CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 beleidsregels Update Uitvoeringskader deel archeologie

Informatiebijeenkomst 17 mei 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: 20.30 uur archeologische waardenkaart12.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Elementen op de kaart Op de cultuurhistoriekaart zijn twee soorten cultuurhistorische waarden weergegeven. De eerste categorie betreft de historische gebouwde omgeving (historische bouwkunst): het deel van onze

leefomgeving waarop de mens het sterkst zijn stempel heeft gedrukt en waar hij ook het grootste deel van zijn leven in doorbrengt. De steden en dorpen, de grote verkeerswegen met hun bruggen, sluizen en viaducten, havens en industriegebieden, vestingwerken en de verspreide bebouwing in het landschap kunnen hiertoe worden gerekend. Hieronder rekenen we de rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, en overige historische bouwkunst. Maar ook het historisch bouwkundig erfgoed, onderverdeeld in verschillende erfgoed categorieën (waaronder religieus en militair erfgoed). De historische bouwkunst is op de cultuurhistoriekaart terug te vinden als op zichzelf staande symbolen (zie een voorbeeld op de volgende pagina). Zo geeft de oranje driehoek een Rijksmonument aan, de blauwe driehoek een gemeentelijk monument enzovoort. Voor een volledig overzicht zie de legenda. ln deze legenda is ook aangegeven hoe we met iedere element op de kaart omgaan. De tweede categor¡e is het historische cultuurlandschap (historische geografie en historisch groen): het deel van onze leefomgeving waar menselijke activiteiten over het algemeen meer in wisselwerking én in balans zijn met het natuurlijke milieu dan in de stad.

De ordening door de mens van zijn leefomgeving strekt zich dus niet alleen uit tot zijn gebouwen en bouwwerken, maar ook tot wat zich daarbuiten bevindt: het cultuurlandschap met zijn akkers en weilanden, beken en rivieren, landwegen en dijken, bossen en moerassen. Hieronder rekenen we onder meer vlakelementen zoals veengebieden en polders, maar ook oude infrastructuren, houtwallen en monumentale bomen. Ook historische zichtrelaties maken onderdeel uit van

het historische cultuurlandschap.

6

Bronnengebruik mede bepaald door de provinciale regeling Stimuler¡ng Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011.

77

Het historische cultuurlandschap is op de cultuurhistoriekaart terug te vinden in de aangegeven lijnen en vlakken. Zo geeft de paarse stippellijn een oude hoofdroute aan, de blauw gearceerde cirkel rond Willemstad het schootsveld en de groene pijlen geven een zichtrelatie aan. ln de legenda bij de cultuurhistoriekaart zijn alle categorieën geduid en is ook aangegeven hoe we hiermee om gaan.

Uitsnede cultuurhistoriekoort ter illustratie von de cultuurhistorische waarden. Op deze uitsnede is onder ander te zien: oranje driehoek/rijksmonument; blouwe dríehoek/ gemeentelijk monument; rode stip/overige historische bouwkunst; poorse stippellijn/ oude hoofdroute; blouw georceerde cirkel/schootsveld; groene pijl/zichtrelotie.

Behoud en promot¡e van de cultuurhistorische waarden Het gemeentebestuur van Moerdijk heeft aljaren de wens om ervoor zorgen dat Moerdijkse objecten en structuren die het verdienen, voor de toekomst bewaard blijven (als gemeentelijk monument). We gaan zorgvuldig om met de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen het grondgebied van de gemeente. Willemstad vormt een speerpunt van het toeristisch recreatief beleid binnen de gemeente. Met de cultuurhistoriekaart en de daarbij horende toelichting is veel informatie beschikbaar over de aanwezige waarden en ook is aangegeven hoe we hiermee omgaan als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Maar ook voor het behouden en ontsluiten van cultuurhistorie zijn er een aantal aandachtspunten. Ge meentelij ke mon ume nten

De Rijksmonumentenlijst wordt zelden nog uitgebreid. Wanneer er sprake is van bouwkunst, die we willen behouden is het daarom primair aan de gemeente om een status als gemeentelijk monument te overwegen De gemeente Moerdijk heeft inmiddels 32 panden aangewezen als gemeentelijk monument.

t2

Aanvulling van de monumentenlijst moet aansluiten bij de leefwereld van haar inwoners. Dat betekent dat de gemeente een stapje terug doet en het initiatief bij de bewoners legt. De overheid is daar waar ze dat nodig acht. lnwoners hebben een rol om zelf na te denken over wat er écht behouden moet blijven. En deze rol nemen inwoners ook: er zijn al meerdere aanvragen tot aanwijzing als monument bij de gemeente binnen gekomen, zoals bijvoorbeeld het voormalig ketelhuis met bijbehorende tweeling schoorstenen van de voormalige coöperatieve suikerfabriek in Zevenbergen {zie foto). Ook de Heemkunde Kringen kunnen een rol spelen in het uitbreiden van de gemeentelijke monumentenlijst. Zij kunnen eigenaren van potent¡ele gemeentelijke monumenten in kennis stellen van de cultuurhistor¡sche waarde van het object. En eventueel kunnen zij een eigenaar begeleiden in de aanwijsprocedure, bijvoorbeeld door het aanleveren van specifieke informatie voor de redengevende omschrijving van het object. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, toetst het college aan de samen met de Erfgoedverordening vastgelegde waarderingscriteria voor gemeentelijke monumenten (bijlage bij de verordening). Daarbij worden zij geadviseerd door de Monumentencommissie. Financierings- en ontwikkelingsmogelijkheden On d e rzoe kskost e n b ¡j o ntwi kke I i n g e n

Evenals op het vlak van het archeologisch onderzoek, liggen de kosten van bijvoorbeeld een cultuurhistorische verkenning bij de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling of planvorming. Vooronderzoek, of het inwinnen van informatie omtrent de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden, is een onderdeel van de planvoorbereiding en moet worden meegenomen in de projectbegroting van de ruimtelijke ontwikkeling. Dit geldt zowel voor initiatieven van de gemeente zelf als voor d¡e van derden. Het risico op planschade wordt geminimaliseerd door de beperkingen hangend aan de verschillende cultuurhistorische waarden op de cultuurhistoriekaart en de bestemmingsplanverbeelding te onderbouwen.

Moerdijks restourotiefonds voor gemeentelijke monumenten Om beschermde monumenten voor toekomstige generaties te behouden zijn maatregelen nodig die instandhouding van het object bevorderen. ln aansluiting bij de landelüke tendens wordt op gemeentelijk niveau niet gekozen voor subsidie daarvoor, maar voor leningen tegen een laag rentepercentage. Er zijn op het moment van schrijven 32 gemeentelijke monumenten in de gemeente Moerdijk aangewezen. Van de eigenaren van deze gemeentelijk monumenten wordt verwacht dat z¡j zorgvuldig omgaan met het aangewezen object. Om hen op een duurzame manier te ondersteunen is het Moerdijks Restauratie Fonds opgericht. Dít is een revolverend fonds waaruit leningen kunnen worden verstrekt die zijn bedoeld voor het instandhouden van het exterieur van gemeentelijke monumenten. Dat betekent dat het restaureren van (verdwenen) cultuurhistorische waarden niet wordt gefinancierd. De rente van deze lening ligt 5% onder de marktrente met een minimum van t,SYo. De rentevaste per¡ode is 10 jaar. Er is een min¡mum bedrag van de lening (€ 10.000,--) omdat de kosten om de lening te beheren niet te hoog mogen zijn ten opzichte van de lening zelf. Om ervoor te zorgen dat het fonds niet te snel uitgeput raakt geeft de verordening daarnaast maximumbedragen aan. Dit maximum verschilt per soort gemeentelijk monument.

Voor de bijzondere objecten, waarvan de instandhouding duurder is, kan een bedrag van maximaal € 50.000,-- worden geleend. Voor de kleine(re) objecten (woonhuismonumenten) kan maximaal € 25.000,- worden geleend.

13

Provinciole en londelijke subsidiemogelijkheden De provincie Noord-Brabant en het Rijk bieden mogelijkheden tot het aanvragen van subsidie voor verschillende typen monumenten. Eigenaren van een rijksmonument (geen woonhuis) kunnen financiële ondersteuning voor de instandhouding hun pand bij het rijk aanvragen (Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten ofwel Brim). De provincie kent verder verschillende culturele subsidies, onder andere die voor de instandhouding van molens, her te bestemmen kerken en industrieel erfgoed. ln de gemeentelijke monumentenwijzer zijn (overige) subsidieverstrekkers opgesomd.

Ontsluiting en publieksbereik Ontsluiting van het cultureel erfgoed en het creëren van draagvlak zijn erg belangrijk. Cultureel erfgoed heeft een grote aantrekkingskracht op recreanten en toeristen. Dat is duidelijk te zien in plaatsen met een historische kern (zoals Willemstad), maar ook in cultuurlandschappen. D¡t z¡jn tegenwoordig grote recreatief-toeristische trekpleisters. Toeristische ondernemers ontwikkelen daarom steeds meer initiatieven waarin toerisme en cultuurhistorie elkaar versterken. Om de cultuurhistorische identite¡t van Moerdijk kleur te geven is het nodig om keuzes te maken. Er zijn twee belangrijke speerpunten bij het toeristisch-recreatief benutten van erfgoed, Ten eerste is dat het Vestinglandschap, met de waterlinie, forten en vestingwerken. Ten tweede is dat industrieel erfgoed. Ook karakteristiek zijn de Moerdijks infrastructuur, boerderijen en religieuze gebouwen. Deze zijn belangrijk voor de identiteit van Moerdijk en voor de lokale inwoners, maar vormen in mindere mate kern van toeristisch

recreatieve ontwikkelingen De gemeente zal een bijdrage leveren aan het ontsluiten van cultuurhistorie in gezamenlijkheid met de toeristische promotie van de gemeente. Wû zetten ¡n op het zichtbaar maken van cultureel erfgoed in de openbare ruimte (monumentenschild)7 maar ook het (digitaal) beschikbaar stellen van informatie en bijvoorbeeld het stimuleren van activiteiten rond monumenten, zoals het organiseren van een Open Monumentendag. Voor de organisatie hiervan zal de gemeente Moerdijk investeren in capac¡teit en financiële middelen en een regierol op zich nemen; voor de organisatie wordt een externe partner gezocht. H et officië le mo n u m e nte nsch i ld

Regionole some nwe rking Er zijn tal van ¡n¡tiatieven in de regio om erfgoed te ontsluiten in het kader van de toeristische promotie. Het vestinglandschap is groter dan alleen de gemeente Moerdijk. Het is goed om hierin samen op te trekken, in lijn met samenwerkíngsovereenkomsten als Waterpoort en Nederlandse Vestingsteden en gebieden als de Brabantse Wal met de Brabantse Waterlinie.

7

Een monumentenschild

is het bekende blauwwitte schild dat aangeeft dat een pand een beschermd monument is. Het toekennen van

het monumentenschild gebeurt van rijkswege sporadisch, aangezien de eigenlijke betekenis anders is dan alleen het aanduiden van een monumentT. Het ontwerpen van een speciaal gemeentelijk monumentenschild draagt bij aan de herkenbaarheid van de cultuurhistorische

waarden in de openbare ru¡mte. Zo wordt bijgedragen aan de kwaliteit van de leefomgev¡ng en het ¡dentite¡tsbewustzijn van inwoners, maar ook ingezet op bezoekers van buiten de gemeente. De gemeente Moerdijk zal haar monumentenschild duidelijk moeten onderscheiden van het offic¡ële monumentenschild.

74

4 Werken met de cultuurhistorie- en archeologiekaart Erfgoed is nauw verweven met ruimtelijke ordening, infrastructuur, landbouw, cultuur en toerisme en recreatie. Het speelt op het raakvlak tussen ruimtelijke- en maatschappelijke ontwikkeling en kent ook een belangrijke vergunning- en handhavingscomponent. Ambtelijk hebben zowel projectleiders, beleidsadviseurs als vergunningverleners en handhavers ermee te maken. ln de uitvoering is een brede aanpak en het maken van duidelijke werkafspraken daarom van belang.

lntegrole oanpak Uitgangspunt is om integraal te werken waarbij erfgoed verweven is in de advisering en uitvoering. Nadat de archeologie- en cultuurhistorie kaarten zijn vastgesteld, fungeert deze als een visuele weerslag van erfgoedbeleid en de erfgoedverordening. Daarmee wordt de kaart ook formeel richtinggevend bij ontwikkeling van nieuwe, of het aanpassen van bestaande, ruimtelijke plannen en andere relevante ingrepen. Een logische volgende stap is het overnemen van de archeologische en cultuurhistorische categorieën van de kaart in de gemeentelijke structuurvisie, omgevingsvergunningen strijdig gebruik, ontheffingen planologisch strijdig gebruik en bestemmingsplannen. Dit zal plaatsvinden op het moment dat een herziening aan de orde is. Het zal daardoor een aantal jaren in beslag nemen om de archeologische en cultuurhistorische gegevens ¡n alle plannen op te nemen.

Uitgangspunt is dat de categorieën met bijbehorende vrijstellingsgrenzen die op de kaarten zijn weergegeven direct vertaald worden naar de verbeelding en regels van nieuwe bestemmingsplannen. ln de toelichting bij een bestemmingsplan wordt onder andere het gemeentelijk erfgoedbeleid en de bewoningsgeschiedenis van de locatie (voor zover bekend) tekstueel omschreven. Archeologie wordt via het bestemmingsplan beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', cultuurhistorie door middel van de dubbelbestemming'Waarde - Cultuurhistorie'. Arch e ologisch o nde rzoe k

Via de regels wordt een initiatief in archeologische zones ingedeeld waardoor verplicht rekening moet worden gehouden met de aanwezige, dan wel de te verwachte archeologische resten in de bodem. Als er wordt gekozen voor een archeologisch gevoeliger locatie en behoud niet mogelijk is, of wanneer de maatschappelijke afweging anders uitvalt, moet rekening worden gehouden met de uitvoering van archeologisch

(voor)onderzoek. Archeologisch onderzoek is echter niet altijd direct noodzakelijk. Dit geldt bijvoorbeeld indien afdoende kan worden aangetoonds dat in het gebied reeds in 'relevante mate'verstoring plaats heeft gevonden die aantoonbaar dieper reikt dan de verwachte archeologisch relevante laag. Ook is onderzoek niet noodzakelijk als de geplande bodemingrepen van dien aard zijn dat geen verstoring van de verwachte archeologische resten plaatsvindt. Als archeologisch (voor)onderzoek toch noodzakelijk blijkt, dan kan uit het onderzoek blijken dat er;

1) geen archeologische vindplaats aanwezig is. ln dat geval zijn er geen verdere restr¡ct¡es voor de planvorming;

2\ een vindplaats is aangetroffen die niet behoudenswaardlgs is. ln dat geval zijn er geen verdere restricties voor de planvorming;

3) een behoudenswaardige vindplaats is aangetroffen. ln dat geval wordt bezien of de vindplaats in sltu behouden kan worden door planaanpass¡ng of dat deze ex situ moet worden veiliggesteld middels gravend archeologisch onderzoek.

I

Bijvoorbeeld door oude bouwtekeningen, aantonen exact waar tot op welke diepte de bodem bewerkt is, een archeologisch

booronderzoek conform de vigerende Kwal¡teitsnorm Nederlandse Archeologie. De gemeente beslist ¡n hoeverre er 'afdoende' is aangetoond. n

De behoudenswaardigheid van een vindplaats wordt op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) vastgesteld ¡n het

archeologisch rapport dat in het kader van de ontwikkeling is opgesteld. Deze rapportage wordt door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg van de gemeente Moerdijk beoordeeld (Regio West-Brabant).

15

Archeologisch onderzoek wordt alleen uitgevoerd door instanties die daarvoor gecertificeerd zijn.10 De rapportages die daaruit voortvloeien dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden in de erfgoedverordening en de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en worden beoordeeld door de gemeente Moerdijk. De gemeente is namelijk de bevoegde overheid met betrekk¡ng tot het aspect archeologie en beslist middels het selectiebesluit (zie kader) over bescherming in of ex situ. Bij elk besluit omtrent het aspect archeologie laat de gemeente Moerdijk zich adviseren door haar deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. De gemeente Moerdijk maakt deel uit van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant en maakt via deze regeling gebruik van de aldaar werkzame regioarcheologen. Via deze regeling heeft de gemeente Moerdijk de benodigde archeologische expertise zelf in huis op het gebied van de archeologische monumentenzorg.

lndien het aspect archeologie niet geborgd is in een (oud) bestemmingsplan, dan volgt de verplichting tot het rekening houden met archeologie uit de Erfgoedverordening. lndien archeologie wel is opgenomen in een bestemmingsplan, maar niet conform de nieuwe kaart, dan geldt het bestemmingsplan; de verordening kan alleen een aanvulling vormen op het bestemmingsplan. Het selectiebesluit Naar aanleiding van een ingediend archeologisch rapport neemt de Bemeente een besluit omtrent het aspect archeologie. Het besluit wordt gebaseerd op het advies van haar deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. Dit besluit wordt het "selectiebesluit" genoemd. Het besluit kan inhouden dat bij de voorgenomen ontwikkeling geen rekening hoeft te worden gehouden met archeologie bijvoorbeeld omdat de bodem diep verstoord is, of omdat er geen archeologische resten aanwezig zijn. Als er wel een vindplaats aanwezig is dan kan worden besloten dat deze in situ of ex situ behouden dient te worden. Bij rn situ behoud worden er, via voorwaarden aan de vergunning of ontheffing, technische maatregelen getroffen waardoor de archeologische resten niet beschadigd worden. Bij behoud ex situ worden de archeologische resten opgegraven, uitgewerkt en in het Depot voor Bodemvondsten te's-Hertogenbosch behouden.

De term "selectiebesluit" komt overigens niet in de wet- en regelgeving voor; het is een term die in de KNA wordt gebruikt. Het selectiebesluit is volgens de KNA een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid tot

het al dan niet behouden van eventueel aanwezige archeologische waarden. Een dergelijk besluit heeft alleen juridische betekenis wanneer het is genomen op grond van een wel bestaande wettelijke bevoegdheid, zoals de bevoegdheid om aan een vergunning voorschriften te verbinden en is daarmee in eerste instantie een bevoegdheid van burgemeester en wethouders.ll Financiering Zoals gezegd liggen de kosten van archeologisch of cultuurhistorisch (voor)onderzoek bij de veroorzaker van de

bodemverstoring (het veroorzakerprincipe). Vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek míddels boringen of proefsleuven) dient een regulier onderdeel van de planvoorbereiding te zijn en te worden meegenomen in de projectbegroting van de ruimtelijke ontwikkeling. Dit geldt zowel voor initiatieven van de gemeente zelf als voor die van derden. Het risico op planschade wordt geminimaliseerd door de beperkingen op de archeologie- en cultuurhistoriekaarten en de bestemmingsplanverbeelding te begrenzen en te onderbouwen. Ook de wijze waarop de regels in de dubbelbestemming zijn opgebouwd zorgen hiervoor; zo min mogelijk onnodige kosten voor de initiatiefnemers, zo min mogelijk risico voor het te behouden erfgoed en de gemeente. Het is van belang dat er dergelijke begrenzingen zijn, want als de gemeente geen rekening zou houden met erfgoed en er worden bij werkzaamheden archeologische resten gevonden, dan is de gemeente verantwoordelijk voor het laten onderzoeken van de resten en - niet onbelangrijk - voor de kosten die het stilleggen van de werkzaamheden met zich meebrengen.t' Middels de archeologiekaart en het daaraan gekoppelde vrijstellingsmogelijkheid wordt het doen van toevalsvondsten en het risico op planschade zoveel mogelijk voorkomen en worden de kosten voor de burgers zolaag mogelijk gehouden.

10

Voor gecertificeerde instanties zie www.sikb.nl

11

www.sikb.nl en www.sam-limburg.nl

t' Dit op grond van de meldingsplicht uit de Monumentenwet 1988, art. 53.

t6

Aan het uitvoeren van het gemeentelijk archeologiebeleid zijn eveneens kosten verbonden; de gemeente spreekt met de initiatiefnemer van een ontwikkeling af dat deze de kosten voor zijn rekening neemt. Dit sluit aan bij de doelstelling van de wet, de veroorzaker betaalt. De verstoorder dient de kosten te dragen tot de grens van wat de projectexploitatie kan dragen. ln hoeverre kosten al dan niet ten laste moeten blijven van de aanvrager (initiatiefnemer) is afhankelijk van de omstandigheden. Een regeling voor de vergoeding van de archeologische onderzoekskosten geeft de wetgever n¡et. Het college van burgemeester en wethouders beslist over schadeverzoeken in het kader van de Wamz en het Bamz. ln elk geval dienen initiatiefnemers de kosten voor archeologisch onderzoek bij hun plannen zelf te dragen. Ook dienen initiatiefnemers maatregelen te treffen om behoud van de verwachte archeologische waarden te bewerkstelligen en de kosten van mogelijk archeologisch onderzoek voor z¡chzelf te beperken zodat behoud in situ ontstaat. Pas wanneer dat niet mogelijk is kan in uitzonderl'rjke gevallen er sprake zijn van een tegemoetkoming in de kosten, dit ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders

conform bovengenoemde artikelen. Gecombi nee rde g emeentelijke m on u m e nte n- e n we lsta ndscom missie Bij het beoordelen van wijzigingen aan monumenten en ontheffing in de beschermdegebieden adviseert de gecombineerde welstands- en monumentencommissie. Dit gebeurt eveneens in geval van bouwplannen aan objecten en in gebieden die cultuurhistorisch waardevol zijn. De monumentencommissie adviseert ook over de uitvoering van dit uitvoeringskader en over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten.

17

5 Actieounten en plannins Wat

Wanneer

Wie

Verantwoordelijke

Resultaat

afdeling Cultuurhistorische ên

Bij actualisâtie

archeologische waarden borgen in

bostemmingsplan,

bestemmlngsplan

totale doorlooptiJd

getoetst op

van 10Jaar

aanwezlgheld van

Gerneente

Afdel¡ng RMo, team

ontwikkeling

Ruimtelijke onturikkelingen worden

erfcoed Aandragen nieuwe gemeentelijke

Betrokkene uit de

Afdeling V&H, team

Bescherming van het

monumenten

samenlev¡ngt'

Vergunningen

cultureel erfgoed

Beoordellng aanvragen i.h.k.v. de

GèmeaRte

Afdellng V&H, team

Divers

Doorlopend

Doorlopend

Er{goedverordening (o.a.

Vergunn¡ngen

aanwijzlng monument aanvrag€n orngevlngsvergunnlng, onderzoeksolleht archeolo¡iel Jaarlijks aandacht besteden aan

Jaarlijks

cultuurh¡storie/monumenten

Maatschappelijke

Afdelin8 RMO, team

Minimaal 500 bezoekers

partner/ondernemer

Advies

bereiken.

Eigenaar

Afdeling RMO, team

Zlchtbaarheid van

Advies

gemeentelüke

d.m.v. deelname aan de Open

Monumentendag Plaatsen monumentenschild op

2015

aaRgewezen gefneentelllke

monufnenten. Evehtueel met

monumenten ln de

Ihformatie over het obiect

ooenbare ruimte

Erfgoedprojecten zoals

Doorlopend

Maatschappel¡jke

lespakketten, tentoonstell¡ngen,

partner/onderwijs/

informatieDanelen. etc.

ondernemer

Actueel houden van de

Jaarllks

Gemeente

eultuurhistorie- en

n.v.t.

lnwoners maken kennis met hun eigen histor¡e

Afdeling RM0. team

ontslulten van de juiste

Advies

¡nformat¡e

Afdeling RBOR

lnzicht in

archeologlekaart Onderzoek naar financiële

20L5

Gemeente

consequent¡es vân

onderzoekskosten en

/

onderzoeksplicht bij realisatie en

inzicht in de kosten

beheer in de openbare ru¡mte voor

consequenties t.a.v. de

de gemeente

u¡tvoer¡nB van het beheer en onderhoud

Êvaluatie op resultaten

Afstemming over rol Heemkunde

1e helft 2017

20L5

Gemeente

Gemeente

Kringen als ambassadeur

Afdeling RMO. team

Actualisatie

Advies

ultvoerlnrskader

Afdeling RMO, team

Samenwerkingsafspraken

Adv¡es

tussen gemeente en Heemkunde Krinsen

r3

Bij betrokkene uit de samenleving moet worden gedacht aan eigenaren van een potentieel gemeentelijk monument, lokale Heemkunde

Kringen, initiatief vanuit gebiedsplannen (opsomming niet limitatief).

18

Literatuur Berends, M. en J. Hendriks (red.), 2008: Erfgoed in context. ErfgoedVisie Bredo 2008-2075, Breda 2008. Berkvens, R., 2010: Ondersteboven. Archeologie in Best. Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente 8est, Eindhoven. Berkvens, R., 2010: Gilze en Rijen, von onderof bekeken. Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Gilze en Rr.¡en, Eindhoven. Brouwer, T. /Th. Hanou, 2OO3'. Archeologie en Bestemmingsplennen, Juridische en plonologische mogelijkheden voor de bescherming von orcheologische woørden, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Croonen Adviseurs i.s.m. Monumentenhuis Brabant, 2}tt: Toelichting bij de Cultuurhistoriekaort van de Gemeente Moerdijk.

Groot, N.C.F./A.W.E. Wilbers/S. Lorenz, 2011: "Tussen water en land", Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart en Advies archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk, B&G Rapport 7734. Huijbregts, M., 2011: Nota Archeologie Lond von Heusden en Altena. Tot op de bodem, Aalburg. Provincie Noord-Brabant; Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaorten 2009-2011. Rodenburg, C,2OIO: Nota Archeolog¡e gemeente Etten-Leur, Tilburg. Stichting lnfrastructuur, Kwaliteitsborging, Bodembeheer 2013: Kwoliteitsnorm Nederlandse Archeologie, Gouda.

Weterings-Korthorst, L.,2O77: Nota Archeologie. Gemeente Boarle-Nossou, Etten-Leur. Weterings-Korthorst, L.,2}tt: Nofa Archeologie gemeente Zundert, Etten-Leur. Weterings-Korthorst, L./ H.J.L.C., 2OI3: Notq Archeologie Gemeente, Drimmelen, Etten-Leur www.sikb.nl www.sam-limburg.nl

T9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=ba128563-9f5d-41a7-a8df-ee46ce6f223c