CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 beantwoording TV VVD - 20220312-aanwijzing-kostenstijgingen-versie-2

Raadsvergadering 8 juni 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Afhandelen verzoeken prijscompensatie conform het protocol indienen compensatievoorstellen prijsstijgingen3.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanwijzing: het doorberekenen van bouwkostenstijgingen [maart 2022] Bouwkosten stegen de afgelopen tijd voortdurend onder invloed van een exponentieel groeiende vraag en schaarste aan de aanbodkant. Met de recente gebeurtenissen in Oekraïne en de oplopende spanningen en sancties tegen Rusland, lijkt er voorlopig geen zicht op verbetering. Bij lopende bouwcontracten zijn de gestegen bouwkosten niet verdisconteerd in de aanneemsom. Die extra kosten drukken daardoor zwaar op het resultaat van de bouwbranche. Maar voor wiens rekening komen die prijsstijgingen eigenlijk? In deze 'Aanwijzing' licht Koninklijke Bouwend Nederland in hoofdlijnen de wettelijke en contractuele mogelijkheden voor je toe. Beknopte toelichting op de wettelijke en contractuele mogelijkheden voor het doorberekenen van (extra) bouwkosten als gevolg van prijsstijgingen. 1. Prijswijzigingen in de bouw

Bouwtermijnen lopen sterk uiteen. Van enkele weken voor een in omvang en complexiteit bescheiden werk tot wel tientallen jaren voor omvangrijke werken. Een extreem voorbeeld is de ‘Basílica i Temple Expiatori de la Sagrada Família’ in Barcelona, waarvan de bouw is gestart in 1882 en – weliswaar met onderbrekingen – tot op de dag van vandaag voortduurt. De inkoop van voor het werk benodigde grondstoffen en bouwmaterialen vindt (grotendeels) na het doen van een aanbieding plaats. Onvoorziene omstandigheden, waaronder prijsstijgingen, die zich gedurende de uitvoering van een werk voordoen, zijn veelal niet verdisconteerd in de aanneemsom. Met de marginale winsten in de bouwbranche kan dat het verschil maken tussen een winstgevend en een verlieslatend project. Voor het behoud van een gezonde, levensvatbare branche, moet dan ook bij het doen van een aanbieding rekening worden gehouden met mogelijke, op het moment van het doen van de aanbieding in aard en omvang onbekende prijsschommelingen en de effecten daarvan op de bedrijfsresultaten. Niet alleen opdrachtnemers, maar ook opdrachtgevers zullen verantwoord moeten omgaan met deze situatie.

Bouwondernemers zullen immers in de huidige marktomstandigheden projecten met een uitdagend (te laag) – niet realistisch – (taakstellende) budget links laten liggen, als er geen goede afspraken zijn gemaakt over mogelijke onvoorzien omstandigheden die kunnen leiden tot leveringsproblemen en prijsstijgingen. De resultaten daarvan laten zich raden en de voorbeelden uit het verleden spreken wel voor zich. Het devies aan opdrachtgevers luidt dan ook: ga bij het vaststellen van een bouwbudget uit van recente kengetallen, reserveer een voorziening voor tegenvallers en maak sluitende afspraken over de verrekening van prijswijzigingen en bouwtijdverlenging. 2. Risicoregeling en indexering

Op alle fronten stijgen bouwkosten de pan uit. Deze ontwikkeling maakt het zéér risicovol om ‘rücksichtslos’ een vaste prijs (aanneemsom) aan te bieden voor een bouwwerk. Niet alleen wordt het inschatten van (normale) prijsstijgingen na het doen van de aanbieding en het maken van vaste prijsafspraken met uw leveranciers in (raam)overeenkomsten in de huidige omstandigheden steeds lastiger, uw leveranciers maken evengoed aanspraak op verrekening van de prijsstijgingen waarmee zij worden geconfronteerd.

Om die reden maken partijen afspraken over de wijze waarop zij met prijswijzigingen omgaan. Dat kan op verschillende manieren. In bouwcontracten worden vooral indexerings- en (in mindere mate) risicoregelingen toegepast. De Model Basisovereenkomst (art. 10) bij de UAV-GC 2012 en voorwaarden als de AVA 2013 (art. 1 lid 2 onder h), maar ook de Standaard RAW Bepalingen 2020 (RAW) bieden daarvoor bijvoorbeeld mogelijkheden. Risicoregelingen Met een risicoregeling spreken partijen af dat bepaalde prijswijzigingen (periodiek) worden verrekend. De aannemer krijgt op die manier betaald op basis van de werkelijke prijs van de kostensoorten, die partijen daarvoor hebben aangewezen. Met een risicoregeling worden dus alleen de prijswijzigingen van de daarvoor in aanmerking komende (overeengekomen) onderdelen van het werk verrekend. Tussentijdse prijsstijgingen, maar ook prijsdalingen, worden op die manier ‘automatisch’ verrekend. Zodoende is de risicoregeling voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers een faire regeling, zeker in de huidige onzekere tijden. Verrekening geschiedt doorgaans achteraf in termijnen van 12 weken. Let op: in de praktijk komt het voor dat de mogelijkheid tot verrekening in de eerste periode na het aangaan van de overeenkomst, bijvoorbeeld over de eerste 6 maanden, contractueel wordt uitgesloten.

In de huidige marktomstandigheden, waarin prijzen alleen maar verder omhoog gaan en er met de recente crisis in Oekraïne voorlopig geen zicht lijkt te zijn op het moment waarop het prijsniveau stabiliseert, is dat een reëel – te groot – risico voor de opdrachtnemer. Indexeringsregelingen Bij een indexeringsregeling worden de overeengekomen prijzen (de aanneemsom) periodiek – meestal jaarlijks – aangepast aan de algehele prijsontwikkeling in de sector. Indexering vindt doorgaans pas plaats na 1 jaar. Aan de hand van een indexeringsregeling worden er dus nieuwe (geïndexeerde) prijzen vastgesteld voor het komende jaar, waarin de uitvoering van het werk plaatsvindt. Een indexeringsregeling is gebaseerd op indexcijfers van bijvoorbeeld het Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB) of het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Die indexcijfers geven inzicht in de kostenontwikkeling van lonen, materialen en materieel. Er is niet zoiets als één indexeringsregeling voor de bouw. Werken in de sectoren woningbouw, utiliteitsbouw, de GWW sector en de installatietechniek, maar ook het type werk (nieuwbouw, renovatie, herstel, verbouw, onderhoud), verschillen daarvoor teveel van elkaar. Dat vergt voor iedere sector en type werk een eigen, specifieke benadering. Een indexeringsregeling moet passen bij de projectspecifieke eigenschappen van het werk waarop het wordt toegepast.

Er zijn wel generieke indexcijfers beschikbaar. Die cijfers zijn gebaseerd op referentie-objecten voor nieuwbouw en onderhoud van bijvoorbeeld woningbouw-, utiliteitsbouw- en GWW-projecten. Het toepassen van een generieke indexeringsregeling is goed mogelijk, zolang de eigenschappen van het desbetreffende werk in voldoende mate overeenkomen met die van het referentie-object. Is dat niet het geval, dan ontkom je er niet aan te kiezen voor maatwerk: een projectspecifieke indexeringsregeling, afgestemd op de kenmerken van het desbetreffende werk. Compensatie volgens een indexeringsregeling; volledig of niet? Indexeringsregelingen baseren zich veelal op de prijswijzigingen van een samengestelde productgroep. Een productgroep die bestaat uit materialen, grondstoffen, brandstoffen en

lonen, die representatief zijn voor een bepaald referentieobject. Voor een woningbouwproject zal de indexering rekening houden met materialen als steen, beton, hout en kunststof. Bij wegenbouw zal het zwaartepunt liggen bij grondstoffen als zand, grind en asfalt. Betekent het toepassen van een voor het desbetreffende werk passende indexering dat prijswijzigingen altijd volledig worden gecompenseerd? Daarvan is helaas géén sprake. Een indexeringsregeling is namelijk gebaseerd op de prijzen van een voorgaande periode en loopt daardoor doorgaans achter op de werkelijkheid. Daarnaast wordt het effect van een (aanmerkelijke) prijsstijging van één of meer onderdelen gedempt, als andere onderdelen uit de toegepaste productgroep niet of minder fluctueren. Daarom is een bekende klacht vanuit de markt dat de schade die wordt ondervonden door prijsstijgingen met een indexeringsregeling slechts voor een deel wordt gecompenseerd. Indexeren van consumentenovereenkomsten en Woningborg Als u overeenkomsten aangaat met een particulier (consument) moet u er rekening mee houden dat daarop het consumentenrecht van toepassing is. Een consument wordt daarmee beschermd tegen door een professionele wederpartij (bijv. een aannemer) opgelegde onredelijke voorwaarden.

Let op: in een aannemingsovereenkomst met een particuliere opdrachtgever zult u de mogelijkheid moeten opnemen tot ontbinding van de overeenkomst als de verhoging van de aanneemsom binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst plaatsvindt. Woningborgcontracten kennen een eigen regeling. Volgens artikel 8 van de Algemene Voorwaarden is het bij die overeenkomsten niet toegestaan om prijsstijgingen te verrekenen. Wel kan er in bepaalde situaties ruimte zijn om in de koop-/aannemingsovereenkomst een post ‘risicoverrekening‘ op te nemen. Prijsstijgingen die niet zijn verdisconteerd in de aanneemsom kunnen in zo’n geval tot maximaal het bedrag van de post risicoverrekening worden doorberekend. 3. Verrekening kostenstijgingen bij een vaste aanneemsom

Wat te doen als er géén verrekening is overeengekomen of er een ‘prijsvastbeding’ is overeengekomen? Is de vaste aanneemsom dan heilig en moet de aannemer lijdzaam toezien hoe prijsstijgingen het resultaat van een project almaar verder uitholt tot er slechts een verlies onderaan de streep overblijft? Dat is niet het geval. De wet heeft daarvoor in het Burgerlijk Wetboek (artikel 7: 753) een regeling. In het verlengde daarvan hanteren we in de bouw algemene voorwaarden, waarin het recht voor de aannemer op bijbetaling of een vergoeding van (extra) kosten is geregeld. In deze aanwijzing beperk ik mij tot (aannemings-)overeenkomsten waarop: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012); de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen 2005 (UAV-GC 2005); de Standaard RAW Bepalingen 2020; de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 (AVA 2013); de Consumentenvoorwaarden Verbouwingen 2010 (COVO 2010); of er geen algemene voorwaarden van toepassing zijn (BW).

Zonder volledigheid na te streven volgt hierna een beknopte toelichting op enkele relevante bepalingen uit de bovenvermelde voorwaarden en het Burgerlijk Wetboek (BW). Afsluitend sta ik kort stil bij de waarschuwingsplicht van de aannemer en verlenging van de bouwtermijn. 4. UAV 2012

Extreme prijsstijgingen zijn over het algemeen niet voorzienbaar en daardoor niet in de kostenbegroting en aanneemsom verdisconteerd. Als de bouwkosten van het werk door deze prijsstijgingen aanzienlijk worden verhoogd, geeft paragraaf 47 lid 1 UAV 2012 de aannemer aanspraak op bijbetaling: § 47 – kostenverhogende omstandigheden: ‘(..) omstandigheden die van dien aard zijn dat bij het tot stand komen van de overeenkomst geen rekening behoefde te worden gehouden met de kans dat zij zich zouden voordoen, die de aannemer niet kunnen worden toegerekend en die de kosten van het werk aanzienlijk verhogen’. ‘Indien kostenverhogende omstandigheden (..) intreden heeft de aannemer aanspraak op bijbetaling (..). Het gaat in deze paragraaf om omstandigheden (dat kunnen prijsstijgingen zijn) die de bouwkosten van het werk aanzienlijk verhogen. Voor de berekening van de bouwkosten wordt uitgegaan van de totale kosten voor het werk, verhoogd met eventuele prijsstijgingen die gerekend moeten worden tot het ‘normale ondernemersrisico’ van het bouwbedrijf. Resulteren prijsstijgingen vervolgens in een aanzienlijke stijging van de bouwkosten, dan staat daar een compensatie tegenover.

In plaats van een vergoeding te betalen kan een opdrachtgever ook ervoor kiezen extra kosten te compenseren door de omvang van het werk te beperken, het werk te vereenvoudigen of dat (in onvoltooide staat) te beëindigen. Het aanzienlijkheidsvereiste, de ‘5% vuistregel’ en een meer rechtvaardige wijze van verrekening Wanneer is een kostenstijging ‘aanzienlijk’ als bedoeld in paragraaf 47 UAV? Voor het aanzienlijkheidsvereiste in paragraaf 47 UAV wordt wel aangesloten bij de zogenaamde ‘5% vuistregel’. Zijn de bouwkosten meer dan die 5% gestegen, dan is er in veel gevallen sprake van een aanzienlijke stijging en ontstaat het recht op compensatie onder paragraaf 47. Hierover kun je ook anders denken. De bouwbranche kent decennialang marginale winstmarges. Opslagpercentages voor winst en risico van 2 tot 3% zijn geen uitzondering. In dat percentage zit ook een deel risico dat zich – ‘quick and dirty’ – begeeft tussen 0,35 en 0,5 %. Daarmee resteert er een winstopslag van 1,5 tot 2,65 %. Zou het daarom niet voor de hand liggen het ondernemersrisico – die evengoed prijsstijgingen omvat (!) – en de (omvang van de) aanspraak van de aannemer op compensatie te beoordelen tegen de achtergrond van de voor het desbetreffende project overeengekomen risico-opslag? Dat zou in mijn beleving een faire benadering zijn van het probleem.

Een aannemer kan zich immers bij het doen van een aanbieding slechts baseren op de marktomstandigheden van dat moment en de daarop gebaseerde verwachtingen voor de (nabije) toekomst. Eén ding weet je zeker: het betreffen in alle gevallen gegevens uit het verleden. Daarmee blijft het onzeker welke (onverwachte) wendingen de toekomst kent en juist in die toekomt vindt de inkoop voor het werk plaats.

Dat marktomstandigheden tussen de tijd van het aangaan van de aanneemovereenkomst en de inkoop van het ene op het andere moment aanmerkelijk kunnen veranderen met alle gevolgen van dien, hebben we inmiddels ervaren. Ook hier geldt: in het verleden behaalde resultaten, zijn geen garantie voor de toekomst. Zolang we niet beschikken over een glazen bol en het op voorhand inkopen en op voorraad houden van de benodigde grondstoffen en bouwmaterialen geen reële optie is, ontkomen partijen er niet aan afspraken te maken over dit risico. De overeengekomen risico-opslag zou dan een absolute drempel zijn als het gaat om de mate waarin de aannemer prijsstijgingen voor eigen rekening zou moeten nemen. Meer risico dan dat is niet in de aanneemsom verdisconteerd. 5. UAV-GC 2005

De prijsstijgingen waarmee we de laatste 1,5 jaar zijn geconfronteerd zijn van tevoren niet in te schatten, laat staan te voorkomen. Afnemers (aannemers) zijn wat dat betreft afhankelijk van leveranciers en fabrikanten en – meer in zijn algemeenheid – van de ‘wereldmarkt’ aan de hand waarvan prijzen worden vastgesteld. Dergelijke prijsstijgingen komen over het algemeen voor een afnemer van een product of dienst als een verrassing. Anders gezegd is het voor hen een onvoorziene omstandigheid: § 44 lid 1 sub c – onvoorziene omstandigheden: ‘Behoudens het bepaalde in § 45 heeft de Opdrachtnemer uitsluitend recht op kostenvergoeding en/of termijnsverlenging indien: (..) (c) zich een onvoorziene omstandigheid voordoet van dien aard dat de Opdrachtgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de Overeenkomst ongewijzigd in stand blijft.’ Prijsstijgingen die bij het sluiten van de overeenkomst niet kenbaar (onvoorzien) waren voor de aannemer, zijn als zodanig niet verdisconteerd in de aanneemsom. Bij overeenkomsten die zijn of worden aangegaan nadat de aannemer bekend kan worden verondersteld met (een reëel risico op) prijsstijgingen, is het daarom van belang voorafgaand sluitende afspraken te maken over de verrekening daarvan bijvoorbeeld door het overeenkomen van een Risicoregeling. Daarmee voorkom je op zijn minst voor een deel discussie achteraf.

Als een kostenstijging kan worden aangemerkt als een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in paragraaf 44, dan komt de opdrachtnemer een kostenvergoeding toe. De Opdrachtgever kan er in zo’n geval ook voor kiezen de extra kosten (geheel of deels) te compenseren door de Werkzaamheden van de Opdrachtnemer te beperken of die te vereenvoudigen door een Wijziging (in de zin van § 14 lid 1 UAV-GC 2005) op te dragen. Verder kan bij een UAV-GC contract gedacht worden aan de kostenvergoeding op grond van § 44 lid 1 sub b – kostenvergoeding en/of termijnsverlenging: ‘(..)kosten en/of vertraging hun oorzaak vinden in een omstandigheid waarvoor de Opdrachtgever krachtens de Overeenkomst verantwoordelijk is en waartegen de Opdrachtnemer niet behoefde te waarschuwen gelet op diens in § 4 lid 7 genoemde verplichting (..)’

Als het gaat om de gevolgen van kostenstijgingen, lijkt bovenstaande bepaling (§ 44 lid 1 sub c UAV-GC) over onvoorziene omstandigheden meer op zijn plaats. Het sub b gestelde van deze paragraaf zou eventueel als vangnet kunnen dienen. 6. Standaard RAW Bepalingen 2020

Als gezegd voorzien de Standaard RAW Bepalingen 2020 in een regeling voor het verrekenen van prijswijzigingen: de Risicoregeling GWW 1995 (zie ook: risicoregeling RAW). Met deze regeling worden wijzigingen van loonkosten en de kosten van brandstoffen en bouwstoffen verrekend. De teksten daarvoor zijn in de RAW-Catalogus opgenomen. Voor RAW-raamovereenkomsten is het ook mogelijk te kiezen voor een jaarlijkse indexatie van de prijzen, waarvoor de CBS indexcijfers voor de GWW worden gebruikt. Verder verklaren de Standaard RAW Bepalingen 2020 de UAV 2012 van toepassing. Daardoor is een beroep op paragraaf 47 van de UAV 2012 (zie toelichting onder 4 van deze Aanwijzing) mogelijk als zich kostenverhogende omstandigheden voordoen, óók als partijen de indexeringsregeling in de RAW Standaard zijn overeengekomen, maar de werkelijke loon- of prijsstijging het in de risicoregeling normaal gedekte risico te boven gaat. 7. AVA 2013

De AVA 2013 worden veelvuldig gebruikt bij middelgrote of kleinere bouwwerken. De AVA 2013 (art. 5) verstaan onder kostenverhogende omstandigheden: -

omstandigheden van dien aard, dat bij het tot stand komen van de overeenkomst geen rekening hoeft te worden gehouden met de kans dat zij zich voordoen; die de aannemer niet kunnen worden toegerekend; en die de kosten van het werk verhogen.

De AVA 2013 lijkt daarmee in veel opzichten op de regeling in par. 47 UAV 2012 met dien verstande dat de aannemer reeds een vergoeding van kosten mag verlangen als er sprake is van een verhoging van de bouwkosten. Het hoeft dus geen aanzienlijke kostenstijging te zijn; een enkele stijging is voldoende voor een aanspraak op kostenvergoeding. Let op: in een aannemingsovereenkomst met een particuliere opdrachtgever zult u wel de mogelijkheid moeten opnemen tot ontbinding van de overeenkomst als de verhoging van de aanneemsom binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst plaatsvindt. 8. COVO 2010

In de COVO 2010 ontbreekt een regeling voor onverwachte prijsstijgingen. In dat geval vallen partijen terug op de regeling in het Burgerlijk Wetboek (zie hieronder sub 9). 9. Burgerlijk Wetboek

Artikel 7:753 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat over kostenverhogende omstandigheden. Op grond van dit artikel kan de rechter worden gevraagd de overeengekomen prijs (aanneemsom) aan te passen. Een beroep op dit artikel heeft kans van slagen als:

1. de prijsverhogende omstandigheden niet aan de aannemer zijn toe te rekenen; en 2. hij bij het aangaan van het contract geen rekening hoefde te houden met de kans dat de prijsverhoging zich zou gaan voordoen. Deze wetsbepaling is – zoals dat heet – van ‘regelend recht’. Partijen kunnen daarvan afwijken. 10. Waarschuwingsplicht

Of nu het BW van toepassing is, de UAV 2012, de UAV-GC 2005, de Standaard RAW Bepalingen 2020, de AVA 2013, of de COVO 2010, de aannemer is altijd verplicht de opdrachtgever zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte te stellen van onvoorziene/kostenverhogende omstandigheden en in overleg te treden over de gevolgen daarvan. Voor zoveel mogelijk moet getracht worden schade te beperken en de opdrachtgever in staat te stellen maatregelen te treffen. Dat kan er ook uit bestaan dat het werk wordt beperkt, vereenvoudigd of (in onvoltooide staat) wordt gestaakt. Waarschuwt de aannemer niet of niet tijdig, dan loopt hij het risico zijn aanspraak op vergoeding van kosten te verliezen. 11. Bouwtijd; vertraging en verlenging van de bouwtermijn Prijsstijgingen kunnen meerdere oorzaken hebben. Op dit moment wordt de bouwsector geconfronteerd met een aanhoudend grote vraag, schaarste door productie-uitval en de gevolgen van het incident in Oekraïne, waardoor het nog moeilijker wordt op tijd te beschikken over grondstoffen en bouwmaterialen en de bouwkosten verder stijgen. Waar de vraag het aanbod overtreft, zal men nu eenmaal ‘in de rij moeten staan’ om de verlangde producten te verkrijgen en dat kan gevolgen hebben voor de bouwtijd. Dit zijn omstandigheden die in beginsel in de risicosfeer van aanneemster liggen.

Dat uitgangspunt gaat echter niet op als het gaat om onvoorziene omstandigheden, die zo ingrijpend zijn dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst onaanvaardbaar is. Deze regeling is niet alleen opgenomen in de wet (art. 6: 258 BW), maar ook in voorwaarden als de UAV-GC 2005 (par. 44 lid 1 sub c) en – in iets andere bewoordingen – de UAV 2012 (par. 8 lid 5) en de AVA 2013 (art. 10 lid 2). Daarvan kan sprake zijn bij omstandigheden die het gevolg zijn van het corona-virus, maar ook de situatie in Oekraïne kan daartoe aanleiding geven. In dergelijke gevallen kan er een aanspraak bestaan op verlenging van de bouwtermijn. Meer informatie over bouwtijdverlenging is opgenomen in een aparte ‘Aanwijzing’: leveringsproblemen en bouwtijdverlenging

Contractclausules: •

Ben je op zoek naar clausules over de verrekening van prijsstijgingen en bouwtijdverlenging die je in je overeenkomst kan opnemen: Clausules: doorberekenen van prijsstijgingen en bouwtijdverlenging - Bouwend Nederland

•

Heb je behoefte aan een contractclausule, waarmee bij het aangaan van een aannemingsovereenkomst afspraken worden gemaakt over de mogelijke consequenties van de oorlog in Oekraïne voor het werk: contractclausule.

Informatie over deze aanwijzing: Arno Duijverman | beleidsmedewerker bouw- en aanbestedingsrecht a.duijverman@bouwendnederland.nl

Zilverstraat 69 | 2718 RP Zoetermeer Postbus 340 | 2700 AH Zoetermeer T:+31 (0)79 3 252 252 www.bouwendnederland.nl @bouwendnl

Disclaimer Hoewel Bouwend Nederland bij de vervaardiging en samenstelling van deze aanwijzing de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht neemt, aanvaardt zij geen aansprakelijkheid voor schade ontstaan door daarin voorkomende onjuistheden. De gebruiker is zich er van bewust dat de informatie kan veranderen zonder dat hij daarvan van tevoren op de hoogte wordt gebracht. We sluiten daarom elke aansprakelijkheid uit voor schade die verband houdt met het gebruik van deze aanwijzing. Deze aanwijzing kan worden afgedrukt voor persoonlijk gebruik met uitsluiting van elke verdere verveelvoudiging, distributie, commercialisatie of exploitatie onder derden, tenzij daarvoor voorafgaande toestemming is verkregen van de auteur en/of Bouwend Nederland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=6a614a9e-8840-400c-9516-887e192a5476