CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 (gewijzigde onderzoek Bedrijven en milieuzonering - bijlage 3 bij toelichting

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Kop Roode Vaart35.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Aeres milieu AER024-0001 5 december 2023

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Aeres milieu AER024-0001 20231205-AER024-RAP-BMZ 9.0 Definitief 5 december 2023

Opsteller: JSCHU Verificatie: T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

PC - DVDM Validatie: DVDM

© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

+C0JS CHU++R0PC DVDM ++V0DV DM+-

INHOUDSOPGAVE

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.3 3.3.1 3.3.2

VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ ................................................................................................................... 8 Stappen 1 en 2 ......................................................................................................................................................... 8 Stap 3 ..................................................................................................................................................................... 9 Stap 4 ..................................................................................................................................................................... 9 Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte .................................................................................................................... 10 Bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors en Parapluplan Geluid Bedrijventerrein Molengors............................................... 10 Milieuwetgeving ...................................................................................................................................................... 11 Activiteitenbesluit milieubeheer ...................................................................................................................................

11 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning) ................................................................................... 11

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3

Omgevingstype en milieucategorie............................................................................................................................... 12 Richtafstanden vanuit de omgeving.............................................................................................................................. 13 Relevante bestemming(splann)en ............................................................................................................................... 13 Toetsing richtafstanden.............................................................................................................................................. 13 Conclusies toetsing richtafstanden................................................................................................................................ 15

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2

Feitelijke bedrijfsactiviteiten in relatie tot plangebied ....................................................................................................... 16 Algemeen overzicht feitelijk aanwezige bedrijven............................................................................................................ 16 Algemeen ............................................................................................................................................................... 17 Bedrijfsperceel – 1 en Bedrijfsperceel – 2 .................................................................................................................... 17 Conclusies............................................................................................................................................................... 18

6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2 6.2.1 6.3 6.3.1 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5

Algemeen ............................................................................................................................................................... 19 Gevaar ................................................................................................................................................................... 19 Geur en stof ............................................................................................................................................................ 19 Geluid .................................................................................................................................................................... 20 Nader onderzoek aspect gevaar .................................................................................................................................. 25 Dielemans Plastics B.V., Huizersdijk 14 ........................................................................................................................ 25 Nader onderzoek aspect geur en stof ........................................................................................................................... 25 Dielemans Plastics B.V., Huizersdijk 14 ........................................................................................................................

25 Nader onderzoek aspect geluid ................................................................................................................................... 26 Autobedrijf Withagen B.V., Huizersdijk 8+10................................................................................................................. 26 Dielemans Plastics B.V., Huizersdijk 14 ........................................................................................................................ 27 Bedrijfsperceel 1 ...................................................................................................................................................... 28 Bedrijfsperceel 2 ...................................................................................................................................................... 29 Cumulatie ............................................................................................................................................................... 30

3

BIJLAGEN

4

1

INLEIDING In opdracht van Aeres milieu is door Kragten een beoordeling uitgevoerd naar de haalbaarheid van woningbouwplan ‘Kop Roode Vaart’ te Zevenbergen (gemeente Moerdijk). Het plan omvat de ontwikkeling van woningen. In eerste instantie had het uitgevoerde onderzoek betrekking op alle bedrijven op het aangrenzende bedrijventerrein Molengors. Tijdens de procedure van het bestemmingsplan Kop Roode Vaart is er echter een wijziging doorgevoerd in de planologisch-juridische situatie van bedrijventerrein Molengors en aangrenzende gronden. Op 14 juli 2022 is een nieuw bestemmingsplan voor bedrijventerrein Molengors en het bijbehorende Parapluplan Geluid Bedrijventerrein Molengors vastgesteld. In dat parapluplan is op basis van maatwerk gekozen voor het werken met geluidruimte voor een tweetal bedrijven, en zijn geluidzones opgenomen. Deze geluidzones bestrijken deels het plangebied van bestemmingsplan Kop Roode Vaart en dienen daarom te worden overgenomen in het bestemmingsplan Kop Roode Vaart. De nieuwe bestemmingsplannen hebben ook tot gevolg dat de onderbouwing ten aanzien van het aspect geluid dient te worden aangepast.

Op basis van de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de methodiek zoals opgenomen in bestemmingsplan voor bedrijventerrein Molengors en het bijbehorende Parapluplan Geluid Bedrijventerrein Molengors is allereerst beoordeeld of voldaan wordt aan de (richt)afstanden voor inpassing. Daar waar de woonbestemmingen in het plan Kop Roode Vaart Zevenbergen niet voldoet aan de (richt)afstanden ten aanzien van en/of gelegen is in geluidzones van de in de omgeving gelegen (bedrijfs)bestemmingen, is een vervolgonderzoek uitgevoerd waarmee eventueel alsnog kan worden aangetoond dat in deze specifieke situatie toch sprake is van een voldoende woon- en leefklimaat. Hierbij is op basis van de gegevens uit de betreffende bestemmingsplannen en eventueel aanwezige milieuonderzoeken beschouwd welke planologisch mogelijkheden er zijn ter plaatse van de bedrijfsbestemming, en wat het effect hiervan is op het plangebied (geur, geluid, gevaar en stof).

5

2

SITUATIE Het plangebied is gelegen aan weerszijden van de kop van het zuidelijke deel van de Roode Vaart, een kanaal dat door Zevenbergen loopt. De omgeving van het plangebied, gelegen aan de Generaal Allenweg en de Huizersdijk, bestaat uit verschillende bestemmingen, waaronder wonen en bedrijf. Onderstaand is de globale ligging van het plangebied (in de huidige situatie) weergegeven.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (rood omlijnd)

Het schetsontwerp van het plan is weergegeven afbeelding 2. Er zijn aaneengebouwde (rij)woningen, tweeaaneen woningen, vrijstaande en gestapelde woningen (appartementen) beoogd.

6

Afbeelding 2

Verbeelding

7

3

TOETSINGSKADER

3.1

VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige functies ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, wordt over het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. Hoewel geen sprake is van wetgeving, heeft de publicatie als gevolg van jurisprudentie bijna de status van 'pseudowetgeving' gekregen waarvan slechts gemotiveerd kan worden afgeweken. Ten behoeve van woningbouw nabij bedrijven is een stappenplan opgenomen in paragraaf 4.2 van de publicatie. Hierin wordt aangegeven wanneer nader onderzoek (naar specifieke milieuaspecten) aan de orde kan zijn.

3.1.1

Stappen 1 en 2 In stappen 1 en 2 wordt onderzocht of gevoelige functies [zoals woningen] binnen de richtafstand van bedrijven komen te liggen. Indien de richtafstand wordt gerespecteerd kan verdere toetsing achterwege blijven en is inpassing mogelijk. Hierbij moet echter uitdrukkelijk worden opgemerkt dat de publicatie 'richtafstanden' aangeeft. Er is uitgegaan van een gemiddeld bedrijf en er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een grotere of kleinere afstand uitgegaan kan of moet worden. Dit dient dan echter te allen tijde zorgvuldig te worden gemotiveerd. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie (zoals een woning of woonschip) die volgens het bestemmingsplan of vergunningvrij bouwen mogelijk is. In de VNG-publicatie zijn per afzonderlijke milieucategorie verschillende richtafstanden opgenomen die kunnen worden aangehouden tot gevoelige functies teneinde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Deze richtafstand is gebaseerd op de als gevolg van de bedrijfsactiviteiten te verwachten milieuhinder (vanwege geur, geluid, stof of gevaar). Er kan hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen de gebiedstypes ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.

Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert, zijn enerzijds “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en anderzijds “gemengd gebied”. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden. De te onderscheiden omgevingstypen worden onderstaand nader getypeerd. Rustige woonwijk en een rustig buitengebied “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.”

8

Gemengd gebied “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Het vertrekpunt vormt in algemene zin de afstand behorend bij een rustige woonwijk en een rustig buitengebied. De richtafstanden die hierbij behoren, kunnen echter met één stap worden verkleind indien er sprake is van een gemengd gebied. In de tabel 1 zijn de richtafstanden opgenomen zoals deze in de VNG-publicatie worden geadviseerd. Tabel 1

Richtafstanden op basis van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand (in meters) rustige woonwijk / buitengebied 10 30 50 100 200 300 500 meter 700 meter 1.000 meter 1.500 meter

Richtafstand (in meters) gemengd gebied 0 10 30 50 100 200 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter

De richtafstanden gelden voor verschillende aspecten die tot milieuhinder kunnen leiden. Daarbij is de grootste afstand behorend bij één van de milieuaspecten; geur, stof, geluid en gevaar, bepalend voor de te hanteren richtafstand. Met het respecteren van de grootste afstand behorend bij een bepaalde bedrijfscategorie, wordt zo veel mogelijk hinder bij omwonenden voorkomen en wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun bedrijfsactiviteiten op de betreffende locatie kunnen uitoefenen.

3.1.2

Stap 3 Indien de milieuzones de gewenste woningbouwlocatie overlappen: a) pas de woningbouwplannen aan; of b) ga na wat de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten zijn. Indien de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten kleinere richtafstanden opleveren, beoordeel dan of het benedenwaarts aanpassen van richtafstanden in het - vigerend - bestemmingsplan wenselijk is. Overweeg dit ook los van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten, vanuit een langere termijn visie op de gewenste ontwikkeling van het bedrijventerrein of de bedrijfslocatie. Bestaande bedrijven kunnen immers vertrekken en nieuwe bedrijven kunnen zich aandienen.

3.1.3

Stap 4 Indien de daadwerkelijk bedrijfsactiviteiten van de gevestigde bedrijven strijdig zijn met de gewenste woningbouw: a) pas de woningbouwplannen aan; of b) doe desgewenst vervolgonderzoek naar de werkelijke milieubelasting van de bedrijven.

9

3.2

Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte De gemeente Moerdijk is aangewezen als gebied waar geëxperimenteerd mag worden met de systematiek van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit is vastgelegd in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Voor voorliggend bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van deze aanwijzing. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte maakt het mogelijk om in het omgevingsplan regels op te nemen ten behoeve van het: a. b.

bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.

Het voorgaande betekent dat naast alle regels die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening ook regels opgenomen kunnen worden die betrekking hebben op andere facetten van de fysieke leefomgeving. De Crisis- en herstelwet biedt ruimte om afwijkingen toe te staan die in de huidige wetgeving niet mogelijk zouden zijn. Deze afwijkingen zijn opgenomen in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Door gebruik te maken van de Crisis- en herstelwet kunnen in voorliggend bestemmingsplan geluidregels worden opgenomen ten behoeve van het experimenteren met de Omgevingswet.

3.2.1

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors en Parapluplan Geluid Bedrijventerrein Molengors Op 14 juli 2022 is het bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors en het bijbehorende Parapluplan Geluid Bedrijventerrein Molengors vastgesteld. In dat parapluplan is op basis van maatwerk gekozen voor het werken met geluidruimte voor een tweetal bedrijven, en zijn geluidzones opgenomen. Deze geluidzones bestrijken deels het plangebied van bestemmingsplan Kop Roode Vaart en dienen daarom te worden overgenomen in het bestemmingsplan Kop Roode Vaart. Het Paraplu bestemmingsplan Geluid Bedrijventerrein Molengors heeft ook tot gevolg dat de onderbouwing ten aanzien van het aspect industrielawaai dient te worden aangepast. Om een evenwichtige toedeling van functies te bereiken, is het uitgangspunt voor bedrijventerreinen: gemengd gebied en het aanhouden van voldoende afstand tot gevoelige gebouwen en locaties. Voor het bedrijventerrein Molengors is het van belang dat de bestaande bedrijfs- en woonfuncties naast elkaar kunnen voorkomen. Om dit te kunnen regelen wordt gebruik gemaakt van de milieuzonering nieuwe stijl1. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen.

Deze regels en normen worden gesteld in het belang van een goede ruimtelijke ordening/gezonde en veilige en fysieke leefomgeving, ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik. Het gaat hierbij om regels in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte die vanuit dit belang naast de bestaande milieuregelgeving gelden. Voor het onderdeel milieuzonering is geluid het maatgevende aspect voor het bedrijventerrein Molengors. Er zijn geen geurhinderlijke bedrijven of bedrijven met een bepaalde veiligheidszone aanwezig op het terrein. Dit betekent dat de regels met betrekking tot de geluidsruimte betrekking hebben op het regelen van maximale geluidswaarden voor overige bedrijven (lichtere bedrijvigheid). Voor de locaties, Bedrijfsperceel - 1 en Bedrijfsperceel - 2, moet een afwijkende geluidregeling worden geregeld. Omdat het maatwerk regels betreffen, is gekozen om de percelen in het paraplu bestemmingsplan aan te duiden als specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsperceel - 1 en specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsperceel - 2, en niet de huidige bedrijfsnamen of adressen te gebruiken. In geval van naamwijziging of perceelscheiding blijven de toebedeelde bestemmingen van kracht. Aanvullend op het aspect geluid worden wel regels gesteld ten aanzien van andere omgevingsaspecten zoals geur en trillingen. 1 Milieuzonering nieuwe stijl (VNG-publicatie 2019)

10

De belangrijkste voorwaarde voor de toepassing milieuzonering nieuwe stijl is dat geborgd moet zijn dat bedrijven kunnen blijven functioneren zonder aanpassingen aan de huidige bedrijfsvoering en dat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonfuncties gegarandeerd is. In het bestemmingsplan is de keuze gemaakt om:  

3.3

voor Bedrijfsperceel - 1 & Bedrijfsperceel - 2 de 45 dB (A) en de 50 dB (A) geluidzones op te nemen; voor het gehele bedrijventerrein geldt de regeling dat per bedrijfsperceel de gemiddelde geluidsbelasting 45 dB (A) etmaalwaarde mag bedragen. Deze norm geldt op maximaal 30 meter gemeten vanaf de terreingrens (grens van het bedrijfsperceel.

Milieuwetgeving De milieuaspecten en -effecten van bedrijven zijn vastgelegd in vigerende milieuvergunningen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (voorheen Wet milieubeheer), dan wel de rechten die op grond van (rechtstreeks werkende) Besluiten gelden voor de bedrijven zoals het Activiteitenbesluit milieubeheer. Per 1 januari 2008 valt een inrichting onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer, tenzij het bedrijf expliciet als vergunningplichtige inrichting worden aangewezen (artikel 2.1 van het Bor). In die situatie gelden eveneens voorwaarden op grond van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning.

3.3.1

Activiteitenbesluit milieubeheer Voor de bedrijven die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen dient te worden nagegaan welke algemene voorschriften met betrekking tot de relevante milieuhygiënische aspecten gelden alsmede in hoeverre het bevoegde gezag gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het opleggen van een zogenaamde nadere eis of maatwerkvoorschrift. Deze maatwerkvoorschriften kunnen mede inhouden dat de door de inrichting te verrichten activiteiten worden beschreven alsmede dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Voor deze bedrijven en activiteiten wordt beoordeeld in hoeverre deze mogelijk van invloed kunnen zijn op het betreffende plangebied en in hoeverre de bedrijven beperkingen in hun bedrijfsvoering kunnen ondervinden als gevolg van het initiatief.

3.3.2

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning) In de omgevingsvergunning van vergunningplichtige bedrijven zijn veelal specifieke (maat)voorschriften opgenomen waarmee het nadelige effect dat ten gevolge van de bedrijfsvoering op de omgeving kan optreden, wordt begrensd. Per bedrijf, dat een mogelijke invloed kan hebben op het plangebied, moet worden nagegaan welke voorschriften zijn opgenomen voor de relevante milieuhygiënische aspecten als geur, lichthinder, trillinghinder, geluid, emissies naar de lucht, bodem, grondwater etc. Aan de hand van deze (maat)voorschriften kan worden beoordeeld in hoeverre de nadelige effecten van de betreffende bedrijfsvoering van invloed kunnen zijn op de onderzoekslocatie en derhalve in hoeverre het betreffende bedrijf beperkingen zal ondervinden in haar exploitatie, door de realisatie van het plan.

11

4

JURIDISCH-PLANOLOGISCHE MOGELIJKHEDEN Voor de gronden met een bedrijfsbestemming c.q. bedrijven binnen de reguliere bestemmingsplannen (niet-zijnde een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte) zijn de juridisch-planologische mogelijkheden in kaart gebracht middels de systematiek van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ zoals beschreven in paragraaf 3.1. Voor de bedrijvigheid ter plaatse van de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein Molengors’ en ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ wordt in hoofdstuk 5 nader ingegaan.

4.1

Omgevingstype en milieucategorie Het plangebied beoogd een woonwijk met woningen, waarbinnen geen menging met andere functies is voorzien en is als zodanig voor de beschouwing van de mogelijke milieuhinder te categoriseren als “rustige woonwijk”. De omgeving van het plan en het plan zelf is echter te splitsen in twee delen:  

Het gebied ten oosten van de Roode Vaart (aan de Generaal Allenweg) Het gebied ten westen van de Roode Vaart (aan weerzijden van de Huizersdijk)

Het gebied ten oosten van de Roode Vaart aan de Generaal Allenweg heeft hoofdzakelijk een woonbestemming (woonwijk Bosselaar), waardoor de omgeving als ‘rustige woonwijk’ is en blijft te karakteriseren2. Voor de eerstelijns bebouwing van het plangebied ten westen van de Roode Vaart moet dit omgevingstype echter worden genuanceerd. De woningen die aan de Huizersdijk worden gerealiseerd, zijn gelegen in een gebied dat zich kenmerkt door een combinatie van bedrijfs- (bedrijventerrein Huizersdijk3) en woonbestemmingen (ten westen van de Kristallaan, op grotere afstand van de Roode Vaart. De situatie van de eerstelijns bebouwing aan de Huizersdijk kan daarom worden vergeleken met de situatie van de bestaande woningen ten zuiden van het bedrijventerrein (aan de Veldkers en de Tuinkers) 4: de nieuwe woningen komen in een vergelijkbaar omgevingstype te staan als deze bestaande woningen. Er is wel degelijk sprake van enige verstoring van het woon- en leefmilieu, met name vanwege de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden ten westen van de Huizersdijk en de (vracht)verkeersbewegingen van en naar deze bedrijven. Voor deze woningen doet de typering ‘rustige woonwijk’ geen recht aan het woon- en leefmilieu van de bestaande omgeving.

Een typering hiervan als ‘gemengd gebied’ ligt meer in de lijn van de milieutechnische situatie (zie hiervoor ook de uitspraken van de Raad van State 201710271/1/R1 en 201601745/1/R2). Het feit dat door de Raad van State beroepen tegen een eerder bestemmingsplan "Kop Roode Vaart" (zoals vastgesteld d.d. 10 juli 2003) als gegrond heeft verklaard5 doet niet af aan bovenstaande. In de uitspraak is sprake van woonbebouwing die is ‘gescheiden van de bedrijvigheid door de "Roode Vaart", waardoor de Afdeling van oordeel [is] dat verweerder het plangebied ten onrechte heeft aangemerkt als behorend tot 'gemengd gebied'. In de in dit rapport beschouwde situatie is echter geen sprake van een dergelijke scheiding van woonbebouwing en bedrijvigheid.

2 Zie ook bestemmingsplannen Woonwijken Zevenbergen en Centrum Zevenbergen van gemeente Moerdijk; vastgesteld

respectievelijk d.d. 19-04-2012 en 08-10-2015. 3 Bestemmingen vastgelegd in bestemmingsplan “Molengors” d.d. 12-03-1996). 4 In het de toelichting bij het bestemmingsplan Woonwijken Zevenbergen is met betrekking tot het gebied ten zuiden van plangebied de Roode Vaart aangegeven dat ‘Het gebied langs de Huizersdijk, waar bedrijven gevestigd zijn, kan worden beschouwd als uitloper van het bestaande bedrijventerrein Huizersdijk. […] Het gebied wordt gelet op het karakter beschouwd als een gemengd gebied: de bedrijven vormen een uitloper van een bestaand bedrijventerrein, waarbij aan de noordzijde woningen in een gemengde setting met andere functies gevestigd zijn. 5 Uitspraak 200402586/1 d.d. 25 mei 2005

12

4.2

Richtafstanden vanuit de omgeving

4.2.1

Relevante bestemming(splann)en Op basis van de vigerende bestemmingsplannen gelden in de omgeving van het plangebied de volgende (relevante) bestemmingen: Bestemmingsplan Kop Roode Vaart Wonen B [Voor een groot deel van deze bestemming is goedkeuring onthouden en heeft derhalve deze bestemming op die gronden geen rechtskracht.) Bedrijven (maximaal categorie 2) Kantoordoeleinden (maximaal categorie 1) De bestemmingen Wonen B waarvoor goedkeuring is onthouden zijn beoogd door de planontwikkeling herbestemd te worden als Wonen. Ook de bestemmingen Bedrijf wordt, met uitzondering van een gedeelte van kadastraal perceel 5791, in het nieuwe bestemmingsplan omgezet naar Wonen. Hierdoor zal van dit deel geen relevante hinder verwacht mogen worden. Voor een gedeelte van kadastraal perceel 5791 blijft de bestemming behouden. Uit de planvoorschriften blijkt dat hier bedrijven van ten hoogste milieucategorie 2, zoals genoemd in de staat van bedrijfsactiviteiten, zijn toegestaan. Bestemmingsplan Centrum Zevenbergen Bedrijf met functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ (maximaal milieucategorie 2) Maatschappelijk (op basis van de bepaling in artikel 10 betreft dit voorzieningen in ten hoogste milieucategorie 2) Gemengd – 1 (op basis van de bepaling in artikel 5 betreft dit functies in ten hoogste milieucategorie 2)

4.2.2

Toetsing richtafstanden Op basis van de in paragraaf 4.2.1 genoemde bestemmingsplannen is conform stap 1 van de VNG-publicatie beoordeeld welke bestemmingen mogelijk relevant zijn voor de planontwikkeling. In afbeelding 3 t/m 5 zijn de relevante bestemmingen in de omgeving van het plangebied per bestemmingsplan weergegeven. Tevens zijn de richtafstanden (op basis van gebiedstype “rustige woonwijk” behorende bij deze bestemmingen weergegeven. De positionering van de woningen binnen het plangebied is gebaseerd op de bouwvlakken uit de verbeelding (zie afbeelding 2). Bestemmingsplan Kop Roode Vaart

1

Afbeelding 3

Ligging plangebied en bestemmingen ‘Kop Roode Vaart’ [zuid – Bedrijven] in de omgeving

13

2

Afbeelding 4 omgeving

Ligging plangebied en bestemmingen ‘Kop Roode Vaart’ [noord – Kantoordoeleinden] in de

Aan de gearceerde gebieden zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemmingen toegekend: 1. 2.

Bedrijven: voor deze functie is maximaal milieucategorie 2 gehanteerd; Kantoordoeleinden: voor deze functie is maximaal milieucategorie 1 gehanteerd

De aan te houden richtafstanden voor de gronden met bestemmingen ‘Bedrijven’ en ‘Kantoordoeleinden’ hebben geen overlap met het plangebied (zie afbeeldingen 3 en 4). Bestemmingsplan Centrum Zevenbergen

5

4

3

Afbeelding 5

Ligging plangebied en bestemmingen ‘Centrum Zevenbergen’ in de omgeving

Aan de gearceerde gebieden zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemmingen toegekend:

14

3. 4. 5.

Bedrijf met functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ I: voor deze functie is maximaal milieucategorie 2 gehanteerd; Maatschappelijk: voor deze functie is maximaal milieucategorie 2 gehanteerd; Gemengd – 1: voor deze functie is maximaal milieucategorie 2 gehanteerd;

De aan te houden richtafstanden voor de gronden met bestemming ’Bedrijf met functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ I’, ‘Maatschappelijk’ of ‘Gemengd – 1’ hebben geen overlap met het plangebied (zie afbeelding 5).

4.3

Conclusies toetsing richtafstanden Geconcludeerd kan worden dat voor de nabij het plangebied gelegen gronden met een (bedrijfs)bestemming, zoals opgenomen in de bestemmingsplan ‘Kop Roode Vaart’ en ‘Centrum Zevenbergen’ de maximale richtafstanden niet tot over het plangebied zijn gelegen. Voor de bedrijvigheid ter plaatse van de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein Molengors’ en ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ wordt in hoofdstuk 5 nader ingegaan.

15

5

BEDRIJVENTERREIN MOLENGORS In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de bedrijvigheid op de bedrijfspercelen ter plaatse van de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein Molengors’ en ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ in relatie tot het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde gevoelige functies binnen het plangebied.

5.1

Feitelijke bedrijfsactiviteiten in relatie tot plangebied

5.1.1

Algemeen overzicht feitelijk aanwezige bedrijven Voor de aanwezigheid van de bedrijven is uitgegaan van de inventarisatie zoals uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Molengors’. In de toelichting hiervan staat in 4.1.1 Analyse navolgende aangegeven: Vervolg n.a.v. de analyse m.b.t. bedrijven categorie 2 en 3.1 De basis voor het toepassen van de milieuzonering nieuwe stijl in dit bestemmingsplan vormt de analysekaart Inventarisatie milieucontouren conform feitelijke situatie. Zoals gemeld blijkt dat de bedrijfsactiviteiten van een groot aantal bedrijven onder milieucategorie 2 vallen. Gelet op de beperkte milieubelasting van dit type bedrijvigheid, is besloten om geen nader onderzoek naar de geluidsbelasting van deze bedrijven te doen. In plaats daarvan wordt uitgegaan van een standaard geluidsruimte voor deze bedrijven. Deze ruimte moet voldoende zijn voor het kunnen voortzetten van de bestaande bedrijfsactiviteiten zonder aanpassingen van de bedrijfsactiviteiten of door het treffen van maatregelen. Ditzelfde is van toepassing voor bedrijven die op basis van de feitelijke milieucategorie onder categorie 3.1 vallen. Voor dit type bedrijven is het ook mogelijk om geluidsruimte toe te kennen zonder uitvoerig onderzoek uit te voeren. Hiervoor worden gehanteerd:  

de publicatie milieuzonering nieuwe stijl (Rapport VNG, milieuzonering nieuwe stijl, mei 2019); de staalkaart bedrijfsmatige activiteiten (Programma aan de slag met de Omgevingswet, staalkaart Omgevingsplan, bedrijfsmatige activiteiten, november 2018).

Vervolg n.a.v. de analyse m.b.t. bedrijven milieucategorie 3.2 Vanaf milieucategorie 3.2 is maatwerk nodig. De invloed op de omgeving is bij dergelijke bedrijven groter. Dit betekent dat een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting van deze bedrijven uitgevoerd moet worden. Uit de inventarisatie van de bedrijvenlijst van de omgevingsdienst OMWB is gebleken dat er vijf locaties zijn waarvoor de feitelijke milieucategorie 3.2 of hoger geldt:     

Huizersdijk 11 Kristallaan 21 Generaal Allenweg 8 Huizersdijk 26 Huizersdijk 20

Voor drie van deze locaties is besloten geen nader onderzoek te doen omdat: 

De locatie aan de Huizersdijk 11 is tijdelijk verhuurd aan een milieucategorie 3.2 bedrijf. Als het bedrijf vertrekt van de locatie, dan wordt het perceel benut voor maximaal milieucategorie 2 bedrijven. Uitgaan van de feitelijke milieucategorie 2 sluit het beste aan op de toekomstige situatie. De locaties Kristallaan 21 en de Generaal Allenweg 8. Voor deze bedrijven die in eerste instantie waren aangemerkt als milieucategorie 3.2 bedrijf, is uit de laatst bekende informatie van de gemeente / omgevingsdienst gebleken dat de feitelijke bedrijfsactiviteiten als milieucategorie 2 activiteiten aan te merken zijn en niet als milieucategorie 3.2. Derhalve is besloten om de feitelijke milieucategorie naar

16

milieucategorie 2 te verlagen. In het bestemmingsplan is ervan uitgegaan dat de feitelijke milieucategorie verlaagd kan worden, gelet op de bestaande bedrijfsvoering of de toekomstige situatie. Generaal Allenweg 8 betreft een bedrijfswoning. Deze kan niet zondermeer worden omgezet naar burgerwoning. Een eventuele omzetting wordt opgepakt bij een bestemmingsplanwijziging in de toekomst.

Bedrijfsperceel - 1 (Huizersdijk 26) kent een feitelijke milieucategorie 4.1. Voor dit bedrijf is besloten om wel nader onderzoek te doen en dit vormt de basis voor het opnemen van de geluidsruimte van het bedrijf in het paraplu bestemmingsplan. Dit onderzoek wordt nader toegelicht in 4.1.2. Ten aanzien van het bedrijf aan Bedrijfsperceel - 2 (Huizersdijk 20), deze kent een feitelijke milieucategorie 3.2. Voor dit bedrijf is aan de hand van de bedrijfsactiviteiten, die zijn geïnventariseerd door de Omgevingsdienst, een maatwerkregeling opgenomen. In een toelichting is aangegeven dat in het bestemmingsplan een maatwerk onderzoek geluid is uitgevoerd naar het bedrijf Bedrijfsperceel - 1 en is een beoordeling bedrijfsactiviteiten en daarbij horende geluidsruimte voor Bedrijfsperceel - 2 uitgevoerd.

5.1.2

Algemeen Voor een deel van de woningen binnen het nieuwe woningbouwplan geldt dat deze gelegen is binnen de 30 meter afstand vanaf de grens van een bedrijfsmatige activiteit c.q. de woningen liggen binnen de 30 meter geluidszone van specifieke bedrijfspercelen. Dit betreft de percelen van: -

Autobedrijf Withagen B.V., Huizersdijk 8 +10; Dielemans Plastics B.V., Huizersdijk 14;

Voor deze bedrijven is in tabel 2 voor alle aspecten (geur, stof en gevaar) de betreffende richtafstand weergegeven conform VNG-publicatie. Tabel 2. Milieucategorieën en hindercontouren omliggende bedrijven Adres/ bedrijfsnaam

Cat.

SBI-code

Omschrijving

Huizersdijk 8 +10 Autobedrijf Withagen Huizersdijk 14 Dielemans Plastics B.V.

2

451, 452, 454 222-3

Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie en servicebedrijven Productie van verpakkingsmateriaal en assemblage kunststofbouwmaterialen

3.1

Afstanden [m] (omgevingstype rustige woonwijk) Geur Stof Gevaar 10 0 10 50

30

Feitelijke afstand [m] ≈ 20

30

≈ 20

Hieruit blijkt dat voor de bedrijfsvoering van Autobedrijf Withagen B.V. enkel de richtafstand voor geluid een overlap heeft met het initiatief. Hinder in de vorm van geur, stof en gevaar mag derhalve niet worden verwacht als gevolg van de bedrijfsvoering van deze bedrijven. Voor de bedrijfsvoering van Dielemans Plastics B.V. hebben de richtafstanden als gevolg van zowel de aspecten geur, stof, geluid als gevaar een overlap met het plangebied. In paragraaf 5.2 wordt nader op ingegaan op de milieuaspecten waarvan de richtafstanden een overlap met het plangebied hebben. Voor geluid is de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein Molengors’ en ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ een aparte regeling opgenomen (zie 6.1.3).

5.1.3

Bedrijfsperceel – 1 en Bedrijfsperceel – 2 Voor het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Molengors’ zijn de geluidcontouren relevant die middels onderzoek zijn bepaald. Deze geluidzones vormen de basis voor het opnemen van de benodigde geluidsruimte voor de op deze percelen aanwezige bedrijven in het paraplu bestemmingsplan.

17

Afbeelding 6 Ligging plangebied en geluidzones ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ [blauwe lijnen] Uit afbeelding 8 blijkt dat de woningen (deels) gelegen zijn binnen de geluidzones van gronden met de bestemming Bedrijventerrein met aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – bedrijfsperceel 1’ en aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – bedrijfsperceel 2’.

5.2

Conclusies Op basis van de standaard gebruiksruimte en de geluidzones in bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein Molengors’ en ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ is voor wat betreft zowel een deel van de op grond van het bestemmingsplan toegestane bedrijvigheid als voor een deel van de feitelijk aanwezige bedrijvigheid c.q. ‘vergunde’ gebruiksruimte, in eerste instantie geen sprake van voldoende ruimtelijke scheiding ten opzichte van de gevoelige functies binnen het nieuwe woningbouwplan. In tweede instantie is daarom in hoofdstuk 6 ingegaan op de milieuaspecten waarvan de richtafstand een overlap hebben met het plangebied. Onderzocht wordt in hoeverre deze milieuaspecten voor een belemmering voor zowel het plangebied als de bedrijvigheid zorgen. Voor het overige deel van het plan en de daarin gelegen gevoelige functies binnen het nieuwe woningbouwplan is wel sprake van voldoende ruimtelijke scheiding, wordt geen (onaanvaardbare) milieuhinder verwacht en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen in het plangebied.

18

6

ONDERZOEK MILIEUASPECTEN BEDRIJVEN De in de VNG-publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. Dit betekent dat gemotiveerd afgeweken kan worden van deze afstanden. Op basis van het bestemmingsplan dan wel het milieudossier van een bedrijf kan beoordeeld worden of afwijkingen van de richtafstand kunnen worden gemotiveerd en toelaatbaar worden geacht. Hierbij dient het stappenplan uit de VNG-publicatie gehanteerd te worden zoals opgenomen in paragraaf 4.2 van de publicatie. Voor de aspecten die in dit hoofdstuk worden beschouwd is in voorgaande hoofdstukken reeds geconcludeerd dat de aan te houden richtafstand een overlapping heeft met het plangebied en derhalve niet aan stap 1 t/m 3 uit de VNG-publicatie kan worden voldaan. Mogelijke afwijkingen van de richtafstanden zijn in dit hoofdstuk onderbouwd. Indien gewenst, kan de onderbouwing voor de aspecten geur, stof en gevaar nog worden aangesterkt door te stellen dat in de bestaande situatie op kortere afstand reeds (bedrijfs)woningen van derden aanwezig zijn mits deze in dezelfde windrichting zijn gelegen. In dat geval zijn die bedrijfswoningen namelijk bepalend voor de milieuruimte van de bedrijven. Dit is een extra argument waarom bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering.

Voor het aspect geluid is in het bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein Molengors’ en ‘Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors’ een aparte regeling is opgenomen (zie paragraaf 6.1.3).

6.1

Algemeen

6.1.1

Gevaar Op basis van de informatie uit de risicokaart blijkt dat er op dit moment geen risicovolle inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Bevi binnen het bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors zijn gevestigd. Tevens wordt in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen uitgesloten. Ten aanzien van het aspect gevaar wordt in het Activiteitenbesluit milieu en omgevingsvergunningen-milieu verwezen naar de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS15). In deze PGS zijn veiligheidsafstanden opgenomen die in acht moeten worden genomen. Deze veiligheidsafstanden betreffen echter uitsluitend interne afstanden binnen een bedrijf. Externe veiligheidsrisico’s van deze bedrijven reiken dus niet tot buiten de inrichtingsgrens. Het aspect gevaar vormt derhalve geen aandachtspunt voor de planvorming.

6.1.2

Geur en stof Geuremissie en stofemissie kunnen ontstaan als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten. Ten aanzien van geurhinder en stofhinder is in afdeling 2.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer een zorgplicht opgenomen ter voorkoming dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van geurhinder en stofhinder. Daarnaast is ter voorkoming van geurhinder in de omgeving in het Activiteitenbesluit milieubeheer voor diverse activiteiten opgenomen dat afgezogen dampen en gassen, indien deze naar de buitenlucht worden geëmitteerd, ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen gebouwen worden afgevoerd, danwel via een ontgeuringsinstallatie worden geleid. In een straal van 25 meter rondom de betreffende bedrijven zijn reeds woningen gelegen, waar aan deze zorgplicht moet worden voldaan. Ten aanzien van emissie van stof is voor diverse activiteiten een emissienorm in het Activiteitenbesluit danwel omgevingsvergunning-milieu opgenomen. Het al dan niet aanwezig zijn van woningen in de omgeving van het emissiepunt is dan niet relevant.

19

6.1.3

Geluid Bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors en Parapluplan Geluid Bedrijventerrein Molengors De geluidregeling voor lichtere bedrijvigheid wordt opgenomen in Bestemmingsplan bedrijventerrein Molengors. Voor de geluidzones van twee bedrijven is een paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors opgesteld. De relevante regels uit de betreffende bestemmingsplannen zijn navolgend weergegeven. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Molengors 3.3.5 Geluid a. Bij het verrichten van een bedrijfsmatige activiteit wordt voldaan aan de in tabel 1 opgenomen grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van die activiteit; b. De grenswaarden gelden op de in de tabel 1 vermelde afstand van 30 meter vanaf de grens van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt verricht; Tabel 1 Geluidruimte Afstand vanaf grens bedrijfsmatige

c.

d.

07.00 - 19.00

19.00 - 23.00

23.00 - 07.00

activiteit

uur

uur

uur

30 meter

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

Onverminderd het gestelde onder a. mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten, ter plaatse van de gevel van bedrijfswoningen binnen het bedrijventerrein Molengors niet meer bedragen dan de in tabel 2 opgenomen grenswaarden; Onverminderd het gestelde onder a. mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van de gevel van bestaande woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, niet meer bedragen dan de in tabel 2 opgenomen grenswaarden;

Tabel 2 07.00 - 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 - 07.00 uur

LAR,LT op de gevel van bedrijfswoningen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

LAmax op de gevel van bedrijfswoningen

75 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

LAR,LT op de gevel van bestaande woningen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op de gevel van bestaande woningen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

e. f.

g.

h.

De in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2 opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; De in tabel 2 opgenomen grenswaarden, gelden niet voor het geluid door een bedrijfsmatige activiteit op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw of de grens van een geluidgevoelige locatie, dat of die een functionele binding heeft met die activiteit; Controle op of berekening van het gestelde onder sub a) vastgelegde geluidniveaus, moet geschieden overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', van 1999. Het bepalen van de geluidimmissie vanwege de inrichting ter plaatse van de woningen en/of geluidgevoelige bestemmingen in de dagperiode dient te gebeuren op een hoogte van 1,5 m en in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5 m. Berekeningen ter plaatse van de zonegrens, zoals bedoeld in tabel 1, moeten plaatsvinden op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijk maaiveld; Bij de toepassing van sub a wordt geen rekening gehouden met de bebouwing die aanwezig is rondom de locatie waar de activiteit wordt verricht. Alleen de objecten (bijvoorbeeld gebouwen of schermen) binnen de locatie worden meegenomen bij de berekeningen.

20

Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors 3.1.2 Geluidruimte bedrijventerrein Molengors De regels uit deze paragraaf zijn identiek aan die uit 3.3.5 Geluid van Bestemmingsplan bedrijventerrein Molengors 3.1.3 Geluidruimte Bedrijfsperceel - 1 a. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 geldt dat bij het verrichten van een bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van het bedrijf gevestigd binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsperceel - 1' wordt voldaan aan de in tabel 3 opgenomen grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LArLT en het maximale geluidniveau (LAmax); Tabel 3 07.00 - 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur LAR,LT op de gevel van bedrijfswoningen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

LAmax op de gevel van bedrijfswoningen

75 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

LAR,LT op de gevel van bestaande woningen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op de gevel van bestaande woningen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAR,LT op de gevel van nieuwe woningen

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

LAmax op de gevel van nieuwe woningen

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

b. c.

d.

De in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 3 opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; De in tabel 3 opgenomen grenswaarden, niet gelden voor het geluid door een bedrijfsmatige activiteit op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw of de grens van een geluidgevoelige locatie, dat of die een functionele binding heeft met die activiteit; Indien door of namens de drijver van de inrichting van het bedrijf op 'Bedrijfsperceel - 1' een structurele verandering van de bedrijfsvoering wordt gemeld dan wel aangevraagd, ten opzichte van de onderzoeken zoals die zijn gemeld op 1 december 2016 in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer, mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van het bedrijf gevestigd binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsperceel - 1' de in tabel 4 opgenomen grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LArLT als gevolg van die activiteit niet overschrijden

Tabel 4 07.00 19.00 uur

19.00 23.00 uur

23.00 07.00 uur

Grenswaarde activiteit ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – 45 dB(A) bedrijfsperceel 1 45 dBA'

40 dB(A)

35 dB(A)

Grenswaarde activiteit ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone bedrijfsperceel 1 50 dBA'

45 dB(A)

40 dB(A)

e. f.

g.

50 dB(A)

De grenswaarden in tabel 4 gelden op de aanduidingsgrens; Onverminderd het gestelde onder d. mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LArLT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten, ter plaatse van de gevel van nieuwe woningen binnen het bedrijventerrein Molengors niet meer bedragen dan de in tabel 3 opgenomen grenswaarden; Controle op of berekening van het gestelde onder sub a) tot en met sub d) vastgelegde geluidniveaus, moet geschieden overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', van 1999. Het bepalen van de geluidimmissie vanwege de inrichting ter plaatse van de woningen en/of

21

h.

geluidgevoelige bestemmingen in de dagperiode dient te gebeuren op een hoogte van 1,5 m en in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5 m; Controle op of berekening van het gestelde onder sub a) en sub d) vastgelegde geluidniveaus, moet geschieden overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', van 1999. In afwijking van de Handleiding moeten de berekeningen ter plaatse van de aanduidingsgrens, zoals bedoeld in tabel 4, plaatsvinden op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijk maaiveld. De berekeningen worden daarnaast uitgevoerd met een rekengrid waarbij de afstand tussen de verschillende gridpunten 10 m bedraagt. Voor de berekeningen wordt uitgegaan van een standaardbodemfactor (Bf) van 0,0 (harde bodem). Bij de toepassing van sub a en b wordt geen rekening gehouden met de bebouwing en bodemgebieden die aanwezig zijn rondom de locatie waar de activiteit wordt verricht. Alleen de objecten (bijvoorbeeld gebouwen of schermen) en bodemgebieden binnen het bedrijfsperceel worden meegenomen bij de berekeningen.

3.1.4 Geluidsruimte Bedrijfsperceel - 2 a. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 geldt dat bij het verrichten van een bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van het bedrijf gevestigd binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsperceel - 1' wordt voldaan aan de in tabel 5 opgenomen grenswaarden; Tabel 5 07.00 - 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur LAR,LT op de gevel van bedrijfswoningen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

LAmax op de gevel van bedrijfswoningen

75 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

LAR,LT op de gevel van bestaande woningen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op de gevel van bestaande woningen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAR,LT op de gevel van nieuwe woningen

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

LAmax op de gevel van nieuwe woningen

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

b. c.

d.

De in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 5 opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; De in tabel 5 opgenomen grenswaarden, niet gelden voor het geluid door een bedrijfsmatige activiteit op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw of de grens van een geluidgevoelige locatie, dat of die een functionele binding heeft met die activiteit; Indien door of namens de drijver van de inrichting van het bedrijf op 'Bedrijfsperceel - 2' een structurele verandering van de bedrijfsvoering wordt gemeld dan wel aangevraagd, ten opzichte van de Inventarisatie geluidsaspecten Tuytel-Machinery aan de Huizersdijk 20 in Zevenbergen (4 mei 2022) het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer, mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van het bedrijf gevestigd binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsperceel 2' de in tabel 6 opgenomen grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LArLT als gevolg van die activiteit niet overschrijden.

Tabel 6 07.00 19.00 uur

19.00 23.00 uur

23.00 07.00 uur

Grenswaarde activiteit ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – 45 dB(A) bedrijfsperceel 2 45 dBA'

40 dB(A)

35 dB(A)

Grenswaarde activiteit ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone bedrijfsperceel 2 50 dBA'

45 dB(A)

40 dB(A)

e.

50 dB(A)

De grenswaarden in tabel 6 gelden op de aanduidingsgrens;

22

f.

g.

h.

Onverminderd het gestelde onder d. mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LArLT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten, ter plaatse van de gevel van nieuwe woningen binnen het bedrijventerrein Molengors niet meer bedragen dan de in tabel 5 opgenomen grenswaarden; Controle op of berekening van het gestelde onder sub a) tot en met sub d) vastgelegde geluidniveaus, moet geschieden overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', van 1999. Het bepalen van de geluidimmissie vanwege de inrichting ter plaatse van de woningen en/of geluidgevoelige bestemmingen in de dagperiode dient te gebeuren op een hoogte van 1,5 m en in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5 m; Controle op of berekening van het gestelde onder sub a) en sub d) vastgelegde geluidniveaus, moet geschieden overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', van 1999. In afwijking van de Handleiding moeten de berekeningen ter plaatse van de aanduidingsgrens, zoals bedoeld in tabel 6, plaatsvinden op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijk maaiveld. De berekeningen worden daarnaast uitgevoerd met een rekengrid waarbij de afstand tussen de verschillende gridpunten 10 m bedraagt. Voor de berekeningen wordt uitgegaan van een standaardbodemfactor (Bf) van 0,0 (harde bodem).

Bij de toepassing van sub a en b wordt geen rekening gehouden met de bebouwing en bodemgebieden die aanwezig zijn rondom de locatie waar de activiteit wordt verricht. Alleen de objecten (bijvoorbeeld gebouwen of schermen) en bodemgebieden binnen het bedrijfsperceel worden meegenomen bij de berekeningen.

3.1.5 Afwijken van grenswaarden met een omgevingsvergunning a. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de grenswaarden, zoals bepaald in de tabel 2 van artikel 3.1.2, de tabel 4 van artikel 3.1.3 en tabel 6 van artikel 3.1.4; b. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de grenswaarden; en 2. als andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen. c. Het bevoegd gezag verbindt aan de omgevingsvergunning voorschriften over de grenswaarden, die maximaal 5 dB hoger zijn dan de waarden, genoemd in de tabel 2 van 3.1.2, tabel 4 uit artikel 3.1.3 en tabel 6 van artikel 3.1.4, mits dat niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden, bedoeld in tabel 7 in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen; d. Sub c is niet van toepassing indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen. Tabel 7 Dagdeel

07.00 - 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 - 07.00 uur

langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van activiteiten

35 dB (A)

30 (dB(A)

25 dB(A)

maximale geluidniveau (LA,max ) als gevolg van activiteiten

55 dB (A)

50 dB (A)

45 dB(A)

Bestemmingsplan Kop Roode Vaart te Zevenbergen In de regels onder 10.1.2 t/ 10.1.5 van dit bestemmingsplan is voorzien dat de regels ten aanzien van geluid uit het bestemmingsplannen Bedrijventerrein Molengors (3.3.5 en 3.3.6) en Paraplu bestemmingsplan geluid bedrijventerrein Molengors (3.1.2 t/m 3.15) geborgd blijven. Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de afwijkingsbevoegdheid uit regel 10.1.5 van het bestemmingsplan Kop Roode Vaart te wijzigen zodat tot maximaal 5 dB hoger afgeweken kan worden van de grenswaarden.

23

10.1.5 afwijken van grenswaarden met een omgevingsvergunning a. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de grenswaarden, zoals bepaald in de tabel 2 van artikel 10.1.2, de tabel 4 van artikel 10.1.3 en tabel 6 van artikel 10.1.4 en van de grenswaarden voor nieuwe woningen in tabel 3 van artikel 10.1.3 en in tabel 5 van artikel 10.1.4; b. Bij een afwijking van de grenswaarden zoals bepaald in de tabel 2 van artikel 10.12, de tabel 4 van artikel 10.1.3 en tabel 6 van artikel 10.1.4 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de grenswaarden; en 2. als andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen. c. Het bevoegd gezag verbindt aan de omgevingsvergunning voorschriften over de grenswaarden, die maximaal 5 dB hoger zijn dan de waarden, genoemd in de tabel 2 van 10.1.2, tabel 4 uit artikel 10.1.3 en tabel 6 van artikel 10.1.4, alsmede over de grenswaarden voor nieuwe woningen in tabel 3 van artikel 10.1.3 en in tabel 5 van artikel 10.1.4, mits dat niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden, bedoeld in tabel 7 in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen; d.

Sub c is niet van toepassing indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen. e. In het geval van een afwijking van de grenswaarde voor nieuwe woningen, geldt als voorwaarde dat rondom de tuin ter hoogte van de aanduiding “geluidwerende voorziening” een geluidwerende en groenblijvende afscherming gerealiseerd moet worden, met een hoogte van maximaal 2,5 meter, waarmee in de tuin voldaan kan worden aan de grenswaarden voor nieuwe woningen zoals opgenomen in tabel 3 van artikel 10.1.3 en in tabel 5 van artikel 10.1.4. Tabel 7 Dagdeel

07.00 - 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 - 07.00 uur

langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van activiteiten

35 dB (A)

30 (dB(A)

25 dB(A)

maximale geluidniveau (LA,max ) als gevolg van activiteiten

55 dB (A)

50 dB (A)

45 dB(A)

Activiteitenbesluit milieubeheer Relevante geluidvoorschriften voor bedrijven die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn opgenomen in de artikelen 2.17 tot en met 2.22. In tabel 2.17a van het artikel 2.17 van dit Besluit (zie onderstaande tabel 3) zijn de geldende geluidvoorschriften voor inrichtingen opgenomen. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.

de niveaus op de in tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel [2.17a] aangegeven waarden.

Tabel 3

Normen Activiteitenbesluit milieubeheer [tabel 2.17a] 07.00-19.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

24

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Conform artikel 2.17 lid 1 onder b en artikel 2.17 lid 3 onder b van het van toepassing zijnde Besluit zijn de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a en 2.17c opgenomen maximaal geluidniveaus (LAmax) niet van toepassing op laad- en losactiviteiten. Uit jurisprudentie blijkt dat het artikel ook van toepassing is op aanverwante activiteiten zoals het komen en gaan van voertuigen ten behoeve van het laden en lossen. Overeenkomstig artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) vaststellen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 dan wel 6.12. Hogere waarden kunnen slechts dan vastgesteld worden indien binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.

6.2

Nader onderzoek aspect gevaar

6.2.1

Dielemans Plastics B.V., Huizersdijk 14 Uit het meest recente controlebezoek is gebleken dat binnen de inrichting geen gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Ook komt vanuit de inrichting geen gevaarlijk afval vrij. Aangezien uit de milieudossier informatie is gebleken dat binnen de inrichting geen activiteiten plaatsvinden waarbij gevaar kan ontstaan, kan voldaan worden aan stap 2 uit de VNG-publicatie.

6.3

Nader onderzoek aspect geur en stof

6.3.1

Dielemans Plastics B.V., Huizersdijk 14 Geur Uit de milieudossier informatie is gebleken dat binnen de inrichting geen activiteiten met polyesterhars plaatsvinden. Wel worden pvc-aansluitingen voor gasleidingen thermisch gelijmd. Gezien de omvang en de aard van de werkzaamheden mogen echter geen relevante geuremissies als gevolg van de bedrijfsvoering worden verwacht. De activiteiten vinden uitsluitend plaats in het bedrijfspand. Gezien het feit dat nauwelijks geurrelevante activiteiten plaatsvinden, de beperkte omvang van de bedrijfsvoering (eenmanszaak) en de daadwerkelijke afstand tussen de bedrijfsloods en de woningen binnen het plangebied (minimaal 30 meter), wordt geen geurhinder verwacht ter plaatse van het plangebied. In afwijking van stap 2 uit de VNG-publicatie wordt het uitvoeren van een geuronderzoek niet noodzakelijk geacht. Stof Op het buitenterrein vinden geen activiteiten met stuifgevoelige goederen plaats. De bedrijfsactiviteiten vinden uitsluitend binnen in de bedrijfshal plaats (zoals bijvoorbeeld het op maat zagen van kunststof platen). Hierbij zullen niet of nauwelijks relevante stofemissies ontstaan. Zoals reeds toegelicht bij het aspect geur bedraagt de daadwerkelijke afstand tussen het bedrijfspand en de woningen binnen het plangebied minimaal 30 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=1df03632-2513-4347-b6c9-883f7f605142