CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische Vragen FVD - Kadernota

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Kadernota 2027-2030 en financiële doorrekening bestuursakkoord3.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Forum voor Democratie De heer B.M. van Enter Kenmerk Vergadering Datum

01270 TV Commissie kadernota van 10 juni 2026 15 juni 2026

Onderwerp

Kadernota 2027

Geachte heer B.M. van Enter, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. De fractie van Forum voor Democratie heeft de volgende technische vragen over de Kadernota. 1. Structureel tekort na verwerking bestuursakkoord In het raadsvoorstel wordt in tabel 3 aangegeven dat het structurele tekort na verwerking van het bestuursakkoord uitkomt op € 3,402 miljoen in 2027, € 4,911 miljoen in 2028, € 2,566 miljoen in 2029 en € 2,828 miljoen in 2030. Kan het college dit structurele tekort per jaar uitsplitsen naar: bestaand beleid, nieuwe ontwikkelingen uit de kadernota en financiële effecten van het bestuursakkoord? Antwoord: In tabel 3 van de kadernota is de opbouw van het verwachte begrotingsresultaat als volgt uiteengezet:

Het vertrekpunt van de kadernota is de begroting zoals die in de raadsvergadering van 6 november 2025 is vastgesteld. Van daaruit is stapsgewijs inzichtelijk gemaakt welke bijstellingen inmiddels zijn verwerkt (onder andere op basis van raadsbesluiten) en welke bijstellingen nog worden verwacht richting de begroting. De kadernota heeft een beleidsarm karakter. Dit betekent dat nieuwe beleidskeuzes en de daarbij behorende financiële consequenties geen onderdeel uitmaken van deze nota, maar zijn uitgewerkt in het bestuursakkoord. Wel zijn ontwikkelingen binnen bestaand beleid en wijzigingen in wet- en regelgeving in de kadernota verwerkt. De financiële mutaties die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in bovenstaande tabel, inclusief de nieuwe ontwikkelingen die op basis van bestaand beleid en externe regelgeving worden voorzien. Onderaan de tabel ontstaat hiermee inzicht in het structurele en incidentele tekort. Omdat de kadernota beleidsarm is, betreft dit dus het verwachte begrotingsresultaat op basis van het bestaande beleid. In het raadsvoorstel zijn vervolgens de financiële effecten van het bestuursakkoord toegevoegd. Dit leidt tot de uiteindelijke bedragen zoals in uw vraag zijn genoemd. 2.

Toename tekort door bestuursakkoord In hoofdstuk 6 van het raadsvoorstel staat dat het structurele tekort voor 2027 door het bestuursakkoord toeneemt van circa € 3,0 miljoen naar € 3,4 miljoen en dat hiervoor mogelijk meer expliciete beleidskeuzes nodig zijn. Welke beleidskeuzes worden hierbij concreet bedoeld en wanneer worden deze aan de raad voorgelegd? Antwoord: Dit is geen technische vraag, maar eerder een beleidsmatige of politieke vraag. Het college heeft bij de commissie van 10 juni het proces geschetst hoe ze tot de keuzes die tot een sluitende begroting moeten leiden wil komen en dat uw raad hierbij wordt betrokken. 3. Incidenteel of structureel karakter bestuursakkoord In bijlage 2, de financiële doorrekening van het bestuursakkoord, wordt € 1,850 miljoen in 2027, € 1,550 miljoen in 2028 en € 1,000 miljoen in 2029 en 2030 als incidenteel aangemerkt. Kan het college per post toelichten waarom deze lasten incidenteel zijn en niet structureel? Antwoord: Diverse lasten zijn als incidenteel aangemerkt omdat deze middelen een tijdelijk karakter hebben. Voor een nadere toelichting op de betreffende posten wordt verwezen naar het Bestuursakkoord 2026-2030. Ten aanzien van de middelen t.b.v. Vitale centra wordt ook verwezen naar het antwoord op vraag 5. 4.

Risico beoordeling provincie In het raadsvoorstel staat bij de kanttekeningen dat de provincie bepaalde lasten mogelijk alsnog als structureel kan beoordelen, waardoor het structurele tekort en de financiële opgave toenemen. Welke posten uit de kadernota en het bestuursakkoord ziet het college zelf als het meest kwetsbaar voor zo’n andere beoordeling door de provincie? Antwoord: De provincie hanteert bij de beoordeling van de begroting een toets op het onderscheid tussen incidentele en structurele baten en lasten.

Dit is relevant omdat wordt beoordeeld of de begroting structureel in evenwicht is, waarbij structurele lasten in beginsel gedekt dienen te worden door structurele baten. In de praktijk is dit onderscheid niet altijd scherp te maken en is een zorgvuldige toelichting en onderbouwing van belang. Voor het beoordelingskader wordt aangesloten bij de Notitie incidentele baten en lasten vanuit de BBV wetgeving. Op basis van ervaringen uit voorgaande jaren hebben we de huidige inschatting gemaakt. Het blijft echter mogelijk dat de provincie een door ons als incidenteel aangemerkte post (gedeeltelijk) anders beoordeelt. Om te voorkomen dat hierover pas in de fase van de provinciale beoordeling (ná het vaststellen van de begroting) duidelijkheid over ontstaat, wordt in de komende periode hierover vooraf afstemming gezocht met de provincie. 5. Programma Vitale Centra In de financiële doorrekening van het bestuursakkoord is voor het Programma Vitale Centra vier jaar lang € 1 miljoen per jaar opgenomen, aangemerkt als incidenteel.

Kan het college toelichten waarom een bedrag dat vier jaar achter elkaar terugkomt als incidenteel wordt beschouwd, en welke concrete prestaties of projecten hier per jaar tegenover staan? Antwoord: Met uitzondering van een aantal specifieke situaties geldt op grond van (BBV) wetgeving dat reservemutaties (op enkele uitzonderingen na) als incidenteel worden aangemerkt. Dit betekent dat, ook wanneer gedurende vier jaar jaarlijks € 1 miljoen in een reserve wordt gestort, deze stortingen in beginsel een incidenteel karakter behouden. Omgekeerd geldt overigens ook dat onttrekkingen uit reserves in de basis niet kunnen worden ingezet als structurele dekkingsmiddelen. 6. Gebruik algemene reserve In hoofdstuk 6 van de kadernota wordt aangegeven dat maximaal 10% van de vrije ruimte in de algemene reserve kan worden ingezet, circa € 2,3 miljoen, maar dat dit geen structurele oplossing is. Kan het college aangeven welk tekort in 2027 resteert als deze mogelijkheid maximaal wordt benut, en welke gevolgen dat heeft voor het weerstandsvermogen en toekomstige risico’s? Antwoord: Zoals in het raadsvoorstel is toegelicht bedraagt het verwachte structurele begrotingstekort over 2027 € 3,4 miljoen. Indien € 2,3 miljoen van de algemene reserve wordt ingezet, zou een structureel tekort over 2027 resteren van € 1,1 miljoen. 7.

Stelpost nieuw beleid: herprioritering In hoofdstuk 6 van het raadsvoorstel wordt herprioritering van de stelpost nieuw beleid genoemd als een van de maatregelen richting een sluitende begroting 2027. Kan het college aangeven welke posten binnen de stelpost nieuw beleid juridisch verplicht, bestuurlijk reeds besloten, politiek wenselijk of nog volledig heroverweegbaar zijn? Antwoord: De vraag welke posten politiek wenselijk zijn is geen technische vraag. Daarnaast geldt dat (zoals in hoofdstuk 6 van de kadernota is toegelicht) de maatregel t.a.v. de (her)prioritering van de stelpost nieuw beleid de komende periode nader wordt uitgewerkt.

Wel kan hierover in het algemeen worden aangegeven dat in hoofdstuk 5 van de kadernota (tabel 5) onderscheid wordt gemaakt tussen de stelpost nieuw beleid, reeds besloten ontwikkelingen en overige ontwikkelingen. - De stelpost nieuw beleid betreft middelen die door de gemeenteraad zijn gereserveerd voor nog niet concreet uitgewerkte en nog niet afzonderlijk geautoriseerde ontwikkelingen. Conform artikel 5 van de financiële verordening worden nieuwe investeringen hierin tijdelijk opgenomen, totdat via afzonderlijke raadsvoorstellen besluitvorming en budgetautorisatie plaatsvindt. Binnen deze post is dus nog geen definitieve besluitvorming genomen. - De reeds besloten ontwikkelingen betreffen posten waarvoor de gemeenteraad al expliciet heeft besloten. Voorbeelden hiervan zijn infrastructurele projecten t.b.v. Zevenbergen-Oost en de vervangende nieuwbouw van De Niervaert. - Tot slot zijn er overige ontwikkelingen die nog niet eerder in de kadernota of stelpost nieuw beleid zijn opgenomen en waarover eveneens nog besluitvorming moet plaatsvinden. De herprioritering zal zich met name richten op de middelen die in 2027 in de stelpost nieuw beleid zijn opgenomen. Zoals gezegd zal dit de komende periode nader moeten worden uitgewerkt. 8.

Sociaal domein en jeugdzorg In bijlage 1 van de kadernota wordt voor jeugdhulp een structurele bijstelling van € 2,472 miljoen per jaar opgenomen, gebaseerd op de uitgaven 2025 plus 5% indexering. Kan het college specificeren welke onderdelen van de jeugdhulp deze stijging veroorzaken en welke concrete beheersmaatregelen richting begroting 2027 worden onderzocht? Antwoord: De stijgingen die we voorzien in deze kadernota komen voort uit de kostenontwikkelingen die zich in 2025 hebben voorgedaan. Voor nader inzicht in de oorzaken van deze overschrijding wordt verwezen naar de informatiebrief d.d. 5 maart 2026. Wat betreft de te nemen beheersmaatregelen geldt dat dit geen technische vraag is, maar eerder een beleidsmatige of politieke vraag. Voor het voorgestelde vervolgtraject wordt verwezen naar paragraaf 6.3 van de kadernota. 9. Programma Nieuwkomers: doelgroepen In hoofdstuk 3 van de kadernota staat bij het Programma Nieuwkomers dat wordt toegewerkt naar verdere uitvoering en borging binnen de reguliere organisatie.

Kan het college exact definiëren welke doelgroepen onder “nieuwkomers” vallen? Gaat het om Oekraïense ontheemden, statushouders, asielzoekers, gezinsmigranten, arbeidsmigranten of andere groepen? Kan dit per doelgroep financieel worden uitgesplitst? Antwoord: Binnen het Programma Nieuwkomers onderscheiden we vier doelgroepen: Oekraïense ontheemden, statushouders, asielzoekers en arbeidsmigranten. Gezinsmigranten vallen niet onder de programma-aanpak. Zij zijn wel inburgeringsplichtig en zelf verantwoordelijk voor de organisatie hiervan op basis van het aanbod via het Werkplein Hart van West-Brabant. Over het geheel bezien geldt dat de rijksbijdragen voor de verschillende groepen nieuwkomers (zie hieronder) ruimschoots voldoende zijn om de uitgaven te dekken.

Hieronder gaan we in op de verschillende doelgroepen. Oekraïense ontheemden: Voor de wettelijke opvangtaak ontvangt de gemeente een rijksbijdrage per opvangplek en een vergoeding voor het verstrekken van leefgeld. Deze bijdragen worden verrekend met de eigen bijdragen van werkende ontheemden. Niet-bestede middelen zijn de afgelopen jaren toegevoegd aan de reserve Nieuwkomers (zie ook de beantwoording bij vraag 10). Statushouders: De gemeente heeft een wettelijke taak op het gebied van huisvesting en inburgering. Voor de uitvoering van de Wet Inburgering ontvangt de gemeente een specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk, die beschikbaar wordt gesteld aan het Werkplein Hart van WestBrabant. Daarnaast is in de begroting een beperkt budget opgenomen voor aanvullende activiteiten, zoals de participatieverklaring en extra ondersteunende cursussen voor inburgeraars - bijvoorbeeld gericht op budgetbeheer. Voor de huisvesting statushouders is er op dit moment vanuit het Rijk een bijdrage van beschikbaar per plaatsing in de HAR voorziening. Deze voorziening (in Fijnaart) kent 5 plaatsen. Daarnaast is er in de begroting een budget beschikbaar voor de huisvesting van grote gezinnen. Asielzoekers: Voor gemeentelijke kosten rondom opvanglocaties ontvangt de gemeente een decentralisatie-uitkering.

Daarnaast ontvangt de gemeente een vergoeding voor capaciteitsplaatsen van COA-bewoners die niet in de BRP staan ingeschreven. Deze middelen zijn bedoeld voor algemene voorzieningen, zoals infrastructuur en openbaar vervoer. Ook ontvangt de gemeente een compensatie voor gemiste OZB-opbrengsten via de regeling Wooneenheden. Arbeidsmigranten: Voor deze doelgroep is geen specifieke rijksbijdrage beschikbaar. Arbeidsmigranten die zich inschrijven in de BRP worden wel meegenomen in de verdeelsystematiek van het Gemeentefonds, wat leidt tot extra inkomsten voor de gemeente. Daarnaast wordt toeristenbelasting geheven voor arbeidsmigranten die tijdelijk in de gemeente verblijven zonder BRP-inschrijving (zie ook de beantwoording bij vraag 12). Een exacte financiële uitsplitsing per doelgroep is niet volledig mogelijk, omdat een deel van de middelen en uitgaven programmabreed wordt ingezet. Voor de algemene programmakosten is een werkbudget beschikbaar. U kunt denken aan onderzoekskosten, specifieke advieskosten, communicatiekosten, teamactiviteiten en andere kosten die samenhangen met algemene inzet voor de brede groep nieuwkomers. Ook het gevraagde budget voor de actietafels (zie ook de beantwoording bij vraag 10) is bedoeld voor programmabrede inzet. 10.

Programma Nieuwkomers: financiering Oekraïense ontheemden en reserve In hoofdstuk 3 van de kadernota staat dat de gemeentelijke uitgaven voor nieuwkomers tot en met 2025 werden gedekt uit de rijksbijdrage voor de opvang van Oekraïense ontheemden, en dat het jaarlijkse saldo werd gestort in de reserve nieuwkomers. Ook staat er dat bij de begroting 2026 is besloten deze reserve over te hevelen naar de algemene reserve. Kan het college inzichtelijk maken hoeveel middelen vanuit de rijksbijdrage Oekraïense ontheemden zijn ontvangen, hoeveel daarvan daadwerkelijk aan opvang en nieuwkomers is besteed, welk saldo is overgeheveld naar de algemene reserve, en waarom nu opnieuw € 94.000 structureel per jaar en € 150.000 incidenteel in 2027 nodig is?

Antwoord: Over het boekjaar 2025 bedroegen de baten € 5,1 miljoen (waarvan € 4,6 miljoen betrekking heeft op de specifieke uitkering vanuit het Rijk t.b.v. de opvang van Oekraïense ontheemden). De lasten t.b.v. Nieuwkomers bedroegen € 3,8 miljoen. Het saldo van baten en lasten over 2025 bedroeg daarmee € 1,3 miljoen, wat conform raadsbesluit is gestort in de reserve Nieuwkomers. Doordat de jaarlijkse rijksbijdrage de afgelopen jaren hoger was dan de gemaakte uitgaven, is de omvang van de reserve Nieuwkomers aanzienlijk gegroeid. Bij de behandeling van de begroting 2026 (raadsvergadering 6 november 2025) heeft de gemeenteraad besloten om met ingang van 2026 te stoppen met het toevoegen van het jaarlijkse surplus aan deze reserve. Daarbij is besloten om in 2026 een bedrag van € 6,7 miljoen uit de reserve over te hevelen naar de algemene reserve. Omdat 2025 het laatste jaar was waarin een surplus werd gestort in de reserve nieuwkomers, is ook besloten om bij de jaarrekening 2025 (raadsvergadering 9 juli 2026) een resterend surplus eveneens toe te voegen aan de algemene reserve. De reden dat er nu middelen worden aangevraagd komt voort uit het feit dat de besluitvorming over het overhevelen van de middelen naar de algemene reserve heeft plaatsgevonden bij de begroting 2026 (november 2025).

Zoals in de kadernota is toegelicht is (doordat het Programmaplan Nieuwkomers eind 2025 is vastgesteld) bij de bepaling van deze overheveling geen rekening gehouden met enkele uitgaven die hiervoor nog nodig bleken te zijn. Deze uitgaven worden daarom nu via de kadernota alsnog aan de gemeenteraad voorgelegd. 11. Asielopvang, statushouders en taakstellingen Rijk Zijn in deze kadernota of in de financiële doorrekening van het bestuursakkoord kosten, opbrengsten of risico’s opgenomen die samenhangen met asielopvang, statushouders of taakstellingen vanuit het Rijk? Zo ja, waar zijn deze verwerkt en om welke bedragen gaat het? Zo nee, waarom zijn deze mogelijke effecten niet afzonderlijk zichtbaar gemaakt? Antwoord: In de bijlage ’Financiële doorrekening bestuursakkoord’ is inzichtelijk gemaakt welke lasten uit het bestuursakkoord voortkomen. Daarin zijn geen kosten of opbrengsten ten aanzien van asielopvang, statushouders of taakstellingen vanuit het Rijk opgenomen. Zoals in de kadernota is toegelicht worden in de kadernota wel incidentele middelen gevraagd voor de actietafels en structurele middelen t.b.v. personele inzet. Ten aanzien van mogelijke risico’s geldt dat de gemeente t.b.v. de diverse doelgroepen bijdragen ontvangt vanuit het Rijk (zie ook beantwoording vraag 9 en 10). Het algehele beeld is dat de kosten hiermee ruimschoots worden gedekt.

Er zijn daarom geen specifieke risico’s opgenomen. Aangezien besloten is om het jaarlijkse surplus vanuit de opvangtaak voor Oekraïense ontheemden niet langer toe te voegen aan de reserve nieuwkomers geldt wel dat een surplus vanuit deze opvangtaak vanaf 2026 ten gunste komen aan de algemene middelen. Dit betekent dat indien er in de toekomst budget nodig is in verband met kosten die verband houden met nieuwkomers en waarvoor geen rechtstreekse dekking is, een budgetaanvraag aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd.

12. Arbeidsmigranten In hoofdstuk 1 van de kadernota staat dat initiatieven rond huisvesting van arbeidsmigranten niet zijn verwerkt in de inwonerprognose, maar dat via de stelpost nieuw beleid wel rekening is gehouden met mogelijke financiële effecten in de vorm van hogere algemene uitkering of toeristenbelasting. Kan het college aangeven van welke aantallen arbeidsmigranten, locaties en opbrengsten hierbij is uitgegaan? Antwoord: Arbeidsmigranten die staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) worden aangemerkt als inwoners van de gemeente. Omdat het aantal inwoners één van de verdeelmaatstaven binnen het gemeentefonds vormt, leidt een toename van het aantal geregistreerde inwoners tot een hogere algemene uitkering vanuit het gemeentefonds. Arbeidsmigranten die korter dan vier maanden in Nederland verblijven, zijn niet verplicht zich in te schrijven in de BRP. Voor deze groep is toeristenbelasting verschuldigd. Voor de actuele stand van zaken met betrekking tot huisvestingsinitiatieven voor arbeidsmigranten verwijzen wij naar de informatie op de gemeentelijke website. Op dit moment wordt verwacht dat in 2026 één initiatief wordt gerealiseerd, namelijk de locatie Blokdijk 1 in Moerdijk met circa 450 huisvestingsplaatsen. De overige initiatieven bevinden zich nog in de procedure en beschikken nog niet over een omgevingsvergunning.

Om die reden zijn de mogelijke financiële effecten in de kadernota niet (volledig) gebaseerd op vaststaande aantallen of concrete gerealiseerde locaties, maar op diverse aannames en inschattingen. Via de stelpost nieuw beleid is rekening gehouden met mogelijke extra inkomsten uit zowel de algemene uitkering als de toeristenbelasting, voor zover deze voortvloeien uit de verwachte ontwikkeling van de huisvesting van arbeidsmigranten. In de cijfers van de kadernota is uitgegaan van onderstaande inschattingen t.a.v. de verwachte opbrengsten. Via de reguliere P&C cyclus wordt gemonitord in hoeverre de uitgangspunten en verwachte opbrengsten moeten worden bijgesteld. Opbrengsten

2026

2027

2028

2029

2030

Gemeentefonds

-

€ 113.000

€ 198.000

€ 355.000

€ 355.000

Toeristenbelasting

-

€ 24.000

€ 41.000

€ 74.000

€ 74.000

Totaal

-

€ 136.000

€ 239.000

€ 429.000

€ 429.000

13. Voorfinanciering Powerport In hoofdstuk 3 van de kadernota wordt € 500.000 incidenteel gevraagd voor voorfinanciering Powerport, waarbij staat dat de verwachting is dat personele kosten in 2027 worden vergoed, maar dat daarover nog nadere afspraken moeten worden gemaakt. Is er al een schriftelijke toezegging van Rijk, provincie of andere partners dat deze kosten volledig worden vergoed? Zo nee, welk financieel risico loopt de gemeente Moerdijk? Antwoord: Op dit moment is er een toezegging dat de personele kosten tot en met het eerste half jaar 2026 vergoedt zullen worden. Ook lopen de gesprekken voor de vergoedingen na 29 juni 2026. We hopen hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te krijgen.

Het financiële risico is op dit moment niet goed in te schatten omdat nog niet duidelijk is wat de personele inzet zal gaan worden na 29 juni 2026. 14. Lokale lasten huishoudens In hoofdstuk 1 van de kadernota wordt uitgegaan van 1,6% indexering voor OZB en toeristenbelasting, 3,6% stijging van de rioolheffing en circa 5% stijging van de afvalstoffenheffing. Kan het college inzichtelijk maken wat dit in euro’s betekent voor een gemiddeld huishouden in Moerdijk in 2027? Antwoord: Hieronder is voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning in beeld gebracht wat de gemiddelde woonlasten voor 2026 zijn, en hoe dit zich ontwikkeld op basis van de in de kadernota voorgestelde indexeringen. Gemiddelde woonlasten 2026 2027 OZB € 319 € 324 Afvalstoffenheffing € 389 € 408 Rioolheffing € 337 € 349 Totaal € 1.045 € 1.081 Landelijk gemiddelde € 1.095 € n.n.b Voor meer inzicht in de gemeentelijke woonlasten verwijzen we ook naar het Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Zij publiceren jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze atlas geeft inzicht in de hoogte en ontwikkeling van lokale lasten in gemeenten, provincies en waterschappen in Nederland. Daarbij worden ook diverse benchmarks opgenomen, waaronder de woonlasten voor verschillende typen huishoudens. 15.

OZB als mogelijke begrotingsknop In hoofdstuk 6 van de kadernota wordt aangegeven dat de OZB in de praktijk de voornaamste inkomstenknop is waar gemeenten aan kunnen draaien. Is het college richting de begroting 2027-2030 voornemens scenario’s uit te werken met een OZBverhoging bovenop de reguliere indexatie? Zo ja, welke scenario’s of bandbreedtes worden onderzocht? Antwoord: Dit is geen technische vraag, maar eerder een beleidsmatige of politieke vraag. 16. Investeringen na 2030 In hoofdstuk 5 van de kadernota wordt aangegeven dat het structurele tekort richting 2034 kan oplopen naar circa € 6,5 miljoen door investeringen na 2030. Kan het college aangeven welke vijf investeringen het grootste effect hebben op dat oplopende tekort en welke daarvan nog door de raad kunnen worden gefaseerd, aangepast of heroverwogen? Antwoord: In hoofdstuk 5 van de kadernota (tabel 5) zijn alle investeringen die een effect hebben op het oplopende tekort inzichtelijk gemaakt. Daarin is te zien dat de grootste investeringen betrekking hebben op de nieuwbouw van scholen, infrastructurele projecten t.b.v. Zevenbergen- Oost en de vervangende nieuwbouw van de Niervaert. Voor de vraag in hoeverre deze nog door de raad kunnen worden gefaseerd wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 7.

17. Middelen bestuursakkoord zonder dekking In het raadsbesluit wordt voorgesteld om de financiële effecten van het bestuursakkoord, die nog niet in de kadernota zijn verwerkt, te verwerken in de begroting 2027-2030. Betekent dit dat de raad nu al instemt met opname van deze lasten, of blijft er bij de begrotingsbehandeling nog volledige ruimte om afzonderlijke posten uit het bestuursakkoord te schrappen, faseren of aanpassen? Antwoord: De financiële effecten uit het bestuursakkoord zullen in de begroting 2027-2030 in eerste instantie verwerkt worden in de stelpost nieuw beleid. Vervolgens zal bij de vaststelling van de begroting 2027-2030 een voorstel worden gedaan voor het daadwerkelijk beschikbaar stellen van de benodigde budgetten. Dit is in lijn met de werkwijze die vier jaar geleden is gehanteerd bij de totstandkoming van het bestuursakkoord 2022-2026 18. Sluitende begroting 2027 In het raadsvoorstel staat dat uitgangspunt is dat in november 2026 een sluitende begroting 2027 kan worden aangeboden. Kan het college aangeven welk concreet bedrag richting november nog moet worden gevonden om 2027 sluitend te krijgen, uitgesplitst naar incidenteel en structureel? Antwoord: In het raadsvoorstel is het financieel perspectief op basis van de kadernota en het bestuursakkoord als volgt geschetst:

Voor 2027 is op dit moment sprake van een tekort van € 4,8 miljoen. Dit tekort is te splitsen in een tekort van € 1,4 miljoen voor incidentele zaken en een tekort van € 3,4 miljoen voor structurele zaken. Om tot een structureel sluitende begroting te komen voor het jaar 2027 dient dus € 3,4 miljoen te worden gevonden.

Met vriendelijke groet,

S. Elseman gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=b1a64264-8ab5-4e95-ba6f-c66ee31cdf8b