CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen CU - Kadernota

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Kadernota 2027-2030 en financiële doorrekening bestuursakkoord2.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Christen Unie Mevrouw N.A. Tolenaars-Den Braber Kenmerk Vergadering Datum

01270 TV Commissie kadernota van 10 juni 2026 15 juni 2026

Onderwerp

Kadernota 2027

Geachte mevrouw Tolenaars-Den Braber Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. De fractie van de ChristenUnie heeft de volgende technische vragen over de Kadernota. 1. Onder ‘indexering OZB en TB’ is de volgende zin opgenomen: “Concreet geldt: de belastingcapaciteit voor woningen wordt vastgesteld op 80% van de totale WOZwaarden, voor niet-woningen op 70%, met een maximum van € 35.000 per inwoner voor niet-woningen).” Wat wordt hier bedoeld? Antwoord Hiermee wordt bedoeld dat het Rijk bij de verdeling van het gemeentefonds onder andere kijkt naar de mate waarin een gemeente inkomsten uit de OZB kan ophalen. Dit wordt de belastingcapaciteit genoemd. Daarbij telt niet de volledige WOZ-waarde van alle woningen en bedrijven mee. Het Rijk rekent voor woningen met 80% van de totale WOZ-waarde en voor bedrijven en andere niet-woningen met 70% van de WOZ-waarde. Voor niet-woningen geldt bovendien een maximum (€ 35.000 per inwoner), zodat gemeenten met veel of zeer waardevolle bedrijfspanden niet onevenredig zwaar meetellen. Deze percentages worden dus alleen door het Rijk gebruikt als rekenregel voor de verdeling van het gemeentefonds tussen gemeenten. Ze hebben geen invloed op de WOZ-waarde van een pand of op het OZB-tarief dat de gemeenteraad vaststelt.

Voor nadere informatie over deze systematiek wordt ook verwezen naar de presentatie over de gemeentefinanciën die op woensdag 6 mei is gegeven in het kader van het inwerkprogramma van de nieuwe gemeenteraad. 2. In Hoofdstuk 2/kostenontwikkeling Sociaal Domein is de volgende tekst opgenomen: “Om verdere stijgingen te voorkomen, is het noodzakelijk dat we de kostenontwikkeling afvlakken en tijdig de maatregelen treffen die nodig zijn om ons voor te bereiden op de komende jaren. De komende maanden zal dit richting de besluitvorming over de begroting (november 2026) verder uitgewerkt worden` Deze tekst lijkt onafhankelijk van

de coalitiebesprekingen en coalitieakkoord te zijn opgesteld. Welke maatregelen ziet de organisatie – buiten de maatregelen genoemd in het coalitieakkoord - om de kostenontwikkeling af te vlakken? Antwoord Dit is geen technische vraag, maar eerder een beleidsmatige of politieke vraag. Voor het voorgestelde vervolgtraject wordt verwezen naar paragraaf 6.3 van de kadernota. 3. Het college doet regelmatig voorstellen voor uitbreiding van de capaciteit. Inmiddels is vanuit het bestuursakkoord bekend wat in de komende 4 jaren moet gebeuren en door wie. Een deel daarvan is opgenomen in deze Kadernota. De ChristenUnie ontvangt graag een overzicht van de benodigde ambtelijke capaciteit per programma voor deze volledige bestuursperiode, inclusief een indicatie van de nog te organiseren capaciteit per programma waarover nog geen besluit is genomen. Antwoord Alles wat we op dit moment voorzien is verwerkt in de kadernota en financiële doorrekening van het bestuursakkoord. De kadernota is jaarlijks het moment waarop we op basis van actuele ontwikkelingen het beeld (waaronder benodigde personele capaciteit) actualiseren. 4. Voor de uitvoering van de huisvestingsverordening wordt gekeken naar uitbesteding.

Kan het college aangeven waarom dit haar voorkeur heeft en op grond van welke procedure zij Woningnet daarvoor als meest geschikte partij ziet? Antwoord Er is intern onvoldoende capaciteit. Daarom moet deze opgave extern worden belegd. Het is op dit moment nog niet duidelijk op welke wijze/ bij welke partij dit precies belegd zal worden. Wel is met Woningnet een eerste verkennend gesprek gevoerd om een indicatie te hebben van de kosten. 5. Bij de ‘Voorfinanciering ambtelijke kosten Powerport’ is aangegeven dat deze kosten over 2025 zijn vergoed en dat wordt verwacht dat dit ook in 2027 gebeurt. Betekent dit dat de in 2026 door de gemeente gemaakte kosten niet worden vergoed? Betekent het gevraagde budget dat de inzet t.b.v. Powerport niet uit de reguliere capaciteit wordt gedekt? Antwoord Voor heel 2026 wordt ook verwacht dat de ambtelijke inzetkosten vergoed worden waarbij er voor het eerste half jaar van 2026 reeds een toezegging is dat deze vergoedt gaan worden. De ambtelijke inzet voor het programma Powerport is dermate groot dat dit niet binnen de reguliere capaciteit opgevangen kan worden. Hier is extra inhuur voor nodig dan wel vervanging van reguliere capaciteit die op dit programma ingezet wordt.

6. Bij ‘Bijdrage EVZ Groenstrook (Klundert)’ wordt gesproken over aanlegkosten. Is de gemeente ook verantwoordelijk voor (een deel van) het onderhoud? Zo ja, welke deel en welk bedrag betreft dit? Waar zijn deze kosten in de begroting opgenomen? Antwoord Het onderhoud van de EVZ groenstrook wordt uitgevoerd door het Waterschap Brabantse Delta en wij als gemeente gaan hier een vergoeding voor betalen. Dit zal een beperkt bedrag zijn wat gedekt kan worden binnen het huidige budget voor groenbeheer/ onderhoud. 7. Bij ‘aanspreekpunt en beleid Buitengebied’ wordt onder andere de agrarische sector benoemd. De agrarische sector in (een deel van) de gemeente Moerdijk staat op dit moment onder grote druk. Welk deel van deze functie is beschikbaar om de Moerdijkse agrariërs te ondersteunen om hun bedrijven toekomstbestendig te maken en te houden? Antwoord De ervaring van de pilot van de afgelopen drie jaar leert dat de inhoud van deze functie zich vrijwel volledig richt op de agrarische sector. De onderwerpen die daarbij voorbijkomen zijn divers. Toekomstbestendig maken is er daar één van, net als bijvoorbeeld gezamenlijke visievorming op de toekomst van het buitengebied, de rol als accountmanager voor de agrarische sector, aanspreekpunt/ gesprekspartner voor de ZLTO en bijvoorbeeld het mede behartigen van de belangen van de agrarische sector in het dossier Powerport. 8.

Bij ‘overdracht buitenruimte Koekkoek i.r.t. Koekkoek II’ wordt geopperd dat de gemeente het beheer van de buitenruimte overneemt. Waarom is eerder besloten dit bij de VvE te laten? En wat levert het de gemeente op wanneer zij de kosten van dit beheer op zich neemt? Antwoord De realisatie van bedrijventerrein De Koekoek dateert van rond de gemeentelijke herindeling. Op dat moment had de gemeente mogelijk gebrek aan capaciteit om projecten te begeleiden, en om zaken zoals buitenruimte te toetsen. Wanneer er schaarste is in ambtelijke capaciteit, kan een oplossing zijn om richting een ontwikkelaar aan te geven “Maak er private buitenruimte van en regel dat wat je maakt wordt overgedragen aan de kopers van dat gebied”. Vermoedelijk is dat de lijn geweest die toentertijd is gehanteerd. Echter 25+ jaar verder is de constatering dat het verwarrend is (bijv. voor onderhoudsmensen, voor particulieren die een melding doen) waar de scheidslijn zit tussen openbare ruimte in beheer van gemeente en deze private buitenruimte. We vinden het veel logischer dat de gemeente dit soort evidente openbare ruimte zelf onderhoudt.

Daar komt bij dat we het nieuwe bedrijventerrein Koekoek II in fysieke zin willen koppelen aan De Koekoek: • Bezoekers vanuit Zevenbergen kunnen zo directer Koekoek II bereiken • Zowel bedrijven op Koekoek I als II krijgen directe toegang tot de nieuwe provinciale randweg • Daardoor minder vrachtwagenbewegingen over het gelijkvloerse spoor op de bestaande provinciale weg, wat de veiligheid ten goede komt • Dit deel van de provinciale weg kan na voltooiing van de noordelijke randweg hierdoor mogelijk nog iets ‘dorpser’ worden afgeschaald.

Het maken van de koppeling vereist wel een overname van die buitenruimte, want een ontsluiting van een openbaar gebied te laten verlopen via een ‘privégebied’ is juridisch lastig. Vandaar dat uw raad in uw besluitvorming over de afronding van de initiatieffase van het bedrijventerrein Koekoek II (raadsvergadering 1 februari 2024) heeft besloten om geld beschikbaar te stellen om de staat van de buitenruimte in beeld te brengen. In dat raadsbesluit was geformuleerd: “Om de koppeling mogelijk te maken is het een vereiste dat de gemeente het beheer overneemt van de buitenruimte op bedrijventerrein De Koekoek. Er is namelijk daar sprake van de atypische constructie dat een Vereniging van Eigenaren het eigendom en beheer voert over deze buitenruimte. Teneinde dat te veranderen is er een intentieovereenkomst tot stand gebracht tussen de gemeente en de VvE, waarin afspraken zijn vervat omtrent de randvoorwaarden om tot een overdracht te komen. Zo is het bijvoorbeeld niet duidelijk wat de technische staat is van de verschillende boven- en ondergrondse elementen. Denk hierbij aan verlichting, bebording, verhardingen, riolering en een tweetal rioleringsgemalen. Aangezien dat voor de overname van het beheer wel van belang is om te weten, zal dit eerst inzichtelijk gemaakt dienen te worden.

De uiteindelijke structurele kostenconsequenties voor de gemeente van de overname, zullen aan u worden voorgelegd op het moment dat de resultaten van de inventarisatie bekend zijn en de gesprekken tussen gemeente en de VvE hierover zijn afgerond.” 9. Bij ‘ondersteuning voor mensen die het nodig hebben’ wordt gesproken over een procesregisseur. Betreft dit een functie waarvoor in het bestuursakkoord middelen zijn opgenomen? Antwoord De procesregisseur is niet als afzonderlijke functie benoemd in het bestuursakkoord. De procesregisseur heeft inhoudelijk wel duidelijke raakvlakken met de bredere beweging die in het bestuursakkoord wordt beschreven: Stevige Lokale Teams, integrale toegang, betere triage, meer grip op complexe casuïstiek en het voorkomen van zwaardere zorg. De behoefte aan procesregie komt daarnaast voort uit de ontwikkelingen binnen het sociaal domein, de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek Jeugd en signalen vanuit de veiligheidsketen/regio. 10. In welke mate is er overlap tussen de ‘uitvoering van het accommodatiebeleid’ en de in het bestuursakkoord opgenomen uitwerking businesscase gemeentelijk sportbedrijf? Antwoord Er is inhoudelijke samenhang, maar geen volledige overlap.

De uitvoering van het accommodatiebeleid ziet breder op gemeentelijke accommodaties, het gebruik daarvan, spreiding, toegankelijkheid, multifunctioneel gebruik, beheer, onderhoud en maatschappelijke meerwaarde. Het gaat daarbij om de bredere beleidsmatige vraag welke accommodaties nodig zijn, voor wie, op welke plekken en onder welke voorwaarden. Hier is structurele capaciteit voor nodig. De businesscase voor een sport- en accommodatiebedrijf is specifieker. In het bestuursakkoord is hiervoor incidenteel €100.000 opgenomen. Deze businesscase onderzoekt of en op welke wijze beheer, exploitatie en organisatie van sport- en

accommodaties anders of effectiever kunnen worden ingericht, afgezet tegen de huidige situatie. De businesscase kan daarmee worden gezien als één van de mogelijke uitwerkingen binnen of naast het bredere accommodatiebeleid. Het accommodatiebeleid geeft vooral de inhoudelijke en beleidsmatige kaders; de businesscase onderzoekt de organisatorische, financiële en bedrijfsmatige uitvoeringsvariant. 11. Bij ‘uitvoering programma nieuwkomers’ wordt opgemerkt: “Binnen het programma wordt gewerkt met drie actietafels (één per pijler), waar gemeente en partners samenwerken aan concrete acties en structurele inbedding. Per actietafel is jaarlijks € 50.000 nodig voor activiteiten, netwerkversterking en borging van de aanpak.” Vraag: wie zijn de genoemde partners en wat is hun bijdrage aan de actietafels? En kunnen deze kosten niet worden gedekt uit de Specifieke Uitkering Inburgeringsvoorzieningen? Antwoord De partners vanuit het programma nieuwkomers zijn diverse professionele en vrijwillige organisaties en verbanden, zowel die zich specifiek op nieuwkomers richten als ook partners uit het brede (maatschappelijke) veld. Wij zoeken en/of voeren met hen de samenwerking om de doelen vanuit het Programma Nieuwkomers te realiseren op het gebied van functionele, normatieve en emotionele identificatie.

Hieronder is een overzicht opgenomen van de externe partners die we hebben uitgenodigd voor de netwerkbijeenkomst van Programma Nieuwkomers op 16 maart 2026. Vluchtelingenwerk A&M zorg Nidos Nidos COA Thuisgevers Woonkwartier GGD GGZ Werkplein Taalschool Tulp Sociaal werk en Surplus vrijwilligers Surplus Stichting De Waarden De Toren basisschool Stichting Barka ISK Curio Curio (werk) Regionaal werkcentrum (Regionaal verbinder statushouders)

Winpunt Politiek Bibliotheek TaalIdeaal Meer Moerdijk Juridisch loket Empatia De heilige Bartholomeuskerk De RK Immanuel parochie Hervormde kerk Ned gereformeerde kerk NoordhavenKerk Eritrese gemeenschap Protestante gemeenschap Diaconaal platform gem Moerdijk Status-go Woonkwartier, Stichting Poolse School Breda

Uiteraard breidt het partnernetwerk zich uit omdat de gemeente vanuit het programma nieuwkomers de rol heeft om een versterker en een verbinder te zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de contacten die de regiefunctionaris legt met werkgevers in de regio en met andere partners rondom werk en participatie. Of de verbinding die gelegd is tussen het diaconaal platform Moerdijk en het AZC Zevenbergen.

Met de partners werken wij samen op velerlei gebieden – denk aan huisvesting/ opvang, taal/ inburgering, maatschappelijke begeleiding, onderwijs, voorlichting en informatie, werk en participatie-activiteiten maar ook aan het versterken van netwerken rondom nieuwkomers. Naast de genoemde externe partners werken we vanuit Programma Nieuwkomers ook veel samen met interne collega’s op verschillende beleidsterreinen, en met landelijke partners en medeoverheden – denk aan de VNG, Provincie en diverse ministeries. Voorbeelden daarvan zijn de toezichtstaken op gebied van huisvesting en opvang, en afstemming en overleg over wet- en regelgeving. Denk hierbij aan de toepassing van de Spreidingswet, de ontwikkelingen rondom de status van Oekraïense ontheemden of de diverse regelingen rondom versnelling van huisvesting statushouders. De SPUK voor inburgeringsvoorzieningen is (uitsluitend) bedoeld voor de financiering van de wettelijke onderdelen van de inburgering van statushouders, en wordt hiertoe ingezet via het Werkplein Hart van West-Brabant. De inzet vanuit het Programma Nieuwkomers is breder, voor de vier doelgroepen nieuwkomers (arbeidsmigranten, statushouders, asielzoekers, Oekraïense ontheemden) kunnen de kosten dan ook niet vanuit deze SPUK worden bekostigd. 12. Bij ‘capaciteit medewerker recruitment’ wordt de huidige opzet van ‘werving’ geduid.

Wat zijn de resultaten van deze opzet tot nu toe? Antwoord Met onze inspanningen op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie en wervingsactiviteiten zien we dat de organisatie beter in staat is vacatures in te vullen. We monitoren dit met diverse data en per kwartaal worden hiervan rapportages gedeeld met de directie. Door in te spelen op de ontwikkelingen die we uit deze data halen, zijn we steeds wat beter in het invullen van vacatures die ontstaan. Hiermee krijgen we meer grip op onze capaciteit die noodzakelijk is voor de uitvoering van de ambities van de gemeente. 13. Bij ‘aanpassen klimaatverandering’ wordt aangegeven dat de installatie op een lagere bezettingsgraad is berekend. Waarom kiest het college voor het aanpassen van de installatie (en het laten stijgen van reiskostenvergoeding) in plaats van dat zij de afspraken rond thuis of op andere locaties binnen de gemeente te werken aanpast om binnen de bestaande installatiecapaciteit te blijven? Antwoord Dit is geen technische vraag, maar eerder een beleidsmatige of politieke vraag. Zoals in de kadernota is toegelicht geldt dat bij de verbouwing van het gemeentehuis is de klimaatinstallatie in de vergaderruimten ontworpen op basis van een bezettingsgraad van 75%. Daarnaast is destijds, om de kosten te beperken, besloten het aantal reguleringskleppen in het klimaatsysteem te verminderen.

In de praktijk worden de vergaderruimten in de meeste gevallen volledig benut, waardoor de CO₂-concentraties boven de wettelijke norm kunnen uitkomen. Dit leidt tot klachten zoals slaperigheid, verminderde concentratie en hoofdpijn. Ook bij een lagere kantoorbezetting blijven vergaderingen noodzakelijk en moeten vergaderruimten veilig en conform de normen kunnen worden gebruikt.

Met de voorgestelde aanpassing wordt de installatie in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik van de ruimten, zodat wordt voldaan aan de wettelijke eisen en een gezonde werkomgeving wordt geborgd. 14. In hoofdstuk 4 wordt o.a. de uitkering gemeentefonds opgenomen. Wat verklaart het grote verschil tussen 2029 en 2030? Nu blijkt dat een besluit tot aanpassing van de methodiek van de verdeling gemeentefonds 2 jaar wordt uitgesteld: welke effecten heeft dat voor de opgenomen cijfers? Antwoord Het verschil tussen 2029 en 2030 komt vooral doordat in deze kadernota voor het eerst ook het jaar 2030 is toegevoegd aan de meerjarenbegroting. Het bedrag wat gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds groeit elk jaar mee met ontwikkelingen zoals bevolkingsgroei en het aantal inwoners, jongeren en ouderen. Omdat er meer inwoners en taken zijn, ontvangen gemeenten ook meer geld om die taken uit te kunnen voeren. De groei van het gemeentefonds tot en met 2029 was al opgenomen in de vastgestelde begroting 2026–2029 (raadsvergadering 6 november 2025). In deze kadernota is nu ook 2030 toegevoegd, waardoor de verdere groei van 2029 naar 2030 zichtbaar wordt. Het gaat dus niet om een extra of onverwachte verhoging, maar om een logische doorrekening van dezelfde ontwikkeling, die nu één jaar verder wordt doorgetrokken.

Het Rijk onderzoekt momenteel of de verdeling van het gemeentefonds over gemeenten moet worden herzien. Doordat een eventuele aanpassing grotendeels is doorgeschoven naar 2027, zullen de financiële gevolgen hiervan naar verwachting (vooralsnog) beperkt blijven. De uiteindelijke effecten zijn door het Rijk verwerkt in de onlangs verschenen meicirculaire 2026. Op dit moment wordt, niet alleen voor dit specifieke onderdeel maar voor het gehele gemeentefonds, doorgerekend wat dit betekent voor de cijfers die in de kadernota zijn opgenomen. U wordt hierover uiteraard zo spoedig mogelijk geïnformeerd. 15. In het investeringsoverzicht in hoofdstuk 4 is ‘kadervoorstel 5 Herstel beschoeiing en talud zuidelijke binnengracht Klundert aangeduid als PM post. Wanneer wordt dit voorstel geconcretiseerd met een projectplan, planning en financieringsvraag? Antwoord In het 1e kwartaal 2027 zal hiervoor een voorstel aan de raad aangeboden worden met een projectplan en financieringsvraag.

Met vriendelijke groet,

S. Elseman gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8da0a1a9-4918-47f8-a863-286ec05e8e06