CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Financiële verordening gemeente Moerdijk

Raadsvergadering 4 december 2025, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Actualisatie Financiële verordening gemeente Moerdijk 20263.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE MOERDIJK Besluit van de raad van de gemeente Moerdijk tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie;

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 4 december 2025, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de verordening financieel beleid, beheer en organisatie.

Hoofdstuk 1. Artikel 1.

Algemene bepalingen

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

b.

Programma: een samenhangend geheel van (deel)taakvelden, activiteiten en geldmiddelen gericht op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan indicatoren gekoppeld zijn;

c.

Taakveld: eenheden waarin de programma’s, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn onderverdeeld;

d.

Paragraaf: een verzameling van informatie die betrekking heeft op meerdere programma’s: een ‘dwarsdoorsnede’ van de begroting;

e.

Investeringen: het vastleggen van vermogen in duurzame goederen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;

f.

Overhead(kosten): de indirecte kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;

g.

Rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en regelgeving in relatie tot het financiële beheer en de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties;

h.

Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

1

Hoofdstuk 2. Artikel 2. 1.

Begroting en verantwoording

Vaststelling programma-indeling en paragrafen

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast, waarbij de algemene dekkingsmiddelen en overheadkosten onderdeel uitmaken van de baten en lasten van de betreffende programma’s.

2.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma de taakvelden vast.

3.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

4.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. 1.

Inrichting begroting en jaarstukken

Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de begrote lasten en baten per taakveld weergegeven. Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per taakveld weergegeven.

2.

Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.

3.

Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

4.

In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

5.

In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.

2

Artikel 4. 1.

Kaders begroting

Het college biedt jaarlijks aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de

financiële

kaders

van

de

begroting

voor

het

volgende

begrotingsjaar

en

de

meerjarenraming. 2.

Het college betrekt de raad bij de voorbereiding van de Kadernota.

3.

De raad stelt de Kadernota voor 15 juli vast.

Artikel 5.

Autorisatie begroting

1.

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

2.

De lasten van voorziene nieuwe ontwikkelingen worden in de begroting opgenomen bij de stelpost nieuw beleid. De raad ontvangt voor deze onderwerpen in het begrotingsjaar een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen.

3.

In tegenstelling tot hetgeen bepaald is in lid 2 worden vervangingsinvesteringen bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. De lasten gemoeid met deze vervangingsinvesteringen worden verwerkt op het bij het onderwerp behorende programma.

4.

Voor middelen die in de stelpost nieuw beleid zijn opgenomen kan in het raadvoorstel ‘vaststellen (meerjaren)begroting’ een voorstel worden gedaan deze gelijktijdig met het vaststellen van deze begroting beschikbaar te stellen. Het betreft hier in ieder geval incidentele budgetten, budgetten kleiner dan € 50.000 of uitgaven gerelateerd aan de bedrijfsvoering, zoals personele budgetten.

5.

Het college is gemachtigd, om in uitzonderingsgevallen zonder voorafgaand raadsbesluit, de belangen van de gemeente, naar de inzichten op dat moment, zo goed mogelijk te behartigen. Deze omstandigheden zijn aan de orde als het gemeentebelang in een bepaalde situatie (mogelijke) nadelige gevolgen zou oplopen indien geen beslissing kan worden genomen en ingrijpen geen uitstel duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als “brandzaak” en terstond na het collegebesluit gemeld aan de raad.

Artikel 6. 1.

Tussentijdse rapportages

Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden (1e bestuursrapportage) en de eerste 8 maanden (2e bestuursrapportage) van het lopende boekjaar.

2.

Het college informeert de raad via de tussentijdse rapportages over (verwachte) over- en onderschrijdingen van de door de raad geautoriseerde lasten en baten per programma en geautoriseerde investeringskredieten. Het college doet daarbij voorstellen voor bijstelling van het budget en/of voor bijstelling van het beleid. Deze voorstellen worden via een raadsvoorstel met betrekking tot de tussentijdse rapportages voorgelegd aan de raad.

3

3.

In aanvulling op lid 2 is voor overschrijdingen groter dan € 100.000 per gebeurtenis, zowel voor

investeringskredieten

als

exploitatiebudgetten,

vooraf

een

raadsbesluit

nodig,

uitgezonderd afwijkingen waar de gemeente geen invloed op heeft. Er mag pas opdracht gegeven worden tot uitvoering van deze hogere uitgaven, nadat de raad hiermee heeft ingestemd. 4.

In de 1e bestuursrapportage wordt op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële over- en onderschrijdingen.

5.

In de 2e bestuursrapportage wordt op programmaniveau, zowel beleidsmatig als financieel, gerapporteerd op over- en onderschrijdingen van de begroting, onder vermelding van de financiële effecten. Financiële over- en onderschrijdingen op begrote lasten en/of baten van € 50.000 of hoger dienen in elk geval te worden toegelicht.

Artikel 7. 1.

Jaarstukken

Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

2.

Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen van (meerjarige) incidentele budgetten als onderdeel van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het betreft hierbij middelen, waarbij de voortgang van de activiteiten door het niet overhevelen anders in gevaar komt.

Artikel 8.

Vragen en opmerkingen ten aanzien van verkopen

Het college besluit niet over te gaan tot verkoop van goederen met een opbrengst of een waarde in het economische verkeer of een boekwaarde (boekwinst of -verlies) groter dan € 50.000, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn vragen en opmerkingen binnen 14 dagen na ontvangst ter kennis van het college te brengen.

Artikel 9.

EMU-saldo

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad. De lasten gemoeid met een bijdrage in het EMU-tekort worden in de eerstvolgende tussentijdse rapportage en/of jaarrekening verwerkt.

4

Hoofdstuk 3. Artikel 10.

Rechtmatigheidsverantwoording

Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

1.

In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen boven de verantwoordingsgrens die gelijk is aan het percentage en de grondslag voor de goedkeuringstolerantie van de accountant conform het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (Bado).

2.

De rechtmatigheidsverantwoording van het college omvat ook de controle op de specifieke uitkeringen (SiSa).

3.

Het college geeft in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken een toelichting aan de raad op: a.

Alle geconstateerde afwijkingen (fouten en onduidelijkheden), voor zover deze de rapportagegrens van € 100.000 overschrijden, en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;

b.

Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;

c.

Het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan;

d.

Artikel 11. 1.

Geconstateerde fraude door eigen medewerkers.

Voorwaardencriterium

Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

2.

Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader

bestaat

uit

alle

relevante

wet-

en

(interne)

regelgeving

waaruit

financiële

beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het normenkader dient uiterlijk voor de start van de accountantscontrole te zijn vastgesteld.

5

Artikel 12. 1.

Begrotingscriterium

Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.

2.

De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

3.

Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Over- en onderschrijdingen van baten en onderschrijdingen van lasten zijn rechtmatig, op voorwaarde dat ze tijdig gemeld zijn aan de gemeenteraad. Het melden en toelichten van deze overschrijdingen en/of onderschrijdingen in de jaarrekening wordt als tijdig gezien.

4.

Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Overschrijdingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a.

Er is sprake van een overschrijding van de lasten, waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;

b.

Er is sprake van een overschrijding van lasten binnen grondexploitaties, zolang deze past binnen het begrote resultaat van de door de raad vastgestelde grondexploitatie;

c.

Er is sprake van een overschrijding van de lasten op een open-einde regeling onder de voorwaarde dat gehandeld wordt binnen het door de gemeenteraad vastgestelde beleid;

d.

Ontbrekende afrekeningen waarvoor het college een deugdelijke onderbouwing voor wat betreft de rechtmatigheid kan verstrekken, leiden niet tot een fout of onduidelijkheid voor de rechtmatigheidsverantwoording;

e.

Budgetoverschrijdingen geconstateerd na verantwoordingsjaar over activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing);

f.

Afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren van budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget).

5.

Begrotingsonrechtmatigheden, die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor fouten of onduidelijkheden (bij elkaar opgeteld) is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

6

Artikel 13. 1.

Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik

van

overheidsgelden

en

gemeentelijke

eigendommen

bij

financiële

beheershandelingen. 2.

Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 14. 1.

Waardering en afschrijving vaste activa

Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals opgenomen in de ‘Notitie Waarderings- en Afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk’.

2.

Het college biedt de raad deze notitie ter vaststelling aan in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen.

Artikel 15. 1.

Reserves en voorzieningen

In de begroting en de jaarrekening vindt toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de programma’s plaats (bespaarde rente).

2.

Het college biedt de raad in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen, een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: a.

De vorming en besteding van reserves;

b.

De vorming en besteding van voorzieningen.

Artikel 16. 1.

Tarieven goederen, werken en diensten

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen, waarmee kosten in rekening worden gebracht, en het tarief van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd

aan

overheidsbedrijven

en

derden,

wordt

een

extracomptabel

systeem

van

kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostprijsberekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen en reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2.

Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik

7

zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de oninbaar-verklaringen betrokken. 3.

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.

4.

Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende en kortlopende geldleningen en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente kan op een half procent worden afgerond.

Artikel 17. 1.

Prijzen economische activiteiten

Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.

2.

Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.

3.

Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.

4.

Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.

5.

Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.

8

Artikel 18. 1.

Vaststelling hoogte tarieven belastingen, rechten, heffingen en prijzen

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten en heffingen.

2.

Het bepalen van de hoogte van alle overige prijzen is voorbehouden aan het college.

3.

Het college biedt de raad in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen, de nota grondbeleid aan, waarin het grondprijzenbeleid is opgenomen. Het grondprijzenbeleid bevat de methodieken waarop de vaststelling van de grondprijzen is gebaseerd.

Artikel 19. 1.

Financieringsfunctie

Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a.

Financieringen, geldleningen, borgstellingen en garanties worden uitsluitend verstrekt ten behoeve van de publieke taak van de gemeente en

b.

Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden (Fido).

2.

Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college zekerheden.

3.

Als er geen of onvoldoende zekerheden kunnen worden bedongen zal het college vooraf een voorstel voorleggen aan de raad.

4.

Het college kan voor de uitvoering van de financieringsfunctie in een treasurystatuut nadere richtlijnen vaststellen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Deze richtlijnen worden voor kennisgeving aan de raad aangeboden.

5.

Het college informeert de raad over de uitvoering van het treasurybeleid door middel van de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening.

9

Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken

Artikel 20. 1.

Paragrafen

In de begroting en de jaarrekening worden minimaal de verplichte paragrafen opgenomen, en ook een paragraaf Subsidies. De verplichte paragrafen staan vermeld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

2.

In de paragrafen wordt een toelichting gegeven en verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Het college gaat daarbij in op tenminste de verplichte onderdelen per paragraaf zoals deze in de BBV zijn opgenomen.

3.

Indien gewenst kan de raad besluiten om (eventueel tijdelijk) over aanvullende zaken in de paragrafen te worden geïnformeerd. Deze aanvulling zal dan vervolgens onderdeel uitmaken van de toelichting en verantwoording in de paragrafen.

4.

In het geval dat voor de verplichte paragrafen specifieke beleidsnota’s door het college en/of de raad zijn vastgesteld worden de uitgangspunten en afspraken overgenomen in de begroting. Bij de jaarrekening zal hier mede verantwoording over worden afgelegd. Ook bereidt het college voorstellen tot aanpassing van de beleidsnota’s voor, als op grond van gewijzigde omstandigheden of anderszins daar aanleiding toe is.

Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 21.

Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.

Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de organisatie-eenheden;

b.

Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

c.

Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

d.

Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

e.

Het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

10

f.

De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, als ook voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 22.

Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor: a.

Een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatie-eenheden;

b.

Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;

c.

De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

d.

De interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

e.

De te maken afspraken met de organisatie-eenheden over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

f.

Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

g.

Het treffen van voldoende maatregelen binnen de gemeentelijke regelingen en werkprocedures ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan;

h.

Het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;

i.

Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

11

Artikel 23. 1.

Interne controle

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

2.

Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 24. 1.

Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking, met dien verstande dat zij van toepassing is op de verantwoording van de jaarrekening en deelverantwoordingen van het verslagjaar 2025 en later.

2.

De “Financiële verordening gemeente Moerdijk” vastgesteld op 13 maart 2025, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening.

3.

Deze verordening wordt aangehaald als de Financiële verordening gemeente Moerdijk.

12

Artikel 25.

Overgangsbepalingen

De intrekking van de verordening genoemd in artikel 24 lid 2 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening nader vastgestelde voorschriften en/of richtlijnen en/of opgestelde documenten, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 4 december 2025.

De griffier, H.M. Vonk-Schenkel.

De voorzitter, A.J. Moerkerke.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=ee9bbfdf-02cf-4b07-ae6c-c11e223d2588