Bijlage 13, Draadslachtofferonderzoek Wet natuurbescherming - D10009919
Tekst van het document
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING EU-204 Planologie en omgeving Zuid-West 380 kV Oost Projectnummer TenneT: 002.678.20 Meridiannummer: 002.678.00 0855146 (VKA1.0.2) TenneT TSO B.V.
10 FEBRUARI 2021
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Contactpersoon ARJEN GOUTBEEK Projectleider Natuur & Biodiversiteit
M +31 6 5433 6237 E Arjen.Goutbeek@Arcadis.com
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel van draadslachtofferonderzoek
5
1.3
Uitgangspunten draadslachtofferonderzoek
6
1.4
Opbouw van het rapport
7
2
PROJECTOMSCHRIJVING
8
3
METHODIEK
16
3.1
Beoordelingskader
16
3.2
Methodiek draadslachtofferonderzoek
16
3.2.1
Stap 1: Is er een kans op additionele slachtoffers?
16
3.2.2
Stap 2: Zijn gevoelige soorten aanwezig?
16
3.2.3
Stap 3: Berekening (of verwachting) van aantal draadslachtoffers zonder mitigerende maatregelen
18
Stap 4: Berekening (of verwachting) van aantal draadslachtoffers met mitigerende maatregelen
19
3.2.4
4
5
6
7
STAP 1: KANS OP ADDITIONELE DRAADSLACHTOFFERS
20
4.1
Effecten van aangepaste hoogspanningsverbinding
20
4.2
Conclusie stap 1
22
STAP 2: AANWEZIGHEID GEVOELIGE SOORTEN
23
5.1
Analyse
23
5.2
Conclusie stap 2
30
STAP 3: DRAADSLACHTOFFERS ZONDER MITIGERENDE MAATREGELEN
31
6.1
Berekening
31
6.2
Conclusie stap 3
35
STAP 4: DRAADSLACHTOFFERS MET MITIGERENDE MAATREGELEN
36
7.1
Inleiding
36
7.2
Berekening
36
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
3 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
8
7.3
Analyse soorten draadslachtoffers
40
7.4
Conclusie stap 4
42
CONCLUSIE
BRONNEN
43 44
BIJLAGEN BIJLAGE A WETTELIJK KADER: SOORTBESCHERMING
45
BIJLAGE B VOGELSOORTEN EN GEVOELIGHEID
48
BIJLAGE C BEREKENING DRAADSLACHTOFFERS PERMANENTE EFFECTEN ZONDER MITIGERENDE MAATREGELEN
56
COLOFON
59
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
4 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Om de levering van stroom in de toekomst te kunnen garanderen, is er behoefte aan uitbreiding van het bestaande elektriciteitsnet. Een van de projecten die hier aan bij moet dragen is de realisatie van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Borssele en de landelijke ring bij Tilburg; Zuid-West 380 kV. Deze verbinding transporteert elektriciteit van productielocaties in Zeeland en op zee naar Tilburg, waar verder transport via de landelijke 380 kV-ring plaatsvindt. De aanleg van de nieuwe hoogspanningsverbinding is nodig om nu en in de toekomst te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen voor leveringszekerheid van elektriciteit. De besluitvorming over het project en realisatie ervan vindt in verschillende onderdelen plaats: • De besluitvorming over het 380 kV-hoogspanningsstation bij Rilland is achter de rug; dit station is inmiddels gebouwd. • Over het deel van de verbinding tussen Borssele en Rilland heeft besluitvorming plaatsgevonden; de aanleg van dit gedeelte van de verbinding is momenteel in voorbereiding. • Momenteel vindt besluitvorming plaats over het nieuwe 380kV-hoogspanningsstation ten noorden van Tilburg; de realisatie hiervan wordt momenteel voorbereid. • De planvorming van de verbinding tussen Rilland en Tilburg is nu zo ver gevorderd, dat hierover besluitvorming kan plaatsvinden.
Om de hoogspanningsverbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk te maken wordt een Rijksinpassingsplan voorbereid door de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK). In de aanloop naar dit Rijksinpassingsplan en voor het MER zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. In de voorbereiding van het opstellen van dit inpassingsplan vindt overleg plaats met onder andere gemeenten en andere belanghebbenden. Voorliggende rapportage dient als onderbouwing voor het inpassingsplan. Dit document betreft het onderzoek naar mogelijke draadslachtoffers onder beschermde vogels uit de Wet natuurbescherming.
1.2
Doel van draadslachtofferonderzoek
Draadslachtoffers zijn vogels die als gevolg van een aanvaring met de draden van een hoogspanningsverbinding overlijden. In de eerste plaats is dit rapport een onderzoek naar het aantal draadslachtoffers onder vogels als gevolg van de gebruiksfase van ZuidWest 380kV-tracé Rilland-Tilburg. Hierbij gaat het om een algemene effectbeschrijving voor de populaties in Nederland. Ook voor het onbewust (en onbedoeld) doden van vogels via een hoogspanningslijn geldt een ontheffingsplicht, omdat sprake is ‘voorwaardelijke opzet’. Voorwaardelijke opzet kan worden uitgelegd als het verrichten van een handeling waarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard wordt dat de gedraging leidt tot een overtreding van het verbod op bijvoorbeeld het doden van dieren, ook als kwade intentie ontbreekt. 1 In dit geval is sprake van voorwaardelijke opzet wanneer de verandering van de hoogspanningsverbinding leidt tot een toename van het aantal draadslachtoffers. Dit betekent dat alleen ontheffing van artikel 3.1, lid 1 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is voor die soorten waarvan jaarlijks een toename van het aantal draadslachtoffers te verwachten is. Hierbij is geen onderscheid in beschermingsstatus, het is verboden om opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
Dit betreft dus alle vogels die op een natuurlijke wijze in Nederland zijn terecht gekomen en hier in het wild leven (ook incidentele dwaalgasten als dwergarend of bladkoning vallen hier onder). Ook is hier geen onderscheid tussen broedvogels, doortrekkende vogels in het voor- en najaar en overwinterende vogels. Het onderscheid tussen incidenteel of meer dan incidenteel is wél belangrijk. Bij draadslachtoffers wordt incidenteel (‘incidental’ conform art 12.4 Habitatrichtlijn) gerelateerd aan de Nederlandse populatiegrootte en is dus relatief. De norm is 1% van de jaarlijkse natuurlijke sterfte. Wanneer onder die norm wordt gebleven,
1 http://www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/ruimere-toepassing-van-het-opzetvereiste-in-de-wet-
natuurbescherming/ Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
5 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
wordt dit als incidentele sterfte gezien en is de aanname dat een effect op de Nederlandse populatie uitgesloten is. In dit rapport is op een systematische manier onderzocht voor welke soorten dit geldt. De vraag is of een ontheffing moet worden aangevraagd als in de nieuwe situatie minder draadslachtoffers te verwachten zijn dan in de huidige situatie. Dit kan het geval zijn als de totale hoogspanningsverbinding korter wordt, een groot deel onder de grond wordt aangelegd of tracés gebundeld worden. De redeneerlijn van het bevoegd gezag (destijds Ministerie van Economische Zaken) was dat uitsluitend gekeken wordt naar additionele draadslachtoffers, TenneT heeft afspraken gemaakt met het ministerie van Economische Zaken over de te volgen methodiek (TenneT, 2013). Deze methodieken zijn beschreven en toegepast in dit rapport, zie ook hoofdstuk 2. Alleen voor de additionele draadslachtoffers is een ontheffing vereist. Samengevat is het doel van het draadslachtofferonderzoek: 1. Bepalen of een risico bestaat op additionele draadslachtoffers bij aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding langs het tracé ZW380-Oost en in verband daarmee een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is voor de gebruiksfase. Als dit het geval dan is het de vraag of het gaat om meer dan incidentele draadslachtoffers. Tevens is bij additionele slachtoffers een aanvullend doel: 2.
Het leveren van een onderbouwing bij de ontheffingsaanvraag voor het veroorzaken van draadslachtoffers onder vogels in de gebruiksfase van de nieuwe hoogspanningsverbinding in de vorm van een begeleidende rapportage.
1.3
Uitgangspunten draadslachtofferonderzoek
Bij het opstellen van dit deelonderzoek zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Voor de beoordeling is uitgegaan van het tracé VKA 1.0.2 (Voorkeurs Alternatief 1.0.2) aangeleverd op 25 mei 2020), aangevuld met aanpassingen van enkele tijdelijke lijnen van 7 augustus 2020; • Het onderzoek naar de verandering van het aantal draadslachtoffers is alleen gedaan voor de gebruiksfase van ZW380kV-Oost. Voor de aanlegfase vindt een aparte toetsing aan de Wet natuurbescherming en zo nodig ontheffingsaanvraag plaats, omdat dat om geheel andere ingrepen en activiteiten gaat. • Toetsing vindt uitsluitend plaats aan artikel 3.1, lid 1 van de Wet natuurbescherming (zie Bijlage A voor een uitgebreide tekst). In dit rapport wordt een algemene beoordeling gemaakt waarin wordt gekeken voor welke vogelsoorten een effect op de Nederlandse populatie te verwachten is. Deze beoordeling in het kader van soortbescherming verschilt wezenlijk van een beoordeling in het kader van gebiedsbescherming, waarin meer specifiek naar populaties van Natura 2000-gebieden wordt gekeken. Dit laatste maakt geen onderdeel uit van dit draadslachtofferonderzoek. • De toename van het aantal draadslachtoffers is gerelateerd aan de Nederlandse populatie. Wanneer over populatie wordt gesproken, wordt daarmee de populatie in Nederland bedoeld.
• De toekomstige 380kV-verbinding vervangt langs delen van het tracé een bestaande 150 kV-verbinding. Centraal voor de ontheffingsaanvraag staat de vraag wat de additionele sterfte is als gevolg van de nieuwe verbinding. Dit is bepaald door het uitvoeren van berekeningen. Het aantal draadslachtoffers van een te verwijderen verbinding zijn in mindering gebracht bij de aantallen van de toekomstige verbinding. Hierbij is uitgegaan van de gegevens uit een onderzoek van Koops (1986) aangevuld met recente literatuur, waarbij een gemiddeld aantal draadslachtoffers per 100 km hoogspanningsverbinding per jaar is bepaald. Onderscheid tussen de aard van verbindingen is in dit rapport niet gemaakt, omdat wel informatie beschikbaar is over aanvaringsslachtoffers met elektriciteitsdraden, maar geen onderscheid is gemaakt in de aard van verbindingen. Aangenomen wordt dan ook dat de aard van de hoogspanningsverbindingen niet bepalend is, maar wel de aanwezigheid van bliksem- en compensatiedraden. • Bij verbetering van een bestaande situatie, dus minder draadslachtoffers dan in de huidige situatie, is geen ontheffing vereist. • Bij de toetsing is niet uitgegaan van het toepassen van draadmarkeringen. Deze zijn in de huidige situatie ook niet aanwezig.
Indien uit de toetsing blijkt dat draadmarkering wenselijk is, wordt draadmarkering toegepast en zal dit als mitigerende maatregel aan de vergunning moeten worden verbonden. Voor draadmarkering wordt uitgegaan van het gebruik van ‘varkenskrullen’. Er zijn diverse typen draadmarkering, maar ‘varkenskrullen’ zijn relatief eenvoudige voorzieningen en het blijkt dat deze effectief zijn: de afname van de hoeveelheid draadslachtoffers loopt uiteen van 48% tot 100%. Het merendeel van de studies rapporteert een afname van meer dan 70% (Tauw, 2012). Een dergelijke Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
6 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
•
waarde komt ook uit de monitoring van de Randstad 380 Zuidring (Prinsen, 2017). Hoewel in die rapportage ook gesteld wordt dat de daadwerkelijke effectiviteit lastig is de valideren omdat er geen referentietellingen zijn zonder draadmarkeringen. Een afname is echter wel degelijk aannemelijk. De voor de toetsing gebruikte gegevens van het tracé zijn weergegeven in Tabel 1.
Tabel 1: Gegevens die gebruikt zijn voor de toetsing. Deelgebied
Versie
Rilland – Tilburg
Shape-files met datum 01 mei 2020, aangeleverd door TenneT op 25 mei 2020, aangevuld met gegevens tijdelijke lijnen 7 augustus 2020.
1.4
Opbouw van het rapport
Dit draadslachtofferonderzoek gaat uit van een zogenoemd trechteringsprincipe. Het onderwerp wordt ingekaderd totdat alleen overblijft wat relevant is voor een ontheffing in het kader van Wet natuurbescherming. Alle niet-relevante zaken worden onderbouwd geëlimineerd totdat alleen relevante zaken (waarden waar effecten op voorzien zijn) overblijven. In Afbeelding 2 is deze trechtering schematisch weergegeven. Het schema geeft de stappen van de trechtering weer. In dit rapport is boven elk hoofdstuk het relevante deel van het volgende schema weergegeven, zodat duidelijk is welk onderdeel in het hoofdstuk wordt behandeld. Naast de informatie in het rapport zijn de volgende bijlages bij dit rapport gevoegd: • Bijlage A is een tekst over het wettelijk kader. • Bijlage B is een indeling van de relevante vogels in categorieën en de beschikbare informatie die daarvoor gebruikt is. • Bijlage C zijn de uitgebreide tabellen met daarin de berekening van het aantal draadslachtoffers voor de verschillende delen van het tracé.
Afbeelding 1: Schematische weergave van de opbouw van het draadslachtofferonderzoek en de relevante vragen voor de trechtering.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
7 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
2
PROJECTOMSCHRIJVING
In dit hoofdstuk is het project omschreven. Welke veranderingen ten opzichte van de huidige situatie zijn voorzien? TenneT voorziet in een nieuwe 380 kV-verbinding. Deze verbinding wordt echter niet naast de bestaande verbindingen gerealiseerd. Het realiseren van de nieuwe verbinding gaat gepaard met het combineren, aanpassen en amoveren van bestaande verbindingen. Hierin is echter niet over de volledige lengte van het tracé eenzelfde aanpassing gemaakt, maar leiden verschillende bestaande situaties tot verschillende inrichtingen. Afbeelding 2 is een overzicht van de 15 situaties die langs het tracé onderscheiden zijn. In Tabel 2 is een beschrijving van de wijziging opgenomen.
Afbeelding 2: Overzicht nieuwe hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kv-Oost tussen Rilland en Tilburg. De nummers vormen de onderscheidde deelverbindingen op basis van landschapsmorfologie.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
8 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Tabel 2: Beschrijving huidige en nieuwe situaties van het tracé, de ligging is terug te vinden in Afbeelding 2.
Situatie
1
2
3
4
Lengte huidig (km)
3,3
9,4
9
a: 2,6
Lengte nieuw (km)
4,3
10
Aspect
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Voltage
150 kV (RLL-WDT-RSD)
380/150 vakwerk
Mastnr
-
Portaal Rilland-1014
Bliksemdraad
2
2
Retourstroomgeleider
0
1
Afstand
nvt
nvt
Voltage
150 kV (RLL-WDT-RSD)
380/150 Kabel
Mastnr
-
-
Bliksemdraad
2
nvt
Retourstroomgeleider
0
nvt
Afstand
nvt
nvt
Voltage
150 kV (RLL-WDT-RSD)
380/150 vakwerk
Mastnr
-
1025-1051
Bliksemdraad
2
2
Retourstroomgeleider
0
1
Afstand
nvt
nvt
Voltage
a: 150 kV (RLL-WDT-RSD)
a: 150 kV-kabel b: 380 vakwerk
Mastnr
-
1051-1059
9
a: 2,6 b: 2,6
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Korte toelichting
Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd.
Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen door een kabelverbinding. Oude verbinding wordt geamoveerd. 150 kV komt gedeeltelijk in ander kabelbed.
Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding wordt vervangen. Oude verbinding wordt geamoveerd.
Tracé waar de huidige hoogspanningsverbinding (150 kV) wordt vervangen door een kabelverbinding. Oude verbinding wordt geamoveerd. Daarnaast
9 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
5
6
Lengte huidig (km)
a. 1.780 b. 2.330 c. 2.330
a. 2.320 b. 1.140
Lengte nieuw (km)
a. 1.780 b. 2.330 c. 2.330 d. 2.518
b. 1.140 c. 1.760
Aspect
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Korte toelichting
Bliksemdraad
a: 2
a: nvt b: 2
wordt een nieuwe verbinding 380kV gerealiseerd.
Retourstroomgeleider
a: 0
a: nvt b: 1
Afstand
nvt
nvt
Voltage
a. 150 kV (RLL-WDT-RSD) b. (RSD-GT) c. 380 kV GT-BSL
a. 150 kV (RLL-WDT-RSD) b. (RSD-GT) c. 380 kV GT-BSL d. 380 vakwerk
Mastnr
-
1059-1066
Bliksemdraad
a. 2 b. 2 c. 2
a. 2 b. 2 c. 2 d. 2
0
a. 1 b. 1 c. 1 d. 1
Afstand
a-b 30-2000m a-c 800-2000m b-c 800-2000m
a-b 30-2000m a-c 800-2000m a-d 100-2000m b-c 800-2000m b-d 350-2000m c-d 500-800m
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)
b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk
Mastnr
-
1066-1071
Retourstroomgeleider
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Tracé waar de huidige hoogspanningsverbindingen gehandhaafd blijven en een nieuwe verbinding wordt gerealiseerd.
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding
10 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
7
8
Lengte huidig (km)
a. 3.120 b. 3.190
a. 7.870 b. 7.170
Lengte nieuw (km)
c. 3.140 d. 2.982 e. 650
b. 7.170 c. 7.168
Aspect
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Korte toelichting
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
b. 2 c. 2
wordt gecombineerd met nieuwe 380 en de oude verbinding wordt geamoveerd
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
b. 1 c. 1
Afstand
a-b 100-850m
b-c 300-400m
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)
c. 380 kV (GT-BSL) d. 150/380 vakwerk e. 380 kV tijdelijk
Mastnr
-
1071-1079
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
c. 2 d. 2
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
c. 1 d. 1
Afstand
a-b 0-150m
c-d 100-300m
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)
b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk
Mastnr
-
1079-1099
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
b. 2 c. 2
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
b. 1 c. 1
Afstand
a-b 50-150m
b-c 300-400m
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gereconstrueerd wordt op een andere locatie. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Tijdelijk wordt, op een afstand van maximaal 100 meter vanuit de nieuwe/bestaande verbinding, een tijdelijke 380 kV-verbinding gerealiseerd ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft masten met de helft aan aantal draden van de bestaande verbinding, er wordt slechts één zijde van de verbinding tijdelijk omgelegd.
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. De aansluiting met het station Moerdijk gebeurt met een korte kabelverbinding.
11 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
9
10
11
Lengte huidig (km)
a. 8.748 b. 8.748
a. 3.019 b. 3.219
a. 5.170 b. 5.170
Lengte nieuw (km)
b. 8.748 c. 8.748
c. 3.322 d. 3.322 e. 950
b. 5.170 c. 5.170 d. 600
Aspect
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Korte toelichting
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)
b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk
Mastnr
-
1099-1123
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd.
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
b. 2 c. 2
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
b. 1 c. 1
Afstand
a-b 50-75m
b-c 100m
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)
c. 380 kV (GT-BSL) d. 150/380 vakwerk e. 380 kV tijdelijk
Mastnr
-
1123-1133
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
c. 2 d. 2
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
c. 1 d. 1
Afstand
a-b 0-350m
c-d 100m
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL)
b. 380 kV (GT-BSL) c. 150/380 vakwerk d. 380 kV tijdelijk
Mastnr
-
1133-1147
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
b. 2 c. 2
Retourstroomgeleider
a. 0
b. 1
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Tijdelijk wordt, op een afstand van maximaal 100 meter vanuit de nieuwe/bestaande verbinding, een tijdelijke 380 kV-verbinding gerealiseerd ten behoeve van de ombouw van de bestaande verbinding. Dit betreft masten met hetzelfde aantal draden.
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gereconstrueerd wordt op een andere locatie. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. De aansluiting met het station Zevenbergschenhoek gebeurt met een korte kabelverbinding.
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Tijdelijk wordt, op een afstand van maximaal 100 meter vanuit de nieuwe/bestaande verbinding, een tijdelijke 380 kV-verbinding gerealiseerd ten behoeve van de ombouw van de bestaande
12 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
12
13
Lengte huidig (km)
a. 1.360 b. 730 d. 2.000 e. 740 f. 1.000
a. 2.220 b. 1.890
Lengte nieuw (km)
a. 1.360 b. 730 c. 2.145 d. 2.000 f. 0.880
b. 1.890 c. 1.876
Aspect
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Korte toelichting
b. 0
c. 1
Afstand
a-b 50-75m
b-c 100m
verbinding. Dit betreft masten met de helft aan aantal draden van de bestaande verbinding, er wordt slechts één zijde van de verbinding tijdelijk omgelegd.
Voltage
a. 150 kV (RSD-GT) b. 380 kV (GT-BSL) d. 380 kV (GT-EHV) e. 150 kV (GT-TBW) f. 150 kV (GT-BD)
a. 150kv kabel b. 380 kV (GT-BSL) c. 380 vakwerk d. 380 kV (GT-EHV) f. 150 kV (GT-BD) deel kabel.
Mastnr
-
1147-1153
Bliksemdraad
a. 2 b. 2 d. 2 e. 2 f. 2
b. 2 c. 2 d. 2 f. 2
Retourstroomgeleider
0
1
Afstand
Afstanden zijn weergegeven in de figuur onder de tabel
b-c 100-450m c-d 100-1000m c-f 60-1000m
Voltage
a. 150 kV (GT-TBW) b. 380 kV (GT-EHV)
b. 380 kV (GT-EHV) c. 150/380 vakwerk
Mastnr
-
1153-1159
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
b. 2 c. 2
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
b. 1 c. 1
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding naar Roosendaal en Tilburg West wordt gecombineerd en de oude verbindingen worden geamoveerd. De verbinding naar Breda (haakse kruising) wordt gedeeltelijk verkabeld. Dit resulteert in het volgende beeld: a: wordt verkabeld b: blijft hetzelfde c: nieuwe verbinding d: blijft hetzelfde e: wordt verkabeld f: wordt gedeeltelijk verkabeld. Zie afbeelding onder tabel voor een overzicht van de nieuwe situatie.
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd
13 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
14
15
Lengte huidig (km)
a. 13.950 b. 10.180
a. 7.080
Lengte nieuw (km)
b. 10.180 c. 10.152
b. 6.505 c. 6.586
Aspect
Huidige situatie
Nieuwe situatie
Afstand
a-b 50-75m
b-c 105m
Voltage
a. 150 kV (GT-TBW) b. 380 kV (GT-EHV)
b. 380 kV (GT-EHV) c. 150/380 vakwerk
Mastnr
-
1159-1187
Bliksemdraad
a. 2 b. 2
b. 2 c. 2
Retourstroomgeleider
a. 0 b. 0
b. 1 c. 1
Afstand
a-b 50->2000 m
b-c 105m
Voltage
a 380 kV (GT-EHV)
b. 380 kV (GT-EHV) c. 150/380 vakwerk
Mastnr
-
1187-portaal Tilburg
Bliksemdraad
a. 2
b. 2 c. 2
Retourstroomgeleider
a. 0
b. 1 c. 1
Afstand
nvt
b-c 105m
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Korte toelichting
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gehandhaafd blijft. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd. Er worden kabels aangelegd richting Oosteind en Tilburg West. Amovering verbinding tot aan Tilburg West in deze sectie meegenomen, deze loopt namelijk na dit punt op meer dan 500m afstand van de verbinding GT-EHV
Tracé waar de huidige 380 kV hoogspanningsverbinding gereconstrueerd wordt op een andere locatie. De bestaande 150 kV verbinding wordt gecombineerd en de oude verbinding wordt geamoveerd, dit vergelijk is in de vorige sectie opgenomen. In deze sectie bevindt de 150 kV lijn GTTBW zich op een grotere afstand dan 500 m.
14 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Afbeelding 3: Weergave van situatie 12.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
15 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
3
METHODIEK
In dit hoofdstuk is de methodiek beschreven. Hier worden de stappen die zijn gemaakt in de beoordeling van draadslachtoffers verder uitgelegd.
3.1
Beoordelingskader
Het beoordelingskader van het draadslachtofferonderzoek is het aspect soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Deze wet beschermt verschillende plant- en diersoorten. Niet alleen individuen zijn beschermd, maar ook groeiplaatsen en functionele leefgebieden vallen onder het beschermingsregime. Voor beschermde soorten geldt dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden. De Wnb biedt mogelijkheden voor vrijstellingen en ontheffingen van verbodsbepalingen. De mogelijkheden hiervoor verschillen voor de beschermingscategorieën. Verder geldt voor alle plant- en diersoorten een algemene zorgplicht. Zie voor een meer uitgebreide beschrijving van het wettelijk kader Bijlage A.
3.2
Methodiek draadslachtofferonderzoek
De methode is afkomstig uit het onderzoek dat is uitgevoerd in het Achtergrondrapport Natuur dat voor ZW380-Oost is opgesteld (Tauw, 2018). Deze aanpak bestaat uit de volgende stappen: 1. Beschrijving van de situatie (neemt kans op draadslachtoffers toe?); 2. Beschrijving van aanwezigheid van vogelsoorten (zijn gevoelige soorten aanwezig?); 3. Combinatie van gegevens in stap 1 en 2 om het aantal draadslachtoffers zonder mitigerende maatregelen uit te rekenen; 4. Nogmaals uitvoeren van berekening met mitigerende maatregelen.
3.2.1
Stap 1: Is er een kans op additionele slachtoffers?
Het draadslachtofferonderzoek is bedoeld om te bepalen of het aantal aanvaringsslachtoffers als gevolg van de nieuwe verbinding toe of afneemt. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van diverse factoren, zoals de morfologie van de verbinding, combinaties met bestaande verbindingen en afstanden tussen bestaande en nieuwe verbindingen. De basis voor het onderzoek vormt de verandering in hoogspanningsverbindingen ten opzichte van de huidige situatie. In het onderzoek van Tauw (2018) zijn verschillende situaties waarin sprake is van een toename of een afname: • Amoveren, bundeling of verkabeling (onder de grond) leidt tot een afname van draadslachtoffers. Extra verbindingen leiden tot meer draadslachtoffers. • Een toename van lengte leidt tot meer draadslachtoffers. • Wanneer hoogspanningsverbindingen parallel lopen dan is sprake van schaduwwerking. Met andere woorden, de kans dat de tweede verbinding leidt tot vogelslachtoffers is kleiner wanneer al een andere hoogspanningsverbinding voor staan, de lijn staat als het ware in de schaduw van de andere. Een vogel die de eerste verbinding succesvol passeert, daarvan is het aannemelijk dat deze de tweede lijn ook passeert. Wanneer het aantal draadslachtoffers voor de eerste verbinding 1 is, dan is deze voor de tweede verbinding tot een afstand van maximaal 500 meter gemiddeld 0,5 tot 0,7 (Van Vliet et al, 2014).
Dit betekent voor parallelle verbindingen met een tussenafstand van maximaal 500 meter, dat de lengte van de verbinding voor de berekening van het aantal slachtoffers met 1,7 (worst-case) wordt vermenigvuldigd.
3.2.2
Stap 2: Zijn gevoelige soorten aanwezig?
Aan de hand van categorieën is bepaald welke vogelsoorten relevant zijn en welke niet. Uit Tauw, 2018: “Bij de vraag of vogelsoorten draadslachtoffer kunnen worden van een nieuwe hoogspanningsverbinding wordt uitgegaan van empirische gegevens. Vooral in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is veel draadslachtofferonderzoek gedaan. Het belangrijkste uitgangsmateriaal wordt hierbij gevormd door het overzicht van Koops (1986), waarin een groot aantal Nederlandse onderzoeken naar draadslachtoffers is Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
16 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
samengevat. Dit overzicht is aangevuld met recentere onderzoeksgegevens uit onder andere: Van den Bremer & De Boer (2009), Van Kessel (2009), Hartman et al. (2010), Van Kessel & Hoorens (2010), Prinsen et al. (2011) en Klop et al. (2012), alsmede de meldingen van dode vogels bij Sovon.” Deze gegevens zijn gebruikt voor de indeling in klassen in Tabel 3. Van de soorten uit de categorieën A, B, C en D zijn geen draadslachtoffer bekend of de kans op aanvaringen in Nederland is dusdanig laag, dat effecten op de populatie op voorhand uitgesloten zijn. Deze soorten worden niet nader beschreven of beoordeeld. De relevante soorten voor de draadslachtofferberekening, de soorten uit de categorieën E, F en G, zijn opgenomen in Bijlage B. Tabel 3: Categorieën van gevoeligheid voor vogelsoorten. Informatie afkomstig uit Tauw, 2018. Is er een kans op additionele slachtoffers waarvoor een ontheffing moet worden aangevraagd?
Categorie
Naam
Beschrijving
A
CDNA-beoordeelsoorten
Zeer zeldzame soorten en dwaalgasten. Hierbij gaat het om of de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA) de soort als beoordeelsoort heeft aangemerkt op 1 januari 2015.
Nee, in Nederland is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein door het zeer beperkte voorkomen.
B
Zee- en kustvogels
Soorten die alleen voorkomen op zee of langs de kust.
Nee, het aanvaringsrisico is verwaarloosbaar klein omdat deze soort niet boven land voorkomen.
C
Soorten ongevoelig, geen draadslachtoffers
Soorten waarvan in Nederland nooit draadslachtoffers zijn gevonden en die blijkbaar niet gevoelig zijn voor aanvaringen.
Nee, in Nederland is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
D
Soorten gevoelig, geen draadslachtoffer
Soorten waarvan in Nederland nooit draadslachtoffers zijn gevonden, die wel gevoelig zijn voor aanvaringen.
Nee, hoewel bekend is dat soorten tegen hoogspanningsverbindingen aan vliegen, is in Nederland de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
Draadslachtoffers < 1%; overal voorkomend
Het aantal draadslachtoffers in Nederland ligt onder de 1%-norm en de soort is in >75% van het land (op uurhokniveau) waargenomen.
Ja, er is een kans op additionele slachtoffers. Voor deze soorten hoeven geen maatregelen te worden genomen, maar deze soorten profiteren mogelijk wel van maatregelen die voor andere soorten worden genomen.
F
Draadslachtoffers < 1%; lokaal voorkomend
Het aantal draadslachtoffers in Nederland ligt onder de 1%-norm en de soort is in <75% van het land (op uurhokniveau) waargenomen.
Ja, en voor deze soorten moeten mogelijk maatregelen worden genomen. Wanneer na maatregelen nog additionele draadslachtoffers te verwachten zijn, moet een ontheffing worden aangevraagd.
G
Draadslachtoffers > 1%; risicosoorten
Het aantal draadslachtoffers ligt boven de 1%-norm.
Ja, en voor deze soorten moeten waarschijnlijk maatregelen worden genomen. Wanneer na maatregelen nog additionele draadslachtoffers te verwachten zijn, moet een ontheffing worden aangevraagd.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
17 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Voor de gevoelige soorten is om de aanwezigheid te bepalen het volgende gedaan: • Op basis van twee bronnen: de Vogelatlas2 en de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) 3, is gekeken of vogelsoorten langs het tracé aanwezig zijn: • • •
Op het moment dat beide bronnen aanwezigheid uitsluiten, dan wordt de soort verder niet meer onderzocht. Op het moment dat één of beide bronnen aangeeft dat de soort aanwezig is, of de informatie niet duidelijk is, dan wordt de soort verder onderzocht.
Wanneer aanwezigheid van een soort niet is uitgesloten, wordt gekeken of een kans bestaat op additionele draadslachtoffers. Dit wordt project- en soortspecifiek gedaan. Hierbij worden de levenswijze, leefgebieden, aanleiding voor de vogel om de hoogspanningsverbinding te passeren betrokken om te bepalen of er een kans is op additionele draadslachtoffers. Als de levenswijze of aanwezigheid van een soort aanleiding geven om met zekerheid te veronderstellen dat een soort de lijn niet passeert, dan wordt deze soort niet verder onderzocht.
3.2.3
Stap 3: Berekening (of verwachting) van aantal draadslachtoffers zonder mitigerende maatregelen
Van de aanwezige gevoelige soorten wordt berekend hoe groot het aantal additionele draadslachtoffers is, zie hiervoor het volgende tekstkader. Voor soorten waarvoor geen berekening kan worden gedaan, omdat het aantal draadslachtoffers per 100 km hoogspanningsverbinding niet bekend is, moet op basis van aanwezigheid een verwachting worden gegeven over de toename van het aantal draadslachtoffers. Voor vogels waarvoor de kans bestaat dat de 1%-mortaliteitsnorm door het aantal additionele draadslachtoffers wordt overschreden, is het noodzakelijk om maatregelen te nemen. Rekenmethode zonder mitigerende maatregelen Voor vogelsoorten waar voldoende betrouwbare aanvaringsgegevens van bekend zijn, worden berekeningen uitgevoerd om het aantal slachtoffers door voorliggend tracé te bepalen. De uitgangspunten bij die berekeningen zijn als volgt: • Lengte bestaande en nieuwe verbinding tracé vormt de basis voor de berekening. • Draadslachtoffers (DSO) zijn vastgesteld voor een tracé van 100 km en worden omgerekend naar de bestaande situatie en de nieuwe situatie. Bij toepassing van een retourstroomgeleider is er een geschatte toename van ongeveer 30% draadslachtoffers in vergelijking met de situatie zonder retourstroomgeleider (Verbeek & Prinsen, 2012). Zonder retourstroomgeleider wordt het aantal draadslachtoffers niet met dat percentage vermeerderd.
• Vervolgens worden de uitkomsten gebruikt om een verschil te berekenen. Voorbeeldberekening: Voor ‘vogelsoort x’ wordt de berekening als volgt: • Aantal draadslachtoffers (DSO) per jaar per 100 km = 382 DSO/jaar/100 km. • Het huidige tracé is bijvoorbeeld 15 km: DSO/ jaar huidig = 382 × 0,15 = 57,3 • Het nieuwe tracé is bijvoorbeeld 23 km: DSO/ jaar nieuw = 382 × 0,23 = 87,9 • Als bij het nieuwe tracé een retourstroomgeleider wordt aangebracht: DSO/jaar nieuw plus 30% vanwege retourstroomgeleider = 87,9 × 1,3 = 114,3 • Vergelijking nieuwe situatie met huidige situatie: 114,3 – 57,3 = 57. De nieuwe situatie is een verslechtering ten opzichte van de oude situatie.
2 https://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten, bezocht op 13-03-2019. 3 NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 26-03-2019, 27-03-2018 en 10-05-2019 voor de periode 01-01-2014 t/m 26-03-2019.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
18 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
3.2.4
Stap 4: Berekening (of verwachting) van aantal draadslachtoffers met mitigerende maatregelen
Na het vaststellen van de maatregelen wordt het aantal additionele draadslachtoffers weer berekend. Dit wordt ook gedaan voor vogelsoorten waar de maatregelen niet specifiek voor zijn genomen. Voor alle vogelsoorten waarvoor na het toepassen van de maatregelen nog additionele slachtoffers verwacht worden, is een ontheffing nodig. Zie het volgende tekstkader. Rekenmethode met mitigerende maatregelen Voor vogelsoorten waar voldoende betrouwbare aanvaringsgegevens van bekend zijn, worden berekeningen uitgevoerd om het aantal slachtoffers door voorliggend tracé te bepalen. De uitgangspunten bij die berekeningen zijn als volgt: • Zie vorige tekstkader “Rekenmethode zonder mitigerende situatie” voor uitvoering van de berekening. • Bij het nemen van maatregelen: Toepassing van draadmarkering (uitgangspunt is in de vorm van varkenskrullen) geeft een verwachte afname aan draadslachtoffers van 60% voor dagvliegers en 10% voor nachtvliegers (Tauw, 2012). Voorbeeldberekening: Voor ‘vogelsoort x’ - een dagvlieger - wordt de berekening als volgt: • Als bij het nieuwe tracé een retourstroomgeleider wordt aangebracht én draadmarkering: DSO/ jaar nieuw plus 30% vanwege retourstroomgeleider min 60% vanwege draadmarkering = (87,9 × 1.3) × 0,40 = 45,7 • Vergelijking nieuwe situatie met huidige situatie: 45,7 – 57,3 = -11,6.
De nieuwe situatie is een verbetering ten opzichte van de oude, indien mitigerende maatregelen worden genomen.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
19 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
4
STAP 1: KANS OP ADDITIONELE DRAADSLACHTOFFERS
In dit hoofdstuk is de eerste stap van de beoordeling gemaakt. Welke veranderingen ten opzichte van de huidige situatie zorgen voor effecten?
4.1
Effecten van aangepaste hoogspanningsverbinding
Aan de hand van de beschrijving in hoofdstuk 2 zijn in Tabel 4 de gevolgen van wijzigingen opgenomen. Relevant voor onderstaande tabel is: 1. Het totale tracé is verdeeld in 15 delen, dit zijn de situaties. 2. Als de afstand toeneemt tussen verbindingen, dan kan deze als twee separate verbindingen worden gezien. Als de afstand afneemt, dan kan er sprake zijn van bundeling. De aangehouden afstand hiervoor is 500 meter. 3. Hoe langer de verbinding, hoe meer draadslachtoffers vallen. 4. De retourstroomgeleider (evenals de bliksemdraad) zijn dunner en daarmee slechter zichtbaar. Toepassing van een retourstroomgeleider waar dit voorheen niet het geval was, leidt tot een toename van draadslachtoffers (+30%). Tabel 4: Beschrijving van de situaties, zoals weergegeven in Afbeelding 2. Met kleur is aangegeven of een afname (groen) of toename van draadslachtoffers (oranje) te verwachten is. Situatie
Afstand tussen verbindingen
1
Niet van toepassing want één verbinding.
2
Lengte van nieuwe verbinding
Retourstroomgeleider Gevolg
Lengte neemt toe.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Niet van toepassing: verbinding komt ondergronds.
Aantal draadslachtoffers neemt toe door extra lengte hoogspanningsverbinding. Aantal draadslachtoffers neemt af door hoogspanningsverbindingen van bovengronds naar ondergronds te verplaatsen.
Lengte is gelijk.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers blijft gelijk.
Aantal draadslachtoffers blijft gelijk.
3
Niet van toepassing want één verbinding.
4
Niet van toepassing want één verbinding.
Lengte is gelijk.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
5
De derde verbinding ligt grotendeels op een afstand van meer dan 500 meter, dit is als een aanvullende verbinding gezien.
Aanvullende verbinding dus sprake van “aanvullende” lengte.
Aanvullende verbinding heeft een retourstroomgeleider.
Aantal draadslachtoffers neemt toe door de aanvullende verbinding.
6
Huidige verbindingen liggen voor een deel op een afstand van meer dan 500 meter en deze komen in de
Lengte neemt af.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers neemt af door bundeling en afname lengte hoogspanningsverbinding.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
20 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
Afstand tussen verbindingen
Lengte van nieuwe verbinding
Retourstroomgeleider Gevolg
Lengte neemt af.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers neemt af door afname lengte hoogspanningsverbinding.
Lengte neemt af.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers neemt af door afname lengte hoogspanningsverbinding.
Lengte is gelijk.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers blijft gelijk.
Lengte neemt toe.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers neemt toe door toename lengte hoogspanningsverbinding.
Aantal draadslachtoffers blijft gelijk.
Aantal draadslachtoffers neemt toe. De situatie is onoverzichtelijk, daarom is van worst case uitgegaan: de nieuwe, bovengrondse verbinding wordt langer dan
nieuwe situatie dichter bij elkaar te liggen.
7
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie liggen verbindingen op een afstand van minder dan 500 meter en is dus geen sprake van verslechtering of verbetering.
8
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie liggen verbindingen op een afstand van minder dan 500 meter en is dus geen sprake van verslechtering of verbetering.
9
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie liggen verbindingen op een afstand van minder dan 500 meter en is dus geen sprake van verslechtering of verbetering.
10
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie liggen verbindingen op een afstand van minder dan 500 meter en is dus geen sprake van verslechtering of verbetering.
11
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie liggen verbindingen op een afstand van minder dan 500 meter en is dus geen sprake van verslechtering of verbetering.
Lengte is gelijk.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
12
De oude verbinding wordt vervangen door een aantal nieuwe verbindingen die gebundeld zijn.
De lengte van de nieuwe bovengrondse verbinding is groter dan de huidige bovengrondse verbinding.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
21 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Situatie
Afstand tussen verbindingen
Lengte van nieuwe verbinding
Retourstroomgeleider Gevolg de oude, bovengrondse verbinding.
13
Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie liggen verbindingen op een afstand van minder dan 500 meter en is dus geen sprake van verslechtering of verbetering.
Lengte neemt af.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
14
De afstand met de nieuwe verbinding is minder dan 500 meter Lengte neemt af. en derhalve is sprake van een bundeling van verbindingen.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers neemt af door bundeling en afname van lengte hoogspanningsverbinding.
15
Het gaat van één verbinding naar twee. Deze verbindingen Lengte neemt af. liggen minder dan 500 meter van elkaar.
Afwezig in de oude verbinding, wel aanwezig in de nieuwe verbinding.
Aantal draadslachtoffers neemt af door afname lengte hoogspanningsverbinding.
4.2
Aantal draadslachtoffers neemt af door afname lengte hoogspanningsverbinding.
Conclusie stap 1
De voorziene wijzigingen van het hoogspanningstracé geven aanleiding om nader onderzoek uit te voeren. Door de voorzien wijzigingen is namelijk mogelijk sprake van een toename van (dus additionele) draadslachtoffers.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
22 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
5
STAP 2: AANWEZIGHEID GEVOELIGE SOORTEN
In dit hoofdstuk is de tweede stap van de beoordeling uitgewerkt. Welke soorten zijn gevoelig voor effecten en aanwezig nabij het project?
5.1
Analyse
Uit de tabel volgen de soorten die risico lopen om draadslachtoffer te worden.
NDFF
E
Aalscholver
■
■
E
Kolgans
■
■
E
Grauwe gans
■
■
ja
E
Wintertaling
■
■
ja
E
Wilde eend
■
■
ja
E
Kuifeend
■
■
Gebonden aan open water in zowel de Delta als het binnenland, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
E
Sperwer
■
■
Mijdt grote open gebieden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
E
Torenvalk
■
■
Komt verspreid voor in halfopen tot open (landbouw)gebieden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
E
Waterhoen
■
■
E
Holenduif
■
■
E
Houtduif
■
■
ja
E
Turkse tortel
■
■
ja
E
Gierzwaluw
■
■
ja
E
Veldleeuwerik
■
■
ja
E
Boerenzwaluw
■
■
ja
Categorie
Vogelatlas 2018
Risico op slachtoffer
Tabel 5: Bepaling aanwezigheid vogelsoorten met een aanvaringsrisico, gebaseerd op de meest recent Vogelatlas 3 (2018, gegevens verzameld over de periode 2013-2015) en de NDFF4 (zoekperiode 1 januari 2014 - 26 maart 2019). ■ = Soort is aanwezig in geschikt leefgebied of als reguliere doortrekker; = incidenteel aanwezig, geen vast leefgebied of reguliere doortrekker; ? = geen informatie over aanwezigheid bekend, afwezigheid kan niet worden uitgesloten, X = geen informatie over de soort opgenomen, omdat de soort niet voorkomt. Indien grijs gearceerd: geen risico.
Soort
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Overige project- en soortspecifieke informatie
Komen verspreid langs het tracé voor in wetlands en open graslandgebieden, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
Zeer algemeen tot schaars maar wijdverspreid aanwezig in diverse landschappen, additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja ja
ja ja
23 van 59
NDFF
E
Huiszwaluw
■
■
ja
E
Graspieper
■
■
ja
E
Witte kwikstaart
■
■
ja
E
Roodborst
■
■
ja
E
Merel
■
■
ja
E
Kramsvogel
■
■
ja
E
Zanglijster
■
■
ja
E
Koperwiek
■
■
ja
E
Spotvogel
■
■
ja
E
Grasmus
■
■
ja
E
Tuinfluiter
■
■
ja
E
Zwartkop
■
■
ja
E
Fitis
■
■
ja
Categorie
Vogelatlas 2018
Risico op slachtoffer
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Soort
Overige project- en soortspecifieke informatie
Sterk gebonden aan bosgebieden op de hogere zandgronden (Brabantse Wal en bij Tilburg). De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
E
Bonte vliegenvanger
■
■
E
Koolmees
■
■
E
Ekster
■
■
E
Kauw
■
■
ja
E
Zwarte kraai
■
■
ja
E
Spreeuw
■
■
ja
E
Huismus
■
■
ja
E
Ringmus
■
■
ja
E
Vink
■
■
ja
E
Keep
■
■
ja
E
Groenling
■
■
ja
E
Rietgors
■
■
ja
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Zeer algemeen tot schaars maar wijdverspreid aanwezig in diverse landschappen, additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja ja
24 van 59
NDFF
Overige project- en soortspecifieke informatie
F
Grote zilverreiger
■
■
Komt verspreid langs het tracé voor in wetlands en open graslandgebieden, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Kleine zwaan
■
■
Komt verspreid langs het tracé voor in open landbouwgebieden, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Toendrarietgans
■
■
Schaarse soort van de Delta en open landbouwgebied, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Brandgans
■
■
ja
F
Rotgans
■
Hoofdzakelijk gebonden aan de Delta en het rivierengebied, verder schaars verspreid. Additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
F
Smient
■
■
ja
F
Krakeend
■
■
Komt verspreid langs het tracé voor in gebieden met open water en graslanden, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
F
Pijlstaart
■
F
Tafeleend
■
■
F
Brilduiker
■
F
Grote zaagbek
■
F
Patrijs
■
■
Sterk gebonden aan landbouwgebied op de hogere zandgronden, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Kwartel
■
Schaarse soort van uiterwaarden en beekdalen, additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Bokje
■
Schaars, lokaal voorkomende soort van natte graslanden en wetlands. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Houtsnip
■
■
Schaars, maar verspreid voorkomende soort van bosgebieden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Rosse grutto
■
Soort is gebonden aan Delta en Volkerak (NDFF). De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
F
Witgatje
■
■
F
Oeverloper
■
■
Categorie
Vogelatlas 2018
Risico op slachtoffer
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Soort
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Sterk geboden aan wetlands en open water, vooral het Deltagebied. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten. Sterk geboden aan wetlands en open water, vooral de Delta en het rivierengebied. De soorten zijn waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja
ja
ja ja ja
Deze steltlopers zijn hoofdzakelijk doortrekkers en niet kustgebonden en komen naast de Delta ook in het binnenland voor. Daar zijn ze hoofdzakelijk gebonden aan wetlands. Additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja ja
25 van 59
NDFF
Overige project- en soortspecifieke informatie
F
Bosruiter
X
De soort is vrijwel niet waargenomen in het gebied. De kans op additionele draadslachtoffers is verwaarloosbaar klein.
nee
F
Steenloper
■
Aanwezig is nagenoeg beperkt tot de Delta. Aangezien deze soort zeer aan de kust is gebonden, is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
nee
F
Zomertortel
■
■
Zeer schaarse soort in halfopen, kleinschalig landschap. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja
Categorie
Vogelatlas 2018
Risico op slachtoffer
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Soort
F
Kerkuil
■
■
Schaarse, maar wijdverspreid voorkomende soort in diverse landschapstypen. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
F
Bosuil
■
■
Gebonden aan bosgebieden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
■
Schaars, maar wijdverspreid voorkomende soort in gebieden met bos of bosjes. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
■
Zeer schaarse soort van oud boerenland en heidegebieden. In het plangebied vooral trekvogel. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja
F
F
Ransuil
Paapje
■
■
F
Tapuit
■
■
Zeer schaars, tapuit komt overwegend voor in de duinen en lokaal in heide- en zandverstuivinggebieden. In het plangebied vooral trekvogel. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
F
Grote lijster
■
Meer gebonden aan de bosgebieden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
■
Wijdverspreid voorkomend in kleine tot uitgestrekte rietlanden, hoofdzakelijk in laag-Nederland. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja
ja
F
Kleine karekiet
■
G
Dodaars
■
■
Als broedvogel gebonden aan vennen en ander klein open water op de zandgronden. In de winterperiode wijdverspreid aanwezig op klein tot groot open water. Additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
G
Fuut
■
■
Algemeen voorkomende soort van allerlei open water, in de winter meer gebonden aan groot open water. Additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
26 van 59
NDFF
Overige project- en soortspecifieke informatie
G
Blauwe reiger
■
■
Algemeen voorkomende soort van allerlei wetlands en graslandgebieden. Additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
G
Roerdomp
■
G
Purperreiger
■
G
Lepelaar
■
■
Lepelaar is hoofdzakelijk gebonden aan de Delta en lokaal binnenlandse wetlands maar vliegt over aanzienlijke afstanden heen en weer tussen rust- en foerageergebieden.
ja
■
Algemeen en wijdverspreid voorkomende soort van open graslandgebieden. In de winter grote concentraties op open water. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
Hoofdzakelijk gebonden aan de kustzones en andere wetlands. Lokaal ook in kleine wateren. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
Categorie
Vogelatlas 2018
Risico op slachtoffer
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
G
Soort
Knobbelzwaan
■
Typische soorten van uitgestrekte riet- en moerasgebieden. Verspreiding sterk lokaal geconcentreerd. Kunnen in de trekperiode meer verspreid voorkomen. De soorten zijn waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja
ja
G
Bergeend
■
■
G
Zomertaling
■
G
Slobeend
■
■
G
Zeearend
■
G
Visarend
■
G
Bruine kiekendief
■
■
Hoofdzakelijk broedend in (uitgestrekte) rietlanden of wetlands. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
■
Algemeen en wijdverspreid voorkomende soort van bosgebied tot open landbouwgebieden (mits verspreid bomen aanwezig). De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja
ja
G
Buizerd
■
Beide eenden zijn schaarse tot zeer schaarse soorten van oud, agrarisch grasland en wetlands. De soorten zijn waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
Gebonden aan grote wateren en wetlands. Beide soorten hebben een grote actieradius en komen nabij de verbinding voor. Additionele draadslachtoffers zijn niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
G
Slechtvalk
■
■
Slechtvalk is een schaarse, maar wijdverspreid voorkomende soort, broed in stedelijk gebied en langs de kust, in de winter algemener, ook in het binnenland. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
G
Waterral
■
■
Typische soort van wetlands en moerasgebieden, maar kan aan een klein moerasje genoeg hebben. Wijdverspreid, maar lokaal voorkomend. De soort is waargenomen nabij het tracé en
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
ja
ja
27 van 59
Overige project- en soortspecifieke informatie
Risico op slachtoffer
NDFF
Soort
Vogelatlas 2018
Categorie
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
G
G
Porseleinhoen
Kleinst waterhoen
■
Saeftinghe, rond de Merwede en her en der in moerasgebieden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
Soort is zeldzaam en komt eigenlijk alleen voor in moerasgebieden in het westen en noorden van Nederland. Aangezien de soort hoogstens incidenteel het tracé passeert, is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
nee
nee
ja
G
Kwartelkoning
Hoofdzakelijk in graslanden in uiterwaarden en beekdalen in Midden en Noord-Nederland. Nabij plangebied zeer schaars, in landbouwgebied ten zuiden van Biesbosch. Aangezien de soort hoogstens incidenteel het tracé passeert, is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
G
Meerkoet
■
■
Algemeen en wijdverspreid voorkomende soort van LaagNederland waar water aanwezig is. In de winter meer gebonden aan groot open water
G
Kluut
■
G
Bontbekplevier
■
G
Strandplevier
■
G
Zilverplevier
■
G
Kanoet
■
nee
G
Kleine strandloper
■
nee
G
Krombekstrandloper
X
nee
G
Bonte strandloper
■
nee
G
Scholekster
■
■
G
Kievit
■
■
G
Goudplevier
■
■
G
Kemphaan
■
■
ja
G
Watersnip
■
■
ja
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Deze steltlopers zijn hoofdzakelijk kust gebonden en komen het meest voor in de Delta. Foerageren over het algemeen op slikken en wachten hoog water af op dijken of het directe binnenland. Grootschalige effecten zijn niet te verwachten: deze soorten trekken over het algemeen niet ver het binnenland in om de hoogspanningslijnen te passeren. Daar waar de hoogspanningsverbinding dicht bij de kust ligt, is weinig verschil tussen het oude en nieuwe tracé. De kans op additionele draadslachtoffers is verwaarloosbaar klein.
Deze steltlopers zijn niet strikt kustgebonden en komen naast de Delta ook in het binnenland voor. Daar zijn ze hoofdzakelijk gebonden aan open wetlands of graslandgebieden. Het gaat hierbij om zowel broedvogels als trekvogels. Gezien de aanwezigheid in en om het projectgebied zijn voor deze soorten additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
nee nee nee nee
ja ja ja
28 van 59
NDFF
G
Grutto
■
■
ja
G
Wulp
■
■
ja
G
Zwarte ruiter
■
■
ja
G
Tureluur
■
■
ja
G
Groenpootruiter
■
■
ja
G
Regenwulp
■
ja
Categorie
Vogelatlas 2018
Risico op slachtoffer
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Soort
Overige project- en soortspecifieke informatie
Kokmeeuwen zijn opportuun en komen in veel leefgebieden voor, mits open water in de nabijheid aanwezig is. Mijdt meer gesloten en bosgebieden op de zandgronden. De soort is waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
G
Kokmeeuw
■
■
G
Stormmeeuw
■
■
G
Kleine mantelmeeuw
■
■
G
Zilvermeeuw
■
■
G
Grote mantelmeeuw
■
Deze soort beperkt zich tot de kust en komt vrijwel niet voor in het binnenland (NDFF). De kans op additionele draadslachtoffers langs dit tracé is verwaarloosbaar klein.
nee
Visdief is van oorsprong sterk gebonden aan de kustzone, maar kan lokaal in het binnenland voorkomen nabij groter open water. Daar dan vaak verbonden met kunstmatige pioniersomstandigheden om te broeden. In het plangebied slechts zeer lokaal aanwezig. De soort is echter wel waargenomen en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
De zwarte stern is een soort die gebonden is aan de rivieren en grote wateren langs het tracé. Gezien de functie langs het tracé beperkt is en aanwezigheid incidenteel, is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
nee
Zeer schaarse (zeldzame) soort van open natuur of landbouwgebieden. Gezien de functie langs het tracé beperkt is en incidentele aanwezigheid met name in het binnenland, is de kans op additionele draadslachtoffers verwaarloosbaar klein.
nee
G
G
G
Visdief
Zwarte stern
Velduil
■
■
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
Min of meer gebonden aan open en waterrijke gebieden. In het broedseizoen vooral de kust- en Delta, in de winterperiode ook langs de grote rivieren of verspreid in het binnenland. De soorten zijn waargenomen nabij het tracé en derhalve zijn additionele draadslachtoffers niet bij voorbaat uit te sluiten.
ja
ja ja ja
29 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
5.2
Conclusie stap 2
In stap 2 is gekeken naar de aanwezigheid van soorten. Voor de soorten waarvan in deze stap: 1. Aanwezigheid niet is uitgesloten en 2. De levenswijze niet dusdanig is dat de aanvaringskans verwaarloosbaar klein is. Worden in de volgende stap een berekening van het aantal verwachte draadslachtoffers uitgevoerd. Dit betekent dat bosruiter, steenloper, kleinst waterhoen, kwartelkoning, kluut, bontbekplevier, strandplevier, zilverplevier, kanoet, kleine strandloper, krombekstrandloper, bonte strandloper, grote mantelmeeuw, zwarte stern en velduil afvallen.
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
30 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
6
STAP 3: DRAADSLACHTOFFERS ZONDER MITIGERENDE MAATREGELEN
In dit hoofdstuk wordt de derde stap van de beoordeling gemaakt. De derde stap bestaat uit het bepalen van het aantal additionele draadslachtoffers en de noodzaak voor het nemen van mitigerende maatregelen.
6.1
Berekening
Tabel 6 geeft de uitkomsten van berekeningen van de additionele draadslachtoffers (zie voor de complete tabellen Bijlage C). Uit de tabel volgt dat de nieuwe hoogspanningsverbinding leidt tot een toename van het aantal draadslachtoffers. Hoewel bundeling en afname van lengte van het tracé leiden tot een afname van draadslachtoffers, leiden retourstroomgeleider en tijdelijke maatregelen tot een toename. In de modelering komen ook een aantal soorten voor waarvan geen gegevens bekend zijn over de jaarlijkse natuurlijke mortaliteit en/of over het optreden van draadslachtoffers (in Tabel 6 gemarkeerd met een *). Tabel 6: Uitkomsten berekening additionele draadslachtoffers. In de tabel is ook de 1%-norm en of er sprake is van een overschrijding weergegeven (overschrijding=oranje, geen overschrijding=groen). Deze tabel is een samenvatting van de tabel in Bijlage C. *: voor deze soorten is geen 1%-norm beschikbaar en/of geen draadslachtoffers bekend, aangezien voor alle andere soorten sprake is van een afname, is dat voor deze soorten naar alle waarschijnlijkheid ook aan de orde.
Sprake van overschrijding?
E
Aantal slachtoffers
Categorie
Permanente en tijdelijke effecten zonder mitigerende maatregelen
Aalscholver
11
2,31
nee
Kolgans
166
18,45
nee
Grauwe gans
30
6,46
nee
Wintertaling
331
34,60
nee
Wilde eend
2.585
360,4 9
nee
Kuifeend
112
22,60
nee
Sperwer
4
0,46
nee
Torenvalk
52
8,30
nee
Waterhoen
936
99,18
nee
Holenduif
58
0,46
nee
Houtduif
1.670
67,35
nee
215
3,69
nee
Soort
Turkse tortel
1%norm
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
31 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
Gierzwaluw
192
10,15
nee
Veldleeuwerik
2.435
139,3 1
nee
Boerenzwaluw
1.878
7,38
nee
Huiszwaluw
909
2,77
nee
Graspieper
457
33,21
nee
Witte kwikstaart
258
3,69
nee
Roodborst
697
11,99
nee
Merel
4025
35,98
nee
Kramsvogel
24.780
108,4 0
nee
Zanglijster
1.748
67,81
nee
Koperwiek
27.360
124,5 5
nee
Spotvogel
150
5,54
nee
Grasmus
244
4,61
nee
Tuinfluiter
250
10,15
nee
Zwartkop
169
21,22
nee
1.362
7,38
nee
Bonte vliegenvanger
37
4,61
nee
Koolmees
802
3,69
nee
Ekster
155
3,23
nee
Kauw
153
4,84
nee
Zwarte kraai
144
13,84
nee
Spreeuw
2.269
425,3 0
nee
Huismus
4.290
82,11
nee
Ringmus
2.835
2,77
nee
Vink
247
3,69
nee
Keep
16.029
6,46
nee
Groenling
223
14,76
nee
Rietgors
114
10,15
nee
0
0,00
ja
Fitis
Grote zilverreiger
Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021
32 van 59
DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
F
G
Kleine zwaan
15
0,46
nee
Toendrarietgans
23
2,77
nee
Brandgans
18
2,31
nee
Rotgans
20
0,46
nee
Smient
353
44,05
nee
Krakeend
0
0,00
ja
Pijlstaart
15
1,61
nee
Tafeleend
209
15,68
nee
Brilduiker
5
0,23
nee
Grote zaagbek
2
0,23
nee
Patrijs
338
0,46
nee
Kwartel
0
0,00
ja
1.520
4,61
nee
Houtsnip
27
1,61
nee
Rosse grutto
123
22,37
nee
Witgatje
928
2,31
nee
Oeverloper
468
5,05
nee
Zomertortel
250