Bijlage 1 Oplegnotitie technische verkenning
Tekst van het document
Oplegnotitie technische verkenning Aan: Stuurgroep Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk Van: Ambtelijk kernteam Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk Datum: 10-04-2025 Onderwerp: oplegnotitie bij de vaststelling van rapportages verkenning fase 2a en 2b, als opmaat voor het gesprek in het politieke besluitvormingsproces.
Deze notitie geeft een overzicht van de belangrijkste inzichten, technische conclusies en adviezen van de Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk. Het is een basis voor de politieke besluitvorming. Deze inzichten zijn gebaseerd op een technische verkenning, waarvan de separate rapportages gereed zijn (bijlagen) en vastgesteld zijn in de Kopgroep Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk van 28 maart 2025. Bijlagen: - Rapportage Werkstroom 1 Ruimte (eindconcept) - Powerport regio Moerdijk 26-03-2025 N.b. in de rapportage van werkstroom 1 is een PM opgenomen voor de afstemming met de resultaten van de studie Ruimte voor Industrie (KGG) en de uitkomsten van de expertsessie Circulaire economie. Bij de openbaarmaking van de rapporten is deze informatie nog niet verwerkt, dat volgt z.s.m.. - Rapportage Werkstroom 2 Brede Welvaart (def) - Powerport regio Moerdijk 26-03-2025 Inleiding: grip op de opgave In het BO-Leefomgeving (BOL) 20231 hebben Rijk en regio erkend dat het van belang is dat in de regio Moerdijk ruimte wordt gevonden voor energie-infraprojecten t.b.v. de klimaat- en energietransitie. Daarbij is een balans en samenhang tussen grootschalige industrieontwikkeling en structurele leefbaarheidsinterventies een voorwaarde voor een kansrijke uitwerking van de nationale en provinciale ambities op het gebied van klimaat-, energie- en grondstoffentransitie.
In het BO Leefomgeving 20242 hebben Rijk en regio afgesproken om toe te werken naar een besluit over het globaal beoogde programma voor een houdbaar toekomstperspectief voor Powerport regio Moerdijk. Voornemen is om na dit besluit als Rijk en regio gezamenlijk te werken aan een integraal gebiedsgericht ontwikkelperspectief.
1 2
Kamerbrief over Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2023 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2024
Ter ondersteuning van de besluitvorming is een technische verkenning uitgevoerd. In deze 1
verkenning is de huidige en toekomstige ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de maatschappelijke context in beeld gebracht (werkspoor 1). Daarnaast zijn ter ondersteuning van de besluitvorming randvoorwaarden verkend voor de Brede Welvaartsopgaven in de Powerport regio Moerdijk. Samen definieert u als bestuurders de scope van de volgende stap: de samenhangende ruimtelijke uitwerking voor de Powerport regio Moerdijk. Het besluit waarin we de kaders en contouren voor de ontwikkeling van het gebied bepalen noemen we het scopebesluit.
Naar een scopebesluit De technische verkenning geeft een overzicht van lopende projecten, en onderzoeken en behoefteramingen die betrekking hebben op de Powerport regio, inclusief de bijbehorende varianten, beperkingen en consequenties. De verkenning heeft aangetoond dat wanneer stakeholders individueel blijven acteren, dit leidt tot het vastlopen van individuele projecten binnen hun eigen planprocessen en het totale programma. Een integrale benadering en gezamenlijke aanpak is noodzakelijk voor een goede ruimtelijke inpassing in het gebied. Ook vraagt de klimaat-, energie- en grondstoftransitie om een aanpak waarbij locatiekeuzes van projecten op elkaar zijn afgestemd en samen leiden tot een goed functionerend haven- en industrieterrein. Een integrale effectieve aanpak bepaalt ook het rendement van grote investeringen. Overheden hebben met elkaar hun 'huiswerk op orde' gebracht. Participatie van bewoners en bedrijfsleven was in deze fase nog niet aan de orde. Wel zijn belangen van partijen betrokken bij de verkenning. Zoals afgesproken in het BO Leefomgeving 2024 zal na het scopebesluit het participatietraject starten.
Voor een goede participatie is een immers een duidelijk kader van de overheid noodzakelijk: wat is harde en zachte inzet van de overheden, wat is de tijdshorizon waarover afspraken gemaakt kunnen worden en over welk gebied? Participatie maakt onderdeel uit van het komen tot deze ruimtelijke uitwerking. Dit scopebesluit verankeren we tijdens het BO Leefomgeving van 4 juni 2025. Werkstroom 1: Ruimtelijk programma De werkstroom ruimtelijk-programmatische verdieping heeft de volgende inzichten opgeleverd: • Voor het ruimtelijk programma zie bijlage 1. Basis voor het programma zijn bestaande prognoses, ramingen en plannen. Het onderzoek is gebaseerd op het Programma Energie Hoofdstructuur, incl. Nederwiek III en VAWOZ (KGG) van het Rijk, de meest recente behoefteraming voor de autonome groei van het industriecluster (KGG, 2025), bestaande plannen van de gemeente Moerdijk, Drimmelen en Geertruidenberg, groeiscenario's van het Planbureau voor de Leefomgeving voor circulaire economie en Magazine feiten en cijfers Brabantse Bedrijventerreinen 2024. • De projecten voor energie en (circulaire) economie kunnen - door hun aard en omvang - niet binnen de huidige (milieu)contouren de van de bestaande haven- en industrieterreinen worden ingepast.
Het spreiden van afzonderlijke projecten over de regio's West-Brabant West, Stedelijke regio Breda Tilburg en regio Dordrecht leidt tot suboptimale resultaten waarbij investeringen in het creëren van juiste condities hoog zijn, overlast wordt verspreid en de juist zo gewenste clustereffecten ontbreken. De projecten zijn gebonden aan de locatievoorwaarden - en vooral een goede combinatie daarvan - zoals die binnen de Powerport regio Moerdijk aanwezig zijn. Deze locatie voorwaarden zijn bv aanwezigheid energie, hoge milieu categorie, multimodaliteit, 2
•
•
•
•
grootschaligheid. Het is logisch dat partijen naar dit gebied kijken voor de energie-hoofdinfrastructuur en grootschalige industrie, logistiek en nieuwe (circulaire) bedrijfsactiviteiten. Er zijn weinig andere plekken in Nederland met een vergelijkbare kwaliteiten die voor energie en economie projecten noodzakelijk zijn: de bundeling van factoren als hoge milieucategorie, gelegen aan nationale netwerken (water, weg, spoor én buis), goederenstromen en complementaire economische functies. Investeringen (in geld) in uitbreiding van een bestaand cluster zijn bovendien lager, dan het realiseren van een nieuwe cluster waar nieuwe infrastructuur voor moet worden aangelegd. De aanleg van grootschalige energie-infrastructuur, uitbreidingsruimte voor de industrie om te verduurzamen en groeiruimte voor de (circulaire) economie vragen om de strategische uitbreiding van het haven- en industriegebied. Echter, de randvoorwaarde leefbaarheid vanuit de dorpen blokkeert alle groeiruimte van het Haven- en Industriegebied Moerdijk (HiM) en het Amer-gebied, zowel in fysieke vierkante meters als in milieugebruiksruimte. Zorgen om de leefbaarheid zijn hardnekkig en keren steeds terug. Compensatieplanologie – het verzachten van industriële groei met lokale voorzieningen zoals een zwembad of park – is uitgewerkt.
De realisatie van de reeds afgesproken compensatiemaatregelen (ihkv LPM) staan onder druk als gevolg van de nieuwe ruimtevragen. Het gebied wordt op dit moment grotendeels benut voor land- en tuinbouw. Elke transitie leidt dan ook tot verlies van waardevolle land- en (glas)tuinbouwgronden.
Strijd om ruimte Het behoud van de leefbaarheid en het behoud/versterking van de concurrentiepositie van de haven zijn beide existentiële kwesties die onlosmakelijk van elkaar zijn en acuut spelen. Een patstelling dreigt en er zijn geen makkelijke keuzes: •
•
Elektrificatie en verduurzaming van de bestaande industrie en investeringen in (circulaire) economische activiteiten zorgen voor een toekomstbestendige concurrentiepositie van het HiM, maar dat kan niet zonder strategische uitbreiding. Tegelijkertijd kan een leefbaar toekomstbestendig dorp niet zonder een fundamentele en houdbare afbakening van de industrie om te voorkomen dat de leefbaarheidsdiscussie steeds weer terugkomt.
Het doorbreken van deze patstelling is urgent omdat besluit over de voorkeurslocatie POM 380 kV dit najaar is beoogd. De locatie van dit station vormt een magneet voor volgende energie- en economie projecten. Helderheid over het globaal beoogde programma is relevant om tot een logische locatiekeuze te komen voor het POM 380 kV station. A - Lokale leefbaarheid wordt bedreigd De ruimtevraag van industrie (incl. energieprojecten) is vele malen groter dan het ruimte aanbod binnen de bestaande industriegebieden. Dit staat op gespannen voet met de leefbaarheid in de dorpen in de omgeving. Naast fysieke uitbreiding van de bestaande industrieterreinen richting dorpen dreigt ook overschrijding van de huidige geluidsnormen, vergroting van andere milieueffecten op de leefbaarheid, toename van verkeer op weg en spoor op de toegangswegen en toename van risico's (veiligheid) voor omwonenden bij industriële activiteiten dichter bij de woonomgeving. De fundamentele en principale kwestie komt sinds het ontstaan van het HiM, in toenemende mate, terug : wat is de toekomst van het dorp Moerdijk? Bewoners van het dorp 3
Moerdijk hebben een leefbaarheidsvisie opgesteld en geven prioriteit aan duidelijkheid over de lange termijn: is er toekomst voor het dorp? Daarbij is expliciet aangeven dat elke nieuwe ontwikkeling over die over 'de rode lijn' (de huidige begrenzing van het industrieterrein exclusief Roode Vaart reserve) gaat, er behoefte is aan herstel van de vangnetregeling om de woning te kunnen verkopen (moerdijkregeling) en dat er behoefte is aan een vertrekregeling als blijkt dat er geen toekomstperspectief voor het dorp is. Buiten het dorp Moerdijk is de druk op leefbaarheid ook direct aan de orde in het Amergebied van Geertruidenberg. Uitbreidingen hebben ook effect op bestaande landbouwgronden en natuur. Hier zal sprake zijn van transformatie en herstructurering.. Een bijkomende ruimtevraag bij uitbreiding is de wateropgave: afhankelijk van de ontwikkellocatie zal voor de waterveiligheid ruimte gevonden moeten worden om te compenseren middels waterbergingsgebieden.
B - Concurrentiepositie van de huidige industriegebieden staat onder druk De bestaande industrie heeft om haar concurrentiepositie te behouden dringend behoefte aan ruimte (oppervlakte, milieuruimte), elektrificatie en oplossing van de stikstofproblematiek. Er staat vanuit een aantal bedrijven van HiM een bedrag 1,2 miljard euro in de wacht om te investeren in productiefaciliteiten en energietransitie. Voor transitie naar een noodzakelijke duurzame bedrijfsvoering is ruimte nodig. Zonder ruimte voor transitie voor de huidige bedrijven in het HiM verliest het havengebied aan concurrentiekracht op nationale en internationale schaal. Zonder duidelijkheid zullen bedrijven op korte termijn strategische afwegingen maken waarbij keuzes voor vertrek aan de orde zijn. In het Amergebied is de hoofdinfrastructuur met het 380kV station in Geertruidenberg al aanwezig.
De behoefte aan duidelijkheid over de positionering in de Powerport is met de aanlandingslocatie van Nederwiek III groot en urgent in afwegingen die nu worden gemaakt: passen we in de gebiedsgerichte uitwerking alleen de converter in of komt er een additioneel programma rondom het Amergebied en wat is de positie van het RWE terrein en de rol van RWE? De ruimtevraag om tot een toekomstbestendig HiM te komen, inclusief de aanlanding in Geertruidenberg, bedraagt 190 tot 300 hectare (tijdshorizon 2025 - 2030, zie nadere specificatie bijlage 1). Onderdeel hiervan zijn: ruimtebehoefte bestaande industrie tbv concurrentiepositie, 380kV station, aanlandingen wind op zee (Geertruidenberg en HiM), aanverwante faciliteiten zoals truckparkings en migrantenhotels. Buiten beschouwing staat de aanvullende ruimtevraag / capaciteitsvraag op het spoor, wegen, water en buis en een ingeschatte compensatie tbv wateropgave (+30% van totale verharde oppervlakte). Met dit minimale programma (KT scope) wordt een groot deel van de beoogde nationale/provinciale opgave niet gerealiseerd. Op lange termijn (2030 - 2050) ligt er een strategische vraagstuk voor: wat is de positie van Powerport regio Moerdijk in de nationale en regionale ambities met betrekking tot de energietransitie en grondstoffentransitie. Die opgave omvat een programma van 600 - 800 hectare.
Onderdelen van die ruimteclaim zijn belegd in PEH en VAWOZ maar bij circulaire economie is de omvang (540 ha) gebaseerd op een maximaal scenario in een prognose van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Vrijwel alle bedrijven die nu gevestigd zijn op het HiM vallen binnen de doelgroep zoals geformuleerd 4
binnen de huidige havenstrategie. Actief uitplaatsen van bedrijven biedt op korte termijn weinig resultaat; er zijn geen alternatieve locaties beschikbaar, de looptijden van dergelijke processen zijn lang en de kosten hoog.
C. Aanlanding wind op zee vergroot de potentie voor de industrie Naast de ruimtevraag ten behoeve van behoud van de concurrentiekracht van het HiM en Amergebied is het Powerport regio Moerdijk in verschillende beleidsdocumenten (Programma Energie Hoofdstructuur, Voorontwerp Nota Ruimte, Ruimtelijk Voorstel Brabant, Verstedelijkingsstrategie Brabant) aangewezen als locatie om de nationale en provinciale ambities met betrekking tot energietransitie, grondstoffentransitie (Circulaire economie) en klimaat te realiseren. Het gaat hierbij om de opgave voor de periode 2030-2050. De exacte ruimtebehoefte is nog niet te bepalen maar afhankelijk van groeiscenario's en strategische keuzes kan die behoefte oplopen tot 800 ha. Hoe sterker de basisinfrastructuur van HiM wordt hoe groter de aantrekkingskracht. Met een nieuw en groot 380kV station op het HiM gekoppeld aan de waterstofbackbone van Nederland, de Delta Rhine Corridor en de zeehaven staat er als het ware 'een grote pot honing' voor de industrie. De industrie die ruimte zoekt heeft ook een nationaal strategische belang heeft, bijv. op gebied van grondstofpolitiek (behoud van strategische edelmetalen in nationaal economische 'kringloop' behouden).
Uitbreiding betekent in alle denkrichtingen een transformatieopgave van - in meer of mindere mate bestaande landbouwgronden, glastuinbouw, boerenerven en/of dorp(en) en bestaand industrieterrein. Locaties buiten de Powerport regio Moerdijk veranderen de fundamentele vraag niet Bij de uitwerking van het ruimtelijk spoor is ook buiten de Powerport regio Moerdijk gekeken naar mogelijke alternatieve locaties. Daarover valt het volgende te concluderen: •
•
•
Powerport regio Moerdijk heeft unieke condities: het is bereikbaar over spoor, weg en via buis, beschikt over milieucategorie 5 en 6 terreinen en ligt gunstig ten opzichte van bestaande energieinfrastructuur die aanknopingspunt is voor uitbreiding en aanlanding. Op nationale schaal maakt het deel uit van de vijf energie- en industrieclusters die over deze condities beschikken. Op nationale schaal loopt momenteel een onderzoek naar ruimte vraag en aanbod voor verduurzaming van industrie in zeehavens. Eerste resultaten tonen aan dat ook de andere zeehavenclusters kampen met dezelfde problematiek voor de industrie als Powerport regio Moerdijk. In algemene zin is er te weinig ruimte beschikbaar om de vraag te accommoderen. Alleen het havengebied Eemsdelta lijkt vooralsnog geen ruimtegebrek te kennen. Resultaten van het onderzoek worden dit voorjaar verwacht. De systeem-intregratie van het programma (koppeling van aanlanding aan 380kV station, gekoppeld aan infrastructuur, grootverbruikers etc) maakt dat verplaatsen van delen van het programma suboptimaal werkt. Het rendement wordt kleiner en de impact van overlast wordt verdeeld over meerdere gebieden. Het verplaatsen van een groot aantal programmaonderdelen van Powerport regio Moerdijk wordt sterk beperkt door de onlosmakelijke afhankelijkheid van infrastructuur (naast weg en spoor ook kabels en leidingen).
Dat beperkt het aantal zoekgebieden in de regio. 5
•
In de afgelopen onderzoeksfase is met de Drechtsteden, de regio West-Brabant West en Stedelijke regio Breda Tilburg onderzocht of er alternatieve locaties zijn. De conclusie is dat voor de energieopgaven - behoudens de batterij - er geen andere plekken in de regio zijn die beschikken over de condities van het Powerport regio Moerdijk gebied. Voor de industriële ruimtevraag is het antwoord wat genuanceerder: - er is geen substantiële ruimte op bestaande categorie 5 bedrijventerreinen beschikbaar en bovendien is het HiM de enige locatie in Brabant waar categorie 6 mogelijk is. - voor bestaande en nieuwe 380kV stations op het hoogspanningsnet zijn potentiële locaties. - ruimte voor grootschalige onderdelen van het programma uit de Powerport regio Moerdijk ontbreekt (met name door nabijheid stedelijk gebied en ontbreken van multimodaliteit) er bestaat in de regio de behoefte om industrieterreinen met weinig toegevoegde waarde een impuls te geven. Daarbij wordt gedacht aan een transitie naar circulaire economie. In alle gevallen (denk daarbij aan steden als Tilburg, Waalwijk, Oosterhout) gaat het om een absorptievermogen van circulaire economie die weliswaar fors is voor de betreffende gemeenten en locaties maar niet tot een fundamentele wijziging leidt voor het programma en de keuzes in de Powerport regio Moerdijk.
Met andere woorden: de opnamecapacitiet van andere locaties binnen de regio's WBW en SRBT is een fractie van het totale programma Powerport regio Moerdijk.
6
Advies Werkstroom 1: We constateren dat de Powerport regio Moerdijk een cruciale sleutellocatie is voor het waarmaken van nationale en provinciale ambitie en dat voortgaan op de huidige voet van incrementele groei leidt tot suboptimale keuzes voor zowel economie als leefbaarheid. De Ontwerptafel adviseert, om het proces van participatieve integrale gebiedsgerichte uitwerking te kunnen uitvoeren, bestuur van Rijk, provincie, gemeenten en waterschap om gezamenlijk een besluit te nemen over de afbakening van de opdracht van de volgende fase. In die scopebepaling moet in ieder geval de ruimtevraag, tijdshorizon, het zoekgebied en het doel en ambitie worden geformuleerd. De ruimtevraag betreft naast ruimte voor nieuwe industrie in het kader van energietransitie en grondstoffentransitie ook de opgave grootschalige logistiek en de ruimtevraag volgend uit het toekomstperspectief voor de bestaande industriegebieden HiM en Amergebied. Naast de ruimtevraag voor industrie zal in de scopebepaling ook bepaald moeten worden hoe ontwikkelingen in de landbouw en glastuinbouw, natuur en infrastructuur worden meegenomen. Als onderdeel van de scopebepaling voor de volgende fase is het advies om stakeholders in beeld te brengen en afspraken te maken hoe zij een rol krijgen in de participatie bij de uitwerking naar een gebiedsvisie.
Wij stellen voor dat de gebiedsuitwerking een integrale uitwerking is voor het hele Powerport regio Moerdijk-gebied waarbij de benadering start vanuit de principes van brede welvaart. Wij adviseren om een start te maken met een communicatiestrategie en de juridische grondbeleidszaken en financieringsstrategie van de gebiedsontwikkeling verder te verdiepen. Het kiezen voor uitbreiding van de industrie vraagt om een brede opvatting over de Powerport regio Moerdijk: wat is de toekomstige woonkwaliteit in de regio en wat is het perspectief voor de landbouw? Hoe gaan we om met de wateropgaven en natuur? Kiezen voor een profiel dat bijdraagt aan de nationale en regionale doelen en ambities vraagt ontegenzeggelijk om een perspectief voor de lokale belangen van bewoners, boeren en ondernemers. Als de inrichting van het gebied grootschalig verandert tbv nationale vraagstukken moeten daar nieuwe kansen voor hen tegenover staan. Indien gewenst kunt u denkrichtingen voor de uitwerkingen van het ontwikkelperspectief meegeven en aangeven welke partijen betrokken moeten worden.
7
Werkstroom 2: Regionale brede welvaartsopgaven Om de leefbaarheid van het gebied een goede rol in de afweging te geven is een voorstel voor een systematiek ontwikkeld om te kunnen sturen op Brede Welvaart. Bij het sturen op brede welvaart is het van belang een gedeeld beeld te hebben van de gezamenlijke brede welvaartsopgaven voor de Powerport regio. Er is een analyse uitgevoerd naar de stand van zaken van brede welvaart in het gebied en van de ambities die de powerport-partners op de thema’s van brede welvaart hebben vastgelegd in beleid, zogeheten streefbeelden en drempelwaarden. De stand van zaken van brede welvaart Powerport regio Moerdijk is gebaseerd op de 32 indicatoren uit de Regionale Monitor Brede Welvaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Rijksbeleid op brede welvaart wordt gebaseerd op deze monitor. Voor de streef- en drempelwaarden is naast beleidsambities ook gekeken naar de betekenis van thema’s voor inwoners, gebaseerd op gemeentelijke enquêtes en leefbaarheidsonderzoeken. Resultaat van de gezamenlijke analyse zijn acht brede welvaartsopgaven: welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu .
Wat opvalt is dat de regio bij de hoogste regio’s scoort op ‘hardere’ thema’s als arbeid en wonen, en het laagste scoort op de thema’s gezondheid, milieu en samenleving. Dit is deels te verklaren door autonome regionale kenmerken als bevolkingsopbouw en ligging, en deels door de samenstelling van economie en beschikbaarheid van duurzame energie. En het zijn juist de ‘zachtere’ thema’s als regionale samenleving (verbondenheid, ons-kent-onsgevoel, identiteit) en gezondheid die inwoners het meest belangrijk vinden. Om de indicatoren en bijpassende ambities mee te wegen die dicht op de huid van inwoners zitten – want dat is brede welvaart – is een voorstel gedaan voor een werkbare methodiek. Die methodiek is erop gericht dat bij te maken keuzes 1) de juiste belangen (vertegenwoordigers) aan tafel zitten, 2) een afweging wordt gemaakt op basis van de best beschikbare informatie en 3) partners besluiten nemen op basis van dezelfde input.
Advies Werkstroom 2: De Ontwerptafel adviseert • de systematiek van brede welvaart in te bedden in de Ontwerptafel en te hanteren bij het afwegen van impact van ruimtelijke varianten, door: de systematiek werkbaar te maken in een afwegingskader dat helpt om de effecten op de brede welvaart in beeld te brengen en op basis daarvan de scope van de brede welvaart te bepalen § met een ‘team brede welvaart’ aan de slag gaan met brede welvaartsafweging op urgente praktijkcases en de systematiek onderweg te verbeteren brede welvaart te gebruiken om het participatieproces in fase 3 te structureren, door § de methodiek te hanteren voor het bepalen van de bij de participatie te betrekken partijen § de thema’s en opgaven te gebruiken als inhoudelijke kapstok voor participatie en deze methodiek in te zetten in het participatieproces met bewoners en bedrijven. in fase 3 is Brede Welvaart onderdeel van de opdracht bij het zoeken naar nieuwe toekomst voor de Powerport: hoe kunnen we naar een duurzaam verdienmodel voor de regio met structurele baten voor inwoners (leefbaarheid), aantrekkingskracht op talent, boeren met perspectief en bedrijven met groeiruimte. §
•
•
8
Bijlage 1 Onderbouwing programma opgave Powerport regio Moerdijk Ter verantwoording en inzicht hieronder het programma waarop studies zijn gebaseerd. Daarbij dient gesteld te worden dat omvang continu in beweging is. Tijdens het onderzoek hebben nieuwe inzichten er toe geleid dat nota bene het meest concrete project, het 380kV station, afhankelijk van de uitvoeringssituatie een ruimtebehoefte heeft die 30% - 100% groter is dan de oorspronkelijke indicatie bij de start van de Ontwerptafel. Daarnaast leidt met name de inschatting van de ruimtebehoefte van circulaire economie tot vragen. Wij hanteren de verdeelsleutel die het PBL aanhoudt in de maximale ruimtebehoefte. Daarbij geven we de volgende verantwoording: als er in Neerland en Brabant een ruimtevraag voor circulaire economie zal ontstaat dan zal dat gebeuren op plekken als het HiM. Plekken met hoge milieucategorieën, multimodale bereikbaarheid en aanbod van energie. een scenario van een gedeeltelijke tijdelijke ruimtevraag zoals bij andere zeehavens mogelijk is, is in HiM niet van toepassing omdat er geen opslag van fossiele grondstoffen plaatsvindt die op termijn worden vervangen. Er is in Moerdijk geen sprake van een vervangingsvraag, wel een transitievraag. 2025 - 2030 De geïnventariseerde ruimtevraag voor een toekomstbestendig en duurzaam Haven- en Industriegebied bedraagt 190 - 300 hectare.
Een aantal ruimtevragers zijn zeer concreet en op middellange termijn randvoorwaardelijk voor een toekomstbestendig en duurzaam Haven- en Industriegebied Moerdijk en dragen bij aan de internationale concurrentiepositie van Nederland, namelijk: - 380-150-20kV station, o.a. voor de elektrificatie van Shell (POM 380: 28 ha) - 1 aanlanding Wind op Zee (Nederwiek III: 5,5) (uit PEH) - Autonome groei Haven- en Industriegebied (110 - 240 ha) (autonome groei betreft enkel het zeehavencluster, uit onderzoek KGG 2025) - Truckparking, huisvesting arbeidsmigranten en aanverwante faciliteiten die onlosmakelijk gepaard gaan met de groei van HiM (>25 ha, om te voorzien in huidige behoefte, exclusief lopende realisatie LPM) De inpassing van strategische infrastructuur tbv grootschalige ontwikkelingen heeft een invloedsgebied van circa 280 hectare (indicatief).
- Delta Rhine Corridor = 140 hectare (20km x 70m) (scopebesluit genomen, RCR-project) - 380kV Krimpen-Crayenstein = 30 tot 45 hectare (10-15km x 30m) (tracéprocedure loopt, RCR-project) - 380kV Rilland-Tilburg = 90 hectare (30km x 30m) (Tracébesluit reeds genomen, RCR- project) - Warmteleiding = 5 hectare (20km x 2m) (privaat initiatief) Totaal = 280 hectare buiten de bestaande / nieuwe begrenzing van de industriegebieden 2030 - 2050 Om de strategische nationale en provinciale ambities te realiseren komt bovenop de 190 - 300 hectare nog eens een additionele vraag van +/- 600 – 800 ha (tijdshorizon 2030-2050). Deze vraag gaat over: - Maximaal 3 aanlandingen Wind op Zee (5,5 - 16,5 ha, bron: VAWOZ) - Elektrolyse (20-75 ha - voor Moerdijk en Geertruidenberg samen) (bron: PEH) - Mogelijk een extra 380kV station Moerdijk (bron: PEH) - Grootschalige batterij (80-105ha – voor Moerdijk en Geertruidenberg samen) (bron: PEH) 9
-
Grootschalige logistiek (10-90 ha) (bron: Magazine feiten en cijfer Brabantse Bedrijventerreinen 2024) -> kan mogelijk buiten de Powerport landen Circulaire Economie (540 ha) (bron: PBL, indicatief) -> deels overlappend met autonome groeivraag Haven- en Industriegebied en kan voor een deel wellicht buiten Powerport landen Geothermie Bijbehorende faciliterende voorzieningen
Rapportages werkstromen in separate bijlagen: 1. Rapportage Werkstroom 1 Ruimte (eindconcept) - Powerport regio Moerdijk 26-032025 2. Rapportage Werkstroom 2 Brede Welvaart (def) - Powerport regio Moerdijk 26-032025
10