Beleidsbegroting 2022-2025
Tekst van het document
Arbeidsvoorwaarden en ontwikkelingen cao De huidige cao heeft een looptijd tot en met 31 december 2020. In de cao-onderhandelingen ligt de focus op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid en het harmoniseren van verlof. In het stelsel van bovenwettelijke sociale zekerheid loopt een aantal bepalingen uit de pas met die voor de rest van werkend Nederland. Bij de inzet voor de cao 2021 ligt de nadruk meer op het voorkomen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en minder op het behoud van inkomen bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. In afwachting van de vaststelling van een nieuwe cao is in de begroting rekening gehouden met een loonontwikkeling van 1,5% in zowel 2021 als 2022. Hiervoor is een stelpost van € 585.000 opgenomen. De uitbraak van corona en de daaropvolgende maatregelen heeft duidelijk gemaakt dat de gemeentelijke organisatie veel veerkracht heeft. Door de coronacrisis is vol ingezet op thuiswerken. Zeker is dat voor veel medewerkers thuiswerken een onderdeel zal blijven van het reguliere werk, ofwel hybride werken. Het is van groot belang dat thuiswerken goed wordt gefaciliteerd, ook financieel. In de cao-onderhandelingen is ook aandacht voor het maken van afspraken over thuiswerken. De resultaten van deze onderhandelingen zijn nu nog niet in beeld.
Effectindicatoren • Oordeel provincie in het kader van interbestuurlijk toezicht • Verklaring accountant over de getrouwheid • Afgeven rechtsmatigheidsverklaring door college
THEMA DIENSTVERLENING
Ambitie Dienstverlening is ons dagelijks werk. We willen dat inwoners onze dienstverlening als prettig, persoonlijk en conform afspraak ervaren. De digitale mogelijkheden zijn een kans om te investeren in de kwaliteit van onze dienstverlening. Inwoners worden gestimuleerd om het antwoord op vragen eerst online te zoeken. Lukt dat niet, dan is telefonisch contact mogelijk. Is dat onvoldoende, dan volgt het persoonlijk contact. Het doel van dit ‘click-call-face principe’ is dat we meer tijd en aandacht kunnen besteden aan complexere vragen en de minder
zelfredzame inwoners die telefonisch of persoonlijk geholpen moet worden. We bouwen zo verder aan een stabiele, digitale organisatie.
Randvoorwaarden • Als organisatie mee ontwikkelen in de samenleving die steeds digitaler en ingewikkelder wordt • De gemeentelijke website moet permanent up-to-date zijn en dus goed onderhouden worden • Medewerkers moeten voldoende digitaal vaardig zijn
77
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
Strategisch doel: Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties voelen zich op een prettige manier door ons gefaciliteerd en ondersteund
Operationeel doel: Onze dienstverlening is waar het kan digitaal en indien nodig persoonlijk. Het uitgangspunt is ‘click-call-face’. We sturen hierbij op het meest geschikte kanaal. Inwoners houden keuzevrijheid in de wijze waarop ze met ons communiceren
Operationeel doel: Onze medewerkers werken volgens de dienstverleningsprincipes: ze zijn betrouwbaar in hun afspraken, denken mee met de inwoners, geven een volledig antwoord, gebruiken duidelijke taal en hanteren een persoonlijke werkwijze
Operationeel doel: De informatie over producten is makkelijk vindbaar en begrijpelijk
Operationeel doel: We werken volgens de vastgelegde bereikbaarheidsafspraken
Risico’s De digitale dienstverlening ontwikkelt zich in rap tempo. Het is een groot onderdeel geworden van ons dagelijks werk en ook in de samenleving. Goede ondersteuning en begeleiding van de medewerkers in het ontwikkelen van digitale vaardigheden is hierin belangrijk. We verliezen niet uit het oog dat er inwoners zijn die minder digitaal vaardig zijn. Hiervoor blijven de telefoon, een persoonlijke afspraak en de post beschikbaar.
Prestaties 2022 • Uitvoering geven aan het ‘click-call-face-principe' • Uitvoering geven aan het bereikbaarheidsconcept en onze dienstverleningsprincipes • Per kwartaal een rapportage over de voortgang van onze dienstverlening: bereikbaarheidsconcept/ dienstverleningsprincipes/ resultaten meldingen en resultaten klanttevredenheidsonderzoeken
Nieuwe ontwikkelingen Het werken volgens het ‘click-call-face-principe' communiceren we met onze inwoners. Wat kunnen de inwoners zelf via de digitale weg regelen, wanneer kunnen ze beter kiezen voor een telefonisch contact en wanneer voor een persoonlijk contact.
De huidige telefooncentrale is aan vervanging toe. Door het hybride werken wordt er wat anders gevraagd van de techniek en inrichting hiervan. Dit zal worden meegenomen in de aanbesteding. In 2022 start een nieuwe adviseur dienstverlening en participatie voor de duur van 2 jaar. De kosten per jaar bedragen € 67.000. De adviseur zal zich in 2022 vooral focussen op het daadwerkelijk handelen volgens de afgesproken dienstverleningsprincipes en bereikbaarheidsafspraken en zorgen voor meting daarvan. En voor het verder uitwerken en opzetten van nieuwe onderdelen voor het programma dienstverlening voor 2023 en 2024.
Effectindicatoren • Waardering inwoners voor gemeentelijke dienstverlening in het algemeen • Waardering inwoners voor gemeentelijke dienstverlening via digitale faciliteiten • Waardering ondernemers voor gemeentelijke dienstverlening in het algemeen • Waardering inwoners en ondernemers vanuit de continu lopende klanttevredenheidsonderzoeken voor verschillende producten en diensten
78
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
LASTEN EN BATEN 2022 bedragen x € 1.000
LASTEN: € 20.803
BATEN € 79.881
OVERZICHT TAAKVELDEN
Begroting 2021 Taakveld (bedragen x € 1.000) 0. Bestuur en ondersteuning 0.1 Bestuur
Begroting 2022
Meerjarenbegroting
Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Saldo Saldo Saldo 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2023 2024 2025 21.642 -75.943 -54.301 20.313 -79.881 -59.568 -60.026 -60.816 -60.823 1.965
-62
0.2 Burgerzaken
1.207
-453
0.4 Overhead
13.956
-393
0.5 Treasury
1.903
2.000
-
2.000
1.943
1.943
1.943
754
1.177
-400
777
803
794
796
13.563
13.125
-362
12.763
13.256
13.475
13.342
1.018
-2.670
-1.652
538
-2.330
-1.792
-1.755
-1.745
-1.777
0.61 OZB woningen
399
-3.645
-3.246
433
-3.672
-3.239
-3.325
-3.366
-3.453
0.62 OZB niet-woningen
344
-14.436
-14.092
372
-15.144
-14.772
-15.609
-16.713
-17.815
0.64 Belastingen overig
-
-65
-65
17
-66
-49
-49
-49
-49
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten
-
-54.536
-54.536
-
-54.660
-54.660
-53.774
-53.460
-53.790
2.525
317
2.842
2.163
-3.248
-1.084
-1.721
-1.986
-190
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
228
-
228
487
-
487
205
290
170
6. Sociaal domein
431
-
431
490
-
490
469
468
452
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
431
-
431
490
-
490
469
468
452
Saldo baten en lasten voor bestemming
22.073
-75.943
-53.870
20.803
-79.881
-59.078
-59.557
-60.348
-60.371
0.10 Mutaties reserves
3.699
-5.955
-2.257
-90
-33
-123
-123
-123
-123
Resultaat na bestemming
25.772
-81.899
-56.127
20.713
-79.915
-59.201
-59.680
-60.471
-60.494
79
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
ANALYSE PROGRAMMA 5
Baten en Lasten Programma 5
Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenbegroting
(Cijfers x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal Lasten
19.187
22.073
20.803
20.780
20.858
22.251
Totaal Baten
-78.577
-75.943
-79.881
-80.337
-81.205
-82.622
Resultaat voor bestemming
-59.390
-53.870
-59.078
-59.557
-60.347
-60.371
4.034
3.789
0
0
0
0
Storting in reserves Onttrekking aan reserves
-4.361
-6.045
-123
-123
-123
-123
Resultaat na bestemming
-59.717
-56.126
-59.201
-59.680
-60.470
-60.494
Verschil t.o.v. 2021
-3.075
Samenvatting verschillen t.o.v. 2021
Het verschil op programma 5 tussen het begrote resultaat (na bestemming) in 2022 ten opzichte van 2021 bedraagt € 3.075.000 voordelig. Ten opzichte van de totale baten binnen dit programma is dat een afwijking van 4%. De algemene uitkering heeft met een omvang van ruim € 50 miljoen een groot aandeel in de totale inkomsten van de gemeente. Wijzigingen in de algmene uitkering hebben daarmee ook een groot effect op de uitkomsten binnen programma 5. Ten opzichte van 2021 valt de raming voor de algemene uitkering in 2022 hoger uit. Dit komt onder andere doordat in de raming van de uitkering gemeentefonds vanaf 2022 rekening is gehouden met de extra bijdrage van het Rijk voor de tekorten vanwege de jeugdzorg.
80
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
Nadere toelichting verschillen In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen, waarbij: - In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; - In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget in 2021 is weergegeven. Onderwerp Algemene uitkering gemeentefonds
Bedrag
% V/N Toelichting
4.396.000
9%
V
Taakstelling
688.000
-
V
OZB opbrengsten
778.000
4%
V
Kosten primair proces
491.000
24%
V
Salarissen en sociale lasten
293.000
3%
V
Automatisering (overhead)
235.000
20%
V
Organisatieontwikkeling (overhead)
75.000 100%
V
Verkiezingen
59.000
40%
V
Team PCS (overhead)
50.000
24%
V
Bestuurlijke samenwerking
45.000
92%
N
In de periodieke gemeentefondscirculaires informeert de Rijksoverheid gemeenten over de omvang en de verdeling van het gemeentefonds. Deze verdeling vindt plaats op basis van ruim 60 maatstaven (aantal inwoners, oppervlakte van de gemeente, etc). Ten opzichte van 2021 valt de raming voor de algemene uitkering onder andere hoger uit als gevolg een lagere raming van de landelijke aantallen inwoners en jongeren. Ook de eerder verwachtte stijging van het aantal bijstandsontvangers als gevolg van de corona-pandemie blijkt mee te vallen. Aangezien de omvang van het te verdelen geld gelijk blijft, leidt een daling op de aantallen tot een stijging van de uitkeringsfactor (wat voor de gemeente Moerdijk een positief effect heeft). Daarnaast is in de raming van de uitkering gemeentefonds vanaf 2022 rekening gehouden met een extra bijdrage van het Rijk voor de tekorten in de jeugdzorg. Bij de vaststelling van de begroting 2021 zijn op basis van het document “Keuzemogelijkheden, naar een sluitende begroting 2021-2024”, keuzes gemaakt om tot een sluitende meerjarenbegroting te kunnen komen. Onderdeel daarvan is het opnemen van een taakstelling Mens & Maatschappij. Deze bedraagt € 200.000 in 2021, € 750.000 in 2022, € 1,2 miljoen in 2023 en € 1,7 miljoen in 2024. Daarnaast is een algemene taakstelling opgenomen van € 200.000, voor diverse nog nader te onderzoeken maatregelen.
In de aanbiedingsnota bij de begroting 2022 wordt nader ingegaan op de stand van zaken van de nog nader te onderzoeken maatregelen. Voor 2022 worden als gevolg van een verwachte volumetoename meer OZB opbrengsten verwacht dan in 2021. Voor niet-woningen wordt met een jaarlijkse volumetoename van €100.000.000 rekening gehouden, wat in 2022 naar verwachting leidt tot € 554.000 hogere opbrengsten. Daarnaast is (conform de Kadernota 2022) gerekend met een tariefontwikkeling van 1,2%. De (personeel)kosten van de primaire afdelingen worden op basis van de verwachte urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. Per saldo heeft deze verdeling geen effect op het begrotingsresultaat (de totale primaire kosten worden alleen verdeeld over de programma's).Ten opzichte van 2021 worden in 2022 minder kosten toegerekend aan programma 5. Dit komt voornamelijk doordat in 2021 tussentijdse wijzigingen (n.a.v. raadsbesluiten met een effect op de primaire kosten) centraal worden verwerkt binnen programma 5, terwijl deze in 2022 rechtstreeks op het betreffende programma zijn verwerkt. Dit voordelige effect in 2022 wordt veroorzaakt doordat in 2021 een extra bedrag van € 450.000 beschikbaar was voor tijdelijk personeel, met name ook vanwege overheveling uit 2020 via de resultaatbestemming 2020 (zie onderdeel ''reservemutaties'').
Tegenover dit voordeel staan kostenstijgingen in 2022 vanwege periodieke salarisverhogingen en stijging werknemerspremies (totaal circa € 75.000). Daarnaast is in 2022 de stelpost voor de verwachte loonontwikkeling met € 83.000 verhoogd zoals was opgenomen in de kadernota 2022. Op basis van de (ontwerp)begroting 2022 van ICT WBW valt de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van 2021 lager uit. De uittreding van de gemeente Bergen op Zoom per 1-1-2022 is echter een factor die nog invloed kan hebben op de uiteindelijke deelnemersbijdragen voor de overblijvende deelnemers. Voor de uittredingsvergoeding is een voorlopige aanname opgenomen, de vergoeding moet nog definitief worden vastgesteld. In 2022 worden lagere lasten verwacht dan in 2021. Dit komt voornamelijk doordat in 2021 nog uitgaven worden gedaan t.b.v. training en verandermanagement om de medewerkers een goede start te laten maken met de nieuwe werkwijze i.v.m. het vernieuwen van het werkplekconcept. Deze uitgaven worden gedekt uit de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020 waardoor dit per saldo geen effect heeft op het begrotingsresultaat 2021 (zie ook onderdeel 'reservemutaties'). Als gevolg van de coronacrisis vielen de kosten voor de Tweede Kamerverkiezingen 2021 (eenmalig) hoger uit.
Deze uitgaven worden gedekt uit de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020 waardoor dit per saldo geen effect heeft op het begrotingsresultaat 2021 (zie ook onderdeel 'reservemutaties') In 2022 worden lagere lasten verwacht dan in 2021. Dit komt voornamelijk doordat in 2021 nog uitgaven worden gedaan voor de uitwerking van e-HRM. Deze uitgaven worden gedekt uit de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020 waardoor dit per saldo geen effect heeft op het begrotingsresultaat 2021 (zie ook onderdeel 'reservemutaties'). Een deel van de bijdrage aan de GR Regio West-Brabant (RWB) wordt toegerekend aan het budget 'bestuurlijke samenwerking'. Vanaf 2022 wordt een groter deel toegerekend aan dit budget.
81
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
Bevolking en burgerlijke stand Archief
50.000
25%
N
58.000
20%
N
Kapitaallasten
87.000
4%
N
Uitvoering WOZ
109.000
19%
N
Decentralisatie uitkeringen Vennootschapsbelasting
220.000
15%
N
232.000 102%
N
Integratieuitkering sociaal domein (jeugd)
453.000
41%
N
Stelpost nieuw beleid
708.000
49%
N
Reservemutaties
2.134.000
-
N
Overig
106.000
2%
V
Totaal
3.075.000
Op basis van gegevens van de RDW worden (als gevolg van de zogenaamde 'rijbewijscyclus') vanaf 2022 minder vernieuwingen van rijbewijzen verwacht. Bij raadsbesluit van 15 juli 2021 is er een totaalbudget van € 300.000 beschikbaar gesteld voor het bewerken en digitaliseren van oude archieven, te verdelen over de jaren 2021 tot en met 2024. In 2021 is € 30.000 begroot en de drie jaar daarna € 90.000. Het nadelig verschil van afgerond € 60.000 is hier een gevolg van. Voor 2022 is een lagere stelpost opgenomen voor de verwachte onderschrijding van kapitaallasten. In de begroting wordt door middel van een stelpost rekening gehouden met het feit dat niet alle geplande investeringen al vanaf het begrotingsjaar gereed zijn en dat daar dus nog niet vanaf het begrotingsjaar afschrijvingslasten voor zullen ontstaan. Op basis van de (ontwerp)begroting 2022 van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) stijgt de gemeentelijke bijdrage. In 2021 zijn een aantal incidentele decentralisatie-uitkeringen toegekend, zoals voor de Brede aanpak dak- en thuisloosheid en compensatie voor extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Op basis van geactualiseerde berekeningen worden ten opzichte van 2021 hogere winstnemingen verwacht binnen de grondexploitaties (zie programma 3). Als gevolg daarvan neemt de te betalen vennootschapsbelasting ook toe.
Voor de kosten van jeugdhulp voor jeugdigen met een voogdijmaatregel óf van 18 jaar en ouder ontvangt de gemeente een integratie-uitkering Voogdij/18+. De hoogte hiervan is gebaseerd op historisch zorggebruik en vanaf 2022 ook op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. De hoogte van de integratie-uitkering voor 2022 is in de meicirculaire 2021 bekendgemaakt en is € 453.000 lager dan de uitkering voor 2021. In de Kadernota worden jaarlijks diverse nieuwe ontwikkelingen opgenomen. De financiële effecten die hieruit voortkomen zijn geraamd op de stelpost nieuw beleid. Om deze middelen daadwerkelijk beschikbaar te krijgen volgen nog afzonderlijke raadsvoorstellen. Doordat gedurende 2021 inmiddels diverse besluiten zijn genomen waarbij de middelen vanuit de stelpost zijn overgeheveld naar de betreffende budgetten, valt de stelpost ten opzichte van 2021 hoger uit. Ten opzichte van 2021 wordt er minder onttrokken uit de reserves. Bij de vaststelling van de begroting 2021 is besloten om in 2021 de algemene reserve tot een bedrag van €1.460.000 in te zetten voor het dekken van het tekort op de incidentele lasten en baten in dat jaar. Daarnaast is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020 besloten om ten behoeve van de voortgang van een aantal overlopende zaken vanuit 2020 naar 2021 diverse budgetten opnieuw beschikbaar te stellen voor 2021.
Binnen programma 5 betreft dit € 623.000, wat voornamelijk betrekking heeft op uitgaven m.b.t personeel gerelateerde zaken (zie onderdeel 'salarissen en sociale lasten'), verkiezingen (zie onderdeel 'verkiezingen') en training en verandermanagement (zie onderdeel 'organisatieontwikkeling') Tot slot is besloten om de begrote kosten voor de benoemingsprocedure van de burgemeester (€ 50.000) in 2021 te dekken uit de algemene reserve. Diverse kleinere verschillen (< € 40.000).
V
Reservemutaties 2022 Hieronder zijn de in 2022 begrote reservemutaties opgenomen die het resultaat na bestemming beïnvloeden. In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. Per reservemutatie is inzichtelijk gemaakt of het een incidentele (I) of structurele (S) mutatie betreft. Stortingen in de reserves - N.v.t. 0 Totaal stortingen programma 5
Onttrekkingen aan de reserves 123.000 Onttrekkingen aan de brutoreserve ter dekking van de afschrijvingslasten van de volgende investeringen: • € 33.000 Aanpassingen gemeentehuis (S) • € 90.000 Herinrichting hal gemeentehuis (S) 123.000 Totaal onttrekkingen programma 5
82
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving
VERBONDEN PARTIJEN Aan de realisatie van de doelstellingen “Partnerschap in een veranderende samenleving” leveren de volgende verbonden partijen een bijdrage: • Regio West-Brabant • West-Brabants Archief (WBA) • Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) • ICT-samenwerking West-Brabant West • BNG Bank N.V. • Brabant Water NV • Stichting Inkoopbureau West-Brabant • Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voor een gedetailleerd overzicht verwijzen wij naar de paragraaf ‘Verbonden Partijen’.
83
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Financiële positie 2022-2025 Voor u ligt de meerjarenprogramma-begroting 2022-2025. Na vaststelling van de Kadernota 20222025 heeft een verdere uitwerking plaatsgevonden van de diverse budgetten, hetgeen nu resulteert in deze meerjarenbegroting. Later volgen binnen de totale budgetcyclus voor het begrotingsjaar 2022 de bestuursrapportages, het jaarverslag en de jaarrekening. In dit onderdeel van de programmabegroting wordt ingezoomd op de belangrijkste items van de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025. Ingegaan wordt op de volgende onderdelen: • kadernota 2022-2025 • begrotingspositie 2022-2025 • naar een sluitende (meerjaren-)begroting • resultaat begroting 2022 voor en na bestemming • stelposten en taakstellingen • rentebeleid • belastingen/retributies • reserves en voorzieningen • vervangingsinvesteringen • investering t.b.v. huisvesting onderwijs • grondslagen begroting 2022 De begroting moet na vaststelling door de gemeenteraad worden aangeboden aan de provincie. De provincie beoordeelt de begroting en bepaalt op basis van haar onderzoek het toezichtsregime voor het komende jaar. De provincie kan hierbij kiezen uit preventief toezicht en repressief toezicht.
Bij preventief toezicht kan pas uitvoering gegeven worden aan de begroting en aan in de loop van 2022 optredende wijzigingen van de begroting op basis van een raadsbesluit, nadat de provincie deze getoetst heeft en haar goedkeuring hieraan geeft.
Bij repressief toezicht hoeven wijzigingen van de begroting slechts ter kennisname te worden ingestuurd en kan gelijk met de uitvoering gestart worden. Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet minimaal voldaan worden aan de volgende voorwaarden: • de meerjarenbegroting 2022-2025 is reëel sluitend, dan wel de begroting 2022 is minimaal reëel sluitend; • de begroting wordt vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar vastgesteld en toegezonden aan Gedeputeerde Staten; • de jaarrekening 2020 is sluitend of heeft een positief resultaat; • de jaarrekening van het jaar 2020 is tijdig vastgesteld en voor 15 juli 2021 aangeboden aan Gedeputeerde Staten. Reëel sluitend houdt in dat de begroting structureel in evenwicht is. Dit betekent dat jaarlijks terugkerende lasten moeten worden gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Éénmalige ruimte binnen de begroting (o.a. vanuit de grondexploitatie en onderuitputting kapitaallasten) kan ingezet worden om éénmalige uitgaven te bekostigen. De provincie kijkt verder kritisch naar opgenomen stelposten om de begroting sluitend te krijgen. Wil de provincie een dergelijke stelpost accepteren binnen de toets van een reëel sluitende begroting, dan moet deze voldoen aan een aantal eisen (waaronder een voldoende concrete onderbouwing).
Wij zijn van menig dat wij met het aanbieden van de meerjarenbegroting 2022-2025 voldoen aan de eisen om in aanmerking te komen voor het repressieve toezicht.
84
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Kadernota 2022-2025 Het College heeft voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2025 de uitgangspunten gehanteerd, zoals deze door de gemeenteraad op 8 juli 2021 zijn vastgesteld bij de behandeling van de kadernota 2022-2025. In de kadernota was rekening gehouden met diverse autonome ontwikkelingen, de verwachte grote afwijkingen binnen bestaand beleid en de verwachte nieuwe ontwikkelingen voor 2022 e.v. Dit resulteerde in een kadernota die voor drie jaren een tekort liet zien en voor één jaar (2024) een overschot , zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Tabel 1: Uitkomsten Kadernota 2022-2025; (bedragen x € 1.000; N = nadeel, V = voordeel) Omschrijving 2022 2023
2024
-totaal structureel en incidenteel
976 N
297 N
-w.v. structurele budgetten
146 N
-w.v. incidentele budgetten
830 N
-algemene dienst -grondexploitatie
2025
2.907 V
298 N
387 N
154 V
392 N
89 V
2.754 V
95 V
2.134 N
331 N
35 V
382 V
1.304 V
420 V
2.719 V
287 N
-te verdelen in:
Begrotingspositie 2022-2025 Na de vaststelling van de kadernota is verder gewerkt aan het opstellen van de meerjarenbegroting. Naast de in de kadernota in vermelde grote budgetaanpassingen zijn ook de overige budgetaanpassingen verwerkt en doorgerekend in de cijfers. De belangrijkste budgetaanpassingen die na de kadernota in de jaarsaldi zijn verwerkt zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2: Verwerkte effecten in meerjarenbegroting na de kadernota 2022 (bedragen x € 1.000; - = nadeel) Omschrijving 2022
2023
2024
2025
Saldo in kadernota 2022-2025
-976
-297
2.907
-298
Meicirculaire 2021 gemeentefonds
-434
-656
-940
-364
Alg.uitkering: aanpassing ruimte BCF Extra middelen GF mbt jeugd Bijstelling herijking maatstaven GF
90
56
56
56
2.326
1.419
1.301
1.159
0
0
-175
-725
Toename P-budget
-235
-195
-195
-195
Bijstelling toerekening uren aan investeringen
216
95
135
54
Aanpassing kapitaallasten
573
-70
-388
-45
Stelpost onderuitputting kapitaallasten
-19
391
48
48
9
72
103
757
Begrotingsaanpassing grondexploitatie
-132
74
-1.969
406
Diverse overige verschillen
-82
-202
170
-563
totaal van de aanpassingen
2.312
984
-1.854
588
Saldo meerjarenbegroting
1.336
687
1.053
290
Volumegroei OZB
De grotere verschillen in de bovenstaande tabel kunnen als volgt worden toegelicht: >Meicirculaire gemeentefonds: Bij de ramingen in de kadernota is rekening gehouden met de uitgangspunten in de september- en decembercirculaire 2020. Bij het verschijnen van de meicirculaire bleken o.a. de ramingen van het accres voor 2022 e.v. te zijn verlaagd. Daarnaast een verlaging van € 450.000 op het jeugdbudget Voogdij 18+ op basis van het werkelijk zorggebruik in 2020 en als gevolg van de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel. >Extra middelen Gemeentefonds m.b.t. jeugd.: Uit onderzoek van de Commissie van Wijzen werd duidelijk dat de
85
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
gemeenten onvoldoende middelen van het rijk ontvangen voor de uitvoering van de Jeugdwet. VNG en het rijk hebben afspraken gemaakt over extra middelen voor 2022 en verder. Van de gemeenten wordt wel verwacht dat zij maatregelen treffen om de kosten terug te dringen. De extra vergoeding loopt daarom geleidelijk af. >Bijstelling herijking maatstaven Gemeentefonds: In de kadernota 2022 was uitgegaan van aanvankelijke positieve uitkomst voor Moerdijk van € 49 per inwoner extra (vanaf 2023). Vanwege onvrede en discussie bij een groot aantal gemeenten zijn die eerste uitkomsten bijgesteld, met een voor Moerdijk negatief gevolg dat het bedrag per inwoner nu uitkomt op € 25. Dit is overigens ook nog maar een voorlopige uitkomst. Er lopen nog steeds onderzoeken naar de herverdeeleffecten per gemeente. >Toename P-budget: In de meerjarenbegroting is standaard een jaarlijkse stelpost van € 100.000 opgenomen voor periodieke bijstelling van de loonkosten. Voor 2022 e.v. is de toename hoger dan de stelpost door verhoging van de premies voor werkgeverslasten (o.a. pensioenpremie), herziening van functiewaarderingen en enkele administratieve correcties. >Toerekening uren aan investeringen: Enkele jaren geleden is op basis van gewijzigde voorschriften begonnen met het toerekenen van ambtelijke uren aan (vervangings-)investeringen.
Als dit om reguliere uren gaat betekent dit een voordelig effect voor de begroting. Dit effect is op basis van nieuw geplande vervangingsinvesteringen opnieuw berekend en in de cijfers verwerkt. >Aanpassing kapitaallasten: De kapitaallasten m.b.t. investeringen worden jaarlijks opnieuw berekend. Sinds vorig jaar wordt hierbij ook rekening gehouden met de gewijzigde regels van de provincie. De lasten worden nu pas geraamd vanaf het jaar waarin de investering (naar verwachting) wordt afgerond. Dit heeft vooral een positief effect in de eerste jaren van de meerjarenbegroting. >Stelpost onderuitputting kapitaallasten: In het kader van de gewijzigde regels verplicht de provincie de gemeente om in het jaar van afronding van de investering 50% van de kapitaallasten als structurele last in dat jaar op te nemen. Conform het waarderings- en afschrijvingsbeleid gaat de gemeente de kapitaallasten pas in het jaar ná afronding voor het eerst werkelijk berekenen. Er staat dus al bij voorbaat vast dat de 50% lasten in dat jaar niet in de jaarrekening zullen worden opgenomen. Om die reden wordt die begrotingsruimte als incidentele bate op deze stelpost opgenomen. Deze ruimte is dan beschikbaar voor de dekking van incidentele uitgaven. Na verwerking van alle reguliere budgetaanpassingen ontstaat de volgende tussenstand van de cijfers in de meerjarenbegroting Tabel 3: Uitkomsten prim.
begroting 2022-2025 (bedragen x € 1.000; N = nadeel, V = voordeel) Omschrijving 2022 2023
2024
2025
-totaal structureel en incidenteel
1.336 V
687 V
1.053 V
290 V
-w.v. structurele budgetten
1.610 V
292 V
160 V
53 V
-w.v. incidentele budgetten
274 N
395 V
893 V
237 V
-te verdelen in: -algemene dienst
1.446 N
99 N
143 V
169 N
-grondexploitatie
1.172 V
494 V
750 V
406 V
De ramingen in de meerjarenbegroting zijn opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: • benodigde middelen voor nieuwe ontwikkelingen zijn verwerkt zoals opgenomen in de kadernota 2022-2025. Kapitaallasten zijn wel aangepast aan de gewijzigde regels van de provincie. • rente- en afschrijvingslasten, voortvloeiend uit reeds beschikbaar gestelde kredieten en de vervangingsinvesteringen voor de jaren 2022 t/m 2025; • gemeentefondsuitkeringen gebaseerd op de meicirculaire 2021; • overige uitgangspunten en aantallen eenheden zoals die in de kadernota 2022 zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Bij het interpreteren van de cijfers van de meerjarenbegroting moet bedacht worden dat deze naarmate het jaar verder af komt te liggen van het begrotingsjaar steeds ‘zachter’ worden. Het is daarom niet goed om aan deze cijfers absolute waarde toe te kennen. Het betreft niet meer dan een indicatie voor de toekomst.
86
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Incidentele baten en lasten Uit tabel 3 blijkt dat voor 2022 de incidentele lasten de incidentele baten overstijgen met een bedrag van € 274.000. Dit kan echter opgevangen worden met het overschot op de structurele baten en lasten.
Resultaat begroting 2022 voor en na bestemming Rekening houdend met zowel de structurele als de incidentele baten en lasten bedraagt het totaalsaldo van de begroting 2022 € 1.336.000 voordelig. In dit totaal zijn ook de effecten verwerkt van eerder door de gemeenteraad genomen besluiten, waarbij exploitatielasten en –baten ten laste en/of ten gunste van reserves worden gebracht. Deze mutaties van reserves heffen het effect van de daarmee samenhangende lasten/ baten binnen het begrotingsjaar 2022 (deels) op. De opbouw van het resultaat voor en na bestemming is als volgt: (x € 1.000, V=voordeel en N=nadeel) Resultaat vóór bestemming Mutaties reserves Resultaat ná bestemming
1.677 V 341 N 1.336 V
-algemene dienst
164 V
-grondexploitatie
1.172 V
Taakstellingen en stelposten In het positieve resultaat van € 1,3 miljoen zijn diverse taakstellingen en stelposten opgenomen. Totaal gaat dit per saldo om een voordeel van € 1.052.000 in het begrotingsjaar 2022. Meerjarig kan de volgende specificatie worden gegeven. Taakstellingen: Organisatie algemeen Organisatie i.v.m. nieuw werkplekconcept
2022
2023
2024
2025
-175.000
-175.000
-175.000
-175.000
-
-87.500
-175.000
-175.000
-50.000
-100.000
-100.000
-137.500
-137.500
-137.500
-137.500
Organisatie i.v.m. invoering WKB Keuzedocument begroting 2021-2024 Domein Mens & Maatschappij
-550.000
-1.000.000
-1.500.000
-1.500.000
subtotaal
-862.500
-1.450.000
-2.087.500
-2.087.500
Stelposten: Periodieke salarisaanpassingen Loonontwikkeling Nieuw beleid/nieuwe ontwikkelingen
-
100.000
200.000
300.000
585.000
585.000
585.000
585.000
2.146.678
2.463.015
2.627.594
4.151.525
Taakmutaties algemene uitkering
164.359
178.476
192.575
178.909
Algemene uitkering; BCF-ruimte onder plafond
-274.000
-240.000
-240.000
-240.000
-2.325.781
-1.930.000
-1.812.000
-1.670.000
-
-550.000
-925.000
-925.000
Rijksbijdrage in kosten energietransitie
-108.000
-174.500
-216.000
-257.500
Onderschrijding kapitaallasten
-378.133
-598.039
-203.075
-201.368
subtotaal
-189.877
-166.048
209.094
1.921.566
-1.052.377
-1.616.048
-1.878.406
-165.934
Algemene uitkering; extra middelen jeugd Algemene uitkering; effect herijking maatstaven
Totaal
87
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Rentebeleid Onderstaand de belangrijkste uitgangspunten die gehanteerd zijn met betrekking tot het rentebeleid: • Met ingang van 2017 is het niet meer toegestaan vaste rentepercentages te hanteren voor groepen van investeringen. Dit betekent dat aan investeringen m.b.t. onderwijshuisvesting en aan investeringen m.b.t. rioleringen evenals aan alle andere investeringen het omslagpercentage wordt toegerekend (1,5%) in plaats van 4%. • In de berekening van de totale rentekosten wordt rekening gehouden met het berekenen van zgn. bespaarde rente over de reserves en voorzieningen. • Over het voor 2022 berekende financieringstekort wordt geen rentelast opgenomen. Op dit moment wordt bij het aantrekken van kort geld een negatieve rente gehanteerd. • Ingevolge de afspraken in het kader van het zgn. schatkistbankieren moet de gemeente overtollige middelen aanhouden in de rijkskas. Hierover wordt geen rentevergoeding ontvangen. • De rentetoerekening aan de complexen van de grondexploitatie (bouwgrond in exploitatie) is conform de voorschriften bepaald. Het betreft het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Tot en met 2015 werd een vast rentepercentage toegepast. Het rente-omslagpercentage voor 2021 komt uit op 1,60% (2021 was 1,64%).
Op grond van artikel 12, lid 4 van de Financiële verordening is het percentage afgerond op 1,50%.
Belastingen/retributies Met betrekking tot de belastingen en retributies zijn voor 2022 de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals nieuwbouw en verbouw; • tarieven worden verhoogd met een prijsindexpercentage van 1,2%; • de leges voor een omgevingsvergunning handhaven op 100% kostendekkendheid. Met inachtneming van het raadsbesluit van 13 dec. 2018 betekent dit een tariefsverlaging van 1,25%; • kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolrechten op basis van het huidige beleid; dit houdt in 100% kostendekkendheid waarbij de overheadkosten volledig worden toegerekend. Voor de tarieven afvalstoffenheffing betekent dit een verhoging met 14,6% en voor de tarieven rioolrechten met 1,2%. • de lokale lastendruk voor een meerpersoonshuishouden (het totaalbedrag dat betaald moet worden aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten) komt in 2022 uit op een bedrag van € 827,62. Ten opzichte van 2021 (€ 778,51) een stijging van de lokale lastendruk met 6,3%. In deze berekening is uitgegaan van een (gemiddelde) koopwoning met een waarde van € 253.000.
Algemene dekkingsmiddelen De gemeente kent een aantal algemene dekkingsmiddelen die ingezet kunnen worden op diverse beleidsterreinen. De gemeente mag die middelen naar eigen inzicht besteden. Voor een deel zijn de algemene dekkingsmiddelen niet beïnvloedbaar. U moet daarbij denken aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor een deel kan de gemeente de omvang van haar algemene dekkingsmiddelen zelf bepalen. Dit gedeelte wordt afgebakend door het eigen belastinggebied (zie Paragraaf Lokale Heffingen). Overzicht algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Omschrijving Belastingen Algemene uitkering (incl. Integratie- en decentralisatie uitkeringen) Dividenden / winstuitkeringen Saldo financieringsfunctie Totaal algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2021 18.642 52.853 50 2.188 73.733
Begroting 2022 18.949 54.660 34 2.113 75.756
88
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Toelichting per algemeen dekkingsmiddel Belastingen De toelichting op de belastingen is vermeld in de Paragraaf Lokale Heffingen. Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering 2022 uit het gemeentefonds stijgt aanzienlijk ten opzichte van 2021. Bij de berekening is uitgegaan van de meicirculaire gemeentefonds 2021. Daarnaast is uitgegaan van de meest recente hoeveelheidscijfers zoals aantal woonruimten, aantal inwoners etc. De meeropbrengst is een gevolg van nominale ontwikkelingen en een bijstelling van de uitkeringsfactor o.b.v. de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Dividenden / winstuitkeringen Onze gemeente ontvangt jaarlijks de volgende dividenden en winstuitkeringen: • Uit het aandelenbezit Bank Nederlandse Gemeenten. Voor 2022 is een dividend van € 34.000 geraamd (over 2021 was € 50.000 geraamd). Dit is gebaseerd op de werkelijke dividenduitkering over 2019 in het voorjaar van 2021. De dividenduitkering is momenteel beperkt door maatregelen i.v.m. de coronacrisis Saldo financieringsfunctie Vanwege de regel dat in de berekening van het omslagpercentage de rente over eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) kan worden opgenomen, wordt de bespaarde rente ter grootte van € 2.113.000 verantwoord in de exploitatie. Voor de berekening is uitgegaan van een rentepercentage van 1,8%.
In 2021 was de opbrengst van de bespaarde rente in de exploitatie € 2.188.000, waarbij is uitgegaan van een rentepercentage van 1,91%.
Reserves en voorzieningen Algemene reserve De omvang van de algemene reserve per 1 januari 2021 bedraagt afgerond € 25,75 miljoen. Dit is de stand zoals opgenomen in de jaarrekening 2020. Genoemd bedrag is echter niet de reële stand op dit moment. Zo zijn voor 1 januari 2021 besluiten genomen waarbij de algemene reserve is ingezet voor de dekking van uitgaven. Dit zelfde geldt voor besluiten in 2021. Verder zijn er in 2021 ook besluiten genomen waarbij middelen zijn toegevoegd aan de algemene reserve. Op basis van de nu bekende gegevens en de raadsbesluiten die tot en met 30 september 2021 verwacht worden kan de volgende prognose worden gegeven van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve:
89
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Stand algemene reserve per 31-12-2020 (jaarrekening 2020) Af: Raadsbesluiten vóór 1-1-2021: -extra formatie voor uitwerking nieuwe zaken -eenmalige bijdrage theather De Schuur -brandveiligheid schoolaccommodaties -woningbehoefte-onderzoek (restant) -duurzaam en energiezuinig gemeentelijk vastgoed -asbestinventarisatie gemeentelijk vastgoed -benoeming nieuwe burgemeester -instandhoudingsonderhoud diverse monumenten -incidentele uitgaven begroting 2021
25.748.000 35.000 34.000 43.000 30.000 56.000 52.000 50.000 245.000 1.460.000 2.005.000 23.743.000
Raadsbesluiten na 1-1-2021: Af: Wegbeheer Moerdijk 2021-2025 Bij: Afwikkeling bij vaststelling jaarrekening 2020 -saldo jaarrekening 2020 (na resultaatbestemming) -vrijvallende middelen uit andere reserves Bij: Raadsbesluiten 15 juli 2021: -vrijval restant-krediet sanering Bult van Pars (1e berap 2021)
-6.900.000 3.788.000 638.000 378.000 4.804.000 21.647.000
Af: Toekomstige onttrekkingen: Dynamisch implementatieplan Omgevingswet (rvs sept.2021) Reservering t.b.v. aanpassingen brandweerkazernes
274.000 340.000 614.000 21.033.000
Bij: Toekomstige toevoegingen -winstpotentie grondexploitatie
p.m.
Prognose stand algemene reserve per 1-1-2022
21.033.000
Hiervan is niet vrij besteedbaar het benodigde weerstandsvermogen ter afdekking van de risico's die zijn vermeld en toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing die in deze begroting is opgenomen Prognose vrij besteedbare ruimte per 1-1-2022
15.100.000 5.933.000
Het saldo van € 6 miljoen sluit aan bij de overzichten die maandelijks worden opgesteld voor de commissie Bestuur en Middelen.
Bestemmingsreserves Naast de algemene reserve beschikt de gemeente over diverse bestemmingsreserves. Deze middelen zijn afgezonderd van de algemene reserve ten behoeve van bepaalde afgesproken activiteiten. Alleen op basis van een raadsbesluit kan aan deze afgezonderde gelden een andere bestemming worden gegeven. De omvang van de bestemmingsreserves bedraagt per 1 januari 2021 € 68,2 miljoen. In 2021 zullen naar verwachting de toevoegingen € 500.000 lager zijn dan de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves. Zo resteert er per 1 januari 2022 een bedrag van € 67,7 miljoen.
Voorzieningen Tot slot beschikt de gemeente over een aantal voorzieningen. Voorzieningen worden aangehouden ter afdekking van kwantificeerbare onzekerheden, b.v. verliesverwachtingen grondexploitatie en om een gelijkmatige verdeling van kosten over een aantal begrotingsjaren te krijgen, zoals voorziening wegen en voorziening riolering. De omvang van deze voorzieningen bedraagt per 1 januari 2021 € 30,6 miljoen.
90
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Vervangingsinvesteringen In de begroting 2022 en volgende jaren is rekening gehouden met de lasten van de vervangingsinvesteringen. Hiervan kan het volgende overzicht gegeven worden: Vervangingsinvesteringen (bedragen x € 1.000) omschrijving tractie
investeringen 2022-2025* 572
jaarlast 2022
jaarlast 2023
jaarlast 2024
jaarlast 2025
-
8
31
55
sportaccommodaties
2.114
24
86
127
139
beheerplannen
20.106
145
408
661
922
riolering
6.984
-
-
-
-
IT-investeringen
1.236
40
119
200
280
178
-
16
38
52
telefoons kantoorinventaris Totaal
100
7
14
14
14
31.290
216
651
1.071
1.462
* betreft het totale investeringsbudget in de periode 2022-2025
Voor 2022 zal bij de vaststelling van de begroting voorgesteld worden onderstaande investeringsbedragen beschikbaar te stellen voor die verschillende onderwerpen. Dit betreft alleen de investeringen die gepland staan voor 2022: -tractie € 0 -sportaccommodaties 561.000 -beheerplannen - 5.350.500 -riolering - 1.851.000 -IT-investeringen 300.000 -telefoons 0 -kantoorinventaris 100.000 Totaal € 8.162.500 De jaarlast voor 2021 is verwerkt in de voorliggende begroting, conform de voorschriften. De afschrijvingslasten zullen voor het eerst in 2022 werkelijk optreden. In 2021 is rekening gehouden met 50% van de kapitaallasten o.b.v. de gewijzigde regels van de provincie. In 2021 kan deze afschrijvingslast worden ingezet voor éénmalige uitgaven. Hiermee is ook rekening gehouden in het overzicht incidentele baten en lasten. De vervangingsinvesteringen riolering zijn nog gebaseerd op het nieuw vastgestelde vGRP. Deze investeringen worden niet geactiveerd, maar kunnen in 1x gedekt worden uit de voorziening riolering, uit de middelen die hiervoor ‘gespaard’ zijn via de jaarlijkse rioolheffing.
Investeringen t.b.v. onderwijshuisvesting Jaarlijks wordt door het college het Onderwijshuisvestingsprogramma vastgesteld voor het komende jaar. Deze bevoegdheid is vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Moerdijk 2016. In het voorlopige programma voor 2022 zijn geen nieuwe investeringen opgenomen.
91
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Grondslagen begroting 2022 Bij de samenstelling van de begroting 2022 is uitgegaan van de volgende grondslagen: Financiële structuur -salarissen en sociale lasten: -norm opleidingen, vorming en training -norm vervangingen wegens ziekte -percentage loonontwikkeling (stelpost) -kostenontwikkeling (m.u.v. beheerplannen) -kostenontwikkeling beheerplannen -inflatiecorrectie lokale heffingen -rente berekend financieringstekort -rente eigen financieringsmiddelen -rente-omslagpercentage bestaande investeringen -basisraming uitkering gemeentefonds
o.b.v. cao 2019-2020 2,00% v.d. loonsom 1,50% v.d. loonsom 3,00% (1,5% voor zowel 2021 als 2022) 0,00% 1,12% 1,20% 0,00% 1,80% 1,50% meicirculaire 2021
Fysieke structuur -woonruimten (woningen, wooneenheden) -oppervlakte in land (in ha.) -oppervlakte binnenwater (in ha.)
16.664 15.920 2.482
Sociale structuur -inwoners -inwoners jonger dan 18 jaar -inwoners ouder dan 64 jaar
37.229 6.682 8.219
92
Gemeente Moerdijk Financiële positie 2022-2025
Recapitulatie-overzicht 2022 (bedragen x € 1.000 ) Nummer Programma
1
Lokale heffingen Overige baten Lasten Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk
2
Lokale heffingen Overige baten Lasten Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
3
Lokale heffingen Overige baten Lasten Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
4
Lokale heffingen Overige baten Lasten Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben
5
Lokale heffingen Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige baten Heffing Vpb Overhead Overige lasten Partnerschap en financiële paragraaf Onvoorzien Resultaat voor bestemming
1 2 3 4 5
Ramingen begroting 2022 Baten Lasten Saldo -10.914 -534 11.687 11.687
-10.914 -534 11.687 239
26.292 26.292
-1.939 -1.378 26.292 22.975
9.023 9.023
-259 -5.807 9.023 2.957
41.108 41.108
0 -9.878 41.108 31.230
-79.792
460 12.628 7.614 20.702
-19.245 -54.660 -34 -2.113 -3.739 460 12.628 7.614 -59.090
0
10
10
-110.501
108.823
-1.678
100 1.539 941 61
100 -250 849 -234 -123
-11.448 -1.939 -1.378 -3.317 -259 -5.807 -6.066
-9.878 -9.878 -19.245 -54.660 -34 -2.113 -3.739 0
Toevoegingen/onttrekkingen aan reserves Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben Partnerschap en financiële paragraaf
-1.789 -92 -295 -123
Sub-totaal mutaties reserves
-2.299
2.641
342
-112.800
111.464
-1.336
Resultaat na bestemming
Meerjarenbegroting 2022-2025
PARAGRAFEN
94
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Paragraaf lokale heffingen LOKALE HEFFINGEN De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen en rechten. Naast de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn de afvalstoffenheffing, de reinigingsrechten en de rioolheffing van groot belang voor het totaalbeeld van de lokale lasten. In dit onderdeel van de paragraaf wordt een beeld gegeven van de geraamde opbrengsten 2021 en 2022 van de diverse gemeentelijke belastingen/rechten, de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de gevolgen voor de lastendruk gezinsgebonden belastingen. Deze inkomsten geven de huidige situatie weer zoals in de begroting 2022 is opgenomen. Overzicht lokale heffingen Onderstaande tabel geeft weer welke inkomsten uit lokale heffingen worden geraamd als dekkingsmiddel in de begroting 2022. Ten opzichte van 2021 zullen deze inkomsten met 4,33% stijgen. Begroting
Begroting
Mutatie
Mutatie
2021
2022
Nominaal
In %
Product Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
17.980
18.757
777
4,32%
189
192
3
1,59%
Afvalstoffenheffing/ reinigingsrecht
4.464
5.131
667
14,94%
Rioolheffing
4.318
4.304
-14
-0,32%
Rioolheffing Havenschap
1.350
1.469
119
8,81%
Leges
2.258
2.177
-81
-3,59%
Marktgelden
36
30
-6
-16,67%
Begraaf- en onderhoudsrechten
186
143
-43
-23,12%
Reclambelasting
65
65
0
-1,54%
30.846
32.368
1.422
4,64%
Toeristenbelasting
Totaal lokale heffingen
Tariefbeleid Zoals afgesproken in de kadernota wordt voor 2022 een prijsindex gehanteerd van 1,2%. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 wordt de nullijn gehanteerd. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De tariefdifferentiaties, zoals tussen één- en meerpersoonshuishoudens bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, blijven gehandhaafd. Voor de rioolheffing 2022 is nog uitgegaan van het bestaande tarievenbeleid. In 2020 is het nieuwe GRP vastgesteld. De beoogde wijzigingen in de tarievenstructuur, zoals in de informatieavond op 25 maart 2021 is gepresenteerd, zullen worden meegenomen bij de vaststelling van de belastingverordeningen in december. Naast de tariefsaanpassingen is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals nieuwbouw en verbouw.
TOELICHTING PER HEFFING Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De opbrengsten m.b.t. onroerende-zaakbelastingen gelden als een algemeen dekkingsmiddel. Als zodanig zou de OZB gebruikt kunnen worden als sluitpost van de begroting.
95
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Met ingang van 2022 gelden weer nieuwe vastgestelde taxatiewaarden naar een waardepeildatum van 1 januari 2021. De nieuwe taxatiewaarden zijn pas in het najaar van 2021 bekend. In de begroting is vooralsnog uitgegaan van de economische waarden naar de oude waardepeildatum 1 januari 2020 en een aanpassing van de huidige tarieven met het prijsindexcijfer van 1,2%. De OZB-tarieven voor 2022 worden definitief vastgesteld in de belastingverordening, die de raad in december 2021 ter vaststelling krijgt aangeboden. In deze voorstellen wordt uitgegaan van de nieuwe taxatiewaarden. Uitgangspunt daarbij blijft dat bij een stijging van de totale economische waarden de tarieven zullen dalen, terwijl bij een daling van de waarden de tarieven zullen stijgen. Dit kan overigens wel betekenen dat in individuele gevallen de aanslag OZB hoger of lager zal zijn. Dit wordt dan veroorzaakt door een afwijking van de nieuwe taxatiewaarde t.o.v. de gemiddelde ontwikkeling. Ten opzichte van 2021 wordt wel rekening gehouden met een meeropbrengst op basis van autonome ontwikkelingen (nieuwbouw en verbouw). Voor de berekening van de OZB-tarieven 2022 wordt rekening gehouden met: - Nieuwe taxatie-uitkomsten; - Autonome ontwikkelingen (nieuwbouw/verbouw/objecten in aanbouw); - Kwijtschelding € 1.000; - Oninbare vorderingen € 23.400.
Van de tarieven en opbrengsten voor de jaren 2020, 2021 en 2022 kan het volgende overzicht worden gegeven:
Tarieven
begroot 2021
werkelijk 2020
begroot 2022
OZB-eigenaren woningen
0,0890%
0,0857%
0,0867%
OZB-eigenaren niet woningen
0,2886%
0,3041%
0,3096%
OZB-gebruikers niet-woningen
0,2299%
0,2422%
0,2451%
Opbrengsten (x 1.000)
werkelijk 2020
begroot 2021
begroot 2022
OZB-eigenaren woningen
€ 3.537
€
3.599
€
3.649
OZB-eigenaren niet woningen
€ 7.811
€
8.134
€
8.797
OZB-gebruikers niet-woningen
€ 5.689
€
5.994
€
6.311
Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De Financiële Verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds over de gemeenten. De algemene uitkering wordt verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die de verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook de verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de totale waarde van alle onroerende zaken binnen de gemeente. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend, van de waarde van niet-woningen 70%. Op deze herrekende waarden worden zogenaamde rekentarieven toegepast (0,08376% van 80% van de totale WOZ-waarden woningen voor eigenaren woningen, 0,13145% van 70% van de totale WOZ-waarden voor gebruikers niet-woningen en 0,16311% voor eigenaren niet-woningen). De uitkomsten hiervan worden gekort op de algemene uitkering van de gemeente. De aftrek in de algemene uitkering 2020 bedraagt voor eigenaren woningen € 2.838.000, voor gebruikers niet-woningen € 2.446.000 en voor eigenaren niet-woningen € 3.104.000. Totaal is dit bijna € 8,4 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met de waardepeildatum 1 januari 2020 en de rekentarieven voor 2021. De hiervoor genoemde rekentarieven gelden voor 2022.
96
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Aan de hand van de nieuwe taxatiewaarden met de waardepeildatum 1 januari 2021, die pas in het najaar van 2021 bekend zijn, kunnen de kortingsbedragen voor 2021 definitief worden berekend. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft geen effect op de aftrekpost in de algemene uitkering. Alleen de WOZwaarden hebben invloed op de algemene uitkering.
Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht Verwachte kosten De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Daarnaast biedt de gemeente de gelegenheid aan kleine ondernemers hun bedrijfsafval af te voeren. In totaal verwacht de gemeente voor deze plicht en dienst het komende jaar € 5,1 miljoen aan kosten te zullen maken. Om de kosten transparant te maken, splitsen wij eerst uit binnen welke programma’s deze kosten gemaakt zullen worden. Vervolgens wordt ingegaan op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken. Verdeling van de kosten Uit onderstaande grafiek blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van programma 1 (€ 4,1 miljoen). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van bedrijf- en huishoudelijk afval, het scheiden en recyclen van afval en de kosten die worden gemaakt voor de heffing en invordering van belastingen (BWB). Daarnaast begroten wij € 146.000 binnen programma 4. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor kwijtschelding. Naar verwachting zal er € 656.000 aan BTW kunnen worden meegenomen als kostencomponent voor de berekening van de tarieven en € 278.000 aan overhead. Binnen programma 1 is een bedrag van € 10.000 aan oninbaar als kosten geraamd.
Herkomst middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Uitgangspunt is dat de totale kosten van afvalverwijdering worden gedekt door de afvalstoffenheffing/reinigingsrechten. De tarieven afvalstoffenheffing voor 2022 worden op basis van deze uitgangspunten met 14,6% verhoogd. Zoals reeds in de kadernota is gecommuniceerd zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor 2022 de afvalstroom papier
97
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
+ € 179.000, toename van de inzamelingskosten en verwerkingskosten van alle afvalstromen + € 110.000, minder opbrengst kleding + € 19.000 en de bijdrage nazorg gesloten stortplaatsen en overige kosten + € 96.000. Daarnaast is een hoger percentage toegerekend voor primaire salariskosten + € 141.000, meer overhead + € 100.000 en meer BTW + € 34.000. Voor de begrotingsraming van de afvalstoffenheffing is rekening gehouden met: - 100% kostendekkendheid; - Conform artikel 229b Gemeentewet wordt bij de berekening van het kostendekkingspercentage de compensabele BTW meegenomen als kostencomponent; - Toerekening van de uitvoeringskosten (kosten heffing en invordering); - Handhaving tariefdifferentiatie alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens, waarbij eenpersoonshuishoudens 75% van het tarief van meerpersoonshuishoudens betalen; - 11.346 meerpersoonshuishoudens en 4.716 eenpersoonshuishoudens; - Kwijtschelding € 146.000 en oninbare vorderingen € 10.000.
Berekening Kostendekkendheid: Voor de berekening van het percentage kostendekkendheid zijn alle mogelijk toe te rekenen kosten van het product Afval meegenomen.
98
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Berekening Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing/Reinigingsrecht (bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl heffingen Netto kosten taakveld
€ € €
4.501 -503 3.998
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag) rente BTW Totale kosten
€ € € €
156 331 656 5.141
Opbrengst heffingen
€
5.141
Dekkingspercentage
100,00%
Van de tarieven en de opbrengst met betrekking tot de jaren 2020, 2021 en 2022 kan het volgende overzicht worden gegeven: Tarieven
2020
2021
2022
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
€ 193,15
€ 222,57
€ 255,11
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
€ 257,53
€ 296,74
€ 340,14
Reinigingsrecht per duobak ( excl. btw )
€ 257,53
€ 296,74
€ 340,14
Begroot Baten/lasten ( x 1.000 )
2020
2021
2022
Baten
€ 4.051
€ 4.464
€ 5.141
Lasten
€ 4.051
€ 4.464
€ 5.141
Rioolheffing ln de raadsvergadering van 24 september 2020 is het nieuwe verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vGRP Moerdijk 2021-2024 door uw raad vastgesteld. Voor de rioolheffing 2022 is nog uitgegaan van de bestaande tarievenstructuur. Op de informatieavond van afgelopen 25 maart zijn de aanpassingen in de te hanteren tarievenstructuur reeds voorbesproken. Deze wijzigingen in de tariefstructuur zullen worden meegenomen bij de vaststelling van de belastingverordeningen in december. De begrote inkomsten zullen nagenoeg gelijk blijven. Verwachte kosten De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Vanuit het vGRP verwachten we in totaal het komende jaar € 4,3 miljoen aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit binnen welke programma’s deze kosten zullen worden gemaakt. Vervolgens wordt ingegaan op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken. Verdeling van de kosten Uit onderstaande grafiek blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het programma 1 (€ 3,4 miljoen incl. storting). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater.
99
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Daarnaast begroten wij € 151.000 binnen programma 4. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor kwijtschelding. Naar verwachting zal er € 273.000 aan BTW kunnen worden meegenomen als kostencomponent voor de berekening van de tarieven en € 359.000 aan overhead. Binnen programma 1 is een bedrag van € 12.000 aan oninbaar als kosten geraamd. Het bedrag van het verschil in opbrengst en kosten is als storting in de voorziening opgenomen € 955.000. Dit om fluctuaties in de tarieven en om toekomstige onvoorziene zaken op te vangen. Ook wordt voor programma 2 (watertaken en straatreiniging) een bedrag van € 120.000 aan kosten meegenomen.
Herkomst middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffing invoeren. Voor de begrotingsraming van de rioolheffing is rekening gehouden met: - 100% kostendekkendheid; - Toerekening van de uitvoeringskosten (kosten heffing en invordering); - Handhaving tariefdifferentiatie woningen, bedrijven, bejaardenhuizen en overige gebouwen; - Handhaving tariefdifferentiatie eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens, waarbij eenpersoonshuishoudens 75% van het tarief van meerpersoonshuishoudens betalen; - 10.811 meerpersoonshuishoudens en 4.597 eenpersoonshuishoudens; - Conform artikel 229b Gemeentewet wordt bij de berekening van het kostendekkingspercentage de compensabele BTW meegenomen als kostencomponent; - Kwijtschelding € 151.000 en oninbare vorderingen € 12.000.
100
Gemeente Moerdijk Paragraaf Lokale heffingen
Berekening kostendekkendheid; Voor de berekening van het percentage kostendekkendheid zijn alle mogelijk toe te rekenen kosten van product Riolering meegenomen in de berekening Berekening Kostendekkendheid Rioolheffing (bedragen x € 1.000)
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
€
3.510
Inkomsten taakveld(en), excl heffingen
€
-
Netto kosten taakveld
€
3.510
Toe te rekenen kosten
€
163
Overhead incl. (omslag) rente
€
359
BTW
€
273
Totale kosten
€
4.304
Opbrengst heffingen
€
4.304
Dekkingspercentage
100,00%
Van de tarieven en de opbrengst met betrekking tot de jaren 2020, 2021 en 2022 kan het volgende overzicht worden gegeven: