CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - Bijlagen Bedrijventerrein Koekoek II

Commissievergadering 29 augustus 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan Ontwikkelgebied Bedrijventerrein Koekoek II28.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage 1 Gemeente Moerdijk (september 2024) Beeldkwaliteits-, klimaaten duurzaamheidsplan Bedrijventerrein Koekoek II Zevenbergen

BEELDKWALITEITS-, KLIMAAT- & DUURZAAMHEIDSPLAN BEDRIJVENTERREIN KOEKOEK II ZEVENBERGEN - SEPTEMBER 2024

Inhoudsopgave 1. Stedenbouwkundige Opzet Koekoek II 1.1 Ambities Koekkoek II 1.2 Hoofdopzet Plan 2. Criteria Kavels 2.1 Beeldkwaliteitscriteria 2.2 Klimaat- en duurzaamheidscriteria 3. Criteria Gebouwen 3.1 Beeldkwaliteitscriteria 3.2 Klimaat- en duurzaamheidscriteria 4. Vegetatie 4.1 Welke planten en bomen?

1

Hoofdstuk 1 | Stedenbouwkundige Opzet Koekoek II

1.1 | Ambities Koekoek II Ligging en bereikbaarheid Bedrijventerrein Koekoek II ligt aan de noordzijde van de kern Zevenbergen. Het plangebied ligt tussen het spoor, bedrijventerrein De Koekoek en de Achterdijk. Als we uitzoomen, ligt het plangebied nabij de N285 en de A17. Daarbij komt de beoogde nieuwe Noordelijke randweg die om Zevenbergen heen loopt, waardoor het toekomstige bedrijventerrein niet alleen via de zuidwest-zijde (via bedrijventerrein De Koekoek) te bereiken is, maar ook via deze nieuwe provinciale weg. De Noordelijke randweg is, na de oostrand, een belangrijke schakel in de totale ontwikkeling van Zevenbergen, met name voor het gebied Zevenbergen Noord en het doortrekken van de Roode Vaart in het centrum. De Noordelijke randweg moet de functie van de huidige provinciale weg N285 overnemen. De huidige provinciale wordt afgeschaald. Hierdoor neemt de verkeersdrukte in en nabij het centrum van Zevenbergen af en zal de verkeersstroom van en naar het nieuwe bedrijventerrein dus ook grotendeels via deze weg worden afgewikkeld, wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in en van Zevenbergen. Groenstructuur Het omliggende gebied wordt gekenmerkt door enerzijds bedrijvigheid en anderzijds het open polderlandschap met bomenrijen en een enkele bossage.

Met de ontwikkeling bedrijventerrein Koekoek II komt er zo’n 6,4 hectare aan bebouwing/verharding bij.

Figuur 1: ligging plangebied

Daarnaast hebben we te maken met een veranderd klimaat. Zo zijn er steeds meer hete zomers, zachte winters en valt regen vaak in de vorm van hevige piekbuien. Dit zorgt voor wateroverlast en hittestress op plaatsen waar geen of nauwelijks ruimte is voor bomen, groen en waterberging. Om deze klimaatsinvloeden zoveel mogelijk te kunnen bestrijden wordt er dus ingezet op een duurzaam en relatief gezien groen bedrijventerrein, waarin er ruimte wordt gemaakt

voor bomenrijen, groene daken, retentie en/of waterberging. Ook worden er kwaliteitseisen gesteld aan het inrichten van de desbetreffende bedrijfskavels. Zo wordt er voorkomen dat een kavel volledig met verharding wordt ingericht. Aan de kant van de Achterdijk wordt het bedrijventerrein (mede door een grote bufferzone van water en groen) landschappelijk ingepast, om eventuele hinder van bedrijven t.o.v. de woningen aan de Achterdijk in meerdere opzichten te beperken.

3

Doelstelling De belangrijke doelstellingen voor bedrijventerrein Koekoek II zijn: • •

•

De ontwikkeling van een duurzaam en efficiënt bedrijventerrein. Ervoor zorgen dat het nieuwe bedrijventerrein op zowel architectuur als perceelsinrichting landschappelijk wordt ingepast met respect voor de omlig gende groenstructuur en woonomgeving. Een divers aanbod aan kavels, voor verschillende bedrijfscategorieën.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken wordt bij de inrichting van de kavels een verdeling voorgeschreven tussen groen/water/onverhard en bebouwing/verharding van respectievelijk 25% en 75%. Hiermee worden een aantal duurzame voordelen behaald: realisering van natuurbouw en/of water op het kavel; grondslag voor een ‘ontspannen’ stedenbouwkundig beeld; meervoudig intensief ruimtegebruik wordt gestimuleerd. Ook worden er regels opgesteld voor het inrichten van de desbetreffende bedrijfskavels. Zo wordt en zal er ruimte worden gemaakt voor bomenrijen, groene daken, water en wadi’s.

Groene entree Groeninrichting en Groeninrichting Achterdijk Groeninrichting Achterdijk retentiegebied Achterdijk

Watergang en WatergangWatergang en retentie retentie gebied gebied

Lanen-structuur

Groene dakvegetatie

Figuur 2: groen- en waterinrichting bedrijventerrein Koekoek II

4

1.2 | Hoofdopzet plan Ontsluiting Het is de ambitie om een efficient en duurzaam bedrijventerrein in te richten. Er zijn daarom zo min mogelijk wegen aangelegd. Er loopt één hoofdweg door het gebied, die als een soort ringweg alle kavels bereikbaar maakt. Deze weg loopt aan de noordoostzijde richting de noordelijke randweg (N285) en aan de noordwest-zijde verbindt de nieuwe weg het huidige bedrijventerrein Koekoek I met het nieuwe bedrijventerrein Koekoek II. De doorsteekweg tussen Koekoek I en Koekoek II wordt landschappelijk ingepast. Verkaveling Bedrijventerrein Koekoek II is opgezet voor bedrijven met een kavel van minimaal 2000 m2 en maximaal 5000 m2. Een divers kavelaanbod voor verschillende soorten bedrijven is voorstelbaar. Oriëntatie Het bedrijventerrein komt dus tussen het spoor, de nieuwe noordelijke randweg, de Achterdijk en bedrijventerrein Koekoek I te liggen. Zowel de Achterdijk als de noordelijke randweg liggen straks (deels) hoger dan het bedrijventerrein. Een groenbuffer (met waterretentie) tussen het bedrijventerrein en de Achterdijk, moet het aanzicht vanaf de Achterdijk ten goede komen. Hier wordt bij het definitieve ont-

werp rekening mee gehouden. Ook spelen de gebouw- en kavelgebonden criteria hier een belangrijke rol in. Openbare ruimte De openbare ruimte wordt zo ingericht dat het problemen als hittestress en wateroverlast tegengaat. Denk hierbij aan het realiseren van bomenrijen, wadi’s en waterpartijen. Er wordt op deze manier een soort ‘laan-structuur’ gecreëerd. Dit gaat niet alleen de hittestress en wateroverlast tegen, maar het zorgt er ook voor dat het terrein beter in de context past en daarnaast de uitstraling van een groen en duurzaam bedrijventerrein krijgt. Waterhuishouding Het ligt voor de hand om bij het ontwerp van het waterstelsel te zoeken naar combinaties van waterhuishoudkundige eisen. De specifieke eisen die de verschillende bedrijven aan de kavel en het gebouw stellen, de positie en de randen van de kavel alsmede de waterhuishoudkundige eisen leiden per kavel wellicht tot verschillende oplossingen voor de waterbergingen. Het voorzien van groene daken op de bedrijfsgebouwen is bij deze ontwikkeling ook een harde eis.

5

Hoofdstuk 2 | Criteria Kavels

2.1 | Beeldkwaliteitscriteria Indeling kavel

Infrastructuur Doel is een efficiënte ontsluitingsstructuur en het minimaliseren van verharding.

•

•

•

Dat wat als voorste perceelsgrens dient te worden aangehouden is uiteengezet in figuur 3. De voorgevels van de bedrijfspanden dienen aan deze voorste perceelsgrens te worden gesitueerd. Bijvoorbeeld dient de voorgevel in deelgebied 4 naar de buitenzijde van het plan te worden gesitueerd, waardoor bedrijven een representatieve zijde hebben aan de N285. Ga creatief om met de voorgevellijn als dit tot versterking van het groene beeld leidt.

Kavelranden • •

•

Probeer hekken aan de voorzijde zoveel mogelijk te voorkomen. Voor bedrijven die met de achterkant grenzen aan de Achterdijk dient een hekwerk aan deze zijde te worden voorzien van groenblijvende vegetatie. Als een hekwerk gewenst is of (zoals hierboven beschreven) verplicht wordt gesteld, dan dient deze ingepast te worden middels een hoge haag of d.m.v. andere groen blijvende vegetatie, zoals een begroeid hekwerk. Deze moet en minimaal 2,0 meter en maximaal 3,0 meter hoog zijn.

• • •

•

Elke kavel krijgt de beschikking over één inrit van ten maximale 10 meter breed. Leg op de kavel zelf zo min mogelijk wegen aan. Combineer een ontsluitingsweg naar het gebouw waar mogelijk met een weg die tussen de parkeerplaatsen doorloopt. Parkeerkoffers moeten met groen worden ingepakt en zoveel als mogelijk aan de achterzijde (uit het zicht) van het pand gesitueerd worden. blijvende vegetatie. Deze haag moet minimaal 2,0 meter en maximaal 3,0 meter hoog zijn. Kavels dienen aan de achterzijde landschappelijk te worden ingepast.

Figuur 3: oriëntatie voorste perceelsgrens per deelgebied

Infrastructuur Doel is een efficiënte ontsluitingsstructuur en het minimaliseren van verharding. Handreikingen voor de infrastructuur zijn: • • •

Pas in principe per kavel één entree toe Leg op de kavel zelf zo min mogelijk wegen aan. Combineer een ontsluitingsweg naar het gebouw waar mogelijk met een weg die

7

Parkeren Handreikingen voor het parkeren zijn: • Concentreer de parkeerplaatsen, zodat zo min mogelijk verharding nodig is en het groene beeld van de kavel wordt ondersteund. • Onttrek de parkeerplaatsen uit het zicht door een slimme situering, bijvoorbeeld achter het gebouw, verdiept ten opzichte van maaiveld of onder het gebouw. • Leg parkeerplaatsen, waar mogelijk, halfverhard aan. Dit zorgt niet alleen voor een natuurlijkere uitstraling, maar zorgt ook voor de infiltratie van water. Ook bij de situering van de opstelplaatsen voor vrachtwagens gelden de handreikingen van concentratie en slimme situering.

Brede groenstrook als erfafscheiding

Parkeren inpandig

Parkeren aan de achterkant

Één entree per kavel

Parkeren verdiept

Gestapeld parkeren

Logische opzet infrastructuur

Figuur 4: principes erfafscheiding en infrastructuur

8

2.2 | Klimaat- en duurzaamheidscriteria Indeling kavel •

•

•

De kavelindeling moet als volgt worden opgebouwd: maximaal 75% bebouwing/ verharding en minimaal 25% groen (en dus volledig onverhard). Concentreer het groen in grote, zoveel mogelijk aaneengesloten oppervlakten, zodat een wezenlijke bijdrage geleverd kan worden aan het groen beeld. Vul groenzones en kavelranden in met in de omgeving voorkomende groentypen: watergangen, wadi’s, bomenrijen of bossages. Op deze manier kan een extensief beheer worden toegepast. Ook levert het groen een bijdrage aan het landschappelijke beeld in de omgeving. Genoemde groene invullingen passen in het streven om het bedrijventerrein ten opzichte van de huidige situatie een grotere ecologische betekenis te geven.

75%

Verdeling groen/verharding-bebouwing

Niet uitgesmeerd

Wél uitgesmeerd

Gebruik bij voorkeur in de omgeving voorkomende groentypen, boomweides, watergangen, moeras en bos

9 Figuur 5: principes verdeling kavel

Situeer het groen zoveel mogelijk aan de hoofdstructuur of aansluitend aan de andere groene stukken

Mogelijke functiecombinatie water: verbreding centrale waterloop; water voorlangs en pijp naar centrale waterloop; water in de rand

10

Hoofdstuk 3 | Criteria Gebouwen

3.1 | Beeldkwaliteitscriteria Deze criteria zijn van toepassing binnen het met rood omlijnde gebied uit figuur 7. Hoofdaspecten • •

De gevels dienen voldoende plasticiteit (dieptewerking door reliëf ) te hebben. De gevels moeten een kleur hebben die terughoudend en natuurlijk is, zodat het gebouw in het landschap wordt geïntegreerd. Denk hierbij aan terughoudende aardse tinten en natuurlijke tinten. De kleuren moeten aansluiten bij het onderstaande kleurenpalet. Felle en/of uitspringende kleuren vallen hier dus niet onder.

• • • •

30% van het geveloppervlak moet met groenblijvende vegetatie worden bekleed. 30% van de voorgeveloppervlakte moet transparant zijn. Installaties dienen in het ontwerp te worden geïntegreerd. Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de hoofdaspecten, wanneer functioneel mogelijk, dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben.

Deelaspecten • • •

Naamsaanduidingen en reclameuitingen dienen op of in de gevel te worden gesitueerd aan de representatieve zijde. Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de deelaspecten dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben. Wijzigingen van een gebouw moeten aansluiten bij de bestaande architectuur van dat gebouw.

Figuur 7: afbakening gebied geldende criteria

Detailaspecten • • •

Bijgebouwen moeten aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw. Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de deelaspecten dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben. Wijzigingen van een gebouw moeten aansluiten bij de bestaande architectuur van dat gebouw.

12

3.2 | Klimaat- en duurzaamheidscriteria Deze criteria zijn van toepassing op het gebied wat rood omlijnd is in figuur 8. Hoofdaspecten • • •

De gevels moeten bestaan uit duurzaam en circulair materiaal. Het dak moet worden voorzien van groenblijvende en waterbergende vegetatie, waarbij de combinatie van groene vegetatie én zonnepanelen ook mogelijk is. Aan- uit- en opbouwen moeten op het niveau van de hoofdaspecten, wanneer functioneel mogelijk, dezelfde architectonische kenmerken als de hoofdbouwmassa hebben.

Detailaspecten •

Details moeten in hout of biobased materiaal worden vormgegeven indien dit functioneel mogelijk is.

Figuur 8: afbakening gebied geldende criteria

13

Hoofdstuk 4 | Vegetatie

4.1 | Welke planten en bomen? Groene gevels •

Bij groene gevels zijn er zelfhechtende klimmers die geen klimsteun nodig hebben zoals de klimop (Hedera), wilde wingerd (Parthenocissus) en klimhortensia (Hydrangea petiolaris).Planten met ranken draaien zich ergens omheen, zoals clematis, kamperfoelie (Lonicera), vuurdoorn (Pyracantha coccinea) en blauweregen. Om in de winter groen te hebben, kan gekozen worden voor win ter- groene klimplanten als de klimop, kamperfoelie en sommige clematisvarianten.

Groenstroken •

Stukken groen op het perceel kunnen gebruikt worden om bloemrijke of kruidenrijke beplanting aan te brengen. Voor een vlinderborder zijn onder meer kamperfoelie, aalbes, boswilg, kaasjeskruid, vingerhoedskruid en veldsalie geschikt.

•

Streef naar de toepassing van zoveel mogelijk inheemse, gebiedseigen beplanting.

•

Een wilg, eik, krentenboompje, liguster en meidoorn zijn voorbeelden van soorten, die uitermate geschikt zijn om de biodiversiteit te verhogen.

•

Met diverse soorten struiken en eventueel bomen kan een singel of haag om een bedrijf of bedrijventerrein gemaakt worden. Dit vereist minstens een breedte van 2 meter voor een singel en 1 meter voor een haag. Er kunnen ook fruitbomen worden gebruikt. Mooi als de medewerkers tussen de middag een appel of peer van eigen bedrijfstuin kunnen plukken.

15

Gemeente Moerdijk info@moerdijk.nl Pastoor van Kessellaan 15, 4761 BJ Zevenbergen

Bijlage 2 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (3 mei 2023) Onderzoek luchtkwaliteit

Notitie

Onderwerp:

Onderzoek luchtkwaliteit bedrijventerrein Zevenbergen-Noord

Aan:

Gemeente Moerdijk

Van:

Volkert Buil, OMWB

Datum:

3 mei 2023

Zaaknummer:

2023-008907

1. Inleiding De gemeente Moerdijk heeft het voornemen om een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen ten noorden van Zevenbergen. Het nieuwe bedrijventerrein is ten oosten van het bestaande bedrijventerrein De Koekoek gelegen, maar nog binnen de toekomstige Randweg. Er worden drie varianten onderzocht: een ‘bedrijfsloodsen variant’ en een ‘bufferzone variant’, waarin drie bestaande woningen blijven gehandhaafd en een ‘volledig bebouwde variant’, waarin de strook met de bestaande woningen wordt toegevoegd aan het bedrijventerrein.

Figuur 1: Stedenbouwkundig concept In opdracht van de gemeente hebben wij een indicatief onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit vanwege het verkeer van en naar het toekomstige bedrijventerrein. In deze notitie staan de resultaten van het onderzoek. Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl

Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving

2. Wettelijk kader Wet milieubeheer In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht vastgelegd. Deze grenswaarden moeten bij de vaststelling van een ruimtelijk plan in acht worden genomen. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) het meest kritisch ten opzichte van de grenswaarden. Voor NO2 en PM10 geldt een jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 en voor PM2,5 25 μg/m3. Een project is toelaatbaar, als het aannemelijk is dat het aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet (artikel 5.16 van de Wet milieubeheer): • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde, • een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, • een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging, • een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Niet in betekende mate Kleine projecten en ruimtelijke plannen, die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden. Dit is geregeld in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijbehorende ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’.

Een plan draagt in niet betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit als het een effect heeft van minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) of fijn stof (PM10). Dit betekent dat een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

3. Uitgangspunten Verkeersgegevens Het nieuwe bedrijventerrein zal verkeer genereren. Voor een prognose van de intensiteiten en de verdeling van het verkeer over de verschillende voertuigcategorieën, is aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie 381 (“Toekomstbestendig parkeren”). In deze publicatie worden ook uitgangspunten gegeven voor de verkeersgeneratie van toekomstige ontwikkelingen, waaronder bedrijventerreinen. Voor dit onderzoek is ervan uitgegaan dat het nieuwe bedrijventerrein volgens CROWpublicatie 381 kan worden gezien als een “gemengd terrein”. Hierdoor kunnen 158 motorvoertuigen per etmaal worden verwacht per netto hectare bedrijventerrein. De drie onderzochte varianten hebben allen een ander netto uit te geven aantal hectaren. In navolgende tabel 1 is aangeven hoe het aantal verkeersbewegingen per etmaal (mvt/etmaal), per variant tot stand is gekomen.

2023-008907

pagina 2 van 5

Tabel 1: verkeersintensiteiten per etmaal per op basis CROW-381 Bruto opp [m2]

Netto opp [m2]

Aantal mvt/etm

Variant volledig bedrijventerrein

118408

91174

1437,8

Bedrijfsloodsen variant

117806

90711

1433,1

Bufferzonevariant

112125

86336

1358,8

In de CROW-381 is ook een verdeling van het verkeer over de verschillende voertuigcategorieën gegeven. Hieruit volgt dat mag worden verwacht dat 81% van het verkeer zal bestaan uit lichte motorvoertuigen (personenauto’s), 8% uit middelzware motorvoertuigen en 11% uit zware motorvoertuigen. De verschillen in de verkeersintensiteiten tussen de drie verschillende varianten zijn zeer beperkt. In het onderzoek is wordt case gerekend voor de variant met een volledig uitgeefbaar bedrijventerrein (1438 extra mvt/etm). Aangenomen wordt dat er, naast het effect van de verkeersaantrekkende werking op de luchtkwaliteit, geen andere relevante emissiebronnen zijn. Op een deel van het te ontwikkelen bedrijventerrein worden bedrijven toegestaan met een maximale milieucategorie 3.1 en op een ander deel maximaal 3.2. Daarnaast worden de bedrijven niet op het gasnet aangesloten.

4. Resultaten Planbijdrage De bijdrage aan de luchtkwaliteit is doorgerekend in de NIBM-tool, versie 2022. Deze tool is ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. Met de NIBM-tool kan eenvoudig en snel worden bepaald of een plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan luchtverontreiniging. Een dergelijke berekening is een worst-case benadering van de nieuwe situatie. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. De berekening laat zien dat het extra verkeer maximaal 3,61 μg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Hiermee overschrijdt de planontwikkeling voor de concentratie NO2 de NIBM-grens van 1,2 μg/m3. Voor PM10 is de bijdrage van het plan ‘niet in betekende mate’.

Afbeelding: rekenresultaten NIBM-tool.

2023-008907

pagina 3 van 5

Heersende luchtkwaliteit Volgens kaarten van het RIVM in de Atlas leefomgeving bedragen de concentratie NO2 ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving minder dan 14 μg/m3 en de concentratie PM10 minder dan 16 μg/m3 per jaar (2020). Dit ligt ver onder de wettelijke grenswaarde van 40 μg/m3 voor beide stoffen. De concentratie PM2,5 voldoet overigens ook ruimschoots aan de wettelijke grenswaarde.

Afbeelding: Jaargemiddelde concentratie NO2 in de lucht (bron: Atlas leefomgeving/RIVM). Globale ligging plangebied rood omcirkeld.

Afbeelding: Jaargemiddelde concentratie PM10 in de lucht (bron: Atlas leefomgeving/RIVM) Globale ligging plangebied rood omcirkeld.

2023-008907

pagina 4 van 5

Omdat 2020 door coronamaatregelen een bijzonder jaar was, zijn ook de recentere Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2022, 2025 en 2030) geraadpleegd. De kaarten geven een beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente (2022) als toekomstige jaren (2025 en 2030). Volgens de kaarten bedroegen de concentraties NO2 en PM10 in 2022 ter plaatse van het plangebied gemiddeld minder dan 17 μg/m3 en dalen deze concentraties naar de toekomst toe. Daarnaast is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIML) geraadpleegd, dat het nieuwe instrument is voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en later onder de Omgevingswet. De dichtstbijzijnde NSL-toetspunten in het CIML zijn gelegen langs De Langeweg. Op het nabij de woningen De Langeweg 1 en 5 gelegen toetspunt bedroegen de concentraties in 2021 respectievelijk 16,876 μg/m3 voor NO2, 15,9532 μg/m3 voor PM10 en 8,9112 μg/m3 voor PM2,5. Wanneer de planbijdrage (worst case voor NO2 3,61 μg/m3 en voor PM10 0,39 μg/m3) bij de heersende achtergrondniveaus (worst case 17 μg/m3) wordt opgeteld, wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarde van 40 μg/m3 voor deze stoffen.

5. Conclusie De planontwikkeling draagt meer dan 1,2 μg/m3 bij aan de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2). Het effect op de luchtkwaliteit wordt daarmee beschouwd als ‘mogelijk in betekende mate’. De bijdrage aan de jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) bedraagt minder dan 1,2 μg/m3, hetgeen als ‘niet in betekende mate’ geldt. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Uit een beschouwing van de gecumuleerde concentraties (inclusief het planeffect) blijkt dat de concentraties ruimschoots zullen voldoen aan de grenswaarden. De voorgenomen ontwikkeling is daarom vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit wettelijk inpasbaar op basis van artikel 5.16 lid 1a van de Wet milieubeheer.

2023-008907

pagina 5 van 5

Bijlage 3 Moerdijk Bodemsanering B.V. (9 maart 2023) Verkennend bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek Achterdijk ong. te Zevenbergen

Opdrachtgever :

Gemeente Moerdijk Postbus 4 4760 AA Zevenbergen

Kenmerk :

195.84.231.r1

Datum :

9 maart 2023

Auteur :

R.A.C. Hereijgers

Gecontr. :

S.A.C. Schrauwen

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING......................................................................................................... 1 2. VOORONDERZOEK ............................................................................................. 2 2.1

Algemeen en bronvermelding ....................................................................... 2

2.2

Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie ........................................ 2

2.3

Bodemonderzoeken/-saneringen ................................................................... 4

2.4

Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................. 4

2.5

Hypothese ................................................................................................... 4

3. VELDWERK ........................................................................................................ 5 3.1

Uitvoering van het veldwerk ......................................................................... 5

3.2

Resultaten van het veldwerk ......................................................................... 5

3.3

Afwijkende bodemkenmerken ....................................................................... 6

4. CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK................................................................. 7 4.1

Uitvoering van het chemisch-analytisch onderzoek ......................................... 7

4.2

Toetsingscriteria ........................................................................................ 10

4.3

Interpretatie analyseresultaten ................................................................... 12

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................... 17 6. VERANTWOORDING ......................................................................................... 19 7. LITERATUURLIJST ........................................................................................... 20 BIJLAGEN 1a. Situatieschets met geplaatste boringen 1b. Kadastrale tekening 1c. Foto’s onderzoekslocatie 2. Boorprofielen 3. Analyseresultaten en toetsingstabellen grond en grondwater

1. INLEIDING In opdracht van gemeente Moerdijk heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Achterdijk ong. te Zevenbergen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen aankoop en ontwikkeling van de locatie. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit (in relatie tot mogelijke verontreinigingen in de bodem). Hiertoe is de kwaliteit van zowel de grond als het grondwater beoordeeld op basis van een steekproef, waarbij een beperkt aantal boringen is verricht en een aantal grond(meng)monsters en grondwatermonsters chemisch-analytisch zijn onderzocht. Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie is de werkwijze conform de NEN 5725 (vooronderzoek) en de NEN 5740 (uitvoering verkennend onderzoek) gehanteerd. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de locatiegegevens, de verrichte veldwerkzaamheden, het chemisch-analytisch onderzoek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Tot slot worden de verzamelde gegevens over de grond- en grondwaterkwaliteit getoetst aan de huidige richtlijnen en worden aanbevelingen geformuleerd. Moerdijk Bodemsanering B.V. is in het bezit van het Procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de BRL 2000. Het veldwerk is derhalve verricht onder dit certificaat op basis van de richtlijnen in protocol 2001.

De grondwaterbemonstering is verricht onder dit certificaat op basis van de richtlijnen in protocol 2002. Moerdijk Bodemsanering B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de daarbij behorende protocollen.

195.84.231.r1

1

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Algemeen en bronvermelding Alvorens het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd is een vooronderzoek verricht conform de NEN 5725-norm; strategie A-Bodemonderzoek. Op basis van het vooronderzoek is bepaald of in het verleden mogelijk bodembedreigende activiteiten zijn ontplooid. Bij het verzamelen van de historische gegevens zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In onderstaande tabel is vermeld welke bronnen hiervoor gebruikt zijn en welke informatie daar globaal te vinden is. In de hierna volgende paragrafen zijn de resultaten van het vooronderzoek toegelicht. Tabel 1. Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Internet www.bodemloket.nl

www.dinoloket.nl

Indicatie aanwezigheid (ernstige) bodemverontreiniging of bodembedreigende activiteiten. De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) zijn onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties. Op de kaart kunnen adresgegevens eenvoudig verkregen worden, alsmede het bouwjaar van de aanwezige gebouwen en het gebruiksdoel van het gebouw. Indicatie bodemopbouw en geohydrologie.

www.topotijdreis.nl

Indicatie historisch gebruik van de onderzoekslocatie (o.a. bebouwing).

www.archeologieinnederland.nl

Verwachtingskans archeologische monumentenkaart (AMK).

www.bagviewerkadaster.nl

Gemeente Moerdijk en Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) Milieuvergunning

Tankenbestand

Veel inrichtingen (bedrijven en instellingen) hebben een omgevingsvergunning nodig. Aan de verlening van een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Op de locatie of in de directe omgeving kunnen reeds bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Deze kunnen een indicatie geven van de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Indicatie aanwezigheid (ondergrondse) brandstoftank(s).

Asbestkansenkaart

Verwachtingskans aantreffen asbest in de bodem.

Bodemonderzoeken

2.2 Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Zevenbergen, sectie N, nummer 507, 2180 en 2351, en heeft een oppervlakte van circa 107.000 m2. De locatie betreft enkele agrarische percelen. Een situatieschets van de locatie is opgenomen in bijlage 1a; een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage 1b. In bijlage 1c zijn enkele foto’s opgenomen van de huidige situatie. In tabel 2 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. 195.84.231.r1

2

Tabel 2. Historisch, huidig en toekomstig bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie Voormalige bodembedreigende activiteiten Boven- en ondergrondse tanks Ophoging en demping Voormalige bodembedreigende activiteiten in de nabijheid van de locatie Explosieven en archeologie Calamiteiten

Tot omstreeks 1900 is op de locatie een spoortracé aanwezig geweest. Voor het overige is de locatie altijd in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Niet bekend. Niet bekend. Op de locatie hebben enkele sloten gelegen, welke gedempt zijn (vermoedelijk met grond). Het is niet bekend wat de kwaliteit van de grond is geweest. Niet bekend. Niet bekend. Niet bekend.

Huidig Locatie-inspectie Gebruik locatie

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 6 februari 2023 uitgevoerd door de heer R. Snijder. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden geconstateerd. Agrarische percelen.

Bebouwing

Onbebouwd.

Terreinverharding

Onverhard.

Bodembedreigende activiteiten

Niet bekend.

Asbest aanwezig

Niet bekend.

Geval van ernstige bodemverontreiniging Gebruik directe omgeving

Niet bekend. Agrarische doeleinden.

Toekomstig Gebruik locatie

Het voornemen is om op de locatie een bedrijventerrein te realiseren.

Bodembedreigende activiteiten

Niet bekend.

Luchtfoto onderzoekslocatie

(bron: Google Earth)

195.84.231.r1

3

2.3 Bodemonderzoeken/-saneringen Op de locatie en in de directe nabijheid hiervan zijn geen (relevante) bodemonderzoeken en/of saneringen bekend. Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Moerdijk (nota Bodembeheer) valt de boven- en ondergrond op de locatie in de kwaliteitsklasse ‘AW2000’. 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Voor het verkrijgen van inzicht in de regionale bodemopbouw en de geohydrologische gegevens van de omgeving is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland. Ter plaatse kunnen de volgende geohydrologische eenheden worden onderscheiden: Tabel 3. Geohydrologische gegevens Globale diepte (m -mv) Geohydrologische eenheid

Samenstelling

0-6

Deklaag

Fijn/ fijne slibhoudende zanden

6-9

Eerste watervoerend pakket

Fijnzandige afzettingen

9 - 60

Eerste scheidende laag

Fijn leemhoudend zand, afgewisseld met kleilagen

De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht. De stromingsrichting zal mogelijk worden beïnvloed door lokale ontwateringsmiddelen (zoals sloten, drainage, kabels en leidingen). De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5 Hypothese Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie zal de NEN 5740 gehanteerd worden. Het bodemonderzoek heeft een zogenaamd retrospectief karakter, dit wil zeggen dat het onderzoek primair gericht is op reeds opgetreden (bodem)verontreiniging. De onderzoekslocatie betreft het in bijlage 1a aangegeven terrein met een totaaloppervlak van 107.000 m2. Op basis van de hierboven weergegeven informatie wordt de volgende hypothese met bijbehorende onderzoeksstrategie toegepast: Tabel 4. Onderzoeksstrategie Deellocatie(s)

Strategie

Voormalig spoortracé, circa 10.000 m2 Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2

VED-HE-NL

Mogelijke parameter(s) in grond Zware metalen en PAK

Mogelijke parameter(s) in grondwater -

ONV-GR-NL1)

-

-

1) De aanwezigheid van gedempte sloten wordt als extra aandachtspunt aangemerkt.

195.84.231.r1

4

3.

VELDWERK

3.1 Uitvoering van het veldwerk Ter plaatse zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 5. Veldwerkzaamheden Deellocatie Veldwerk 18 x boring tot 1,0 meter beneden maaiveld (m -mv) 4 x boring tot het freatisch grondwater (minimaal 1,0 m -mv/ maximaal 2,0 m -mv) 2 x boring tot in het grondwater, welke tevens wordt afgewerkt met een peilbuis 8 x boring tot 0,5 meter beneden maaiveld (m -mv) Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2 36 x boring tot 1,0 meter beneden maaiveld (m -mv) 36 x boring tot het freatisch grondwater (minimaal 1,0 m -mv/ maximaal 2,0 m -mv) 11 x boring tot in het grondwater, welke tevens wordt afgewerkt met een peilbuis Opmerking: diverse boringen en peilbuizen worden gecombineerd uitgevoerd. Spoortracé, circa 10.000 m2

3.2 Resultaten van het veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd conform de protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden zijn verricht op 6, 7 en 9 februari 2023 door de erkende veldwerker R. Snijder en op 13 februari 2023 door de erkende veldwerker B. Prinse. De peilbuizen zijn, na enkele malen te zijn afgepompt, op 16 februari 2023 bemonsterd door de erkende veldwerker L. Leenaerts en op 17 februari 2023 door de erkende veldwerker R. Snijder. In bijlage 1a zijn de boorposities weergegeven. De bodem ter plaatse is globaal als volgt opgebouwd: Vanaf maaiveld is tot circa 2,0 m -mv een kleipakket aangetroffen. Hieronder is tot circa 2,9 m -mv een veenpakket aangetroffen. Plaatselijk zijn in de boven- en ondergrond ook zandlagen aangetroffen. Het vrijgekomen boormateriaal is zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur en samenstelling en beschreven in boorprofielen (zie bijlage 2). In de volgende tabel zijn de veldgegevens van het grondwater opgenomen. Tabel 6. Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filterstelling in m -mv) (m -mv) 01 (1,90 - 2,90) 0,90

Zuurgraad (pH)

Elektrisch geleidingsvermogen (Ec in µS/cm)

Troebelheid (NTU)

7,8

810

8

05 (1,90 - 2,90)

0,95

7,6

760

4,2

09 (1,90 - 2,90)

0,80

7,9

730

18,9

14 (1,90 - 2,90)

0,90

7,9

730

18,9

21 (1,90 - 2,90)

0,35

7,9

730

18,9

24 (1,90 - 2,90)

0,85

7,6

740

13,9

195.84.231.r1

5

Peilbuis (filterstelling in m -mv) 30 (1,90 - 2,90)

Grondwaterstand (m -mv) 0,90

Zuurgraad (pH) 7,8

Elektrisch geleidingsvermogen (Ec in µS/cm) 800

Troebelheid (NTU) 19,8

34 (1,90 - 2,90)

0,92

7,0

400

5,8

37 (1,90 - 2,90)

1,00

7,9

780

10,9

41 (1,00 - 2,00)

0,90

7,9

800

12,9

76 (1,50 - 2,50)

0,90

7,8

750

13,2

Enkele verkregen grondwatermonsters zijn troebel. Een hoge troebelheid kan aanleiding geven tot een herbemonstering van het grondwater. In dit geval is hiertoe geen aanleiding, aangezien de peilbuizen goed zijn afgepompt en hierbij de pH en EC waarden constant geworden zijn. De zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) van het grondwater zijn normaal te noemen voor dit type bodem. 3.3 Afwijkende bodemkenmerken Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) afwijkende bodemkenmerken waargenomen: Tabel 7. Afwijkende bodemkenmerken Boring Traject (m -mv) 27 0,90 - 1,20

Zintuiglijke afwijking matig slibhoudend

28

0,90 - 1,30

zwak slibhoudend

30

0,90 - 1,80

matig slibhoudend

105

0,50 - 0,80

matig kolengruishoudend

114

0,80 - 1,10

matig kolengruishoudend

Voor het overige zijn tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) zijn geen afwijkingen waargenomen. Nabij de gedempte sloot ter plaatse van de boringen 27, 28 en 30 zijn zintuiglijk sliblagen aangetroffen. Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de overige gedempte sloten zijn zintuiglijk geen sliblagen en/of afwijkende grondlagen aangetroffen. Er zijn visueel op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen.

195.84.231.r1

6

4.

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

4.1 Uitvoering van het chemisch-analytisch onderzoek De volgende analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde milieulaboratorium Eurofins Analytico te Barneveld: Tabel 8. Analyses Code Monster(s) Spoortracé, circa 10.000 m2 M01 52 (0,00 - 0,50) 56 (0,00 - 0,50) 58 (0,00 - 0,50) 62 (0,00 - 0,40) M02 64 (0,00 - 0,40) 69 (0,00 - 0,40) 70 (0,00 - 0,50) 75 (0,00 - 0,50) M03 54 (0,50 - 1,00) 57 (0,60 - 1,00) 59 (0,50 - 0,90) 63 (0,50 - 1,00) M04 68 (0,60 - 1,00) 71 (0,50 - 1,00) 72 (0,50 - 1,00) 74 (0,60 - 0,90) GW011) 05 (1,90 - 2,90) GW021) 37 (1,90 - 2,90) Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2 M05 02 (0,00 - 0,40) 03 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,40) M06 05 (1,20 - 1,30) M07 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) M08 07 (1,30 - 1,80) 11 (1,30 - 1,80) M09 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) M10 12 (1,60 - 2,00) 13 (1,60 - 2,00) 15 (1,60 - 2,00) 16 (1,60 - 2,00) M11 17 (0,00 - 0,40) 18 (0,00 - 0,40) 20 (0,00 - 0,40) 21 (0,00 - 0,30) M12 21 (1,00 - 1,50) 1) Gecombineerd met het gehele (overige) terrein.

195.84.231.r1

Analyse grond

Analyse grondwater

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

-

NEN-gw NEN-gw

NEN-gr

-

NEN-gr + OCB NEN-gr + OCB

-

NEN-gr

-

NEN-gr + OCB

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr + OCB

-

7

Code M13

M14

M15

M16 M17

M18

M19

M20 M21

M22

M23

M24

M25

195.84.231.r1

Monster(s) 22 (0,00 - 0,40) 23 (0,00 - 0,40) 24 (0,00 - 0,40) 25 (0,00 - 0,50) 22 (0,60 - 1,10) 23 (0,50 - 1,00) 24 (0,50 - 1,00) 26 (0,50 - 1,00) 27 (0,00 - 0,40) 28 (0,00 - 0,40) 29 (0,00 - 0,40) 30 (0,00 - 0,40) 27 (0,90 - 1,20) 30 (0,90 - 1,40) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 32 (1,00 - 1,50) 33 (1,10 - 1,50) 35 (1,10 - 1,50) 36 (1,00 - 1,50) 38 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 41 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 41 (1,50 - 2,00) 42 (1,50 - 2,00) 76 (0,00 - 0,50) 77 (0,00 - 0,40) 78 (0,00 - 0,40) 79 (0,00 - 0,40) 77 (1,10 - 1,60) 78 (1,10 - 1,60) 79 (1,10 - 1,60) 80 (1,10 - 1,60) 43 (0,00 - 0,50) 44 (0,00 - 0,30) 45 (0,00 - 0,40) 46 (0,00 - 0,30) 47 (0,00 - 0,30) 48 (0,00 - 0,40) 49 (0,00 - 0,40) 50 (0,00 - 0,40) 104 (0,00 - 0,50) 112 (0,00 - 0,50) 114 (0,00 - 0,50) 81 (0,00 - 0,50) 82 (0,00 - 0,50) 83 (0,00 - 0,50) 84 (0,00 - 0,50) 85 (0,00 - 0,30) 86 (0,00 - 0,50) 87 (0,00 - 0,50) 88 (0,00 - 0,50) 94 (0,00 - 0,30) 95 (0,00 - 0,40) 96 (0,00 - 0,40)

Analyse grond NEN-gr + OCB

Analyse grondwater -

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr + OCB

-

NEN-gr + OCB

-

NEN-gr

-

NEN-gr + OCB

-

NEN-gr

-

NEN-gr + OCB

-

NEN-gr

-

NEN-gr + PFAS

-

NEN-gr + PFAS

-

NEN-gr + PFAS

-

8

Code M26

M27

M28

M29 M30

M31

M32

M33

M34

GW03 GW04 GW05

195.84.231.r1

Monster(s) 115 (0,00 - 0,40) 89 (0,00 - 0,40) 90 (0,00 - 0,30) 91 (0,00 - 0,50) 92 (0,00 - 0,30) 93 (0,00 - 0,30) 98 (0,00 - 0,50) 100 (0,00 - 0,50) 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 109 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) 97 (0,00 - 0,40) 99 (0,00 - 0,40) 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,40) 108 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 105 (0,50 - 0,80) 114 (0,80 - 1,10) 100 (0,60 - 1,00) 101 (0,70 - 1,00) 103 (0,70 - 1,00) 104 (0,50 - 1,00) 91 (0,60 - 1,00) 99 (0,50 - 1,00) 108 (0,50 - 1,00) 111 (0,50 - 1,00) 112 (0,50 - 1,00) 113 (0,50 - 1,00) 115 (0,50 - 1,00) 81 (0,70 - 1,00) 82 (0,70 - 1,00) 83 (0,50 - 1,00) 84 (0,50 - 1,00) 85 (0,50 - 1,00) 86 (0,50 - 1,00) 87 (0,50 - 1,00) 88 (0,60 - 1,00) 89 (0,50 - 1,00) 90 (0,50 - 1,00) 92 (0,50 - 1,00) 93 (0,50 - 1,00) 94 (0,50 - 1,00) 95 (0,50 - 1,00) 96 (0,50 - 1,00) 102 (0,70 - 1,00) 106 (0,70 - 1,00) 107 (0,50 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 110 (0,50 - 1,00) 97 (0,50 - 1,00) 98 (0,50 - 1,00) 01 (1,90 - 2,90) 09 (1,90 - 2,90) 14 (1,90 - 2,90)

Analyse grond NEN-gr + PFAS

Analyse grondwater -

NEN-gr + PFAS

-

NEN-gr + PFAS

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

-

NEN-gw NEN-gw NEN-gw

9

Code GW06 GW07 GW08 GW09 GW10 GW11 NEN-gr: NEN-gw: OCB: PFAS:

Monster(s) 21 (1,90 - 2,90) 24 (1,90 - 2,90) 30 (1,90 - 2,90) 34 (1,90 - 2,90) 41 (1,00 - 2,00) 76 (1,50 - 2,50)

Analyse grond -

Analyse grondwater NEN-gw NEN-gw NEN-gw NEN-gw NEN-gw NEN-gw

lutum en organische stof (in minimaal 2 representatieve mengmonsters), 9 zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 vrom), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie; 9 zware metalen, aromaten (BTEXN), vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen (VOCL), styreen en minerale olie; Organo Chloorbestrijdingsmiddelen; Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen.

4.2 Toetsingscriteria De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streefen interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden voor grond: - AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden; - T: tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, criterium voor nader onderzoek; - I: Interventiewaarde, het gehalte waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. Voor grondwater gelden de volgende toetsingswaarden: - S: Streefwaarde, ijkpunt voor een milieukwaliteit van het grondwater op lange termijn op basis van het verwaarloosbaar risiconiveau voor het ecosysteem; - T: Tussenwaarde, het gemiddelde van de Streefwaarde en Interventiewaarde, criterium voor nader onderzoek; - I: Interventiewaarde, het gehalte waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. Besluit bodemkwaliteit (BBK) Voor de toepassing van grond en bagger op landbodem geldt vanaf 1 juli 2008 het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit.

195.84.231.r1

10

In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst. De analyseresultaten zijn met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (T1, beoordeling kwaliteit grond en bagger bij toepassing op of in de bodem) indicatief getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten hiervan zijn opgenomen in tabel 10. Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van de gemeente in acht genomen te worden. Binnen het generieke beleid van het besluit bodemkwaliteit worden bij grondverzet de volgende toetsingswaarden onderscheiden: -AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden. -MWw: Maximale Waarde wonen, het maximale gehalte waarbij de bodemkwaliteit duurzaam geschikt is voor de bodemfunctieklasse wonen; -MWi: Maximale Waarde industrie, het maximale gehalte waarbij de bodemkwaliteit duurzaam geschikt is voor de bodemfunctieklasse industrie. Handelingskader PFOA, PFOS, PFAS en GenX Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS zijn in veel producten toegepast.

Daardoor, en door emissies en incidenten, zijn deze stoffen in het milieu terechtgekomen en zitten nu onder andere in de bodem, in bagger en in het oppervlaktewater. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Het handelingskader biedt, met de geactualiseerde versie van december 2021, een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Het is aan de verzetter van grond- of baggerspecie om aan te tonen dat de te verzetten en/of toe te passen grond of baggerspecie aan deze normen voldoet. In de onderstaande tabel zijn de normen opgenomen. Tabel 9. Handelingskader PFAS Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit

PFOS

PFOA

GenX

Overige PFAS

Landbouw/natuur

1,4 µg/kg ds

1,9 µg/kg ds

1,4 µg/kg ds

1,4 µg/kg ds

Landbouw/natuur, bij hogere achtergrond-waarde dan 0,8 en (PFOS) 0,9 µg/kg ds Wonen

de gemeten achtergrondwaarde, ten hoogste 3,0 3,0 µg/kg ds

de gemeten achtergrondwaarde, ten hoogste 7,0 7,0 µg/kg ds

de gemeten achtergrondwaarde, ten hoogste 3,0 3,0 µg/kg ds

de gemeten achtergrondwaarde, ten hoogste 3,0 3,0 µg/kg ds

Industrie

3,0 µg/kg ds

7,0 µg/kg ds

3,0 µg/kg ds

3,0 µg/kg ds

195.84.231.r1

11

4.3 Interpretatie analyseresultaten De volgende tabellen geven een overzicht van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters. De analyseresultaten en toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 10. Interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters Code Monsters >AW (+index) >T (m -mv) Spoortracé, circa 10.000 m2 M01 52 (0,00 - 0,50) PCB (0,02) 56 (0,00 - 0,50) 58 (0,00 - 0,50) 62 (0,00 - 0,40) M02 64 (0,00 - 0,40) 69 (0,00 - 0,40) 70 (0,00 - 0,50) 75 (0,00 - 0,50) M03 54 (0,50 - 1,00) 57 (0,60 - 1,00) 59 (0,50 - 0,90) 63 (0,50 - 1,00) M04 68 (0,60 - 1,00) 71 (0,50 - 1,00) 72 (0,50 - 1,00) 74 (0,60 - 0,90) Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2 M05 02 (0,00 - 0,40) 03 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,40) M06 05 (1,20 - 1,30) M07 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) M08 07 (1,30 - 1,80) 11 (1,30 - 1,80) M09 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) M10 12 (1,60 - 2,00) Kobalt (0,01) 13 (1,60 - 2,00) Molybdeen (-) 15 (1,60 - 2,00) 16 (1,60 - 2,00) M11 17 (0,00 - 0,40) 18 (0,00 - 0,40) 20 (0,00 - 0,40) 21 (0,00 - 0,30) M12 21 (1,00 - 1,50) M13 22 (0,00 - 0,40) 23 (0,00 - 0,40) 24 (0,00 - 0,40) 25 (0,00 - 0,50)

195.84.231.r1

>I (+index)

Indicatief BBK

-

Klasse industrie

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

12

Code M14

M15

M16 M17

M18

M19

M20 M21

M22

M23

M24

M25

Monsters (m -mv) 22 (0,60 - 1,10) 23 (0,50 - 1,00) 24 (0,50 - 1,00) 26 (0,50 - 1,00) 27 (0,00 - 0,40) 28 (0,00 - 0,40) 29 (0,00 - 0,40) 30 (0,00 - 0,40) 27 (0,90 - 1,20) 30 (0,90 - 1,40) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 32 (1,00 - 1,50) 33 (1,10 - 1,50) 35 (1,10 - 1,50) 36 (1,00 - 1,50) 38 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 41 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 41 (1,50 - 2,00) 42 (1,50 - 2,00) 76 (0,00 - 0,50) 77 (0,00 - 0,40) 78 (0,00 - 0,40) 79 (0,00 - 0,40) 77 (1,10 - 1,60) 78 (1,10 - 1,60) 79 (1,10 - 1,60) 80 (1,10 - 1,60) 43 (0,00 - 0,50) 44 (0,00 - 0,30) 45 (0,00 - 0,40) 46 (0,00 - 0,30) 47 (0,00 - 0,30) 48 (0,00 - 0,40) 49 (0,00 - 0,40) 50 (0,00 - 0,40) 104 (0,00 - 0,50) 112 (0,00 - 0,50) 114 (0,00 - 0,50) 81 (0,00 - 0,50) 82 (0,00 - 0,50) 83 (0,00 - 0,50) 84 (0,00 - 0,50) 85 (0,00 - 0,30) 86 (0,00 - 0,50) 87 (0,00 - 0,50) 88 (0,00 - 0,50) 94 (0,00 - 0,30) 95 (0,00 - 0,40) 96 (0,00 - 0,40)

195.84.231.r1

>AW (+index)

>T

>I (+index)

Indicatief BBK

-

-

-

Altijd toepasbaar

PCB (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

PCB (0,04) Kwik (-) PAK (0,04) -

-

-

Klasse industrie

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

Drins (-)

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

Lood (0,31)

-

-

Klasse wonen

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

13

Code M26

M27

M28

M29

M30

M31

M32

M33

Monsters (m -mv) 115 (0,00 - 0,40) 89 (0,00 - 0,40) 90 (0,00 - 0,30) 91 (0,00 - 0,50) 92 (0,00 - 0,30) 93 (0,00 - 0,30) 98 (0,00 - 0,50) 100 (0,00 - 0,50) 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 109 (0,00 - 0,50) 110 (0,00 - 0,50) 97 (0,00 - 0,40) 99 (0,00 - 0,40) 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,40) 108 (0,00 - 0,50) 111 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 105 (0,50 - 0,80) 114 (0,80 - 1,10)

100 (0,60 - 1,00) 101 (0,70 - 1,00) 103 (0,70 - 1,00) 104 (0,50 - 1,00) 91 (0,60 - 1,00) 99 (0,50 - 1,00) 108 (0,50 - 1,00) 111 (0,50 - 1,00) 112 (0,50 - 1,00) 113 (0,50 - 1,00) 115 (0,50 - 1,00) 81 (0,70 - 1,00) 82 (0,70 - 1,00) 83 (0,50 - 1,00) 84 (0,50 - 1,00) 85 (0,50 - 1,00) 86 (0,50 - 1,00) 87 (0,50 - 1,00) 88 (0,60 - 1,00) 89 (0,50 - 1,00) 90 (0,50 - 1,00) 92 (0,50 - 1,00) 93 (0,50 - 1,00) 94 (0,50 - 1,00) 95 (0,50 - 1,00) 96 (0,50 - 1,00)

195.84.231.r1

>AW (+index)

>T

>I (+index)

Indicatief BBK

-

-

-

Altijd toepasbaar

Kobalt (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

Kobalt (0,02) Nikkel (0,07) Koper (0,13) Zink (0,26) Kwik (-) Lood (0,04) PAK (0,2) -

-

-

Klasse industrie

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

14

Code M34

Monsters (m -mv) 102 (0,70 - 1,00) 106 (0,70 - 1,00) 107 (0,50 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 110 (0,50 - 1,00) 97 (0,50 - 1,00) 98 (0,50 - 1,00)

>AW (+index)

>T

>I (+index)

Indicatief BBK

-

-

-

Altijd toepasbaar

Tabel 11. Interpretatie van de analyseresultaten van de grondwatermonsters Code Monsters >S (+index) >T ( m -mv) Spoortracé, circa 10.000 m2 GW011) 05 (1,90 - 2,90) GW021) 37 (1,90 - 2,90) Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2 GW03 01 (1,90 - 2,90) GW04 09 (1,90 - 2,90) GW05 14 (1,90 - 2,90) GW06 21 (1,90 - 2,90) Xylenen (-) GW07 24 (1,90 - 2,90) Barium (-) GW08 30 (1,90 - 2,90) GW09 34 (1,90 - 2,90) Zink (0,65) GW10 41 (1,00 - 2,00) Xylenen (-) GW11 76 (1,50 - 2,50) Zink (0,01) 1) Gecombineerd met het gehele (overige) terrein.

>I (+index)

-

Uit de analyseresultaten kan het volgende worden afgeleid: Spoortracé, circa 10.000 m2 - In bovengrondmengmonster M01 is een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet overschreden. - In bovengrondmengmonster M02 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In de ondergrondmengmonsters M03 en M04 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In de grondwatermonsters GW01 en GW02 zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen.

195.84.231.r1

15

Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2 - In ondergrondmengmonster M16, nabij de gedempte sloot, waar slibhoudend materiaal is aangetroffen, zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, kwik en PAK aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet overschreden. - In bovengrondmengmonster M15, nabij de gedempte sloot, is een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet overschreden. - In bovengrondmengmonster M19, nabij de gedempte sloot, is een licht verhoogd gehalte aan drins aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet overschreden. - In ondergrondmengmonster M10, nabij de gedempte sloot, zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt en molybdeen aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet overschreden. - In de overige boven- en ondergrondmengmonsters M05 t/m M09, M11 t/m M14, M17, M18 en M20 t/m M22, nabij de gedempte sloten, zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In ondergrondmengmonster M29, waar bijmengingen met kolengruis zijn aangetroffen, zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel, koper, zink, kwik, lood en PAK aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet overschreden. - In bovengrondmengmonster M23 is een licht verhoogd gehalte aan lood aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet overschreden. - In bovengrondmengmonster M27 is een licht verhoogd gehalte aan kobalt aangetroffen.

De nader onderzoekswaarde wordt niet overschreden. - In de overige boven- en ondergrondmengmonsters M24 t/m M26, M28 en M30 t/m M34 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In grondwatermonster GW09 is een matig verhoogde concentratie aan zink aangetroffen. De nader onderzoekswaarde voor zink wordt overschreden. - In de grondwatermonsters GW06 en GW10 zijn licht verhoogde concentraties aan xylenen aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet overschreden. - In grondwatermonster GW07 is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetroffen. In grondwatermonster GW11 is een licht verhoogde concentratie aan zink aangetroffen. Aangenomen wordt dat de verhogingen aan zware metalen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden betreffen. - In de overige grondwatermonsters GW01 t/m GW05 en GW08 zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen.

195.84.231.r1

16

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van gemeente Moerdijk heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Achterdijk ong. te Zevenbergen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen aankoop en ontwikkeling van de locatie. De locatie heeft een oppervlakte van circa 107.000 m2 en betreft enkele agrarische percelen. Tot omstreeks 1900 is op de locatie een spoortracé aanwezig geweest. Voor het overige is de locatie altijd in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Op de locatie hebben enkele sloten gelegen, welke gedempt zijn (vermoedelijk met grond). Het is niet bekend wat de kwaliteit van de grond is geweest. Het voornemen is om op de locatie een bedrijventerrein te realiseren. Uit de resultaten van het vooronderzoek (inclusief locatie-inspectie) blijkt dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden ten aanzien van bodemverontreiniging. De aanwezigheid van gedempte sloten wordt als extra aandachtspunt aangemerkt. Het voormalig spoortracé is beschouwd als heterogeen verdacht ten aanzien van zware metalen en PAK in grond. Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is in de ondergrond ter plaatse van de boringen 27, 28 en 30 slibhoudend materiaal aangetroffen.

In de ondergrond ter plaatse van de boringen 105 en 114 zijn bijmengingen met kolengruis aangetroffen. Voor het overige zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) geen afwijkingen waargenomen. Er zijn visueel op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Spoortracé, circa 10.000 m2 In bovengrondmengmonster M01 is een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetroffen. In de overige boven- en ondergrondmengmonsters M02 t/m M04 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In de grondwatermonsters GW01 en GW02 zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. De tevoren gestelde hypothese heterogeen ‘verdachte’ locatie dient formeel gezien te worden geaccepteerd. De verhoging in de bovengrond is echter gering en kan als niet significant beschouwd worden. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen ten aanzien van deze deellocatie worden derhalve niet noodzakelijk geacht.

195.84.231.r1

17

Gehele (overige) terrein, circa 97.000 m2 In de ondergrond nabij de gedempte sloot ter plaatse van grondmengmonster M16, waar slibhoudend materiaal is aangetroffen, zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, kwik en PAK aangetroffen. In de bovengrond nabij de gedempte sloot ter plaatse van grondmengmonster M15 is een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetroffen en ter plaatse van grondmengmonster M19 een licht verhoogd gehalte aan drins. In de ondergrond nabij de gedempte sloot ter plaatse van grondmengmonster M10 zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt en molybdeen aangetroffen. In de overige boven- en ondergrondmengmonsters M05 t/m M09, M11 t/m M14, M17, M18 en M20 t/m M22, nabij de gedempte sloten, zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In ondergrondmengmonster M29 ter plaatse van het overige terrein, waar bijmengingen met kolengruis zijn aangetroffen, zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel, koper, zink, kwik, lood en PAK aangetroffen. In bovengrondmengmonster M23 is een licht verhoogd gehalte aan lood aangetroffen en in bovengrondmengmonster M27 een licht verhoogd gehalte aan kobalt. In de overige boven- en ondergrondmengmonsters M24 t/m M26, M28 en M30 t/m M34 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In grondwatermonster GW09 is een matig verhoogde concentratie aan zink aangetroffen.

In de grondwatermonsters GW06 en GW10 zijn licht verhoogde concentraties aan xylenen aangetroffen. In grondwatermonster GW07 is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetroffen en in grondwatermonster GW11 een licht verhoogde concentratie aan zink. In de overige grondwatermonsters GW01 t/m GW05 en GW08 zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. De tevoren gestelde hypothese onverdachte locatie dient formeel gezien te worden verworpen. Formeel dient nader onderzoek verricht te worden naar aanleiding van de matig verhoogde concentratie aan zink in het grondwater. Dergelijke verhoogde concentraties aan zware metalen (waaronder zink) worden echter vaker aangetroffen in de omgeving zonder aanwijsbare bron. Dergelijke verhogingen aan zware metalen kunnen, in dit gebied, gezien worden als (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. De verhogingen in de grond overschrijden de nader onderzoekswaarden niet. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen ten aanzien van deze deellocatie worden derhalve niet noodzakelijk geacht. De resultaten van het verrichte onderzoek dienen geen belemmering te vormen voor de voorgenomen aankoop en ontwikkeling van de locatie.

195.84.231.r1

18

6. VERANTWOORDING Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Opgemerkt wordt echter, dat het onderhavige onderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen en het onderzoeken van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de grond en/of het grondwater aanwezig zijn, welke tijdens uitvoering van het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Moerdijk Bodemsanering B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

195.84.231.r1

19

7.

LITERATUURLIJST

1. NEN 5725, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. NEN 5740+A1, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. 3. NEN5707+C2, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. NEN 5897+C2– Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Circulaire bodemsanering 2013. 6. Regeling bodemkwaliteit, bijlage B.

195.84.231.r1

20

BIJLAGEN

BIJLAGE 1A SITUATIESCHETS MET BOORPUNTEN

BIJLAGE 1B

KADASTRALE KAART

012134516791154

77911543 52754

"#$ 75776 75

 3 75 1347347627912134516757 3 567912134516757 3 23451477912134516757 3 !7  577 77 3627 2445793767677521154 771152751 74912134757 277 1575734753 $

+57,757 47&"

%116"&' 0121345167777 47 (77 757 %747 ) 75776 "' 1 24445793769 7 77 745 157147  527  4677 2* 77 34 574912134757 277 15757347537 2427476674767 77 2 35747  5115 275741 47 535747 7421411 97 574*

BIJLAGE 1C FOTO’S ONDERZOEKSLOCATIE

Foto’s onderzoekslocatie

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

BIJLAGE 2 BOORPROFIELEN

/21 7 0 !""#$"%&"'()$*+),-." 1($2!%

6

34545657

/21 7 0 !""#$"%&"'()$*+),-."

@% :6:;>=?A; <% =6;5=>?6= 8% 69:7;7 6

6>7AB;>6A:= =6

>6

1($2!% C'",*DE(F*D().,G*DE(F*H2!"2#? .)F"*I2,)I",G"?*J."'!()I C'",*!($,G*D().,G?*)"2$((' G,-#I",G"?*J."'!()I

6

34545657

@% :6:B=B?7> <% =6;533?56 8% 4696>;= 6

6>7AB;>:66 =6

>6

C'",*DE(F*D().,G*DE(F*H2!"2#? .)F"*I2,)I",G"?*J."'!()I C'",*!($,G*D().,G?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I

6>7AB;>6BA A6

:66

C'",*#$"F*D().,G?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I

A6

:66 :56

:>6

:36

566

566

8().*2,$"#$*M,-)*F'",NG?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I C'",*DE(F*D().,G?*.)F" G,-#I",G"?*J."'!()I

:>6

C'",*DE(F*D().,G?*.)F" I2,)I",G"?*J."'!()I L"")?*.)F"*DE($I2,)? J."'!()I

6>7AB;>6A73 :A6 566

566

L"")?*.)F"*DE($I2,)? J."'!()I

5>6

5A6

/217 0

!""#$"%&"'()$*+),-." 1($2!% 34545657 6

/217 0

@% :6:B>:?66 <% =6;53=?;A 8% 4696>>5 6

6>7AB;>6AAO 76

>6

!""#$"%&"'()$*+),-." 1($2!% 34545657 C'",*DE(F*D().,G*DE(F*H2!"2#? .)F"*I2,)I",G"?*J."'!()I C'",*!($,G*D().,G?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I

6

@% :6:B>=?7; <% =6;537?5: 8% 4696:3; 6

6>7AB;>6AB =6

>6 ;6

6>7AB;>6A3A A6

:66 :56

8().*2,$"#$*M,-)*F'",NG?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I

:66

6>7AB;>6A67 ::6

C'",*DE(F*D().,G?*.)F" G,-#I",G"?*J."'!()I

:>6

C'",*DE(F*D().,G*DE(F*H2!"2#? .)F"*I2,)I",G"?*J."'!()I C'",*!($,G*D().,G?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I 8().*2,$"#$*M,-)*F'",NG?*)"2$((' K"!"I",G"?*J."'!()I C'",*DE(F*D().,G?*.)F" G,-#I",G"?*J."'!()I

:>6 6>7AB;>6A=;

566

6>7AB;>:6:P :A6 566

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=4869db3e-17e2-45f6-8189-8ff61fcdc8f2