Bijlage 1 - Programma aanpak Vitale Centra – Vastgesteld door college op 02-05-2023
Tekst van het document
4. Evaluatie centrumvisie
1. Herijken/ opstellen centrumvisie
3. Realisatie uivoerings programma
2. Opstellen uitvoerings programma
PROGRAMMA AANPAK VITALE CENTRA
Quispel, Niels [E-mailadres]
Inleiding Het college van de gemeente Moerdijk zet met het bestuursakkoord 2022 – 2026 stevig in op ‘vitale centra’ en wil kansen benutten voor en met de inwoners en ondernemers. Het college wil hierop fors investeren en gaat aan de slag met de vitale centra van Zevenbergen, Klundert, Fijnaart en Willemstad. In de Meerjarenbegroting 2023-2025 is een ambitie uitgesproken en is een strategisch doel bepaald. Hoe deze bereikt worden is deels uiteengezet in operationele doelen. Waarom programmatische aanpak van vitale centra? Programmamanagement is een manier van managen en besturen van een complex van onderling samenhangende projecten en opgaven. De programma-aanpak zit tussen routinematig en improviserend werken in en kenmerkt zich door een doelgerichte en gestructureerde werkwijze om complexe inspanningen in samenhang, beheerst te laten verlopen of doelen beheerst na te streven. In het kader van vitale centra gebeurt er al heel veel binnen de gemeente Moerdijk. Maar er is nu weinig samenhang tussen de verschillende activiteiten. Verder is het vraag of we compleet zijn met de activiteiten die we doen voor een vitaal centrum. De al lopende projecten zijn een stap in de goede richting, maar er is gevoelsmatig meer nodig. Dit is onder meer op te maken uit de algemene ontwikkeling van het Nederlands winkellandschap. Deze staat de laatste jaren behoorlijk onder druk.
Met alleen een project waarmee de openbare ruimte wordt aangepakt bereiken geen vitaal centrum. Dit geldt ook voor het enkel opzetten van een ondernemersfonds. Deze beide activiteiten en meer moeten elkaar versterken en moet daarom in samenhang opgepakt worden. Daarnaast zal er zal op een andere manier dan voorheen gewerkt moeten worden: gemeente, ondernemers, verenigingsleven en inwoners zullen de handen ineen moeten slaan. Door een programmatische aanpak worden opzichzelfstaande projecten, werkprocessen en initiatieven gekoppeld aan de grote opgave op het gebied van vitale centra en worden kansen tot onderlinge versterking en samenhang beter benut. Een ander voordeel van een programmatische aanpak van vitale centra is dat hiermee beter gestuurd kan worden op de resultaten en doelen die we met elkaar willen bereiken.
1
Wat willen we bereiken? (doel) Ambitie We hebben ‘vitale centra’ in de kernen Zevenbergen, Fijnaart, Klundert en Willemstad, voor (toekomstige) inwoners van de gemeente Moerdijk en voor bezoekers (recreatief en zakelijk). De omliggende kleinere kernen hebben baat bij dit bereikbare voorzieningenaanbod, waarmee vitale centra een impuls geven aan de leefbaarheid van Moerdijk als geheel. (bron: Meerjarenbegroting 2022-2025). Strategisch doel Zevenbergen, Fijnaart, Klundert en Willemstad hebben een bereikbaar, compact en dynamisch centrum dat uitnodigt als ontmoetingsplaats, met een aantrekkelijk en divers aanbod van voorzieningen zoals detailhandel, horeca, culturele, sociaal-maatschappelijke en recreatieve functies en evenementen. Dit draagt ook bij aan de leefbaarheid in de omliggende kernen. Een indirect doel dat hiermee samenhangt is het aantrekken van nieuwe inwoners. Dit kan door bijvoorbeeld het aanbieden van een ‘stedelijke’ woonomgeving in de centra. Dit strategisch doel is te vertalen naar resultaten die we willen bereiken voor de vier aangewezen centra in Moerdijk: • Meer bezoekers. • Langere verblijfsduur. • Meer bestedingen. • Weerbaarheid centrumgebieden verhogen. • Verhogen waardering inwoners en ondernemers, waaronder de waarde van het centrum als ontmoetingsplaats voor sociale contacten. • Cohesie / krachtenbundeling ondernemers.
Per kern is dit uit te splitsen naar: • Centrum als ontmoetingsplaats. • Aantrekkelijk, divers aanbod. • Aansprekende evenementen. • Bereikbaarheid. • Eigen identiteit en profiel, sfeer en bekendheid.
2
Waarom is het nodig? (probleem) In Nederland zien we de algemene trend dat de vitaliteit van de kernen onder druk staat – De functie van de stad en dorp als marktplaats en ontmoetingsplaats kalft af. Met alle gevolgen van dien voor de ‘levendigheid’ van de kernen en leefbaarheid voor de inwoners. Het voorzieningenaanbod loopt terug. Daarnaast staat het Nederlandse winkellandschap de laatste jaren behoorlijk onder druk met name door de toename aan online verkoop. Er is overaanbod ontstaan. De concurrentie tussen winkelgebieden neemt toe. Vooral in kleinere steden en dorpen is een tendens zichtbaar van krimp en leegstand, verarming, verschraling van het winkelaanbod. In de huidige tijd wordt dit opgevuld door verschillende horecaconcepten. In tijden van sterke economische groei kan er goed verdiend worden in de horeca. Maar dit is zeer conjunctuur gevoelig, in mindere tijden kunnen deze zaken ook weer snel leeg staan. Er dient een goede balans gevonden te worden. Een belangrijke oorzaak voor deze tendens ligt bij de inwoner. Bij de inwoner als consument. Structurele veranderingen in het consumentengedrag met o.a. online winkelen, het one-stopshopping gedrag van de consument en de consument die steeds meer op zoek is naar ‘ervaring en beleving'.
Alhoewel de consument als inwoner graag de voorzieningen om de hoek heeft, maar hij er onvoldoende gebruik van maakt om die voorziening in stand te kunnen houden. De toekomst ligt vooral in de synergie tussen kunst, cultuur, horeca, diensten en retail. Daarnaast speelt de interne afstemming op het thema vitale centra een rol: we doen al heel veel dat hier betrekking op heeft, maar er is nog weinig samenhang in de (gemeentelijke) activiteiten. Er is binnen de ambtelijke organisatie nog geen gedeeld gevoel dat we aan dezelfde opgave werken. Waarom moet het juist nu? (aanleiding) Het college heeft met het bestuursakkoord 2022-2025 duidelijk te kennen gegeven stevig aan de slag te willen met het thema Vitale Centra. Ze wil hier fors extra op investeren tijdens deze bestuursperiode. Het is belangrijk een goed onderbouwde aanpak onder deze ambitie te leggen zodat de juiste dingen worden gedaan. Het grootste deel van de bestedingen komt vanuit de eigen inwoner. Kennis van de klant is dan ook belangrijk. De bezoeken lopen echter terug omdat er makkelijk elders gegaan kan worden. Dit heeft directe gevolgen voor de aankopen. Als er te weinig bezoek is, dan is er ook geen ontmoetingsfunctie in het dorpshart waardoor de sociale functie verdwijnt.
Waar moeten we op letten? (risico’s en neveneffecten) • De ambitie vereist een focus op de genoemde vier kernen, met aandacht voor behoud van bestaande voorzieningen in de kleinere kernen. • Het realiseren van vitaliteit vraagt om betrokkenheid van ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners. • Het moment van het betrekken van externen (belanghebbenden) en op welke wijze dient goed gekozen te worden. Hierbij moet nog niet alles voorgekauwd te zijn, maar er dient wel wat voorwerk verricht te zijn. • Bij de uiteenzetting van de stappen is al benoemd dat het noodzakelijk is een prioritering aan te brengen in het oppakken van de verschillende centra en de activiteiten die nodig zijn om de centra vitaal te houden dan wel te maken. Het is waarschijnlijk niet mogelijk om met de bestaande middelen en personele capaciteit alles tegelijk op te pakken. • De opgaven voor Zevenbergen, Klundert en Fijnaart hebben een soortgelijke strekking. In Willemstad is deze van een iets andere orde. In deze kern is vooral de spagaat tussen toeristische trekpleister enerzijds en anderzijds een fijn woonklimaat de opgave. Voor Zevenbergen, Klundert en Fijnaart geldt overigens ook dat er een juiste balans tussen bewoners en bezoekers moet zijn. dit heeft vooral zijn weerslag op parkeren.
• Het ‘dubbelgebruik’ van het centrum als woonomgeving en winkelhart zorgt voor spanning in de bereikbaarheid, de behoefte aan voldoende parkeerplaatsen. • Een DPO geldt niet meer als toetsingskader voor het bestemmingsplan. Er is een vastgestelde visie nodig om ruimtelijk te kunnen sturen op gewenste en niet gewenste functies in het centrum.
3
Wat gaan we daarvoor doen? (resultaat) Het programma heeft een dynamisch karakter. Het is ook geen uitgetekend traject, alleen de eerste stappen zijn bekend. Tijdens het proces, waarin in de eerste fase stevig ingezet wordt op samenwerking en kennisvergaring, komen naar verwachting nieuwe, aanvullende opgaven naar voren. Deze worden afgewogen en geprioriteerd, waarna ze onderdeel uit gaan maken van het programma. Het programma staat voor een integrale benadering, waarin de fysieke omgeving en de economische structuur onlosmakelijk verbonden zijn met het aanbod aan winkels, horeca en cultureel aanbod, activiteiten en evenementen die er plaats vinden. Ook marketing en promotie van de ‘vitale centra’ om (toekomstige) inwoners en bezoekers te verleiden de centra te bezoeken en te zorgen voor de levendigheid maakt onderdeel uit van het programma. Naast de geijkte onderwerpen zoals detailhandel en horeca richten we ons in Moerdijk ook op sociaal-maatschappelijke functies in het centrum en wonen in dit gebied. Juist in kleinere winkelgebieden zoals in Fijnaart kunnen sociaalmaatschappelijke functies gerelateerd aan de kern (zoals bibliotheek, wijkcentrum, zorgcentrum) de leefbaarheid en vitaliteit in deze omgeving versterken. Het centrum heeft onder andere de functie ontmoetingsplek, het moet dagelijkse contacten tussen mensen ondersteunen.
Sociaal maatschappelijke voorzieningen binnen dit gebied kunnen dit versterken. Daarnaast kan een ‘stedelijk’ woonmilieu in de centra en een eigen identiteit nieuwe inwoners aantrekken die juist op zoek zijn naar een dergelijke woonomgeving. Wonen boven of bij winkels zorgt bovendien voor levendigheid en sociale controle na sluitingstijd. Wat hoort niet bij dit programma? (afbakening) Zoals eerder in dit voorstel is genoemd, richt het programma Vitale Centra zich op Klundert, Fijnaart, Zevenbergen en vanuit toeristisch oogpunt Willemstad. Het voorzieningenniveau in en de vitaliteit van de andere kernen in de gemeente Moerdijk vallen buiten de scope. Uitzonderingen hierop zijn: • Mobiliteitsvoorzieningen van de kleine kernen naar de vitale centra. Andere punten die niet in dit programma vallen zijn: • Heroverwegen van vastgestelde lopende projecten (NB bijstelling binnen een project kan wel nodig zijn met oog op doelbereik); • Reguliere gemeentelijke werkzaamheden, zoals het uitvoeren van de reguliere onderhoudsplannen, afhandelen van vergunningsaanvragen, reguliere bestemmingsplantrajecten etc. Het valt wél binnen de scope van dit programma als uit het proces blijkt dat een verandering van reguliere werkzaamheden of een specifieke maatregel nodig is. In dat geval kan opdracht worden gegeven dit mee te nemen in de teamplannen, begroting etc.
Ook kan vanuit het programma (inhoudelijke) input worden meegegeven voor reguliere werkzaamheden en actualisaties van plannen.
4
Programma aanpak Het programma Vitale Centra bestaat uit vier fasen die elkaar cyclisch opvolgen, waardoor er ook in tijd en budget geprogrammeerd kan worden. Qua doorlooptijd kom je voor de verschillende onderdelen op de volgende tijdsinvestering: 1. Opstellen centrumvisie: 2 jaar 2. Opstellen uitvoeringsprogramma: 2 jaar 3. Realisatie uitvoeringsprogramma: 5-10 jaar 4. Evaluatie centrumvisie: 1 jaar De hele cyclus van opstellen centrumvisie tot evaluatie centrumvisie betreft een periode van 10 tot 15 jaar, waarbij logischerwijs het zwaartepunt qua tijd en budget in de realisatie van het uitvoeringsprogramma ligt.
4. Evaluatie centrumvisie
1. Herijken/ opstellen centrumvisie
3. Realisatie uivoerings programma
2. Opstellen uitvoerings programma
1.1. Opstellen centrumvisie. Met de centrumvisie wordt een vitaal centrum beoogd met een bereikbaar en compact winkelhart dat uitnodigt als ontmoetingsplaats, met een aantrekkelijk aanbod van detailhandel, horeca, evenementen, cultureel-maatschappelijke – en recreatieve functies. Dit resulteert in meer bezoekers, meer bestedingen en een hogere mate van combinatiebezoek, waarbij de levendigheid toeneemt en leegstand wordt voorkomen. De omliggende kernen en buurtschappen hebben baat bij dit bereikbare voorzieningenaanbod, waarmee vitale centra een impuls geeft aan de leefbaarheid van Moerdijk als geheel. De centrumvisie wordt aan de hand van 3 lijnen uitgewerkt: 1. Hardware Hardware bestaat uit de infrastructuur die voor iedereen toegankelijk is en die een vitaal centrum faciliteert. Dit zijn de fysieke projecten die worden gerealiseerd ten behoeve van een vitaal centrum. 2. Orgware Orgware bevat alles wat betreft het proces om te komen tot het zichtbare aanbod (hardware en software): ■ Monitoring & evaluatie ■ Onderhoud & beheer ■ Visie & beleid ■ Eigenaarschap & financiën ■ Samenwerking & burgerparticipatie De gemeente heeft beleidsmatig gezien meestal de regie over beweegvriendelijke omgeving, maar de orgware-onderdelen zijn geen taak van de gemeente alleen. Het is juist de kunst om
5
samenwerking aan te gaan met partners (buurt, sportverenigingen, school, welzijnswerk, buurtsportcoach, woningcorporaties, projectontwikkelaars, et cetera). 3. Software Het begrip software staat voor het acitiviteitenaanbod in de vitale centra, ■ Activiteiten & interventies programma's, evenementen, projecten, sport en cultuuraanbod verenigingen en fitnesscentra, et cetera. Denk hierbij aan de organisatie van sport- en cultuuractiviteite en/of evenementen. ■ Begeleiding & coaching inzet van een sportbuurtwerker, buurtsportcoach, jeugd- en jongerenwerker, trainers, instructeurs, pedagogische medewerkers, NME-centra en kinderopvang, wijkmanagers en vrijwilligers (onder andere buurtbewoners). ■ Communicatie & voorlichting campagnes, buurtbijeenkomsten, websites of applicaties om mensen te informeren over de mogelijkheden, bewegwijzering en bebording met instructieteksten.
6
1.2. Opstellen uitvoeringsprogramma. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd: • De projecten en/of acties die uitgevoerd worden mogen geen ‘losse flodders’ zijn. Alleen samenhangende oplossingen, die met elkaar verband houden worden uitgevoerd en opgenomen in het uitvoeringsprogramma. • Projecten en/of acties moeten een directe relatie hebben met het centrum. • Projecten en/of acties moeten bijdragen aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat in het vitale centrum. • Projecten en/of acties moeten bijdragen aan het ondernemersklimaat in het vitale centrum. • De rol van cultuurhistorisch erfgoed in vitale centra kan verbeterd worden en projecten en/of acties moeten hieraan bijdragen. • Er moet draagvlak zijn voor de projecten en/of acties. Op basis hiervan wordt er in het uitvoeringsprogramma de onderverdeling en prioritering in de categorieën ‘must haves’ (project/actie heeft een directe fysieke relatie met het centrum) en ‘nice to haves’ (project/actie heeft geen directe fysieke relatie met het centrum, maar is wel van belang voor het centrum / synergievoordelen) gehanteerd. Het uitvoeringsprogramma wordt aan de hand van 3 lijnen uitgewerkt: Evenals in de centrumvisie worden hardware, orgware en software hierin leidend en worden er concrete acties geformuleerd op deze 3 lijnen in zowel tijd als prioriteit. 1.
Hardware Hardware bestaat uit de infrastructuur die voor iedereen toegankelijk is en die een vitaal centrum faciliteert. Dit zijn de fysieke projecten die worden gerealiseerd ten behoeve van een vitaal centrum. 2. Orgware ■ Monitoring & evaluatie ■ Onderhoud & beheer ■ Visie & beleid ■ Eigenaarschap & financiën ■ Samenwerking & burgerparticipatie 3. Software ■ Activiteiten & interventies programma's, evenementen, projecten, sport en cultuuraanbod verenigingen en fitnesscentra, et cetera. Denk hierbij aan de organisatie van sport- en cultuuractiviteite en/of evenementen. ■ Begeleiding & coaching inzet van een sportbuurtwerker, buurtsportcoach, jeugd- en jongerenwerker, trainers, instructeurs, pedagogische medewerkers, NME-centra en kinderopvang, wijkmanagers en vrijwilligers (onder andere buurtbewoners). ■ Communicatie & voorlichting campagnes, buurtbijeenkomsten, websites of applicaties om mensen te informeren over de mogelijkheden, bewegwijzering en bebording met instructieteksten.
7
1.3. Realisatie uitvoeringsprogramma. In zuivere zin heeft een project bij de start al een duidelijk omschreven ‘kop- en staart’ vastgestelde projectkaders. Dat is bij REO-projecten echter niet het geval. De eerste twee fasen van een REO project beslaan vooral het komen tot een projectdefinitie (intakefase) en een onderzoek naar de haalbaarheid daarvan (initiatieffase). Pas aan het eind van de initiatieffase ontstaat, met een besluit over de projectkaders en bijvoorbeeld het benodigde krediet (financiële kaders) een project in traditionele zin. Tijdens de eerste twee projectfasen wordt de projectscope bepaal. Inspelend op actuele kansen die zich voordoen uit bijvoorbeeld het gebiedsgericht werken en uitvoering gevend aan eerder gestelde gemeentelijke beleidskaders. Dit passend in één van de kernpunten uit de organisatieontwikkeling van 1 januari 2018, het versterken van de koppeling tussen ‘beleid’ en ‘uitvoering’ (projecten zijn uiteindelijk uitvoering van beleid), Een project wordt gestart door de projectleider aan wie het project is toebedeeld. Voor de uitwerking van REO-projecten zijn vaste fasen afgesproken. Door uit te gaan van deze fasering, ofwel afbakening van projectfasen, is helder wat wel of niet tot het projectresultaat behoort. En het geeft door de go/no go besluiten een heldere passering en besluitvorming en daarmee ook betrouwbaarheid naar de buitenwereld.
Aan het eind van elke fase volgt een duidelijk moment van ‘contracteren’ voor de volgende fase. Aan het eind van een fase worden via het Go/No Go besluit de randvoorwaarden ingevuld voor het kunnen doorlopen van de volgende fase (of wordt het project beëindigd). De keuzevrijheid binnen het project wordt per fase minder en focust naar het eindresultaat.
STARTDOCUMENT
HAALBAARHEIDSTUDIE INCL. PREX OF LOO
OMGEVINGSPLAN
8
1.4. Evaluatie centrumvisie. Met deze uitvraag wordt specifiek ondersteuning gevraagd om te komen tot een realistische evaluatie van de centrumvisie in de vitale centra. Hierbij worden de volgende principes geëvalueerd: Principe 1: Een compacte winkelstructuur. Principe 2: Ruim baan voor horeca, recreatie en sport/cultuur evenementen. Principe 3: Meervoudig ruimtegebruik en het belang van wonen. Principe 4: Een bereikbaar centrum. Principe 5: Het centrum als verblijfs- en ontmoetingsplek. Deze evaluatie wordt verwerkt in een uitvoeringsprogramma voor het vitale centrum. Meerjarenbegroting 2023-2026 Kern Project Fijnaart Centrumvisie 1. Supermarktontwikkeling 2. Eerste Kruisweg 3. Evenemententerrein. 4. Herontwikkeling Voorstraat 5. Kerktuin. 6. Woningbouw. Totaal
Krediet € 100.000 € 2.000.000 € 1.000.000 € 100.000 € 250.000 € 50.000 € 250.000 € 3.750.000
Klundert
Fase 1 Fase 2 Fase 3 Centrumvisie + uitvoeringsprogramma opstellen Projecten uit uitvoeringsprogramma. Totaal
€ € € € € €
210.000 2.000.000 600.000 100.000 1.000.000 3.910.000
Willemstad
Uitvoeringsprogramma opstellen Bastion Groningen Oostbeerverbinding Totaal
€ € € €
40.000 450.000 750.000 1.240.000
Zevenbergen
Evaluatie centrumvisie Totaal
€ €
10.000 10.000
Algemeen
Werkbudget vitale centra Totaal
€ €
100.000 100.000
€
9.000.000
Totaal
9
Meerjarenplanning1
Fijnaart Opstellen centrumvisie Opstellen uitvoeringsprogramma. Realisatie uitvoeringsprogramma. 1. Supermarktontwikkeling 2. Eerste Kruisweg 3. Evenemententerrein. 4. Herontwikkeling Voorstraat 5. Kerktuin. 6. Woningbouw. Evaluatie centrumvisie.
Klundert
Cyclus 1 2021 + 2022 2023 2024-2034 2024-2030 2024-2030 2024-2034 2024-2034 2024-2034 2024-2034 2035
Cyclus 2 2036 2037-2047
2048
Cyclus 1
Cyclus 2
2023 + 2024 2024 2025-2035
2037 2038-2048
2036
2049
Willemstad
Cyclus 1
Cyclus 2
Opstellen centrumvisie Opstellen uitvoeringsprogramma. Realisatie uitvoeringsprogramma. Evaluatie centrumvisie.
2022 2023-2033 2034
2035 2036 2037-2047 2048
Cyclus 1
Cyclus 2
2008 + 2009 2010 + 2011 2012-2022 2023
2024 2025-2035 2036
Opstellen centrumvisie Opstellen uitvoeringsprogramma. Realisatie uitvoeringsprogramma. 1. Fase 3 Klundert Evaluatie centrumvisie.
Zevenbergen Opstellen centrumvisie Opstellen uitvoeringsprogramma. Realisatie uitvoeringsprogramma. Evaluatie centrumvisie.
1
Disclaimer: De planning is altijd aanpasbaar als zich een interessante of noodzakelijke wijziging voordoet in één van de vitale centra.
10
Wie doet er mee? (participatie) Het college is bestuurlijk opdrachtgever voor deze programma aanpak. Het programma zal worden opgepakt binnen de afdeling Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling, door de programmamanger vitale centra. Binnen de gemeentelijke organisatie is wethouder Dingemans de programmabestuurder en Joost Frijters de ambtelijk opdrachtgever. Intern Stuurgroep 1x per maand Danny Dingemans Joost Frijters Niels Quispel Ben Cornel Marjolein Maarsen
Bestuurlijk opdrachtgever. Ambtelijk opdrachtgever Programmamanger vitale centra Financieel consulent Communicatie adviseur
(agendalid) (agendalid)
Adviesgroep 1x per kwartaal Jeroen Leijdens Luc Willems Angelic de Jong Joost van der Wiel Kim van den Berg Wouter Schots Marc Janssens Stephanie Verdoolaege Alexandra Schuurbiers-de Jong Hans van Merrienboer Marty Braat Kees-Jan Langenberg Bella Verschoor Annuska de Wijs Jeroen de Vugt Diantha Bakkers Ben Vermeulen
Gebiedscoördinator Fijnaart + Klundert Gebiedscoördinator Willemstad Gebiedscoördinator Zevenbergen Accountmanager bedrijven Adviseur toerisme Adviseur Vastgoed en Gebouwen Adviseur onderwijs Adviseur Jeugd, Sport en Cultuur Adviseur/aanjager participatie Adviseur Groen Adviseur Water Adviseur verkeer Adviseur mobiliteit Vergunningverlener Adviseur VTH Projectadviseur OR Aanspreekpunt onderzoek
Financieel overleg projectleiders 2x per jaar Marieke Simone Projectleider Klundert. Jeroen Schrauwen Projectleider Fijnaart. Wendy Dijselijnck Projectleider Willemstad. Ben Cornel Financieel consulent
11
Rollen en verantwoordelijkheden • De programmamanager is verantwoordelijk voor sturing op het niveau van programmadoelen en heeft hierin een procesmatige rol. De programmamanager vervult een verbindende rol, zowel intern als extern en heeft een regierol in het opstellen van programmaplannen, voortgangsrapportages en het voorbereiden van besluitvorming. De programmamanager legt inhoudelijk verantwoording af aan de domeinregisseur en stemt af met de bestuurlijk opdrachtgever. Voor vraagstukken op het gebied van capaciteit en middelen is de eigen leidinggevende het eerste aanspreekpunt. De programmamanager heeft geen hiërarchische bevoegdheden. • Domeinregisseur: is verantwoordelijk voor opgaven op domeinniveau en fungeert als ambtelijk opdrachtgever. • Medewerkers: projectleiders zijn verantwoordelijk voor een project, adviseurs en andere medewerkers zijn verantwoordelijk voor een beleidsthema, een uitvoeringsplan etc. Zijn hebben een belangrijke rol in het uitvoeren van het programma. Daarnaast signaleren en rapporteren zij richting programmamanager, daar waar dit bijdraagt aan het verder brengen van het programma.
Extern o Ondernemersverenigingen o Horeca- ondernemers en winkeliers o Inwoners via stads- en dorpstafels o Organisatoren evenementen o Vastgoedeigenaren o Projectontwikkelaars Communicatie De programmabestuurder, de programmamanager en de communicatieadviseur dragen gezamenlijk zorg voor de communicatie richting college en gemeenteraad, eventueel met ondersteuning van de vakafdelingen. Verder wordt de gemeenteraad op gezette tijden geïnformeerd over de voortgang. De door of in opdracht van gemeente opgestelde rapportages en/of persberichten worden in overleg tussen de programmabestuurder, de programmamanager en communicatieadviseur voor externe communicatie beschikbaar gesteld. Financiën 1. Programmamanager vitale centra wordt budgethouder van voorbereidingsbudgetten en nieuw beoogde programmamanagement budget (€ 25.000, te regelen bij begroting) 2. Programmamanager vitale centra werkt met een gestructureerde programma aanpak: loop van centrumvisie -> uitvoeringsprogramma -> projecten -> evaluatie 3. Nieuwe projecten komen voort uit het uitvoeringsprogramma. Daarmee wordt ook gelegitimeerd dat de middelen voor Vitale Centra ingezet worden t.b.v. de juiste projecten 4. Als iets een project wordt, dan is de projectleider budgethouder van het projectbudget 5.
Programmamanager vitale centra houdt als programmamanager regie op voortgang en budgetten (beleidsmatig en projecten), zodat hij tijdig kan acteren op consequenties voor het programma als geheel. Hiervoor nodig: •
Inzicht in restant krediet
•
Inzicht in verwachten overschotten/ tekorten bij projectleiders
•
Igv nieuw project stemmen projectleiders raadsvoorstel af met Programmamanager vitale centra.
•
2x per jaar heeft Programmamanager vitale centra afstemming met projectleiders op vitale centra projecten: inzicht in voortgang, financiën en evt toekomstige claims
•
Indien einde krediet in zicht komt -> Programmamanager vitale centra geeft signaal af naar bestuur.
6. Ben wordt de financieel adviseur van Vitale centra, zowel voor het projectleiders deel als voor het programmamanagementdeel. Zo heeft de financieel adviseur totaaloverzicht (was nu combi Sander en ben).
12
Monitoring Het strategisch doel is vertaald naarresultatendie we willen bereiken voor de vier aangewezen centra in Moerdijk. In onderstaande tabel zijn de doelen gekoppeld aan de databron en aan de frequentie van onderzoek. De meetmomenten zullen altijd in Q4 van het betreffende jaar zijn en vervolgens zal hierover gerapporteerd worden in Q1 in het jaar erop. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Doelen Meer bezoekers. Langere verblijfsduur. Meer bestedingen. Meer koopkrachtbinding. Verhogen waardering inwoners. Verhoging waardering ondernemers. Cohesie / krachtenbundeling ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeente.
Databron
Meetmoment Q4 2023
Rapporteren Q1 2024
Frequentie 1x per jaar
Koopstromenonderzoek. Koopstromenonderzoek. Koopstromenonderzoek. Inwonerspeiling vitale centra Ondernemers enquête.
Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q2 2024
Q1 2024 Q1 2024 Q1 2024 Q1 2024 Q1 2024
1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar
Ondernemers enquête.
Q2 2024
Q1 2024
1x per jaar
Locatus.
Databronnen 1. Locatus. Omdat u zo zeker weet dat u over actuele informatie beschikt. Actueel en compleet, want de database bevat alle verkooppunten in de Benelux. Onze veldmedewerkers zijn dagelijks onderweg om alle informatie zelf te controleren en aan te vullen. Daarnaast wordt de data continu geactualiseerd via scraping en deskresearch. We nemen niets klakkeloos over: alle informatie wordt eerst door onze deskresearchers geverifieerd.
2. Koopstromenonderzoek. Om de feitelijke ontwikkelingen in de detailhandel scherper te volgen, laten de provincies NoordBrabant, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland in 2021 een koopstromenonderzoek uitvoeren. Het Koopstromenonderzoek 2021 (KSO2021) levert nieuwe data en inzichten op over het profiel, koopgedrag en oordeel van meer dan 100.0000 consumenten en over het functioneren van centrumgebieden en perifere aankoopplaatsen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door I&O Research, Bureau Stedelijke Planning en BRO. De basis van het onderzoek vormt een grootschalige consumenten enquête onder inwoners van de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland, Almere en Lelystad, een deel van de provincie Gelderland (Rivierenland) en de ring van gemeenten eromheen. De enquête brengt de (ruimtelijke) kooporiëntatie alsmede het (meer kwalitatieve) koopgedrag van de bevolking in beeld.
13
3. Inwonerspeiling vitale centra. Voor dit onderzoek wordt het inwonerspanel van de gemeente Moerdijk gevraagd een online vragenlijst in te vullen. De panelleden ontvangen via e-mail een uitnodiging voor het onderzoek. De vragenlijst kon worden ingevuld zoals dat eerder in 2018 is gebeurd. Dit zal jaarlijks herhaald worden. 4. Ondernemerspeiling vitale centra. De ondernemerspeiling gaat na wat ondernemers van hun gemeente vinden. Onderzocht zijn thema’s als het ondernemersklimaat, de gemeentelijke dienstverlening en de relatie tussen gemeente en ondernemers. Dit zal jaarlijks herhaald worden. Dashboard Hiervoor wordt nu een digitaal dashboard gemaakt waarbij de verschillende databronnen worden ingevoerd om op die manier de voortgang per kern te monitoren.
Figuur 1:Dashboard vitale centra
14