Bijlage 11 - Nota van beantwoording zienswijzen - Omgevingsplan Koekoek II (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ‘TAM-omgevingsplan Ontwikkelgebied Bedrijventerrein Koekoek II’
Gemeente Moerdijk Opgesteld: Augustus 2024
1. Inleiding In deze ‘Nota van beantwoording zienswijzen’ worden de ingekomen zienwijzen in het kader van de wijziging van het omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Ontwikkelgebied Bedrijventerrein Koekoek II’ samengevat en beantwoord. Eerst wordt kort het verloop van de gevolgde procedure toegelicht (paragraaf 2). Daarna wordt een overzicht gegeven van de binnengekomen zienswijzen (paragraaf 3) en wordt daarna inhoudelijk ingegaan op deze ontvangen zienswijzen (paragraaf 4). De wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen + de ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen in paragraaf 5: Staat van wijzigingen.
2. Gevolgde procedure Op 9 april 2024 is het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan gepubliceerd (planidentificatie NL.IMRO.1709.KoekoekII-OP30). De terinzagelegging is aangekondigd door middel van een publicatie in de Moerdijkse Bode en in het Gemeenteblad. Op 18 april 2024 heeft een rectificatie van deze publicatie plaatsgevonden, omdat in de eerdere publicatie de digitale versie van het plan niet volledig inzichtelijk is geweest via Regels op de kaart – Omgevingsloket. Dit betrof enkel een technisch mankement en heeft geen invloed gehad op de inhoud van de omgevingsplanwijziging. De termijn van ter inzagelegging van het ontwerp wijziging is naar aanleiding van deze rectificatie met 7 dagen verlengd. Het plan heeft dus van 10 april 2024 tot en met 28 mei 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode was het tevens mogelijk om het plan tijdens de openingstijden van het gemeentehuis bij de receptie in te zien. Gedurende de periode van ter inzagelegging kon eenieder een zienswijze indienen tegen het ontwerp van deze omgevingsplanwijziging.
3. Overzicht ontvangen zienswijzen Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn in totaal acht zienswijzen ontvangen, te weten: 1. Zienswijze d.d. 10 april 2024, ontvangen d.d. 10 april 2024: Indiener 1 2. Zienswijze d.d. 23 april 2024, ontvangen d.d. 23 april 2024. Aanvullende zienswijze d.d. 21 mei 2024: Indiener 2 3. Zienswijze d.d. 26 mei 2024, ontvangen d.d. 25 mei 2024: Indiener 3 4. Zienswijze d.d. 24 mei 2024, ontvangen d.d. 24 mei 2024: Indiener 4 5. Zienswijze d.d. 17 mei 2024, ontvangen d.d. 17 mei 2024: Indiener 5 6. Zienswijze d.d. 27 mei 2024, ontvangen d.d. 27 mei 2024: Indiener 6 7. Zienswijze d.d. 28 mei 2024, ontvangen d.d. 28 mei 2024: Indiener 7 8. Zienswijze d.d. 16 mei 2024, ontvangen d.d. 16 mei 2024: Indiener 8 De zienswijzen zijn ingediend binnen de termijn en zijn afkomstig van belanghebbenden, en zijn derhalve ontvankelijk. De zienswijzen zijn in deze nota samengevat en van een beantwoording voorzien.
2
4. Samenvatting en beantwoording zienswijzen Nr
Samenvatting
Indiener 1 1a Indiener stelt dat er wordt verwezen naar een digitale versie van dit omgevingsplan, echter werkt de link niet. Daarom ontvangt indiener graag het plan alsnog digitaal, of de mogelijkheid dit in te zien op het gemeentehuis.
Beantwoording In de eerste publicatie (10 april 2024) was de wijziging van het omgevingsplan inderdaad door een technische complicatie niet geheel zichtbaar. Op 16 april 2024 is dit gecorrigeerd en zijn de direct belanghebbenden (inclusief de uiteindelijke indieners van de zienswijzen) hiervan per mail op de hoogte gesteld. De termijn van terinzagelegging hebben we, vanwege deze technische problemen, met 7 dagen verlengd, waardoor eenieder alsnog de mogelijkheid heeft gehad om het plan te bekijken en hier een eventuele zienswijze op in te dienen. Op 18 april 2024 hebben we dit nog breder kenbaar gemaakt middels een rectificatie van de eerdere publicatie. Inhoudelijk is er in deze periode niets gewijzigd aan het plan. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Indiener 2 2a Indiener stelt dat de verbindingsweg tussen bedrijventerrein Koekoek 1 en Koekoek 2 zodanig achter het huis van indiener komt te liggen, dat al de privacy weg valt. De weg (nu een waterbuffer) ligt 3 a 3,5 meter hoger dan de tuin van indiener en indiener vreest dat als de weg gerealiseerd wordt, iedereen in de tuin kan kijken.
2b
Indiener stelt dat door een theoretische meting de geluidbelasting 48dB bedraagt op de gevel van indiener. Indiener geeft aan dat de bevindingen anders zijn door de bedrijven die er nu zitten en dat de dB vele malen hoger zijn, laat staan als er verkeer over de weg komt. Indiener wijst ook op de illegale straatraces/bijeenkomsten/hangjongeren die plaatsvinden op Koekoek I en straks op Koekoek 2.
In overleg met indiener is er gekomen tot een oplossing in de vorm van de oprichting van een grondwal van 3 meter hoogte (bezien vanaf het bestaande bedrijventerrein), in combinatie met een vorm van beplanting op de kruin van deze wal Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. In de regels van de wijziging van het omgevingsplan wordt de komst van de wal als verplichting opgenomen. De berekeningen in het geluidonderzoek naar wegverkeer zijn uitgevoerd conform de gebruikelijke rekenmethodes en geven daarmee een zo representatief mogelijk beeld. Bovenal zal de komst van een wal (zie 2a) voor een aanvullende reductie in geluidsproductie zorgen. Daarnaast is in de regels geborgd dat toekomstige bedrijven dienen te voldoen aan de wettelijk geldende geluideisen. Eventuele hinder van bestaande bedrijven staat los van de ontwikkelingen in voorliggende wijziging van het omgevingsplan. We begrijpen daarnaast dat indiener zich zorgen maakt dat eventuele illegale praktijken zich uitbreiden op het bedrijventerrein. Dit wil de gemeente natuurlijk 3
waar mogelijk voorkomen, maar het omgevingsplan is niet het instrument om dit te borgen. Mocht indiener in de toekomst overlast ervaren, kan hier uiteraard een melding van worden gemaakt bij de politie. Waar nodig zal dan op dat moment worden gehandhaafd.
2c
Indiener is bang dat door de aanleg van de weg en Koekoek 2 er scheuren in het huis komen door het zware bouwverkeer.
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Wij begrijpen dat indiener zich zorgen maakt over mogelijke schade door de bouwwerkzaamheden. De gemeente houdt hier uiteraard rekening mee en wil schade voor de omwonenden natuurlijk voorkomen. Voorafgaand aan de bouwactiviteiten zal door een onafhankelijk en deskundig bureau een zogenaamde nulmeting uitgevoerd worden in een nader te bepalen straal rondom het bedrijventerrein. Tijdens de nulmeting zal de huidige situatie van de woningen in kaart gebracht worden zodat de oorzaak van eventuele toekomstige gebreken die ontstaan door bouwwerkzaamheden, makkelijker aan te tonen is. Schade als gevolg van de bouwwerkzaamheden zal uiteraard vergoed worden. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Aanvulling zienswijze 2d Indiener stelt dat er niet wordt voldaan aan de standaardwaarden die worden genoemd in artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De afstand van de achtergevel van de woning van indiener tot aan de grens van het bestemmingsvlak ‘bedrijventerrein – koekoek II’ bedraagt namelijk circa 38 meter. De grens van dit bestemmingsvlak loopt gelijk aan de grens van de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – geluidruimte bedrijf zone 3’. Binnen deze zone mogen bedrijven tot 50 meter afstand van de grens van de locatie 50 dB(A) produceren in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de avondperiode. Omdat het bedrijf dus op 50 meter afstand 50 dB(A) mag produceren, betekent dit dat er op de gevel van indiener meer dan 50 dB(A) mag worden geproduceerd omdat deze op minder dan 50 meter afstand ligt. Naar
Bij het toekennen van de geluid- en geurruimte in het plan, is de woning van indiener inderdaad per abuis over het hoofd gezien. Dit wordt gecorrigeerd in de vast te stellen versie, waardoor ook op deze woning de gestelde geur- en geluidniveaus gelden. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. Op de plankaart worden de werkingsgebieden ‘Geluidruimte bedrijf zone 1’, ‘Geluidruimte bedrijf zone 2’, ‘Geluidruimte bedrijf zone 3’, ‘Geurruimte bedrijf zone 1’ en ‘Geurruimte bedrijf zone 2’ aangepast rondom perceel 2605 en 2606.
4
2e
opvatting van indiener is dit ruimtelijk bezien onacceptabel en wordt niet gemotiveerd waarom dit wel acceptabel is. Indiener geeft aan dat de woning van indiener wellicht aanvullend beschermd op grond van artikel 3.5.56 sub e, maar het is indiener onduidelijk wat wordt verstaan onder ‘geluidgevoelige ruimten’. Dit begrip is namelijk niet nader gedefinieerd. Daarnaast is het indiener onduidelijk waar de in tabel 3.4 genoemde grenzen worden gemeten: op de gevel of in de woning van indiener zelf? Indien dit de norm is die binnen dient te worden gehaald, is het indiener onduidelijk wat dit betekent voor het geluidsniveau wat in dat geval maximaal is toegestaan op de gevel.
Zoals onder punt 2d benoemd wordt de zonering aangepast ter plaatse van de woning van indiener, waardoor ook deze woning beschermd wordt door de gestelde maximale geur- en geluidniveaus. Het begrip ‘geluidgevoelige ruimten’ is inderdaad niet gedefinieerd in de regels van deze wijziging van het omgevingsplan. Dit komt omdat dit begrip is opgenomen in artikel 3.22 van het BKL, welke ook geldt voor dit plan (zie artikel 1.2.9 van de regels van deze wijziging van het omgevingsplan). Een geluidgevoelige ruimte wordt in het BKL als volgt gedefinieerd: 1. Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een: a. woonfunctie of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die woonfunctie; b. onderwijsfunctie; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die gezondheidszorgfunctie; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, worden ruimten in woonschepen en woonwagens niet als geluidgevoelig beschouwd. De genoemde grenzen worden gemeten in de woning van indiener. Wat dit betekent voor het geluidsniveau op de gevel is afhankelijk van de mate van geluidwering van de betreffende gevel. Dit kan dus per woning verschillen.
2f
Indiener stelt dat er onvoldoende aandacht wordt weggegeven aan het feit dat het akoestische klimaat in de tuin van indiener er fors op achteruitgaat, niet alleen door het bedrijventerrein maar ook door de weg die achter het perceel van indiener is voorzien. Uit het akoestisch onderzoek volgt niet wat de gecumuleerde geluidbelasting zal zijn van de geluidsbelasting afkomstig van de weg achter het perceel en de bedrijven zelf, zowel in de tuin van indiener
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Voor zowel geluid vanuit wegverkeer als voor eventuele toekomstige geluidhinder vanuit het bedrijventerrein geldt dat wordt voldaan aan de standaardwaarden, waardoor cumulatie niet beoordeeld hoeft te worden. In dat kader wordt de akoestische situatie aanvaardbaar geacht. Daarnaast is er een bestaande wal gepositioneerd tussen de bedrijven op het bestaande bedrijventerrein De Koekoek en de Achterdijk. Het perceel daar waar 5
als op de achtergevel. Op dit punt is het ontwerpbesluit volgens indiener onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
de doorsteekweg komt vormt in de huidige situatie voor de indieners ook een wal, wat voortkomt uit het gegeven dat dit gehele perceel hoger ligt dan de rest van bedrijventerrein De Koekoek. Echter is er sprake van een opening in die walstructuur ter hoogte van het mechanisatiebedrijf dat aan Campagneweg 26D gevestigd is. Bewoners geven aan overlast te ervaren van dit bedrijf, als gevolg van het feit dat ter hoogte van hun woning de walstructuur onderbroken wordt. In het lopende overleg met hen over de situatie bij de komst van de doorsteekweg is het ook de intentie om de walstructuur verder door te trekken, zodat dit mogelijke ‘geluidsgat’ wordt gedicht. Hiermee wordt het akoestische klimaat mogelijk nu juist verbeterd in verhouding tot de huidige situatie.
2g
2h
2i
Daarnaast is het indiener onduidelijk in hoeverre wordt geborgd dat de ontsluiting via de noordelijke randweg dient te worden gerealiseerd alvorens het bedrijventerrein in gebruik mag worden genomen? Indiener vreest voor een scenario waarin de ontsluiting van de noordelijke randweg nog niet wordt gerealiseerd, maar het bedrijventerrein wel in gebruik wordt genomen en vervolgens al het verkeer gebruik zal moeten maken van de ontsluiting achter het perceel van indiener. In dat scenario komt er namelijk vele malen meer verkeer over deze weg en daarmee is geen rekening gehouden in de akoestische rapportage. Indiener geeft aan dat er in de toelichting staat: ‘In de nadere uitwerking van het ontwerp wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de bewoners van Achterdijk ten aanzien van het beschermen van hun privacy en het reduceren van geluidsproductie ter hoogte van hun achtertuin’. Indiener stelt zich op het standpunt dat de geluidswerende voorziening dient te worden geborgd in de planregels middels een (voorwaardelijke) verplichting. Ten slotte is het indiener onduidelijk met welke omstandigheden rekening is gehouden bij de akoestische berekening van het lawaai afkomstig van het wegverkeer. Er lijkt rekening te zijn gehouden met de ‘groenbuffer’, maar hoe is deze buffer ingericht bij de akoestische berekeningen? Als er bijvoorbeeld uit wordt gegaan van dichte en
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. De oplevering van de noordelijke randweg (juli 2027) is voor de gemeente randvoorwaardelijk voor de komst van bedrijven op het nieuwe terrein. Dit in verband met de vereiste tweezijdige onafhankelijke bereikbaarheid voor hulpdiensten. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Zie beantwoording onder 2a. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. In de regels van de wijziging van het omgevingsplan is de komst van de wal als verplichting opgenomen.
In de oorspronkelijke berekening van het wegverkeerslawaai is geen rekening gehouden met de inrichting van een groenbuffer of een geluidswal. Los daarvan wordt er een grondwal gerealiseerd, hetzij primair vanuit het oogpunt om iets te doen voor het borgen van de privacy van de indiener.
6
hoge bossages of zelfs van een (aarden)geluidswal, dan dient dit uitgangspunt ook in de planregels te worden geborgd. 2j Indiener stelt dat de weg die wordt voorzien aan de achterzijde van het perceel van indiener zorgt voor een forse afname van privacy. Dit heeft met name te maken met het feit dat het perceel van indiener enkele meters lager is gelegen dan de gronden waarop de weg is voorzien. Ook hiervoor geldt dat er in de planregels geen borging heeft plaatsgevonden van een voorziening waarmee inkijk in de tuin en woning van indiener wordt voorkomen. Indiener 3 3a Indiener heeft grote zorgen over de geluidsoverlast en geeft aan dat het rapport “Akoestisch onderzoek” niet heeft kunnen overtuigen. Indiener stelt vraagtekens bij het aantal motorvoertuigen waarmee is gerekend en vraagt het rapport nogmaals te controleren op fouten en of er inderdaad geen te hoog geluidsniveau valt te verwachten.
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Zie beantwoording onder 2a. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
De te verwachten verkeersintensiteit op het nieuwe terrein is bepaald op basis van de CROW-publicatie 381 (“Toekomstbestendig parkeren”). Daarnaast is de te verwachten verkeersintensiteit op de doorsteekweg gebaseerd op het verkeersmodel van het BBMA (BrabantBrede ModelAanpak), op basis van het prognosejaar 2040. Uit de reactie van indiener spreekt het vermoeden dat het BBMA de hoeveelheid verkeer zou onderschatten. Teneinde hier een vorm van nadere reflectie op te bieden, is de OMWB verzocht om een aanvullend akoestisch onderzoek. Dit onderzoek is bedoeld om de maximaal mogelijke verkeersintensiteit op de doorsteekweg inzichtelijk te maken, waarmee onverminderd voldaan kan worden uit de standaardwaarde van 53 dB Lden voor gemeentelijke wegen uit het Bkl. Zoals benoemd in de reactie op indiener 2 zal er een 3 meter hoge grondwal wordt opgericht tussen de doorsteekweg en de meest dichtbijgelegen woning aan de Achterdijk 8. Uit de berekeningen blijkt dat er op deze weg dan een maximale verkeersgeneratie van 4.100 motorvoertuigen per etmaal mogelijk is. De verkeersgeneratie op het bestaande bedrijventerrein Koekoek I, zou op basis van de CROW-publicatie 381 (15ha netto x 158) 2.370 motorvoertuigen per etmaal bedragen.
In het onwaarschijnlijke scenario dat ál dit verkeer over de doorsteekweg zou rijden (dus geen enkele vorm van verkeer de af te schalen N285 meer zou gebruiken), zal in de praktijk nog steeds ruim onder de 4.100 motorvoertuigen worden gebleven en dus onverminderd voldaan worden aan de standaardwaarde van 53 dB Lden voor gemeentelijke wegen uit het Bkl.
7
De aanvullende notitie door de omgevingsdienst is toegevoegd als bijlage bij deze nota.
3b
Indiener spreekt zijn zorg uit over eventuele schade aan de woning ten gevolge van mogelijke heiwerkzaamheden voor de fundering van de te bouwen bedrijfsgebouwen. Indiener geeft aan dat de huizen aan de Achterdijk niet zijn gefundeerd op palen en dat de meeste bewoners niet juridisch geschoold zijn, om zelf hun recht te kunnen halen bij eventuele schade. Indiener geeft aan dat bedrijven meestal wel over een verzekering beschikken voor zulke zaken.
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Wij begrijpen dat indiener zich zorgen maakt over mogelijke schade door de bouwwerkzaamheden. De gemeente houdt hier uiteraard rekening mee en wil schade voor de omwonenden natuurlijk voorkomen. Voorafgaand aan de bouwactiviteiten zal door een onafhankelijk en deskundig bureau een zogenaamde nulmeting uitgevoerd worden in een nader te bepalen straal rondom het bedrijventerrein. Tijdens de nulmeting zal de huidige situatie van de woningen in kaart gebracht worden zodat de oorzaak van eventuele toekomstige gebreken die ontstaan door bouwwerkzaamheden, makkelijker aan te tonen is. Schade als gevolg van de bouwwerkzaamheden zullen uiteraard vergoed worden. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Indiener 4 4a Indiener geeft aan dat door de uitbreiding van het industrieterrein het woongenot er danig op achteruit gaat. Indiener heeft nu vrij uitzicht en kijkt in de toekomst op bedrijfspanden. Daarnaast vreest indiener voor geluidoverlast en overlast van reclame- en straatverlichting, waardoor het uitzicht niet meer lijkt op waarvoor indiener op deze locatie is gaan wonen.
We begrijpen dat indiener zich zorgen maakt om het wijzigen van hun uitzicht en de gemeente erkent dat het uitzicht voor omwonenden zal wijzigen. Maar vooropgesteld moet worden dat er geen recht op vrij uitzicht bestaat. Aan het beeldkwaliteits-, klimaat- en duurzaamheidsplan is als gevolg van deze zienswijze een toevoeging gedaan, dat reclame uitingen louter aan de representatieve zijde (niet zijnde de Achterdijk) zijn toegestaan. Bij de aanleg van de openbare ruimte (inclusief straatverlichting) zal daarnaast rekening worden gehouden met het handboek inrichting openbare ruimte van de gemeente Moerdijk. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. Het beeldkwaliteitplan dat is opgenomen als bijlage bij de motivering van de omgevingsplanwijziging wordt vervangen door een nieuwe versie. 8
4b
Indiener verzoekt de aanleg van een grote groenstrook met dubbele bomenrij en groenblijvende struiken op verschillende hoogtes zodat zicht en de overlast van het licht op de bedrijfspanden vanuit de woning van indiener tot een minimum word beperkt gedurende het hele jaar door en ook meteen vanaf de start van aanleg van het bedrijventerrein. Jonge aanplant is niet voldoende volgens indiener.
In de planregels van de omgevingsplanwijziging is een werkingsgebied ‘bufferzone’ opgenomen voor de strook tussen de Achterdijk en het nieuwe bedrijventerrein. De regels die hier gelden zijn mede gesteld met het oog op het bereiken en in stand houden van een landschappelijke inpassing die past bij de omliggende groenstructuur. Binnen deze zone zijn geen gebouwen toegestaan en dient te worden bijgedragen aan de doelen die voor dit gebied zijn gesteld. In de volgende projectfase zal, in samenspraak met belanghebbenden, een nadere uitwerking plaatsvinden van de detailuitwerking van de bufferzone, waarin waar mogelijk rekening zal worden gehouden met de wensen van indiener. Daarnaast is er, om toch tegemoet te komen aan de zorgen van indiener, ervoor gekozen om de maximale bouwhoogte van de bedrijfskavels grenzend aan de Achterdijk te verlagen van 12 naar 8 meter. Dit zal ook bijdragen aan een reductie in de zichtbaarheid van het bedrijventerrein.
4c
Indiener wijst op aantasting van het woongenot door de door de aanleg van de Noordelijke randweg, overlast van verkeersgeluid, overlast van verlichting van de weggebruikers en de rotonde die aangelegd gaat worden en waarvan de lichten van de auto’s de woonkamer van indiener in zal schijnen. Daarbij staat ook de ontwikkeling van het gebied aan de achterkant van de woning van indiener nog op de planning. Al deze plannen bij elkaar vindt indiener onacceptabel, waardoor indiener dringend verzoekt om aan de wensen tegemoet te komen.
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. De toegestane bouwhoogte voor de kavels grenzen aan de Achterdijk wordt verlaagd van 12 meter naar 8 meter. Hiervoor zijn in de bouwregels van het bedrijventerrein (paragraaf 5.2) de werkingsgebieden ‘bouwhoogte 8 meter’ en ‘bouwhoogte 12 meter’ toegevoegd. We begrijpen dat indiener zich benadeeld voelt door de ontwikkelingen die momenteel spelen. De ontwikkeling van bedrijventerrein Koekoek II staat echter los van de ontwikkelingen die eventueel in de toekomst nog op de planning zouden staan. Zoals benoemd in bovenstaande beantwoording is er in de omgevingsplanwijziging op verschillende wijzen geborgd dat de aantasting van het woongenot van indiener tot een minimum wordt beperkt. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen moet hier uiteraard opnieuw rekening mee worden gehouden en zal de situatie die op dat moment aan de orde is, opnieuw moeten worden beschouwd. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Indiener 5 5a Indiener geeft aan het erg te vinden dat het vrije uitzicht straks weg is. Indiener wil graag een grotere afstand tussen de dijk en het
In de planregels van de omgevingsplanwijziging is een werkingsgebied ‘bufferzone’ opgenomen voor de strook tussen de Achterdijk en het nieuwe bedrijventerrein. De regels die hier gelden zijn mede gesteld met het oog op het 9
bedrijventerrein door middel van een water buffer en twee stroken (volwassen) bomen.
bereiken en in stand houden van een landschappelijke inpassing die past bij de omliggende groenstructuur. Binnen deze zone zijn geen gebouwen toegestaan en dient te worden bijgedragen aan de doelen die voor dit gebied zijn gesteld. In de volgende projectfase zal, in samenspraak met belanghebbenden, een nadere uitwerking plaatsvinden van de detailuitwerking van de bufferzone, waarin waar mogelijk rekening zal worden gehouden met de wensen van indiener. Voor wat betreft het verzoek tot het verbreden van de bufferzone is het college van mening dat deze wens te majeure financiële consequenties heeft. Het is uit het oogpunt van wet- en regelgeving niet noodzakelijk om een grotere afstand aan te houden tot aan de bestaande woningen en het verlies aan uitgeefbaar oppervlak in combinatie met een toename in de beheerslasten, zou de gehele casus financieel te fors raken. Wel is er, om toch tegemoet te komen aan de zorgen van indiener, voor gekozen om de maximale bouwhoogte van de bedrijfskavels grenzend aan de Achterdijk te verlagen van 12 naar 8 meter. Dit zal – net als het door indiener verzochte hanteren van een grotere afstand – ook zorgen voor een reductie in de zichtbaarheid van het bedrijventerrein Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. De toegestane bouwhoogte voor de kavels grenzen aan de Achterdijk wordt verlaagd van 12 meter naar 8 meter.
Hiervoor zijn in de bouwregels van het bedrijventerrein (paragraaf 5.2) de werkingsgebieden ‘bouwhoogte 8 meter’ en ‘bouwhoogte 12 meter’ toegevoegd.
Indiener 6 6a Indiener stelt dat de bewoners van de Achterdijk de komende jaren veel voor hun kiezen krijgen (noordelijke rondweg, woningbouw en bedrijventerrein). Al deze ontwikkelingen hebben grote invloed op de leefomgeving van de bewoners. Indiener geeft aan dat de bewonersvereniging zich opstelt als constructieve gesprekspartner en regelmatig overleg voert met de gemeente en provincie, maar dat een aantal punten nog onvoldoende belicht zijn in het ontwerp omgevingsplan.
We begrijpen dat de bewoners zich benadeeld voelt door de ontwikkelingen die momenteel spelen. De ontwikkeling van bedrijventerrein Koekoek II staat echter los van de ontwikkelingen die eventueel in de toekomst nog op de planning zouden staan. Zoals benoemd in bovenstaande beantwoording is er in de omgevingsplanwijziging op verschillende wijzen geborgd dat de aantasting van het woongenot van de bewoners tot een minimum wordt beperkt. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen moet hier uiteraard opnieuw rekening mee worden gehouden en zal de situatie die op dat moment aan de orde is, opnieuw moeten worden beschouwd.
10
De constructieve houding van de bewonersvereniging wordt door de gemeente zeer gewaardeerd. In onderstaande punten wordt ingegaan op de zaken die volgens indiener nog onvoldoende belicht zijn.
6b
Indiener vindt de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein onvoldoende en ontoereikend. Met name de zichtbaarheid van het bedrijventerrein vanaf de Achterdijk wordt onacceptabel gevonden. Ook vindt indiener de groenblauwe bufferstrook te smal om de functies van waterberging, beleefbaarheid en biodiversiteit afdoende een plek te geven. Indiener doet een dringend beroep om dit onderdeel van het ontwerp aan te passen, zodat een robuuste groenzone ontstaat waarin substantieel meer ruimte is voor waterberging, landschappelijke inpassing van de bedrijfsgebouwen én evt. een recreatief struinpad.
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Op 24 mei jl. is er met indiener gesproken ten aanzien van de zienswijze aangaande onvolkomenheden in het beeldkwaliteits-, klimaat- en duurzaamheidsplan. De opmerkingen zijn verwerkt in een aangepaste versie van dit plan. Voor wat betreft het verzoek tot het verbreden van de bufferzone is het college van mening dat deze wens te majeure financiële consequenties heeft. Het is uit het oogpunt van wet- en regelgeving niet noodzakelijk om een grotere afstand aan te houden tot aan de bestaande woningen en het verlies aan uitgeefbaar oppervlak in combinatie met een toename in de beheerslasten, zou de gehele casus financieel te fors raken. Wel is er, om toch tegemoet te komen aan de zorgen van indiener, voor gekozen om de maximale bouwhoogte van de bedrijfskavels grenzend aan de Achterdijk te verlagen van 12 naar 8 meter. Dit zal – net als het door indiener verzochte hanteren van een grotere afstand – ook zorgen voor een reductie in de zichtbaarheid van het bedrijventerrein
6c
Indiener geeft aan dat een van de bewoners in een bocht woont waar al jarenlang te hard wordt gereden, en daar bovenop nu een verbindingsweg aan de achterzijde van hun woning krijgen. Indiener verzoekt coulance en in de wensen van deze bewoners tegemoet te
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen: - Het beeldkwaliteitplan dat is opgenomen als bijlage bij de motivering van de omgevingsplanwijziging wordt vervangen door een nieuwe versie. - De toegestane bouwhoogte voor de kavels grenzen aan de Achterdijk wordt verlaagd van 12 meter naar 8 meter. Hiervoor worden in de bouwregels van het bedrijventerrein (paragraaf 5.2) de werkingsgebieden ‘bouwhoogte 8 meter’ en ‘bouwhoogte 12 meter’ toegevoegd. In overleg met betreffende bewoners is inderdaad gekomen tot overeenstemming t.a.v. de oprichting van een grondwal van 3 meter hoogte en deze wordt als verplichting in de wijziging van het omgevingsplan opgenomen. We begrijpen daarnaast de zorg van indiener over de verkeerssituatie op de Achterdijk. Dit 11
6d
6e
6f
komen aangaande een hoge grondwal (ca. 3 meter hoog), voorzien van (groenblijvende) beplanting. Daarnaast wil indiener de snelheid van het verkeer op de Achterdijk onder de aandacht brengen die wat indiener betreft niet langer past bij de intensiteit van gebruik en hoge mate van schoolgaande- en recreatieve fietsers en wandelaars. Indiener vraagt om verlaging van de snelheid op de Achterdijk door bijvoorbeeld de bebouwde kom te verplaatsen. Indiener stelt voor om de inpassing van de weg / het bedrijventerrein te voorzien van een dubbele bomenrij met niet al te grote onderlinge plantafstand.
Indiener verzoekt om vooral in de zone richting de Achterdijk verlichting en reclame-uitingen te verbieden en dit te borgen door aanpassing van de planregels in het Omgevingsplan en daarnaast op te nemen in het beeldkwaliteitsplan.
Indiener wijst op de zorg dat de bewoners project na project op zich af zien komen en vraagt zich af of het met de Omgevingswet niet juist gestimuleerd word om opgaven te bundelen en het gebied als geheel te bekijken. Indiener ziet dit nog niet terug in de huidige gang van zaken, waaronder de regeling nadeelcompensatie planschade. Indiener vraagt te handelen naar de geest van de Omgevingswet.
betreft echter een bestaande situatie en eventuele problematiek staat los van de ontwikkeling die met deze omgevingsplanwijziging is beoogd. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. In de regels van de wijziging van het omgevingsplan wordt de komst van de wal als verplichting opgenomen. In de volgende projectfase zal, in samenspraak met belanghebbenden, een nadere uitwerking plaatsvinden van de detailuitwerking van de bufferzone, waarin waar mogelijk rekening zal worden gehouden met de wensen van indiener. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Aan het beeldkwaliteits-, klimaat- en duurzaamheidsplan wordt als gevolg van deze zienswijze een toevoeging gedaan, dat reclame uitingen louter aan de representatieve zijde (niet zijnde de Achterdijk) zijn toegestaan. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. Het beeldkwaliteitplan dat is opgenomen als bijlage bij de motivering van de omgevingsplanwijziging wordt vervangen door een nieuwe versie. We begrijpen dat indiener zich benadeeld voelt door de ontwikkelingen die momenteel spelen. De ontwikkeling van bedrijventerrein Koekoek II staat echter los van de ontwikkelingen die eventueel in de toekomst nog op de planning zouden staan.
Zoals benoemd in bovenstaande beantwoording is er in de omgevingsplanwijziging op verschillende wijzen geborgd dat de aantasting van het woongenot van indiener tot een minimum wordt beperkt. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen moet hier uiteraard opnieuw rekening mee worden gehouden en zal de situatie die op dat moment aan de orde is, opnieuw moeten worden beschouwd. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Indiener 7 12
7a
7b
7c
7d
Indiener wil graag zeker weten dat het bedrijventerrein op een veilige manier wordt afgesloten van de groenbuffer en aansluitend aan het perceel van indiener. Indiener stelt bijvoorbeeld een afsluiting door middel van een sloot voor.
Indiener geeft aan dat het perceel direct aan het bedrijventerrein in de punt en dat niet bekend is hoever de bedrijfsgebouwen er vandaan zullen zitten. Indiener geeft aan het wenselijk te vinden om op te nemen dat dit pand niet direct eraan grenst en/of niet al te groot is en/of dat indiener een eerste recht van koop op dat pand krijgen.
Indiener valt op dat een deel niet onder het plan valt en dat de weg zuidelijk van het perceel van indiener daardoor blijft ‘bestaan’ terwijl de ontsluiting op de nieuwe rondweg langs het noorden zal lopen. Indiener wil voorkomen dat er een sluiproute en/of hondenuitlaatplek gaat ontstaan.
Voor indiener is van belang dat de groenbuffer goed wordt onderhouden en er netjes uitziet en wil graag meer duidelijkheid over hoe dit onderhoud wordt geregeld.
In de planregels van de omgevingsplanwijziging is een werkingsgebied ‘bufferzone’ opgenomen voor de strook tussen de woningen aan De Langeweg en het nieuwe bedrijventerrein. De regels die hier gelden zijn mede gesteld met het oog op het bereiken en in stand houden van een landschappelijke inpassing die past bij de omliggende groenstructuur. Binnen deze zone zijn geen gebouwen toegestaan en dient te worden bijgedragen aan de doelen die voor dit gebied zijn gesteld. In de volgende projectfase zal, in samenspraak met belanghebbenden, een nadere uitwerking plaatsvinden van de detailuitwerking van de bufferzone, waarin waar mogelijk rekening zal worden gehouden met de wensen van indiener. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. In de bouwregels voor het gebiedstype ‘bedrijventerrein Koekoek II’ is opgenomen dat er de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder dan 3 m mag bedragen. In het beeldkwaliteitsplan zijn daarnaast handreikingen opgenomen voor kavelranden, waardoor het perceel van indiener zal worden afgeschermd van de toekomstige bedrijfskavels. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. De toegang tot deze gronden zal intact moeten blijven, vanwege de eigendommen van ProRail, Enexis en Brabant Water enerzijds en onderhoud aan de watergang door het waterschap Brabantse Delta anderzijds.
In de nadere uitwerking van de inrichting zal voorkomen worden dat vrachtverkeer en auto’s die op het industrieterrein moeten zijn zouden kunnen gaan sluipen via deze weg. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. In beginsel wordt de groenbuffer ter hoogte van de woning van indiener openbaar gebied en zal het onderhoud geschieden op het beheersniveau zoals dat beleidsmatig door de gemeente is vastgesteld. Met hierbij de constatering dat bestaande industriegebieden worden onderhouden op beeldniveau C. Zie: Welke kwaliteit mag u verwachten - Moerdijk beheer(t) (moerdijkbeheert.nl). Gelet op de subjectiviteit van de term ‘netjes’, is niet aan te geven of dit onderhoudsniveau hieraan voldoet. Conclusie: 13
7e
Indiener wil graag dat de gemeente niet alleen een recht van koop krijgt, maar ook een koopplicht heeft op het moment dat indiener het huis wil verkopen, en in dat geval zal afzien van het indienen van planschade.
De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. De gemeente is de ontwikkeling aanvankelijk begonnen vanuit het perspectief dat de woning van de indiener zou worden getransformeerd naar bedrijventerrein. Naar aanleiding van de hartenkreet van de indiener en de andere bewoners van deze woningstrook, om te kunnen blijven wonen op de plek waar men nu fijn woont, heeft de gemeente uiteindelijk besloten om ook stedenbouwkundige varianten te beschouwen waarbij aan deze wens tegemoet gekomen werd. En uiteindelijk hebben college en raad bij de vaststelling van het stedenbouwkundig plan ook geopteerd voor de variant waarbij de woningen blijven gehandhaafd. Dit wel onder de randvoorwaarde dat de gemeente het eerste recht van koop zou krijgen op de woning van indiener. Zodoende heeft de gemeente bij een toekomstig vertrek van de bewoners de afweging om op termijn alsnog deze strook te transformeren tot bedrijventerrein. Het opnemen van een koopplicht ontneemt echter het toekomstige gemeentebestuur, dat zitting heeft op het moment dat er sprake gaat zijn van dit vertrek, van deze afwegingsruimte. Tevens acht het college een koopverplichting voor de gemeente niet passend, gelet op het feit dat het college de indiener in dit proces bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan reeds ruimhartig tegemoet is gekomen. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
Indiener 8 8a Indiener constateert dat er nog deels teksten uit de Interim Omgevingsverordening gebruikt zijn en verzoekt deze aan te passen.
8b
Indiener verzoekt om paragraaf 3.2.2. van de motivering aan te vullen met de toetsing aan artikel 5.7, 5.12, 5.20, 5.21, 5.22, 5.23, 5.24, 5.25, 5.26, 5.27 uit de omgevingsverordening (OV) en geeft aan dat het wenselijk is om alle regels uit te schrijven in de motivatie.
Het klopt dat per abuis de teksten uit de conceptversie van het plan (opgesteld voor de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening) nog niet zijn aangepast. Dit zal alsnog gebeuren. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassing van paragraaf 3.2.2. van de motivering behorende bij de omgevingsplanwijziging. De genoemde artikelen zullen worden opgenomen in de motivering. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassing van paragraaf 3.2.2. van de motivering behorende bij de omgevingsplanwijziging.
14
8c
8d
Indiener geeft aan het niet helder is waar de regels van dit nieuwe hoofdstuk in het tijdelijk deel van het omgevingsplan op voor gaan zoals beschreven in artikel 1.1.7 lid 2.
Indiener geeft aan dat een uitwerking van artikel 5.11 en artikel 7.2 met een landschapsanalyse mist, waaruit blijkt of er sprake is van een goede landschappelijke inpassing conform de OV.
In artikel 1.1.7 lid 2 is een aantal artikelen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk ‘buiten werking gesteld’ voor dit hoofdstuk. Ter verduidelijking is na de opsomming van de desbetreffende artikelen de zinsnede ‘van dit omgevingsplan’ opgenomen, waarmee het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk wordt bedoeld. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een tekstuele aanpassing van artikel 1.1.7 lid 2 van de regels. In de motivering van de omgevingsplanwijziging zal een uitwerking van artikel 5.11 worden opgenomen. Voor wat de landschappelijke inpassing wordt echter aangesloten bij het gestelde in het ‘Beeldkwaliteitsplan & Landschapsvisie Noordelijke Randweg Zevenbergen’ van 2 december 2016. Dit plan is opgesteld in opdracht van de provincie en draagt zorg voor een goede omgevingskwaliteit en ruimtegebruik ten aanzien van de inpassing van de N285. De oplevering van de noordelijke randweg (juli 2027) is voor de gemeente randvoorwaardelijk voor de komst van bedrijven op het nieuwe terrein. Het bedrijventerrein Koekoek II borduurt hier dan ook op voort. De groenbuffer zal verder worden uitgewerkt in overeenstemming met de landschappelijke inpassing van de randweg. De aanleg van de randweg zal daarnaast een nieuwe stedelijke begrenzing vormen voor de kern Zevenbergen.
De 1% berekening waar indiener naar verwijst is van toepassing op ontwikkelingen in het buitengebied, waar het plangebied na aanleg van de randweg niet meer toe behoort. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassing van paragraaf 3.2.2. van de motivering behorende bij de omgevingsplanwijziging.
8e
Indiener geeft aan dat het aspect detailhandel in de regionale afstemming nog niet bereikt is. Daarnaast vraagt indiener zich af hoe juridisch houdbaar artikel 4.5.76 is aangezien dit plan niet geheel gemeente dekkend is.
Het aspect detailhandel op het nieuwe bedrijventerrein is met indiener afgestemd en akkoord bevonden op 28 februari 2024. Daarnaast is dit inmiddels ook met gedeputeerde staten afgestemd. De stelling dat het plan niet gemeentedekkend is, is onjuist. Voorgenomen omgevingsplanwijziging vormt (als hoofdstuk 22b) onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente Moerdijk. Wanneer zich een initiatief voordoet 15
dat moet worden getoetst aan artikel 4.5.76 zal de gemeente beoordelen of het aantal vierkante meters detailhandel binnen de gemeente niet toeneemt. Indien dit het geval is, zal de vergunning niet worden verleend.
8f
Indiener vraagt zich af hoe om wordt gegaan met (bedrijfs)woningen en stelt dat de borging dat er niet meer woningen bij komen ontbreekt. Indiener vraagt om bedrijfswoningen uit te sluiten.
Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassingen. Binnen het gebiedstype ‘bedrijventerrein Koekoek II’ zijn woonactiviteiten aangewezen als verboden gebruik. (bedrijfs)woningen zijn dan ook niet toegestaan op het bedrijventerrein. Wat betreft de bestaande woningen binnen het gebiedstype ‘woongebied’ zal worden geborgd dat het bestaand aantal wooneenheden niet mag toenemen. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen. Aan de algemene regels voor de woonactiviteit (artikel 4.1.59) wordt toegevoegd dat het aantal toegestane woningen niet meer mag bedragen dan het aantal dat aanwezig is ten tijde van de vaststelling van het wijzigingsbesluit.
5. Staat van wijzigingen Motivering De onderstaande opsomming betreft een samenvatting van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de motivering: - Vanwege de technische functionaliteit en raadpleegbaarheid van de motivering is de artikelsgewijze toelichting verwerkt in hoofdstuk 4 van de motivering. Hierdoor vormt de motivering geen separate bijlage meer en worden de overige bijlagen hernummerd. - Het beeldkwaliteitplan is aangepast en aangevuld. Deze nieuwe versie is als bijlage bij de motivering toegevoegd. - Paragraaf 3.2.2. is aangepast en aangevuld met de juiste artikelen uit de provinciale omgevingsverordening. Regels De onderstaande opsomming betreft een samenvatting van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de regels: - De toegestane bouwhoogte voor de kavels grenzen aan de Achterdijk wordt verlaagd van 12 meter naar 8 meter. Hiervoor zijn in de bouwregels van het bedrijventerrein (paragraaf 5.2) de werkingsgebieden ‘bouwhoogte 8 meter’ en ‘bouwhoogte 12 meter’ toegevoegd. - Er is een tekstuele aanpassing van artikel 1.1.7 lid 2 van de regels doorgevoerd, waardoor duidelijker blijkt dat de regels in dit hoofdstuk voor gaan op een aantal regels uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan (bruidsschat). 16
-
Aan de algemene regels voor de woonactiviteit (artikel 4.1.59) is toegevoegd dat het aantal toegestane woningen niet meer mag bedragen dan het aantal dat aanwezig is ten tijde van de vaststelling van het wijzigingsbesluit. In paragraaf 9.2 is een locatie-eis opgenomen voor het realiseren van een aarden wal binnen het plangebied. Daarnaast is een afdeling 10 ‘Instandhoudingsverplichtingen’ opgenomen waarin wordt geregeld dat deze aarden wal na realisatie van het bedrijventerrein in stand wordt gehouden.
Tevens zijn er ondergeschikte wijzigen, zoals taalkundige verbeteringen, doorgevoerd in zowel de motivering als in de regels. Artikelsgewijze toelichting De onderstaande opsomming betreft een samenvatting van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de artikelsgewijze toelichting: - Vanwege de technische functionaliteit en raadpleegbaarheid van de motivering is de artikelsgewijze toelichting verwerkt in hoofdstuk 4 van de motivering. Plankaart De onderstaande opsomming betreft een samenvatting van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de plankaart: - De werkingsgebieden ‘Geluidzone - Geluidruimte bedrijf zone 1’, ‘Geluidzone - Geluidruimte bedrijf zone 2’, ‘Geluidzone - Geluidruimte bedrijf zone 3’, ‘Milieuzone - Geurruimte bedrijf zone 1’ en ‘Milieuzone - Geurruimte bedrijf zone 2’ zijn aangepast rondom perceel 2605 en 2606. - Het werkingsgebied ‘Woongebied’ ter plaatse van Achterdijk 12 (perceel 510 + 2263) is aangepast, waardoor ook de geluid- en milieuzones rondom dit perceel zijn gewijzigd. - De werkingsgebieden ‘overige zone - bouwhoogte 8 m’ en ‘overige zone - bouwhoogte 12 m’ zijn toegevoegd. - Het verloop van het restrictiegebied voor de waterleiding is aangepast. - Ter plaatse van de toekomstige aarden wal is het werkingsgebied ‘overige zone – aarden wal’ opgenomen.
- Voor het kostenverhaalsgebied is het werkingsgebied ‘’ overige zone – kostenverhaalsgebied’ opgenomen.
17
Bijlage 1: Notitie geluid, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, 19 juli 2024
18
NOTITIE GELUID Onderwerp:
Zienswijze bedrijventerrein Koekoek II
Aan:
Floris Franke
Van:
Maarten van Steen 06 5285 7450 m.vansteen@omwb.nl
Team:
Metingen en onderzoek
Status:
definitief
Datum:
19 juli 2024
Zaaknummer:
Z2024-00007750
Inleiding Aanleiding van het opstellen van deze notitie is de zienswijze d.d. 26 mei 2024 aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Moerdijk. De zienswijze heeft betrekking op het akoestisch onderzoek “Wegverkeerslawaai als gevolg van de ontwikkeling van bedrijventerrein Koekoek II Zevenbergen-Noord onder de Omgevingswet, gemeente Moerdijk”, uitgevoerd door de OMWB, d.d. 3 april 2024 met zaaknummer Z2024-00007750. In de zienswijze wordt de gehanteerde huidige verkeersintensiteit van 106,4 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) op de verbindingsweg tussen Koekoek I en de nieuwe noordelijke rondweg in twijfel getrokken. Deze intensiteit wordt door de indiener van de zienswijze als te laag beschouwd. De verkeersintensiteit op de nieuwe verbindingsweg van 1358,8 mvt/etm wordt wel als realistisch beschouwd. Adviesvraag Gevraagd is om op basis van het reeds opgestelde akoestisch rekenmodel te berekenen wat de verkeerintensiteit ten hoogste mogen zijn op de nieuwe verbindingsweg, waarmee nog wordt voldaan aan de standaardwaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) op de omliggende geluidgevoelige objecten. Daarnaast is ook gevraagd om twee andere situaties door te rekenen.
Namelijk de ten hoogste toegestane verkeersintensiteiten bij toepassing van een 2 meter hoge aarden wal ten noorden van de verbindingsweg en bij toepassing van een 3 meter hoge aarden wal ten noorden van de verbindingsweg. De aarden wal is afgebeeld in Bijlage I, figuur 2. Rekenwijze De berekeningen zijn uitgevoerd in het reeds opgestelde rekenmodel in Geomilieu, versie 2022.4 behorende bij het akoestisch onderzoek “Wegverkeerslawaai als gevolg van de ontwikkeling van bedrijventerrein Koekoek II Zevenbergen-Noord onder de Omgevingswet, gemeente Moerdijk”, uitgevoerd door de OMWB, d.d. 3 april 2024 met zaaknummer Z2024-00007750. Voor gemeentelijke wegen geldt een standaardwaarde van 53 dB Lden. De verkeersintensiteiten zijn opgehoogd tot en met de standaardwaarde van 53 dB Lden. Daarbij is er vanuit gegaan dat de intensiteiten op de wegen op het bedrijventerrein
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 10 00
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
info@omwb.nl www.omwb.nl
Koekoek II evenredig zijn toegenomen met de intensiteit op de verbindingsweg. De invoergegevens van het akoestisch model zijn opgenomen in Bijlage II. Resultaten Tabel 1 geeft de verkeersintensiteiten per situatie weer, waarbij de standaardwaarde van 53 dB Lden voor gemeentelijke wegen op de omliggende geluidgevoelige objecten niet wordt overschreden. Situatie 1 beschrijft de gehanteerde verkeersintensiteiten uit het akoestisch onderzoek van 3 april 2024. Situatie 2 de opgevulde verkeersintensiteit waarbij bij de geluidgevoelige objecten aan de standaardwaarde voor gemeentelijke wegen wordt voldaan. Situatie 3 en 4 beschrijft de opgevulde verkeersintensiteit met een aarden wal van respectievelijk 2 en 3 meter hoog, waarbij bij de geluidgevoelige objecten aan de standaardwaarde voor gemeentelijke wegen wordt voldaan.
• • •
Tabel 1 Uitgangspunten verkeersintensiteiten per situatie Situatie
Aantal mvt/etm bestaande Aantal mvt/etm Aantal mvt/etm weg (verbindingsweg) vanwege Koekoek II totaal 106,4 1358,8 1465,2
1)
Uitgangspunten volgens akoestisch onderzoek van 3 april 2024
2)
Verkeersintensiteit tot de standaardwaarde zonder aarden wal
850
1358,8
2208,8
3)
Verkeersintensiteit tot de standaardwaarde met aarden wal van 2 meter hoog
2200
1358,8
3558,8
4)
Verkeersintensiteit tot de standaardwaarde met aarden wal van 3 meter hoog
4100
1358,8
5458,8
In Bijlage I zijn de akoestische modellen per situatie weergegeven, namelijk zonder aarden wal, met een 2 meter hoge aarden wal en met een 3 meter hoge aarden wal. In bijlage II zijn invoergegevens van de wegen gevoegd en in bijlage III zijn de uitgebreidere rekenresultaten weergegeven. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat, afhankelijk van de aan- of afwezigheid van de aarden wal, er met een hogere verkeersintensiteit nog steeds aan de standaardwaarde van 53 dB Lden voor gemeentelijke wegen uit het Bkl kan worden voldaan, dan waar in het akoestisch onderzoek van 3 april 2024 is uitgegaan.. Met vriendelijke groet, Maarten van Steen adviseur geluid
ADVIES GELUID Z2024-00007750
Nilse van der Sanden adviseur geluid
pagina 2 van 5
Bijlage I: Modellen Deze bijlage bestaat uit 4 pagina’s, inclusief voorliggende.
ADVIES GELUID Z2024-00007750
pagina 3 van 5
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
18 jul 2024, 16:19
0m
26
100 m schaal = 1 : 3665
25
I
24 23
eu we we g
Ko ek oe kI
22 21
Ni eu we
Ni
20 19 18
407200
17
we g
be d
r.t
er r.
Ze ve nb er
ge n
N
ingsweg Verbind
62543 1
10 14 13 1211
406800
15 16
101600 AREG, wegverkeer, [Bedrijventerrein 7bergen Noord versie 7-2024 (max intensiteiten (nal zienswijze)) - Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal] , Geomilieu V2022.4 Licen
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
18 jul 2024, 16:17
24 23
407400
0m
100 m
oe kI
I
schaal = 1 : 2953
Ni
eu we we g
Ko ek
22 21
20 19 18
407200
Aar den
wa l2
mh oog
Ni eu we
we g
be dr .t
er r.
Ze v
en be rg e
n
N
17
ingsweg Verbind
62543 1 407000
10 14 1312 11
406800
15 16
101400 101600 101800 AREG, wegverkeer, [Bedrijventerrein 7bergen Noord versie 7-2024 (max intensiteiten (nal zienswijze)) - Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal] , Geomilieu V2022.4
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 3m hoge aardwal
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
18 jul 2024, 16:22
24 23
407400
0m
100 m
Ko ek oe kI
I
schaal = 1 : 2946
Ni
eu we we g
22 21
20 19 18
407200
Aa r den
wa l3
mh oog
Ni eu we
we g
be dr .t
er r.
Ze v
en be rg e
n
N
17
ingsweg Verbind
62543 1 407000
10 14 1312 11
406800
15 16
101400 101600 101800 AREG, wegverkeer, [Bedrijventerrein 7bergen Noord versie 7-2024 (max intensiteiten (nal zienswijze)) - Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 3m hoge aardwal] , Geomilieu V2022.4
Bijlage II: Invoergegevens Deze bijlage bestaat uit 31 pagina’s, inclusief voorliggende.
ADVIES GELUID Z2024-00007750
pagina 4 van 5
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
Omschr. Nieuwe weg Koekoek II Nieuwe weg bedr.terr. Zevenbergen N Verbindingsweg
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief
Namespace
LokaalID
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Versie
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
Cpl False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0
Wegdek W1 W1 W1 W1
V(MR(D)) -----
V(MR(A)) -----
V(MR(N)) -----
V(MR(P4)) -----
V(LV(D)) 50 50 50 50
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
V(LV(A)) 50 50 50 50
V(LV(N)) 50 50 50 50
V(LV(P4)) -----
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
V(MV(D)) 50 50 50 50
V(MV(A)) 50 50 50 50
V(MV(N)) 50 50 50 50
V(MV(P4)) -----
V(ZV(D)) 50 50 50 50
V(ZV(A)) 50 50 50 50
V(ZV(N)) 50 50 50 50
V(ZV(P4)) -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Totaal aantal 2209,00 1104,50 1104,50 2209,00
%Int(D) 6,85 6,85 6,85 6,85
%Int(A) 2,88 2,88 2,88 2,88
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
%Int(N) 0,78 0,78 0,78 0,78
%Int(P4) -----
%MR(D) -----
%MR(A) -----
%MR(N) -----
%MR(P4) -----
%LV(D) 81,00 81,00 81,00 81,00
%LV(A) 81,00 81,00 81,00 81,00
%LV(N) 81,00 81,00 81,00 81,00
%LV(P4) -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
%MV(D) 7,80 7,80 7,80 7,80
%MV(A) 7,80 7,80 7,80 7,80
%MV(N) 7,80 7,80 7,80 7,80
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
%MV(P4) -----
%ZV(D) 11,00 11,00 11,00 11,00
%ZV(A) 11,00 11,00 11,00 11,00
%ZV(N) 11,00 11,00 11,00 11,00
%ZV(P4) -----
MR(D) -----
MR(A) -----
MR(N) -----
MR(P4) -----
LV(D) 122,57 61,28 61,28 122,57
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LV(A) 51,53 25,77 25,77 51,53
LV(N) 13,96 6,98 6,98 13,96
LV(P4) -----
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal Model: Groep:
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
Wegen
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer MV(D) 11,80 5,90 5,90 11,80
MV(A) 4,96 2,48 2,48 4,96
MV(N) 1,34 0,67 0,67 1,34
MV(P4) -----
ZV(D) 16,64 8,32 8,32 16,64
ZV(A) 7,00 3,50 3,50 7,00
ZV(N) 1,90 0,95 0,95 1,90
ZV(P4) -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LE (D) 63 75,63 72,61 72,61 75,63
LE (D) 125 84,24 81,23 81,23 84,24
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
LE (D) 250 90,92 87,91 87,91 90,92
LE (D) 500 98,64 95,63 95,63 98,64
LE (D) 1k 101,88 98,87 98,87 101,88
LE (D) 2k 96,72 93,71 93,71 96,72
LE (D) 4k 90,03 87,02 87,02 90,03
LE (D) 8k 80,11 77,10 77,10 80,11
LE (A) 63 71,86 68,85 68,85 71,86
LE (A) 125 80,47 77,46 77,46 80,47
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LE (A) 250 87,16 84,15 84,15 87,16
LE (A) 500 94,88 91,87 91,87 94,88
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
LE (A) 1k 98,12 95,11 95,11 98,12
LE (A) 2k 92,96 89,95 89,95 92,96
LE (A) 4k 86,27 83,26 83,26 86,27
LE (A) 8k 76,34 73,33 73,33 76,34
LE (N) 63 66,19 63,18 63,18 66,19
LE (N) 125 74,80 71,79 71,79 74,80
LE (N) 250 81,48 78,47 78,47 81,48
LE (N) 500 89,20 86,19 86,19 89,20
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LE (N) 1k 92,45 89,44 89,44 92,45
LE (N) 2k 87,28 84,27 84,27 87,28
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
LE (N) 4k 80,59 77,58 77,58 80,59
LE (N) 8k 70,67 67,66 67,66 70,67
LE (P4) 63 -----
LE (P4) 125 -----
LE (P4) 250 -----
LE (P4) 500 -----
LE (P4) 1k -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LE (P4) 2k -----
LE (P4) 4k -----
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens zonder aarden wal Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde zonder aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
LE (P4) 8k -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Wegen
18-7-2024 16:27:52
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
Omschr. Nieuwe weg Koekoek II Nieuwe weg bedr.terr. Zevenbergen N Verbindingsweg
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief
Namespace
LokaalID
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Versie
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
18-7-2024 16:25:48
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
Cpl False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0
Wegdek W1 W1 W1 W1
V(MR(D)) -----
V(MR(A)) -----
V(MR(N)) -----
V(MR(P4)) -----
V(LV(D)) 50 50 50 50
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
V(LV(A)) 50 50 50 50
V(LV(N)) 50 50 50 50
V(LV(P4)) -----
18-7-2024 16:25:48
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
V(MV(D)) 50 50 50 50
V(MV(A)) 50 50 50 50
V(MV(N)) 50 50 50 50
V(MV(P4)) -----
V(ZV(D)) 50 50 50 50
V(ZV(A)) 50 50 50 50
V(ZV(N)) 50 50 50 50
V(ZV(P4)) -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Totaal aantal 3559,00 1779,50 1779,50 3559,00
%Int(D) 6,85 6,85 6,85 6,85
%Int(A) 2,88 2,88 2,88 2,88
18-7-2024 16:25:48
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
%Int(N) 0,78 0,78 0,78 0,78
%Int(P4) -----
%MR(D) -----
%MR(A) -----
%MR(N) -----
%MR(P4) -----
%LV(D) 81,00 81,00 81,00 81,00
%LV(A) 81,00 81,00 81,00 81,00
%LV(N) 81,00 81,00 81,00 81,00
%LV(P4) -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
%MV(D) 7,80 7,80 7,80 7,80
%MV(A) 7,80 7,80 7,80 7,80
%MV(N) 7,80 7,80 7,80 7,80
18-7-2024 16:25:48
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
%MV(P4) -----
%ZV(D) 11,00 11,00 11,00 11,00
%ZV(A) 11,00 11,00 11,00 11,00
%ZV(N) 11,00 11,00 11,00 11,00
%ZV(P4) -----
MR(D) -----
MR(A) -----
MR(N) -----
MR(P4) -----
LV(D) 197,47 98,74 98,74 197,47
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LV(A) 83,02 41,51 41,51 83,02
LV(N) 22,49 11,24 11,24 22,49
LV(P4) -----
18-7-2024 16:25:48
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal Model: Groep:
Naam intern 1 intern 2 intern 3 intern 4
Wegen
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer MV(D) 19,02 9,51 9,51 19,02
MV(A) 7,99 4,00 4,00 7,99
MV(N) 2,17 1,08 1,08 2,17
MV(P4) -----
ZV(D) 26,82 13,41 13,41 26,82
ZV(A) 11,27 5,64 5,64 11,27
ZV(N) 3,05 1,53 1,53 3,05
ZV(P4) -----
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
LE (D) 63 77,70 74,69 74,69 77,70
LE (D) 125 86,31 83,30 83,30 86,31
18-7-2024 16:25:48
Invoergegevens met 2m hoge aarden wal
Wegen
Model: Groep:
Bedrijfsloodsen en bufferzone variant met 1 verbindingsweg, noordzijde incl 2m hoge aardwal (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - AREG, wegverkeer