CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 beleidsregels Update Uitvoeringskader deel archeologie

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Actualisatie archeologiekaart Moerdijk12.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Oplegnotitie update Uitvoeringskader Erfgoed Deel archeologie

Gemeente Moerdijk

Gevonden in 2020 in de buurt van Klundert: 25 gouden munten uit het laatste kwart van de 15e eeuw tot en met het laatste kwart van de 16e eeuw. Bron: https://www.portable-antiguities.nl/pan/#/ensemble/public/80

Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Moerdijk O.O. I

1

mijbekend, de

Voorwoord Op 18 december 2014 stelde de gemeenteraad van Moerdijk voor het eerst een Uitvoeringskader Erfgoed (Cultuurhistorie & Archeologie) vast. Sindsdien is de landelijke wet- en regelgeving omtrent Erfgoed gewijzigd en zijn er meer veranderingen op komst. De gemeente Moerdijk sorteert voor op de aankomende veranderingen door op dit moment het archeologiebeleid te updaten. Voor u ligt de oplegnotitie die de update van het onderdeel archeologie bevat en bij het Uitvoeringskader Erfgoed is gevoegd. H¡ermee is het archeologische gedeelte van het Uitvoeringskader actueel. Landelíjke wet- en regelgeving Wet op de orcheologische monumentenzorg 2007 (Womz) Zoals bekend, is sinds september 2OO7 de zorg voor het archeologisch erfgoed een wettelijke taak voor de gemeente

geworden. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta, dat door Nederland in 1992 werd ondertekend en dat op 1 september 2OO7 in de Nederlandse wetgeving werd verankerd via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) Sinds die datum zijn gemeenten op basis van de herziene Monumentenwet verplicht om bij ruimtelijke plannen "rekening

te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten (archeologische) monumenten". Met de wijziging van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in juli 2008 is voornamelijk de gemeente formeel het bevoegd gezag geworden voor de omgang met archeologische waarden bij beslissingen in het kader van de ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied. De gemeente Moerdijk heeft vervolgens invulling gegeven aan haar archeologische zorgplicht door een gemeentelijke

archeologiekaart met bijbehorend beleidsdocument (Uitvoeringskader Erfgoed) op- en vast te stellen. Dit archeologiebeleid fungeert tot op heden als onderbouwde onderlegger voor bestemmingsplannen ter bescherming van de archeologische resten die in de bodem aanwezig (kunnen) zijn. Erfgoedwet 2016 en toekomstige Omgevingswet m.b.t. archeologie Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden: één integrale wet die betrekking heeft op museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. De Erfgoedwet bundelt eerdere wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere

wetten en regelingen golden tenminste worden gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt samen met de toekomstige Omgevingswet de opvolger van de Monumentenwet 1988 en daarmee ook

de Wamz. Laatstgenoemde twee wetten zijn derhalve met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet vervallen. Voor het aspect

archeologie is er met de komst van de Erfgoedwet vrijwel niets veranderd. De grootste ¡mpact van de wet is het feit dat archeologische bedrijven n¡et meer werken onder een opgravingsvergunning van de Minister van OC&W, maar dat ze zich voor verschillende werkzaa mheden moeten certificere n. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking getreden is, is ten aanzien van de archeologische erfgoedzorg sprake van een

overgangsregeling. Deze overgangsregeling is opgenomen in artikel 9.1 van de Erfgoedwet. De regeling houdt ¡n dat de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven, tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Een ander aspect dat van invloed is op de omgang met archeologie en dan met name met betrekk¡ng tot de gemeentelijke

archeologiekaart is het'amendement Ronnes' uit 2015. Door dit amendement moeten gemeenten niet alleen meer "rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten (archeologische) monumenten" zoals dat sinds 2007 moet, nu moet dit ook "aantoonbaar" zijn. Een gevolg hiervan is dat een kwaliteitsslag nodig is van de gemeentelijke archeologiekaart. Daarnaast bleek deze kaart simpelweg toe aan vernieuwing omdat er inmiddels nieuwe wetenschappelijke theorievorm¡ng is, nieuw en gedetailleerder kaartmateriaal bestaat en niet te vergeten is er de

informatie uit de uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen de gemeentegrenzen. De gemeente Moerdijk heeft daarom een nieuwe archeologiekaart op laten stellen, ter vervanging van de bestaande kaart. Moerdijk is hierbij samen opgetrokken met de gemeenten Etten-Leur, Oosterhout en Drimmelen. H¡ermee voldoen de vier gemeenten aan de eisen die de nieuwe en aanstaande wet- en regelgeving vraagt. De gemeente Moerdijk gaat de nieuwe archeologiekaart voor het gemeentelijk grondgebied borgen door de Erfgoedverordening te wijzigen, het beleid en de kaart te laten vaststellen.

2

Hierdoor wordt het mogelijk om te anticiperen op de nieuwe archeologische beleidskaart en af te wijken van het vigerende bestemmingsplan met een binnenplanse vrijstelling. De archeologische beleidskaart zal worden opgenomen in het omgevingsplan. Waarom archeologie? Het beschermen en behouden van archeologisch erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen is het doel van het verdrag van Malta. Het gaat om onze voorouders en dus onze identiteit. We kunnen veel leren van die voorouders, bijvoorbeeld over hoe men woonde, wat men at en hoe met de doden werd omgegaan. Maar archeologie kan ook een bijdrage leveren aan hedendaagse maatschappelijke thema's, zoals aanpassing aan het veranderende

klimaat en de gevolgen van menselijk handelen op de natuurlijke omgeving. Archeologische resten z¡jn de enige informatiebron van het verleden van voor de komst van het schrift (prehistorie). Daarnaast levert archeologie een belangrijke en onbevooroordeelde aanvulling op de geschreven geschiedenis (historie)

Tekstuele bronnen zijn namelijk altijd gekleurd door omgeving, tijdsgeest en de auteur. Bovendien was in het verleden lang niet iedereen geletterd, waardoor geschreven bronnen grote blinde vlekken kennen. Deze kunnen worden

opgevuld door archeologische kennis. Elk archeologisch onderzoek, hoe klein ook, levert een stukje op van de puzzel van ons verleden. Na onderzoek weten

we meer over het lokale plaatje en veel onderzoeken samen vullen het grote plaatje aan. Archeologie, maar ook erfgoed in het algemeen, kan natuurlijk ook een enorme meerwaarde geven aan een ruimtelijke

ontwikkeling; het brengt zoveel meer als er een verbinding wordt gelegd met het verleden van de plek zelf ! Belangrijke materie dus. Maar kwetsbaar. Daarom zet de wetgever in op het behouden van het archeologisch erfgoed, dat van ons allemaal is. Wat de omgang met dit ondergrondse erfgoed ingewikkeld maakt, is dat het bodemarchief verborgen is voor het menselijk oog. D¡t terw¡jl veel ruimtelijke ontwikkelingen juist leiden tot verstoring van de bodem en de daarin bewaarde archeologische resten. Daarbij komt het feit dat een bodemverstoring niet ongedaan gemaakt kan worden: zonder onderzoek zouden de archeologische resten onherstelbaar beschadigd raken of, erger nog, voor

altijd verloren gaan. Door de beperkte zichtbaarheid en kwetsbaarheid is het voor gemeenten een uitdaging om goed om te gaan met dit bodemarchief. Tegelijkertijd ligt er een wettelijke plicht om archeologische resten rn of ex situ te behouden. Als het niet mogelijk is om archeologische resten te behouden in de bodem (in situ), dan moeten ze veiliggesteld worden middels archeologisch onderzoek (ex situ). Een gedegen beleid met betrekking tot archeologie is dus van groot belang.

Conform de landelijke wet- en regelgeving geldt bij archeologisch onderzoek het'veroorzaker betaalt'-principe; zou een bodemingreep niet worden uitgevoerd, dan blijven de resten immers onaangetast bewaard zonder verdere onderzoekskosten. Door dit veroorzakersprincipe kunnen gemeenten voorwaarden stellen aan de omgang met het bodemarchief. Vanuit het oogpunt van rechtmat¡gheid en het voeren van goed beleid is het van belang dat gemeenten in hun ruimtelijk beleid hierop anticiperen middels het eigen archeologische beleidsinstrumentarium dat ook bekend is bij de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling c.q. bodemverstoorder (grondeigenaren, ontwikkelaars of de gemeente zelf). Dit regelt de gemeente via de vertaling van het archeologiebeleid in het bestemmingsplan en later in het omgevingsplan. De daaropvolgende omgevingsvergunning wordt getoetst aan de regels die daarin worden gesteld. De gemeente heeft een handhavende taak m.b.t. de uitvoering van de archeologische monumentenzorg.

De archeologiekaartl De archeologiekaart vormt de basis voor het verbeelden van prior¡te¡ten in het belang van archeologische waarden.

Aan de archeologiekaart ligt een gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart met uitgebreide toelichting

ten grondslag. Het gebied waarin de gemeente Moerdijk is gelegen, kent een rijke en turbulente geschiedenis. Het landschap heeft ¡n de loop der tijd een aantaltransit¡es doorgemaakt die grote invloed hebben gehad op de mens, maar vice versa heeft ook het menselijk handelen de vorm van het landschap dramatisch en blijvend veranderd. Het gebied is in de voorbije 10.000 jaar meerdere keren verdronken en weer teruggewonnen door de mens. De sporen die daarbij zijn

achtergebleven variëren sterk in zowel positie als aard als diepteligging. Als gevolg daarvan is de archeologische verwachting zeer gedifferentieerd in zowel tijd als ruimte (diepte). Het bepalen van de aantoonbare archeologische verwachting vroeg om volledige herziening van de eerdere kaarten.

l Gebaseerd op Ellenkamp et ø1.,2023.

3

Woorden- en verwachtingskoorten plus uitgebreide toelichting Voor de herziening is gebruik gemaakt van zowel (nieuwe) wetenschappelijke kennis en kaartmateriaal, als van lokale archeologische vindplaats- en onderzoeksgegevens. De basis voor het archeologisch verwachtingsmodel wordt gevormd door een analyse van de wijze waarop het landschap zich door de tijd heen heeft ontwikkeld en de 'knikpunten' die zich daarin aftekenen. Die knikpunten z¡jn momenten waarop ofwel het landschap ofwel de autonome menselijke ontwikkeling zodanig verandert dat de wijze waarop de mens het landschap gebruikt gedwongen mee verandert. Daarom is in het

verwachtingsmodel een periodisering te zien. Elke periode heeft een eigen archeologische waarden- en verwachtingskaart:

1. Jagen en verzamelen op de toendra en in het bos 2. Landbouw in een verdrinkend landschap 3. Polderendestaatssamenlevingen Deze drie verschillende archeologische waarden- en verwachtingskaarten zijn vervolgens samengevoegd tot één combinatiekaart (kaart 7). Deze verschillende kaarten en de uitgebreide toelichting (rapport Raap 6065 vers¡e: 2023-04-07, fungeren overigens als

inhoudelijk uitga ngspunt voor toekomstige archeologische onderzoeken. Hieronder zijn de verschillende onderdelen daarvan in tabelvorm weergegeven met daarbij een korte inhoudelijke

toelichting. De kaarten 7 en 8 en de toelichting zijn te raadplegen op:

https://www.moerdiik.nllweb/Moerdiiksite/lnwoners/Wonen-en-verhuizen/Monu

menten-en-cu ltuu rhistorie.html

Het complete dossier is (straks) te vinden op de website van de regio-archeologen. RWB I Onderwerp: Regioarcheologie en cultuurhistorie (west-brabant.eu) Be I e i ds ka o rt ( o rch e olo g i e ka a rt )

De volgende stap was om op basis van de archeologische waarde of de mate van archeologische verwachting en de

verwachte omvang en diepte van de vindplaatsen te komen tot een goed onderbouwd vrijstellingsregime. Dit is het

feitelijke archeologiebeleid. Ook deze stap is in onderstaande tabel opgenomen. Zo is de route van waarden en verwachtingen naar beleid inzichtelijk gemaakt. Om onderstaande tabel te kunnen lezen en begrijpen, moeten de combinatiekaart (KB7_totaal) en de beleidskaart (KB8_beleid) ook gebruikt worden. Oud versus nieuw

Hieronder zijn de geactualiseerde beleidskaart en de oude kaart weergegeven. De oude kaart kenmerkt zich door grote vlakken met een gelijke verwachting. Met behulp van het gedetailleerde

ondergrondmodel is op de nieuwe kaart een veel gedifferentieerdere zonering ontstaan die beter recht doet aan de werkelijke lokale topografie. Niet direct zichtbaar op de kaartbeelden, maar wel in de achterliggende data is het feit dat de geactualiseerde kaart inzicht geeft in de aard, datering en diepteligging van de verwachte archeologie. De beleidslijnen en vrijstellingsgrenzen zijn daarop afgestemd. Zo is onderzoek pas nodig wanneer archeologische resten daadwerkelijk bedreigd wordt door ruimtelijke ingrepen en wordt onnodig onderzoek zoveel mogelijk voorkomen. Als gevolg daarvan is het areaal met verwachtingen waarvoor een strikt archeologisch regime geldt, drastisch teruggebracht. Dat betekent dus ook dat het areaal met een ruimer regime veel groter is geworden (vergelijk de groentinten op de nieuwe kaart en geeltinten op de oude kaart, zie onder). Het is niet zo dat hier helemaal geen archeologische resten worden verwacht. Door voortschrijdend inzicht is duidelijk geworden dat het landschap ook buiten de woonplaatsen op verschillende wijzen werd gebruikt. Sterker nog, de hierverwachte archeologische resten getuigen van het (herhaaldelijk) verdrinken en weer ontginnen van het gebied; feitelijk het DNA van het Moerdijkse grondgebied.

Vanwege de grootschaligheid van de ontginningen, kunnen deze resten echter gedocumenteerd worden door middel van extens¡evere vormen van archeologisch onderzoek. Dat resulteert in een milde onderzoekslast, terwijl de onderzoeksresultaten van grote waarde kunnen zijn voor het verhaal van het gebied. De archeologische verwachtingszones zijn net anders ingedeeld dan voorheen en op basis van voortschrijdend inzicht z¡jn

ook de vrijstellingsgrenzen verdedigbaar verruimd. De beleidsindeling, m.a.w. de categorie-nummers, kunnen één-op-één gebruikt worden als nummering voor de

dubbelbestemming'Waarde-Archeologie'

in het bestemmingsplan en omgevingsplan.

4

*

Øt I

t .\

Oude beleidskoort versus nieuwe beleidskaørt

Het selectiebesluit Naar aanleiding van een ingediend archeologisch rapport neemt de gemeente een besluit omtrent het aspect

archeologie. Het besluit wordt gebaseerd op het advies van haar deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. Dit besluit wordt het "selectiebesluit" genoemd. Het besluit kan inhouden dat bij de voorgenomen ontwikkeling geen rekening hoeft te worden gehouden met archeologie bijvoorbeeld omdat de bodem diep verstoord is,

of omdat er geen archeologische resten aanwezig zijn. Als er wel een vindplaats aanwezig is dan kan worden besloten dat deze in situ ol ex situ behouden dient te worden. Bij in situ behoud worden er, via voorwaarden aan de omgevingsvergunning, technische maatregelen getroffen waardoor de archeologische resten niet beschadigd worden. D¡t wordt vastgelegd in een met de gemeente afgestemd behoudsmaatregelenplan. Bij behoud ex sltu worden de

archeologische resten opgegraven, uitgewerkt en ¡n het provinciale Depot voor Bodemvondsten te's-Hertogenbosch behouden. De term "select¡ebesluit" komt overigens niet in de wet- en regelgeving voor; het is een term die in de KNA wordt gebruikt. Het selectiebesluit is volgens de KNA een gemotiveerd besluit van het bevoegd gezag tot het al dan niet

behouden van eventueel aanwezige archeologische waarden. Een dergelijk besluit heeft alleen juridische betekenis wanneer het is genomen op grond van een wel bestaande wettelijke bevoegdheid, zoals de bevoegdheid om aan een vergunning voorschriften te verbinden en is daarmee in eerste instantie een bevoegdheid van burgemeester en wethouders.

Aanvullingen líteratuurlijst Parapluplan archeologie, gemeente Altena (NL.lMRO.1959.AltBP082PpluArcheo-ON01) Ellenkamp, G.R. / B.J.G. van Snippenburg / S.P.H. Bouwmans, 2023: Verdronken en teruggewonnen. Actualisatie van de archeologiekaarten van de gemeenten Etten-Leur, Oosterhout, Moerdijk en Drimmelen, RAAP-RAPPORT 6065. C. Rodenburg en L. Korthorst,2Ot4: lJitvoeringskader Erfgoed. Cultuurhistorie & Archeologie, Moerdijk.

5

Legenda eenheid

Toelichting verwacht¡ngskaa rt (KB7_totaal)

Waarde

Advies

verwachtingskaart

beleidskaart vrijstellingsg

(KB7_totaal)

(KB8_beleid)

Onderbouwing

renzen

beleidskaart (KB8_beleid) Beschermd

Rijksmonument Archeologische vindplaats À

en/of structuur

Zie beleidskaart

Komt in de gemeenten niet voor maar wellicht wel in de toekomst, daarom wel opgenomen Locatie waar de aanwezigheid van archeologische resten is vastgesteld. Waar het een puntlocatie betreft is hier omheen zone met een straal van 25m (bij een vindplaats van jager-verzamelaars) of 55m (bij landbouwers en staatssamenlevingen) aangeduid, waarin de archeologische resten z¡ch kunnen uitstrekken. Bouwhistorische elementen zoals gekarteerd op basis van historisch kaartmateriaal, waarvan in de bodem resten bewaard kunnen zijn en zodoende te beschouwen zijn als archeologische vindplaats. Dijken zoals gekarteerd op basis van historisch kaartmateriaal. Voor het Lage is vastgesteld dat de bewoningssporen vooral aan de dijken gekoppeld zijn. Zodoende geldt hiervoor een hoge archeologische verwachting. Structuren (zoals erven en dorpskernen) zoals gekarteerd op basìs van historisch kaartmateriaal, waarvan in de bodem resten bewaard kunnen zijn en zodoendete beschouwen zijn als archeologische vindplaats. Het betreft hier de gradiëntzones die bij uitstek werden opgezocht door de jagerverzamelaars, zodat hiervoor een hoge kans op het aantreffen van vindplaatsen geldt. Het gaat om concentraties met vuurstenen artefacten.

ln het Lage worden ze afgedekt door een steeds dikker worden pakket veen en/of klei, waardoor ze volledig intact bewaard (en dus van hoge waarde) kunnen zijn, maar dan op > 1m diepte beneden maaiveld Zie beleidskaart

L

n.v.t. < 100 m2 en 40 cm -mv

< 100 m2 en

40 cm -mv < 100 m2 en 40 cm -mv < l-00 m2 en 40 cm -mv < l-00 m2 en 100 cm -mv

2a i.c.m.

3/4ls ',.**-."d'#'

Het betreft hier de gradiëntzones die bij uitstek werden opgezocht door de jagerverzamelaars, zodat hiervoor een hoge kans op het aantreffen van vindplaatsen geldt. Het gaat om concentraties met vuurstenen artefacten. ln het Hoge liggen deze aan het maaiveld, wat ze kwetsbaar maakt voor bodemingrepen.

6

3

< 500 m2 en 40 cm -mv

ln categorie 2 betreft het kleine vindplaatsen waardoor er strakke vrijstellingsgrenzen nodig zijn om ze te kunnen beschermen.

ln categorie 2 betreft het kleine vindplaatsen waardoor er strakke vrijstellingsgrenzen nodig zijn om ze te kunnen beschermen. ln categorie 2 betreft het kleine vindplaatsen waardoor er strakke vrijstellingsgrenzen nodig zijn om ze te kunnen beschermen. ln categorie 2 betreft het kleine vindplaatsen waardoor er strakke vrijstellingsgrenzen nodig zijn om ze te kunnen beschermen. Hier betreft een gerede verwachting op kleine vindplaatsen van jagers-verzamelaars omdat de bodem naar verwachting intact is en daarmee ook de te verwachten vindplaatsen. Daarom zijn er strakke vrijstell¡ngsgrenzen nodig zijn om ze te kunnen beschermen. ln het Lage komt waarde 2a soms voor i.c.m. waarde 3/4/5.DiT is een gevolg van het gelaagde landschap ter plaatse, waardoor soms aan het mv een andere waarde (3/a/5) eeldt dan op >1m (2a). Er moet dan aan beide waarden getoetst worden. Hoewel de te verwachten vindplaatsen van jagersverzamelaars klein zijn en strakke vrijstellingsgrenzen nodig hebben om ze te kunnen beschermen, achten wij het te verdedigen om te kiezen voor ruimere grenzen. Dit omdat de ervaring in het gebied ons leert dat de bodem vaak niet meer intact is waardoor de verwachting op deze vindplaatsen kleiner is.

Legenda eenhe¡d

Toel¡chting verwachtingskaart (KB7_totaal)

Waarde beleidskaart (KB8_beleid)

verwachtingskaart (KB7_totaal)

Hoge kans op

De delen van het landschap die van nature het meest geschikt waren voor

bewoningssporen van landbouwers en staatssamenlevingen

landbouwkundig gebruik (de vruchtbare zandruggen) en daarvoor ook beschikbaar waren (dus niet afgedekt door veen en/of klei).

Donk

Behalve de dijken vormden ook de natuurlijke donken (zandkoppen) geschikte uitvalsbases, van waaru¡t het landschap werd ontgonnen. Dat geldt zowel voor het

Kans op door stuifzand afgedekt landscha p Crevasse

Kans op

bewoningssporen van landbouwers en

middeleeuwse veenlandschap als het zeekleilandschap van na de Sint Elisabethsvloeden. Voor deze zones geldt daarom een hoge verwachting gerelateerd aan bewoningssporen uit deze periode. Op de donken die niet door de veengroei geisoleerd raakten, zijn mogelijk ook nog bewoningssporen van voor de midde leeuwen te verwachten, zowel van de landbouwers als de jager-verzamelaars. Hoe dit afgedekte landschap er uitziet is onbekend, het is alleen bekend dat er afgedekte (prehistorische) landschappen onder het stuifzand schuilgaan met daarin een ka ns op goed bewaarde (en dus waardevolle) vindplaatsen. De crevasses vormen oppervlakkige zandplaten in het kleigebied. Vanwege die zandige textuur en de relatief hoge liggen, vormden ze geschikte woonlocaties tijdens en na de inpoldering. Zones die van nature weliswaar geschikt waren voor de landbouw, maar geleidelijk door het veen geïsoleerd raakte, waardoor ze minder goed bereikbaar en daarmee ook minder interessant waren.

3

3

Advies renzen beleidskaart (KB8 beleid) < 500 m2 en 40 cm -mv

< 500 m2 en 40 cm -mv

3a

< 500 m2 en 40 cm -mv

4

< 1000 m2

en40cmMV ^

Onderbouwing

vrijstellingsg

< 1000 m2

en40cmMV

ln categorie 3 betreft het vindplaatsen met een grotere omvang dan die van categorie 2 waardoor ruimere vrijstellingsgrenzen mogelijk zijn. ln categorie 3 betreft het vindplaatsen met een grotere omvang dan die van categorie 2 waardoor ruimere vrijstellingsgrenzen mogelijk zijn.

ln categor¡e 3 betreft het vindplaatsen met een grotere omvang dan die van categorie 2 waardoor ruimere vriistellingsgrenzen mogeliik ziin. ln categorie 4 is de kans op vindplaatsen zoals in categorie 3 aanwezig maar, kleiner waardoor nog ruimere vrijstellingsgrenzen verdedigbaar z¡jn. ln categorie 4 is de kans op vindplaatsen zoals in categor¡e 3 aanwezig maar, kleiner waardoor nog ruimere vrijstel li ngsgrenze n verdedigbaa r zijn.

staatssa me n levinge n Als 4, maar dan op > Lm diepte beneden maaiveld

4a

< 1000 m2

en l-00 cm MV

Turfvaart / haven / vaart / vliet

Vaarten, havens en vlieten zoals gekarteerd op bas¡s van historisch kaartmateriaal, waarvan in de bodem resten bewaard kunnen zijn en zodoende te beschouwen zijn als archeologische vindplaats

5

< L0.000 m2

en40cmmv en/of M.E.R.-

plicht

7

ln categorie 4 is de kans op vindplaatsen zoals in categorie 3 aanwezig maar, kleiner waardoor nog ruimere vriistellingsgrenzen verdedigbaar ziin. Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoni ngssporen uit bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Bra bant; het (herhaa ldelijk) verdrin ken en weer ontginnen van het gebied. Onderzoek hiernaar is extensiever van aard dan bij bovenstaande categor¡eën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend.

Legenda eenheid

Toelichting verwachtingskaart (KB7_totaal)

Waarde

Advies

verwachtingskaart

beleidskaart

(KB7_totaal)

vrijstellingsg

(KB8_beleid)

renzen

Onderbouwing

beleidskaart (KB8_beleidl < L0.000 m2

Polder ouder dan

Betreft de gebieden die na de Sint Elisabethsvloeden als eerst werden ingepolderd

1550

De verwachte impact van de vloeden is daarom beperkt. Zodoende zijn hier behalve

en40cm-

sporen gerelateerd aan de inpoldering (dijken, afwateringsystemen, etc.) ook sporen van het middeleeuws veenontginningslandschap van voor de overstroming te verwachten zijn (zoals de typische maden-verkaveling).

mv en/of M.E.R.-

Polderjonger dan 1550

Hier is de invloed van de Sint Elisabethsvloeden veel groter geweest, zodat sporen van het middeleeuws veenontginningslandschap niet meer worden verwacht. Wel zijn hier sporen gerelateerd aan de inpoldering te verwachten (dijken, afwateringsystemen, etc.).

5

plicht

5

< 10.000 m2

en40cmmv en/of M.E.R.-

plicht

Via de kreken drong het zeewater het gebied binnen. Hier zijn zodoende resten

5

gerelateerd aan de natte context (met name scheepvaart) te verwachten. Wanneer de kreken na verloop van tijd dichtslibden, konden ze eventueel ontgonnen worden voor de landbouw.

< 10.000 m2

en40cmmv en/of M.E.R.-

plicht

Zoals de kreek, maar dan nog lang of nog steeds watervoerend. Hier kon dus het langst gevaren worden, vandaar een hoge kans op resten van scheepvaart.

5

< 10.000 m2

en40cmmv en/of M.E.R.-

plicht

8

Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoningssporen uit bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Braba nt; het (herhaaldelijk) verdrin ken en weer ontginnen van het gebied. Onderzoek hiernaar is extensiever van aard dan bij bovenstaande categor¡eën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend. Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor da n bewoni ngssporen uit bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Brabant; het (herhaaldelijk) verdrinken en weer ontg¡nnen van het gebied. Onderzoek hiernaar is extens¡ever van aard dan bij bovenstaande categorieën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend. Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoningssporen u¡t bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Braba nU het (herhaaldelijk) verdrin ken en weer ontg¡nnen van het gebied. onderzoek hiernaar is extensiever van aard dan bij bovenstaande categorieën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend.

Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoningssporen u¡t bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Braba nt; het (herhaaldelijk) verdrinken en weer ontginnen van het gebied. onderzoek hiernaar is extensiever van aard dan bij bovenstaande categorieën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend.

Legenda eenheid

Toelichting verwachtingskaart (KB7_totaal)

Waarde

Advies

verwachtingskaart

beleidskaart

vrijstellingsg

(KB7_totaal)

(KB8_beleid)

renzen

Onderbouwing

beleidskaart fKB8 beleid) Kans op vindplaatsen gerelateerd aan

Het betreft hier de zones die niet geschikt waren voor bewoning of beakkering vanwege het schrale of droge sediment, maar die daardoor wel geschikt waren voor begraving (inhumatie en/of crematie) van de doden.

5

begraving en

economische activ¡teiten

< 10.000 m2

Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor

en40cm-

da n bewoningssporen uit bovenstaa nde categorieën

mv en/of M.E,R.-

maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-BrabanU het (herhaaldelijk) verdrinken en weer ontg¡nnen van het gebied. Onderzoek hiernaar is extensiever van aard dan bij bovenstaande categorieën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook m¡nder belastend. Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoningssporen uit bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Brabant; het (herhaaldelijk) verdrinken en weer ontginnen van het gebied. Onderzoek hiernaar ¡s extensiever van aard dan bij bovenstaande categorieën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook m¡nder belastend. Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoni ngssporen uit bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-Bra bant; het (herhaa ldelijk) verdrinken en weer ontginnen van het gebied. Onderzoek hiernaar is extensiever van aard dan bij bovenstaande categor¡eën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend. Deze resten komen in véél lagere dichtheden voor dan bewoningssporen uit bovenstaande categorieën maar vormen WEL het verhaal van dit deel van West-BrabanU het (herhaaldelijk) verdrinken en weer ontginnen van het gebied.

Onderzoek hiernaar ¡s extensiever van aard dan bij bovenstaande categorieën, alleen zinvol bij grote oppervlakten en dus ontwikkelingen en financieel ook minder belastend.

plicht

Kans op vindplaatsen gerelateerd aan economische en i nfrastructu re le act¡viteiten

De delen van het landschap die niet voldeden aan de criteria voor bewoning of begraving, maar die wel anderszins werden gebruikt, bijvoorbeeld voor grondstofwinning, de aanleg van greppelsystemen of paden. Het gaat veelal om lokale of lijnvormige elementen in veel lagere dichtheden dan de sporen

Kans op vindplaatsen gerelateerd aan de natte context

ln de natte delen van het landschap kan een goed geconserveerde en bijzondere archeologische dataset bewaard zijn, omdat ook de organische component bewaard kan zijn. Het gaat dan onder andere om beekovergangen, jachtattributen, resten van veenontg¡nning en turfwinning, paleo-ecologisch materiaal en resten van scheepvaa rt.

5

Als 5, maar dan op > 1-m diepte beneden maaiveld

sb

5

< 10.000 m2

en40cmmv en/of M,E.R.-

gerelateerd aan bewoning.

plicht

< 10.000 m2

en40cmmv en/of M.E.R.-

plicht

< 10.000 m2

en 100 cm mv en/of M.E.R,-

plicht

9

legenda eenheid verwachtingskaart

Toelichting verwachtingskaart (KB7_totaal)

(KB7_totaal)

Waarde

Advies

beleidskaart

vrijstellingsg

(KB8_beleid)

renzen

Onderbouwing

beleidskaart (KB8 beleidl Water

ln de grote open wateren z¡jn resten gerelateerd aan scheepvaart te verwachten

5a

M.E.R.-

Maatwerk

plicht Lage kans op vindplaatsen

Deel van het landschap dat aan geen enkele specifieke voorwaarde voor menselijk gebruik voldoet.

6

Verstoord

Gebied waar grootschalig door de mens in het reliëf is ingegrepen (afgegraven of

6

opgehoogd), waardoor het natuurlijk landschap onherkenbaar is verstoord.

10

Geen

Spreek voor zich

restricties

Geen

restricties

Spreek voor zich

gre meenfe

tÇ

Moerd u k U itvoeri ngskader Erfgoed

Cultuurhistorie & Archeologie

Afdelingen: Ruimtelijke en Maatschappelijke 0ntwikkeling Vergunningen en Handhaving

Àottl 7

lnhoud 1 Erfgoed

Erfgoed: wat is dat? Archeologie Cultuurhistorie .........

Waarom een Uitvoeringskader Erfgoed?

3

3 3 3

3

Wet op de archeologische monumentenzorg.......... Modernisering Monumentenzorg (MoMo) Provinciaal beleid ............ Gemeentelijk beleid Uitvoeringskader erfgoed............

4

Verband met de gemeentelijke paraplunota's.....

5

4 4 5 5

Economisch k|imaat............... Leefomgeving

6

Maatschappij

6

2 De archeologiekaart

.8 .8 .9

Verwachtingszones (hoog, middelhoog, laag) Versoepeling vrijstellingsgrenzen......... Verwachtingszones in het buitengebied en agrarische activiteiten .. Verwachtingszones in relatie tot infrastructurele werkzaamheden...

3 De Cultuurhistoriekaart Elementen op de kaart Behoud en promotie van de cultuurhistorische waarden. Gemeentelijke monumenten ...........

Financierings- en ontwikkelingsmogelijkheden.........

6

10

10

T7 11

12 72

13

Onderzoekskosten bij ontwikkelingen

13

Moerdijks restauratiefonds voor gemeentelijke monumenten..... Provinciale en landelijke subsidiemogelijkheden.... Ontsluiting en publieksbereik................

74

4 Werken met de cultuurhistorie- en archeologiekaart.......... lntegrale aanpak..................... Archeologisch onderzoek .......

13

t4

15 15 15

Financiering .........

t6

5 Actiepunten en planníng

18

Literatuu r.......

L9

2

1 Erfeoed Erfgoed: wat is dat? Erfgoed is datgene wat we hebben geërfd van onze voorouders. Hierbij is er onderscheid tussen moterieel erfgoed en immaterieel erfgoed. lmmaterieel erfgoed betreft bijvoorbeeld volksverhalen, tradities, dialecten, verhalen etc. Het materieel erfgoed is onder te verdelen in roerend en onroerend erfgoed. Het roerend erfgoed is'verplaatsbaar', het zijn bijvoorbeeld archieven, collecties, schilderijen etc. Het onroerend erfgoed is het onderwerp van dit uitvoeringskader. Het gaat hierbij om het bovengrondse en het ondergrondse cu ltuurh istorisch erfgoed.

Archeologie Het ondergrondse cultuurhistorisch erfgoed betreft archeolog¡sche waarden of beter gezegd archeologische resten. Deze resten zijn de zichtbare en onzichtbare resten van vroegere samenlevingen op het land, in de bodem en onder water. ln de gemeente Moerdijk betreft het voornamelijk onzichtbare archeologische resten. Het is geen algemeen bekend gegeven, maar eens waren uitgestrekte veenmoerassen en kreken beeldbepalend voor het gemeentelijk grondgebied. Met name vanaf ongeveer 5000 voor Christus werd het gebied langzaam één groot moerasgebied. Nu is bijna alles van dit landschap verdwenen door de grootschalige winningvan zoutgedurende de Middeleeuwen en de krachtige invloed van zee. De ijverige mens heeft daarna de laatste moerassen en de zee bedwongen door bedijkingen en ontginningen. Archeologische vondsten uit de gemeente Moerdijk tonen echter duidelijk aan dat haar geschiedenis veel verder reikt dan wat het bovengrondse ons nu toon! de mens heeft al voor de vorming van de moerassen in het gebied vertoefd. Voorbeelden van vondsten die hierop wijzen zijn het beroemde Mannetje van Willemstad en vondsten die zijn gedaan bij de aanleg van de HSL-lijn. Een nieuwe bewoningsintensiteit wordt pas duidelijk vanaf de Late Middeleeuwen, welke het begin vormt van de huidige bewoning binnen de gemeente. Van dit tweede begin getuigen enkele tekstuele bronnen.

ln dit kader is met name de stad Zevenbergen belangrijk vanwege een lange en continue geschiedenis die teruggaat omstreeks het jaar 1250 na Christus.l

Cultuurhistorie Het bovengrondse cultuurhistorisch erfgoed bestaat uit de historisch gebouwde omgeving (historische bouwkunst) en het historisch cultuurlandschap (historische geografie en historische groenwaarden). Bij de historisch gebouwde omgeving gaat het om gebouwde elementen met bijzondere betekenis, zoals molens, bruggen, kastelen of beschermde stads- en dorpsgezichten. Specifieke voorbeelden in Moerdijk zijn Fort Sabina en de voormalige suikerfabriek in Zevenbergen. Het historisch cultuurlandschap verwijst naar de ontstaanswijze en bijzondere plekken van onze cultuurlandschappen, zoals polders, kavelstructuren, terpen en het landschap van de Waterlinies. De napoleonsweg in Langeweg is hiervan een mooi voorbeeld. Historisch groen tenslotte zijn de bijzondere beplantingen waarmee de mens zijn beleving van het landschap heeft willen beïnvloeden. Dat kunnen monumentale bomen zijn, of bomenrijen langs straten, lanen en dijken, maar ook begraafplaatsen, tuinen, parken of landgoederen.2 Waarom een U¡tvoeringskader Erfgoed? Sinds september 2007 is de zorg voor het archeologisch erfgoed een wettelijke taak voor de gemeente

geworden. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta, dat door Nederland in 1992 werd ondertekend en dat op L september 2OO7 in de Nederlandse wetgeving werd verankerd via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Sinds die datum zijn gemeenten op basis van de Monumentenwet verplicht om bij ruimtelijke plannen "rekeningte houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten" Met de wijziging van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in juli 2008 is de gemeente formeel de verantwoordelijke geworden voor wat betreft de omgang met archeologische waarden bij beslissingen in het kader van de ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied. De uitvoering van de Monumentenwet, en de integratie van archeologie in ruimtelijke ordeningsprocessen is daarmee een primair gemeentelijke opgave geworden. 1

Groot, N.C.F./A.W.E. Wilbers/S. Lorenz, 2011: "Tussen water en land", Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart en Adv¡es

archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk, B&G Rapport 1734. 2

Toelichting bij de Cultuurhistor¡ekaart

van de Gemeente Moerdijk

3

Wet op de orcheologische monumentenzorg De landelijke wet- en regelgeving omtrent de omgang met het archeologisch erfgoed zet in op behoud en

beheer van het bodemarchief. Dat wil zeggen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen als eerste gestreefd dient te worden naar het ontzien van archeologische resten in de bodem (behoud in situ). Behoud van het kwetsbare bodemarchief was en is lastig. Allereerst, het bodemarchief is verborgen voor het menselijk oog. Ten tweede, veel ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot verstoring van de bodem en de daarin begraven archeologische waarden. Daarbij komt het feit dat een bodemverstoring niet ongedaan gemaakt worden. Door de beperkte zichtbaarheid en kwetsbaarheid is het voor gemeenten vaak zoeken naar een goede omgangsvorm met de in de bodem achtergebleven archeologische resten. Enerzijds moet dit archief beschermd worden, anderzijds kunnen de ruimtelijke ontwikkelingen om verschillende redenen noodzakelijk zijn. Dat wil zeggen dat als het niet mogelijk is om de archeologische resten te behouden, men zal ze moeten veiligstellen middels archeologisch onderzoek. Conform de landelijke wet- en regelgeving geldt hierbij het 'veroorzaker betaalt'-principe. Zou een bodemingreep niet worden uitgevoerd, dan blijven de resten immers onaangetast bewaard zonder verdere onderzoekskosten. Door dit veroorzakersprincipe kunnen gemeenten voorwaarden stellen aan de omgang met het bodemarchief.

Vanuit het oogpunt van rechtmatigheid en het voeren van goed beleid is het van belang dat gemeenten in hun ruimtelijk beleid hierop anticiperen middels het eigen archeologische beleidsinstrumentarium dat ook bekend is bij de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling c.q. bodemverstoorder (grondeigenaren, ontwikkelaars of de gemeente zelf). Dit kan geregeld worden in het bestemmingsplan en op de archeologiekaart en het bijbehorende uitvoeringskader.

Modernísering Monumentenzorg (MoMo) Het rijksbeleid op het gebied van de bovengrondse monumentenzorg is sinds 2009 gericht op een nieuwe aanpak: de Modernisering Monumentenzorg, kortweg MoMo genoemd. Deze modernisering is gericht op drie aspecten:

1) Eenvoudige regelgeving voor eigenaren van rijks- en provinciale monumenten. Het moet voor eigenaren gemakkelijker worden om een monument te onderhouden. Om dit te bereiken worden vergunningen voor verbouwing of restauratie sneller verleend.3 Bovendien is voor een aantal kleine ingrepen in rijksmonumenten geen vergunning meer nodig. 2) Nieuwe bestemmingen voor oude gebouwen. Leegstaande monumenten moeten meer worden hergebruikt. Dit voorkomt leegstand en verval en behoudt monumenten voor de toekomst. 3) Cultuurhistorie onderdeel van ruimtelijke plannen. De Rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg niet alleen oog is voor het monument zelf, maar ook voor de omgeving ervan: het zogenaamde gebiedsgerichte erfgoedbeleid. Binnen het gebiedsgerichte erfgoedbeleid wordt in de ruimtelijke ordening standaard rekening gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Zo kan een gemeente bepalen dat een torenflat niet zomaar naast een monument mag worden gebouwd.

Met het Besluit ruimtelijke ordening (2010) en sinds de inwerkingtreding van de MoMo op l januari 2012 moeten gemeenten in hun bestemmingsplannen aangeven welke cultuurhistorische waarden er in hun gemeente aanwezig zijn en hoe ze deze willen beschermen. Hierdoor kunnen burgers en belanghebbenden in een vroeg stadium aangeven of er cultureel erfgoed is dat bescherming verdient. Dit hoeft niet te wachten totdat iemand een vergunningaanvraag doet voor het gebied. Ook is het voor ontwikkelaars van tevoren duidelijk hoe de gemeente aanwezige cultuurhistorische waarden wil beschermen. Provincioal beleid ln het kader van het cultuurbeleid van Noord-Brabant zet de provincie in op versterking van de Brabantse

identiteit. Onderdeel hiervan is het behoud van het Brabantse ruimtelijk erfgoed, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving wordt vergroot en dit erfgoed met Noord-Brabant en haar inwoners wordt verbonden. Ten gevolge van de Wet ruimtelijke ordening is er de noodzaak om te komen tot zorgvuldige afbakening en onderbouwing van de erfgoedwaarden van provinciaal belang. Deze waarden zijn op de Cultuurhistorische Waardenkaart en in de structuurvisie ruimte en de Verordening ruimte opgenomen. De cultuurhistorische waardenkaart is het bindend toetsingskader voor de provincie zelf. ln totaal zijn er 2L cultuurhistorische landschappen en daarbinnen zijn historisch landschappelijke vlakken en archeologische r

Voor rijks- en provinciale monumenten geldt, op enkele uitzonder¡ngen na, niet meer de uitgebreide procedure van 26 weken, maar de reguliere van 8 weken. De procedure voor vergunningsplichtige veranderingen aan gemeentelijke monumenten ¡s altijd een reguliere procedure van 8 weken.

4

landschappen geselecteerd en beschreven. De in de structuurvisie aangegeven gebiedspaspoorten zijn voor cultuurh istorie op hoofd lijnen verder uitgewerkt. De archeologische landschappen zijn niet opgenomen in de Verordening ruimte. Dit omdat de zorg voor het archeologisch erfgoed al geborgd is met de Monumentenwet 1988 en de Wamz en archeologie een wettelijke taak is geworden van gemeenten. De provincie is alleen nog bevoegde overheid bij ontgrondingen, provinciale Milieu Effect Rapport (MER) en sommige gemeente-overstijgende projecten. De aangewezen archeologische landschappen zijn alleen (zelf)bindend voor de provincie vanuit de eigen structuurvisie. Met de aanwijzing van deze landschappen heeft de provincie haar belang gedefinieerd. Wanneer dit belang in het geding komt bij ruimtelijke plannen, dan zal de provincie hiertegen zienswijzen indienen. De provincie heeft een stimulerende rol in regionale samenwerking wanneer het archeologisch belang aan de orde is.

6emeentelijk beleid Het gemeentebestuur van Moerdijk heeft al jaren de wens om ervoor zorgen dat Moerdijkse objecten en structuren die het verdienen, voor de toekomst bewaard blijven (als gemeentelijk monument). Die objecten worden beschermd en erkend als onderdeel van de identiteit van de gemeente Moerdijk. Tegelijkertijd zijn ze pijlers onder toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de openbare ruimte. De gemeente Moerdijk geeft invulling aan haar zorgplicht voor het (gemeentelijk) erfgoed door een Uitvoeringskader Erfgoed vast te stellen. Hierin wordt behoud van archeologie en cultuurhistorie geborgd. Met dit uitvoeringskader wil de gemeente Moerdijk meer handvatten geven ten behoeve van de beoordeling van vergunningsaanvragen, maar ook het erfgoed ontsluiten in het toeristisch recreatieve netwerk. Tot slot: cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed dragen bij aan een prettige leefomgeving en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Met andere woorden: de gemeente Moerdijk richt zich op het behoud, in stand houden en ontsluiten van erfgoed. U itv oe ri n g s ko d e r e rfg oe d

Het gemeentelijke erfgoedbeleid bestaat uit vier onderdelen die gezamenlijk zijn vastgesteld door de gemeenteraad: 1) UitvoeringskaderErfgoed; 2) Archeologiekaart; 3) Cultuurhistoriekaart; 4) Erfgoedverordening. De kaarten zijn de verbeelding, de verordening bevat de regelgeving en in het uitvoeringskader staat beschreven hoe we hiermee omgaan. Door dit vast te leggen is het vooraf voor iedereen inzichtelijk wat er te verwachten is in het planvormingsproces wat betreft archeologische en cultuurhistorische waarden. Omdat vooraf helder is wat waar te verwachten of aanwezig is, wordt de 'veroorzaker' niet onverwacht met kosten geconfronteerd want het archeologisch en cultuurhistorisch 'risico' is op voorhand bekend.

Verband met de gemeentelijke paraplunota's De paraplunota's Maatschappij, Economisch klimaat en Leefomgeving zorgen ervoor dat er meer samenhang tussen beleid is en er minder beleidsplannen gemaakt worden. Ze zijn bedoeld als kapstok voor alle gemeentelijke beleidsnotities. De gemeentelijke ambities en doelen staan centraal in de paraplunota's. Hieraan kan alle beleid en uitvoering verbonden worden. De uitvoeringsstrategie benoemt de hoofdrichting die wordt ingezet om de doelstellingen te realiseren. Er wordt niet op elk afzonderlijk project of activiteit ingegaan. De uitvoeringvan de paraplunota's heeft een dynamisch karakter, zodat kan worden ingespeeld op de actualiteit en tussentijds kan worden bijgestuurd waar nodig, altijd gericht op een duidelijke stip op de horizon. Monitoring, verantwoording en concretisering van de uitvoeringsstrategie gebeurt via de begrotingscyclus; begroting, collegeagenda, bestuursrapportages. De'stip op de horizon'van de paraplunota's is hetjaar 2030; daar is de visie op gericht.

5

Economisch klimaat De pijler'Economisch Klimaat" richt zich op economie en bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het 'klimaat' waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt. Het bedrijfsleven staat aan de lat om economische

groei (toegevoegde waarde, werkgelegenheid) te realiseren, de overheid/gemeente creëert hiervoor de randvoorwaarden. Zowel een goed ondernemingsklimaat als een goed woonleefklimaat zijn belangrijk voor een gezond economisch klimaat. Ondernemingsklimaat vanwege de vestigingsmogelijkheden voor een bedrijl woonleefklimaat, omdat werknemers simpelweg prettig willen wonen, met de daarbij behorende voorzieningen.

Maatsch.a,ppij

lj,, r,.,iì t:, ,, tii: ' ] r]::,

l

i:

:i

il tj,r¡t.r-'r..¡,tt'1¡ irl' lir i':'

.lll:

Binnen de economische amb¡ties speelt erfgoed met name een rol daar waar het gaat om toerisme en recreatie. Cultuurhistorische waarden geven mede vorm en inhoud aan de identiteit van een gebied. Via de Strategische Visie is de cultuurhistorie van de gemeente al gekoppeld aan unieke toeristische trekpleisters zoals de aantrekkelijke stadjes Willemstad en Klundert en de centrale kern Zevenbergen. Elk (nieuw) puzzelstukje dat op de kaart komt te staan, kan hierin een eigen rol gaan spelen. Leefomgeving De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in deze nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik, waarvoor de basis is gelegd in de Structuurvisie Moerdijk 2030. Het markante gemeentelijk erfgoed speelt een rol in de kwaliteit van de leefomgeving. Dit simpelweg doordat het ondergrondse deel van het erfgoed onderdeel is van de 'bodem'van de fysieke leefomgeving. Een schone leefomgeving (lucht, bodem en waterkwaliteit) draagt ook bij aan de instandhouding van erfgoed. Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte is er ook een raakvlak als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen.

De gemeente dient daarbij vanuit haar wettelijk geregelde zorgtaak voor het gemeentelijk erfgoed rekening te houden met te verwachten en/of aanwezig erfgoed.

Mootschappij De pijler'Maatschappij" richt zich op mensen en de omgeving waarin zij met elkaar samenleven. De manier waarop mensen met elkaar samenleven wordt beïnvloedt door de omgeving en andersom. Wanneer mensen kunnen samenleven in harmonie met hun omgeving hebben zij de mogelijkheid zich te ontwikkelen. "Maatschappij" heeft betrekking op het sociale gezicht van de gemeente, waar ondersteuning en voorzieningen dichtbij zijn en de menselijke maat geldt.

ln de paraplunota Maatschappij wordt gesteld dat erfgoed een gemeentelijke zorgtaak is geworden. Dat betekent dat er een gemeentelijke archeologie- en cultuurhistoriekaart vervaardigd dient te worden ten einde een compleet erfgoedbeleid te kunnen formuleren. Deze kaarten worden gelijktijdig met de aangepaste Erfgoedverordening en het Uitvoeringskader Erfgoed door de raad vastgesteld. Erfgoed is naast de zorgtaak van de gemeente in verschillende opzichten een maatschappelijk thema. Erfgoed is van iedereen, het uitdragen van daarvan zijn van maatschappelijk belang. Welke lessen kunnen geleerd worden uit het verleden, welke overblijfselen zijn er nog? Dit soort thema's kunnen een belangrijke rol vervullen. Denk daarbij aan lespakketten, of een reizende tentoonstelling door de gemeente over de geschiedenis van de gemeente. De gemeente speelt hierin geen primaire rol, het initiatief ligt het zelf organiserend vermogen van de samenleving. Met name de heemkundekringen zijn op dit gebied al actief, denk bijvoorbeeld aan hun gezamenlijke project "de canon van Moerdijk" over de historie van de gemeente (www.canonvan moerdiik.nl).

6

Erfgoed draagt ook bij aan een gevoel van verbondenheid met een plek. Het in beeld brengen en benutten van

dit erfgoed kan de leefbaarheid vergroten. Denk daarbij aan hergebru¡k van oude, monumentale gebouwen om leegstand en verloedering te voorkomen of aan bijvoorbeeld het zichtbaar maken van de resultaten van archeologisch onderzoek in de openbare ruimte. Ook hier l¡gt het initiatief niet bij de gemeente, maar is de eigenaar van het gebouw de eerste verantwoordelijke. Daarnaast komen ook hier initiatieven vanuit de samenleving steeds meer voor. De gemeente heeft een faciliterende rol.

7

2 De archeolosiekaart De archeologiekaart vormt de basis voor het verbeelden van prioriteiten in het belang van archeologische waarden. Deze kaart is een verfijning van de lndicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die tevens is opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW 2010) van de provincie Noord-Brabant, en geeft een veel beter beeld van het gemeentelijk archeologisch erfgoed. Na vaststelling door de gemeenteraad komen laatst genoemde kaarten te vervallen en is de gemeentelijke archeologiekaa rt leidend.

Aan de archeologiekaart ligt een gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart ten grondslag. Deze kaart geeft een zo volledig mogelijk beeld van de actuele kennis van het archeologische bodemarchief van de gemeente Moerdijk. Bij de nieuwe archeologiekaart hoort een uitgebreide toelichting c.q. een archeologisch rapport dat de wetenschappelijke onderbouwing vormt en tevens een overzicht geeft van de bewoningsgeschiedenis van de gemeente.

Het mdnnetje van W¡llemstod is voor Nederlond een von de belangrijkste vondsten uit het Mesolithicum (midden steentijd) en is ongeveer 6500 jdar geleden vervoordigd. Vonwege de unic¡teit vormt het houten sculptuurtje vdn 72,5 centimeter groot een belongrijk onderdeel von de ofdeling Archeologie von Nederlond in het Rijksmuseum von oudheden te Leiden.

De archeologische waarden- en verwachtingskaart is op hoofdlijnen tot stand gekomena door het verzamelen en analyseren van de beschikbare informatie over de ligging en de aard van bekende archeologische vindplaatsen, opgrav¡ngterreinen en vondstlocaties en door het beschrijven en analyseren van bodemkundige, geologische en geomorfologische gegevens. Daarnaast werd de cultuurh¡storische studie behorende bij de cultuurhistoriekaart gebruikt voor het bepalen van de archeologische relevante aspecten van het cultuurhistorische erfgoed binnen de gemeente. Uiteindelijk werd op basis van de archeologische, landschappelijke en historische karakteristieken van de gemeente de archeologische waardenkaart vervaardigd en werd een wetenschappelijk archeologisch verwachtingsmodel opgesteld dat middels een veldonderzoek is getoetst. Er is rekening gehouden met de soms grootschalig uitgevoerde ontgrondingen die geleid kunnen hebben tot het verlies van archeologische resten. Tot slot zijn ook de verschillende heemkundekringen geraadpleegd voor aanvullende informatie en toetsing van de resultaten.

Het resultaat is een kaart waarop alle bekende archeologische waarden zijn opgenomen en waarop in zones de mate van verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten (hoog, middelhoog, laag) is weergegeven.

Verwachtingszones (hoog, middelhoog, laag) De kaart is ingedeeld in categorieën waaraan maatregelen c.q. vrijstellingsgrenzen zijn gekoppeld. Het gaat daarbij om de combinatie tussen de toegestane verstoringdiepte en de oppervlakte van een geplande ontwikkeling. Deze grenzen zijn bepaald op basis van de gemeentelijke archeologiekaart en gemeentelijke belangen. 7o zijn er bijvoorbeeld verschillende dieptegrenzen vastgesteld op basis van de bodemopbouw van

a

Bronnengebruik mede bepaald door de provinciale regeling Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2OO9-2011.

I

de gemeente; juist door de gemeente specifieke situatie in beeld te brengen kan veel onnodig archeologisch onderzoek voorkomen worden.

Uitsnede orcheologiekaort ter illustratie von de verwøchtingsgebieden.

ln het noordwestelijk deel van de gemeente bevindt het vroegere loopvlak (de voor archeologie relevante laag) zich vele meters diep, hier geldt een lage archeologische verwochfrng (lichtgeel). Het Mannetje van Willemstad is bijvoorbeeld op ca. 8 meter diepte gevonden. Vanwege de diepte van de relevante lagen zal men zelden tot

nooit archeologisch onderzoek uít hoeven voeren in deze delen, simpelweg omdat ontwikkelingen niet tot op deze diepten reiken. Daarnaast waren deze delen van de gemeente in het verleden minder interessant voor bewoning ten opzichte van de hoger gelegen delen zoals het zuidoostelijk deel van de gemeente . ln dit gedeelte geldt een hoge ørcheologische verwochting lroodl. Hier ligt het archeologisch relevante niveau dicht aan het oppervlak en worden archeologische resten verwacht vanaf de steentijd. Bewoning is hier langdurig mogelijk geweest terwijl de omgeving langzaam bedekt werd met veen. Om de verwachte archeologische resten ter plaatste te beschermen, gelden hier logischerwijs strengere grenzen. Dit geldt ook voor de locaties me| bekende (verdwenen) historische bebouwing en orcheologische monumenten; archeologische resten zijn hier vrijwel zeker aanwezig. Voorbeelden van archeologische monumenten zijn de kasteeltuin te Zevenbergen en de oude stadskernen van Zevenbergen en Klundert. De middelhoge orcheologische verwochting (donkergeel) is opgedeeld in twee varianten. Ten eerste betreft het de gebieden met 'dekzand'. Er worden archeologische resten verwacht deze zone, maar met een wat geringere dichtheid dan bij een hoge archeologische verwachting.

De geringere dichtheid is te verklaren doordat deze zones, net als bij de gebieden met een hoge verwachting, langdurig vrij zijn geweest van veen en daardoor bewoond en gebruikt kunnen zijn geweest. De periode van gebruik is echter korter geweest dan bij de zones met een hoge verwachting en de mogelijk aanwez¡ge resten worden minder bedreigd door de meeste ingrepen omdat ze tussen 2 en 4 meter minus maaiveld liggen. Ten tweede is er de middelhoge archeologische verwachting 'ondiep'. Het betreft gebieden met een middelhoge verwachting op basis van de geomorfologische ondergrond van de locatie. Binnen de gemeente Moerdijk betreft het vrijwel alleen de oeverwallen van kreken, waarvan bekend is dat de eerste bewoning in de

Middeleeuwen daarop plaatsvond. Tot slot zijn er de gebieden waar geen orcheologische verwochting is (wit). Hier is geen archeologische relevante laag meer aanwezig door bijvoorbeeld sanering, ontgronding, definitief archeologisch onderzoek etc Versoepeling vrijstellingsgrenzen De vrijstellingsgrenzen zorgen voor een versoepeling van de huidige vrijstellingsgrenzen zoals opgenomen in de

Erfgoedverordening2Ot2. De vrijstellingsgrens voor een lage archeologische verwachting ligt in de Erfgoedverordening2Ot2 bij 90 m2 en een diepte van 50 cm. Met de nieuwe kaart zal in zones met een lage archeologische verwachting alleen onderzoek worden verwacht indien het project onder de MER-plicht valt. De 50 m2 die in de Erfgoedverordening 2Ot2 geldTvoor zones met een middelhoge en hoge archeologische verwachting geldt met de nieuwe kaart alleen voor de historische dorpskernen en de archeologische 9

monumenten omdat daar sprake ¡s van bekende of aanwezige archeologische waarden. Voor een hoge archeologische verwachting wordt de vrijstellingsgrens verruimd van 50 m2 naar 100 m'en voor de middelhoge archeologische verwachting wordt het 250 m2 gecombineerd met een diepte van 50 cm of 200 cm. ln de legenda op de archeologiekaart zijn de categorieën weergegeven, voorzien van de bijbehorende vrijstellingsgrenzen. Verwachtingszones in het buitengebied en agrarische activiteiten ln het buitengebied komt men pas met archeologie in aanraking als men in bepaalde zones (donkergeel en rood) dieper dan 50 cm en op bepaalde plekken dieper dan 200 cm wil verstoren. ZLTO Moerdijk heeft aangegeven tot dergelijke diepten niet te (diep)ploegen/bewerken, waaruit geconcludeerd wordt dat de archeologische verwachtingszones het normale agrarische gebruik van de bodem niet hinderen. Er is ook geen omgevingsvergunning noodzakelijk voor normale agrarische activiteiten.

Een activiteit die in principe wel vergunningsplichtig kan zijn, en ook niet valt onder normaal agrarisch gebruik conform verschillende uitspraken van Raad van State en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, is de aanleg van drainage.s Er ¡s met ZLTO afgesproken om de aanleg van nieuwe drainage eenmalig toe te staan zonder archeologisch onderzoek, mits vervanging van de buizen in de toekomst daarna op dezelfde plaats gebeurt waardoor geen nieuwe bodemverstoringen ontstaat. Het drainageplan dient wel van te voren met de gemeente afgestemd te worden. Op deze wijze wordt het archeologisch erfgoed minimaal geschaad en wordt de agrariër niet in de bedrijfsvoering gehinderd. Let wel: deze uitzondering geldt niet voor archeologische monumenten (blauw en paars op de kaart).

Verwachtingszones in relatie tot infrastructurele werkzaamheden Bij de aanleg van bijvoorbeeld riolering of nutsvoorzieningen kan het voorkomen dat er bodemverstorende ingrepen plaatsvinden, waardoor de eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen worden aangetast. Activiteiten als deze kunnen daarom vergunn¡ngsplichtig zijn. Met de ZLTO is afgesproken om de aanleg van nieuwe drainage eenmalig toe te staan zonder archeologisch onderzoek, mits vervanging van de buizen in de toekomst daarna op dezelfde plaats gebeurt waardoor geen nieuwe bodemverstoringen ontstaat. Deze uitzondering is ook van toepassing bij infrastructurele werkzaamheden, daar waar het gaat om vervanging van bijvoorbeeld riolering en nutsvoorzieningen op dezelfde plaats. De uit te voeren werkzaamheden dienen ,middels een te overleggen plan, wel van te voren met de gemeente afgestemd te worden. Let wel: deze uitzondering geldt niet voor archeologische monumenten (blauw en paars op de kaart) en nog niet bestaande tracés.

5 - o.a. 20080920o/ URl, 207709825/ I/R3, 2oo9o86oo/7/R4 en 201205452/71R4

- Brouwer/Hanou 2003. Niet tot "normaal agrarisch bodemgebruik" behoren werken en werkzaamheden die erop zijn gericht de cultuurtechnische bodemomstandigheden

te wijzigen. Als voorbeelden kunnen egaliseren, diepploegen en aanleggen drainage worden

genoemd.

10

3 De Cultuurhistoriekaart De cultuurhistoriekaart is gebaseerd op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.

Het doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige historisch-geografische erfgoed, het historisch-(steden)bouwkundige erfgoed en het historisch groen in de gemeente Moerdijk. De kaart heeft een belangrijke attentiewaarde en dient als basisdocument voor een nadere waardering van het erfgoed en voor zaken als publiekseducatie. De kaart maakt het mogelijk om te bepalen waar ruimtelijke ontwikkelingen versterkt kunnen worden door cultuurhistorische waarden, of daarvoor juist bedreigend kunnen zijn. De kaart biedt de gemeente een kader om een goed onderbouwde afweging te maken ten behoeve van cultuurhistorie. Bij de kaart hoort een toelichting die een overzicht geeft van de belangrijkste cultuurhistorische waarden binnen de gemeente. De cultuurhistoriekaart is op hoofdlijnen tot stand gekomen door gebruik te maken van bestaande inventarisaties en studies, van historisch kaartmateriaal en van de waardevolle informatie die door kenners van het gebied (o.a. via de lokale heemkundige verenigingen) is ingebracht.6 Ten behoeve van het samenstellen van deze toelichting is door Croonen Adviseurs en Monumentenhuis Brabant veldwerk verricht. Er is gericht documentatie verzameld. Daarbij zijn foto's van cultuurhistorisch waardevolle objecten binnen de gemeente gemaakt, waarvan een selectie in dit rapport is opgenomen.

De cultuurhistoriekaart fungeert als onderlegger voor alle ruimtelijke plannen en is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning via het bestemmingsplan en/of de erfgoedverordening. Het gaat daarbij om de afweging tussen de aanwezige cultuurhistorische waarden en de aard en omvang van een geplande ontwikkeling. De provinciale "Beleidsregel Stimulering Gemeentelijke Archeologie- c.q. Erfgoedkaarten 2009-2011" schrijft voor dat aan de gemeentelijke cultuurhistoriekaart specifieke gemeentelijke maatregelen worden gekoppeld. Hiertoe is in de legenda op de kaart achter elke eenheid in kernachtige bewoordingen een regel opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=2c8081a3-04a9-4339-9592-18aebcd36a28