CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Onafhankelijk Moerdijk

Commissievergadering 30 juni 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Beleidsplan inburgering1.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANBIEDINGSBRIEF TECHNISCHE VRAGEN Agendapunt 7.1: Beleidsplan Inburgering

Zaaknummer

: 274042

BI-nummer

: 00991 TV

Aan de leden van de gemeenteraad, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. Vergadering Vraagsteller Datum vergadering

: Commissie sociale infrastructuur : M. Tolu, Onafhankelijk Moerdijk : 30 juni 2021

Vraag 1: Binnen hoeveel dagen of weken wordt de brede intake afgenomen na huisvesting van een statushouder en door wie? Antwoord: De brede intake heeft als doel om de startpositie van de inburgeraar te bepalen én om inzicht te geven in diens ontwikkelmogelijkheden. 10 Weken na de start van de brede intake dient het PIP (plan inburgering en participatie) te worden vastgesteld. De brede intake valt onder de verantwoordelijkheid van de inburgerregisseur, die in dienst komt van het Werkplein. Overigens hoeft niet te worden gewacht tot een statushouder in de gemeente is gehuisvest. De brede intake kan reeds starten zodra de inburgeraar is gekoppeld aan de gemeente. Vraag 2: Wat wordt er bedoeld met een duurzame arbeidspositie? Antwoord: Hiermee bedoelen we een arbeidspositie waarmee de inburgeraar duurzaam aan het werk is. Vraag 3: Hoe verhoudt de inzet op een duurzame arbeidspositie zich ten opzichte van algemeen geaccepteerde arbeid zoals ongediplomeerd productiewerk? Antwoord: Uitgangspunt is dat statushouders zo veel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dat kan met ongediplomeerd productiewerk, maar er wordt tevens gekeken naar iemands mogelijkheden en of iemand mogelijk stappen kan zetten passend bij diens ambities en achtergrond.

Voor statushouders die in de Onderwijsroute zitten betekent dit dat zij de mogelijkheden krijgen om eerst onderwijs te volgen. Dit is naar verwachting een kleine groep inburgeraars met de potentie én wil om een mbo-, hbo- of wo-opleiding te voltooien. Om aanspraak te kunnen maken op studiefinanciering, moeten zij voor hun 30ste jaar beginnen met een opleiding. Vraag 4: Wie doet wat tijdens de 6 maanden financiële ontzorgen van de statushouder om voldoende zelfredzaamheid te bereiken?

1

Antwoord: Het doel van financieel ontzorgen is drieledig: Ten eerste is het bedoeld om de inburgering te bevorderen door te voorkomen dat onzekerheid over de financiële positie in de beginfase afleidt van de inburgering. Daarnaast dient de ontzorging ter bevordering van de arbeidsdeelname: financieel ontzorgen geeft meer tijd en ruimte om actief aan arbeidsdeelname te werken. Tenslotte draagt ontzorging bij aan het voorkomen van schuldenproblematiek: financieel ontzorgen voorkomt het ontstaan van schulden in de beginfase. Schulden kunnen snel ontstaan doordat asielstatushouders op het moment van vestiging in de gemeente vaak nog onvoldoende inzicht hebben in hun financiële verplichtingen. Tegelijkertijd is het inkomen in de beginfase vaak nog niet stabiel. Het is de bedoeling dat de bijstandsgerechtigde asielstatushouder aan het einde van de periode van financieel ontzorgen voldoende financieel zelfredzaam is om financiële zaken zelf te regelen. (Het werken aan) financiële zelfredzaamheid is dan ook onderdeel van financieel ontzorgen. De verplichte ontzorging wordt uitgevoerd door voor de gemeente uitgevoerd door het Werkplein en bestaat uit het vanuit de bijstandsuitkering betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. De ontzorging duurt zes maanden en gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat.

Daarnaast wordt ingezet op het bevorderen van financiële zelfredzaamheid. Hoe dit precies wordt uitgevoerd wordt op dit moment nog uitgewerkt. Het is een mogelijkheid dat dit (gedeeltelijk of volledig) door Vluchtelingenwerk wordt ingevuld, een andere mogelijkheid is dat de gemeente en/of het Werkplein zelf onderdelen hiervan gaan verzorgen. Vraag 5: In hoeverre kan er afgeweken worden van een vastgesteld beleidsplan met maatwerk als argument? Antwoord: De Wet inburgering vraagt een aantal zaken van gemeenten. Zie daarvoor paragraaf 4.3 in het beleidsplan. Deze onderdelen zullen wij in moeten vullen; daarvan kan niet afgeweken worden. De Wet en ook het beleidsplan stellen de persoonlijke situatie en maatwerk echter centraal. De verwachting is dus dat het beleidsplan juist ruimte biedt om maatwerk te leveren. Zeker in de bijzondere gevallen. Vraag 6: Kan de gemeenteraad tijdens evaluatie momenten per kwartaal informatie krijgen over: Hoe vaak er maatregelen zijn opgelegd vanuit de P-wet wanneer doelstellingen uit de PIP niet zijn behaald of al in eerste instantie geen overeenstemming tussen de gemeente en de statushouder is bereikt over de doelstellingen. Antwoord: In principe rapporteert het Werkplein in de bestuursrapportages per kwartaal over de doelstellingen zoals deze zijn opgenomen in de werkafspraken tussen het Werkplein en de gemeenten voor dat jaar.

Als het aantal maatregelen in relatie tot het PIP relevante sturingsinformatie voor de gemeenteraad betreft kan het Werkplein dit op verzoek aanleveren. Vraag 7: Wat gebeurt er als er niet een beperkt aantal maar een groot aantal scholen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen om les te geven, hoe worden dan de keuzes gemaakt tussen de aanbieders? Antwoord: Voor de Z-route en de B1 route is de aanbesteding inmiddels afgerond. Voor de B1 route zal EBC talen de inburgeringslessen gaan verzorgen. Voor de Z-route gaat Bharosa/Taaluiting dit doen. Beide aanbieders voldoen aan de eisen die van te voren via het programma van eisen zijn meegegeven. Voor de Onderwijsroute loopt het aanbestedingstraject nog; vanwege de geringe aantallen wordt dit met de gehele arbeidsmarktregio gezamenlijk gedaan. Naar verwachting zal ook daar één of enkele aanbieders gecontracteerd worden. In alle gevallen geldt dat na het doorlopen van de aanbesteding en de gunning er concrete werkafspraken worden gemaakt.

2

Vraag 8: Wat worden de grootste verschillen in de uitvoering wanneer de aanpak vanuit de P-wet van statushouders wordt vergeleken met de inzet op niet- statushouders?, onder andere op de onderwerpen vervoer en kinderopvang? Antwoord: Vanuit de participatiewet worden statushouders en niet-statushouders niet verschillend behandeld. Vervoer en/of kinderopvang mag niet belemmerend zijn voor de re-integratie. Omdat vanuit de Wet inburgering van beide ouders verwacht wordt dat zij hun inburgeringsprogramma volgen, zal voor statushouders wellicht de inzet van kinderopvang of vervoer relatief vaker nodig zijn. Vraag 9: Is of wordt er onderzocht in hoeverre vacatures voor arbeidsmigranten ook passend zijn statushouders, zo niet wat zijn de redenen hiervoor? Antwoord: Statushouders vormt één van de doelgroepen die het Werkplein bemiddelt naar werk. Er zijn geen specifieke vacatures voor afzonderlijke doelgroepen. Als de statushouder die beschikbaar is bemiddeld kan worden op een vacature dan gebeurt dit ook.

Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Moerdijk d.d. 28 juni 2021 de gemeentesecretaris

ir. J.C. Slagboom

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=bb4d17f1-ee87-4231-baa5-28951dbca808