CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Moerdijk Lokaal

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling begroting 2022 en meerjarenraming 2022-20252.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANBIEDINGSBRIEF TECHNISCHE VRAGEN [agendapunt + onderwerp]

Zaaknummer

: 325359

BI-nummer

: 01002 TV

Aan de leden van de gemeenteraad, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. Vergadering Vraagsteller Datum vergadering

: Gemeenteraad : Moerdijk Lokaal, mevrouw P. Joosten : 11 november 2021

▪

Kan het college bij de productraming de resultaten van de jaarrekening 2020 verwerken ter voorbereiding op de raadsvergadering? Antwoord: Zoals in de inleiding bij de productenraming is aangegeven is per 2021 bij de implementatie van het nieuwe financieel systeem er ook voor gekozen om te gaan werken met nieuwe productnummers en kosten- en batensoorten. De gegevens uit 2020 zijn nog niet overgezet naar de nieuwe omgeving, vandaar ook dat deze gegevens in de productenramingen niet opgenomen zijn.

▪

Hoeveel en hoe hoog zijn de schulden die open staan bij de gemeente Moerdijk van mensen die slachtoffer zijn geworden van de toeslagen affaire? Antwoord: De gemeentelijke schulden die gedupeerden van de toeslagaffaire hebben, worden kwijtgescholden. Gemeentelijke schulden zijn bijvoorbeeld gemeentelijke belastingen of openstaande vorderingen bij het Werkplein Hart van West-Brabant. Hieronder treft u twee overzichten aan van de Belastingsamenwerking BWB. Het eerste overzicht bevat de bedragen per deelnemer waarvan de BWB heeft aangegeven dat de belastingschuldigen als ‘definitief gedupeerden’ zijn aangemerkt. De eerste kwijtscheldingsbeschikkingen worden volgens planning vanaf deze week verstuurd.

1

Het tweede overzicht bevat de thans nog resterende opgeschorte bedragen waarvan het onderzoek door de BWB nog loopt en waarvan de BWB een bericht moet laten of de belastingplichtigen al dan niet als definitief gedupeerden zijn aan te merken.

Vorderingen Werkplein Hart van West-Brabant: • 10 BSN’s van Moerdijk ontvangen van gedupeerden die in aanmerking komen voor kwijtschelding schulden. o Bij 8 BSN’s bleek dat er geen sprake was van openstaande vordering(en) van het Werkplein à dus géén verdere actie door het Werkplein. o In 2 gevallen (eigenlijk 1 omdat het 2 BSN’s uit één huishouden betreft) wordt daadwerkelijk kwijtschelding bezien door het Werkplein. In praktische zin is dit echter nog niet uitgevoerd. Reden: het betreft een Bbz vordering en de wijze van afwikkeling van dergelijke zakelijke schulden is pas enkele dagen geleden bekend geworden. Zie Nieuwsbrief VNG van 14 oktober jl. • 5 BSN’s van Moerdijk ontvangen van gedupeerden waarvan het Werkplein de incasso heeft gepauzeerd in afwachting van besluitvorming door de Belastingdienst-Toeslagen of zij voor kwijtschelding in aanmerking komen. • Voorts nog 19 BSN’s van Moerdijk gekregen van gedupeerden die in aanmerking komen voor pauzering van de incasso maar waarbij er géén samenloop bleek te zijn met openstaande vordering(en) van het Werkplein à dus géén verdere actie door het Werkplein. Er zijn naast bovenstaande twee gemeentelijke posten geen openstaande schulden van gedupeerden van de toeslagaffaire. ▪

Er wordt 0,5 fte gevraagd voor een beleidsadviseur afval en circulariteit a. Kunt u SMART aangeven op welke wijze deze 0,5 fte bijdraagt om de kosten van afvalinzameling beheersbaar te houden? b. Kunt u aangeven waarom dit college niet 2 jaar geleden deze 0,5 FTE gevraagd heeft? Het strategisch doel om de hoeveelheid restafval per inwoner terug te dringen naar maximaal 100Kg is niet nieuw dit jaar. Antwoorden: a. Met het opstellen en uitvoeren van beleid om te komen tot minder restafval per inwoner, dalen ook de verwerkingskosten. Uit de meest recente sorteeranalyse blijkt dat de restafvalcontainer nog voor zo’n 30% gevuld is met GFT-afval. Dit deel wordt nu verbrand tegen het tarief dat geldt voor restafval. De verwerkingskosten voor GFT bedragen de helft van de verwerkingskosten voor restafval. Beter scheiden en dus meer GFT-afval in de juiste bak levert daarmee een aanzienlijk bedrag op. Ook andere afvalstromen zien we nog te vaak terug in het restafval, terwijl de kosten van verwerking lager liggen óf deze stromen juist geld kunnen opbrengen (denk aan papier en PMD). Het levert dus niet alleen minder kosten op, maar draagt ook bij aan een beter milieu. Om kostenreductie te verkrijgen en om milieuwinst te halen is structureel beleid- en uitvoeringskracht nodig

2

b. We hebben tot op heden gewerkt met een inhuurkracht vanuit Publiek Maatwerk, die zich vooral heeft gericht op het in orde maken van het fundament van onze afvalorganisatie, op basis waarvan we nu verdere stappen kunnen maken. Inmiddels is onze Afvalstoffenverordening geactualiseerd, de nadere regels zijn vastgesteld, organisatie overschrijdende processen zijn ingericht, de publiekscampagne is gestart, de informatievoorziening naar bewoners is op orde en we hebben betere afspraken op papier gezet met onze inzamelpartner. Deze stappen hadden we niet kunnen maken zonder deze beleid- en uitvoeringskracht. Na de eerder gerealiseerde afname van de hoeveelheid restafval per bewoner (van circa 250 naar circa 150 kg) zien we de afgelopen 2 jaar een stabilisatie. We behalen dus het gestelde doel van 100 kg (nog) niet. Om de bewoner te stimuleren om beter te scheiden, en ook om onze doelstelling voor de langere termijn (<100kg) te formuleren, is structureel beleid- en uitvoeringskracht benodigd. ▪

Half 2020 heeft het Presidium een opdracht uitgezet om een ICT Werkgroep samen te stellen om te kijken naar de behoeften en mogelijkheden voor ICT-middelen tijdens de nieuwe raadsperiode van 2022 – 2026. Zijn er structurele middelen gereserveerd in de begroting t.b.v. deze ICTmiddelen? Antwoord: De structurele middelen hiervoor zijn in de begroting 2022 gereserveerd in de stelpost nieuw beleid. Omdat het om een investering gaat zal hiervoor nog een afzonderlijk raadsvoorstel worden voorgelegd. Dit staat gepland voor de raadsvergadering van 16 december 2021. Info hierover is opgenomen op blz.71 van de beleidsbegroting 2022 (onder Prestaties 2022) en op blz.23 van de Kadernota 2022 (Ontwikkeling nr.16)

▪

De omgevingswet treedt naar verwachting in werking op 1 juli 2022. In de begroting zien wij dat er in 2023 ook nog kosten gemaakt worden t.b.v. de transitiefase Omgevingswet. Deze kosten lopen dus door tot 1,5 jaar nadat de wet in werking is getreden. a. Kunt u aangeven welk werk deze 1,5 jaar na inwerkingtreding van de wet nog gedaan moeten worden? b. Kunt u aangeven waarom dit werk van tijdelijk aard is? c. Wat is de beoogde situatie voor 2024/ 2025? Antwoord: a. De (implementatie van) de Omgevingswet is een transitie waar we tot en met 2029 de tijd voor hebben. De wet treedt naar verwachting in werking op 1-7-2022. Momenteel bereiden we ons voor met het implementeren van de minimale eisen tot deze datum. Na deze datum richten we ons in de transitieperiode tot 1-1-2029 op de onderscheidende ambities die we hebben vastgesteld én voldoen aan de wettelijke eisen. In de implementatieperiode worden stap voor stap in het proces adaptief keuzes gemaakt die gevolgen hebben voor de transitieperiode. Omgevingswet leidt tot nieuwe producten (omgevingsplan, omgevingsvisie en omgevingsvergunning). Daarnaast sluit het aan bij de ontwikkeling van onze organisatie. Dit leidt het tot een verandering van werkprocessen, competenties, integraal samenwerken en verbetering van dienstverlening. b. Het betreft de implementatie van een wettelijke verplichting met de vastgestelde ambitie.

Dit betreft incidentele kosten. Gedurende de implementatie worden de structurele effecten van gemaakte keuzes in beeld gebracht. Deze worden -waar nodig- jaarlijks meegenomen in de kadernota en meerjarenbegroting. c. Het écht anders werken met nieuwe werkprocessen, producten en het digitaal stelsel (DSO) begint vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet (1-7-2022). Met de inzet van een verandermanager en koppeling aan de organisatieontwikkeling wordt de cultuurverandering in de organisatie versterkt terwijl de producten Omgevingsvisie, Omgevingsplan, de omgevingsvergunning en omgevingsdialoog verder vorm krijgen. In 2025 hebben we ervaring opgedaan met deze nieuwe processen en producten en onze dienstverlening hier op aangepast. Focus in de verandering wordt gelegd op extern en gebiedsgericht werken met een andere manier van handelen: integraal, meer samenwerking (intern en extern), participatie en een ja, mits benadering.

3

▪

In 2022 wordt eenmalig een extra rijksbijdrage ter beschikking gesteld aan gemeenten. Als wij de media mogen geloven is dit zelfs tot stand gekomen door een arbitragezaak tegen het rijk. Bron: (https://vng.nl/artikelen/arbitragecommissie-extra-geld-voor-jeugdzorg-nodig) In de aanbiedingsnota wordt dan ook over een risico gesproken; Op meerjarenperspectief is gerekend op 75%. Volgens de commissie zouden deze gelden structureel aan gemeenten beschikbaar gesteld moeten worden. Het rijk heeft ons inziens hier nog geen toezegging op gedaan. a. Als we de aanbiedingsnota doorrekenen en in het eerste jaar 100% en in de jaren daarna 75% rijksbijdrage afhalen van het structurele meerjarenperspectief komen we tot de volgende conclusie: “Als we geen rijksbijdrage krijgen in 2023 t/m 2025 hebben we nog steeds een fors structureel tekort”, klopt onze stelling?

b. Zo nee; Hoe zit het wel? Antwoord: De stelling dat als de rijksbijdrage voor compensatie kosten uitvoering Jeugdwet in de jaren 2023 en volgende niet wordt verstrekt we nog steeds een structureel tekort hebben is juist. De berekende structurele tekorten in de tabel zijn echter niet juist. Op pagina 7 van de aanbie-dingsnota zijn de bedragen vermeld waarmee voor de jaren 2022 t/m 2025 rekening is gehouden in de begrotingsuitkomsten. De bijdrage voor 2022 (€ 2.326.000) is ‘hard’ en inmiddels in de septembercirculaire 2021 opgenomen. De 75% bijdragen voor 2023 (€ 1.419.000), 2024 (€ 1.301.000) en 2025 (€ 1.159.000) zijn nog niet definitief. De verwachting is dat hierover tijdens de kabinetsformatie definitieve afspraken worden gemaakt. Als deze bijdragen komen te vervalen dan moeten de vermelde bedragen worden gecorrigeerd op de gepresenteerde uitkomsten. Dit betekent dat het structurele budget voor 2023 dan een tekort laat zien van € 1.399.000, 2024 een tekort geeft van € 1.238.000 en 2025 een tekort geeft van € 798.000. ▪

Bij het stuk over mens en maatschappij worden 15 maatregelen genomen om aan de taakstelling van kostenbesparingen te voldoen; Deze maatregelen brengen enige risico’s met zich mee o.i.; Er zijn bijvoorbeeld afhankelijkheden met CIZ (WLZ), Huis van de Wijk, Huisarts etc. Centraal staat de vraag voor ons; a. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat mensen die hulp nodig hebben, maar hulp niet kunnen krijgen (bij de genoemde afhankelijkheden), niet tussen wal en schip vallen door deze maatregelen? b. Is er nog steeds ruimte voor maatwerk indien nodig? Antwoord: Het uitgangspunt is zorg, hulp en ondersteuning op een andere manier te organiseren: passender bij het kind, het gezin of de volwassene. Vanuit de gedachte: licht als het kan, zwaarder en intensiever als het nodig is. Dat is in het voordeel van de betrokkene en qua kosten voordeliger. We gaan proberen zorg en ondersteuning die bij de WLZ thuishoort, daar onder te brengen. We gaan proberen huisartsen te bewegen meer door te verwijzen naar het CJG. En we gaan proberen mensen die ook naar een Huis van de Wijk kunnen in plaats van naar een geïndiceerde dagbesteding, naar een Huis van de Wijk door te verwijzen. Uiteraard laten we geen mensen in de kou staan of tussen wal en schip vallen. Als bovengenoemde inzet niet kan of lukt, wordt een andere passende oplossing gezocht.

Dan gaat een cliënt toch naar een geïndiceerde dagbesteding, of blijft een jongere toch langer in de Jeugdwet als de WLZ niet lukt. Dan is er dus nog ruimte voor maatwerk.

4

▪

In de aanbiedingsnota valt te lezen dat 90% van de genomen maatregelen gerealiseerd zijn om de begroting structureel sluitend te maken. Welke 10% van beoogde besparingen heeft het college nog niet kunnen realiseren? Antwoord: Dit betreft de volgende zaken: - omvang (fte) functionaris gegevensbescherming (nr. keuzedoc. S-4) € 33.000 - traineeprogramma Toekomst van Brabant stopzetten (nr. keuzedoc. T-11) 45.000 -taakstelling Mens & Maatschappij - 150.000 - algemene taakstelling in te vullen door de nader te onderzoeken maatregelen - 137.500 Totaal € 365.500

▪

Als wij kijken naar de afvalstromen in de productraming vragen wij ons af hoe dan in de beleidsbegroting geconstateerd wordt dat afvalstoffenheffing fors moet stijgen vanwege de toenemende inzamel en verwerkingskosten van alle afvalstromen. a. Als wij onderstaande posten naast elkaar leggen komen we tot de volgende som (excl. baten) en daarbij hebben wij enkele subvragen: ▪ ‘673000 Milieustraat’: -2572 ▪ ‘673001 Restafval’: +107.755 • Hoofdzakelijk zijn de stijging van de kosten in deze categorie te wijten zijn aan salarissen en sociale lasten. Kunt u aangeven waarom deze salarissen en sociale lasten zo enorm stijgen? ▪ ‘673002 GFT’: +19.000 ▪ ‘673003 Grof huisvuil’: -2000 ▪ ‘673006 Glas’: +8000 ▪ ‘673007 Kunststof’: +19.255 ▪ ‘673008 Papier’: +178.000 • 2021 was niet begroot volgens de productraming, vanaf 2022 ineens wel; Welke verklaring heeft het college hiervoor? ▪ ‘673009 Honden’: -2030 ▪ ‘43873 Wit en bruingoed’ +500 ▪ ‘673011 Kleding’ +1300 ▪ Totaal + 327.208 b. Het college stelt in de beleidsbegroting dat het grootste deel van de kostenstijging te wijten is aan papierinzameling (dat klopt; zie subvraag vorige punt), toename van kosten voor alle afvalstromen (vooral restafval dus; zie subvraag vorige punt) met name op de milieustraat.

Is het college met ons eens dat de productraming van de milieustraat anders doet vermoeden en er dus geen sprake is van een forse stijging aldaar? c. De (bovenstaande) genoemde afvalstromen (alleen lasten) waren in 2021 begroot op een totaal van 4.227.886, we kunnen dus stellen dat we met de begroting van 2022 een toename van de lasten op deze (bovenstaande) genoemde posten zien van 7,74%, Welke afvalstromen missen wij in deze rekensom nog welke gedekt worden vanuit de afvalstoffenheffing? d. Hoe rechtvaardigen die afvalstromen welke wij missen de overige stijging van 6,86% en dus de totale stijging van 14,6% van de afvalstoffenheffing voor onze inwoners? Antwoorden: a. Een neveneffect van de coronacrisis is dat er veel meer bijplaatsingen dan gebruikelijk waren bij ondergrondse containers. De extra inzet van onze medewerkers is toegerekend aan het product restafval. De toename van de kosten op het product papier wordt veroorzaakt door een wijziging van inzamelmethode. Als gevolg van de contractafspraken uit 2016 met Kempenaars, die gebruik maakte van vrijwilligers, hoefde de gemeente tot en met 2021 geen inzamelkosten voor papier te betalen. De inzameling werd verrekend met een opbrengst van het papier, gerekend met een vast bedrag per ton.

Vanaf 2022 werkt de gemeente samen met de afvalservice Breda, waarbij we enerzijds de inzamelkosten apart betalen, maar anderzijds ook een variabele papieropbrengst ontvangen. We hebben door het onvoorspelbare karakter van de oud papierprijs met een voorzichtigere opbrengst voor papier en karton gerekend dan de huidige dagkoers..

5

b. In de uitzetting van uw vraag over de toegenomen kosten is een verkeerd uitgangspunt gehanteerd. De stijging dient niet aan de begroting 2021 na wijzigingen gebaseerd te worden maar aan de primaire begroting 2021. Hierop is namelijk ook het tarief van de afvalstoffenheffing 2021 gebaseerd. De kostenstijging voor 2022 ten opzichte van de primitieve begroting 2021 bedraagt voor de milieustraat € 48.000. c en d. Boven op de genoemde afvalstromen in uw vraag (de kosten voor honden worden niet meegenomen in de afvalstoffenheffing) worden er ook nog allerlei andere kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, zoals de kosten voor kwijtschelding en oninbare vorderingen, BTW kosten, overheadkosten en de bijdrage aan de GR nazorg gesloten stortplaatsen. Voor de volledigheid hebben wij hieronder nogmaals de tabel opgenomen conform blz. 17 van de beleidsbegroting 2022-2025 waar de toelichting van de stijging van de kosten is opgenomen.

Onderdeel

2021 na wijziging

Begroting 2022

Verschil t.o.v. prim.begr.

Milieustraat

917.000

967.000

965.000

48.000

Restafval

1.639.000

1.692.000

1.778.000

139.000

GFT

683.000

703.000

722.000

39.000

Grof huisvuil

183.000

208.000

206.000

23.000

Kunststof

184.000

159.000

192.000

8.000

Papier

-58.000

-58.000

121.000

179.000

Overige

-16.000

37.000

67.000

83.000

Kwijtschelding + oninbaar

139.000

139.000

156.000

17.000

BTW

718.000

652.000

656.000

-62.000

Overhead

178.000

178.000

278.000

100.000

4.567.000

4.677.000

5.141.000

574.000

Totaal ▪

Primaire begroting 2021

De gemiddelde lastendruk stijgt met 6.3%. De heffingen worden inflatie technisch gecorrigeerd met 1.2% Er is sprake van volumegroei op het onroerend goed. Deze zorgt voor meer opbrengt aan heffingen. Wat zijn de gevolgen voor de begroting als de 1.2% inflatie correctie achterwege zal worden gelaten. Antwoord: Totaal zou dit een lagere opbrengst betekenen van € 323.000 verdeeld als volgt: OZB

215.000

Afvalstoffenheffing

54.000

Rioolheffing

51.000

Toeristenbelasting Totaal

3.000 323.000

Omdat de meeropbrengst rioolheffing wordt verrekend met de voorziening riolering zou het totale nadelig effect op de begroting voor 2022 uitkomen op € 272.000.

6

Kanttekening hierbij is wel, dat een dergelijke maatregel om de indexering van 1,2% te schrappen zou betekenen dat voor de afvalstoffenheffing het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid wordt losgelaten en dat dit voor de rioolheffing het risico inhoudt dat op langere termijn de voorziening riolering ontoereikend blijkt te zijn, of dat bij de vaststelling van het eerstvolgende nieuwe vGRP een extra tariefsverhoging noodzakelijk is.

Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Moerdijk d.d. 27 oktober 2021 de gemeentesecretaris

ir. J.C. Slagboom

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=3bc872ce-62c6-4c2b-b740-7c7b9722d778