Bijlage 1a.xix Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling onderwerp bestemd voor
opgesteld door gecontroleerd door
Huizersdijk 11 Zevenbergen Evelo Holding B.V.
16 augustus 2022 193653_AdB_ANM_0001_v1.0 projectnummer 193653 datum
referentie
Toby van Baast MSc ing. Marcel Volbeda
1.1 Aanleiding Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van de beoogde herziening van “Bedrijventerrein Molengors” ten behoeve van de ontwikkeling van 9 bedrijfswoningen. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. 1.2 Beoogde ontwikkeling Bestaande bebouwing wordt geamoveerd en de bedrijfsactiviteiten gericht op graanopslag worden beëindigd. In de nieuwe situatie worden 9 bedrijfskavels bouwrijp gemaakt met voor elk van de kavels de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning. Om het planvoornemen te kunnen realiseren is het doel gesteld om een nieuw bestemmingsplan op te stellen met een specifiek op het plan toegespitst juridisch-planologisch kader.
Het bestemmingsplan “Huizersdijk 11 Zevenbergen” betreft dit nieuwe bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is thans in voorbereiding. 1.3
Toetsingskader
Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.rbeoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht.
P 1/4
Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. De beoogde ontwikkeling van de 9 bedrijfswoningen valt onder dit begrip.
Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het onderhavige planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 9 bedrijfswoningen. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van de bouw van 2.000 woningen of meer in een aangesloten gebied, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.
of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De aanmeldnotitie moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III Richtlijn 2011/92/EU. De criteria vallen uiteen in de: • kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; • plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; • kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
datum referentie
16 augustus 2022 193653_AdB_ANM_0001_v1.0
P 2/4
1.4
Beoordeling
Kenmerken van het project Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van 9 bedrijfswoningen in bestaand stedelijk gebied van Zevenbergen. Plaats van het project Het plangebied ligt binnen de kern Zevenbergen en maakt onderdeel uit van bedrijventerrein Molengors. Het bedrijventerrein bestaat deels uit middelgrote percelen met lichte bedrijvigheid met een bedrijfswoning. De bedrijfswoningen worden mogelijk gemaakt tussen de Huizersdijk, de Zuidrand, de Roode Vaart en aan de noordkant een onbebouwd bedrijfsperceel. De locatie is kadastraal bekend als de gemeente Zevenbergen, sectie L, nr. 2694, 2695 en sectie P, nr. 29. Kenmerken van het potentiële effect Beoogd wordt binnen het plangebied 9 bedrijfswoningen te realiseren. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Voor de rapportages van uitgevoerde milieuonderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten, wordt echter verwezen naar hoofdstuk 4 van het bestemmingsplan “Huizersdijk 11 Zevenbergen”. 1.4.1 Bodem Verkennend bodemonderzoek heeft aangetoond dat de bodem mogelijk plaatselijk verontreinigd is. Nader onderzoek naar de bodemkwaliteit zal plaatsvinden na sloop van de aanwezige bebouwing. Eventuele vervuilde grond wordt gesaneerd. De bodemkwaliteit in het plangebied zal daarmee verbeteren en geschikt worden gemaakt voor het beoogde gebruik (wonen).
Er bestaat derhalve geen bezwaar voor de voorgenomen locatieontwikkeling op basis van de bodemkwaliteit. Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde bedrijfswoningen en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële bodemverontreiniging. 1.4.2 Water De initiatiefnemer heeft aangegeven circa 40% van het plan groen in te willen richten. Dit biedt kansen om water in de planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te nemen en op een duurzame wijze te verwerken door water tijdelijk vast te houden en eventueel vertraagd af te voeren naar de Rode Vaart. Door in het ontwerp te werken met hoogteverschillen kan tijdens zware regenbuien tijdelijk water worden vastgehouden in de onverharde lager gelegen delen. Ook kunnen de lagere onverharde delen gebruikt worden ter compensatie van een eventueel waterbergingsverlies bij hoogwater. De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied zal daarmee niet leiden tot wateroverlast, grondwaterverontreiniging en daarmee samenhangende negatieve effecten op het milieu. Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële oppervlaktewater- of grondwaterverontreiniging. 1.4.3 Natuurgebieden Er zijn in de omgeving van het plangebied beschermde natuurgebieden gelegen.
Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft "Hollands diep", welke is gelegen op een afstand van circa 6,1 km. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting.
datum referentie
16 augustus 2022 193653_AdB_ANM_0001_v1.0
P 3/4
In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van 9 bedrijfswoningen in bestaand stedelijk gebied. Gelet op de resultaten van de stikstofdepositieberekening is geen sprake van relevante stikstofemissies. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve met zekerheid geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000-gebieden. 1.4.4 Soortenbescherming Veldbiologische werken heeft een quickscan flora & fauna uitgevoerd in het plangebied. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen beschermde flora aanwezig zijn. Voor vogels, zoogdieren en alle overige soorten geldt dat geen geschikte verblijfslocaties zijn aangetroffen. Voor algemene soorten dient de Zorgplicht in acht te worden genomen. Het kan niet worden uitgesloten dat de Wet natuurbescherming t.a.v. vleermuissoorten wordt overtreden. Nader onderzoek op het gebied vleermuizen is noodzakelijk om hier uitsluitsel over te geven. Indien er vleermuizen worden aangetroffen, dan zijn in en in de omgeving van het plangebied voldoende locaties geschikt voor het treffen van mitigerende maatregelen. Het is mogelijk om binnen het plangebied voldoende verblijfsgebieden voor vleermuizen aan te brengen. De uitvoerbaarheid voor wat betreft het bestemmingsplan is daarmee aangetoond. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet benodigd, mits wordt voldaan aan mitigerende en/of compenserende maatregelen.
1.4.5 Wegverkeerslawaai Rondom het plangebied is reeds sprake van een bestaande ontsluitingsstructuur. Ten behoeve van het plan worden enkele straten ten behoeve van bestemmingsverkeer aangelegd. In ogenschouw genomen dat verkeersbewegingen beperkt toenemen (75 mvt/etmaal) zal een toename aan wegverkeerslawaai zeer beperkt van omvang zijn, dan wel niet aanwezig zijn. Daarmee is uitgesloten dat wegverkeerslawaai voortvloeiend uit het onderhavige bestemmingsplan een negatief effect heeft op het milieu. 1.4.6 Luchtkwaliteit De beoogde functie heeft geen significante verkeersaantrekkende werking. Relevante emissies zijn daarmee niet aanwezig. De ondergrens van NIBM betreft de realisatie van 1.500 woningen. Gesteld kan worden dat het onderhavige bestemmingsplan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Dit blijkt ook uit de ingevulde NIBM-tool. 1.4.7 Externe veiligheid Met het onderhavige bestemmingsplan wordt geen planologisch kader geboden voor de oprichting van een inrichting, buisleiding of transportroute van gevaarlijke stoffen die mogelijk negatieve effecten hebben op het milieu. 1.4.8 Conclusie De effecten van het planvoornemen blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan.
De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaalde milieuaspecten. Er is geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten. 1.5 Conclusie en advies In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Gelet op het vorenstaande wordt voorgesteld om op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
datum referentie
16 augustus 2022 193653_AdB_ANM_0001_v1.0
P 4/4