven we naar een zo veilig mogelijke leefomgeving bij het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen op en rondom het Haven- en Industrieterrein. Subjectieve veiligheid is eveneens onderdeel van het gehele veiligheidsregime: het is belangrijk dat de inwoners van de gemeente Moerdijk het vertrouwen hebben dat bedrijven veiligheid hoog in het vaandel hebben staan. Hierbij hoort ook monitoring van de veiligheid
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
en goede communicatie vanuit de gemeente naar inwoners toe over de feitelijke veiligheid. 14. Op het Haven- en Industrieterrein stimuleren we als gemeente het werken aan een klimaatbestendig watersysteem, de verbetering van de waterkwaliteit en het sluiten van de (afval)waterketen. Daarnaast voegen we – waar mogelijk – extra groenvoorzieningen toe om het hitte-eilandeffect tegen te gaan, stimuleren het Havenbedrijf en het bedrijfsleven om hier ook een slag in te slaan. Samen met de waterpartners van het Haven- en Industrieterrein gaan we sterker inzetten om – naast de openbare ruimte en de groenblauwe mantel – ook de bedrijven zelf hun verharde terreinen te laten aanpakken. 15. Als gemeente zetten we zoveel mogelijk in op het behouden en verder ontwikkelen van de groenblauwe bufferzone rond het Haven- en Industrieterrein tot volwaardige groene uitloopgebieden, die onderdeel zijn van de leefomgeving van de kernen en de gebruikers van het Haven- en Industriegebied. Op het moment dat er toch ontwikkelingen moeten plaatsvinden in deze groenblauwe bufferzone, bijvoorbeeld in het kader van verduurzaming, bieden we aanvullende mogelijkheden voor extensieve recreatieve ontwikkelingen in de zone tussen de noordzijde van Zevenbergen en het Haven- en Industrieterrein.
Op deze manier zetten we ons in op het behoud van een groene buffer tussen de economische activiteit op het Haven- en Industrieterrein en de stedelijke woonomgeving.
58
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
5.5
REGIONALE BEDRIJVENTERREINEN
Investeren in oplossingen voor maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, klimaatadaptatie,
Nieuw bedrijventerrein rondom Station Lage Zwaluwe met ruimte voor een mobiliteitshub en multifunctionele functies
59
circulaire economie en kwaliteit ruimtelijke
Vestiging van grootschalige
inrichting bij (her)ontwikkeling van lokale
logistieke bedrijven (> 3ha) is
bedrijventerreinen
niet mogelijk op Dintelmond
Inzetten op een betere fietsbereikbaarheid van lokale en regionale bedrijventerreinen
In de gemeente Moerdijk zijn twee regionale bedrijventerreinen gevestigd: Dintelmond en de ontwikkeling van Bedrijven Poort West-Brabant. Dintelmond ligt aan het Volkerak, in het westelijk en meer agrarisch deel van de gemeente. De jachthaven en het bedrijventerrein delen dezelfde naam vanwege de ligging aan rivier de Dintel. Dintelmond biedt op 80 hectare ruimte aan bedrijven met een hoge milieucategorie en biedt werk aan ongeveer 1.500 mensen. De locatie geniet van een goede bereikbaarheid over het water vanaf het Schelde-Rijnkanaal in verbinding met het Hollandsch Diep en het Haringvliet. De sluis aan het einde van de haven vormt via de Dintel de doorgang naar het achterland. Aan de noordkant heeft het terrein aansluiting op de A29. Via spoor, water (Hollandsch Diep), buisleidingen en wegen (A4/A29) vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Dit brengt veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich mee voor omwonenden. Daarnaast kent Dintelmond een opgave in het bieden van ruimte voor lokaal ondernemerschap en het garanderen van goede bereikbaarheid van het bedrijventerrein.
Bij de indeling van de bedrijventerreinen binnen de gemeente Moerdijk houden we grofweg de regionale indeling aan, conform de regionale afspraken uit 2021. Een aantal bedrijventerreinen wordt daarom aangemerkt als regionale strategische bedrijventerreinen. De andere bedrijventerreinen, waar overwegend MKB is gevestigd, zijn lokale bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinen kunnen echter wel een bovenlokale verzorgingsfunctie hebben. Het beleid en de visie met betrekking tot de terreinen die onder de regie vallen van het Havenbedrijf zijn opgenomen in de Havenstrategie. De bedrijventerreinen Dintelmond en Bedrijven Poort West Brabant vallen hier niet onder. Hier wordt het beleid en de visie ontwikkeld door de gemeente Moerdijk in afstemming met de regio.
Bedrijven Poort West Brabant is een nieuw aan te leggen bedrijventerrein nabij station Lage Zwaluwe, aan de oostzijde van de A16. Het maakt deel uit van het logistieke cluster, vanwege de ligging nabij het Haven- en Industrieterrein en LPM. Op Bedrijven Poort West-Brabant wordt rond station Lage Zwaluwe ingezet op mobiliteit gerelateerde functies en een multifunctioneel programma om de OV-knooppuntfunctie beter te benutten. Daarnaast komen er ook functies die zich richten op logistiek, waaronder ondersteunende diensten.
60
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES: 1. Voor bedrijventerrein Dintelmond hanteren we als gemeente Moerdijk een meer consoliderende houding. We kiezen voor behoud van het huidige karakter, juist om zo het onderscheid en de regionale functie in de toekomst te behouden. We bieden hier nauwelijks tot geen mogelijkheden voor uitbreiding van het bedrijventerrein, in verband met ruimtelijke- en functionele beperkingen, de financiële haalbaarheid en de druk op de omgeving. 2. Het bedrijventerrein Dintelmond ligt in de ‘recreatieve zone langs het water’. Echter, de combinatie met de zwaardere bedrijvigheid – die ook op Dintelmond plaatsvindt – vormt een uitdaging richting 2040. Daarom kiezen we niet voor uitbreiding van de jachthaven of voor versterking van het (water)recreatieve profiel op Dintelmond. 3. Ook op Dintelmond zetten we in op het verbeteren van de fietsbereikbaarheid van het bedrijventerrein en de recreatieve jachthaven. Het bedrijventerrein is hiermee beter verbonden met Moerdijkse kernen en de regio en draagt het bij aan actieve mobiliteit. Daarmee stimuleert deze ontwikkeling een gezonde leefstijl.
5. Rondom het Station Lage Zwaluwe wordt een nieuw bedrijventerrein toegevoegd van circa 20 hectare. Hierin is ruimte voor een mobiliteitshub en multifunctionele functies nabij het station en logistieke (ondersteunende) functies. 6. Als gemeente Moerdijk kiezen we voor toekomstbestendige werkgelegenheid. Daartoe maken we de gevolgen voor de arbeidsmarkt en huisvesting tot onderdeel van onze afweging. We volgen hier de doelen van de vastgestelde Integrale Aanpak Arbeidsmigratie. Zo faciliteren we dat werknemers de mogelijkheid krijgen om mee te bewegen indien het type werkzaamheden verandert en andere scholing of vaardigheden vergt, bijvoorbeeld door het aanbieden van scholingsprogramma’s, al dan niet samen met het bedrijfsleven. 7. Als gemeente Moerdijk faciliteren we elektrische mobiliteit en zetten daartoe op de regionale bedrijventerreinen in op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als voor de fiets.
4. Ontwikkeling van (grootschalige) logistiek > 3ha op bedrijventerrein Dintelmond is niet mogelijk. De benodigde infrastructuur is niet aanwezig - geen passende aansluiting op het spoor of de snelweg - en het huidige verkavelingspatroon sluit er niet goed op aan.
61
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
5.6
LOKALE BEDRIJVENTERREINEN
Naast het Haven- en Industrieterrein Moerdijk, Logistiek Park Moerdijk en de regionale bedrijventerreinen bevinden zich nog 15 andere bedrijventerreinen verspreid over Moerdijk. De meeste bevinden zich aan de oostzijde van de gemeente, met een concentratie rond Zevenbergen. Deze locaties vormen een belangrijk onderdeel van de lokale werkgelegenheid en het ondernemerschap. De verschillende bedrijven op de lokale bedrijventerreinen kenmerken zich met een sterk profiel in de logistieke sector en dienstverlening. Het lokale midden- en kleinbedrijf is onmisbaar voor het versterken van de lokale economie en de connectie tussen ondernemers en inwoners. Naast het goed bereikbaar houden van de verschillende bedrijventerreinen, is de schaarste aan bedrijfslocaties voor lokale MKB’ers een grote uitdaging richting 2040. Tevens spelen er ook op deze locaties opgaven op het gebied van duurzaamheid en bereikbaarheid.
GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES: 1. In de gemeente Moerdijk spannen we ons ervoor in om het juiste bedrijf op de juiste plek te zetten. Bij ontwikkelingen op onze bedrijventerreinen kijken we altijd eerst naar de mogelijkheden van verplaatsing en verdichting vóór uitbreiding van terreinen. Zo kunnen we beter sturen op de gewenste verduurzaming (energie, circulariteit) en kunnen we extra (geluids)belasting op de omgeving beperken. We zetten in op de bediening van ons lokale MKB waarbij opgaven op gebied van duurzaamheid en klimaat worden geborgd. 2. We kiezen voor herstructurering en transformatie van bedrijventerreinen De Koekoek 1 (onderdeel Zevenbergen Noord), Schansdijk (voormalig Caldic-terrein, transformatie naar flexwonen), De Hil (onderdeel ontwikkeling stationsgebied Zevenbergen, transformatie naar wonen en werken) en delen van bedrijventerrein Molenvliet. De transformatie betreft met name terreinen die geen actieve functie meer hebben als bedrijventerrein. Door toevoeging van een nieuw lokaal bedrijventerrein bij Zevenbergen Noord wordt voldoende beschikbaar aanbod aan lokale bedrijventerreinen geborgd. 3. Bij de (her)ontwikkeling van lokale bedrijventerreinen investeren we tegelijkertijd in oplossingen
62
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
voor maatschappelijke opgaven, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en de kwaliteit ruimtelijke inrichting en inpassing van terreinen in de omgeving. We proberen zoveel mogelijk opgaven gelijktijdig op te pakken. Dergelijke doelen verankeren we in het Omgevingsplan - zoals in een recente pilot van bedrijventerrein de Schans reeds is toegepast. 4. Als gemeente Moerdijk kiezen we voor toekomstbestendige werkgelegenheid. Daartoe maken we de gevolgen voor de arbeidsmarkt en huisvesting tot onderdeel van onze afweging. We volgen hier de doelen van de vastgestelde Integrale Aanpak Arbeidsmigratie. Zo faciliteren we dat werknemers de mogelijkheid krijgen om mee te bewegen indien het type werkzaamheden verandert en andere scholing of vaardigheden vergt, bijvoorbeeld door het aanbieden van scholingsprogramma’s, al dan niet samen met het bedrijfsleven. 5. Ook op de lokale bedrijventerreinen is veiligheid ook een belangrijk thema. We kijken naar verkeersveiligheid en gaan actief ondermijning tegen. 6. Als gemeente zetten we in op een betere fietsbereikbaarheid van de lokale bedrijventerreinen. Deze vorm van actieve mobiliteit stimuleert tevens een gezonde leefstijl.
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
7. Als gemeente Moerdijk faciliteren we elektrische mobiliteit en zetten daartoe op de lokale bedrijventerreinen in op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als voor de fiets. 8. We kiezen voor het dezoneren (geluidsruimte)6 van bedrijventerrein De Koekoek 2 om meer ontwikkelruimte te geven aan andere soorten bedrijvigheid en aangrenzende woningbouwambities in Zevenbergen-Noord. 9. Voor alle lokale bedrijventerreinen geldt dat de vestiging van (grootschalige) logistieke bedrijven > 3ha niet mogelijk is. 10. Perifere detailhandel wordt geclusterd op de bedrijventerreinen De Koekoek I en Zwanengat. Hierbij kan worden aangesloten op de bestaande clusters. Het is wenselijk om op deze terreinen in de randen perifere detailhandel toe te staan.
63
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
5.7
BUITENGEBIED Samen met de agrariër actief zoeken naar
Aanleggen en koppelen van wandel- en fietsroutes met cultuurhistorie (Zuiderwaterlinie)
een passende en duurzame invulling van
Verstevigen van het open
de vrijkomende agrarische bebouwing en
karakter en versterken van
bijbehorende agrarische gronden
landschappelijke waarden
en recreatieve functies Ruimte voor duurzame, innovatieve en klimaatrobuuste Benutten van de recreatieve potentie van ons buitgebied, zowel op het land als op het water
64
landbouw Water- en bodemsysteem zijn leidend bij ontwikkelingen in het buitengebied
Het buitengebied van Moerdijk kent een open polderlandschap met bomenrijen op de dijken, erfbeplanting bij boerderijen en kruidenrijke zomen en rietlanden en kleine hakhoutbosjes langs de voormalige kreken. Aan de noord- en westkant liggen belangrijke natuurgebieden waaronder het Hollandsch Diep, het Volkerak en de Biesbosch. Het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het landschap vormen een belangrijke uitdaging.. Het buitengebied van de gemeente Moerdijk wordt sterk gekenmerkt door agrarische bedrijvigheid. Daarbij ligt het zwaartepunt op akkerbouw zoals voor de teelt van aardappelen en suikerbieten. In het westelijk deel van de gemeente zijn enkele grote veehouderijen en meerdere boomgaarden, boomkwekerijen en fruitkwekerijen te vinden. Daarnaast kent Moerdijk een aantal innovatieve en hoogtechnologische bedrijven op het gebied van zaadveredeling, carbon farming en biobased materialen. Daarmee is landbouw van zowel economische als landschappelijke betekenis. Tegelijkertijd ondergaat het landelijk gebied momenteel een aantal grote veranderingen. De agrarische sector in Nederland staat voor een transitie naar een meer duurzame en klimaatrobuuste bedrijfsvoering.
Daarnaast neemt het aantal landbouwbedrijven in het Moerdijk de afgelopen jaren gestaag af - in lijn met de landelijke trend, en deze ontwikkeling zal de komende jaren doorzetten. Het gebrek aan opvolging heeft daar een rol in, maar ook de onzekerheid en onduidelijkheid rond het (economische) toekomstperspectief van agrariërs door de stikstofcrisis. Het is daarom een belangrijke opgave om de landschappelijke kwaliteit
65
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
van het buitengebied te behouden, door te zoeken naar een goede, structurele en duurzame invulling van de vrijkomende agrarische gronden en bebouwing. De goede waterhuishouding en vruchtbare grond maken het buitengebied van Moerdijk een geschikte plek voor het uitoefenen van landbouw, maar in de toekomst wordt het behoud van deze productievoorwaarden een steeds grotere opgave. Het op peil houden van de bodemkwaliteit en -vitaliteit is een opgave, evenals het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast spelen er belangrijke opgaven in het verbeteren van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Conform de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moet dit uiterlijk in 2027 op orde zijn. GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES: 1. We zetten in op een herkenbaar buitengebied met landbouw als drager, maar enkel toekomstgericht. Daarbij geven we als gemeente agrariërs de ruimte om invulling te geven aan duurzame, innovatieve en klimaatrobuuste landbouw. We denken graag mee met agrariërs die ideeën hebben die bijdragen aan een toekomstbestendig en leefbaar buitengebied. Waar mogelijk en wenselijk bieden we hiertoe planologische ruimte; denk bijvoorbeeld aan meervoudige verdienmodellen, innovatie en experimenten om hun bedrijfsmodel te verduurzamen.
Om het open polderlandschap en de landschappelijke kwaliteit te borgen, hanteren we voor uitbreiding van bestaande agrarische bedrijven een maximale grootte van de bebouwing van 2,5 hectare. Deze ontwikkeling moet toekomstbestendige en/of klimaatrobuuste landbouw betreffen, in lijn met het Landschapskwaliteitplan.
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
2. Voor uitbreidingen van de glastuinbouwsector bieden we ruimte in de doorgroeigebieden glastuinbouw. Randvoorwaardelijk voor deze groei zijn (a) een duurzame oplossing van de energiebehoefte, (b) een goede landschappelijke inpassing en (c) bij voorkeur geen assimilatiebelichting. Voor de assimilatiebelichting zullen we indien nodig – in overleg met de ondernemer – afspraken te maken over de hoeveelheid afscherming en tijdstippen van belichting, om de leefomgeving te beschermen. Daarnaast hebben we nog enkele bestaande, solitaire glastuinbouwbedrijven in ons buitengebied. Deze bedrijven geven we ook ruimte om door te groeien – binnen de aangewezen contouren – tot maximaal 3 hectare glas.
4. Voor nieuwvestiging van grondgebonden agrarische bedrijven kiezen we primair voor vrijkomende agrarische locaties. Slechts onder specifieke voorwaarden – zoals op het gebied van natuurinclusiviteit en biodiversiteit – kunnen we als gemeente de mogelijkheid bieden voor nieuwvestiging op een nog niet bebouwde locatie in het buitengebied.
7. Water- en bodemsysteem zijn leidend bij ontwikkelingen in het buitengebied. Het landschap fungeert als onderlegger: dit betekent onder andere dat we kreken en de lagere delen van ons buitengebied willen benutten voor de versterking van het waterbergend vermogen. Hiertoe kiezen we er als gemeente onder andere voor om in te zetten op zogeheten klimaatrobuuste biodiversiteitspolders. Hier zal als gevolg van klimaatverandering de grondwaterstand (tijdelijk) hoger worden, waardoor ook de manier van het grondgebruik zal meeveranderen. Het rijks- en provinciaal beleid geven hier reeds richting aan. Middels een nadere uitwerking brengen we in beeld waar nog keuzes liggen en hoe tot een gedragen uitvoering kan worden gekomen: waaronder richtlijnen voor areaalgrootte, percentage natuur en groenblauwe dooradering, innovatieve teelten, nieuwe infrastructuur en woningbouw. Aanvullend kiezen we voor een aantal biodiversiteitslinten waar we inzetten op vernatting in combinatie met het verbeteren van de biodiversiteit. We zien agrariërs hierbij als belangrijke landschapsbeheerder en willen als gemeente samen met hen inzetten op agrarisch natuur-, bodem- en waterbeheer.
5. We sluiten met nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied aan op het verder versterken van de huidige eigenschappen van het buitengebied: aan de westkant van de gemeente agrarisch gebruik dat verweven is met natuur en kleinschalige recreatie, aan de oostzijde agrarisch gebruik verweven met verstedelijking, bedrijvigheid en infrastructuur.
8. In de polders zijn nog grillige oude kreken en kreekruggen aanwezig. Enerzijds zorgen ze voor het afvoeren van overtollig water, anderzijds zijn de kreken van grote ecologische waarde van natte natuur. Deze waarden willen we versterken door het toevoegen van begeleidende beplantingsvormen langs rechtgetrokken kreken, en – waar mogelijk
3. Er is geen ruimte voor nieuwvestiging of uitbreiding van intensieve veehouderijen. Voor grondgebonden veehouderijen is alleen ruimte voor uitbreiding indien er sprake is van een verduurzaming van de bedrijfsvoering.
66
6. In het buitengebied van de gemeente Moerdijk is mestvergisting en -bewerking alleen mogelijk voor bestaande agrarische bedrijven waarbij de mest van het eigen bedrijf wordt verwerkt.
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
– rechtgetrokken krekenstructuren herstellen tot hun originele stroomgebied, op basis van vrijwilligheid van de perceeleigenaar. Ontwikkelingen in het buitengebied moeten meegroeien met de natuurlijke landschapskenmerken. 9. We versterken de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het buitengebied, zoals het aanleggen en koppelen van wandel- en fietsroutes met cultureel erfgoed (Zuiderwaterlinie) en recreatieve functies. Zo kijken we naar het toevoegen van meer ommetjes vanuit de kernen richting het buitengebied, niet alleen langs wegen, maar ook via recreatief medegebruik van agrarische percelen. Dit dient uitsluitend op basis van vrijwilligheid van de perceeleigenaar plaats te vinden. Tegelijkertijd pakken we koppelkansen met de klimaatopgave op, zoals via kreekherstel, het benutten van de historische inundatiegebieden, de klimaatlinten en/ of de schootsvelden zoals in de Ruigenhilpolder. 10. In ons buitengebied werken we aan het verstevigen van het open karakter en versterken we de landschappelijke waarden. Bij gebiedsontwikkelingen stellen we de randvoorwaarde dat dit gepaard gaat met een kwaliteitsimpuls voor het landschap en natuur, evenals met een verbetering van de gebruikswaarde voor de inwoners. Indien nodig wordt de Visie Buitengebied aangepast, zodat het aansluit op reeds bestaande en nieuwe doelen en de systematiek goed toepasbaar is. 11.
We zijn zuinig op ons buitengebied en waardevolle landbouwgrond: voor productie van duurzame energie in het buitengebied zetten we primair in op zon op (grote) daken. Ook bieden we ruimte aan kleinschalige windturbines op agrarische grond in het kader van zelfvoorzienendheid van de agrariër.
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
Daarnaast is er alleen ruimte voor duurzame opwek als er sprake is van meervoudig ruimtegebruik met behoud of versterking van de agrarische productiefunctie of de landschappelijke kwaliteiten. We vinden het belangrijk dat inwoners kunnen profiteren van de opbrengsten van duurzame energieopwek. Dit faciliteren we via het regionaal investeringsfonds, evenals het stimuleren van lokale energiecoöperaties. 12. We borgen dat het Moerdijkse open polderlandschap voor inwoners een prettig woongebied blijft, zoals in de buurtschappen en dijklinten. Hierbij hanteren we de uitgangspunten van de vastgestelde Visie Bebouwingsconcentraties. We bieden een goede kwaliteit van leven in een rustige en gezonde leefomgeving. We zorgen dat het buitengebied goed beleefbaar is en fijnmazig ontsloten is, bijvoorbeeld met ommetjes en (recreatieve) wandel- en fietspaden. Daarbij zetten we in op het veilig en aantrekkelijk maken van bestaande wegen in het buitengebied voor meer (elektrische) fietsen. Dat vraagt ook keuzes: waar doelgroepen samen kunnen, faciliteren we dat veilig. Waar het niet kan, zoeken we naar een passende oplossing, bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer. 13. Ook in het buitengebied faciliteren we als gemeente Moerdijk elektrische mobiliteit en zetten daartoe in op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als voor de fiets. 14.
Bij agrarische bedrijfsbeëindiging zoeken we samen met de agrariër actief naar een passende en duurzame invulling van de vrijkomende agrarische bebouwing en bijbehorende agrarische gronden. We zien kansen om op deze manier ons buitengebied te verrijken met nieuwe kleinschalige
67
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
invullingen voor recreatie, klimaatrobuuste en kringlooplandbouw, passende en onderscheidende kleinschalige (collectieve) woonconcepten of kleinschalige bedrijvigheid (maximaal milieucategorie 2). Op dit thema willen we als gemeente goed de regie voeren om verrommeling van ons buitengebied te voorkomen. 15. De windparken Volkeraksluizen en Sabinadijk worden herontwikkeld (‘repowering’), waarbij de twee bestaande windparken worden vervangen door één nieuw windpark. Als gemeente Moerdijk houden we vast aan de voorwaarde dat de vervanging van de huidige windmolens op de Volkeraksluizen voor hogere exemplaren ten noordoosten van de A29 is uitgesloten. 16. Voor knooppunt Zonzeel zetten we in op een extra aansluiting richting Zevenbergen om de (toekomstige) verkeersdrukte te faciliteren, zowel lokaal als in de regio. Deze ambitie pakken we regionaal op – samen met buurgemeenten Breda, Drimmelen, Etten-Leur en Oosterhout – via een regionaal mobiliteitspakket en in SRBT-verband richting het Rijk. 17. We benutten de recreatieve potentie van ons buitengebied – zowel op het land als op het water – en bevorderen hiermee het welzijn van inwoners en versterken onze economische structuur.
Daartoe zetten we in op het beter uitdragen en aantakken op de wandel- en fietsroutes van onze recreatieve parels, zoals de erfenis van Zuiderwaterlinie (forten, schootsvelden, inundatiegebieden), maar ook de campings en vakantieparken. Tevens zetten we in op recreatief medegebruik van het vele water in onze gemeente: we zorgen voor meer aanlegplekken en steigers, benutten de kreken in het
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
buitengebied voor kleinschalige waterrecreatie, en versterken onze jachthavens en veerpontjes (toevoegen extra opstappunten). 18. In het buitengebied geven we geen ruimte aan detailhandel. Dergelijke activiteiten horen in onze kernen. De kleinschalige verkoop van landbouwproducten door agrariërs in het buitengebied blijft echter wel mogelijk.
68
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
6
Uitvoering
69
Met deze omgevingsvisie blikken we vooruit naar Moerdijk in 2040. We hebben in beeld gebracht waar we kansen zien, opgaven en hoe we hier nu en in de toekomst op willen anticiperen. Samen hebben we een koers uitgezet. Het is nu aan ons als inwoners, partners en gemeente zelf om hieraan uitvoering te geven. We zien daarbij een rol voor ons als gemeente om helderheid te verschaffen en de
70
regie te nemen waar nodig, maar zijn hierbij ook afhankelijk van de welwillendheid van andere partijen. In dit hoofdstuk gaan we in op onze rol als gemeente en werpen we een blik op samenwerking, de randvoorwaarden voor participatie, het ruimtelijk instrumentarium en de monitoring en evaluatie die volgen uit deze gestelde koers.
6.1
SAMENWERKING
BLIJVEN SAMENWERKEN MET DE SAMENLEVING
DE OMGEVINGSVISIE ALS AFWEGINGSKADER VOOR INITIATIEVEN:
Veel ontwikkelingen starten met initiatief van inwoners, bedrijven en instellingen. De omgevingsvisie is een uitnodiging om samen aan deze ambities te werken. Als gemeente Moerdijk doen we dit door inwoners, bedrijven en instellingen de ruimte te geven om initiatief te tonen en verantwoordelijkheid te nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Voor alle initiatieven geldt dat deze visie het afwegingskader vormt. Dit kan betekenen dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdrage leveren aan de gestelde doelen, maar ook dat we initiatieven die goed passen binnen onze visie extra kracht bij willen zetten. Hierbij zullen we als gemeente denken en handelen vanuit mogelijkheden, vertrouwen en verbinding en kiezen we voor een houding vanuit het uitgangspunt ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.
Deze omgevingsvisie geeft een inzicht in de vele uitdagingen en opgaven waar we als gemeente Moerdijk voor staan. Het is een uitnodiging aan iedere inwoner en ondernemer om hierover mee te denken en de ambities samen te brengen met eigen acties en keuzes. De samenleving van 2040 maken we samen.
SAMENWERKEN IN DE REGIO WEST-BRABANT Veel van de maatschappelijke opgaven houden zich niet aan de gemeentegrenzen, waardoor regionale samenwerking van groot belang is. In Moerdijk zijn we al jaren gewend om in nauwe afstemming te werken met de buurgemeenten en andere regionale partners, zoals de GGD, het waterschap en Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Zo is de gemeente Moerdijk onderdeel van de regio
71
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
Als gemeente verduidelijken we met deze omgevingsvisie welke thema’s we meewegen in ons nieuwe beleid en beslissingen. Op de besluitvorming over initiatieven die zijn voorzien in de huidige regelgeving, zoals de bestemmingsplannen, heeft deze visie geen directe gevolgen. De juridisch gefundeerde vergunningsprocessen blijven identiek. We nodigen echter wel uit om verder te gaan dan dit juridisch fundament voor bescherming, behoud en ontwikkeling van onze leefomgeving en willen ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen. Hierbij staan de kenmerken en identiteit van onze gemeente altijd voorop. Bij een initiatief of ontwikkeling stellen we onszelf en de initiatiefnemer de volgende drie vragen:
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
1. Draagt de ontwikkeling of het initiatief bij aan de geformuleerde kernambities en sluit het aan op de gebiedsgerichte uitwerkingen en in welke mate? 2. Is er sprake van een negatieve en/of positieve impact op de kwaliteiten van de leefomgeving, zoals verwoord in deze omgevingsvisie? 3. In welke mate wordt het initiatief of de ontwikkeling gedragen door de directe omgeving en wat zijn daarvan de redenen? In de omgevingsvisie staan verschillende ambities en doelen opgenomen die we willen stimuleren en realiseren met alle ontwikkelingen in Moerdijk. Bij de verdere uitwerking, waaronder in het omgevingsplan, kijken we in hoeverre de uitgangspunten die nu beschreven staan in onze bestemmingsplannen aansluiten op de ambities in deze omgevingsvisie. Indien nodig scherpen we bij het opstellen van het omgevingsplan uitgangspunten aan of voegen we nieuwe uitgangspunten toe.
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
West-Brabant, een samenwerking van zestien gemeenten met de gezamenlijke ambitie de regio economisch te versterken. Momenteel spelen er op dit gebied meerdere regionale ontwikkelingen, zoals op het gebied van verstedelijking. We sturen zelf actief mee en zijn een gelijkwaardige samenwerkingspartner. Dit is zowel merkbaar binnen de gemeente, als in de verschillende samenwerkingsverbanden die er zijn, waar de ontwikkelingen adequaat en integraal opgepakt worden. In de toekomst zal deze samenwerking naar verwachting verder toenemen, bijvoorbeeld in de doorvertaling van regionale visies en programma’s. Deze lenen zich ervoor om programmatisch binnen de omgevingsvisie opgepakt te worden. Denk hierbij aan de Regionale Energiestrategie en de regionale strategie en uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Ook zal de gemeente samen met andere gemeenten in de provincie en regio West-Brabant actief deelnemen aan processen rondom de verstedelijking en het landelijk gebied. Denk hierbij aan de ontwikkelstrategie voor verstedelijking en het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG). De gemeente zal actief de belangen van zijn (agrarische) bedrijven en inwoners inbrengen in deze processen, met als doel de doorontwikkeling van vitale kernen en een leefbaar platteland,waar het prettig wonen en werken is.
72
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
SAMENWERKEN MET ANDERE OVERHEDEN
REGIE WAAR NODIG OF GEWENST
De invoering van de Omgevingswet zal er in de praktijk toe leiden dat de samenwerking tussen gemeenten en provincies intensiveert. Bijvoorbeeld omdat het instrumentarium verandert, waardoor van beide overheden een actieve opstelling verwacht wordt. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en provincies. We vinden het van groot belang om als gemeente Moerdijk bij de totstandkoming van beleid en regelgeving van andere overheden vroegtijdig mee te denken. Dit met als doel om problemen bij lokale toepassing van hogere regelgeving te voorkomen. Bij conflicterende visies van andere overheden wordt vroegtijdig het gesprek aangegaan. Anderzijds kunnen we als gemeente bijdragen aan ontwikkelingen ‘van bovenaf’ en daar een lokale invulling aan geven. Afstemming en samenwerking met verschillende overheden dragen bij aan slimmere oplossingen, vooral als het gaat om complexe opgaven en gebiedsoverstijgende belangen, zoals het geval is voor verstedelijking, klimaat en duurzaamheid. Daarbij geldt wel dat ons standpunt op het gebied van energie gekoppeld is aan de afspraken over tracékeuzen, compensatie en inpassing.
We werken als gemeente Moerdijk - zoals we gewend zijn - samen met inwoners, organisaties en andere overheden aan onze fysieke leefomgeving. We vinden het belangrijk om ruimte te bieden aan initiatief van onderop, om zo ook betrokkenheid van onze inwoners en medeverantwoordelijkheid voor onze leefomgeving te stimuleren. Dat betekent ook dat we als gemeente Moerdijk zaken soms wat meer zullen loslaten en meer in een faciliterende rol komen. Maar als bestuursorgaan ontlenen wij altijd ons bestaansrecht aan het democratisch proces. Dit blijft voor ons een vaste kernwaarde. We hebben de verantwoordelijkheid om te sturen op het algemeen belang. Dit doen we in ons eigen handelen, maar ook wanneer maatschappelijke partijen niet in staat blijken een oplossing te vinden voor opgaven. Dit betekent ook dat we partijen bijstaan wanneer onze kennis gevraagd of nodig is. De gemeente Moerdijk is dan naast samenwerkingspartner of aanjager soms ook regisseur (en uitvoerder), omdat op sommige onderwerpen een meer sturende of soms dwingende rol van de gemeente noodzakelijk is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grote opgaven als klimaatadaptatie, de gezonde en inclusieve samenleving en de energietransitie.
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
6.2
INSTRUMENTEN VOOR UITVOERING
Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en we weten niet hoe de wereld er over vijf of tien jaar uitziet. Deze omgevingsvisie zien wij als gemeente daarom als een dynamisch document. We kiezen ervoor om de visie periodiek te actualiseren. Met welk ritme we de visie aanpassen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten, de monitoring van onze doelen en van de staat van onze fysieke leefomgeving. We evalueren de omgevingsvisie in ieder geval elke vier jaar, in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen. Hiermee starten we in 2026. Daarnaast is het mogelijk om de visie van een herijking te voorzien wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven. Deze omgevingsvisie is de start van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze cyclus biedt structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen volgens een logisch proces: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente drie andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol. Het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.
73
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
Figuur 7 Samenhang omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
OMGEVINGSPROGRAMMA Het omgevingsprogramma is de uitwerking van één of meerdere ambities en ruimtelijke keuzes uit onze omgevingsvisie. Het programma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het doel te behalen. Denk daarbij naast financiering aan ruimtelijke en juridische instrumenten. Bij de invulling en uitwerking van deze omgevingsprogramma’s zullen (op onderdelen) inwoners en andere betrokken partijen nauw betrokken zijn. Want we kunnen dit als gemeente niet alleen. Heldere communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid zijn hierbij onze uitgangspunten. Het realiseren van het hoge ambitieniveau in deze omgevingsvisie staat of valt met tijdige en transparante communicatie tussen gemeente, inwoners en andere partijen. We staan dan ook voor een samenwerking tussen ons als gemeente, inwoners en andere partijen waarbij ieders rol duidelijk is en we elkaar serieus nemen. We gaan hierbij uit van een gedeelde verantwoordelijkheid, het leren van en respect voor elkaar en bereidwilligheid tot het sluiten van compromissen.
Met deze intentie werken we als gemeente al jaren en zullen we ook de processen rondom de omgevingsprogramma’s inrichten.
vastgelegd om de gemeenteraden te ontlasten en ze te helpen om op hoofdlijnen te sturen. Uiteraard betrekt het college van burgemeesters en wethouders de gemeenteraad bij het opstellen van programma’s en komt zij jaarlijks via de programmabegroting en verantwoording terug bij de gemeenteraad een update. Naast de wettelijk verplichte omgevingsprogramma’s, denken we voor de uitvoering van de Moerdijkse omgevingsvisie aan de volgende uitvoeringsprogramma’s: → Woonzorgvisie → Klimaatopgave. → Volkshuisvestingsprogramma → Nota Kostenverhaal → Verkeer en mobiliteit
Al deze uitvoeringsprogramma’s worden na vaststelling van de omgevingsvisie opgesteld als, opgenomen in, of omgevormd tot programma’s onder de Omgevingswet en gekoppeld aan de omgevingsvisie. Daarnaast verkennen we of het huidige beleid bij aanpassing al dan niet wordt gepositioneerd als programma onder de omgevingsvisie.
OMGEVINGSPLAN Het omgevingsplan – de opvolger van de huidige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen – bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het omgevingsplan geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie, binnen de kaders van de Omgevingswet. Het omgevingsplan regelt de balans tussen de functies van locaties in een gebied en stelt regels aan activiteiten. Naast het werken met (algemene) regels voor activiteiten, kan de gemeente gaan werken met omgevingswaarden. Zo kunnen in een gebied bijvoorbeeld strengere eisen op het gebied van milieu worden gesteld dan de waarden die zijn opgenomen in Rijksbeleid. In tegenstelling tot de gemeentelijke omgevingsvisie is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. OMGEVINGSVERGUNNING Het verlenen van een omgevingsvergunning maakt het mogelijk voor initiatiefnemers om aan de slag te gaan met de leefomgeving. Voor welke activiteiten een vergunning nodig is, is nu nog bepaald door de Rijksoverheid. De Omgevingswet geeft gemeenten meer ruimte in hun eigen afweging. In het omgevingsplan schrijven we op welke activiteiten wel of geen omgevingsvergunning behoeven.
Het college van B&W stelt de omgevingsprogramma’s vast. Dit heeft de wetgever zo expliciet
74
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
6.3
EVALUATIE
Onze omgevingsvisie is nu klaar, maar niet af. Nieuwe inzichten en opgaven zullen ons steeds opnieuw vragen te kijken naar de relevantie van ons beleid en de rol die we spelen als gemeente. Om onszelf snel aan te kunnen passen vormen monitoring en evaluatie een belangrijke pijler. MONITORING OP PROGRAMMANIVEAU De monitoring en evaluatie zal plaatsvinden op programmaniveau. In de programma’s worden de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitgewerkt. Getracht wordt om zoveel mogelijk de monitoring van de omgevingsvisie te laten voeden door de monitoring die in het kader van een programma wordt uitgevoerd. Doelstellingen worden zoveel mogelijk vertaald naar concrete beleidsindicatoren
uitdagingen voordoen of kan het gebeuren dat de omgevingsvisie en -programma’s onvoldoende antwoord geven op de vragen en verwachtingen uit de samenleving. In het bijstellen van de omgevingsvisie wordt de samenleving actief betrokken. De wijze waarop wordt vooraf met de gemeenteraad van Moerdijk afgestemd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (herijkte) omgevingsvisie vast. Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
TOEZICHT EN HANDHAVING Tot slot hebben toezicht en handhaving een belangrijke functie binnen het omgevingsbeleid. Dit zijn de middelen om activiteiten en de staat van de fysieke leefomgeving te volgen en waar nodig te waarborgen. In de praktijk komt het erop neer dat wij toezicht zullen uitoefenen op de vergunningen die verleend worden op grond van het omgevingsplan. Ook zullen wij toezien op naleving van de algemene regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan en in onze programma’s.
Te verwachten beleid Voor de komende periode verwachten we in ieder geval de volgende beleidsstukken: ‣ Nationaal- en Brabants Programma Landelijk Gebied en de
BIJSTELLEN VAN DE VISIE
bijbehorende regio-arrangementen ‣ Brabants Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur,
Wanneer het doel- en of effectbereik van de omgevingsvisie onvoldoende is, gaan we over tot bijstelling. Zo kan het zijn dat doelen niet of nauwelijks worden gerealiseerd of de doelen onvoldoende te handhaven zijn. Ook wordt er de komende periode nieuw nationaal, provinciaal en lokaal beleid ontwikkeld dat om bijstelling van de visie vraagt. Daarnaast kunnen zich nieuwe maatschappelijke
75
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
Energie en Klimaat (PMIEK) ‣ Beleidskader Leefomgeving (provincie Noord-Brabant) ‣ Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
6.4
BEKOSTIGING
De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities is groot, bijvoorbeeld in de openbare ruimte, voor allerhande voorzieningen zoals scholen, groen, energie, maar ook ingrepen in de infrastructuur om onze bereikbaarheid op orde te brengen en om onze leefomgeving aan te passen aan het veranderende klimaat. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen die toerekenbaar zijn aan een ontwikkeling proportioneel te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aanleg van openbare voorzieningen in het ontwikkelde gebied. De Omgevingswet biedt daarbij een wettelijke grondslag voor een (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en een initiatiefnemer. Naast het verhalen van de kosten voor het opstellen van het omgevingsplan, de gemeentelijke organisatiekosten en de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van een gebied zoals openbare voorzieningen, verhaalt de gemeente Moerdijk een gebiedseigenbijdrage en de bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen wanneer dat aan de orde is. De kostensoortenlijst, zoals opgenomen in het Omgevingsbesluit, vormt het uitgangspunt voor de te verhalen gemeentelijke kosten binnen een plangebied.
76
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
In deze omgevingsvisie hebben we als gemeente Moerdijk stevige ambities. Hiermee gaan forse investeringen gepaard. Een deel van deze investeringen zijn toe te rekenen aan plangebied en zijn rechtstreeks verhaalbaar en een deel van de kosten worden veroorzaakt door meerdere plangebied en zullen op die gebieden worden verhaald. Een deel van de investeringen is niet zomaar langs de lat van profijt, toerekenbaarheid, proportionaliteit te leggen, maar zijn wel van toegevoegde waarde voor iedereen op het grondgebied van de gemeente Moerdijk. In artikel 8.13 Omgevingsbesluit zijn de activiteiten opgenomen waarbij de gemeente verplicht de kosten moet verhalen. Naast het verplichte kostenverhaal biedt de Omgevingswet de gemeente ook de mogelijkheid om zogenaamde financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied te vragen. Deze financiële bijdragen kunnen op grond van artikel 13.22 Omgevingswet worden overeengekomen in een overeenkomst of op grond van artikel 13.23 Omgevingswet worden opgenomen in het Omgevingsplan. In de artikelen 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor bij overeenkomst een financiële bijdrage kan worden gevraagd en in artikel 8.13 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor in een omgevingsplan een financiële bijdrage kan worden opgenomen.
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
De gemeente zal een financiële bijdrage gaan vragen voor gemeentelijke investeringen, die gericht zijn op het versterken of in stand houden van maatschappelijk belangrijke functies, zoals onder meer voorzieningen, natuur, recreatie, waterberging en infrastructuur. Hoe we in Moerdijk omgaan met de financiële bijdrage aan eerdergenoemde ruimtelijke ontwikkelingen werken we uit in een Nota kostenverhaal. Deze Nota kostenverhaal is deels een nadere uitwerking van de Nota grondbeleid. De Nota kostenverhaal is echter deels ook de onderbouwing voor het vragen van financiële bijdragen op basis van deze Omgevingsvisie. Met de Nota Kostenverhaal worden uitgangspunten vastgelegd over de wijze waarop de kosten verhaald worden op initiatiefnemers van activiteiten en op welke wijze de gemeente financiële bijdragen gaat vragen. De Nota is een onderdeel van het gemeentelijk omgevingsbeleid. Het maakt deel uit van het geheel van visies, kaders en beleid over de fysieke leefomgeving. De Nota Kostenverhaal zal de status van programma krijgen, eveneens een kerninstrument onder de Omgevingswet. De Omgevingswet bepaalt dat zowel een omgevingsvisie en een programma de juridische basis kunnen vormen voor kostenverhaal.
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
EINDNOTEN 1
Duurzaamheid: het omschakelen naar een toekomstbestendige samenleving op basis van hernieuwbare energie.
2
Klimaatadaptatie: het aanpassen van de fysieke leefomgeving om de gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen. Bij geslaagde aanpassing noemen we dit ook wel een “klimaatrobuuste” leefomgeving.
3 Cultureel erfgoed is datgene dat door vorige generaties is gebouwd of gemaakt, en wat nu nog bestaat. Daarbij heeft het tegenwoordig monumentale of museale waarde. Hierbij is er onderscheid tussen materieel erfgoed (cultuurhistorie en archeologie) en immaterieel erfgoed (o.a. volksverhalen, tradities, dialecten) 4 Voor het prijspeil van een ‘betaalbaar’ woningaanbod sluiten we aan op de prijsgrenzen zoals de provincie Noord-Brabant die hanteert. 5
Voor het prijspeil van een ‘betaalbaar’ woningaanbod sluiten we aan op de prijsgrenzen zoals de provincie Noord-Brabant die hanteert.
6 Dezoneren van de geluidsruimte houdt in dat de geluidszone op bedrijventerreinen wordt opgeheven. Dit kan voor delen van een bedrijventerrein waar bedrijven gevestigd zijn die minder geluidsbelasting opleveren. Dit biedt ruimte voor andere functies, zoals woningbouw.
77
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
COLOFON Dit document is opgesteld door RUIMTEVOLK in samenwerking met de gemeente Moerdijk. Het copyright van de beelden, kaarten en foto’s berust bij RUIMTEVOLK tenzij anders aangegeven. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van dit rapport de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. RUIMTEVOLK en de gemeente Moerdijk aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de gegeven informatie. mei 2023
78
► INLEIDING
► ONZE GEMEENTE MOERDIJK
► DRIE INTEGRALE KERNAMBITIES
► TOEKOMSTVERHAAL 2040
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
► UITVOERING
Bijlagen BIJ
Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Moerdijk Mozaïek van formaat: krachtige kernen en duurzame gronden
i
ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK
MOZAÏEK VAN FORMAAT: KRACHTIGE KERNEN EN DUURZAME GRONDEN
‣ Kaderafspraken (2021) en Jaarschijfafspraken (2022)
‣ Regionale Investeringsagenda Regio Breda (2021)
LIJST RELEVANTE
‣ Kantorenconvenant West-Brabant (2017)
‣ Regiovisie jeugdhulp West-Brabant West 2022-2025 (2022)
BELEIDSSTUKKEN
‣ Klimaatreis: Toelichting Klimaatonderlegger Waterkring West en Waterpoort (2016)
‣ Speelruimteplan 2017-2027 (2017)
‣ Klimaatstrategie (2021) ‣ Actieprogramma Veiligheid Spoorzones (2021)
‣ Landschapskwaliteitsplan (2016)
‣ Actieprogramma Veiligheid Zeehaven Moerdijk (2021)
‣ Lokaal Educatieve Agenda 2010-2014 (2010)
‣ Afsprakenkader detailhandelsontwikkelingen West-Brabant (2017)
‣ Meerjarenbegroting 2022-2025 (2022)
‣ Sportakkoord (2020) ‣ Strategische Monitor Havenstrategie (2022) ‣ Strategische visie onderwijs ‣ Structuurvisie gemeente Moerdijk (2011)
‣ Memo integrale aanpak milieuthema’s
‣ Toekomstbeeld bedrijventerreinen Regio West-Brabant West (2021)
‣ Milieumonitor HiM (2020)
‣ Transitievisie Warmte (2021)
‣ Nota Grondbeleid 2013-2016 (2013)
‣ Uitvoeringsagenda Havenstrategie (2018)
‣ Nota parkeernormen (2021)
‣ Uitvoeringskader erfgoed (2014)
‣ Paraplunota Economisch Klimaat 2012-2030 (2012)
‣ Uitvoeringsprogramma vitaal centrum Willemstad (2022)
‣ Paraplunota Leefomgeving 2012-2020 (2012)
‣ Verkeersveiligheidsplan 2018-2028 (2018)
‣ Bijlagenboek nota grondbeleid 2013-2016 (2013)
‣ Paraplunota Maatschappij 2014-2020 (2014)
‣ Verstedelijkingsstrategie West-Brabant West (2022)
‣ Brabants Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030 (2022)
‣ Parkeerbeleidsvisie 2021 (2021)
‣ vGRP Moerdijk 2021-2024 (2020)
‣ Brabants Programma Landelijk Gebied (vaststelling door Gedeputeerde Staten voorzien voor juli 2023)
‣ Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2022 (2021)
‣ Visie bebouwingsconcentraties (2016)
‣ Centrumvisie Fijnaart (2021)
‣ Lokaal Preventieakkoord (2021)
‣ Corporate Strategy Havenbedrijf (2021)
‣ Programma / visie bedrijventerreinen (2022)
‣ Districtelijk Veiligheidsbeleidsplan Markiezaten 2019-2022 (2018)
‣ Programmerings- en investeringsagenda bedrijventerreinen West-Brabant (2021)
‣ Energieprogramma Moerdijk 0.9 (2021)
‣ PvA arbeidsmigratie / Integrale aanpak arbeidsmigratie (2020)
‣ Gemeentelijk Havenkompas (2022)
‣ Rapport archeologische waarden en verwachtingenkaart (2014)
‣ Havenstrategie (2014)
‣ Regionaal afsprakenkader arbeidsmigratie Regio West-Brabant (2021)
‣ Bedrijventerreinenstrategie West-Brabant (2021) ‣ Beleid strijdig gebruik (2020) ‣ Beleidsbegroting 2022-2025 (2021) ‣ Beoordelingskader gemeentelijke monumentenlijst (2012) ‣ Bestemmingsplannen voor industrieterrein Moerdijk (2018) en bedrijventerrein Dintelmond (2021)
‣ Integraal veiligheidsbeleidsplan 2016-2019 (2016) ‣ Jaarplan veiligheid 2021 (2020)
‣ Regionaal Ontwikkelplan West-Brabant West (2021) ‣ Regionale Energiestrategie West-Brabant 1.0 (2021)
BIJL AGE PAGINA
ii
GEMEENTE MOERDIJK
► BIJLAGEN
‣ Visie buitengebied (2016) ‣ Visie vestingwerken (2018) ‣ Visie Zuiderwaterlinie (2021) ‣ Welstandsbeleid (2004) ‣ Welstrandscriteria welstandsvrij bouwen voor 3 gebieden (2017) ‣ Woonvisie gemeente Moerdijk (2021) ‣ Zonnepanelenbeleid voor monumenten en beschermd stadsgezicht Willemstad (2019)