CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische Vragen OM RV Kostendekkingsplan gemeentelijk waterprogramma

Raadsvergadering 12 maart 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Kostendekkingsplan riolering666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Onafhankelijk Moerdijk De heer / mevrouw A.C.M. Fens Kenmerk Vergadering Datum

01259 TV Commissievergadering van 12 februari 2026 10 februari 2026

Onderwerp

RV Kostendekkingsplan gemeentelijk waterprogramma

Geachte heer Fens, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. 1. Het college stelt voor om vanaf 2027 de rioolheffing structureel met 2% bovenop de indexatie te verhogen, terwijl in datzelfde jaar het Gemeentelijk Waterplan 2028–2031 wordt herzien. Waarom wordt vooruitgelopen op deze herziening en waarom is ervoor gekozen de raad nu al vast te leggen op een tariefverhoging? Antwoord: Niet verhogen van de aanpassing van de rioolheffing leidt er toe dat in 2028 het saldo van de voorziening riolering egalisatie negatief zou worden. Dit is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) niet toegestaan. Uitstel tot 2028 van de verhoging leidt tot een structureel hoger percentage op lange termijn. 2. Hoe verhoudt de voorgestelde structurele verhoging van de rioolheffing zich tot de betaalbaarheid voor huishoudens en ondernemers, met name voor lagere inkomens en kleine bedrijven, en welke alternatieven zijn overwogen om de lastenstijging te beperken? Antwoord: Het waterverbruik is de grondslag voor de rioolheffing. De verhoging is voor alle gebruikers gelijk. Huishoudens met lage inkomens kunnen, indien zij hiervoor in aanmerking komen, altijd een beroep doen op kwijtschelding. Er zijn een 12-tal varianten overwogen.

Deze varianten zijn verlengen van de levensduur van de vrijverval riolering, extensiveren van onderhoud en investeringen, extra bijdrage uit de algemene middelen, toekomstige investeringen voor 50 % activeren, constante investering over de periode van 60 jaar en combinaties van deze varianten. 3. Er wordt voorgesteld om voor huis- en kolkaansluitingen een afschrijvingstermijn van 45 jaar te hanteren en de technische levensduur van vrijvervalriolering te verlengen. Welke risico’s brengt dit met zich mee bij versnelde vervanging of veranderende klimaat- en wetgevingseisen, en wie draait op voor de financiële gevolgen als deze aannames te optimistisch blijken?

Antwoord: De afschrijvingstermijnen zijn vastgesteld op basis van expert-judgement. Voor huis- en kolkaansluitingen was nog geen afschrijvingstermijn vastgesteld. Daarom wordt hiervoor nu gevraagd deze vast te stellen op 45 jaar. Door middel van risicogestuurd beheer en op basis van ervaring wordt bepaald of maatregelen nodig zijn en worden deze geprioriteerd. Bij versnelde vervanging of veranderende klimaateisen- en wetgevingseisen wordt bekeken of deze nog passen binnen de beschikbare financiële middelen en vastgestelde afschrijvingstermijnen. Indien nodig wordt dan voorgesteld deze middelen en termijnen bij te stellen wat consequenties kan hebben voor de rioolheffing. 4. Het voorstel gaat uit van het tijdelijk afbouwen van de buffer in de voorziening riolering sparen met circa € 1 miljoen. Hoe robuust blijft deze voorziening bij tegenvallers, zoals hogere kosten, inflatie of vervroegde vervangingen, en welk minimumniveau acht het college verantwoord? Antwoord: De voorziening riolering sparen wordt afgebouwd tot € 364.000. Dit wordt als buffer aangehouden voor een eventuele tegenvaller van hogere kosten op investeringen. Deze buffer wordt als voldoende ingeschat. Als door hogere tegenvallers de stand van de voorziening onder 0 zou dreigen te dalen is een extra storting nodig in de voorziening riolering sparen.

Jaarlijks worden de benodigde kredieten geïndexeerd met de CROWindexatie waarmee het risico van inflatie is afgedekt. 5. Het kostendekkingsmodel stuurt de rioolheffing voor een periode van 60 jaar. Op welke momenten en op basis van welke criteria wordt dit model geëvalueerd en bijgesteld, en hoe wordt de gemeenteraad structureel en inzichtelijk betrokken bij eventuele bijsturing? Antwoord: Het Gemeentelijk Waterprogramma heeft een looptijd van 4 jaar. Bij het opstellen van een nieuw programma wordt uw raad gevraagd de uitgangspunten vast te stellen. Op basis van de nieuwe uitgangpunten wordt bekeken welk effect deze hebben op de rioolheffing in de toekomst. Jaarlijks wordt bij de jaarrekening de stand van de voorzieningen gepresenteerd. Afwijkingen van deze stand ten opzichte van het kostendekkingsmodel worden gemotiveerd. Tevens wordt bij grote afwijkingen bekeken of deze nog passen binnen het huidige kostendekkingsplan en wordt deze indien nodig vroegtijdig bijgesteld zoals ook nu is gedaan. Met vriendelijke groet,

S. Elseman Gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=1935ba00-f7e9-480d-8e3f-0fd38f99306a