CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidsplan schuldhulpverlening Moerdijk 2026-2030

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-20305.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 Geldzaken op orde, ruimte om mee te doen Gemeente Moerdijk, december 2025

Gemeente Moerdijk, december 2025

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: De aanleiding voor dit beleidsplan 1.1. 1.2. 1.3.

3

Inleiding Het wettelijk kader en landelijk beleid Meerjarenbegroting 2026-2029

3 3 5

Hoofdstuk 2: Het beleid voor de komende jaren

6

2.1. 2.2. 2.3. 2.4

De huidige situatie: de schuldhulpverlening in Moerdijk Het nieuwe beleid: de visie, beleidsdoelen, beleidskeuzes en speerpunten Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht Cijfers en monitoring

6 7 13 13

Hoofdstuk 3 financiën

14

Bijlage 1: kritieke Prestatie-indicatoren

15

2

1 De aanleiding voor dit beleidsplan 1.1.

Inleiding

In Nederland hebben nog steeds veel huishoudens financiële zorgen of problematische schulden waar ze niet zelfstandig uitkomen. Ook in de gemeente Moerdijk staan we voor de uitdaging om inwoners die hier tegenaan lopen te bereiken en passende schuldhulpverlening te bieden. Met het aflopende beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2025 De kracht van een goede aanpak bij schulden en financiële zorgen hebben we een goede basis gelegd. Met dit nieuwe beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030 Geldzaken op orde, ruimte om mee te doen bouwen we daarop voort. In dit beleidsplan zetten we voort wat goed gaat en we stellen het beleid bij waar het moet. Het bijstellen van beleid doen we mede op basis van de geleerde lessen de afgelopen jaren. Het bijgevoegde evaluatierapport beleid schuldhulpverlening 2021-2025 (hierna: evaluatie) dient als input voor dit beleidsplan. Het domein schuldhulpverlening is de afgelopen jaren voortdurend in beweging geweest met diverse opéénvolgende ontwikkelingen die impact hebben gehad en nieuw landelijk beleid dat werd gelanceerd. In dit beleidsplan houden we ook rekening met deze ontwikkelingen. En we maken gebruik van inzichten uit recente onderzoeken en best practices, zodat we niet op elk thema het wiel opnieuw hoeven uit te vinden. Met gerichte activiteiten zorgen we de komende jaren voor een meer effectieve schuldhulpverlening.

In dit hoofdstuk lichten we de landelijke ontwikkelingen kort toe om vervolgens in hoofdstuk 2 in te gaan op de huidige situatie in de gemeente Moerdijk, inclusief de visie, de beleidskeuzes en speerpunten voor het nieuwe beleid. Het afsluitende hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de financiën waarmee het nieuwe beleid wordt bekostigd.

1.2.

Het wettelijk kader en landelijk beleid

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) als wettelijk kader De Wgs bestaat al sinds 2012. De Wgs verplicht gemeenten om schuldhulpverlening aan te bieden. De wijze waarop gemeenten dit doen mogen ze zelf bepalen, inclusief de keuze om schuldhulpverlening zelf uit te voeren of (deels) uit te besteden. Wel moeten gemeenten eens in de vier jaar een beleidsplan vaststellen, waarin onder andere aandacht is voor de kwaliteit van het aanbod en de monitoring. De Wgs is per 1 januari 2021 op onderdelen gewijzigd met als doel (het risico op) schulden effectiever aan te pakken en de schuldhulpverlening toegankelijker te maken. De wetswijzigingen brengen met zich mee dat: • Gemeenten de wettelijke taak hebben gekregen om invulling te geven aan vroegsignalering. Dit doen ze op basis van verkregen signalen van betalingsachterstanden bij inwoners. • Er een juridische grondslag is voor uitwisseling van persoonsgegevens. De uitwisseling van persoonsgegevens is noodzakelijk voor de uitvoering van vroegsignalering, maar ook voor het besluit over de toegang tot schuldhulpverlening en voor het opstellen van het plan van aanpak wanneer een inwoner eenmaal is toegelaten tot de schuldhulpverlening. 3

Dit beleidsplan is voornamelijk gebaseerd op de Wgs omdat dit de kaderwet is voor de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Het landelijke beleid Het demissionaire kabinet Schoof heeft de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden van het vorige kabinet Rutte IV voortgezet. Deze aanpak maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Het programma is grotendeels gebaseerd op de uitkomsten van het rapport Interdepartementale Beleidsonderzoek ‘Naar een beter werkende schuldenketen’. Het kabinet wil bij de verdere uitwerking van dit programma het aantal inwoners met (problematische) schulden terugdringen en heeft hiervoor de volgende doelen geformuleerd: • Het voorkomen dat mensen problematische schulden krijgen; • Het verder verbeteren van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening; • zorgen dat mensen met schulden hier zo snel mogelijk uit komen. Het terugdringen van de schuldenproblematiek vereist een landelijke aanpak waar de rijksoverheid ook een verantwoordelijkheid in draagt. We herkennen en onderstrepen bovenstaande drie doelen. Vanuit dit beleidsplan sluiten we daarop aan. Vroegsignalering De afgelopen jaren is blijvende aandacht geweest voor het inrichten van een effectieve vroegsignalering. Dat heeft er onder meer mee te maken dat gemeenten meer inwoners kunnen bereiken dan nu het geval is.

Dit was voor de Nationale Ombudsman mede aanleiding geweest om hier onderzoek naar te doen wat geresulteerd heeft in het rapport Hoe eerder hoe beter | Nationale ombudsman (februari 2024). Naar aanleiding van dit rapport hebben alle betrokken partijen (Vastelastenpartners, Ministerie van SZW, VNG, Divosa en de NVVK) gewerkt aan het opstellen van verbetermaatregelen. Doel van deze verbetermaatregelen is om de kwaliteit van signalen van betalingsachterstanden te verbeteren, het aantal bereikte inwoners te vergroten en daarmee de effectiviteit van vroegsignalering te vergroten. De verbetermaatregelen zijn vertaald naar bestuurlijke afspraken die door genoemde partijen eind 2025 zijn ondertekend. Omdat dit voor gemeenten extra werk betekend, heeft het kabinet hier jaarlijks 20 miljoen aan extra middelen voor beschikbaar gesteld tot en met 2029. Eén van de bestuurlijke afspraken betreft het bereiken van meer mensen middels vroegsignalering. Dit is tevens een belangrijk speerpunt in dit beleidsplan. De elementen van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening Het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), branchevereniging voor schuldhulpverlening NVVK en Divosa hebben in juli 2024 een gezamenlijk plan ondertekend om de schuldhulp in Nederland te verbeteren.

Dit plan introduceert een ‘basisdienstverlening’ die zorgt voor een uniforme, toegankelijk schuldhulp in alle gemeenten. Deze basisdienstverlening bestaat uit meerdere elementen die gemeenten, en in geval van uitbesteding, gecontracteerde schuldhulpaanbieders moeten doorvoeren. Enkele elementen van de basisdienstverlening zijn het standaard inzetten van een saneringskrediet wanneer inwoners een minnelijk schuldregelingstraject ingaan en het bieden van persoonlijke begeleiding en nazorg. Binnen onze schuldhulpverlening zijn een aantal elementen al geïntegreerd. De overige elementen maken deel uit van dit meerjarige beleidsplan, waarbij we kiezen voor een geleidelijke zorgvuldige implementatie.

4

De VNG routekaart financiële zorgen als houvast voor gemeenten De VNG heeft in 2024, om gemeenten optimaal te ondersteunen in het schuldhulpverleningsproces, De Routekaart Financiële Zorgen geïntroduceerd. De routekaart biedt gemeenten een basis voor de integrale uitvoering voor schuldhulpverlening. De routekaart bestaat uit 8 mijlpalen die het proces weergegeven die een inwoner in de schuldhulpverlening doorloopt. Dit zijn: Opzoek, In beeld, In contact, In gesprek, Rust & Overzicht, Plaatje compleet & perspectief, Trots en financieel fit en Met vertrouwen de toekomst tegemoet. De routekaart biedt concrete handvatten om capaciteit en middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaring te delen en op gelijke basis te werken. De routekaart geeft houvast en is gebaseerd op wat vanuit het perspectief van de inwoner als ideaal gezien wordt. De elementen van de basisdienstverlening zijn ook meegenomen in de routekaart, alsook een specifiek spoor voor de doelgroepen jongeren en ondernemers. Voor de uitvoering van dit voorliggend beleidsplan, maken we zoveel mogelijk gebruik van deze routekaart.

1.3.

Meerjarenbegroting 2026-2029

In de vastgestelde meerjarenbegroting 2026-2029 valt het beleidsveld schuldhulpverlening onder programma 4: Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben. In deze begroting zijn met onderstaande passage het nieuwe beleidsplan en bijbehorende speerpunten al aangekondigd. Het nieuwe beleidsplan is een hoofdlijnendocument dat zich richt op de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Er is een landelijke afspraak, die vastlegt wat elke gemeente minimaal moet bieden aan inwoners met schulden. Het doel is om gelijke, toegankelijke en effectieve hulp te garanderen, ongeacht waar iemand woont. De landelijke standaard bestaat uit 20 onderdelen, die gemeenten moeten volgen in hun schuldhulpverlening. De belangrijkste kenmerken: • • • • • •

Toegankelijk en laagdrempelig Vroegsignalering Persoonlijke begeleiding Saneringskrediet Nazorg Samenwerking in de keten.

Hiermee worden de volgende effecten beoogd: • • • •

Gelijke kansen ongeacht waar iemand woont Herstel versnellen; korte trajecten (bv. aflossen in 18 maanden) Problematische schulden verminderen; doel is halvering in Nederland vóór 2030 Meer vertrouwen in schuldhulpverlening opbouwen.

De komende periode ligt de nadruk meer dan ooit op preventie, vroegsignalering en het bereiken van inwoners die te maken hebben met financiële vragen en schulden. Er wordt specifieke aandacht gegeven aan de doelgroepen jongeren, ondernemers en laaggeletterde inwoners.

5

2 Het beleid voor de komende jaren 2.1.

De huidige situatie: de schuldhulpverlening in Moerdijk

Wij bieden al decennia lang schuldhulpverlening aan onze inwoners. Voor de doorontwikkeling van het bestaand beleid ligt er een solide basis om op voort te bouwen. De Wgs biedt gemeenten de mogelijkheid om schuldhulpverlening in zijn geheel of gedeeltelijk uit te besteden. Als gemeente Moerdijk voeren wij de onderdelen preventie, vroegsignalering, crisisdossiers, de eerste fase van schuldhulpverlening en nazorg zelf uit. Onder de eerste fase valt onder andere: het doen van de aanmeldingen, het voeren van de intakegesprekken, het bieden van lichte ondersteuning aan inwoners met (beginnende) schulden die nog te overzien zijn en het stabiliseren van schuldendossiers voor de overdracht aan KBNL. In deze fase schakelen we desgewenst vrijwilligers van SchuldHulpmaatje Moerdijk in die inwoners aanvullende ondersteuning kunnen bieden. Inwoners met problematische schulden die een intensievere traject behoeven, de zogenaamde fase 2 van de schuldhulpverlening, dragen we over aan KBNL. KBNL is de gecontracteerde partij die namens de West-Brabantse De6 gemeenten fase 2 van schuldhulpverlening uitvoert. Het belangrijkste product dat in deze fase wordt aangeboden is het minnelijke schuldhulpverleningstraject, het zogenaamde Msnp-traject. Het Msnp-traject vangt aan nadat de stabilisatiefase is afgerond.

Dat wil zeggen nadat inzicht en overzicht is verkregen over de financiële situatie van de inwoner. Met het inzicht en overzicht wordt duidelijk welke financiële ruimte, oftewel afloscapaciteit, de inwoner heeft om toch een gedeelte van zijn schulden af te lossen. Op basis hiervan doet KBNL aan de schuldeisers een betalingsvoorstel met finale kwijting. Als de schuldeisers akkoord zijn met het voorstel, start het Msnp-traject waarin de inwoner gedurende 18 maanden, conform het betalingsvoorstel, zijn betalingsverplichting nakomt. De inwoner krijgt gedurende deze periode begeleiding vanuit KBNL en kan eventueel terugvallen op zijn/haar aanspreekpunt bij Team Schuldhulpverlening van de gemeente Moerdijk. Na de 18 maanden wordt de restantschuld kwijtgescholden en kan de inwoner met een schone lei beginnen. De omvang van de schuldenproblematiek & het huidige bereik Volgens cijfers van CBS hadden op 1 januari 2024 8.9% van de huishoudens, oftewel circa 747.000 huishoudens geregistreerde problematische schulden. Voor de gemeente Moerdijk gaat het om 8,1% wat neerkomt op circa 1.380 huishoudens. Hiermee zijn niet alle huishoudens met financiële zorgen in beeld, omdat de cijfers beperkt zijn tot geregistreerde schulden die bekend zijn bij overheidsinstanties zoals de Belastingdienst, CJIB en het CAK.

Het daadwerkelijk aantal inwoners met financiële zorgen, al dan niet problematisch, is hoogstwaarschijnlijk groter. In 2024 hebben 109 inwoners zich gemeld voor schuldhulp en een intakegesprek gehad bij Team Schuldhulpverlening. Dit is exclusief de circa 190 mensen die proactief via vroegsignalering zijn bereikt. Hoewel de evaluatie (zie bijlage) een stijging laat zien van het aantal bereikte mensen via intakegesprekken en vroegsignalering, is er op basis van CBS cijfers een groot potentieel aan inwoners die wij (nog) niet bereiken. Het (tijdig) bereiken van meer inwoners met financiele zorgen is één van de doelen en speerpunten in dit nieuwe beleid. 6

2.2. Het nieuwe beleid: de visie, beleidsdoelen, beleidskeuzes en speerpunten De afgelopen jaren is er ontzettend veel gebeurd wat gevolgen heeft (gehad) voor schuldhulpverlening die gemeenten moeten bieden. In de evaluatie zijn deze ontwikkelingen uitgebreid aanbod gekomen. In dit beleidsplan ligt de focus op de ontwikkelingen die het meest relevant zijn voor het nieuwe beleid. Deze ontwikkelingen, rekening houdend met de lokale en regionale context van de gemeente Moerdijk, bepalen mede de inrichting van het nieuwe beleid. In deze paragraaf komen de visie, de beleidskeuzes en de doelen van het nieuwe beleid aanbod. De visie We vinden het belangrijk dat inwoners uit de gemeente Moerdijk volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Tegelijkertijd is op basis van diverse onderzoeken bekend dat schuldenproblematiek een belemmering kan zijn voor mensen om te participeren. Schuldenproblematiek kan namelijk voor flinke stress zorgen. Het aanpakken van schulden is daarnaast niet alleen goed voor het individu, maar ook voor de maatschappij als geheel omdat hiermee grotere kosten bespaard kunnen worden. We zetten daarom, conform de elementen van de basisdienstverlening, stevig in op een goede toegankelijke schuldhulpverlening voor onze inwoners met een hulpvraag, waarbij het voorkomen en vroegtijdig signaleren van schulden nog meer prioriteit krijgt.

Daarnaast zetten we de integrale aanpak voort omdat schuldenproblematiek vaak gepaard gaat met problematiek op andere terreinen. De beleidsdoelen Met dit beleidsplan versterken we de komende jaren onze schuldhulpverlening. De landelijke afspraken over het toewerken naar een basisdienstverlening in de schuldhulpverlening en de VNG Routekaart financiële zorgen bieden hiervoor de kaders en handvatten. We stellen de volgende beleidsdoelen voor:  Beleidsdoel 1: We voorkomen het ontstaan van problematische schulden en zorgen dat beginnende betalingsachterstanden bij inwoners niet verder oplopen door verstevigde en gerichte inzet op preventie en vroegsignalering.  Beleidsdoel 2: We bereiken meer inwoners met financiële zorgen/problematische schulden, enerzijds via het toegankelijker maken van onze schuldhulpverlening en anderzijds via het inzetten van een proactieve schuldhulpverlening. Deze beleidsdoelen gaan gepaard met onderstaande beleidskeuzes en speerpunten, met waar van toepassing, een vertaling naar concrete activiteiten. De beleidskeuzes Beleidskeuze 1: We continueren de komende jaren de huidige constructie waarbij we fase 1 van schuldhulpverlening zelf uitvoeren en fase 2 uitbesteden aan een externe aanbieder.

De Wgs is, zoals toegelicht in paragraaf 1.2, een kaderwet die gemeente verplicht schuldhulpverlening aan te bieden door deze zelf uit te voeren of (deels) aan een extern partij uit te besteden. Wij voeren nog steeds een deel van de schuldhulpverlening zelf uit en een deel besteden we uit aan Kredietbank Nederland (hierna: KBNL). KBNL is de externe schuldhulpaanbieder die namens de De6 gemeenten fase 2 van de schuldhulpverlening uitvoert. De onderdelen die wij uitvoeren zijn preventie, vroegsignalering, de eerste fase van de schuldhulpverlening en nazorg. De eerste fase bestaat uit werkzaamheden ten aanzien van het aanmeld- en intakegesprek, het oplossen van spoedeisende crisisdossiers en het stabiliseren van de schuldendossiers.

7

Inwoners met complexe/problematische schulden die een sanering behoeven, dragen we, na stabilisatie, over aan KBNL. Hieronder beargumenteren we het behoud van de huidige constructie, waarbij we een deel van de schuldhulpverlening uitbesteden. 1. We bezitten als gemeente Moerdijk (nog) niet de kennis en expertise om de gehele schuldhulpverlening zelf uit te voeren. Daarnaast zou een algehele uitvoering van schuldhulpverlening betekenen dat we deskundig personeel moeten aantrekken wat in deze tijden van schaarste niet opportuun is. Naast personeelsschaarste brengt het extra (personeels)kosten met zich mee en andere bijkomende investeringen zoals o.a. de aanschaf en/of aanpassing van administratie- en registratiesystemen en de benodigde certificering via de branchevereniging NVVK. 2. KBNL is als gerenommeerde en gecertificeerde organisatie in de schuldhulpverlening goed aangehaakt op de landelijke ontwikkelingen en beter in staat om daarop te anticiperen. Als gemeente zijn we daarbij gebaat. 3. KBNL biedt, aanvullend op de Msnp-trajecten, ook budgetbeheer en verstrekt saneringskredieten. Dit zijn producten die wij niet in huis hebben terwijl deze nodig zijn in het ondersteunen van inwoners naar een schuldenvrije toekomst. 4. We zijn als gemeente gehouden aan de lopende overeenkomst, zoals we die in samenwerking met de De6 gemeenten hebben gesloten met KBNL. 5.

KBNL is als grote aanbieder, met rekening houdend met de genoemde punten 1, 2, 3 en 4, beter in staat om de continuïteit te waarborgen in fase 2 van de schuldhulpverlening, ook met het oog op de voortdurend veranderende wet- en regelgeving op het gebied van schulden. De huidige constructie van gedeeltelijke uitbesteding kan voor de lange termijn wellicht een opmaat zijn naar een toekomstige situatie waarin de gemeente Moerdijk het gehele traject van schuldhulpverlening zelf uitvoert. Dit moet te zijner tijd worden getoetst. De evaluatie van dit beleidsplan over 4 jaar, zou een geschikt moment kunnen zijn om dit scenario opnieuw te toetsen. Beleidskeuze 2: Voor de verdere doorontwikkeling van de schuldhulpverlening sluiten we aan bij de landelijke afspraken over de elementen van de basisdienstverlening die voor alle gemeenten gelden. Daarbij houden we rekening met de lokale situatie van de gemeente Moerdijk én met de aanbevelingen uit de evaluatie. De komende jaren zorgen we voor een zorgvuldige geleidelijke implementatie van de elementen van de basisdienstverlening. Deze elementen (zoals benoemd in paragraaf 1.2) zijn het uitgangspunt voor de wijze waarop gemeenten de schuldhulpverlening vorm moeten geven.

Een aantal elementen zijn al geïmplementeerd in onze schuldhulpverlening en een aantal nog niet, ook omdat deze landelijk nog niet zijn uitgewerkt en zich meer richten op de lange termijn. De elementen die al gereed zijn voor implementatie én die op basis van de evaluatie worden aanbevolen krijgen de komende beleidsperiode de eerste prioriteit. Naast de beleidsvrijheid voor het maken van bovenstaande keuzes, biedt de Wgs ruimte om bij de uitvoering van schuldhulpverlening extra accenten te leggen of speerpunten te benoemen. Hieronder benoemen we de speerpunten voor de komende jaren, mede op basis van de aanbevelingen uit de evaluatie.

8

De speerpunten Speerpunt 1: We voeren schuldpreventieactiviteiten uit, specifiek gericht op belangrijke life-events die voor inwoners een financiële impact kunnen hebben en met aandacht voor financiële educatie. In aansluiting op de Armoedenota 2023-2026 waarin preventie een speerpunt is, zetten wij ook binnen het beleidsveld schuldhulpverlening in op doelgerichte schuldpreventieactiviteiten. Deze inzet richt zich specifiek op life-events, oftewel belangrijke levensgebeurtenissen die voor inwoners een financiële impact kunnen hebben. Door gericht in te zetten op de levensgebeurtenissen voorzien we eerder in een ondersteuningsbehoefte, waardoor mogelijke schulden voorkomen kunnen worden. De VNG heeft voor gemeenten een handreiking Aan de slag met schuldpreventie ontwikkeld, waarin 16 belangrijke life-events in actiekaarten zijn beschreven. De insteek is om vanaf 2026 elk jaar aan twee life events aandacht te besteden en daar indien passend een structurele activiteit aan te koppelen om mensen bewust te maken van de financiële impact en de hulp die wij kunnen bieden. In 2026 starten we met de life events: Ik word 18 en Ik kom in de bijstand. Naast deze levensgebeurtenissen is financiële educatie op jonge leeftijd een belangrijk speerpunt, zeker in deze tijd van vele financiele verleidingen.

Jongeren hebben vaak onvoldoende zicht op hun inkomsten en uitgaven en zijn onvoldoende weerbaar tegen de vele verleidingen die op de loer liggen. Geld is vooral digitaal en mobiele telefoons zijn de toegangspoort tot gokken, shoppen en in app aankopen. Consumeren kan 24 uur per dag en uitgestelde betalingen (buy now, pay later) en kopen op afbetaling zijn bronnen van schulden. Het is daarom belangrijk dat ook scholen financiële educatie bieden, omdat niet alle kinderen deze educatie vanuit huis meekrijgen. De Subsidieregeling Financiële Educatie die onderwijsinstellingen kunnen aanvragen, biedt aanleiding om dit thema bij scholen te agenderen en te stimuleren ermee aan de slag te gaan. Naast financiële educatie als gespreksonderwerp, verkennen we ook de mogelijkheden voor warm doorverwijzen van jongvolwassene scholieren/studenten met financiële zorgen. Speerpunt 2: We versterken de inzet op vroegsignalering, op basis van aanbevelingen uit de evaluatie en in lijn met het landelijke beleid. Naast het oppakken van de groeiende aantallen signalen van betalingsachterstanden, zetten we vaker in op een persoonlijke benadering zodat meer mensen worden bereikt. Met de wijziging van de Wgs per 1 januari 2021 zijn gemeenten en vaste lasten partners wettelijk verplicht om invulling te geven aan vroegsignalering van schulden.

In de praktijk betekent dit dat energiebedrijven, drinkwaterbedrijven, woningverhuurders en zorgverzekeraars signalen van betalingsachterstanden aan gemeenten moeten doorgeven. Dit gebeurt nadat ze zelf pogingen hebben ondernomen om met hun klanten in contact te komen. Na ontvangst van de signalen zijn gemeenten verplicht om de betreffende inwoners een hulpaanbod te doen. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om zelf te bepalen hoe zij op basis van de signalen de inwoners benaderen voor een hulpaanbod. Dat kan op verschillende manieren namelijk schriftelijk (per brief of kaart), digitaal (per e-mail), telefonisch of via een huisbezoek. Een combinatie van deze opties is ook mogelijk. De komende jaren versterken we de inzet op vroegsignalering en verbeteren we onze aanpak conform de Uitkomsten evaluatie vroegsignalering 2022 & 2023 die in oktober 2024 via deze raadsinformatiebrief met de raad is gedeeld en in lijn met de landelijke bestuurlijke afspraken. Daarnaast sluit een versterkte inzet op persoonlijk contact aan bij bredere landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, waarin een vroegtijdige 9

outreachende ondersteuning en het centraal stellen van persoonlijk contact worden benadrukt als randvoorwaarde voor effectieve hulp. Met de per 2026 aangekondigde uitbreiding van 1fte personeel voor preventie en vroegsignalering zijn we beter in staat om: • De toenemende aantallen signalen van betalingsachterstanden op te pakken en de betreffende inwoners te benaderen met een hulpaanbod. • Bij het benaderen van deze inwoners vaker in te zetten op persoonlijk contact. Persoonlijk contact is effectiever en verdient de voorkeur, vooral wanneer sprake is van meerdere signalen van betalingsachterstanden bij meerdere partijen. Een persoonlijk gesprek, bijvoorbeeld middels bellen en/of een huisbezoek, vraagt meer tijd en inzet, maar levert meer resultaat op. Bij minder urgente signalen, zoals een enkelvoudig signaal met een laag bedrag, kan worden volstaan met een brief of mail. De komende jaren blijven we de inzet op vroegsignalering monitoren en de mogelijkheid open houden om onze aanpak bij te stellen indien nodig. Speerpunt 3: (element van de basisdienstverlening) We zorgen, in samenwerking met onze partners en andere partijen, voor een doorlopende communicatiecampagne en we benutten relevante vindplaatsen om meer inwoners met financiële zorgen te bereiken.

Diverse onderzoeken laten zien dat financiële zorgen kunnen leiden tot stress en schaamte, waardoor veel inwoners niet tijdig hulp vragen en zich veel later aanmelden wanneer de beginnende schulden al zijn geëscaleerd. De komende jaren zorgen we voor een doorlopende communicatiecampagne om financiële zorgen bespreekbaar te maken met als doel meer inwoners te bewegen hulp te vragen. We hebben hier ook aandacht voor laaggeletterden/anderstaligen en inwoners die niet digitaal vaardig zijn. Bij deze campagne betrekken we onze samenwerkingspartners en andere organisaties in die contact staan met inwoners die niet in beeld zijn bij de gemeente en mogelijk niet bekend zijn met de mogelijkheden van schuldhulpverlening. Het gaat om: •Eerste schil organisaties: Door de gemeente gesubsidieerde organisaties die activiteiten verrichten voor de doelg roep of die in contact staan met inwoners die tot de doelgroep behoren. • Tweede schil organisaties: Overige organisaties die activiteiten verrichten voor de doelgroep of die in contact staan met een deel van de inwoners die tot de doelgroep behoren. Deze organisaties kunnen als vindplaats fungeren. Denk hierbij aan sportverenigingen, bibliotheek, het zwembad, werkgevers, uitzendbureaus, scholen, kerken en moskeeën.

Speerpunt 4 (element van de basisdienstverlening): We zorgen voor passende schuldhulpverlening aan jongeren en ondernemers met financiële zorgen en we houden rekening met o.a. gezinnen met kinderen, laaggeletterden en interculturele hulpvragers Eén van de elementen van de basisdienstverlening is het bieden schuldhulpverlening die toegespitst is op specifieke doelgroepen. Het gaat onder andere om jongeren, ondernemers, laaggeletterden en mensen met een andere culturele achtergrond. Voor de komende jaren is dit een belangrijk speerpunt voor de doorontwikkeling van de schuldhulpverlening.

10

Jongeren Het is belangrijk dat jongeren met financiële zorgen en/of schulden worden bereikt en ondersteund op een manier die bij hen aansluit. Dat houdt onder andere in dat zij zich aangesproken voelen en herkennen in de ondersteuning van gemeenten, en dat gemeenten de juiste interventies bieden om ze op weg te helpen. Daarmee zorgen we dat jongeren perspectief houden op een schuldenvrije toekomst. In de 2de helft van 2026 bereiden we een kleinschalige pilot voor met een groep van maximaal 10 jongeren. Deze jongeren krijgen schuldhulpverlening op maat, waarbij rekening wordt gehouden met werkzame elementen uit onderzoeken en best practices. Deze werkzame elementen en best practices zijn gebundeld in de VNG handreiking jongeren uit de financiële zorgen en uitgewerkt in de VNG Routekaart Financiële Zorgen in het specifieke spoor voor jongeren. De pilot duurt tot eind 2027. Afhankelijk van de geleerde lessen in deze pilot en de beschikbare personele capaciteit wordt de aanpak zo nodig bijgesteld en voortgezet. Ondernemers Voor ondernemers zetten wij het bestaande ondersteuningsaanbod voort, in lijn met de aanbevelingen uit de evaluatie. Dit aanbod is in 2024 aanzienlijk versterkt. Ondernemers met complexe, problematische schulden die via het Werkplein niet in aanmerking komen voor het Bbz, vallen niet langer tussen wal en schip.

Zij worden sinds medio 2024, in opdracht van de gemeente, begeleid door een gespecialiseerd bureau dat hen ondersteunt bij de sanering van schulden. Ook voor deze doelgroep worden bij voorkeur saneringskredieten ingezet die via de kredietbank worden verstrekt. Voor het afdekken van het risico op niet-terugbetaling van het saneringskrediet maken we gebruik van de borgstelling van het landelijke Waarborgfonds Saneringskredieten (WSK). Alleen wanneer het de verwachting is dat de inkomsten van de ondernemer aanzienlijk gaan dalen of stijgen, kan een schuldbemiddeling (in plaats van saneringskrediet) meer voor de hand liggen. Welk instrument wordt ingezet, wordt bepaald in afstemming tussen de professionals van de gemeente, Het Werkplein en het externe bureau. De komende jaren richten wij ons op het beter bereiken van ondernemers met financiële zorgen, in het bijzonder degenen die hulpbehoevend zijn maar de weg naar ondersteuning niet vanzelf vinden. De VNG Handreiking Ondernemers uit de Financiele zorgen en de VNG Routekaart Financiële Zorgen bieden hiervoor relevante tips en praktische handvatten die wij benutten om de dienstverlening verder te professionaliseren en beter aan te laten sluiten op de behoeften van ondernemers. Gezinnen met kinderen Voor gezinnen met kinderen waarvan de ouder(s) in een problematische schuldensituatie verkeren wordt extra aandacht gegeven.

Omdat schulden het hele gezin raken, betrekken we de leefsituatie van de betrokken ouder(s) en vragen wij systematisch door naar onderliggende problematiek. Zo zorgen we ervoor dat de gekozen oplossing zowel effectief als duurzaam is én voorkomen we dat de kinderen de gevolgen van de financiële situatie van hun ouder(s) ondervinden. Diverse andere doelgroepen Naast jongeren en ondernemers zijn er andere groepen waar in de schuldhulpverlening rekening mee gehouden kan worden. Het gaat onder meer om laaggeletterden, inwoners met een andere culturele achtergrond en mensen die terugkeren na detentie. Voor deze groepen zijn door de NVVK werkwijzers ontwikkeld met praktische tips en handvatten voor schuldhulpverleners. Het op maat maken van ondersteuning voor alle doelgroepen vraagt structurele inzet en tijd, omdat 11

kennis en ervaring stap voor stap worden opgebouwd. In deze beleidsperiode richten we ons vooral op jongeren, ondernemers en laaggeletterden. Dat is geen beperking van de ambitie, maar een keuze die nodig is om realistisch te blijven in wat de komende jaren uitvoerbaar is Speerpunt 5: We gaan inwoners met schulden die bij ons in beeld zijn proactief benaderen met een hulpaanbod. Het potentieel aan inwoners met financiële zorgen is veel groter dan het aantal dat we tot nu toe bereiken. Het bereiken van meer inwoners is voor alle gemeenten een grote uitdaging. De komende jaren gaan we daarom proactief inwoners benaderen die bij ons in beeld zijn of waarvan we weten dat zij schulden hebben. Het gaat in ieder geval om de volgende activiteiten: • Het benutten van de mogelijkheid om bij het CAK de zogenaamde CAK lijsten op te vragen, eventueel gespecificeerd naar leeftijd, postcodegebied, recidive of hoogte schuld. De CAK lijst bevat gegevens van inwoners die 6 maanden of langer een achterstand hebben bij de zorgverzekeraars en daardoor bij het CAK zijn aangemeld als “wanbetaler”. Aan deze inwoners kunnen we een hulpaanbod doen en hen hulp bieden de schuld op te lossen zodat ze zich weer een aanvullende verzekering kunnen afsluiten. Deze uitwisseling van gegevens is wettelijk veranderd en is dus toegestaan.

• Het proactief benaderen van inwoners met een bijstandsuitkering waar beslag op ligt en inwoners die bij de gemeente een schuld hebben openstaan vanwege niet betalen van gemeentelijke vorderingen, zoals de lokale belastingen. In 2026 treffen we de voorbereidingen zodat we in Q1 2027 kunnen starten met bovenstaande activiteiten. De voorbereidingen betreffen onder andere het vragen van andere gemeenten naar hun ervaringen, het leggen van contacten met het CAK en het maken van werkafspraken over de omgang van verkregen gegevens. Bij beide activiteiten beginnen we met kleine aantallen en bouwen we dat op verder op. Speerpunt 6 (element van de basisdienstverlening): Voor minnelijke schuldregelingen maken we standaard gebruik van saneringskredieten, ook bij geen afloscapaciteit. In de meeste gevallen levert een saneringskrediet zowel voor inwoners als voor schuldeisers meer voordelen op dan schuldbemiddeling. Het standaard inzetten van saneringskrediet bij het saneren van schulden is één van de aanbevelingen uit de evaluatie. Saneringskredieten één van de producten die KBNL reeds inzet voor onze inwoners met problematische schulden. Dat willen we de komende jaren meer stimuleren. Door het standaard aanbieden van een saneringskrediet krijgt de inwoner meer rust en overzicht en ontvangen alle schuldeisers direct bij de start van het traject het af te lossen bedrag.

Het af te lossen bedrag wordt, conform de gedragscode van de NVVK, bepaald op basis van de Vtlb berekening. Speerpunt 7: De bestaande samenwerking tussen Team Schuldhulpverlening en Stichting SchuldHulpmaatje Moerdijk, wordt verder versterkt. Door elkaars rollen en verantwoordelijkheden nog beter te benutten zorgen we een voor krachtigere samenwerking. De evaluatie laat zien dat de samenwerking tussen Team Schuldhulpverlening en Stichting SchuldHulpMaatje een goede basis heeft, maar verder kan worden versterkt. De VNG Handreiking samenwerken met vrijwilligers adviseert gemeenten daarbij te werken met een gedeelde visie, duidelijke taak- en rolduiding, korte lijnen en een zorgvuldig ingerichte warme overdracht. Deze uitgangspunten vertalen wij naar concrete samenwerkingsafspraken als onderdeel van de (nieuwe) overeenkomst tussen de gemeente en de stichting. 12

Niet iedere inwoner in een schuldhulptraject vraagt om inzet van vrijwilligers, en omgekeerd behoeft niet elke inwoner die zich bij de stichting meldt doorgeleiding naar de gemeente. Het uitgangspunt is dat inwoners, afhankelijk van hun situatie, de ondersteuning krijgen die het beste aansluit bij hun behoefte. In sommige gevallen biedt een vrijwilliger daarbij waardevolle aanvullende begeleiding. Het gaat dus niet om het creëren van extra schakels, maar om het waarborgen van de meest passende ondersteuning, waarbij de gemeente bepaalt welke inzet nodig is.

2.3. Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht Het schuldendomein is de afgelopen jaren continu in beweging geweest met nieuwe ontwikkelingen die snel opvolgen en voortdurende (landelijke) aandacht. Om te beoordelen of we koersvast zijn, evalueren we dit beleidsplan na twee jaar op hoofdlijnen. We behouden daarbij de ruimte om speerpunten en activiteiten bij te stellen wanneer onvoorziene ontwikkelingen of voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding geven. Daarbij geldt ook dat we ruimte laten voor het opnemen van experimenten die bewezen effectief blijken en mogelijk meerwaarde hebben voor de gemeente Moerdijk. Een voorbeeld van een experiment dat we nauwlettend volgen betreft het afkopen van schulden van kwetsbare huishoudens in de Arnhemse wijk Immerloo. Dit experiment loopt door tot eind 2026 waarna er een evaluatie volgt.

2.4 Cijfers en monitoring Speerpunt 8 (element van de basisdienstverlening): We gaan de komende jaren periodiek de voortgang op de resultaten monitoren, mede op basis van, de hieronder genoemde Kritieke Prestatie-indicatoren (KPI’s). In het verlengde hiervan nemen we vanaf 2027 deel aan het project DDAS, waarmee we via het CBS kosteloos gestandaardiseerde data ontvangen die ons in staat stellen een vergelijking te trekken met andere (vergelijkbare) gemeenten en landelijke cijfers. Voor een effectieve sturing op de resultaten is het voor elke gemeente belangrijk dat vooraf KPI’s worden vastgesteld. Deze KPI’s maken resultaten meetbaar en stuurbaar. Voor de komende beleidsperiode hanteren we de in bijlage 2 bijgevoegde KPI’s waarmee vanaf 2027 cijfermatig inzicht wordt verkregen in de resultaten per deelproces binnen de schuldhulpverlening. Om de gegevens te kunnen genereren onderzoeken we of en hoe de huidige applicatie ZorgNed dit kan ondersteunen, zowel in de registratie als in de rapportage. Het is wenselijk dat de cijfers met één druk op de knop op elke gewenst moment gegenereerd kunnen worden. Het data gedreven werken en het monitoren is een belangrijk speerpunt dat in 2026 met prioriteit wordt opgepakt.

Dit maakt 2026 een overgangsjaar, waarin de mogelijkheid voor de registratie en verantwoording conform onderstaande KPI’s wordt verkend en geïmplementeerd voor de jaren 2027 en verder. Daarnaast sluiten wij aan bij het landelijke project DDAS, waarbij inmiddels ruim 300 gemeenten zijn aangesloten. Via deze aansluiting voorziet het CBS de deelnemende gemeenten op een uniforme en gestandaardiseerde wijze van objectieve en betrouwbare vergelijkingsdata. Voor deze gegevenslevering is het noodzakelijk dat gemeenten hun data bij het CBS aanleveren. DDAS vormt daarmee een waardevolle aanvulling op onze eigen monitoring en is bovendien één van de elementen van de basisdienstverlening waaraan wij voldoen. Voor het jaar 2025 zijn als vertrekpunt en nulmeting de reeds beschikbare KPI-cijfers opgenomen, afkomstig uit de evaluatie. Daarbij geldt de kanttekening dat de cijfers voor 2025 deels zijn geëxtrapoleerd, omdat ten tijde van het opstellen van dit beleidsplan de gegevens over het laatste kwartaal van 2025 nog niet beschikbaar waren.

13

daarmee een waardevolle aanvulling op onze eigen monitoring en is bovendien één van de elementen van de basisdienstverlening waaraan wij voldoen. Voor het jaar 2025 zijn als vertrekpunt en nulmeting de reeds beschikbare KPI-cijfers opgenomen, afkomstig uit de evaluatie. Daarbij geldt de kanttekening dat de cijfers voor 2025 deels zijn geëxtrapoleerd, omdat ten tijde van het opstellen van dit beleidsplan de gegevens over het laatste kwartaal van 2025 nog niet beschikbaar waren.

3 Financiën Hoofdstuk 3 financiën

Voor de uitvoering van dit beleidsplan maken we gebruik van de in de begroting 2026-2029 gereserveerde middelen voor het beleidsveld schuldhulpverlening, zoals weergegeven in onderVoor de uitvoering van dit beleidsplan maken we gebruik van de in de begroting 2026-2029 staande tabel. Voor het jaar 2026 is aanvullend op € 189.122 een extra bedrag van €50.000 aan gereserveerde voor het schuldhulpverlening, zoalsvoldaan. weergegeven in SPUK middelenmiddelen beschikbaar, mitsbeleidsveld aan de SPUK voorwaarden wordt Dat verklaart het onderstaande hogere bedragtabel. voor 2026.

Extra aanvullende middelen die het Rijk de komende jaren voor schuldhulpverlening beschikbaar

Extra aanvullende middelen die het Rijk de komende jaren voor schuldhulpverlening beschikbaar stelt, kunnen via de reguliere begrotingscyclus, na een integrale afweging, aan onderstaande stelt, kunnen via de reguliere begrotingscyclus, na een integrale afweging, aan onderstaande budgetten worden worden toegevoegd. aanvullende middelen kunnen benodigd zijn zijn om de budgetten toegevoegd.Deze Deze aanvullende middelen kunnen benodigd om verdere de verdoorontwikkeling van de schuldhulpverlening te versterken, in lijn met de speerpunten uit dit uit dere doorontwikkeling van de schuldhulpverlening te versterken, in lijn met de speerpunten beleidsplan. dit beleidsplan.

Bedrag 2026 Bedrag 2027 € 239.122 € 189.122

Bedrag 2028 € 189.122

Bedrag 2029 € 189.122

14

Bijlage 1: kritieke Prestatie-indicatoren Bijlage 1: kritieke Prestatie-indicatoren 2025 Vroegsignalering: 1.Aantal ontvangen signalen van betalingsachterstanden 2.Aantal gefilterde signalen omgezet naar een melding om op te pakken door de inwoners te contacteren voor een hulpaanbod

2026

2027

2028

2029

1345 1157

3. % van de meldingen die hebben geresulteerd tot daadwerkelijk contact met de inwoner 4. % van gecontacteerde inwoners die een vorm van hulp accepteerden, uitgesplist welk aandeel naar schuldhulpverlening is doorgestroomd Fase 1 schuldhulpverlening 5.Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening 6.Aantal intakes, als vervolgstap na een aanmelding

112

7.Aantal ingezette informatie- en adviesgesprekken 8.Aantal toewijzingsbeschikkingen 9.Aantal afgeronde stabilisatietrajecten als vervolgstap na Intake 10. % Uitval in aanloop naar of tijdens stabilisatietrajecten Fase 2 schuldhulpverlening 11.Aantal gerealiseerde minnelijke schuldregelingstrajecten, uitgesplitst in saneringskredieten en schuldbemiddelingen

29

12. % geslaagde minnelijke schuldregelingen

15

13. % uitval tijdens schuldregelingstrajecten 14.Aantal ingezette nazorgtrajecten

16

15.Aantal ingediende Wsnp-verzoeken 16. % recidivisten die zich binnen 1 jaar na een succesvolle afronding van schuldregeling opnieuw in beeld komen via Vroegsignalering of via nieuwe aanmelding SHV 17. (Gemiddelde) caseload, oftewel werkvoorraad op een bepaald moment per Fte trajectbegeleider

43

Sturing op wettelijke termijnen schuldhulpverlening 18. % opgeloste crisissituaties binnen 3 dagen 19. % gesprekken die binnen 2 weken na aanmelding hebben plaatsgevonden (wettelijk is de termijn 4 weken) 20. % toelatingsbeschikkingen die binnen 8 weken zijn verstuurd na het eerste gesprek

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c2446a81-7b2e-4c15-b5c4-13410c2034d1