CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PvdA

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling begroting 2022 en meerjarenraming 2022-20253.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANBIEDINGSBRIEF TECHNISCHE VRAGEN [agendapunt + onderwerp]

Zaaknummer

: 325359

BI-nummer

: 01003 TV

Aan de leden van de gemeenteraad, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. Vergadering Vraagsteller Datum vergadering

: Gemeenteraad : PvdA, mevrouw M. Pistorius : 11 november 2021

1. U vraagt middelen voor wijk GGZ-er. Zoals u weet is het aanstellen van een wijk GGZ-er een lang gekoesterde wens van PvdA. Mensen die geestelijk in de knel (dreigen) te komen, verdienen snel de juiste hulp. In de kadernota kondigde het college een pilot aan. Nu wordt er gevraagd om een budget ter beschikking te stellen, zonder dat de raad beschikt over een plan. Kunt u de raad voor de begrotingsbehandeling informeren over uw plannen over de wijk GGZ-er? In de scan mens en maatschappij is opbrengst van wijk GGZ-er niet meegenomen. Kunt u een doorkijk geven over de positie van de GGZ-er in het zorglandschap van Moerdijk? Antwoord: GGZ Breburg, de veiligheidsstaf en team Maatschappelijke ondersteuning werken op dit moment aan een Plan van aanpak voor de inzet van een wijk GGZ’er in Moerdijk, in de kadernota is uitgegaan van 24 uur per week. We gebruiken voor dit plan de ervaringen van de gemeente Etten-Leur, waar de inzet van de wijk GGZ’ er succesvol is. Deze ervaringen gaan we vertalen naar de specifieke kenmerken van onze gemeente (bijvoorbeeld een groter aantal kernen). Het plan gaan wij ook gebruiken om een subsidieaanvraag te doen bij ZON MW voor co-financiering van onze wijk GGZ’er. Helaas is onze gezamenlijke projectgroep nog niet zo ver dat wij u al concreet inzicht in de invulling kunnen geven.

Wel kunnen we aangeven welke resultaten we met de wijk GGZ’er willen bereiken o.a. buurtbewoners en vrijwilligers voelen zich gesterkt door de aanwezigheid van een GGZ professional in de wijk, casussen waarbij zorg en veiligheid spelen worden integraal opgepakt, professionals in de kernen hebben adequate tools om met complexe problematiek om te gaan en een afname van herhaalde meldingen personen met verward gedrag (E33) bij de politie. Uit deze resultaten is de positie van de wijk GGZ-er in het zorglandschap af te leiden. Deze bevindt zich op het snijvlak van veiligheid en zorg, en verricht met name (preventieve) activiteiten in de kernen ter ondersteuning en ontlasting van de daar aanwezige professionals. Dat is ook de reden dat de opbrengst van de wijk GGZ’er (als die al in euro’s uit te drukken is) niet in de scan mens en maatschappij is meegenomen. De opbrengst zit veelal ook in andere domeinen: het ontlasten van de politie waardoor zij weer meer ruimte krijgen voor hun eigenlijke taken, het voorkomen van maatschappelijke onrust en het adequaat ondersteunen van professionals in de kernen. Het is niet de bedoeling dat de inzet van de wijk GGZ’er leidt tot meer inzet van specialistische zorg. Maar of de inzet leidt tot afname van het beroep op maatwerkvoorzieningen Wmo zal de pilot moeten uitwijzen.

Om al deze redenen is de wijk GGZ’er niet meegenomen in de scan mens en maatschappij. 2. In het raadsvoorstel vraagt u budget voor extra fte’s. Is deze uitbreiding (deels) te compenseren door vermindering van fte’s elders in de organisatie?

1

Antwoord: Nee, de extra werkzaamheden die leiden tot aanvullende formatie kunnen niet zo maar gecompenseerd worden als er geen werklastreductie elders in de organisatie plaatsvindt. De opgaven waar Moerdijk voor staat blijven onverminderd van kracht in 2022. Dit laat onverlet dat we kritisch blijven kijken naar de formatie afgezet tegen de opgaven.

3. In de beleidsbegroting is geen aandacht besteed aan huisvesting van vluchtelingen. Nu er een grote vluchtelingenstroom uit Afghanistan op gang is gekomen, vraagt PvdA zich af welke inspanningen het college van Moerdijk wil leveren om statushouders te huisvesten? Antwoord: De huisvesting van statushouders is een reguliere taak van de gemeente. Elk half jaar wordt de taakstelling om statushouders te huisvesten bekend gemaakt. Voor 2021 bedroeg de taakstelling voor de eerste 6 maanden 29 statushouders en voor de laatste 6 maanden bedraagt de taakstelling 24 statushouders. Omdat – landelijk gezien – de uitstroom van statushouders naar de gemeenten niet snel genoeg verloopt, zijn de opvanglocaties van het COA overbelast. Dit wordt verergerd door de toestroom van Vluchtelingen uit Afghanistan. Vanuit het ministerie van BZK en de staatssecretaris van J&V is verzocht om met spoed opvang voor asielzoekers en huisvesting van vergunninghouders te realiseren. Dit loopt via de Commissaris van de Koning, die als coördinerend Rijksfunctionaris optreedt. In het kort komt het er op neer dat er een korte termijnopgave is, waarbij alleenstaande vergunninghouders die al langer op huisvesting wachten worden gehuisvest. De middellange termijnopgave voorziet in de uitstroom van de vergunninghouders die langer dan de streeftermijn wachten op huisvesting.

De lange termijnopgave is gericht op een lange termijn woonvisie vanuit Gedeputeerde Staten en indien nodig het realiseren van nieuwe opvanglocaties voor asielzoekers als dit door de instroom nodig blijkt. In de West-Brabantse regio wordt gezamenlijk gekeken naar de opgave. Dat betekent dat er geïnventariseerd is of er in de regio bereidheid is om (op de lange termijn) nieuwe opvanglocaties te realiseren. Daarnaast spant elke gemeente zich in om te voorzien in de korte termijnopgave, en de middellange termijnopgave. Dat geldt ook voor Moerdijk. In samenspraak met Woonkwartier stellen we woningen beschikbaar voor statushouders. Daarbij kijken we of de woning passend is voor een statushouder, en letten we uiteraard op de streeftermijn voor huisvesting. Daarbij zijn we wel afhankelijk van het beschikbare woningaanbod. Wij verwachten de statushouders die aan onze gemeente zijn gekoppeld dit jaar allemaal te kunnen huisvesten. In sommige gevallen betekent dat wel dat statushouders langer dan wenselijk op een woning moeten wachten. Zoals al aangegeven heeft dit te maken met het beschikbare woningaanbod. In een enkel geval spelen ook andere oorzaken mee. Om daar een voorbeeld van te geven: indien een (zeer) groot gezin moet worden gehuisvest is het vinden van een woning een behoorlijke uitdaging. Het komt dan voor dat we het gezin ‘splitsen’ en twee woningen zoeken.

Dat kan alleen in specifieke gevallen en na toestemming van het COA. Voorwaarde is dan wel dat de beide woningen in elkaars nabijheid liggen. U kunt zich voorstellen dat het in een dergelijk geval wat langer duurt om alle statushouders van een groot gezin te huisvesten. PROGRAMMA 1 – Afvalheffing > OUD PAPIER 4. Is er een manier om de jaarlijkse stijging van afvalkostenverwerking om te buigen? Antwoord: Om de kosten voor afval beheersbaar te houden, moeten we op een andere manier kijken naar de serviceverlening richting restafvalstromen. We willen zo min mogelijk restafval, dus we moeten zorgen dat we ons afval zo goed mogelijk scheiden. Dat vraagt mogelijk om een ander perspectief op serviceverlening. Het scheiden van herbruikbare afvalstromen moet zo aantrekkelijk mogelijk worden gemaakt en het aanbieden van restafval lastiger. Juist om die reden is het noodzakelijk om structureel invulling te kunnen gaan geven aan de functie beleidsadviseur afval en circulariteit (0,5 fte).

2

5. Hoe zien de overheadskosten eruit die de afvalophaler hanteert? Antwoord: De € 178.000 overhead zijn met name medewerkerskosten die toegerekend worden aan afvalstoffen. Hiervoor zijn medewerkers met name zwerfafval, dumpingen en bijplaatsingen voor aan het verwijderen. Daarnaast betreft het kosten die direct toe te rekenen zijn aan de afvalstoffenheffing, zoals voorlichting en contractbeheer. 6. Oud papier brengt in 2021 een veelvoud van de prijs in voorgaande jaren op door stijging van de prijs ervan op de wereldmarkt. We zijn eerder door het college geïnformeerd dat de het oud papier vanaf 2022 wordt ingezameld door de gecontracteerde partij die ook het andere consumentenafval inzamelt. De lasten voor de burger lijken door dit besluit flink te stijgen. a. Heeft de gemeente in dit contract een vaste prijs afgesproken voor de opbrengst van de papierinzameling? Zo ja: om welk bedrag gaat dit dan? b. Zo nee: is er een schatting van de opbrengsten uit de verkoop van het ingezamelde papier die terugvloeien naar de gemeente? c. Op welke wijze en onder welke begrotingstitel compenseert de gemeente het verlies van de verenigingen die tot nu toe de papierinzameling verzorgden in een aantal kernen? Antwoorden: a. We hebben geen vast tarief afgesproken en de werkelijke opbrengst wordt bepaald door de actuele marktprijzen.

De opbrengst van papier is wisselend en laat grote verschillen zien in de loop van de tijd. Nu is de papierprijs behoorlijk, maar over drie maanden kan de papierprijs weer helemaal instorten. In de begroting houden we daarom rekening met een lagere opbrengst dan de huidige dagkoers; b. In de begroting 2022 is er rekening gehouden met een geschatte opbrengst op papier van € 57.500. c. Het college moet hier nog een besluit over nemen. Hierover wordt u per RIB geïnformeerd. PROGRAMMA 3 : thema toerisme > TOERISTISCH FONDS 7. Brengt het Toeristische Fonds een jaarverslag uit waardoor de gemeenteraad zich kan informeren over de uitgevoerde activiteiten en financiële bestedingen? Antwoord: In de overeenkomst tussen het fonds en de gemeente is afgesproken dat het fonds elk kalenderjaar een tussentijdse rekening en verantwoording aflegt aan de hand van een goedgekeurde financiële jaarrekening en een bijbehorend inhoudelijk verslag. Die verantwoording wordt vergezeld van een samenstellingsverklaring van een accountant en moet voor 1 juli van het volgende kalenderjaar bij de gemeente worden ingediend. Deze inhoudelijke en financiële verantwoording wordt ook naar de raad gecommuniceerd. We zijn momenteel in gesprek met het fonds over de toekomst van het toeristisch fonds. 8. Het voormalig stadhuis van Klundert is een toeristische parel van Moerdijk.

De ramen zijn voor veel overheidsgeld gerestaureerd. Het voormalige stadhuis is voor toerisme helaas beperkt toegankelijk. Het pand is immers deels verhuurd aan een bedrijf. De huuropbrengsten bedragen 44.000 euro op jaarbasis (p.100 van productenraming). Klundert beschikt over een actieve heemkunde vereniging, die overdraghe. De gidsen van hen verzorgen informatieve rondleidingen en kunnen boeiend vertellen over de geschiedenis en cultuur van Klundert. a. Is het college bereid de verhuur van een deel van het oude stadhuis stop te zetten, zodat het voormalige stadhuis volledig beschikbaar kan komen voor rondleidingen en de heemkundekring hun intrek kunnen nemen in het oude stadhuis om de geschiedenis van Klundert permanent tentoon te stellen? b. Zo ja; welke opzegtermijn is van toepassing? Antwoord: Dit is geen technische vraag. PROGRAMMA 4 : Onderwijsbeleid en leerlingzaken > ONDERWIJS 9. De Scan Mens en maatschappij bevat geen informatie over de stand van zaken en ontwikkelingen in de toekomst van het onderwijs (p. 51). Het enige kengetal dat in de Scan staat is dat de gemeente minder geld per inwoner aan onderwijs besteedt dan landelijk en ook in weinig

3

stedelijke regio’s (p.44). Schoolbesturen in de regio bereiden al besluitvorming vorm als de terugloop van het aantal leerlingen in de regio aanhoudt. De gemeente oriënteert zich schijnbaar niet op de gevolgen daarvan. Reactie: Hoewel dit geen vraag is willen we hier graag de volgende reactie op geven: In gezamenlijkheid met de scholenstichtingen van het primair onderwijs, onze welzijnsorganisatie Meer Moerdijk en in onze gemeente de grootste kinderdagverblijforganisatie Kibeo zijn gesprekken gaande over de toekomst van het onderwijs in de gemeente Moerdijk. a. De algemene samenvatting dat de zaken goed gaan, voldoet niet als sturingsinformatie voor het beoordelen van de begroting 2022. b. In de conclusie van de scan (p. 50) wordt in algemene zin alleen vermeld dat de gegevens over populatie niet wijzigen. Betekent dit dat de dus ook het aantal kinderen van 2 tot 18 jaar dat risico’s loopt op onderwijsachterstanden gelijk is gebleven? c. Verzoek om alsnog cruciale gegevens aan de raad te verstrekken. Antwoorden: a. Dit is geen vraag, maar een constatering, we geven hier geen reactie op. b. Op pagina 50 van de scan vinden we geen conclusies, ook kunnen we populatie niet terug vinden in de conclusie. Onduidelijk is wat hiermee bedoeld wordt. c. Onduidelijk is welke gegevens bedoeld worden.

4.3 Onderwijsachterstandsbestrijding Over de afgesproken opbrengsten van het contract met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties over onderwijsachterstandsbestrijding (LEA 2017-2020) is de gemeenteraad alleen op hoofdlijnen geïnformeerd. Er zijn geen cijfers verstrekt over de in dat contract opgenomen opbrengstindicatoren. Reactie: Er is geen contract, enkel een lokaal educatieve agenda die samen is vastgesteld. De gemeenteraad heeft daarin in principe geen bevoegdheid. Om die reden is de nieuwe LEA niet ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd, wel is de LEA is op 23 juli 2021 via de griffie met de gemeenteraad gedeeld. 10. Uit het overzicht Taakvelden en producten (p. 176) blijkt dat er in 2021 € 25.000 meer is uitgegeven dan de baten voor dit taakveld. a. Wij veronderstellen dat de baten de uitkering zijn die de gemeente van het Rijk voor dit beleid heeft ontvangen. Is dit juist? b. Waaraan is dit bedrag dat de gemeente heeft bekostigd besteed? c. Zijn er opbrengstindicatoren vastgesteld voor dit beleidsaspect? d. Kunt u de raad inzicht geven in het bereik van de voor- en vroegschoolse educatie. Welke percentage van 2-3 jarigen in Moerdijk neemt deel aan voor- en vroegschoolse educatie? Antwoorden: a. Ja, in september is er een definitieve beschikking opgesteld waarin de uitkering hoger blijkt uit te vallen. b.

Wettelijke bestedingsdoelen binnen onderwijsachterstanden op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie en stimuleren kansengelijkheid. c. Nee er is een jaarlijkse SISA-verantwoording naar het Rijk. d. Voor- en vroegschoolse educatie is in de leeftijd van 2,5 tot en met 4 jaar. Totaal zijn er ruim 650 peuters van 2 tot 4 jaar in onze gemeente. Van deze peuters zijn er ongeveer 100 met een VVE-indicatie en dus circa 15% betreft doelgroeppeuters.

4

11. In de analyse bij programma 4 (p.64) staat in de toelichting dat de gemeente verwacht € 245.000 te ontvangen voor de uitvoering van het Nationaal Plan Onderwijs. Deze middelen zouden geheel gedekt zijn door het Rijk. a. Deze gelden worden alleen verstrekt als er gerichte en sluitende afspraken gemaakt zijn met een werkveld dat breder is dan het onderwijs. Heeft het college al het initiatief genomen om de partijen bijeen te brengen voor dit doel? Kunt u ons informeren over de inhoud van de afspraken met het onderwijs? Antwoord: Voor het NPO is samenwerking met de GGD, GGZ, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, Bibliotheek West Brabant, Kibeo en Meer Moerdijk. Een aantal concrete projecten zijn: doorontwikkeling van het Steunpunt VO naar het PO, uitrollen van het M@zl project binnen de basisscholen en Taalproject voor anderstaligen en laaggeletterdheid. Scan mens en maatschappij 12. Het handelingskader grenzen aan de jeugdzorg is opgesteld. Kan de raad deze ontvangen? Antwoord: Het handelingskader dat is opgesteld naar aanleiding van Grenzen aan de Jeugdzorg is een conceptversie. De uitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen zijn opgenomen in de SCAN en de nieuwe Regiovisie Jeugd. Beide stukken moeten nog worden vastgesteld.

Daarnaast zijn zowel het factsheet als het handelingskader een uitvoeringsdocument en bedoelt om vanuit hulpverleners oogpunt de juiste afwegingen te maken bij de keuze voor best passende zorg en ondersteuning. Ter illustratie kunnen we de factsheet alvast delen (zie bijlage). De uitwerking in het lokale handelingskader kan worden gedeeld zodra de regiovisie, uitgangspunten en voorgestelde maatregelen zijn vastgesteld door college en raad. 13. De samenwerking met de huisartsen wordt verbeterd. Dit voornemen is er al sinds de decentralisatie van de Jeugdwet. Welke initiatieven zijn er reeds ondernomen om het contact tussen huisartsen en jeugdprofessionals en WMO adviseurs te intensiveren? Hoe ziet de toekomstige samenwerking eruit? Antwoord: Heden: Vanaf de decentralisatie is er gewerkt aan de samenwerking tussen lokale toegang en ketenpartners. Er zijn gesprekken gevoerd met de verschillende huisartspraktijken en voor alle praktijken is een jeugdprofessional gekoppeld als eerste aanspreekpunt. Ook wordt de huisartspraktijk per brief geïnformeerd over de betrokkenheid van het CJG als ouders hier tijdens de aanmelding toestemming voor geven.

Huisartsen verwijzen nu meer door naar CJG en de directe verwijzingen van huisartsen naar zorgaanbieders richt zich al steeds meer op de doelgroep waarvoor dit passend is (enkelvoudige vragen/ diagnostiekvragen (de zogenaamde profiel 5 verwijzing)). We zien echter dat huisartsen maar een heel klein deel van het zorglandschap gebruiken bij deze verwijzingen. Er is een pilot gedraaid met huisartsenpraktijk Tholos, waar tijdens een wekelijks Jeugdspreekuur in die praktijk ,een jeugdprofessional de huisarts en gezinnen ondersteund en adviseert. Dit was zeer succesvol. Nadere verkenning voor uitbreiding van dit spreekuur naar andere dorpen is één van de verbeterstappen. Toekomst: We zien het aantal en het soort huisartsverwijzingen steeds beter in lijn komen met de bedoeling en visie op jeugdhulp. Hierop willen wij nader het gesprek aan gaan met huisartsen om hen deelgenoot te maken van de kennis die wij inmiddels hebben verzameld over kwaliteit en resultaten vanuit de kwaliteitsmonitor en het GRIP dashboard. Dit helpt hen om de gezinnen te verwijzen naar de zorgaanbieder die ook goede resultaten en duurzame oplossingen bieden voor de hulpvraag. De vaste contactpersoon van CJG zal worden vervangen door het ervaren en deskundige team Toeleiden en Volgen van CJG.

Zij worden het vaste aanspreekpunt en zullen met alle huisartsen in gesprek gaan over de uitgangspunten rondom inzet van jeugdhulp, ons zorglandschap in de volle breedte en het aanbod vanuit het CJG. Aansluiting van het CJG op Zorgdomein (digitale verwijs applicatie huisartsen) en afspraken over doorlooptijd van deze huisarts aanmeldingen, maken de route van huisarts naar CJG nog eenvoudiger en laagdrempelig. Het resultaat is een bredere intake voor het

5

gezin met een hulpvraag, een passend aanbod op deze vraag vanuit de volle breedte van ons zorglandschap, hiermee het ‘first time right’ principe beter te benaderen en het gezin een duurzame oplossing te bieden. Daarnaast voorzien wij hiermee een verlichting van de druk op de huisartspraktijk. 14. Maatregel 11 gaat over maximale bijdrage per gezinslid Meedoen Moerdijk. Op welke wijze kan het college garanderen dat een verandering door betere afspraken met subsidienten niet gaat leiden tot verschraling van aanbod en hogere eigen bijdrage voor de deelnemers? Antwoord: Gevolgen voor volwassen inwoner Voor de volwassen inwoners heeft deze maatregel als gevolg dat zij minder te besteden hebben aan een vereniging of activiteit welke bijdraagt aan het maatschappelijk participeren. Mocht men gebruik willen maken van een activiteit die duurder is dan het ontvangen bedrag of gebruik wil maken van meer activiteiten en het bedrag daarvoor niet toereikend is zal dit leiden tot een (hogere) eigen bijdrage van de inwoner. Verder kan deze maatregel als gevolg hebben dat de betreffende vereniging minder inkomsten ontvangt wat weer kan leiden tot hogere contributie voor de leden. Dit laatste kan weer leiden tot een verzoek op meer subsidie. Daarbij opgemerkt dat met deze maatregel de voorziening niet verdwijnt maar het te besteden bedrag lager is.

Gevolgen voor kinderen De gemeente Moerdijk heeft voor kinderen een ruim aanbod aan voorliggende voorzieningen zoals het jeugdfonds sport en cultuur en stichting leergeld. Voor deze voorliggende voorzieningen geldt geen eigen bijdrage voor de deelnemer maar wordt de voorziening ‘volledig’ vergoed (bij het jeugdfondssport tot een maximum van €250, bij het jeugdfondscultuur tot een maximum van €400 en bij zwemonderwijs tot een maximum van €500). Bij deze maatregel is het vooral van belang om de inwoners voldoende te informeren over de voorzieningen die voor kinderen aanwezig zijn. 15. Maatregel 13 gaat over een tijdelijke vervangende voorziening voor school tot een maximun van 3 maanden. PvdA ziet de periode van 3 maanden als een termijn, waarbinnen een passende oplossing gevonden wordt. Dus niet als een standaardbegrenzing. Mocht de periode van 3 maanden tekort zijn, dan moet er maatwerk mogelijk zijn. Hoe interpreteert het college de term maximale looptijd? Antwoord: Deze termijn geldt niet voor het vinden van een oplossing maar het bieden van passende ondersteuning zodat de leerling weer terug kan naar passend onderwijs en niet onnodig binnen jeugdhulp blijf. Elke jongere heeft het recht op onderwijs en krijgt ondersteuning waar nodig.

Mocht de termijn van 3 maanden niet haalbaar zijn om de jongeren voldoende te ondersteunen, dan is er altijd maatwerk met het oog voor de best mogelijk en haalbare inzet van onderwijs en zorg. 16. Maatregel 14 gaat over kostendekkendheid leges gehandicapten parkeerkaart. Is er een mogelijkheid om de bijdrage aan de gehandicaptenkaart inkomensafhankelijk te laten zijn? Antwoord: Legeskosten zijn wettelijk nooit inkomensafhankelijk. Een toetsing op inkomen is bovendien complex en brengt extra administratieve kosten met zich mee. Wel kan er worden bezien of een aanvrager in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor deze kosten. Het werkplein bekijkt dan of de kosten inderdaad niet uit het inkomen of vermogen betaald kunnen worden. Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt voor kosten die in het individuele geval bijzonder en noodzakelijk zijn. Kosten die voortvloeien uit ziekte of handicap kunnen soms als bijzonder aan worden gemerkt. Of de kosten noodzakelijk zijn hangt af van de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager.

6

17. Maatregel 15 gaat over de omzetting van cadeaubonnen naar VVV bonnen. Als ik google op bestedingspunten en de verschillende kernen van Moerdijk dan krijg ik het bericht Helaas… er zijn geen winkels gevonden voor de VVV cadeaubon. Dit zou betekenen dat lokale ondernemers niet gesteund worden door deze omzettingsactie en mensen moeten reizen om VVV bonnen te besteden. Is er een alternatief te bedenken waarbij de lokale ondernemers profiteren van de waardering voor mantelzorgers? Antwoord: Mantelzorgwaardering is in eerste instantie gericht op het waarderen van mantelzorgers voor de ondersteuning die zij geven aan hulpvragers in onze gemeente en niet als ondersteuning van de lokale ondernemers. Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden naar de besteding van de huidige waarderingsmenu’s/cadeaubonnen en de meeste bonnen blijken te zijn ingezet bij de Primera in Zevenbergen. De vraag is dan of de lokale ondernemers baat hebben bij de inzet van de bon. Ook toont het aan dat mensen de bon buiten de eigen kern inleveren. Op dit moment zijn we met een andere partij in gesprek dan de leverancier van de VVV bonnen. Dit is een partij die gericht is op de besteding bij lokale ondernemers. Na besluitvorming over de begroting zal deze partij gevraagd worden een offerte in te dienen.

Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Moerdijk d.d. 28 oktober 2021 de gemeentesecretaris

ir. J.C. Slagboom

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c5848d8c-de0d-4b55-99ec-4bedc9504ef3