Beslispunt 3 - Beleidsregel standplaatsen Moerdijk
Tekst van het document
Intitulé Beleidsregel standplaatsen Moerdijk Burgemeester en wethouders van gemeente Moerdijk; gelet op artikel 1:3 vierde lid en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 1:6, 1:8, 5:17 en 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Moerdijk; dat de behoefte bestaat om in beleidsregel nader uit te werken hoe met die bevoegdheid wordt om te gaan; besluit: vast te stellen de Beleidsregel standplaatsen Moerdijk Inleiding Het te koop aanbieden van goederen, zoals bloemen, vis, loempia’s, friet en overige snacks vanaf een standplaats, is in de meeste gemeenten in Nederland een niet meer weg te denken activiteit. Standplaatsactiviteiten vormen voor consumenten vaak een welkome aanvulling op het aanwezige winkelbestand. In sommige gevallen is het zelfs de enige mogelijkheid om dicht bij huis bepaalde inkopen te doen. Een activiteit die daar enigszins tegenaan schurkt zijn de weekmarkten, die in veel plaatsen vaak wekelijks plaatsvinden. Deze weekmarkten zijn in tegenstelling tot de standplaatsen, niet gebaseerd op de Algemene Plaatselijke Verordening Moerdijk (hierna: de APV), maar op de Marktverordening gemeente Moerdijk (hierna: de Marktverordening). Doel De beleidsregels standplaatsen Moerdijk vervangt het Standplaatsenbeleid gemeente Moerdijk. De doelstellingen van deze beleidsregel zijn als volgt: 1.
De huidige beleidsregels standplaatsen zijn gebaseerd op het beleid en locatiekeuzen;
2.
Er is behoefte aan een duidelijk en helder beleidskader voor de standplaatshouders en vergunning aanvragers;
3.
Het stimuleren van extra standplaatsen in de kleine kernen;
4.
Een uitvoerbaar en hanteerbaar handhavings- en toezicht kader;
5.
Duidelijkheid en eenduidigheid over het gebruik van gemeentelijke faciliteiten, zoals stroomvoorziening en gebruik gemeentegrond.
1
Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een vergunning aanvraagt; b. APV: de geldende Algemene plaatselijke verordening gemeente Moerdijk; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk; d. dag(en): de dag(en) waarop de standplaats wordt ingenomen; e. vaste standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5.17 van de APV op een door het college aangewezen locatie, die gedurende het gehele jaar één of meerdere dagen/dagdelen per week wordt ingenomen; f. standplaats: het op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, informatie te verstrekken vanuit een voertuig dan wel diensten aan te bieden, zoals bedoeld in artikel 5.17 van de APV; g. vergunning: de vergunning tot het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5.18 van de APV; h. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; i.
seizoen standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5.17 van de APV op een door het college aangewezen locatie, die in de periode van maximaal drie maanden één of meerdere dagen/dagdelen per week wordt ingenomen. j. maatschappelijke of ideële standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5.17 van de APV, die wordt ingenomen door een maatschappelijke/sociaalculturele instelling of activiteiten op het gebied van volksgezondheid, alleen met een niet-commercieel karakter (bijvoorbeeld activiteiten ten behoeve van politieke partijen, verenigingen, onderwijsinstellingen en niet commerciële instellingen). Artikel 2 Standplaatsen 1. Vaste en seizoensgebonden standplaatsen kunnen slechts worden ingenomen op de plaatsen beschreven op de tekeningen in bijlage 1 bij deze beleidsregel. 2. Op de in het eerste lid bedoelde plaatsen mogen standplaatsen ingenomen worden, zoals omschreven in bijlage 2 van deze beleidsregel. 3. Standplaatsen kunnen alleen worden ingenomen door een mobiel verkoopmiddel. Een kiosk, container of ander bouwwerk is niet toegestaan. 4. Standplaatsen hebben een maximale afmeting zoals opgenomen in de vergunning. Artikel 3 Vaste standplaatsen
2
1. Er mogen geen vaste standplaatsen ingenomen worden op het Marktplein (Markt) in Zevenbergen op de dag van de weekmarkt en de nabijheid van 500 meter van het marktplein op de dag van de weekmarkt. 2. Voor de vaste standplaatsen zijn niet altijd standaard stroomvoorzieningen aanwezig; indien nodig dient de vergunninghouder zelf voor een adequate en veilige stroomvoorziening te zorgen. Artikel 4 Seizoensgebonden standplaatsen 1. Een vergunning voor een seizoensgebonden standplaats wordt verleend voor maximaal negen aaneengesloten weken per kalenderjaar. 2. Wanneer mogelijk kan deze seizoensgebonden standplaats op verzoek van de aanvrager eenmalig voor maximaal negen weken door het college worden verlengd. 3. Voor een seizoensgebonden standplaats wordt enkel een standplaatsvergunning verleend, indien de aanvrager geen andere standplaats heeft in de gemeente Moerdijk. Bepalingen over vergunningen Artikel 5 Vergunningverlening vaste standplaatsen 1. Per standplaatslocatie mogen alleen verschillende branches tegelijk standplaats innemen. 2. Een vaste vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd. Artikel 6 Procedure aanvragen vergunning standplaatsen 1. Een aanvraag wordt door het college in behandeling genomen, wanneer er sprake is van een volledige aanvraag, inclusief alle bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier; 2.
De aanvragen worden behandeld op datum van binnenkomst, hierbij geldt dat degene die als eerst een aanvraag heeft ingediend voorgaat; 3. De aanvraag wordt getoetst aan de eisen die zijn gesteld in de artikelen 1:8, 5:17 en 5:18 van de APV en de Algemene wet Bestuursrecht. Artikel 7. Vereisten vergunning 1. Voor toewijzing van een vergunning voor een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. De volgende documenten moeten worden overlegd: 3
a. Kopie van geldig legitimatiebewijs b. Kopie inschrijving Kamer van Koophandel c. Kopie aansprakelijkheidsverzekering Artikel 8 Inhoud standplaatsvergunning Een standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval, voor zover van toepassing: a. de naam en voornamen, geboortedatum en -plaats en het adres van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats met vermelding van de afmetingen; c. het verkoopmiddel of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; d. de branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. de vergunningsduur; f. dat de vergunninghouder zelf zorgdraagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; g. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan; i. de plaats waar een vergunde koelwagen mag staan. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel 9 Innemen standplaats 1. De vergunninghouder is verplicht om de aan hem vergunde standplaats in te nemen, of te laten innemen; 2. Aan de vergunninghouder die zijn standplaats niet persoonlijk wenst in te nemen, verleent het college toestemming zich te laten vervangen door een met name genoemd persoon; 3.
Ter verkrijging van toestemming om zich te laten vervangen dient de vergunninghouder een aanvraag in waaruit blijkt door wie de vergunninghouder wordt vervangen en dat deze vervanger aan de eisen van artikelen 6, 7 en 8 voldoet; 4. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder en handelt namens de vergunninghouder. Het bepaalde in dit beleid en in de APV gemeente Moerdijk is van overeenkomstige toepassing op de vervanger. Alle handelingen van de vervanger op de standplaats worden aan de vergunninghouder toegerekend. De vergunninghouder blijft, ook bij een vervanger, altijd verantwoordelijk voor het gebruik van de standplaats. Artikel 10 Overdragen standplaatsvergunning vaste en seizoensgebonden standplaatsen 1. De standplaatsvergunning kan worden overgedragen als: 4
a. sprake is van blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder; b. de vergunninghouder het bedrijf beëindigt; of c. de vergunninghouder overleden is. 2. In deze situaties kan de standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere persoon met wie de vergunninghouder duurzaam samenwoonde. 3. Wanneer de standplaatsvergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid van dit artikel, kan de standplaatsvergunning worden overgedragen aan een kind of een medewerk(st)er van de vergunninghouder als hij/zij: a. ten minste één jaar in loondienst van het bedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt; of b. gedurende één jaar als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 4. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder is vastgesteld, nadat het bedrijf is beëindigd of nadat de vergunninghouder overleden is. Artikel 11 Toezicht en handhaving De aangewezen toezichthouders, waaronder de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), zullen toezicht houden op de naleving van de vergunningvoorschriften. Wanneer nodig zal de handhavingsmatrix zoals vastgesteld in de beleidsregel uitvoering algemene bestuursrechtelijke handhaving en gedogen Moerdijk 2025 worden gevolgd.
Artikel 12 Intrekking standplaatsvergunning Ter nadere invulling van het bepaalde in artikel 1:6 eerste lid onder d van de APV kan het college de standplaatsvergunning intrekken, wanneer er per kwartaal meer dan vijf dagen geen gebruik wordt gemaakt van een vaste standplaats. Slotbepalingen Artikel 13 Overgangsrecht standplaatsvergunning vaste standplaatsen Voor zowel standplaatshouders die op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel beschikken over een standplaatsvergunning geldt, dat de looptijd van die standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd van kracht blijft. Artikel 14 Intrekking oude regeling Het Standplaatsenbeleid gemeente Moerdijk wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt. Artikel 15 In werking treden Deze beleidsregel treedt in werking de dag nadat deze bekend is gemaakt. 5
Artikel 16 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel standplaatsen Moerdijk. Ondertekening Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk in de vergadering van 18 maart 2025. Namens het college, De secretaris, S. Elseman De burgemeester, A.J. Moerkerke
6