bijlage 1 - GETEKEND rapport beleid gemeenschapshuizen, ontmoetingsfunctie in de kernen
Tekst van het document
sl narchís r
It
I
nri
¡1
{ I
ç
$
Ë
t tl
l*. I.
!f
.l
" a:a$
'
,* *
.-
\r
J
,i.;
å \
$
Ëf
t
jL*
J
\
t
/"¿ r:b "'
î
\ (
\
i,,,1i,,,r¡ ¡ , rir i,r,,,lillr. t¡liìì;11: r¡,¡,1! 1l,r¡¡ tll (1()t¡i,)()iti{; r,,t{:íl'ililli li.r!, "i ¡ tt"¡)í{ rr /l yt'; ..i.ti-J;l
I , t ii i iil lrLi , ì: t,;;,;l .it.-tií ,l:l ll f't"
i I tij i ,i lÌii:l lr
rt-
L
l{,4
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
2
1.1
Aanleiding en vraagstelling
2
1.2
Afbakening onderzoeksgebied en belangrijkste bevindingen inventarisatie
3
1.3
Opzet van het onderzoek en de rapportage
4
2.
Trends en ontwikkelingen
5
2.1
Demografie en karakter van de gemeente
5
2.2
Maatschappelijke trends
5
2.3
Accommodatie gerelateerde ontwikkelingen
6
3.
Contouren
8
3.1
Wet- en regelgeving
8
3.2
Spreiding
9
3.3
Gemeentelijke beleidskaders en ambities
9
3.4
De mening van betrokkenen
11
4.
Analyse inventarisatie
13
4.1
Aanpak van de inventarisatie
13
4.2
Belangrijkste resultaten
13
4.3
Analyse op onderdelen
15
5.
Beleidsuitgangspunten
16
5.1
Algemene visie en doelen
16
5.2
Beleidsuitgangspunten op onderdelen
16
5.2.1
Functies/Aard van gebruik
17
5.2.2
Bezetting en spreiding
18
5.2.3
Exploitatie & beheer en rolinvulling
18
5.2.4
Eigendom, kwaliteit en (multi-)functionaliteit
19
5.2.5
Financiën en tarieven
20
5.3
Beleidsinstrumentarium
21
6.
Implementatiefase
24
Bijlage 1 Inventarisatie
25
Bijlage 2 Resultaten van de enquête onder bewoners
26
Bijlage 3 Voorbeelden van zogenaamde stroomschema’s
27
Bijlage 4 Belangrijkste ontwikkelingen per kern
28
1
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en vraagstelling
De gemeente Moerdijk heeft behoefte aan beleid voor de gemeenschapshuizen. Enkele daarvan maken deel uit van een multifunctionele accommodatie (verder te noemen: MFA’s), maar het beleid richt zich op de ontmoetingsfunctie. Er is behoefte aan een overkoepelende visie op basis waarvan heldere en transparante afspraken gemaakt kunnen worden over deze ontmoetingsfunctie in de kernen en met de diverse exploitanten en beheerstichtingen. De gemeente heeft zelf een onderzoeksvraag geformuleerd voor dit project: “Op welke manier kan de exploitatie van gemeenschapshuizen en MFA’s het best worden vormgegeven op zo’n manier dat het maatschappelijk rendement, de beleidsdoelstellingen en de instandhoudingskosten tot elkaar in verhouding staan?”. Deze beleidsnotitie is een continu proces en daarmee geen statisch document, maar een instrument om met de diverse exploitanten, beheerstichtingen en belanghebbenden in gesprek te komen en te blijven over ambities, doelstellingen en concrete vraagstukken omtrent de gemeenschapshuizen. Daarbij is het van belang te beseffen dat accommoderen, net als subsidiëren en bestemmen, geen doel op zich vormt, maar ondersteunend is aan het beleid en de (wettelijke) taken van de gemeente op het gebied van sport, cultuur, onderwijs (en in voorkomende gevallen economie en toerisme) en in het geval van gemeenschapshuizen/MFA’s vooral zorg en welzijn.
Samenvattend: vastgoed is geen doel maar een middel om maatschappelijke doelen te bereiken. In de volgende figuur wordt dit verbeeld.
Maatschappelijk accommodatiebeleid De gemeenschapshuizen maken deel uit van het totale aanbod van maatschappelijke accommodaties binnen de gemeente Moerdijk. Binnen dit aanbod bevinden zich ook andersoortige accommodaties, bijvoorbeeld op het gebied van sport, onderwijs en cultuur. Op de volgende pagina is een integraal overzicht opgenomen van het maatschappelijk vastgoed binnen de gemeentegrenzen. De gemeente Moerdijk ontwikkelt eveneens uitgangspunten voor deze gehele vastgoedportefeuille. De doelstellingen voor het maatschappelijk vastgoed worden vastgelegd in het maatschappelijk accommodatiebeleid, wat in 2023 wordt opgesteld vanuit het sociaal domein. Het voordeel hiervan is dat de doelstellingen meegenomen kunnen worden in de contracten en dat het vastgoed gebruikt wordt in lijn met de wensen vanuit de gemeente. Het maatschappelijk accommodatiebeleid helpt om met een realistische blik naar de accommodaties te kijken. Naast het maatschappelijk accommodatiebeleid wordt er ook een beleidskader buitensportaccommodaties opgesteld en een cultuurnota, waarin ook huisvestingsaspecten worden opgenomen.
2
Maatschappelijk vastgoed binnen de gemeente Moerdijk
1.2
Afbakening onderzoeksgebied en belangrijkste bevindingen inventarisatie
De reikwijdte van de specifieke beleidsontwikkeling waarop het voorliggende beleidsdocument betrekking heeft beperkt zich tot de gemeenschapshuizen. De gemeenteraad heeft 11 voorzieningen gedefinieerd als gemeenschapshuis en binnen iedere kern van de gemeente Moerdijk bevindt zich één voorziening: 1. Willemstad
Buurthuis Irene (gemeenschapshuis)
2. Noordhoek
D’Ouwe School (MFA\, combinatie met gymnastieklokaal)
3. Zevenbergschen Hoek
De Zevensprong (gemeenschapshuis/MFA in oprichting)
4. Klundert
De Niervaert (MFA, combinatie gemeenschapshuis met zwembad en sporthal)
5. Zevenbergen
Trefpunt (MFA, combinatie gemeenschapshuis met jongerencentrum)
6. Langeweg
Ons Stedeke (gemeenschapshuis)
7. Helwijk
De Blokhut (gemeenschapshuis)
8. Heijningen
Pestalozzihuis (gemeenschapshuis)
9. Moerdijk
De Ankerkuil (gemeenschapshuis).
10. Fijnaart
De Parel (MFA, combinatie met sporthal en zalencentrum).
11. Standdaarbuiten
De Standaert (MFA, combinatie met gymnastieklokaal)
Achter de voorzieningen staat vermeld of deze wordt gerekend tot de categorie “gemeenschapshuis” of “MFA”. Bij MFA’s is er, zoals aangegeven in het overzicht, sprake van een combinatie met een andere functie. Het gemeenschapshuis kan in deze gevallen worden gezien als onderdeel van de MFA. In die gevallen betreft deze beleidsontwikkeling alleen de functie als gemeenschapshuis. Belangrijkste overeenkomsten tussen deze voorzieningen zijn het feit dat er sociaal-maatschappelijke en sociaal-culturele activiteiten plaats vinden en dat de gemeente Moerdijk de voorziening financieel en/of materieel faciliteert. De gemeente Moerdijk kan ook huisvesting voor kinderopvang als onderdeel van een MFA/IKC faciliteren. Dit wordt opgenomen in het nog op te stellen maatschappelijk accommodatiebeleid. Verder kan worden geconstateerd dat er ook grote verschillen zijn in omvang en gebruik. In 2022 is een uitgebreide inventarisatie uitgevoerd naar de bestaande situatie van de gemeenschapshuizen/MFA’s. 3
De matrix die het resultaat is van deze inventarisatie is opgenomen als bijlage 1 bij dit beleidsplan. Enkele belangrijke constateringen zijn: In 5 van de 11 gevallen is de gemeente eigenaar van de accommodatie. De woningcorporatie Woonkwartier heeft 4 panden in eigendom en 2 panden zijn in eigendom van derden. De exploitatie van de accommodatie is in 8 van de 11 gevallen in handen van een stichting/vereniging. Verder is sprake van twee ondernemers en één grotere marktpartij. De accommodaties verschillen sterk in omvang en grootte. De omvang varieert van 400 m² tot 5.000 m² en het bouwjaar van de jaren 40 van de vorige eeuw tot 2015. De gebruiksintensiteit van de ruimten in de accommodaties verschilt aanzienlijk. Dit is echter van meerdere factoren afhankelijk zoals het aantal beschikbare ruimten en het feit dat in een aantal gevallen een ruimte permanent wordt verhuurd. De inloopfunctie is over het algemeen zeer beperkt. Ontmoeting vindt vrijwel uitsluitend plaats in samenhang met activiteiten of op momenten dat door de welzijnsorganisatie Surplus een moment van ontmoeting wordt georganiseerd (zie verder hoofdstuk 5). De maatschappelijke functie van de accommodaties wordt vastgelegd in overeenkomsten tussen exploitant en gemeente. Hierin worden ook de financiële kaders vastgelegd.
Niet altijd is duidelijk op welke wijze tot een bepaalde bijdrage is gekomen en ook bij exploitanten leeft deze onduidelijkheid sterk. In de gevallen dat de gemeente accommodatie huurt van een derde wordt in de regel voor een zeer gering bedrag doorverhuurd aan de exploitant van de voorziening. Een aantal exploitanten zou meer ondernemingsruimte willen hebben. Anderen willen zich vooral beperken tot de verhuurfunctie.
1.3
Opzet van het onderzoek en de rapportage
Voor het onderzoek zijn alle relevante documenten bestudeerd, waaronder het coalitieakkoord en de relevante beleidsplannen van de gemeente. Daarnaast zijn verdiepende interviews afgenomen met de portefeuillehouder en de betrokken ambtenaren (onderwijs, maatschappelijke ontwikkeling, jeugd, vastgoed, vrijwilligersbeleid) en zijn gesprekken gevoerd met enkele externe stakeholders, zijnde Surplus, Meer Moerdijk en de Wmo-raad. Er zijn twee avonden georganiseerd met de gemeenschapshuizen en er is een enquête gehouden onder de inwoners van de gemeente Moerdijk. De resultaten van de enquête zijn terug te vinden in bijlage 2. Tot slot is er een tweetal strategietafels gehouden, ambtelijk en met het college van B&W, en een informatieve raadsbijeenkomst op 12 januari jl.. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor het te ontwikkelen beleid voor de gemeenschapshuizen, ontmoetingsfunctie in de kernen. Hoofdstuk 3 beschrijft de contouren waarbinnen de beleidsontwikkeling plaats dient te vinden: wet- en regelgeving, normen en kengetallen en gemeentelijke beleidskaders en -ambities. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de inventarisatie zoals beschreven in paragraaf 1.2 geanalyseerd en gerelateerd aan de trends en ontwikkelingen en contouren zoals beschreven in respectievelijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.
In hoofdstuk 5 worden de beleidsuitgangspunten beschreven. Na een algemene visie in paragraaf 5.1 vindt in paragraaf 5.2 uitwerking plaats op de aspecten functies/aard van gebruik, bezetting en spreiding, exploitatie en beheer, eigendom, kwaliteit en multifunctionaliteit en financiën en tarieven. In paragraaf 5.3 wordt het beleidsinstrumentarium gepresenteerd waarbij onder meer wordt ingegaan op de wijze waarop wordt omgegaan met nieuwe initiatieven. De rapportage wordt afgesloten in hoofdstuk 6 met een beknopt implementatieplan.
4
2.
Trends en ontwikkelingen
2.1
Demografie en karakter van de gemeente
De gemeente Moerdijk telt in 2022 ruim 37.000 inwoners. De verwachting (CBS) is dat het aantal inwoners de komende jaren beperkt zal groeien naar bijna 40.000 inwoners in 2050. De inwoners van de gemeente wonen verdeeld over 11 kernen en in het buitengebied, waarbij Zevenbergen de grootste kern is, gevolgd door Klundert en Fijnaart. De drie kleinste kernen hebben elk niet meer dan 875 inwoners. De gemeente is met 184 km2 één van de grootste, meest uitgestrekte gemeenten van de provincie Noord-Brabant (op de gemeenten Land van Cuijk, Meierijstad en Altena na). Met name de spreiding over het aantal kernen stelt eisen aan het aanbod van voorzieningen, zeker in relatie tot de in hoofdstuk 2 geschetste wettelijke kaders (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en de beleidsuitgangspunten van de gemeente. Zevenbergen
14 540
Zevenbergschen Hoek
1 635
Langeweg
865
Klundert
5 925
Moerdijk
1 110
Noordhoek
1 080
Standdaarbuiten
2 225
Fijnaart
5 690
Heijningen
875
Willemstad
2 500
Helwijk
870
Aantal inwoners per kern
2.2
Maatschappelijke trends
In deze paragraaf worden sociaal-maatschappelijke en sociaaleconomische trends beschreven die de komende jaren van invloed zijn op het gebruik van gemeenschapshuizen. Voor de beschrijving van deze trends zijn, naast bureau-informatie, onder meer publicaties gebruikt van het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Sociaal-maatschappelijke trends Door de toegenomen mobiliteit zijn mensen in de regel in staat en bereid langer te reizen voor hun vrijetijdsbesteding. Senioren en kwetsbare groepen als mensen met een beperking vormen op deze regel een uitzondering. Gebruikers van maatschappelijke accommodaties stellen hogere eisen aan de kwaliteit van maatschappelijke accommodaties, zowel op het gebied van het voorzieningenniveau, het activiteitenaanbod als de dienstverlening. Mensen ondernemen meer activiteiten in een korter tijdsbestek dan voorheen. Er is sprake van vervluchtiging van de vrijetijdsbesteding. Zowel de inhoud van de activiteiten als de daaruit voortvloeiende sociale contacten worden oppervlakkiger. In het verlengde van de zogenaamde ‘zapcultuur’ ondervinden diverse vormen van vrijetijdsbesteding een steeds sterkere concurrentie van bijvoorbeeld televisie en internet. Daarnaast is het vrijetijdsaanbod de afgelopen jaren zeer divers geworden.
Sportbeoefening en actief zijn in verenigingen concurreert steeds vaker ook met bijvoorbeeld bioscoopbezoek. Veel maatschappelijke accommodaties (zoals gemeenschapshuizen) en sportverenigingen worden geheel of gedeeltelijk (met professionele ondersteuning) gerund door vrijwilligers. Als gevolg van individualisering, de afnemende vrije tijd waarover mensen kunnen beschikken en de vergrijzing van de samenleving, staat de kwaliteit en continuïteit van vrijwilligersorganisaties in toenemende mate onder druk. De motivatie verschuift: grofweg van plichtsbesef naar persoonlijke interesse, vaak niet zonder eigenbelang. In de gemeente Moerdijk is de sociale cohesie in de kernen nog groot en zijn veel mensen als vrijwilliger actief binnen het verenigingsleven. Desalniettemin moet er rekening mee gehouden worden dat de vrijwilligersinzet ook in Moerdijk de komende jaren terug zal lopen. Als tegenhanger van de individualisering is de trend van nieuw collectivisme ontstaan. Kenmerk van het nieuw collectivisme is dat mensen weer meer op zoek gaan naar een groep waarbij men zich thuis voelt en waartoe men wil behoren. Dit kan het gezin zijn, maar ook kleine of grotere groepen gelijkgestemden, waaronder maatschappelijke organisaties.
5
Conform de doelstellingen van het landelijk beleid (Wmo-, Wet Langdurige Zorg, woon- en zorgbeleid) blijven steeds meer senioren en mensen met een beperking (langer) thuis wonen. Hierdoor wordt de behoefte aan zorg en welzijn in de wijk (of de kern) steeds groter. Het creëren van netwerken om passende zorg aan mensen te kunnen leveren wordt daardoor steeds belangrijker. De toenemende druk op mantelzorgers vormt een bedreiging voor door vrijwilligers gerunde maatschappelijke accommodaties, omdat mantelzorgers daardoor minder tijd beschikbaar hebben voor vrijwilligersactiviteiten. Sociaaleconomische trends We leven in economisch onduidelijke tijden. In afwachting van de financiële impact van de energiecrisis, de inflatie en van de daarmee samenhangende overheidsfinanciën, blijkt met welke financiële ruimte gemeenten de komende jaren geconfronteerd worden en wat de budgettaire gevolgen zullen zijn voor (vervangings-) investeringen, beheer en exploitatie van de maatschappelijke accommodaties. Door de economische omstandigheden en de flexibilisering van de arbeid en de toename van deeltijdbanen is er sprake van meer spreiding in de vrijetijdsbesteding en daardoor minder animo voor collectieve vrijetijdbesteding. De belangstelling voor bijvoorbeeld individuele en ongeorganiseerde activiteiten is daardoor toegenomen.
Dit is een voordeel voor maatschappelijke accommodaties en organisaties die hierop ingericht zijn, maar kan tot problemen leiden bij het organiseren van activiteiten en het inzetten van vrijwilligers. Ondanks de hedendaagse beleidsdoelstellingen om de arbeidsparticipatie te laten toenemen, leidt de vergrijzing er toe dat meer senioren vrijetijdsactiviteiten ondernemen. De groep wekelijks sportende senioren groeit bijvoorbeeld sterk in Nederland. Voor senioren interessante en geschikte accommodaties worden meer gebruikt. Voor organisaties is het van belang dat zij hun faciliteiten en activiteiten meer af gaan stemmen op de behoeften van senioren. Daarnaast biedt de vergrijzing kansen bij het invullen van het vrijwillige kader van verenigingen en voorzieningen, doordat deze groep vanwege pensionering meer tijd heeft gekregen voor vrijwilligersactiviteiten.
2.3
Accommodatie gerelateerde ontwikkelingen
Op accommodatiegebied kunnen onder meer de volgende ontwikkelingen worden onderscheiden: Een belangrijke ontwikkeling in het beperken van investerings- en exploitatiekosten van maatschappelijke accommodaties is het clusteren van functies. Anders dan bij de realisatie van multifunctionele voorzieningen wordt hiermee gedoeld op het samengaan van meerdere afzonderlijke voorzieningen in één accommodatie. Bijvoorbeeld een sportkantine die overdag ook voor welzijnsdoeleinden wordt gebruikt. De werking van clustervorming is tweeledig. Enerzijds is bij clustering sprake van schaalvoordelen waardoor een kostenbesparing optreedt. Een geclusterde voorziening behoeft maar één entree, horecavoorziening, technische ruimte en beheerdersruimte te hebben. Daarnaast kan een opbrengstenverhoging optreden doordat een geclusterde voorziening een grotere aantrekkingskracht heeft. Een nadeel van clustering is dat de spreiding en daarmee de bereikbaarheid verslechtert. Het gebruik van maatschappelijke voorzieningen kan afnemen, indien deze niet langer als een wijkvoorziening geldt en er voor bezoek grotere afstanden moeten worden afgelegd. Bijkomend nadeel is dat het toch al sterk toegenomen autogebruik nog eens wordt versterkt, resulterend in hogere kosten door de verhoogde parkeercapaciteit (ontwikkelingsvoorwaarde).
Door het stimuleren van de multifunctionele gebruiksmogelijkheden kan een hoger gebruiksrendement van voorzieningen worden gerealiseerd. Voorbeelden zijn kunstgrasvelden die zowel een functie voor de sportverenigingen als voor de buurt vervullen, clubgebouwen en gymlokalen die geschikt worden gemaakt voor allerhande buurtactiviteiten en klaslokalen, die ook na schooltijd een functie krijgen ten behoeve van sportieve of culturele activiteiten. Door in te zetten op multifunctioneel gebruik kunnen gemeenten besparen op investeringen in (nieuwe) monofunctionele voorzieningen. In de gemeente Moerdijk wordt het gebruik van accommodaties nog niet/weinig integraal benaderd. Hier wordt aandacht aan besteed bij het op te stellen overkoepelende maatschappelijke accommodatiebeleid en het beleid buitensport, wat eveneens momenteel geschreven wordt. Het onderscheid tussen publieke en private accommodaties wordt diffuser. Door commerciële functies toe te voegen winnen maatschappelijke accommodaties aan aantrekkingskracht en financieel draagvlak. Door aan te sluiten bij private ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld in de zorg of zoals in Noordhoek met een café) kunnen gemeenten maatschappelijke functies realiseren tegen lagere kosten dan in geval van een solitaire ontwikkeling van maatschappelijke accommodaties.
Hierbij is dan wel de balans commercieel versus maatschappelijk van belang en de mate van invloed. De rol van woningcorporaties is continu aan verandering onderhevig. Vanuit financiële overwegingen trekken veel woningcorporaties zich terug naar de kerntaken. Dit betekent dat zij vaak minder betrokken zijn bij stedelijke ontwikkeling en 6
maatschappelijk vastgoed. Woningcorporaties zijn wel bij uitstek organisaties die de meer kwetsbare doelgroep bedienen. Daar waar zij de laatste jaren veel op afstand stonden, heeft in ieder geval Woonkwartier (net als andere woningcorporaties) inmiddels het beleid in ontwikkeling om weer dichter bij de inwoners te komen. In de gemeente Moerdijk gaat het centrale kantoor in Zevenbergen dicht en komt er een baliefunctie in het gemeentehuis. Ook wil men weer meer zichtbaar zijn in wijken en kernen. Tot slot is er sprake van een verschraling van het openbaar vervoer. In de afgelopen jaren is het aantal bushaltes behoorlijk afgenomen. Dit is een landelijke trend die ook in de gemeente Moerdijk merkbaar is. Je ziet haltes hoofdzakelijk verdwijnen in de landelijke gebieden, maar ook in de stadsranden en de dorpen is die tendens zichtbaar. Dit in combinatie met het afschalen van dienstregelingen maakt bepaalde kleinere kernen niet altijd even goed bereikbaar.
7
3.
Contouren
3.1
Wet- en regelgeving
Op verschillende terreinen is wet- en regelgeving van toepassing op maatschappelijke accommodaties, waaronder gemeenschapshuizen. Wettelijke voorschriften en regelgevingen die van toepassing zijn op het beheer, de exploitatie en het gebruik van maatschappelijke accommodaties zijn: Drank- en Horecawet, APV, Arbowet, geldende CAO, Brandpreventieverordening, Wet Milieubeheer, Bouwbesluit en de Warenwet. Verder is op onderdelen van de maatschappelijke accommodaties specifieke wet- en regelgeving van toepassing. Dit laatste is voor gemeenschapshuizen niet het geval. Het faciliteren van gemeenschapshuizen binnen een gemeente is geen wettelijke taak. Wel zijn er wetten die nauw verband houden met gemeenschapshuizen. In deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op ontwikkelingen die verband houden met de volgende twee wetten: Wet maatschappelijke ondersteuning (2015) Omgevingswet Wet maatschappelijke ondersteuning Op basis van de Wmo is de gemeente verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning van haar inwoners. De ondersteuning is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van hun inwoners. Dit geldt nog extra voor mensen met een beperking of mensen met chronische, psychische of psychosociale problemen.
Voor mensen met psychische of psychosociale problemen of voor mensen die, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de thuissituatie hebben verlaten, voorzien gemeenten in de behoefte van beschermd wonen en opvang. De gemeente is verplicht om te onderzoeken wat de situatie is van mensen die zich melden met een ondersteuningsvraag. Dat onderzoek vindt plaats samen met de cliënt en zijn omgeving. In dit onderzoek kijkt de gemeente wat iemand zelf nog kan en hoe de omgeving kan ondersteunen. Ook kijkt de gemeente naar de zorg en ondersteuning die iemand al krijgt vanuit andere wetten, zoals de Participatiewet of de Jeugdwet en naar wetten waar de gemeente niet zelf voor verantwoordelijk is, zoals bijvoorbeeld de Zorgverzekeringswet. De Wmo richt zich op alle inwoners. Of het nu gaat om sport of om gezondheid, om een woningaanpassing of jeugdbeleid, om de bridgeclub of de toneelvereniging, het heeft allemaal raakvlakken met de Wmo. Insteek van de wet is om mensen te stimuleren mee te doen in de samenleving. De wet is nadrukkelijk méér dan een zorgwet. Goed bereikbare, toegankelijke, laagdrempelige (multifunctionele wijk- of kerngerichte) gemeenschapshuizen kunnen een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van mensen.
Daarnaast vervullen gemeenschapshuizen een belangrijke rol binnen de sociale infrastructuur en dragen zij bij aan de sociale samenhang en leefbaarheid van een kern. Omgevingswet Onder het motto ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ is de Omgevingswet aangenomen. De inwerkingtreding is meerdere malen uitgesteld en er is nog steeds onduidelijkheid over de datum waarop de wet ingaat. De omgevingswet heeft als doel om de verschillende onderdelen van het omgevingsrecht beter op elkaar af te stemmen, duurzame projecten te stimuleren en decentrale overheden de vrijheid te geven om zelfstandig beleidskeuzen te maken. Met de omgevingswet verdwijnen de structuurvisies en de bestemmingsplannen en deze worden vervangen door één omgevingsvisie en één omgevingsplan per gemeente. Waar op dit moment bij de structuurvisie en het bestemmingsplan gekeken wordt naar de goede ruimtelijke ordening staat bij de nieuwe omgevingsvisie en het nieuwe omgevingsplan de fysieke leefomgeving met een evenwichtige toedeling van functies en locaties centraal. Het formuleren van integraal beleid wordt zodoende verplicht. 8
Door meer de nadruk te leggen op een omgevingsgerichte visie, flexibilisering en de faciliterende rol van de overheid, kan de Omgevingswet helpen om knelpunten ten aanzien van maatschappelijke accommodaties aan te pakken. Bijvoorbeeld op het gebied van de regionale afstemming (één regionale omgevingsvisie) en herbestemming van accommodaties (wijzigen of verruimen van de gebruiksmogelijkheden bij leegstand).
3.2
Spreiding
De diversiteit en de samenstelling van het accommodatieaanbod in gemeenten is veelal afhankelijk van de omvang van de gemeente, de samenstelling van de gemeente (en deels ook van het ambitieniveau) en de diversiteit van het verenigingsleven. Omdat de gemeente Moerdijk beschikt over een groot aantal kernen, is het logisch dat er enerzijds een vertakt netwerk is van accommodaties in de verschillende kernen. En dat er anderzijds ook sprake is van gemeentelijke voorzieningen, die kern overstijgend zijn. Gemeenschapshuizen zijn in essentie kerngerichte voorzieningen. Gezien de doelgroepen die deze accommodaties gebruiken is de bereikbaarheid van groot belang. Er wordt ook wel gesproken over de zogenaamde ‘pantoffelafstand’. Dit geldt met name voor de doelgroep senioren. Voor mensen met een psychische beperking geldt dat niet.
3.3
Gemeentelijke beleidskaders en ambities
In deze paragraaf worden de gemeentelijke beleidskaders beschreven die relevant zijn in relatie tot het accommodatiebeleid voor de gemeenschapshuizen. Coalitieakkoord 2022-2025 In het hoofdstuk ‘Wonen en Voorzieningen’ wordt onderscheid gemaakt tussen de grotere kernen binnen de gemeente Moerdijk en de kleinere kernen. “Met het programma Vitale Centra bouwen we verder aan meer stedelijke kwaliteiten en een vitaal voorzieningenniveau in deze kernen.” ‘Deze kernen’ zijn Zevenbergen, Klundert, Fijnaart en Willemstad. Gezien de grootte van de kern is er bijzondere aandacht voor Standdaarbuiten. “We zorgen ervoor dat deze voorzieningen ook goed bereikbaar zijn vanuit de omliggende kernen. Bovenstaande betekent dat in elke kern – of in de nabijheid van elke kern –voorzieningen zijn.” We zijn trots op de meer landelijke kwaliteiten van de kleinere kernen en we kijken met realisme naar de voorzieningen in deze kleinere kernen. We blijven de voorzieningen in de kleine kernen steunen als inwoners ze gebruiken. Maar we durven ook zaken te veranderen als het gebruik te ver terugloopt en kosten onevenredig oplopen.
Meerjarenbegroting 2023-2026: In programma 4, ‘Ondersteuning van mensen die het echt nodig hebben’, zijn de volgende doelen opgenomen die in relatie tot accommodatiebeleid voor de gemeenschapshuizen van belang zijn: We hebben in de omgeving van onze inwoners een stevige sociale structuur, met een stevig goed samenwerkend netwerk van ondersteuners en basisvoorzieningen. Inwoners krijgen steun zodat ze zoveel mogelijk zelfredzaam zijn en kunnen participeren in de samenleving. Inwoners weten de weg naar de lichte ondersteuning en samenwerkingspartners hanteren ook de visie ‘lichte ondersteuning waar mogelijk’. Zorg en welzijn werken nauw samen. De relevante strategische doelen vanuit programma 2 ‘Wonen en leven, thema accommodaties en voorzieningen’ zijn: We faciliteren accommodaties en voorzieningen op basis van behoefte, draagvlak, kwaliteit en maatwerk. We bieden accommodaties en voorzieningen aan op kansrijke en aantrekkelijke plekken waar duurzame en veilige instandhouding en exploitatie mogelijk is. Er is in de accommodaties een samenhangend, zoveel mogelijk geclusterd aanbod van onderwijs, sport, cultuur en ontmoeting. We stimuleren eigen verantwoordelijkheid van gebruikers voor instandhouding en exploitatie van sociaal-maatschappelijke voorzieningen.
9
Omgevingsvisie In de gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie Moerdijk (concept) is het een en ander opgenomen ten aanzien van de ontmoetingsfunctie, zie hieronder de letterlijke tekst. Ook is hieronder weergegeven hetgeen is opgenomen over de sociale infrastructuur aangezien dit nauw verband houdt met de functies in een gemeenschapshuis. Zowel voor Zevenbergen (hoofdkern) als de kernen Klundert, Fijnaart en Willemstad (voorzieningenkernen) is het volgende opgenomen: “We zorgen ervoor dat Zevenbergen, Klundert, Fijnaart en Willemstad hun ontmoetingsfunctie behouden, zowel voor de eigen inwoners als voor inwoners uit de omliggende kernen en buurtschappen. Hiertoe zetten we in op het behoud en versterken van een ontmoetingsplaats en daarnaast investeren we als gemeente, samen met ondernemers en inwoners, in inwonersinitiatieven, het verenigingsleven en de vrijwilligerscultuur. We zetten in op het behouden en – waar nodig – versterken van de sociale infrastructuur in Zevenbergen, Klundert, Fijnaart en Willemstad en een sociaal veilige woonomgeving in de buurten.
Enerzijds via het inzetten op een toegankelijke openbare ruimte, maar ook door het zorgen voor ontmoetingsplaatsen in de wijken, waar inwoners formele en informele zorg- en welzijnsvoorzieningen kunnen vinden.” Voor de overige kernen (kleine kernen) is onderstaande opgenomen: “Elke kleine kern heeft een eigen ontmoetingsplek passend bij de schaal van de betreffende kern. Bijvoorbeeld zitplekken in de openbare ruimte, een kleinschalige sportaccommodatie of een dorpshuis(kamer). Maar hierbij vormen de inzet en draagkracht van vrijwilligers en het daadwerkelijke gebruik van voorzieningen een belangrijke randvoorwaarde. We kijken met realisme naar de gemeenschapsvoorzieningen in de kleine kernen, en durven daarom ook zaken te veranderen als het gebruik te ver terugloopt of kosten onevenredig oplopen. In dit kader willen we het combineren van functies stimuleren, bijvoorbeeld het deelgebruik van een voetbalkantine. Ook heeft elke kern één of meerdere formele speelplekken in de buitenruimte, die tevens als ontmoetingspunt functioneren voor de buurt, wijk of kern.” Waar voorzieningen verdwijnen, kijken we samen met inwoners in welke vorm ontmoetingsfuncties op een goede manier behouden kunnen blijven. Daarnaast is opgenomen dat in relatie hiermee een goede bereikbaarheid van belang is.
Vastgoednota In januari 2023 heeft het college van B&W de Vastgoednota van de gemeente Moerdijk vastgesteld. Deze vastgoednota richt zich op de strategische en tactische onderwerpen op het gebied van vastgoed. Het doel hiervan is het creëren van een lange termijn visie op strategisch vastgoed en het creëren van eenduidigheid binnen cluster Vastgoed.
‘We zetten vastgoed op een efficiënte, effectieve en transparante wijze in ten behoeve van het verwezenlijken van gemeentelijke (of regionale) doelstellingen, waarbij we streven naar een optimale balans tussen het maatschappelijke en het financiële rendement’. Cluster Vastgoed wenst zich te onderscheiden op: Bezettingsgraad: we streven naar een bezettingsgraad die in verhouding staat tot de grootte van de kern. Technische staat: we onderhouden het maatschappelijk vastgoed in lijn met het gebruik en het doel van het vastgoed. Ontwikkeling bestaand vastgoed: we hebben een signaleringsfunctie op de vastgoedportefeuille. Hiermee wordt bedoeld dat bestaand vastgoed ontwikkelpotentie heeft en we hierop actief signaleren en acteren. Financieel rendement: we maken de financiën van de vastgoedportefeuille inzichtelijk. Hierbij wordt gestreefd naar transparantie in de verdeling en financiële stromingen. Inspelen op trends en ontwikkelingen: we spelen in op actuele trends en ontwikkelingen uit de maatschappij. Scan Mens & Maatschappij Vanaf 2021 wordt invulling gegeven aan de Scan Mens & Maatschappij. Binnen het sociaal domein wordt uitvoering gegeven aan een flink aantal wetten (28) en taken (270).
Gezien de breedte van het pakket, oplopende kosten en tekort aan middelen is onderzoek gedaan om beter te kunnen sturen op resultaat en samenhang in de hulp en ondersteuning aan inwoners, voor wie zelfredzaamheid niet vanzelfsprekend is.
10
Op basis hiervan heeft de raad in 2021 uitgangspunten vastgesteld voor het sociaal domein, waaronder eigen kracht en verantwoordelijkheid, investeren in preventie en investeren in de samenwerking met maatschappelijke partners om samen dezelfde koers te varen. De Scan Mens & Maatschappij vormt de basis om de opdrachten aan uitvoerings-en samenwerkingspartners tegen het licht te houden. Hoe kunnen de schaarse middelen op de meest effectieve worden ingezet. Doen we met elkaar de juiste dingen en leveren die de gewenste resultaten op. Surplus Welzijn is een belangrijke maatschappelijke partner, die onder andere uitvoering geeft aan het concept ‘Huis van de Wijk’. Concept ‘Huis van de Wijk’ Het concept ‘Huis van de Wijk’ is onlosmakelijk verbonden aan (het doel van) de gemeenschapshuizen. De doelstelling van het concept is tweeledig. Huizen van de Wijk zijn voor de drie betrokken organisaties, Woonkwartier, Surplus en gemeente het middel om de samenwerking op kernniveau met elkaar te organiseren. Het doel is om te komen tot een netwerkorganisatie per kern, waar knelpunten van inwoners worden gesignaleerd, gezocht wordt naar (collectieve) oplossingen samen met de inwoner, en het netwerk, die aansluiten op behoeften van de inwoner en de kern als geheel en waar benodigde ondersteuning (individueel en collectief) dichtbij inwoners georganiseerd wordt.
Huizen van de Wijk zijn voor inwoners, vrijwilligers, organisaties en professionals een plek om elkaar te ontmoeten, van waaruit activiteiten worden georganiseerd ter ondersteuning van kwetsbare mensen en situaties, waar inwoners terecht kunnen voor informatie, advies of hulp –en ondersteuningsvragen aan vrijwilligers en/of professionals. Het doel is om inwoners te stimuleren te participeren in de samenleving, om onderdeel te zijn van een netwerk en hiermee de zelfredzaamheid van inwoners en de sociale structuur van een kern te versterken. Het concept ‘Huis van de Wijk’ vindt plaats in de gemeenschapshuizen, met uitzondering van De Niervaert (Klundert) en De Parel (Fijnaart). In Klundert vindt het plaats in De Mauritshof en in Fijnaart in De Fendertshof. In Moerdijk kennen we ook een drietal pluspunten (De Donk en Serena in Zevenbergen en De Veste in Willemstad). Inhoudelijk vormen deze voorzieningen een aanvulling op de gemeenschapshuizen. Omdat de gemeente hierbij geen rol heeft in eigendom, beheer en exploitatie, maken deze geen onderdeel uit van dit beleidsplan. Op grond van de scan Mens & Maatschappij en op grond van dit beleidskader wordt de opdracht aan Surplus ten aanzien van het concept ‘Huis van de Wijk’ geactualiseerd. Naast uitgangspunt vanuit de scan Mens & Maatschappij is investeren in preventie inmiddels ook een opdracht vanuit de Rijksoverheid.
Aan de hand van het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorg Akkoord komen voor gemeenten middelen beschikbaar om o.a. te investeren in de sociale basis en mantelzorgondersteuning. Het doel hierbij is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen, in goede fysieke en mentale gezondheid en met een stevig sociaal netwerk om hen heen. Gemeenschapshuizen vormen in dit kader een belangrijke plek om activiteiten aan te bieden en mensen elkaar te laten ontmoeten. Een voorbeeld van een dergelijke investering in preventie en versteviging van de sociale basis voor ouderen is de opzet van buurtkamers op twee locaties in de gemeente (De Donk in Zevenbergen en De Veste in Willemstad). Tenslotte worden gemeenten verplicht een integrale woon-zorgvisie op te stellen, waarin wonen, zorg en welzijn aan elkaar wordt verbonden en o.a. het thema langer zelfstandig thuis wonen wordt uitgewerkt.
3.4
De mening van betrokkenen
Tot slot wordt in dit hoofdstuk een korte samenvatting gegeven van de mening van de externe stakeholders. Zoals in de inleiding aangegeven, zijn er gesprekken gevoerd met enkele externe stakeholders, zijnde Surplus, Meer Moerdijk en de Wmo-raad. Er zijn twee avonden georganiseerd met de beheerders en exploitanten van de gemeenschapshuizen en er is een enquête afgenomen onder de inwoners van de gemeente Moerdijk.
11
Allen zijn positief over het participatietraject. De doelstellingen worden herkend en onderschreven. De betrokkenen zijn daarnaast ook zonder uitzondering benieuwd naar het implementatietraject aangezien het beleid uiteraard vooral de hoofdlijnen beschrijft. De meerderheid van de gemeenschapshuizen heeft het als positief ervaren om als groep bij elkaar te komen. Dit is iets om ook in de toekomst een of twee keer per jaar voort te zetten. Op die manier kunnen overkoepelende zaken gezamenlijk besproken worden en kan men van elkaar leren. De mate waarin de gemeenschapshuizen enthousiast zijn over mogelijke veranderingen verschilt. Sommige gemeenschapshuizen zijn huiverig voor te ruime openingstijden in verband met het beperkte aantal vrijwilligers. Hier is in de implementatiefase aandacht voor, ook in relatie tot de grootte en vooral de behoefte in de betreffende kern. Vooral de rolverdeling tussen de vrijwilligers enerzijds en andere partijen zoals bijvoorbeeld Surplus anderzijds zijn daarbij van belang. Tot slot hebben enkele gemeenschapshuizen behoefte aan meer mogelijkheden ten aanzien van de horeca. Ook dat wordt in de implementatiefase meegenomen.
In de gesprekken met Surplus, als één van de grotere stakeholders, is onder andere aandacht geschonken aan de aanstaande evaluatie van het concept ‘Huis van de Wijk’ wat een nauwe verwevenheid heeft met de functie van de gemeenschapshuizen. De Wmo-raad pleit voor een inclusieve samenleving, mensen met een beperking moeten hierin volwaardig mee kunnen doen. Dit betekent ook een goede bereikbaarheid van de gemeenschapshuizen en MFA’s. Niet alleen in de zin van fysieke toegankelijkheid, maar ook financieel en voor anders- en minder taalvaardige inwoners. Hieronder vallen ook de niet digitaal vaardigen. Als specifieke doelgroep brengt de Wmo-raad de jeugd onder de aandacht, zeker gezien de alarmerende landelijke signalen van eenzaamheid en depressieve gevoelens onder de jeugd. Het beheer van de accommodaties is volgens hen een heel belangrijk punt. Vakbekwaamheid, deskundigheid en sociale sensitiviteit voor alle doelgroepen zijn van groot belang en bepaalt mede het succes in relatie tot het verbeteren van de sociale cohesie in een gemeenschap als basis van zelfredzaamheid. De resultaten van de enquête zijn terug te vinden in bijlage 2. 751 bewoners hebben de enquête ingevuld, 525 panelleden van Moerdijk Spreekt (dit is een respons-rate van 45%) en 226 inwoners via de open link.
Met het totale aantal respondenten (751) kunnen met een betrouwbaarheid van 95% en een foutmarge van 3,65% uitspraken worden gedaan over de populatie. Enkele resultaten zijn: Deelnemers die geen MFA bezocht hebben in de afgelopen 12 maanden: Weten niet wat er te doen is (circa 50%). Hebben geen interesse (circa 33%). Vinden niet de juiste activiteiten (16%). 39% geeft aan een MFA wel te willen bezoeken voor educatieve activiteiten. Voor kinderen zijn dit creatieve activiteiten. De voorkeursdagen vrijdag en zaterdag, maandag het minst gewenst. Er is geen voorkeur voor een bepaald dagdeel. Activiteiten die gemist worden zijn: Restaurantfunctie. Muziekvoorstelling. sport en spel. Toneel. workshops. Plek om andere inwoners te ontmoeten past in de toekomst het beste, en/of culturele activiteiten. Investeren in een meer divers aanbod van activiteiten is het belangrijkste verbeterpunt. Het geeft een mooi beeld. In de implementatiefase worden plannen van aanpak per kern gemaakt. Op dat moment wordt één en ander concreter en worden ook bewoners weer actief betrokken.
12
4.
Analyse inventarisatie
4.1
Aanpak van de inventarisatie
Zoals eerder aangegeven is in 2022 een inventarisatie uitgevoerd onder de gemeenschapshuizen en MFA’s. De aanpak van deze inventarisatie was als volgt: Door middel van deskresearch is alle informatie met betrekking tot de functies, het gebruik, de bezetting en spreiding, het eigendom, de exploitatie en het beheer, de kwaliteit en functionaliteit en de financiën bestudeerd die door de exploitanten van de accommodaties of de gemeente Moerdijk beschikbaar is gesteld. Alle informatie is vervolgens opgenomen in een inventarisatiematrix (opgenomen als bijlage 1 bij dit beleidsplan). Deze matrix bestaat uit een samengevat overzicht van alle voorzieningen en daarachter per voorziening een uitgebreidere spreadsheet. Ook is voor iedere voorziening een samenvattende beschrijving opgesteld. Voor iedere kern van de gemeente Moerdijk (en dus voor iedere kern waarbinnen zich één gemeenschapshuis of MFA bevindt) is een factsheet opgesteld met een visualisatie van de betreffende kern en een beschrijving van de bevolkingsopbouw, de bereikbaarheid, het verenigingsleven en de aanwezige vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen (buiten het gemeenschapshuis of de MFA). Er zijn gesprekken gevoerd met alle besturen/beheerders van de gemeenschapshuizen/MFA’s en met de betrokken medewerkers van de gemeente Moerdijk.
Er is een enquête uitgezet onder de structurele gebruikers van de voorzieningen zoals verenigingen. Het gaat hierbij dus om de mening van de betreffende groep gebruikers en niet om de mening van individuele bezoekers.
4.2
Belangrijkste resultaten
Voor de volledige resultaten van de inventarisatie wordt verwezen naar de rapportage: “Inventarisatiefase Toekomst gemeenschapshuizen en MFA’s Moerdijk”, gedateerd 28 juni 2022. In paragraaf 1.2 zijn al enkele belangrijke constateringen uit de inventarisatie weergegeven. In deze paragraaf worden de constateringen in wat uitgebreidere vorm en op onderdelen weergegeven. Het betreft de volgende onderdelen: Functies/Aard van gebruik Bezetting (capaciteit) en spreiding Eigendom, exploitatie en beheer Kwaliteit en functionaliteit Financiën Functie en aard van het gebruik De meeste accommodaties hebben met name een verhuurfunctie. Maatschappelijke organisaties kunnen tegen een laagdrempelig tarief ruimte huren om hun activiteit te kunnen organiseren. Rondom de activiteiten vindt ook ontmoeting plaats. Op een enkele uitzondering na hebben de gemeenschapshuizen geen inloopfunctie. Mensen landen niet aan voor een kop koffie zonder dat zij (ook) een andere reden hebben om de accommodatie te bezoeken. In de meeste huizen organiseert Surplus activiteiten onder de vlag van het “Huis van de Wijk”, waaronder bijvoorbeeld een inloop. Dit geeft belangstellenden de gelegenheid om langs te komen voor een samenzijn & ontmoeting, informatie & advies en ondersteuning op een vooraf vastgesteld moment. Over het algemeen wordt weinig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Er vindt in de gemeenschapshuizen slechts een beperkt aantal activiteiten plaats die voor iedereen toegankelijk zijn. Deelname is meestal verbonden aan lidmaatschap van een vereniging of deelnemer aan (een reeks) activiteiten. In een aantal gemeenschapshuizen bevinden zich speciale functies zoals een (ruil)bibliotheek, een pedicure, een huisarts, een servicepunt of een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal. Bij de MFA’s bevinden zich grotere andere functies zoals een jongerencentrum, een binnensportaccommodatie en/of een zwembad. Een aantal exploitanten zou meer ondernemingsruimte willen hebben voor de zogenaamde bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals verjaardagen, jubilea, bruiloften en uitvaarten. Dit van (oudere) mensen woonachtig in de betreffende kern. Anderen willen zich vooral beperken tot de verhuurfunctie.
13
Bezetting (capaciteit) en spreiding De bezetting van de zalen is niet hoog. Dit is gebruikelijk bij gemeenschapshuizen waar gebruik zich vaak concentreert op bepaalde tijdstippen. Toch kan worden geconstateerd dat er bij (vrijwel) alle gemeenschapshuizen sprake is van voldoende capaciteit, ook op piekmomenten. Een andere indicator voor het maatschappelijk rendement is het aantal dagdelen dat een maatschappelijke activiteit plaatsvindt binnen de accommodatie. Dit varieert van 7 tot ruim 30 per week. Het aantal structurele georganiseerde gebruikers biedt inzicht in de variëteit in het gebruik. Dit aantal bevindt zich tussen ongeveer 10 en 30. De spreiding van de gemeenschapshuizen is optimaal. In elke kern van de gemeente Moerdijk bevindt zich één gemeenschapshuis. Exploitatie & beheer en rolinvulling De exploitatie van de accommodatie is in 8 van de 11 gevallen in handen van een stichting/vereniging. Verder is sprake van twee ondernemers en één grotere marktpartij. De exploitanten zijn vooral verhuurders. Met name de ondernemers/marktpartij geven meer invulling aan activiteiten en ontmoeting. De ontmoetingsfunctie wordt bij de andere gemeenschapshuizen ingevuld door het concept “Huis van de Wijk” dat wordt aangeboden door de welzijnsorganisatie Surplus. Bij het grootste deel van de gemeenschapshuizen is sprake is sprake van een para-commerciële vergunning.
Dit betekent dat de horecavoorziening ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit, er kan alleen alcohol (geen sterke drank) worden geschonken bij een maatschappelijke activiteit. Incidenteel kan er een vergunning aangevraagd worden voor een activiteit die niet past binnen deze beperking. De maatschappelijke functie van de accommodaties is vastgelegd in overeenkomsten tussen exploitant en gemeente. Hierin zijn ook de financiële kaders vastgelegd. Niet altijd is duidelijk op welke wijze tot een bepaalde bijdrage is gekomen en ook bij exploitanten leeft deze onduidelijkheid sterk. Eigendom, kwaliteit en functionaliteit In 5 van de 11 gemeenschapshuizen is de gemeente eigenaar van de accommodatie. De woningcorporatie Woonkwartier heeft 4 panden in eigendom en 2 panden zijn in eigendom van derden. De accommodaties verschillen sterk in omvang en grootte. De omvang varieert van 400 m² tot 5.000 m² en het bouwjaar van de jaren 40 van de vorige eeuw tot 2015. Bij de accommodaties die in eigendom zijn van de gemeente Moerdijk wordt het onderhoud uitgevoerd door de gemeentelijke afdeling Vastgoed. Hiervoor zijn MJOP’s opgesteld. Het dagelijks onderhoud is belegd bij de exploitant.
Bij de accommodaties die niet in eigendom zijn van de gemeente is voor zover dit kan worden geverifieerd sprake van een vergelijkbare demarcatie tussen eigenaar en exploitant als het geval is bij de gemeentelijke accommodaties. Hoewel er geen onderzoek naar is uitgevoerd lijkt op basis van een visuele inschatting de conclusie gerechtvaardigd dat de accommodaties kwalitatief in een goede staat verkeren en ook functioneel goed aansluiten bij het gewenste gebruik. In een aantal gevallen ontbreekt een foyer wat beperkingen stelt aan een ontmoetingsfunctie. Er zijn verbeteringen mogelijk op het gebied van toegankelijkheid en duurzaamheid. Financiën De maatschappelijke tarieven zijn voor de (eind-)gebruikers van de gemeenschapshuizen geüniformeerd. Er is sprake van een vastgesteld bedrag op basis van de grootte van de ruimte, zodat dat overal ongeveer gelijk is. De gemeentelijke accommodaties worden voor een beperkt huurbedrag beschikbaar gesteld aan de exploiterende organisatie, maar er is geen grondslag voor de hoogte van het tarief. In het nog op te stellen overkoepelende maatschappelijke accommodatiebeleid wordt tarifering voor eindgebruikers en exploitanten nader uitgewerkt. De gemeente draagt de kosten voor het onderhoud en de overige eigenaarslasten.
De exploitant genereert inkomsten uit verhuur en horeca en draagt de exploitatiekosten zoals energie, dagelijks onderhoud en personeel. Er is op een enkele uitzondering na geen sprake van een exploitatiebijdrage. De accommodaties die in eigendom zijn van derden worden door de gemeente gehuurd van de eigenaar en voor een beperkt huurbedrag beschikbaar gesteld aan de exploiterende organisatie. De gemeente heeft in principe geen verdere kosten aan deze accommodaties aangezien de eigenaar verantwoordelijk is voor het groot onderhoud en de overige eigenaarskosten voor zijn rekening neemt. Er is op een enkele uitzondering na geen sprake van een exploitatiebijdrage. 14
Voor de andere functies zoals de sporthallen en het zwembad zijn separate exploitatiebijdragen en huurbedragen vastgesteld. Indien de continuïteit van de exploitatie van een gemeenschapshuis om financiële redenen (bijvoorbeeld door meerjarige exploitatietekorten) wordt bedreigt verstrekt de gemeente Moerdijk in het uiterste geval een (aanvullende) financiële bijdrage. Indien sprake is van exploitatieoverschotten kunnen de exploitanten deze zelf aanwenden voor een uitgebreidere invulling van hun maatschappelijke taak of als reservering.
4.3
Analyse op onderdelen
In deze paragraaf wordt beoordeeld in welke mate de huidige situatie reeds aansluit bij de trends en ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 2 en reeds voldaan wordt aan de contouren en beleidsuitgangspunten zoals geformuleerd in hoofdstuk 3. Er wordt derhalve beoordeeld in hoeverre sprake is van een match tussen de huidige situatie met betrekking tot de gemeenschapshuizen en de gewenste situatie voor zover daar in het vigerende beleid al duidelijkheid over wordt gecreëerd. Met betrekking tot de functies/aard van gebruik is geconstateerd dat de gemeenschapshuizen met name op het gebied van de ontmoetingsfunctie (wordt in het bestuursakkoord expliciet van belang geacht) en de bijdrage aan de maatschappelijke participatie van burgers nog maar een beperkte bijdrage leveren. Wel weten maatschappelijke organisaties hun weg naar de gemeenschapshuizen te vinden voor wat betreft het huren van ruimten. De vraag of de gemeente een nog breder gebruik van de gemeenschapshuizen wenst en/of meer ondernemingsruimte wenst te creëren dient te worden beantwoord door middel van het formuleren van nieuwe beleidsuitgangspunten (hoofdstuk 5). De bezetting van de ruimten binnen de gemeenschapshuizen is, ook in vergelijking met veel soortgelijke voorzieningen, aan de lage kant. Intensiever gebruik vergroot het maatschappelijk rendement.
Geconstateerd wordt dat er voor vrijwel alle maatschappelijke partijen die ruimten wensen te huren ruimte beschikbaar is. De lage bezetting is ook het gevolg van het feit dat iedere kern van de gemeente Moerdijk beschikt over een gemeenschapshuis. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de spreiding van de voorzieningen maximaal is. Het vastgoedbeleid van de gemeente geeft weinig inzicht in de ambities van de gemeente met het betrekking tot het in eigendom hebben of juist afstoten van maatschappelijke voorzieningen. Er kan dan ook niet worden aangeven in hoeverre het gefragmenteerde eigendom van de gemeenschapshuizen overeenkomt of conflicteert met de gemeentelijke voorkeur. Hier worden in hoofdstuk 5 nog beleidsuitgangspunten voor geformuleerd. De gemeente laat de exploitatie van maatschappelijk vastgoed over aan lokale organisaties en ondernemers of marktpartijen, maar verder is nog geen uitwerking gegeven aan het beleid hieromtrent. De huidige situatie sluit hier goed bij aan. Met betrekking tot de rolinvulling heeft de gemeente het organiseren van de ontmoetingsfunctie formeel belegd bij de welzijnsorganisatie Surplus maar informeel wordt ook meer verwacht van de exploitant. De gemeente heeft slechts gedeeltelijk invloed op de kwaliteit en functionaliteit van de accommodaties.
Zoals hiervoor aangegeven bij het onderdeel “eigendom” is niet goed duidelijk wat de gemeente in dit opzicht ambieert. Wel is de kwaliteit en de functionaliteit van de gemeenschapshuizen (los van natuurlijk veroudering door de leeftijd) voldoende en zijn verbeteringen nog mogelijk op het gebied van toegankelijkheid en duurzaamheid. Algemene lijn bij financiën is dat de gemeente slechts een zeer beperkte huur in rekening brengt en op deze wijze de gemeenschapshuizen, die op grond van het bestemmingsplan slechts para-commerciële activiteiten mogen uitvoeren dan wel faciliteren, indirect subsidieert. Hier zijn echter uitzonderingen op (met name de Parel en de Niervaert). Dit betreft exploitaties waarvan de gunning heeft plaatsgevonden na het doorlopen van een aanbestedingsprocedure en voor de Parel en de Niervaert is een commerciële exploitatie mogelijk. Er is sprake van een vastgesteld bedrag op basis van het gebouwoppervlak maar er is geen grondslag voor de hoogte van het tarief. De gemeentelijke ambitie op het gebied van financiële transparantie is derhalve nog niet bereikt. Dit is wel het geval voor de maatschappelijke tarieven die de hurende verenigingen en andere organisaties betalen, deze zijn geüniformeerd.
15
5.
Beleidsuitgangspunten
5.1
Algemene visie en doelen
In hoofdstuk 1 is al aangegeven dat accommodaties, waaronder gemeenschapshuizen, een middel zijn om beleidsdoelstellingen te realiseren. Om het hoofddoel van de gemeenschapshuizen te bepalen, is daarom de wettelijke taak van de gemeente als uitgangspunt genomen. Deze wettelijke taak, vanuit met name de Wmo en het landelijk woon- en zorgbeleid, is gericht op het ondersteunen en bevorderen van de zelfredzaamheid en de participatie van inwoners en het bevorderen van de sociale samenhang en de leefbaarheid in de diverse kernen. De ontmoetingsfunctie, die door de gemeenschapshuizen wordt ingevuld, speelt hierin een centrale rol en is daarmee een belangrijke factor in de mate van leefbaarheid van de kernen. Het gemeenschapshuis is een fysieke plek waar: Bewoners/verenigingen/organisaties ruimtes kunnen huren voor activiteiten. Bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Bewoners deel kunnen nemen aan activiteiten en anderszins. Bewoners kunnen meedoen, als bijvoorbeeld vrijwilliger. Lichte hulp en ondersteuning geboden wordt, evenals informatie en advies. Andere voorzieningen kunnen worden aangeboden. “In een gemeenschapshuis” is iedereen welkom. Het gemeenschapshuis verbindt inwoners, vrijwilligers, professionals en maatschappelijke organisaties die elkaar verder kunnen helpen. Het is een centrale plek waar jong en oud samenkomen, meedoen en meedenken.
Inwoners, vrijwilligers en organisaties organiseren allerlei activiteiten, exploitanten faciliteren en sluiten daarbij aan bij de behoefte van de inwoners in de betreffende kern. Ook zijn er verschillende informatieve momenten. Je kunt er terecht voor informatie, advies of hulpvragen. Daarnaast is iedereen die behoefte heeft aan gezelschap van harte welkom!” Kortom, het gemeenschapshuis als knooppunt van sociale samenhang waarbij wordt aangesloten bij de behoefte van de bewoners. Deze behoefte kan uiteraard per kern verschillen en zal in de implementatiefase per kern in beeld worden gebracht. Kenmerkend voor een gemeenschapshuis is namelijk dat het zoveel mogelijk een afspiegeling is van de bewoners in de betreffende kern. Toegankelijk (zowel fysiek als financieel) voor mensen met een beperking, voor anderstaligen en minder taalvaardige en digitaal vaardige inwoners, voor de nieuwkomers binnen een kern: inclusief derhalve. Daarbij is tevens de samenwerking tussen de gemeenschapshuizen en andere maatschappelijke organisaties en accommodaties, professionele organisaties in de omgeving, zoals bijvoorbeeld Surplus en de gemeente van groot belang.
5.2
Beleidsuitgangspunten op onderdelen
De huidige situatie is dat de gemeente geen beleidsuitgangspunten voor gemeenschapshuizen heeft. Een en ander gebeurt al (op hoofdlijnen) zoals hieronder beschreven, maar er is geen grondslag om dit ook in contracten en overeenkomsten vast te leggen en om hierover goede gesprekken met de beheerstichtingen en exploitanten te voeren. Ook is er nu geen mogelijkheid om hen aan te spreken als wenselijke zaken niet gebeuren, laat staan daar consequenties aan te verbinden. Met het ontwikkelen van beleid met betrekking tot de gemeenschapshuizen en MFA’s wenst de gemeente Moerdijk vooral meer structuur en uniformiteit te realiseren. Dit in de overtuiging dat op onderdelen ook maatwerk wenselijk en noodzakelijk is. Het beleid dient te zorgen voor duidelijke uitgangspunten op basis waarvan het gesprek kan worden gevoerd met de beheerstichtingen en exploitanten. Op die manier kunnen er indien nodig ook consequenties aan verbonden worden en daarmee dient het beleid ook de toekomstbestendigheid van de gemeenschapshuizen. In dit beleid is ervoor gekozen om duidelijke overkoepelende beleidsuitgangspunten te formuleren. Deze ontwikkeling mag 3 jaar de tijd krijgen. In combinatie met het nog te ontwikkelen maatschappelijk accommodatiebeleid worden tijdens de implementatiefase zogenaamde stroomschema’s ontwikkeld op basis waarvan de komende jaren steviger gestuurd kan worden.
Enkele voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage 3.
16
Het beleid wordt uitgewerkt op de vijf onderdelen waar ook de inventarisatie zoals beschreven in hoofdstuk 4 uit is opgebouwd: 1.
Functies, aard van gebruik.
2.
Bezetting en spreiding.
3.
Exploitatie & beheer en rolinvulling.
4.
Eigendom, kwaliteit en functionaliteit.
5.
Financiën en tarieven.
Per onderdeel worden hieronder kort de huidige situatie en de beleidsuitgangspunten beschreven.
5.2.1
Functies/Aard van gebruik
Huidige situatie: In de huidige situatie is de eerste van onderstaande functies nu overheersend, de verhuur aan verenigingen en organisaties. Verhuur aan bewoners komt incidenteel voor, de ontmoetingsfunctie is nu erg verschillend per kern en over het algemeen zeer beperkt. Ook is het zo dat de gewenste functies en gebruik niet zijn vastgelegd in beleid en ook niet in contracten en overeenkomsten. Als gevolg daarvan zijn er grote verschillen en heeft de gemeente ook niet de mogelijkheid beheerstichtingen en exploitanten ergens op aan te spreken. Daarnaast is de bezetting van de meeste gemeenschapshuizen niet optimaal en zijn er kansen het gebruik te verbreden en te intensiveren. Beleidsuitgangspunten op het onderdeel functies/aard van gebruik zijn: Op basis van het hoofddoel zijn vijf functies vastgesteld waarin een gemeenschapshuis dient te voorzien. Het gemeenschapshuis hoeft niet bij alle vijf functies de trekkende/organiserende partij te zijn, zie exploitatie & beheer en rolinvulling. 1. Verhuur aan bewoners, verenigingen en organisaties: Het gemeenschapshuis biedt ruimte aan verenigingen en maatschappelijke organisaties, groepen en instellingen. Dit betreft veelal activiteiten die bedoeld zijn voor leden of vaste deelnemers. 2. Ontmoeten & gastheerschap: Het gemeenschapshuis is dé plek waar inwoners elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten.
Dit betekent niet dat sprake dient te zijn van vrije inloop, dit kan ook op bepaalde vooraf vastgestelde momenten. 3. Activiteiten (en evenementen): Het gemeenschapshuis biedt ruimte aan activiteiten en evenementen met een open karakter waar iedereen uit de kern waar de activiteit voor bestemd is kan deelnemen. 4. Informatie & advies: Het gemeenschapshuis biedt ondersteuning aan inwoners van de kern. Het gaat hier om advies en lichte vormen van ondersteuning met een grote diversiteit aan thema's, zoals bijvoorbeeld mantelzorg, financiële zorgen, sociale contacten, (digitale)taalvaardigheden. 5. Voorzieningen: Het gemeenschapshuis huisvest indien mogelijk andere (maatschappelijke) voorzieningen die de leefbaarheid van de kern versterken. Het betreft dan voorzieningen die elders in de kern niet (meer) worden aangeboden, zoals bijvoorbeeld (medische) spreekuren, prikpost en afhaalpunten. Ook onderdelen van de gemeentelijke dienstverlening kunnen een plek vinden in het gemeenschapshuis. Tot slot is er ruimte voor (maatschappelijk) ondernemen, dit op basis van maatwerk en afhankelijk van de overige voorzieningen in een betreffende kern. Het is de ambitie om het huidige functie- en activiteitenaanbod dat in de gemeenschapshuizen plaatsvindt minimaal te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Maatschappelijk gebruik op de vijf functies heeft prioriteit boven andersoortig gebruik.
Daar waar geen sprake is van conflicterende belangen kunnen ook andere activiteiten binnen de gemeenschapshuizen plaatsvinden met een maatschappelijk karakter. Bij accommodaties met een para-commerciële vergunning kunnen aanvullend op maatschappelijke activiteiten, incidenteel commerciële activiteiten plaatsvinden waarvoor dan ook marktconforme tarieven worden gehanteerd. Uiteraard met de benodigde vergunning en binnen de kaders van de APV, het bestemmingsplan en overige wet- en regelgeving. De mogelijkheden om de onder de vorige bullet genoemde kaders te verruimen worden voor de accommodaties waar deze wens leeft in de implementatiefase nader onderzocht. Dit uiteraard met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen, waaronder ook de lokale horeca. Een samenwerking met deze lokale horeca behoort tot de mogelijkheden en waar mogelijk kan een verdienmodel worden gecreëerd waarvan de profits ten gunste kan worden gebracht van de maatschappelijke functie.
17
Toekomst: Deze uitgangspunten worden vastgelegd in contracten en overeenkomsten. Ze zijn minimaal jaarlijks onderwerp van gesprek en in de toekomst, zeker na 3 jaar, wordt hier steviger op gestuurd. Ook is het zo dat zowel in het coalitieakkoord als in de omgevingsvisie gesproken wordt over een ontmoetingsfunctie per kern. Dit wil zeggen dat het aanbod in de toekomst niet per definitie in een gemeenschapshuis plaats hoeft te vinden. Het kan ook in andere accommodaties kunnen worden aangeboden.