bijlage 1 bij actiepunt 22003 Notitie uitwerking MWB-norm nieuw
Tekst van het document
Verwerking nieuwe MWB norm in de conceptbegroting 2023
Inleiding Na een lange aanloopperiode, die startte bij de opdracht door het AB in juli 2021, is in de conceptbegroting van 2023 de nieuwe MWB norm verwerkt. De nieuwe MWB norm is een resultante van de evaluatie en de daarop voorgestelde aanpassingen. De evaluatie betrof het herijken van de originele MWB norm, deze was opgebouwd uit het basistaken toezichtprogramma (obv P*Q en het inrichtingenbestand) met daarbovenop percentages voor basistaak vergunningverlening, hercontroles, bezwaar en beroep en klachten en repressief. De overige werkzaamheden, zoals N(iet) I(nrichtings) G(ebonden), verzoektaken en de collectieve taken maakten geen deel uit van de originele norm en maakten dan ook geen deel uit van de evaluatie. In het Algemeen Bestuur van 8 december jongstleden heeft het Dagelijks bestuur voorgesteld om de geformuleerde uitgangspunten en verbetervoorstellen uit de rapport “Evaluatie MWB norm” vast te stellen.
In het kort hield het besluit in: - om meer recht te doen aan het risicogericht werken vinden er voor toezicht kleine aanpassingen plaats en krijgen sommige branches in de grootste categorie bedrijven (B2) op basis van het risicoprofiel een ander toezichtregime; - de percentages voor de zogenaamde aanbodgerichte werkzaamheden worden losgelaten, en de basis voor de minimale inbreng wordt gebaseerd op de historie van de afgelopen drie jaar; - het inrichtingenbestand op datum 1 januari is leidend voor de bepaling van de norm; - de norm geldt voor twee jaar. De algemene teneur was dat gezien de toekomstige ontwikkelingen zoals de evaluatie van het GUK, de intrede van de Omgevingswet en de mogelijke wijzigingen naar aanleiding van het rapport van de commissie Van Aartsen een rigoureuze wijziging van de norm in de tijd niet handig is. Tevens moeten we de diverse effecten van de evaluatie en de andere maatregelen uit elkaar kunnen houden. Overigens is het voorstel in goede samenwerking met de ambtelijke werkgroep van 6 deelnemers en de bestuurlijke klankbordroep van 5 deelnemers tot stand gekomen. Wat was het proces vanaf het besluit in het Algemeen Bestuur Na het besluit door het Algemeen Bestuur is de projectgroep van de OMWB aan de slag gegaan met de berekeningen. Dit in nauw overleg met de ambtelijke werkgroep.
Het ambtelijk overleg als geheel is in eerste instantie op 2 december bijgepraat n.a.v. de behandeling van de AB-stukken. Op 26 januari heeft een tweede informatiebijeenkomst plaatsgevonden. De eerste proefberekeningen zijn gedeeld en besproken met de zes ambtelijke vertegenwoordigers. De proefberekeningen waren op basis van de volgende uitgangspunten: - In de B2 categorie is een onderscheid gemaakt tussen standaard B2, open grondteelt/ akkerbouw en afvalwaterbeheer. Voor standaard B2 geldt een frequentie van 0,2 voor 10,65 uur (“oude” norm), voor open grondteelt geldt een frequentie van 0,1 voor 8 uur en voor afvalbeheer een frequentie van 0,5 voor 14 uur; - Voor vergunningverlening, repressief, bezwaar en beroep en klachten (ook niet basistaken) werd niet (meer) gerekend met een bepaald percentage maar is de historie bepalend voor de hoogte van de norm. Van de historie wordt de laatste drie jaar genomen, een gewogen gemiddelde berekend (Jaar 2019 1x, Jaar 2020 2x, Jaar 2021 3x) en daarvan wordt 90% genomen. De uitkomst van de rekensom geldt als nieuwe norm. Deelnemers kunnen bij het werkprogramma meer inbrengen, 90% is de ondergrens; - Het inrichtingenbestand per 1-2-2022. Dit is in afwijking van hetgeen eerder besloten is. We hebben gemeend hiervan af te wijken om zodoende de deelnemers meer tijd te geven om het inrichtingenbestand te controleren.
Hiermee blijft de MWB norm voor toezicht uitgaan van een professioneel minimaal aanvaardbaar niveau en voor de aanbod gestuurde taken is de historie bepalend voor de norm. Nadat de eerste proefberekeningen waren gedeeld en akkoord bevonden zijn op vrijdag 11 februari 2022 alle berekeningen van de nieuwe norm inclusief leeswijzer naar alle deelnemers verstuurd. Zo’n 12 deelnemers hebben óf een gesprek gehad óf hebben om extra informatie gevraagd. De gesprekken verliepen goed, er was begrip, soms lof en in een aantal gevallen was er discussie over de financiële gevolgen binnen de gemeente. Ik voorzie tijdens de behandeling in het AB nog wel wat vragen. Wat betekent het financieel in relatie tot de begroting Voor de begroting geldt dat de hoogte van het werkprogramma van het huidige jaar leidend is voor het nieuwe begrotingsjaar. Dus het werkprogramma 2022 is leidend voor de begroting 2023. De taken die de grondslag vormen van de MWB norm bepalen (slechts) een deel van deze begroting, in bijlage 1 staat de opbouw van de programmabegroting. Belangrijk is dat de begroting van de drie programma’s de basis is voor het voorschotbedrag dat deels in januari en deels in juli in rekening wordt gebracht bij de deelnemers. De nieuwe MWB norm is voor de deelnemers in vrijwel alle gevallen hoger dan de oude norm.
Niet verbazingwekkend, vooral vergunningverlening was bij de oude norm veel te laag berekend. Echter, aangezien er bij de begroting 2023 wordt uitgegaan van de werkprogramma’s van 2022 is dit bedrag meer bepalend dan de norm. De echte financiële frictie kan ontstaan op het moment dat de minimale inbreng (=MWB norm) hoger is dan het werkprogramma. Dat is bij 7 deelnemers het geval. Deze deelnemers zijn met geel gearceerd. Er is niet één reden aan te wijzen, veelal wordt de eigen (beperkte) financiële ruimte als reden aangegeven. Overigens zijn er ook voldoende deelnemers met een hoger werkprogramma dan de norm. Soms door ambities van de desbetreffende deelnemer of omdat er al een meer reëlere inschatting onder het werkprogramma lag.
Relatie oude norm/ nieuwe norm/ werkprogramma 2022 ALPHEN-CHAAM ALTENA BAARLE-NASSAU BERGEN OP ZOOM BREDA DONGEN DRIMMELEN ETTEN-LEUR GEERTRUIDENBERG GILZE EN RIJEN GOIRLE HALDERBERGE HEUSDEN HILVARENBEEK LOON OP ZAND MOERDIJK OISTERWIJK OOSTERHOUT ROOSENDAAL RUCPHEN STEENBERGEN TILBURG WAALWIJK WOENSDRECHT ZUNDERT
OUD 256.051 413.830 242.713 190.704 371.996 149.887 245.792 228.730 130.549 192.946 86.043 313.182 178.088 260.476 125.588 421.648 226.815 361.910 309.849 170.301 283.883 560.363 257.130 134.957 282.966
NIEUW 224.037 422.634 273.122 437.190 842.967 206.809 275.770 264.859 275.583 214.316 139.106 307.847 202.230 347.750 154.725 721.327 315.100 463.345 469.231 148.193 266.025 993.376 398.159 161.575 313.422
WP 2022 250.501 451.662 261.905 501.000 1.060.000 189.090 300.000 250.287 216.000 223.812 123.500 315.928 187.500 357.644 176.278 857.000 318.500 503.586 550.505 163.000 278.000 1.211.315 387.957 171.838 337.810
TOTAAL
6.396.397
8.838.700
9.644.618
BIJLAGE 1 Opbouw begroting/ werkprogramma P1 basistaak (schuingedrukt is onderdeel van MWB norm) Toezicht basistaak p*q Hercontrole: % van toezicht Vergunningverlening basis, o.b.v. historisch gemiddelde Repressieve handhaving, o.b.v. historisch gemiddelde Bezwaar en beroep, o.b.v. historisch gemiddelde Klachten en meldingen o.b.v. historisch gemiddelde NIG taken, o.b.v. LPF Energie, o.b.v. LPF P2 Toezicht niet basis, ongewijzigd Vergunningverlening niet basis (bodem en grondwater), ongewijzigd NIG taken, niet basis Onderzoek en advies Ondersteuning opdrachtgever Informatieverstrekking en gegevensbeheer P3 Collectieve taken