Beleidsplan Openbare Verlichting voor de periode 2023-2032
Tekst van het document
23
4.5
Financiën In de onderstaande tabel is het financiële effect van de scenario’s weergegeven. Voor de kapitaallasten is gerekend met 1,5% rente, afschrijving lichtmasten in 46 jaar en afschrijving armaturen in 23 jaar. Voor de te verwachten energiekosten is gerekend met het voorlopige tarief dat door energieleverancier DVEP is gecommuniceerd voor 2023: € 0,32 (piek) en € 0,23 (dal) inclusief opslag. Ook is rekening gehouden met de (voorlopige) netbeheerkosten van Enexis voor 2023. Scenario 1: Vervangen o.b.v. afschrijvingstermijn
Scenario 2: Volledig LED in 2030 Scenario 2
€
2023 540.369 34 32 49.576 771 490.794
Kapitaallasten investeringen Exploitatiekosten € Beheer- en Onderhoudskosten € Beheerkosten € Correctief onderhoud € Incidentele werkopdrachten € Schilderen € Reinigen € Instandhouding IV-schap € Inspecties € Incidentele stabiliteitsmetingen € Energie- en netwerkkosten € Energiekosten € Energiebelasting en O.D.E. € Netbeheerkosten (Enexis) €
547.689 122.899 35.000 46.234 22.565 10.100 1.000 3.000 2.500 2.500 424.790 289.004 55.786 80.000
Investeringen Aantal masten obv leeftijd Aantal masten obv uitval Investering masten Aantal te vervangen armaturen Investering armaturen
€
€
Energiebesparing t.o.v. 2022
7%
€
2024 808.430 571 4 317.637 771 490.794
€ € € € € € € € € € € € € €
518.178 119.398 35.000 45.668 20.130 10.100 500 3.000 2.500 2.500 398.781 267.051 51.730 80.000
€
€
14%
€
2025 564.718 98 14 73.924 771 490.794
€ € € € € € € € € € € € € €
491.205 118.400 35.000 45.103 17.697 10.100 2.500 3.000 2.500 2.500 372.805 245.126 47.680 80.000
€
€
€
2026 579.154 138 1 88.360 771 490.794
€ € € € € € € € € € € € € €
465.695 118.899 35.000 44.537 15.262 10.100 6.000 3.000 2.500 2.500 346.796 223.172 43.624 80.000
€
€
22%
29%
€
2027 499.218 42 2 38.275 771 460.943
€ € € € € € € € € € € € € €
434.674 113.897 35.000 43.970 12.826 10.100 4.000 3.000 2.500 2.500 320.778 201.211 39.567 80.000
€
€
36%
€
2028 494.168 35 33.224 771 460.943
€ € € € € € € € € € € € € €
404.154 109.394 35.000 43.404 10.390 10.100 2.500 3.000 2.500 2.500 294.760 179.250 35.509 80.000
€
€
43%
€
2029 523.167 84 83 62.223 771 460.943
€ € € € € € € € € € € € € €
375.134 106.392 35.000 42.838 7.954 10.100 2.500 3.000 2.500 2.500 268.742 157.290 31.452 80.000
€
€
50%
€
2030 507.867 53 56 46.924 771 460.943
€ € € € € € € € € € € € € €
338.441 101.251 35.000 42.151 5.000 10.100 1.000 3.000 2.500 2.500 237.190 130.658 26.532 80.000
€
€
59%
€
2031 113.281 175 169 111.488 3 1.794
€ € € € € € € € € € € € € €
340.441 103.251 35.000 42.151 5.000 10.100 3.000 3.000 2.500 2.500 237.190 130.658 26.532 80.000
€
€
59%
€
2032 39.827 18 24 28.468 19 11.359
€ € € € € € € € € € € € € €
346.441 109.251 35.000 42.151 5.000 10.100 9.000 3.000 2.500 2.500 237.190 130.658 26.532 80.000
€
€
59%
Vergelijk op financiën
In de periode tot en met 2030 zijn de cumulatieve exploitatiekosten van scenario 2 ten opzichte van scenario 1 ongeveer € 377.000 lager, omdat in dezelfde periode minder energie verbruikt wordt en omdat de onderhoudskosten voor LED verlichting lager zijn dan voor conventionele verlichting. Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
24
Om dit te bereiken moet, naast het vervangen van lichtmasten, ook geïnvesteerd worden in vervanging van armaturen. De investeringen in de periode tot en met 2030 zijn in scenario 2 fors hoger dan in scenario 1.
4.6
Risicoparagraaf Schaarste Ten tijde van het opstellen van dit beleidsplan (najaar 2022) zijn de prijzen voor energie en grondstoffen (mede vanwege schaarste op de markt) sterk aan het stijgen. Dit heeft effect op diverse facetten van de exploitatie van Openbare Verlichting: De energiekosten zijn in een jaar tijd meer dan verdubbeld; De tarieven van de onderhoudsaannemer voor inzet van personeel en materieel stijgen door sterke inflatie; De kosten voor aanschaf van materialen stijgen en de beschikbaarheid is fors afgenomen. Met name stalen lichtmasten zijn fors duurder geworden en levertijden lopen op; De kosten van netbeheerder Enexis voor het instandhouden van het voedingsnet zijn in 2023 met ongeveer 30% verhoogd ten opzichte van 2022; Aanpassing, uitbreiding en herstel van kabelstoringen in het Enexis voedingsnet kent langere doorlooptijden vanwege beperkte beschikbaarheid van koperkabel, gekwalificeerd personeel en specialistisch materieel. Omdat er geen duidelijkheid bestaat over het tijdelijke of blijvende karakter van deze prijsstijgingen en de effecten hiervan op de prijzen van arbeid, materiaal en materieel, is gekozen om het beleidsplan uit te werken op basis van het huidige prijspeil (2022) en geen voorspelling voor jaarlijkse indexeringen of prijswijzigingen op te nemen.
Uitzondering hierop zijn de voor 2023 vastgestelde tarieven voor de netbeheerkosten en energiebelasting. De gevolgen van bovengenoemde effecten zijn echter dagelijks merkbaar: De doorlooptijd voor herstel van (met name) schade is momenteel langer dan in het onderhoudscontract is vastgelegd; Beschikbare budgetten staan onder druk. Met de beschikbare middelen kan minder uitgevoerd worden, waardoor de vervangingsopgave vertraging op kan lopen; Het realiseren van uitbreidingen van openbare verlichting bij (her-) inrichting van de openbare ruimte loopt vertraging op, en vergt continu afstemming en bijstelling van planningen. De invloed van de gemeente, maar ook van haar onderhoudsaannemer en netbeheerder, op deze gevolgen is zeer beperkt. De gemeente zoekt samen met haar onderhoudsaannemer en netbeheerder steeds naar passende en realistische oplossingen.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
25
Uitfasering fluorescentielampen Vanaf februari 2023 geldt een Europees productieverbod op PL- en TL-lampen, vanwege de aanwezigheid van kwik in dit type lampen. Ook de import van deze lampen is vanaf dat moment verboden. Dit verbod heeft gevolgen voor de beschikbaarheid van PL- en TL-lampen. Voor de korte termijn is er nog een beperkte voorraad lampen beschikbaar bij de onderhoudsaannemer. Op langere termijn zal de beschikbaarheid afnemen. Het is niet ondenkbaar dat de prijs van deze lampen gaat stijgen, hetzelfde hebben we gezien na de uitfasering van SOX lampen. Een effect kan óók zijn, dat herstel van lampuitval langer gaat duren, omdat de onderhoudsaannemer geen (of weinig) voorraad van dit type lampen heeft. Uiteindelijk komt er een moment dat defecten aan verlichting met deze lampen niet meer verholpen kan worden. Er zal dan adhoc een oplossing gezocht moeten worden, zoals ombouw of vervanging van het armatuur. De kosten en doorlooptijd van deze oplossing zullen hoger zijn dan bij het normale storingsherstel.
4.7
Doelstellingen Scenario 1 en scenario 2 hebben voldoende positieve effecten op de doelstellingen van dit beleidsplan. Scenario 2 scoort iets beter op veiligheid, omdat in dezelfde periode een iets groter deel van het areaal verbeterd wordt, hetgeen ook de kwaliteit ten goede komt. Hierdoor zal in een groter deel van de gemeente de veiligheid verbeteren. De energiebesparing in scenario 2 gaat sneller, omdat de conventionele armaturen eerder dan in scenario 1 worden vervangen. Het vroegtijdig vervangen van armaturen beperkt echter de score, waardoor scenario 1 en scenario 2 even goed scoren op duurzaamheid.
Scenario 1 sluit vanwege een betere score op kostenefficiënt beter aan bij de missie en visie van de gemeente voor openbare verlichting: “Een aantrekkelijk en doelmatig areaal openbare verlichting, dat optimaal bijdraagt aan een veilige omgeving voor de burger de langere termijn, waarbij de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en duurzaam in stand wordt gehouden, tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten en door standaardisering en planmatig onderhoud kosten worden beperkt”. Doelstelling Veilig Duurzaam Kostenefficiënt Kwaliteit
Effect scenario 1
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
26
Effect scenario 2
Vergelijk op doelstellingen Scenario 2 scoort iets beter dan scenario 1 op veiligheid, omdat in dezelfde periode een groter deel van het areaal verbeterd wordt, hetgeen ook de kwaliteit ten goede komt. Scenario 1 sluit vanwege een betere score op kostenefficiënt beter dan scenario 2 aan bij de missie en visie van de gemeente voor openbare verlichting. Scenario 1 en scenario 2 scoren hetzelfde op duurzaamheid, maar met als verschil dat in scenario 1 geen kapitaal vernietigd wordt (vervroegd vervangen armaturen), terwijl in scenario 2 het energieverbruik eerder afneemt.
4.8
Advies Hoewel de extra investeringen van scenario 2 zorgen voor een snellere afname van de exploitatiekosten, betekent dit óók dat investeringen vervroegd moeten worden en een deel van de armaturen vroegtijdig vervangen wordt. De huidige economische situatie van schaarste en sterk gestegen kosten, en de ontwikkeling hiervan in de nabije toekomst is onzeker. De keuze voor scenario 2 is uit oogpunt van kostenefficiënte instandhouding op dit moment niet logisch en kapitaalvernietiging is niet verantwoord. Door (voorlopig) vast te houden aan het ritme van scenario 1 worden materialen pas vervangen aan het einde van de afschrijvingstermijn. De investeringen zijn fors lager dan in scenario 2, waardoor het effect van eventuele kostenstijgingen op de benodigde investeringskredieten in scenario 1 minder groot zal zijn. Geadviseerd wordt te kiezen voor scenario 1: Vervangen op basis van afschrijvingstermijn. Daarnaast wordt geadviseerd om in 2027 het beleidsplan te actualiseren, en indien nodig bij te sturen op basis van actuele inzichten en ontwikkelingen.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
27
Bijlagen
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
28
A A.1
Wettelijke kaders De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Relevant zijn de Elektriciteitswet, de wet natuurbescherming, de Arbeidsomstandighedenwet (installatieverantwoordelijkheid), Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken (WIBON), regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond (CROW 400) en Europese regelgeving over te gebruiken producten.
Aansprakelijkheid De gemeente is als eigenaar verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimte die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente. De gemeente kan in het kader van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk gesteld worden voor het niet naar behoren functioneren van de OVL. Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting of onjuiste verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad, waaruit schadeplichtigheid kan ontstaan. Het areaal in de gemeente Moerdijk is relatief oud en redelijk onderhouden, waardoor de risico’s beperkt zijn. Het risico zal toenemen als materialen verder verouderen en niet tijdig worden vervangen. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke wijze de gemeente dit risico heeft beperkt en daarmee ook haar aansprakelijkheid heeft beperkt. Aansprakelijkheid kan beperkt worden door: Het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud. Een systeem van planmatig beheer (meerjaren vervangingsplan, beleidsplan). Een goed werkend klachtensysteem Snel handelen bij het verhelpen van schades en storingen.
De gemeente heeft dit als volgt geregeld: Het onderhoud van de OVL wordt verzorgd door de onderhoudsaannemer. De gemeente of haar beheerpartner controleert de werkzaamheden en voert inspecties uit. De gemeente heeft in de afgelopen jaren een vervangingsplan uitgevoerd, en stelt op basis van het beleidsplan een meerjaren vervangingsplan op. Meldingen van burgers worden geregistreerd in het beheersysteem waarna de onderhoudsaannemer de storing verder afhandelt. In het onderhoudsbestek zijn termijnen opgenomen waarbinnen storingen door de aannemer moeten worden opgelost. De beheerder stuurt actief op oplostermijnen, bij overschrijding kunnen kortingen opgelegd worden.
de gemeente contracteert via een aanbesteding een aannemer die het onderhoud verzorgt aan de installatie van de gemeente. Nakoming van overeengekomen oplostermijnen wordt actief gemonitord door de beheerder.
A.2
Elektriciteitswet Netbeheerders onderhouden het netwerk van kabels, ze transporteren elektriciteit en ze lossen storingen op. Hoe de netbeheerders dat moeten doen staat in zogeheten codes. Codes zijn uitwerkingen van de Elektriciteitswet en bevatten allerlei regels over hoe de netbeheerders zich moeten gedragen. Er staat ook in welke verantwoordelijkheid klanten van netbeheerders hebben. De procedure voor de totstandkoming van wijzigingen van de codes staat in de artikelen 31-39 van de Elektriciteitswet 1998.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
29
A.3
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 heeft de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De uitvoering van deze nieuwe wet komt grotendeels in handen van de provincies. Deze wet beschermt de leefgebieden van diverse dieren- en plantensoorten. Als de verlichting de natuur verstoord kan er besloten worden verlichting aan te passen of te verwijderen. Wanneer het plaatsen van de OVL mogelijk strijdig is met de Wet natuurbescherming, kan er gekeken worden naar alternatieven voor de OVL. Dergelijke situaties doen zich voornamelijk voor in gebieden waar flora en fauna hinder van het licht ondervinden, waaronder Natura 2000 gebieden. In de gemeente Moerdijk komen gebieden voor waar flora en fauna hinder van licht kan ondervinden. - Bij nieuw aan te leggen verlichting zal de gemeente in zulke gebieden de Wet natuurbescherming volgen, en de richtlijn NPR 13201 en richtlijn Lichthinder (Richtlijnen) meewegen in haar afweging of, en hoe, te verlichten. - Bij vervanging van bestaande verlichting zal de gemeente de Wet natuurbescherming volgen, en de Richtlijnen meewegen in het ontwerp van de verlichtingsinstallatie. - Voor bestaande verlichting in natuurgebieden zal per geval beoordeeld worden of de verlichting in strijd is met de Wet natuurbescherming of afwijkt van de Richtlijnen, en zo nodig gesaneerd of aangepast kan worden.
A.4
Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010:2020 en NEN3140+A1:2015 van kracht, en op sommige installaties de Bedrijfsvoering van elektrische installaties Hoogspanning NEN 3840:2011 nl, NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522. In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures. Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij een (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend.
Ook een rechtspersoon kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Als er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen en vastgelegd, dan valt die taak automatisch toe aan de hoogste functionaris. Voor gemeenten is dat de gemeentesecretaris. Hij of zij is persoonlijk aansprakelijk indien de installatie resulteert in een onveilige situatie op straat of als werkzaamheden onveilig worden uitgevoerd. De gemeente dient installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze te organiseren. Zij kan dit doen door: Een inventarisatie uit te voeren; Procedurehandboek en veiligheidsmaatregelen vast te leggen; Instructies te verzorgen en te controleren op naleving; Controlemaatregelen voor de elektrotechnische bedrijfsvoering (RI&E) uit te voeren; Periodieke inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
30
De gemeente Moerdijk heeft deze zaken in de vorige beleidsperiode georganiseerd. Er is een procedurehandboek opgesteld en geïmplementeerd. Om de installatieverantwoordelijkheid in stand te houden worden periodiek inspecties uitgevoerd en wordt jaarlijks een Risico Inventarisatie en Evaluatie opgesteld (RI&E). De onderhoudsaannemer in de gemeente Moerdijk wordt geïnstrueerd om te handel volgens het veiligheidshandboek. de gemeente Moerdijk zal in de komende beleidsperiode haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de elektrotechnische veiligheid van het OVL-areaal in stand houden door de benodigde inspecties en evaluaties uit te voeren.
A.5
WIBON / CROW-500 De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook wel grondroerdersregeling genoemd, is een Nederlandse wet die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Sinds 1 oktober 2008 is het verplicht om bij elke ‘mechanische grondroering’ een graafmelding bij het Kadaster te doen. Vanaf 31-03-2018 de WIBON: Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken. De wet beoogt gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. Jaarlijks vinden in Nederland ongeveer 34.000 incidenten plaats waarbij kabels of leidingen beschadigd raken bij mechanische graafwerkzaamheden. De wet vervangt ook de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Dit is in 2008 opgegaan in het Kadaster. De wet voorziet niet in een verdere inhoudelijke uitwerking van het proces en kennis. Deze is verder uitgewerkt in de CROW 500-richtlijn. De CROW-500 verplicht gravers tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’, zoals graven, heien, intrillen, baggeren en het leggen van leidingen. Kabel- en leidingbeheerders moeten al hun (ondergrondse) kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheid digitaal beschikbaar hebben en melden bij het kadaster.
De uitwisseling van die digitale informatie verloopt volgens het verplichte Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL). De Check & Go kaart, beschikbaar gesteld door het Kabel en Leiding Overleg (KLO), laat zien welke stappen van initiatief- tot en met uitvoeringsfase genomen moet worden om graafschade te voorkomen. Belangrijk hierin voor de gemeente is haar verantwoordelijkheid als initiatiefnemer/ontwerper.
A.6
CROW 400 Vanaf 1 januari 2018 heeft er een overgang plaatsgevonden van de CROW132 naar de CROW400, dit betreft een aanpassing in de regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond. De opdrachtgever heeft een ongewijzigde verplichting om bij opdrachtverstrekking te kunnen verklaren dat de grond waarin gewerkt wordt “schoon” is of anderzijds aan te leveren wat de vervuilingsklasse is en dit te onderbouwen in een actueel rapport. Alle informatie met betrekking tot de overgang naar de CROW400 is terug te vinden op de website van de CROW: www.crow.nl.
A.7
Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CEmarkering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. De gemeente schaft alleen producten aan die voorzien zijn van het CE-keurmerk.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
31
Vanuit Europese regelgeving is een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. Het verantwoord verwerken van vrijgekomen gasontladingslampen, door de onderhoudsaannemer, is geregeld in het onderhoudsbestek.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
32
B B.1
Richtlijnen Aanvullend op de wettelijke kaders zijn er nog richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun (OVL)-beleid hanteren. Voorbeelden hiervan zijn de Nederlandse praktijk richtlijn voor de kwaliteitscriteria openbare verlichting (NPR 13201) en het PolitieKeurmerk Veilig Wonen (PKVW).
Richtlijn openbare verlichting Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid dienen. In het bijzonder de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt. De NSVV heeft in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de NPR is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering, zoals de led-lampjes in een fietspad. Met de nieuwe NPR zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De richtlijn wordt in veel gemeenten als leidraad voor de OVL gehanteerd.
Het soort openbare verlichting wordt bepaald door het gemeentelijk Verkeersveiligheidsplan (VVP) en de functie van de weg (verkeer of verblijf). Om de kwaliteit van de verlichting te bepalen bevat de NPR determineertabellen. Op basis van de inrichting, het doel en het gebruik van de openbare ruimte wordt een indicatie gegeven voor de te hanteren verlichtingsklasse. De ervaring in de gemeente Moerdijk leert, dat inwoners en verkeersdeelnemers genoegen nemen met een lager lichtniveau dan de NPR voorstelt. Om dit te concretiseren hanteert de gemeente als uitgangspunt dat het lichtniveau (verlichtingssterkte en luminantie) beperkt wordt tot 80% van de minimale waarden per verlichtingsklasse uit de NPR. Belangrijk hierbij is dat de verkeersveiligheid en/of sociale veiligheid niet in het geding komt. Voor de afweging om te verlichten en met welk lichtniveau, en als om verkeers- en/of sociale veiligheid toch verlichting noodzakelijk is, worden de determineertabellen uit de richtlijn NPR-13201 gehanteerd. De gemeente Moerdijk conformeert zich aan de NPR, maar beperkt het lichtniveau (verlichtingssterkte en luminantie) tot 80% van de minimale waarden per verlichtingsklasse uit deze richtlijn. Bij groot onderhoud en wijziging van de inrichting van de straat zal het nieuwe ontwerp zoveel als mogelijk voldoen aan deze uitgangspunten.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
33
C C.1
Duurzaam Klimaatakkoord Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen, het zogenaamde “Energieakkoord”, vastgesteld die impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL-installatie. Naar schatting verbruikt OVL in ons land 1,5 procent 5 van de elektriciteit, waarvan het overgrote deel voor de gemeentelijke OVL. Dit is dan ook voor de meeste gemeenten de grootste elektriciteitsverbruiker. Volgens het (voormalige) projectbureau energiebesparing in de GWW bestaat de gemeentelijke elektriciteitsrekening namelijk gemiddeld uit: 10% voor de gebouwen 60% voor de openbare verlichting 30% overige verbruikers. Gemeenten kunnen dus zelf een concrete en realistische bijdrage leveren aan het realiseren van het Energieakkoord. In het SER-Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. De landelijke ambitie is om in het jaar 2030, minimaal 50% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013. Om deze ambitie te kunnen monitoren stelt Rijkswaterstaat een MonitoringOVLVRI-lijst ter beschikking, waarin de gegevens m.b.t.
lamptypen, lampvermogen, schakeltijden en dimregime worden opgenomen. Rijkswaterstaat monitort de voortgang van de Energieakkoord-doelstellingen. In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. Deze afspraken zijn met meer dan honderd partijen gemaakt, waaronder veel partijen uit het Energieakkoord. De nog lopende afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. De gemeente gaat door met verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL. Omdat het referentieverbruik in 2013 niet bekend is, wordt het verbruik in 2022 als referentie genomen. Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2emmissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Inkoop van duurzame energie; Verminderen van het verbruik. Ongeveer 60% van de gemeentelijke energierekening gaat naar OVL. Deze energie wordt via een Europese openbare aanbesteding ingekocht.
5 bron: www.duurzamebedrijfsvoeringoverheden.nl/locaties/openbareverlichting
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
34
De gemeente controleert de energierekeningen en vergelijkt het opgegeven verbruik met het verbruik op basis van abstracte berekening van de installatie. Energie besparen (verminderen van het gebruik) kan worden bereikt op verschillende manieren: Toepassing van zuinige ledverlichting, met behoud van verlichtingskwaliteit. Dimmen; Saneren van verlichting.
C.2
Ledverlichting Voor het toepassen van ledverlichting binnen de OVL zijn er geen belemmeringen meer als het gaat om licht- en elektrotechnische aspecten. Er zijn geen hogere investeringskosten dan bij toepassing van conventionele systemen, terwijl de exploitatiekosten (energie- en onderhoudskosten) lager zijn. Toepassing van conventionele materialen is momenteel geen keuze meer. Continuering van de ingezette beleidslijn om led armaturen te plaatsen, leidt tot de meest optimale energiereductie. De gemeente gaat door met de uitrol van led armaturen bij nieuwbouw, incidentele vervanging bij schade en defecten, en geplande vervangingen bij einde technische levensduur.
C.3
Dimmen De meeste moderne armaturen zijn standaard voorzien van statische dimmogelijkheid (vast tijdstip) en worden af fabriek met een standaard dimprotocol geleverd. Door het dimmen van verlichting wordt energiebesparing bereikt. Bij het standaard dimregime wordt gemiddeld ca. 25% - 40% aan energie op het totaalverbruik bespaard (afhankelijk van het toegepaste dimregime en lamptype). Dimmen kan ook dynamisch worden uitgevoerd. Met softwaresystemen kan het dimmen op afstand aangestuurd worden (connectiviteit) en met sensoren kan het lichtniveau aangepast aan het gebruik van de weg. Dit heeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op externe factoren zoals calamiteiten, weersomstandigheden en verkeersintensiteiten. Een nadeel is de (nog) hoge investeringskosten voor het systeem. Bij vervanging naar led armaturen past de gemeente sinds een aantal jaren standaard dimmen met dimregime 3A toe. De verlichting wordt om 22:00u gedimd naar 70%, van 00:00-05:00u naar 50%, om 05:00u naar 70% en om 06:00u naar 100%. Om méér energie te besparen wordt nieuw te plaatsen led verlichting uitgerust met dimregime 4A. De verlichting wordt om 20:00u gedimd naar 70%, van 00:00-05:00u naar 50%, van 05:00-06:30u naar 70% en om 06:30u naar 100%. De besparing op energieverbruik is met dimregime 4A is ongeveer 34%, in plaats van 27% bij dimregime 3A.
Openbare ruimte Erftoegangswegen Fietspaden Gebiedsontsluitingswegen Industriewegen Buitengebied Centrumgebied, toeristische gebieden
Dimmen Ja Ja Ja Ja Ja n.t.b.
Bij vervanging van armaturen kiest de gemeente voor statisch dimmen om het energieverbruik verder terug te dringen. In centrumgebieden en gebieden met een toeristisch karakter zal per situatie beoordeeld worden of de verlichting gedimd wordt. Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
35
C.4
Stabiliteitsmeting De openbare verlichting heeft een theoretische levensduur. De masten worden afgeschreven in 46 jaar, de armaturen in 23 jaar. Het werkelijke vervangingsmoment wordt bepaald door het resultaat van de visuele en kwalitatieve inspectie van de mast door middel van stabiliteitsmeting, uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. De technische levensduur is mede afhankelijk van de locatie van de lichtmast en de bodemgesteldheid. Lichtmasten worden periodiek op stabiliteit beproefd, het meetbedrijf geeft maximaal zes jaar garantie op stabiliteit. Door stabiliteitsmeting structureel onderdeel van beheer en onderhoud te maken, wordt het vervangingsmoment van lichtmasten verantwoord uitgesteld op basis van de verleende garantie en duurzaamheid bevorderd. De gemeente maakt incidenteel gebruik van stabiliteitsmetingen om de toestand van lichtmast ouder dan 40 jaar te bepalen.
C.5
Circulariteit De geleidelijke ontwikkeling naar een circulaire economie krijgt meer snelheid en klinkt ook door in de OVL. De ambitie van de Rijksoverheid is dat Nederland in 2050 100% circulair is. De circulaire economie is een economie waarin geen afval meer is, in tegenstelling tot de lineaire economie. Alles wordt in een circulaire economie opnieuw gebruikt als grondstof. Door schaarste wordt de noodzaak om grondstoffen in de keten te houden steeds groter. Circulariteit gaat verder dan recycling. Circulariteit kijkt verder de toekomst in. Kan het product aan het einde van de levensduur opnieuw in de keten worden genomen en daarna nogmaals. Er zijn meerder rollen/taken die een gemeente op zich kan nemen om de circulaire economie te stimuleren. Bijvoorbeeld bij het inkopen van producten en diensten.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
36
R-Tabel Slimmer maken/ gebruiken
Levensduur verlengen
Label R0 Refuse & Rethink
Omschrijving Weigeren: verlichting overbodig maken door van de functie af te zien of die met een wezenlijk ander product te leveren Anders denken: Bijv. bij het maken van het lichtontwerp of bij het ontwerpen van een lichtmast of armatuur
Keuze gemeente Moerdijk Er zijn niet veel gebieden in de gemeenten waar de verlichting gesaneerd kan worden. Deze maatregel wordt als afzonderlijk actiepunt opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Er wordt doelgericht onderzocht waar lichtmasten verwijderd kunnen worden. Bij het ontwerp van verlichting, streeft de gemeente - binnen de richtlijn - het minimaal te plaatsen lichtpunten na. Indien verlichting nodig is worden andere functies gekoppeld (VRI, borden). Dit bespaart materialen.
R2 Reduce
Verminderen: lichtbronnen, armaturen, masten efficiënter fabriceren/ gebruiken, waardoor minder materiaal nodig is Hergebruiken: afgedankt maar nog goed armatuur of mast hergebruiken in dezelfde functie. Repareren: Onderhouden en repareren van armaturen en masten. Opnieuw maken: onderdelen van afgedankte armaturen of masten hergebruiken in nieuwe product met dezelfde functie. Herwinnen: materialen uit armaturen, masten, lichtbronnen, etc. verwerken tot nieuwe grondstoffen.
Door stabiliteitsmetingen van de lichtmasten kan de levensduur van de mast, na succesvolle beproeving, verlengd worden.
R3 Re-use
R4 Repair & Remanufacture
Materialen nuttig gebruiken
R5 Recycle
R6 Recover
C.6
Energieterugwinning door het verbranden van afvalmaterialen
De gemeente schrijft voor dat bij vervanging van materialen deze door de aannemer worden teruggenomen en opnieuw gebruikt. De gemeente kiest voor armaturen waarvan losse onderdelen makkelijk te vervangen en dus uitwisselbaar zijn.
In de vervangings- en onderhoudsbestekken wordt voorgeschreven dat niet voor hergebruik of renovatie in aanmerking komende producten dienen te worden recyclet. (WEEELABEX gecertificeerde verwerker) -geen-
Maatschappelijk verantwoord inkopen Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) betekent dat naast de prijs van de producten, diensten of werken ook wordt gelet op de effecten van de inkoop op milieu en sociale aspecten. Duurzaam inkopen wordt ook wel maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) genoemd. Via PIANOo, het expertisecentrum voor aanbesteden, worden deze criteria kenbaar gemaakt aan de gemeenten en periodiek bijgesteld. Deze criteria bieden de mogelijkheid om een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
37
Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Toepassen van dimbare ledverlichting als uitgangspunt; Levensduur van verlichting. Voor de ledverlichting gelden de volgende eisen: o Ledsystemen die worden toegepast, dienen een verwachte levensduur van 80.000 branduren te hebben en te voldoen aan L80F10 (LxFy waarde) en Tq 25°C; o De maximale stroom door de leds mag niet hoger zijn dan 500mA om de licht output op langere termijn te kunnen waarborgen. Beperking van lichthinder. De lichtuitstraling van de OVL-installatie moet vallen binnen de grenswaarden als gesteld in de Richtlijn Lichthinder van de NSVV; De installatie is energiezuinig. Vergelijking en beoordeling van het energieverbruik van armaturen in de gebruiksfase, uitgedrukt in kWh/jaar. OVL-installatie bestaat uit recyclebare of hernieuwbare materialen. Passende duurzaamheidscriteria worden meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting.
C.7
Lichthinder en lichtvervuiling Lichthinder is de overlast die mensen en dieren hiervan ondervinden. Lichthinder is een subjectief begrip. Wat de één als prettig ervaart, ervaart een ander als vervelend. De richtlijn NPR 13201 en Richtlijn Lichthinder van de NSvV geven een gemeente houvast om naar een standaard te werken. Het blijft natuurlijk vervelend als inwoners klagen over hinder van verlichting in woningen of weggebruikers verblind worden bij nieuw geplaatste verlichting. Deze lichthinder kan vaak voorkomen worden door in het ontwerp deze zaken goed te betrekken. Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door gebruik van kunstlicht. Lichtvervuiling is een vrij recent fenomeen. Het overvloedig verlichten van allerhande plaatsen veroorzaakt ecologische schade. Nachtverlichting, zoals verlichting van snelwegen en straten, gebouwen, objecten en assimilatieverlichting in de glastuinbouw, kan het biologische dag- en nachtritme van mensen en dieren verstoren. Planten worden beïnvloed in hun groeiwijze.
Met ontwerpen en het installeren van uitbreidingen en vernieuwingen aan de openbare verlichtingsinstallatie zal, voor zover mogelijk, lichtvervuiling beperkt worden door: Het alléén plaatsen van verlichting als dit volgens bestaande richtlijnen noodzakelijk is; Het alléén daar aanbrengen van licht waar het functioneel is, dus waar het bijdraagt aan verkeers- en sociale veiligheid of aan oriëntatie; Het plaatsen van armaturen voor het aanlichten van objecten dicht mogelijk bij het object dat moet worden verlicht; Het voorkomen van opwaarts gericht licht; Het in acht nemen of reguleren dat daar waar lichtreclame aanwezig is, deze in het totaalbeeld de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overschrijdt; Het treffen van voorzieningen om de instraling van licht in woningen te beperken; Het dimmen van de openbare verlichting in de late avond en nachtelijke uren; Het toepassen van alternatieven voor verlichting; Het gedurende een deel van de nacht doven van het aanlichten van monumentale gebouwen en kunstwerken door middel van selectieve sturingsprogramma's. De gemeente wil lichthinder voorkomen door bij het ontwerp instralen in woningen en verblinding van weggebruikers zo veel mogelijk te voorkomen, en weegt de Richtlijnen mee in het ontwerp. Lichtvervuiling wordt tegengegaan door materialen te gebruiken die lichtvervuiling naar boven voorkomen.
Lichtvervuiling wordt tegengegaan door, waar mogelijk, verlichting in natuurgebieden en buitengebied niet toe te passen.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
38
D D.1
Esthetiek en materialen Masten De mast is de drager van het armatuur en de lichtbron. Masten kunnen geproduceerd worden van gietijzer, hout of kunststof maar gebruikelijk is staal of aluminium. De gemeente Moerdijk heeft er in het verleden voor gekozen om hoofdzakelijk stalen masten toe te passen. Zij heeft deze keuze gemaakt omdat deze masten robuust zijn en daardoor duurzamer, bij kleine aanrijdschades hoeft de mast niet direct te worden vervangen. Het ziet er verzorgd uit als deze masten periodiek worden geschilderd. De gemeente maakt hoofdzakelijk gebruik van stalen lichtmasten met een theoretische levensduur van 46 jaar. Klassieke masten van gietijzer worden, op basis van toestandscontrole, gerenoveerd. Lichtmasten worden periodiek (eens per 10 jaar) geschilderd. Masten van gietijzer worden geschilderd op basis van toestandscontrole.
D.2
Armaturen In de afgelopen 15 jaar zijn bijna alle Nederlandse gemeenten overgestapt op led-armaturen. In principe worden er geen conventionele armaturen meer geplaatst. Een aantal jaren geleden waren de prijzen van dit type armaturen nog flink hoger dan conventionele versies. Inmiddels is dit niet meer het geval, integendeel, led-armaturen zijn inmiddels goedkoper dan conventionele. Dit komt met name doordat er meer concurrentie is en de productie verplaatst is naar lageloonlanden. De gemeente beschikt over een beperkt aantal decoratieve antieke gietijzeren masten voorzien van decoratieve armaturen. Deze decoratieve armaturen kunnen vaak goed geconserveerd worden en het loont om deze te renoveren en te voorzien van een LED-lichtbron. De gemeente plaatst led armaturen, met een theoretische levensduur van 23 jaar. Indien decoratieve armaturen aan masten van gietijzer onderhoud nodig hebben, worden ze gerenoveerd en voorzien van een LED-lichtbron.
D.3
Lichtkleur Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de invloed van lichtkleur op mens en dier. Dat de kleur van kunstlicht invloed heeft op mens en dier is al langer bekend. Op dit moment lopen er enkele onderzoeken naar de invloed van licht en dan met name de kleur op mens en natuur. De opkomst van ledverlichting in haar verscheidende kleuren is hier mede aanleiding voor. Proeven tonen aan dat de invloed van kunstlicht op fauna sterk verminderd kan worden door licht van een aangepast spectrum. Onderzoek wijst uit dat wit licht de toekomst heeft. Wit licht biedt duidelijk allerlei voordelen ten opzichte van bijvoorbeeld geel of oranje licht. Om te beginnen wordt de ruimte als helder en natuurlijk ervaren. Verschillende praktijkonderzoeken hebben aangetoond dat men in overgrote meerderheid wit licht prettiger vindt. Het natuurlijk en helder ervaren van de ruimte geeft ook een algemeen gevoel van meer veiligheid. Het eerder herkennen van gezichten en andere details kan misdadigers afschrikken en resulteert ook in duidelijkere opnamebeelden (bijvoorbeeld bij gebruik van bewakingscamera ‘s). Kleuren zijn bij het witte licht levensechter en dat maakt dat alles ook scherper te zien is. Wit licht is ook duurzamer en gebruikt minder energie.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
39
Vanwege verkeersveiligheid, gezichtsherkenning en sfeer kiest de gemeente in principe voor wit licht: - 3.000 Kelvin in gebieden met een woon- of verblijffunctie, - 4.000 Kelvin in gebieden met een verkeersfunctie, - in centrumgebieden en gebieden met een toeristisch karakter kan vanwege het specifieke karakter een warmere lichtkleur overwogen worden (≤ 3.000 Kelvin).
D.4
Aanstraling en lichtarchitectuur Een gebouw, kunstwerk of andere kenmerkend object in de openbare ruimte kan bij donkerte worden aangelicht. Het doel hiervan is om de openbare ruimte bij donkerte aantrekkelijker te maken voor de gebruiker. Bij aanstraling of illuminatie is licht het middel om het object zichtbaar te maken. Aanstraling is onderdeel van lichtarchitectuur. Lichtarchitectuur is het verfraaien van de openbare ruimte en met name de bijzondere plekken en gebouwen. Met de komst van led en connectiviteit op afstand is het nu mogelijk om nieuwe creatieve technische toepassingen te bedenken. Aanstraling van gebouwen valt onder het beheer van gemeentelijke gebouwen en niet onder het beheer van openbare verlichting. Lichtarchitectuur wordt - op locaties die er zich voor lenen - in de planvorming overwogen. De gemeente maakt vervolgens een keuze op basis van kosten en wenselijkheid.
D.5
Reclameverlichting en “vreemde gebruikers” Gemeente Moerdijk heeft in een beperkt aantal gevallen reclameverlichting aan lichtmasten. Ook is een aantal lichtmasten voorzien van banieren, bloembakken of (aansluiting voor) feestverlichting. Voor het aanbrengen van reclameverlichting en banieren, bloembakken en feestverlichting is geen beleid bepaald, dit zijn afspraken die in het verleden zijn gemaakt met derde partijen en ondernemersverenigingen. In alle gevallen wordt een aanvraag door de beheerder OVL beoordeeld op constructie en geschiktheid van de lichtmast. De installatieverantwoordelijke van de gemeente stelt kaders aan de mechanische belasting voor de mast, de elektrische eigenschappen van de aansluiting en het aan te sluiten object. Bij het plaatsen van objecten aan de lichtmast moet voldaan worden aan onderstaande technische randvoorwaarden: De objecten moeten apart worden gezekerd boven het aansluitblok van de openbare verlichting; De objecten mogen uitsluitend geplaatst worden op daarvoor constructie technisch berekende masten; De verlichte objecten dienen van ledverlichting te zijn voorzien; Toepassen tape onder de bevestigingsklemmen om beschadiging van de mast te voorkomen. De installatieverantwoordelijke is ten alle tijden bevoegd de randvoorwaarden aan te passen op basis van nieuwe/gewijzigde inzichten of regelgeving.
D.6
Sportveldverlichting Het beheer van sportveldverlichting, inclusief de accommodatie is in het beheer van het sportveld opgenomen. De verlichting op de parkeerplaats valt wel onder het beheer van de openbare verlichting en wordt conform de uitgangspunten van dit beleids- en beheerplan ontworpen en onderhouden.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
40
E E.1
(Kosten)efficiënt Regie en organisatie De gemeente is verantwoordelijk voor beleidsvorming en budgetbeheer met betrekking tot OVL. Als opdrachtgever is de gemeente verantwoordelijk voor het budget en worden overeenkomsten gesloten met derden voor projecten en onderhoud van OVL. Daarnaast is de gemeente het kenniscentrum voor strategisch beheer en verzorgt ambtelijke en bestuurlijke communicatie. De gemeente heeft het operationele beheer uitbesteed aan een marktpartij. Deze marktpartij is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare verlichting (storingsmanagement en areaalmutaties), het voorbereiden van werkzaamheden en het verlenen van de opdrachten. Het kan zijn dat een lichtmast wordt aangereden. Als de veroorzaker bekend is - of wordt - dan kan de schade verhaald worden bij zijn verzekeraar. Als de veroorzaker onbekend blijft en de gemeente kan aantonen dat de schade is veroorzaakt door een motorvoertuig, dan kan de schade - onder bepaalde voorwaarden - worden verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Voor deze schades wordt een eigen risico van € 250,- per schade in rekening gebracht. De gemeente voert regie, bijgestaan door marktpartijen. Het operationeel beheer is bij een externe partij belegd. Er vindt controle op de kosten van de aannemer plaats, en er wordt steekproefsgewijs controle gedaan op de uitvoering. Het schadeverhaal is extern belegd.
Aanrijdschades worden - zoveel mogelijk - verhaald op de veroorzaker. Als deze onbekend blijft, worden schades verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer.
E.2
Onderhoud Om de OVL-installatie in een goede staat te houden, wordt deze onderhouden. Het onderhoud van de OVL wordt door een onderhoudsaannemer uitgevoerd. Deze werkzaamheden worden in principe elke vier jaar met een aanbesteding in de markt gezet. Bij het onderhouden van een installatie wordt rekening gehouden met de duurzaamheidscriteria ten aanzien van energieverbruik en belasting van het milieu: Het zo veel als mogelijk gecombineerd uitvoeren van werkzaamheden met overige disciplines (bv het gebruik maken van wegafzettingen); Het, op basis van kosten, baten en kwaliteit, planmatig en groepsgewijs vervangen van verlichtingsmiddelen op het meest economische moment (risico-gestuurd asset beheer); Het toepassen van milieuvriendelijk geproduceerde materialen; Het kiezen voor kwalitatief duurzame masten, armaturen en materialen; Het zo veel als mogelijk hergebruiken van de vrijkomende materialen; Het afvoeren van lampen en elektronische onderdelen naar een erkende verwerker. De installatiekwaliteit wordt gecontroleerd bij monitoring tijdens incidentele storingen en bij specifieke meldingen. In het contract met de onderhoudsaannemer zijn de volgende prestatie-eisen afgesproken: Urgente meldingen zoals schadegevallen. De aannemer krijgt een melding en gaat zo spoedig mogelijk (binnen 2 uur) ter plaatse (24/7).
Binnen vijf werkdagen dient er altijd een functioneel verlichtingsobject te zijn, eventueel met tijdelijke materialen. Reguliere meldingen en meldingen aan het ondergrondse eigen net met hoge prioriteit. De aannemer dient te zorgen dat de verlichting te allen tijde functioneert. Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
41
Reguliere meldingen met lage prioriteit. De aannemer dient de storingen binnen 10 werkdagen te verhelpen. De onderhoudsaannemer dient reguliere (bovengrondse) storingen met lage prioriteit binnen vijf werkdagen te verhelpen. Reguliere storingen en storingen aan het eigen net met hoge prioriteit dienen direct te worden hersteld, zodat de verlichting te allen tijde functioneert. Acute meldingen, zoals schadegevallen worden direct (binnen 2 uur veiligstellen) opgepakt. Binnen vijf werkdagen functioneel herstel van schades, eventueel met tijdelijke materialen. Als de oorzaak van een storing zich in het ondergrondse net van Enexis bevindt, wordt de storing bij Enexis gemeld. Afhandeling van deze ondergrondse storingen geschiedt buiten de beïnvloedingssfeer van de onderhoudsaannemer. De verwachte oplosdatum van een storing wordt via de OVL-portaal van Enexis gecommuniceerd. Hoewel het voor de gemeente altijd mogelijk is om bepaalde storingen extra prioriteit te geven, kan de doorlooptijd van complexere ondergrondse storingen langer zijn vanwege de inzet van specifiek personeel en materieel (meetploeg en meetwagen).
E.3
Vervangingen Investeringen zijn projectmatige werkzaamheden, gezien over een langere termijn, zoals renovatie, vervanging en reconstructies, die uitgevoerd dienen te worden als de bestaande installatie economisch of technisch niet meer aan de gestelde randvoorwaarden voldoet. De openbare verlichting heeft een theoretische en economische levensduur. De masten hebben een theoretische levensduur van 46 jaar. Voor armaturen is de theoretische levensduur 23 jaar. Bij het werkelijke vervangen van de materialen wordt ook gekeken naar storingsintensiteit, energieverbruik en of het object aan de richtlijn voldoet, het zogenaamde risico-gestuurd asset beheer. Door dit te doen worden de kosten verminderd en nemen de risico’s af. Bij het berekenen van de budgetten voor de vervanging van materialen wordt uitgegaan van de volgende levensduur: - lichtmasten – 46 jaar; - armaturen – 23 jaar.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
42
F
Innovaties
F.1
De mast staat er toch, wat kan er nog meer aan?
F.1.1
Slimme verlichting (smart lighting) Vanaf de introductie van led armaturen in 2008 heeft het gebruik van led een vlucht genomen. In minder dan 10 jaar tijd is de gehele OVL-vervangingsmarkt overgegaan van conventionele verlichting naar led verlichting. Achtergrond hiervan zijn de duidelijke voordelen van ledverlichting. Deze voordelen zijn met name de lagere exploitatiekosten. Het op afstand aansturen van verlichting via het internet kent ongeveer eenzelfde ontstaansmoment. De overgang naar deze slimme verlichting heeft een veel minder snelle ontwikkeling doorgemaakt.
F.1.2
Voordelen slimme verlichting Nieuwe technologie verandert het beheer van de openbare verlichtingsinstallatie. Door connectiviteit via het internet is het mogelijk op afstand openbare verlichting te besturen. Dit maakt het mogelijk om vanachter een computer te communiceren met het lichtpunt. Met behulp van deze technologie kan: • Online het verlichtingsniveau worden gedimd, eventueel dynamisch via sensoren; • Het energieverbruik per lichtmast exact worden vastgesteld; • Storingen automatisch worden gesignaleerd. Met behulp van dergelijke systemen kan het energieverbruik verder naar beneden worden gebracht. Doordat storingen online kunnen worden waargenomen, zijn aan/uit controles (schouw) niet meer nodig en kunnen storingen snel worden verholpen. Gevolg is dat een groter deel van de installatie dan nu het geval is - ook daadwerkelijk doet waarvoor zij is neergezet. In onderstaande tabel zijn de voordelen uitgewerkt. Deze voordelen zijn geclusterd in vijf categorieën, omdat sommige voordelen in elkaars verlengde liggen. Tevens is per voordeel aangegeven of het voordeel een kostenbesparing oplevert (Euro), of dat de toepassing leidt tot meer duurzaamheid, veiligheid of comfort. Waarbij comfort betrekking heeft op de eindgebruiker, maar ook op comfort of gemak van de gemeente of de beheerder zelf.
€uro Storingen real time zichtbaar / bekend Alle kapotte verlichting sneller bekend (én opgelost) Minder meldingen bij het KCC van de gemeente Schouwrondes niet meer nodig Gericht oorzaak van de storing bekend Dim mogelijkheden / Real time verlichten Makkelijker om meer te gaan dimmen Verlichten op basis van bijv. verkeersintensiteit Evenementen verlichten Incidenten verlichten Kleuren verlichting Areaalgegevens automatisch beschikbaar / bijgewerkt Handmatig inventariseren niet meer nodig Handmatig muteren niet meer nodig Voorspelbaar onderhoud Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen Investeren in oplossingen voor de toekomst Ervaringen opdoen Imago Infrastructuur voor smart city
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
43
Duurzaam
X X X X X X X
Veilig
Comfort
X X
X X X
X X
X X X X X
X X X
X
X
X X X
Opvallend is dat sommige voordelen zeer concreet zijn en direct worden gerealiseerd. Denk aan ”Alle kapotte verlichting sneller bekend” en dat sommige van de genoemde voordelen meer een opmaat zij tot mogelijkheden in de toekomst. Denk aan “Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen”.
F.1.3
Nadelen slimme verlichting Naast de voordelen zijn ook de nadelen in beeld gebracht. Ook deze zijn in onderstaande tabel geclusterd in categorieën: €uro Risico's Risico op meer (i.p.v. minder) storingen Risico op meer (onvoorziene) kosten Risico op het niet voldoen aan de verwachtingen Onzekerheid over de toekomstvastheid van de techniek Beperkt aantal succesvolle implementaties Complexiteit Nieuwe technieken, nieuwe problemen Kennis en vaardigheden van de OVL aannemer Meer complexiteit en dus meer kansen op fouten Moeilijk om te kiezen uit het grote aanbod van oplossingen Extra investeringen Eenmalige kosten Doorlopende kosten Het is anders (dan gewend) Wat betekent dit voor het werk van de OVL beheerder Onbekend maakt onbemind
F.1.4
X X X X
Duurzaam
Veilig
Comfort
X
X X X X
X X X
X X X
X X X X
Investering en opbrengsten Aan de hand van de analyse van de voor- en aandelen moet worden gekeken naar de investeringen en de opbrengsten. Uit de analyse blijkt dat de hoogte van de investeringen afhankelijk is van de gekozen techniek, de leverancier en de gewenste functionaliteit. Tevens is de hoogte van de kosten afhankelijk van de lokale situatie. • Storingskosten worden gereduceerd. Het is echter lastig inzichtelijk te maken in hoeverre de reductie wordt veroorzaakt door de nieuwe LED-installatie of de “verslimming” van de installatie. • Energiekosten worden bespaard door dimmen en bewegingsdetectie. De hoogte van de besparing van energiekosten is afhankelijk van de ingestelde dynamische dimscenario’s en het feit of er voorafgaand al statisch werd gedimd. • Doordat storingen automatisch worden gemeld, leidt dit tot een reductie van de klachten en meldingen, maar het blijkt lastig te kwantificeren. • Schouwrondes zijn minder nodig, zeker wanneer een groot deel van het areaal is verslimd, de financiële besparing is afhankelijk van de wijze waarop het schouwen is georganiseerd en de frequentie. Slimme openbare verlichting biedt verschillende voordelen en een aantal nieuwe nadelen nu en in de toekomst. Het is voor iedere gemeente nader te bepalen welke meerwaarde slimme verlichting biedt voor haar eigen situatie.
Het is goed alle mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen, te bespreken om op basis van de juiste feiten en argumenten een bewuste keuze te maken voor het wel- of niet toepassen van slimme verlichting.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
44
F.2
Via smart lighting naar smart city Nieuwe technologie brengt nieuwe mogelijkheden met zich mee, die de functie van de mast nog verder zullen verbreden. Doordat technologie steeds compacter wordt kunnen bestaande functies geïntegreerd worden in het armatuur of de lichtmast. De lichtmast staat er immers toch al. Er hoeft bijvoorbeeld geen aparte mast met camera te worden geplaatst, maar een camera kan nu geïntegreerd worden in het armatuur. Of waar nu een aparte installatie is geplaatst voor verkeerstellingen, kan dit nu geïntegreerd worden in de lichtmast. Het voordeel hiervan is dat er minder objecten in de openbare ruimte geplaatst kunnen worden. Door deze combinatie van functies gaat de buitenruimte er aantrekkelijker uitzien en nemen de kosten voor het onderhoud af. Door de compactheid van deze technieken kunnen ze breder worden ingezet, maar misschien nog wel meer omdat de kosten hiervan nu lager zijn en waarschijnlijk nog verder zullen dalen. Het feit dat de verlichting verbonden is met het internet biedt - naast de smart lighting voordelen – bovendien een aantal aanvullende smart city mogelijkheden. Er kan op afstand bijvoorbeeld via sensoren andere informatie verkregen worden of informatie via digitale billboards worden aangedragen.
F.2.1
Innovatieve smart city oplossingen Op dit moment zijn er verschillende bedrijven bezig om - met innovatieve toepassingen - de buitenruimte beter te maken. Hieronder een greep uit enkele nieuwe toepassingen: • Meting van luchtkwaliteit en online doorgave: Met behulp van detectoren kan luchtvervuiling worden gedetecteerd. Door deze technologie kan de gemeente additionele maatregelen nemen, als luchtvervuilingswaardes bepaalde grenswaarden overstijgen. De gemeente kan met deze technologie investeren in de volksgezondheid van haar inwoners. Tevens zijn er nu bedrijven die toepassingen hebben die actief het fijnstof uit de lucht afzuigen. • Detectie van gebruikers op basis van IP adressen. Technologie maakt het mogelijk om IP adressen van mobiele telefoons waar te nemen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld tellingen worden gedaan (crowd controle) en/of afwijkende IP adressen op opvallende tijdstippen op bepaalde locaties worden gedetecteerd. Deze informatie kan direct worden doorgezet naar de politie, zodat zij gericht kan surveilleren. Dergelijke technieken staan op gespannen voet met privacy. Als deze is geborgd, dan kunnen gemeenten met deze technieken inbraken verminderen en de veiligheid vergroten. • Geluidsmeting en geluidscamera’s: Met behulp van geluidscamera’s kunnen incidenten in de openbare ruimte worden gedetecteerd. Denk aan opstootjes, glasgerinkel of geweerschoten.
Bij dergelijke incidenten kan dan weer direct een signaal naar de politie gaan, die gericht ter plaatse kan gaan. Hiermee kunnen gemeenten de veiligheid vergroten. De gemeenten Eindhoven en Tilburg hebben dergelijke geluidscamera’s inmiddels geplaatst in hun uitgaansgebieden. • Luchtvochtigheid-, luchttemperatuur- en grondtemperatuurmeting. Als wegbeheerder draagt de gemeente zorg voor een veilige weg. Op het moment dat zij weet waar de ondergrond is bevroren kan zij gericht gaan strooien. Dit bevordert de verkeersveiligheid. • Parkeerdetectie: In stedelijke gebieden kan het lastig zijn om een parkeerplek te vinden. Dit leidt er toe dat auto’s soms grote afstanden moeten afleggen om een parkeerplek te vinden. Als een automobilist via een app ziet waar een parkeerplek vrij is, kan deze gericht naar deze parkeerplek worden geleid. Hiermee worden onnodige rijbewegingen voorkomen. • Laadpaal via de lichtmast: Nederland is koploper in het gebruik van elektrische auto’s. De verwachting is dat het aantal elektrische voertuigen gaat toenemen. Om het laden van deze voertuigen te faciliteren zijn laadpunten nodig. De Rai Vereniging schat in dat er in 2030 1,8 miljoen publieke laadpunten staan (Bron: Rai Vereniging). Het ligt voor de hand om de laadfunctie te gaan combineren met het verlichtingsobject.
Enkele producenten hebben deze kans gezien en hebben een laadlichtmast op de markt gebracht. Beleidsplan Openbare Verlichting 2023 - 2032
45
•
F.2.2
5G via de lichtmast. 5G wordt waarschijnlijk de nieuwe telecomstandaard en maakt veel sneller mobiel internet mogelijk. Als een aantal hobbels zijn genomen dan zal de uitrol verder plaatsvinden. Kenmerk van het netwerk is dat er meer en kleinere zendmasten nodig zijn om een goed werkend netwerk te krijgen. Wil een gemeente voorkomen dat er allerlei aanvullende objecten geplaatst moeten worden in de buitenruimte, dan kan zij er voor kiezen om dit te combineren met de lichtmast. Het lichtmastareaal is namelijk al wijdverspreid.
De connected lichtmast Waar de lichtmast de drager van het licht was, zien wij een hele reeks nieuwe technieken en toepassingen ontstaan die de komende jaren het gebruik van de buitenruimte gaan beïnvloeden. Welke toepassingen daadwerkelijk wortelschieten is nog ongewis. Wat wel waarschijnlijk lijkt is dat deze connectiviteit er komt, eenvoudigweg omdat nieuwe technieken de buitenruimte beter gaan maken. De voordelen die het met zich meebrengt zijn divers en onmiskenbaar. Nieuwe toepassingen op basis van online technologie zullen er voor zorgen dat de buitenruimte veiliger, duurzamer en prettiger wordt voor haar gebruikers. Het ligt voor de hand om de lichtmast hiervoor te gaan gebruiken. De gemeente zal alle armaturen voorzien van connectiviteit, en de voordelen en nadelen van dergelijke systemen gaan ervaren. Daarbij wordt vooral gedacht aan mogelijkheden voor gladheidsbestrijding op de hoofdwegen, en geluidsmeting en luchtkwaliteit rondom industrie. Indien connectiviteit met de mast mogelijk is, kunnen er ook vervolgstappen genomen worden met andere smart city toepassingen. De gemeente zal vanuit andere beleidsterreinen bepalen welke stappen zij op dit gebied wil gaan zetten.
F.3
Regeren is vooruitzien Investeringen in de openbare ruimte worden voor langere periodes gedaan. Dit is ook het geval met openbare verlichting. Lichtmasten staan er 46 jaar en armaturen moeten minimaal 23 jaar meegaan. Dit betekent dat beslissingen die nu genomen worden belangrijke consequenties hebben voor de toekomst. Willen gemeenten op termijn hun voordeel doen van deze nieuwe technologieën, dan zullen zij willen voorkomen dat er op dat moment een geheel nieuwe ondergrondse- en bovengrondse infrastructuur moet worden aangelegd. Regeren is immers vooruitzien. Een gemeente kan bij nieuwbouw of renovatie van bestaande infrastructuur voorzieningen treffen, zodat op termijn inpassing van smart city technieken mogelijk is en daarmee aanzienlijke additionele investeringen worden voorkomen. Als de gemeente Lampstad gelooft in deze nieuwe technieken en open staat voor innovatie, dan kan zij nu al keuzes maken waardoor herinvestering in de toekomst wordt voorkomen.
F.3.1
Zhaga connector Bij de vervanging van bestaande armaturen kan zij er voor kiezen dat de armaturen worden voorzien van een zogenaamde Zhaga connector. Dit is een door alle leveranciers toepasbare universele aansluitvoorziening waarmee later het armatuur alsnog kan worden voorzien van een connector en er dus connectiviteit tot stand kan worden gebracht. Zij hoeft dan niet het armatuur in zijn geheel te vervangen. Het lijkt er op dat leveranciers zich conformeren aan deze standaard en dat dit op lange termijn de standaard zal worden. De gemeente kiest er voor dat armaturen bij nieuwbouw en vervanging van afgeschreven armaturen worden voorzien van een Zhaga connector.