bijlage 2 bij actiepunt 22003 AB-voorstel Evaluatie MWB-norm
Tekst van het document
Voorstel algemeen bestuur Datum vergadering: Agendapunt: Aantal bijlagen: Onderwerp:
8 december 2021 Datum: 10 Datum DB-besluit: 1 Evaluatie MWB-norm
24 november 2021 17 november 2021
SAMENVATTING VOORSTEL Op 1 januari 2019 is de MWB-norm ingevoerd voor een minimale periode van 4 jaar. Er ligt een bestuurlijke afspraak om de MWB-norm in 2021 te evalueren. De evaluatie moet leiden tot een hernieuwde norm die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gaat gelden. De projectgroep die deze evaluatie uitvoert, heeft haar eerste resultaten opgeleverd met de rapportage ‘Evaluatie MWB-norm’. De projectgroep beveelt aan drie nieuwe uitgangspunten vast te stellen en vijf verbetervoorstellen over te nemen. VOORGESTELDE BESLISSING Het dagelijks bestuur stelt het algemeen bestuur voor de geformuleerde uitgangspunten en verbetervoorstellen uit de rapportage ‘Evaluatie MWB-norm’ vast te stellen. WAT IS DE AANLEIDING? Op 1 januari 2019 is de MWB-norm ingevoerd voor een minimale periode van 4 jaar. Er ligt een bestuurlijke afspraak om de MWB norm in 2021 te evalueren. WAT WILLEN WE BEREIKEN? De evaluatie moet leiden tot een hernieuwde norm die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gaat gelden. Het doel van de evaluatie is te bekijken of en waar de MWB-norm moet worden bijgesteld en zo ja, op welke onderdelen: werkingsprincipes of grondslagen. WAT IS ER GEDAAN? De oorspronkelijke doelstelling van de MWB-norm staat overeind: De MWB-norm is een objectieve systematiek voor het bepalen van de gezamenlijke regionale ambities en van de daarbij behorende deelnemersbijdragen.
De MWB-norm is primair bedoeld voor de basistaken voor gemeentelijke deelnemers. De verzoektaken en collectieve taken werden en worden apart besproken en gecalculeerd en vallen niet onder deze norm. De MWB-norm geeft rust aan de deelnemers en de organisatie. Om de MWB-norm werkbaar te houden is de methodiek op sommige punten al reeds aangepast en dienen er nog aanpassingen plaats te vinden. Deze aanpassingen moeten wel passen in de lange termijnvisie van de wijze waarop de OMWB kwalitatief (risicogericht) zijn werk uitvoert. Een lange termijnvisie waarin een volledig uitgewerkt GUK, de gevolgen van de implementatie van de Omgevingswet, de eventuele aanpassingen naar aanleiding van de Commissie van Aartsen en de resultaten van het kostenefficiency onderzoek een plek hebben gekregen. Deze evaluatie en de mogelijke aanpassingen zijn een eerste opmaat. De OMWB hanteert voor de toekomstige ontwikkelingen de volgende uitgangspunten, die vastgesteld moeten worden in uw Algemeen Bestuur:
1
Uitgangspunt 1: de norm sluit aan bij het daadwerkelijke benodigde budget voor een adequate taakuitvoering van de basistaken, uiteindelijk op basis van het GUK. -
-
Een LPF ligt ten grondslag aan een taakveld. Daarin wordt beschreven hoe de OMWB handelt bij een melding of vergunningaanvraag, inrichtingsgebonden of nietinrichtingsgebonden, maar ook wat het minimale niveau is. Dit wordt vastgelegd in een regionaal beleid. Het komt erop neer dat élk bedrijf en/of MBA in een gemeente een gemiddeld kental en gemiddelde frequentie heeft, gebaseerd op het type inrichting/MBA en branche. Dit betreft een uitbreiding ten opzichte van de huidige situatie dus. Gevolg: een toezichtbudget dat aansluit bij het risicoprofiel van het IB van een gemeente. Naast een LPF, wordt de norm bij aanbodgestuurde taakvelden mede gebaseerd op de historie. Zo laten we het aantal gerealiseerde producten/benodigde budget uit het verleden meewegen om het aantal benodigde uren voor een adequate taakuitvoering, en dus de norm, te bepalen.
Uitgangspunt 2: de norm houdt rekening met individuele verschillen tussen gemeenten. -
Door te werken met een LPF gekoppeld aan historie data wordt een inschatting gemaakt van het benodigde aantal uren voor een adequate taakuitvoering. Echter, er zijn altijd ontwikkelingen bij een gemeenten die van invloed zijn op de aanbodgestuurde taakvelden. Denk hierbij aan het ontwikkelen van een industrieterrein, wat het aantal vergunningen en meldingen tijdelijk kan verhogen. Door samen met de gemeenten deze ontwikkelingen door te nemen en te laten landen in de prognose, wordt ook de norm meer toegespitst op de individuele situatie van de gemeente.
Uitgangspunt 3: de norm geeft financiële zekerheid voor de OMWB. -
-
-
Een LPF voor toezicht in combinatie met een prognose gebaseerd op het verleden en ontwikkelingen in de toekomst, leidt tot een realistische norm voor een gemeente. Echter, er kunnen altijd onverwachte zaken zijn die tot een onder-uitputting leiden. Het is voor de continuïteit van de OMWB van belang dat er een garantie zit op een minimale omzet. Daarom wordt voor de aanbodgestuurde taken niet de gehele prognose als norm gepakt, maar een percentage. Op dit moment wordt voorgesteld om 90% te hanteren. Een deelnemer is altijd vrij om bij het werkprogramma meer in te brengen; Alleen als de financiële positie van de OMWB het niet toelaat, zal de OMWB de deelnemers vasthouden aan de norm van 90%. Dit geldt voor het aanbodgestuurde deel, en niet voor toezicht/ hercontroles.
Deze uitgangspunten helpen ook bij ontwikkelingen waarvan de impact nu nog niet duidelijk is. Denk hierbij aan de Omgevingswet, of de uitwerking van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen. Het geeft handvatten om toekomstige (wets-) wijzigingen door te vertalen. Want met de onderstaande voorstellen wordt een eerste stap gezet naar een evenwichtigere financiering, maar het eindplaatsje is nog niet ingekleurd. Voorstellen/ richtinggevende uitspraken voor de korte termijn De evaluatie heeft laten zien dat de MWB-norm in de basis goed werkt. In het licht van toekomstige ontwikkelingen past een grote wijziging ook niet. Met diverse aanpassingen kan de MWB-norm (nog) beter werken. De onderstaande vijf voorstellen helpen bij deze verbeterde werkwijze. Voorstel A. De norm voor de basistaken toezicht blijft op basis van frequentie * uren* tarief * inrichtingen. De inbreng van de deelnemers blijft (minimaal) 100% van het normbedrag. Voor het bepalen van de norm van aanbodgerichte basistaken wordt voorgesteld om bij de begrotingsbehandeling (maart van enig jaar) de hoogte van de opgenomen begrotingsposten te bepalen door een gewogen gemiddelde van de voorafgaande drie jaar. De deelnemers dienen 90% van dit gemiddelde als normbedrag (budget) op te nemen in de begroting. Deelnemers zijn vrij om meer in te brengen. Dit geeft voor de OMWB een goede inschatting van de te verwachten
2
workload, en is een goede basis van de jaarlijkse bevoorschotting. De norm voor de NIG-taken wordt bepaald op basis van een LPF (zoals nu al het geval is). De MWB-norm betreft basistaken. Voor wat betreft de basistaak ‘toezicht’ is de MWB-norm als methodiek met kale kentallen goed werkbaar en past deze binnen het toekomstige GUK, waarbij meer dan nu risico- en branchegericht programmatisch gewerkt gaat worden. Voor wat betreft de aanbodgerichte basistaken (vergunningverlening, klachten, repressief, bezwaar en beroep) ligt dit anders. Zoals in paragraaf 4.3 is uiteengezet komen de vastgestelde percentages als opslag van het toezichtprogramma niet overeen met de realiteit. We moeten hier een ander type norm onderzoeken. Voorstel B. Voor de begroting 2023 willen we binnen de vier categorieën in het inrichtingenbestand een verdere verfijning naar risicoprofiel maken die meer recht doet aan de daadwerkelijke situatie bij branches. Tegelijkertijd kan dit gezien de beperkte tijd én de evaluatie van het GUK geen diepgaande verfijning worden. Voorstel wordt dan ook om binnen de verschillende categorieën van bedrijven maximaal drie subcategorieën te maken met de huidige normen als vertrekpunt, en dit in afstemming met de deelnemers vorm te geven. De basistaakbedrijven zijn in vier categorieën ingedeeld. Per categorie bestaat er een afgesproken norm en frequentie.
Het daadwerkelijke toezicht is echter veel meer divers, waardoor deelnemers niet altijd goed uitkomen met het budget voor toezicht. En het past ook niet bij de verdere verfijning die voorgesteld is in het GUK. Ons voorstel: verdere verfijning van het inrichtingenbestand. Complicerende factor is dat de evaluatie van het GUK gepland staat in het voorjaar 2022 en niet gelijk met deze evaluatie oploopt. Er is overigens bewust gekozen om deze evaluatie dicht tegen de intrede van de Omgevingswet te plannen. Voorstel C. In eerste instantie worden er geen aanpassingen gedaan aan de normen van uren en frequentie. Naar aanleiding van de uitwerking van voorstel B kunnen de normen en frequenties nog aangepast worden. Dit punt moet voor de conceptbegroting 2023 uitgewerkt worden. In paragraaf 4.2 is een uitvoerige analyse gemaakt op de uren en frequentie van toezicht. Deze analyse is gebaseerd op risicoclassificatie B2, C1, etc. De realiteit komt redelijk overeen met eerder berekende normen. De afwijkingen worden veroorzaakt door individuele uitschieters, verdringingseffecten en keuzes van deelnemers. Voorstel D. De actualisatie van data is (nog) niet voldoende geregeld. Per onderdeel wordt het volgende voorgesteld: Inrichtingenbestand: Het inrichtingenbestand (IB) op 1 januari van een jaar is leidend voor de werkprogramma’s/begroting van het daaropvolgende jaar.
Qua cyclus ziet dat er als volgt uit: Per 1 januari: herijking van inrichtingenbestanden qua aantallen o Dit houdt in dat op 1 januari in overleg met de deelnemers van enig jaar per (sub-) categorie het aantal bedrijven als basis voor het bepalen van de norm wordt vastgezet; Februari: impact nieuw IB op huidige werkprogramma en begroting maken; Maart: indienen conceptbegroting met herijkte aantallen IB; April: werkprogramma's opstellen (concept). Deze werkwijze zorgt ervoor dat wijzigingen in de aantallen bedrijven structureel verwerkt gaan worden. Uurtarief Eenzelfde werkwijze gaat gelden voor de bepaling van het uurtarief. Ieder jaar wordt het gemiddelde uurtarief bepaald aan de hand van loon en prijsstijgingen, aangekondigd in de september circulaire. Deze wijziging wordt bij de concernbegroting verwerkt. Kentallen uren en frequentie
3
Voor wat betreft de kentallen uren en frequentie en percentage hercontrole komt er geen jaarlijkse herijking. Deze kentallen worden wellicht aangepast naar aanleidingen van voorstel B en C, en staan hiermee voor de komende twee jaar (zie ook voorstel E) vast. Deze kentallen zullen wijzigen bij de intrede van een (nieuw) GUK en de Omgevingswet (het omzetten naar MBA’s). De oorspronkelijke systematiek is gebaseerd op vier elementen: aantal inrichtingen, kentallen van een controle, de frequentie van een controle en de opslagpercentages voor hercontroles, repressief en vergunningverlening. Voor de laatstgenoemde producten is reeds een voorstel gedaan (zie voorstel A). Al deze elementen zijn op dit moment niet variabel/ is geen afspraak gemaakt over de actualisatie hiervan. Dit betekent dat we op dit moment rekenen met oude aantallen en dat er geen ruimte is om grotere actualisatieslagen, bijvoorbeeld vanwege samenvoegingen van gemeenten, een plek te geven. Voorstel E. Bij aanname van de voorstellen A tot en D wordt het voorstel om de MWB-norm in deze vorm voor twee jaar te hanteren, voor de begrotingsjaren 2023 en 2024. De komende tijd staat door onder ander de intrede van de Omgevingswet in het teken van grote veranderingen binnen de dienst. De impact van deze grote veranderingen is nu nog niet te voorspellen.
Deze evaluatie geeft echter wel aan dat wijzigingen in de norm, de werkwijze en daarmee de begroting noodzakelijk zijn. WAT ZIJN DE FINANCIËLE GEVOLGEN? Uiteindelijk leidt de actualisatie tot bijstelling van de MWB-norm die verwerkt zal worden in de begroting 2023. Begrotingswijziging bijgevoegd?
ja;
x
nee;
VERVOLGTRAJECT OP BESLUITVORMING? Na vaststelling door het AB van de hierboven geformuleerde uitgangspunten en de vijf voorstellen voor aanpassing, zal voor 1 maart 2022 een nadere uitwerking moeten plaatsvinden. Deze nadere uitwerking betreft het inrichtingenbestand (volledig en juiste data per 1 januari) en de nadere specificering binnen de categorieën basisbedrijven. Zodanig dat het bedrag van de MWB-norm (als basis voor het bepalen van het basistakenbudget voor de conceptbegroting 2023 en de conceptwerkprogramma’s) duidelijk is. De deelnemers worden deelgenoot gemaakt van de (onderliggende) berekeningen. De ambtelijke werkgroep heeft aangegeven graag mee te denken. Een kort plan van aanpak zal worden opgesteld en gedeeld worden met de bestuurlijke opdrachtgevers. INSPRAAK EN COMMUNICATIE Buiten de deelnemers geen verdere communicatie vereist. BIJLAGEN Bijlage 1
: Rapportage Evaluatie MWB-norm
4