Beantwoording technische vragen Onafhankelijk Moerdijk aanpassing gemeentelijk welstandstoezicht
Tekst van het document
Technische vragen Onafhankelijk Moerdijk De heer Jeffrey van Dorst
Vergadering Datum
Commissievergadering van 23 november 2023 22 november 2023
Onderwerp
Agendapunt 6.2. Aanpassing gemeentelijk welstandstoezicht
Geachte heer Van Dorst Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. 1.
Voor de welstandcommissie betrekt u externe deskundigen en dit gaat u ook doen voor de gemeentelijke adviescommissie. Qua samenstelling en inrichting (concept verordening) en ook procedureel lijkt dit sterke overeenkomsten te vertonen. a. Kunt u uitleggen waarom dit niet slechts het ‘wisselen van het stickertje’ is? b. Welke kwaliteitsimpuls levert dit op? c. Waarom sluit dit aan op de vraag in de motie om de welstandscommissie op te heffen?
Antwoord: a. Waar mogelijk is zonder de juridische houdbaarheid van omgevingsvergunningen te schaden, wordt nu al voorgesteld de welstandscommissie geen rol meer in de welstandstoetsing te geven. Dit is het geval wanneer de welstandscriteria objectief toetsbaar zijn. Daarnaast wordt in 2024 onderzocht en geregeld, hoe het welstandsbeleid ook inhoudelijk gewijzigd kan worden zodat rol van de welstandscommissie bij de welstandstoetsing, zo ver als mogelijk en gewenst is, kan worden beëindigd. Vanzelfsprekend zonder de juridische houdbaarheid van omgevingsvergunningen te schaden. b. Het voorstel heeft geen invloed op de kwaliteit van het welstandstoezicht. c. Politieke vraag
2. Bij de sectie argumenten in lid 5 geeft u het volgende aan: “Veel van de welstandscriteria kennen een component die om te kunnen toetsen een bepaalde vakdeskundigheid vraagt. Door de inhoud van de welstandscriteria aan te passen is het mogelijk om ze objectiever toetsbaar te maken.”. Wij gaan ervan uit dat tijdens het opstellen van de welstandscriteria destijds deze zo concreet en objectief mogelijk zijn gemaakt. Waarom zou u dit nu wel objectief kunnen maken zonder de essentie van de specifieke welstandscriteria te verliezen?
Antwoord: De gemeente heeft vanaf het begin van haar welstandsbeleid welstandcriteria zo objectief mogelijk gemaakt. Dat heeft voor sommige gebieden tot volstrekt objectieve criteria geleid. Voor andere gebieden heeft dit tot criteria geleid met de nodige afwegingsruimte die niet altijd objectief is omdat dit voor het betreffende gebied de beste mogelijkheden gaf om aan redelijke eisen van welstand te toetsen. Door het objectief maken van welstandscriteria zal afwegingsruimte voor de toetser afnemen. Dat betekent dat er eenduidig zal worden beoordeeld maar ook uniformer waardoor er voor bijzondere omstandigheden geen afwegingsruimte meer zal zijn.
3. In de tabel in sectie argumenten geeft u bij diverse typen welstandscriteria aan dat er vanaf december 2023 geen wijzigingen plaatsvinden. Betekent dit dat de welstandscommissie, in tegenstelling tot de door de gemeenteraad aangenomen motie, toch niet wordt opgeheven? Antwoord: Enkel voor de stads- en dorpscentra en historische bebouwingslinten is het college van mening dat het opheffen van de welstandscommissie de aanwezige visueel-ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving in gevaar kan brengen. Daarom wordt voor deze, geografisch nog te bepalen gebieden, voorgesteld een commissie van externe deskundigheden te handhaven.
4. Bij de sectie argumenten in lid 1 geeft u aan dat om de subjectieve criteria te toetsen deskundigheid nodig is die in de gemeentelijke organisatie niet aanwezig is. In de tabel in sectie argumenten lezen we bij het type welstandcriterium ‘Stads- en dorpscentra en historische linten’ het volgende voor in de loop van 2024: “geen wijziging omdat dit de meest waardevolle en kwetsbare gebieden zijn waar toetsing door vak deskundigen noodzakelijk is om de visuele kwaliteit op peil te houden.” Blijft de tot en met 2023 fungerende welstandscommissie dit type welstandscriterium toch toetsen in 2024 en verder? Zo ja, waarom kan dit niet over naar één van de andere benoemde invullingen voor toetsing van de andere typen welstandscriteria? Antwoord: Het voorstel is om een commissie van externe deskundigheden, nu de welstandscommissie, na invoering van de omgevingswet de adviescommissie visuele omgevingskwaliteit, initiatieven in dit type gebieden te laten toetsen. Als voor een andere wijze van toetsen wordt gekozen komt handhaving of verbetering van de aanwezige visueel-ruimtelijke kwaliteit in gevaar. 5. In sectie argumenten lid 1 geeft u aan: “Afhankelijk van het gebied waarover het gaat, zijn de welstandscriteria subjectief, objectief of iets daar tussen in. Om subjectieve welstandscriteria te kunnen toetsen is deskundigheid nodig die niet aanwezig is in de gemeentelijke organisatie.
Het gaat dan met name over architectonische deskundigheid.”. a. Klopt het dat niet voor ieder welstandsgebied wordt gekeken naar architectonische zaken? Zo nee, hoe gaat u dan toch borgen dat anderen dan de vak deskundigen deze toetsing objectief en juist gaan uitvoeren?
b. Stel dat u voor deze gebieden deze zaken wel dusdanig objectief kunt maken dat bijvoorbeeld de ambtelijke organisatie deze kan toetsen. Waarom is dit dan niet mogelijk voor de andere gebieden (uitgezonderd monumenten en beschermde stadsgezichten vanwege de wettelijke verplichting t.a.v. toetsing) en moet daar dus een extra toetsingsorgaan voor worden behouden? Antwoord: a. Welstandscriteria kunnen zowel objectieve als subjectieve architectonische aspecten of een mix daarvan bevatten. Wanneer voor volledig objectieve welstandscriteria wordt gekozen betekent dat in de criteria enkel architectonische elementen worden opgenomen die volledig objectief te toetsen zijn, ook door personen zonder architectonische deskundigheid. b. Zie antwoord op vraag 4 6. Bij risico’s geeft u het volgende aan: “Het per december 2023 afschaffen van de welstandscommissie levert een juridisch risico op voor elk initiatief waarvoor welstandstoetsing nodig is. Dit kan gevolgen hebben voor de houdbaarheid van de dan verleende omgevingsvergunningen. Daarom wordt het welstandsbeleid per december 2023 gewijzigd op punten waar dit geen nadelige gevolgen voor personen heeft die een omgevingsvergunning nodig hebben.”. a. Klopt het dat dit risico hierdoor niet meer aanwezig is in 2024? b.
Welke mitigerende maatregelen neemt u hiervoor? Welke risico’s brengt dit met zich mee? Welke effecten heeft dit wellicht financieel? c. Wat mag de gemeenteraad ten aanzien van dit risico en het eventuele risico voor 2024 van het college verwachten? Antwoord: a. Dat klopt voor zover het welstandstoetsing betreft. b. Het voorstel zoals voorligt brengt geen juridische of financiële risico’s met zich mee. c. Politieke vraag 7. De motie is in juli 2023 aangenomen. U geeft aan dat er geen participatie heeft plaatsgevonden met inwoners of ondernemers gezien de korte tijd waarop de beleidswijziging gewenst werd. a. Waarom is de tussenliggende periode tekort? b. Welke eventuele nadelen of risico’s brengt dit met zich mee? Antwoord: a. Het welstandsbeleid beslaat de gehele gemeente. Een participatieproces opzetten voor de gehele gemeente vergt maanden. Daarnaast was de beschikbare tijd nodig om inhoudelijk de consequenties van de raadsmotie te verwerken tot het voorliggende voorstel. Daarnaast was er vooraf geen ambtelijke capaciteit gereserveerd, en ook niet direct beschikbaar, voor deze veelomvattende werkzaamheden. b. Geen de voorgestelde wijziging enkel de procedure van toetsing betreft verwacht het college geen nadelen of risico’s. 8. Bij vervolg geeft u aan dat de nieuwe werkwijze per 1 januari 2024 kan worden toegepast.
Ook geeft u aan dat voor het onderzoek naar de aanpassing van het
inhoudelijke welstandsbeleid in het eerste kwartaal van 2024 een plan van aanpak kan worden opgesteld. Kunt u bevestigen dat u hier daadwerkelijk invulling aan gaat geven binnen deze termijnen? Antwoord: Indien de gemeenteraad akkoord gaat met het voorliggende voorstel mag in plaats van ‘kan’ twee maal ‘zal’ gelezen worden. 9. In het welstandsbeleid geeft u aan dat er verschillende welstandsniveaus zijn. Door de beoogde wijzigingen kunnen wij ons voorstellen dat dit een effect kan hebben op de handhaving. Kunt hier een nadere toelichting op geven? Antwoord: Omdat de voorgestelde wijzigingen slechts over de wijze van toetsen gaan en niet over de inhoud van het welstandsbeleid worden geen effecten op handhaving verwacht.
10. In de concept verordening valt ons op dat de zin in artikel 2, lid 2, sub a niet volledig lijkt te zijn. Wat is er na ‘om’ weggevallen? Antwoord: Hier moet staan ‘omgevingsvergunning’
11. Voor de medewerkers van VVTH betekent het accepteren van dit raadsvoorstel mogelijk een toename van werk. a. Welke toename aan werk verwacht u en hoe gaat u borgen dat men dit tijdig uit kan voeren, met bovendien de juiste kwaliteit? b. Ook bij objectievere welstandscriteria is het belangrijk om voldoende vakinhoudelijke kennis te hebben om aanvragen juist te beoordelen. Hebben de medewerkers van VVTH de juiste kennis op dit moment al beschikbaar? Zo nee, hoe gaat u dit borgen voor de wijzigingen per 2023 en 2024? c. Zien de medewerkers van VVTH nog andere directe of indirecte risico’s die niet zijn genoemd ten aanzien van de in dit raadsvoorstel beantwoorde motie? Antwoord: a. De toename aan werk zal begin dit jaar beperkt zijn omdat een beperkte hoeveelheid objectieve criteria beschikbaar zijn. Als we in 2024 meer criteria objectief gaan maken moet in beeld worden gebracht hoeveel extra werk dit zal zijn voor de medewerkers van VVTH. Vanaf 1 januari 2024 zal er door de invoering van de Omgevingswet sowieso veel gaan veranderen in de werkzaamheden van de medewerkers van VVTH. b. De medewerker van VVTH zijn bouwkundig opgeleid en hebben voldoende vakinhoudelijke kennis om aan de objectieve welstandscriteria te kunnen toetsen. De objectieve criteria zijn zo duidelijk dat hier weinig tot geen discussie over kan ontstaan. c.
Het objectief maken van de welstandscriteria zal er waarschijnlijk toe leiden dat veel regels geschrapt worden en er een beperkt aantal objectieve regels over blijven. Dit kan ten koste gaan van de omgevingskwaliteit.
12. Meer werk voor de medewerkers van VVTH, afschaffing van de welstandscommissie en oprichting van nieuwe commissie(s) heeft logischerwijs ook een financiële uitwerking. Deze missen wij in dit raadsvoorstel. Welke financiële consequenties vloeien voort uit de beoogde aanpak? Antwoord: De financiële consequenties zijn voorlopig nihil omdat voor een groot deel nog even door gaan met de huidige commissie. We hebben met Dorp Stad & Land een contract tot 1 oktober 2023. In de loop van volgend jaar zullen we moeten kijken wat we allemaal gaan veranderen en wat dit voor financiële consequenties heeft. 13. In de door de gemeenteraad aangenomen motie is het college verzocht per 1 januari 2024 alleen de werkzaamheden van de monumentencommissie over te laten gaan in de adviescommissie omgevingskwaliteit. Voor overige situaties is u gevraagd een voorstel te doen om op een andere wijze invulling te geven aan het welstandsbeleid. a. Geeft het raadsvoorstel een volledige invulling aan de motie? b. En zo niet: wat is uw motivatie voor de aspecten die niet concreet vanuit de motie worden ingevuld? Antwoord: a. Politieke vraag b. Het voorliggende voorstel zorgt dat de juridische houdbaarheid van verleende omgevingsvergunning niet in gevaar komt. 14. In artikel 11 van de concept verordening gaat u in op een optie voor een second opinion die burgemeester en wethouders hebben.
Eerder hebben wij in onze vragen aangegeven dat wij hebben vernomen dat de beoordeling niet in alle gevallen juist lijkt te verlopen. Is het mogelijk dat aanvragers hier ook gebruik van kunnen maken? Antwoord: Een aanvrager kan zelf geen second opinion aanvragen bij een andere commissie . Een welstandsadvies kan alleen worden gegeven door een door de gemeente vastgestelde commissie. Indien een vergunning is geweigerd (of verleend) kan in overleg met de aanvrager/bezwaarmaker besloten worden om een tweede onafhankelijk advies (second opinion) aan te vragen. De gemeente vraagt dan bij een andere onafhankelijke welstandscommissie.
Met vriendelijke groet, de gemeentesecretaris,
ir. J.C. Slagboom