CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen CDA meerjarenbegroting 2025-2028

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2025-20282.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen CDA De mevrouw A. Kavelaars

Kenmerk Vergadering Datum

1081956 Raadsvergadering 7 november 2024 29 oktober 2024

Onderwerp

Vragen meerjarenbegroting 2025-2028

Geachte mevrouw Kavelaars, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan. Vraag 1: Blz. 9: Onder de effectenindicatoren geeft u aan dat het moeilijk is om de effectiviteit van de eigen inzet op de klimaatdoelen te monitoren. Ook geeft u aan dat u zo concreet mogelijke meetbare doelen zal op stellen. Graag vernemen wij van u of er naast de geformuleerde effectenindicatoren een concreet plan van aanpak is geformuleerd hoe de metingen met betrekking tot het gemiddeld aardgasverbruik en het aantal woningen met zonnepanelen worden bepaald. Antwoord 1: Ten behoeve van de energie- en warmtetransitie is veel (openbare) date beschikbaar. Deze wordt ontsloten door bijvoorbeeld netbeheerders, maar ook vanuit VNG via de website Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving (vng.nl). Daar is een belangrijk deel van de effectindicatoren van afkomstig voor de energie- en warmtetransitie. Voor het aantal woningen met zonnepanelen wordt gebruik gemaakt van luchtfoto’s die eens per jaar voor gemeente Moerdijk worden gemaakt. Op aanvraag kunnen we daarop een telling laten uitvoeren. Vraag 2: Blz. 10: Het streven is om de wijkuitvoeringsplannen in de Windkernen A16 en Helwijk in 2025 in concept gereed te hebben.

Kunt u al concreet aangeven wanneer gestart wordt met de wijkuitvoeringsplannen voor de overige kernen in de gemeente? Antwoord 2: Dat is op dit moment nog niet bekend. We willen met de genoemde wijkuitvoeringsplannen ervaring opdoen over hoe we, samen met inwoners en stakeholders, tot een gedragen wijkuitvoeringsplan kunnen komen. Dit doen we vooruitlopend op het opstellen van het Warmteprogramma (als opvolger van de Transitievisie Warmte, verplicht onder de Omgevingswet). Volgend jaar starten we daarmee. In dit proces zal uiteindelijk de keuze gemaakt moeten worden op welke termijn we met de overige kernen starten. Vraag 3: Onder de nationale energie-infrastructuur ontwikkelingen wordt aangegeven dat de individuele projecten in hun eigen tempo gewoon doorlopen. Wat en welke projecten worden hiermee bedoeld?

Antwoord 3: De nationale projectprocedures die reeds door het Rijk in procedure zijn gebracht, te weten het nieuwe hoogspanningsstation POM 380-150-20kV, de hoogspanningsverbindingen Zuidwest 380kV Oost en 380kV Geertruidenberg – Krimpen aan den IJssel of Crayestein, de aanlandingen van wind op zee in project Nederwiek 3 en programma VAWOZ 2031-2040, de Delta Rhine Corridor en Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland. Een totaaloverzicht van alle nationale en regionale energieinfrastructuurontwikkelingen in onze gemeente vindt u op www.moerdijk.nl/energieprojecten. Vraag 4: Heeft de ontheffingsaanvraag SMP ook betrekking op de individuele plannen voor woningisolatie door de burgers van Moerdijk? Antwoord 4: Om tot een SMP te komen is de gehele bebouwde omgeving (het IHM uitgezonderd) onderzocht op het voorkomen van gebouw bewonende soorten (huismus, gierzwaluw en vleermuizen). Daarmee gaat deze ontheffing ook onze burgers helpen bij woningisolaties en kleine verbouwingen geen overtreding van de wet Natuurbescherming te maken. Op basis van het SMP is duidelijk in welke periode en met welke maatregelen de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Door de Landelijke aanpak Natuurvriendelijk Isoleren en website https://www.natuurvriendelijkisoleren.nl/ kan men hierin worden ontzorgd. Vraag 5: Blz.

11: Netwerkcongestie is een op dit moment veel voorkomend probleem op bedrijventerreinen en voor ondernemers. In hoeverre kan en wil de gemeente een rol spelen in het initiëren en realiseren van energyhubs op de bedrijven- en industrieterrein? Is de gemeente ook voornemens om op deze terreinen openbare laadstations voor auto’s te realiseren? Antwoord 5: Het realiseren van energyhubs is complex en vergt organisatiekracht en commitment van vooral de bedrijven op de bedrijventerreinen zelf. Zij moeten bereid zijn en de noodzaak zien om hier met elkaar aan te werken. Een (goed functionerend) parkmanagement is vaak cruciaal om tot een succesvolle energyhub in enige vorm te komen. Als gemeente faciliteren we dergelijke initiatieven graag. Dit staat ook in onze nieuwe bedrijventerreinenvisie. In de komende klimaatweek zullen we op 12 november een ondernemersbijeenkomst over dit onderwerp organiseren. Het Havenbedrijf is op haar eigen terrein bezig met een analyse bij een beperkt aantal bedrijven om te zien of een vorm van energyhub interessant is om te gaan organiseren. Vraag 6: Blz. 13: Water op straat is een veel voorkomend probleem in met name Fijnaart.

In hoeverre is het mogelijk om deze wateroverlast te beperken door bijvoorbeeld het verdiepen van vijvers, waterlopen en sloten dan wel het aanleggen van wadi’s? Kan bij herbestrating van parkeerplaatsen en/of straten het gebruik van waterdoorlaatbare bestrating overwogen worden? Antwoord 6: Water op straat hoort bij het nieuwe klimaat. Hoewel dit natuurlijk hinderlijk is, zien we dit niet als wateroverlast omdat het van tijdelijke aard is en we de ruimte van de straat nodig hebben als onderdeel van het regenwatersysteem en berging.

We spreken van wateroverlast wanneer water vanaf de straat gebouwen inloopt, risicovol is voor de volksgezondheid omdat afvalwater in grote mate vanuit de riolering de straat op loopt en het een belemmering vormt voor hulpdiensten en economische schade geeft doordat het water op straat hoofdwegen blokkert. Zie focusdocument GWP Dat gezegd hebbende, hebben we in vrijwel alle kernen een opgave in het stedelijk water die we met diverse dure maatregelen stap voor stap verbeteren en verfijnen zodat wateroverlast niet meer kan voorkomen. Het afkoppelen van het hemelwater, het aanleggen van bergingsgebieden, groen parkeren, enz zijn daarbij allemaal opties. Het aanleggen of verdiepen van vijvers, waterlopen en sloten helpt niet omdat we een peilgestuurde gemeente zijn. Een vijver of waterloop vult zich gelijk met (grond)water. Verdiepen geeft dus geen ruimte voor extra waterberging en dus geen oplossing. Vraag 7: In o.a. de gemeente Schouwen-Duiveland wordt bewoners de mogelijkheid geboden om hemelwater te hergebruiken middels het subsidiëren van regentonnen. In hoeverre is dit initiatief ook in de gemeente Moerdijk uit te voeren? Antwoord 7: Hiervoor verwijzen we u graag naar Product Klimaatsubsidie | gemeente Moerdijk. Deze subsidie is sinds 2022 beschikbaar voor onze inwoners, bedrijven en VVE's. Vraag 8: Blz.

14: De gemeente heeft de SDG’s van de Verenigde Naties omarmd en zal in 2025 zoeken naar mogelijkheden om deze in de komende beleidsbegroting en bestuurlijke verantwoording te verweven. Kan omtrent dit voornemen meer duidelijkheid gegeven worden? Antwoord 8: De Sustainable Development Goals (SDG’s), zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. In 2015 hebben alle 193 landen die lid zijn van de Verenigde Naties (VN) de doelen aangenomen. De doelen zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. SDG-Nederland is het netwerk van iedereen die in ons land aan de doelen wil bijdragen. Wij werken als gemeente Moerdijk elke dag aan deze 17 doelen en willen dit graag zichtbaarder maken. Voorbeelden zijn: - Samenwerking met de Klimaatburgemeesters (SDG 17: partnerschap om doelstellingen te bereiken.) - Sportakkoord (SDG 3: goede gezondheid en welzijn) - Aanleg natuur en ecologische verbindingszones (SDG 14: leven in water & SDG 15: leven op het land) Op dit moment betekent dit voornemen geen koerswijziging voor de gemeente Moerdijk. Wel wil de gemeente aansluiten bij een kennisnetwerk vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten: SDGNederland. Zie ook: Home - SDG Nederland Vraag 9: Blz. 16: De gemeente ziet zichzelf geconfronteerd met enorme bergen afval en het scheidingsgedrag moet sterk worden verbeterd.

De CDA fractie stelt voor dat de gemeente meer aandacht gaat geven aan het hergebruik van materialen.

Door middel van gerichte voorlichting zouden de inwoners meer gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld website als ‘de weeggeefhoek’ op Facebook, waardoor overbodige spullen om niet aangeboden kunnen worden aan andere bewoners. Wij vragen ons af of dit initiatief in samenspraak met de stads- en dorpstafels verder uitgewerkt kan worden. Antwoord 9: We richten onze acties nu met name op de grootste fractie in het restafval die er niet in thuis hoort: Groente Fruit en Tuinafval (GFT). Hiervoor is een publiekscampagne ontwikkeld die zich niet alleen op communicatie richt, maar mensen ook helpt met scheiden, door te voorzien in een gft-bakje voor op het aanrecht. Die campagne wordt goed ontvangen en we hopen hiervan de scheidingsresulaten te kunnen zien. Naast actieve communicatie, is op de gemeentelijke website ook informatie over wat te doen met spullen die nog goed zijn en een tweede leven verdienen. Deze kunnen bijvoorbeeld opgehaald worden door Stichting De Kringloper of zelfstandig naar een kringloopwinkel worden gebracht. Ook verwijzen we naar het Repair Café waar spullen gerepareerd kunnen worden. Tijdens de Week Zonder Afval (mei 2024) hebben we als gemeente aandacht gevraagd voor hergebruik van materialen en diverse acties benoemd en ondersteund. We zijn blij met initiatieven op dit gebied vanuit inwoners en ondersteunen dit waar mogelijk.

Ten slotte is het ook mogelijk om herbruikbare spullen in te leveren in de speciaal hiervoor bestemde container op de milieustraat. Het college wil vooralsnog de ingezette campagne op gft voorzetten omdat hiermee de grootste ‘oneigenlijke’ fractie wordt aangepakt. Vraag 10: Blz. 24: Flexwonen U geeft hier aan dat te verwachten dat er voor 2025 woningen worden gerealiseerd die gebaseerd zijn op een ander concept dan traditionele bouw. Wanneer verwacht u dan wel deze flexwoningen zoals ook benoemd in de motie FLEXWONEN die is aangenomen in de raadsvergadering van 9 november 2023 te gaan realiseren ? Antwoord 10: In de raadsinformatiebrief 'Versnelde woningbouw' (d.d. 2 juli 2024)is reeds aangegeven dat we verwachten in 2026 woningen te realiseren gebaseerd op andere concepten dan traditionele woningbouw. Dat beeld is (vooralsnog) niet veranderd. Vraag 11: Blz. 28 Voorbereiding afschalen N285 U geeft hieraan dat de voorbereidingen starten in het 3 e kwartaal van 2027. Waarom start u dan pas op die datum ? Antwoord 11: Op dat moment is de noordelijke randweg Zevenbergen operationeel is (3e kwartaal 2027) en wordt aansluitend dus gestart met de afschaling van de N285. De voorbereidingen op de afschaling zijn reeds gestart door het uitvoeren van een variantenstudie. Vraag 12: Blz.

29 Nieuwe ontwikkelingen U geeft hier aan dat er een nieuw baggerplan nodig is en bij de risico’s op pagina 30 noemt u dat deze baggerwerken een grote claim gaan leggen op onze begroting. a. Wat verwacht u aan extra kosten voor deze werkzaamheden ? b. Is er ook al een eventuele locatie in beeld waar de baggerspecie kan worden opgeslagen ?

Antwoord 12: In het huidige Baggerbeheerplan is aangegeven dat de eerste twee jaar na vaststelling gewerkt wordt aan het inhalen van achterstallige werkzaamheden en dat vervolgens overgegaan wordt tot structureel baggeren. Echter zijn de werkzaamheden die vanuit het huidige baggerplan zijn opgestart in de eerste twee jaar, meerdere jaren vertraagd uitgevoerd waardoor de aanwas van bagger in de overige watergangen is toegenomen, daarnaast zijn een aantal watergangen, met name de vestingwatergangen en onze in eigen beheer zijnde watergangen niet in beeld gebracht in het huidige beheerplan. Na meting is gebleken dat hier een aanzienlijke laag baggerspecie aanwezig is, meer dan regulier is te verwachten. Gezien de eerste metingen, zonder een totale berekening gemaakt te hebben is een verwachting van enkele tonnen niet onrealistisch. Naar wijze van afzet is nog geen verder onderzoek gedaan en zal worden meegenomen. Vraag 13: Blz. 34 Het is opgevallen dat de start (realisatiefase) van de scholenontwikkeling in Klundert is uitgesteld van 2023/2024 naar Q1 2026. Deze vertraging leidt tot een overschrijding van de geplande realisatie van minimaal 9 maanden. Waarom is dit project nog niet gestart en wordt het uitgesteld naar Q1 2026? Antwoord 13: 1. De wijze waarop de planning is vermeld geeft waarschijnlijk verwarring.

Momenteel wordt er gewerkt aan deel A van de initiatief fase: het locatie onderzoek. De verwachting is dat we deze fase in Q1 2025 afronden. Waarna gestart wordt met deel B van de initiatieffase: haalbaarheidsfase, deze zal naar verwachting afgrond zijn in Q1 2026. De initiatieffase heeft vertraging opgelopen door de vele wisselingen van de wacht binnen Stichting de Waarden en het afstemmen van de gemeenschappelijke visie. De bestuurder en de 2 schooldirecteuren zijn vertrokken, nu is de bezetting weer compleet. Ook binnen de gemeente waren er wisselingen van projectteamleden. Planning: 1. Initiatieffase: Q1 2026 2. Ontwerpfase: Q2 2026 - Q1 2028 3. Uitvoeringfase: Q2 2028 - Q3 2029 4. Evaluatiefase: Q4 2029 Vraag 14: Blz. 34 Hoewel het project vertraging heeft opgelopen bij de start, is het positief dat de uiteindelijke doorlooptijd korter is geworden. Het CDA is benieuwd naar de specifieke strategieën die zijn ingezet om deze versnelling te realiseren. Daarnaast willen we graag weten welke maatregelen er worden genomen om te garanderen dat deze kortere doorlooptijd ook daadwerkelijk wordt gehaald met behoudt van zorgvuldigheid en kwaliteit van het project. Antwoord 14: De totale doorlooptijd is niet verkort (zie vraag 13). Omdat in deel A van de initiatief fase al veel zaken uitgezocht worden is de verwachting dat deel B korter kan duren dan in het startdocument is vermeld.

Ten opzichte van het startdocument is de planning 1 jaar doorgeschoven.

Vraag 15: Blz. 40 e.v.: De mogelijkheden voor ondernemers met kleine bedrijven om door te groeien 1. hun eigen kern is zeer beperkt. Hierdoor wijken zij, min of meer met tegenzin, uit naar andere locaties binnen of buiten de gemeentegrenzen. In hoeverre is aan deze wensen van bedoelde ondernemers tegemoet te komen door het ontwikkelen van kleinschalige bedrijventerrein in de kleinere kernen? Antwoord 15: Dit is niet zozeer een technische vraag maar een politieke vraag (beleidsmatige vraag). Nog dit jaar zal de visie Lokale Bedrijventerreinen aan uw raad worden aangeboden. Die visie zal ingaan op dit vraagstuk. Vraag 16: Blz. 113: De lokale heffingen, leges en marktgelden vertonen procentueel een forse stijging. Hoe hebben jullie daar de reactie van de marktkooplieden in meegenomen? Antwoord 16: De raming van de opbrengsten is niet alleen afhankelijk van het in de Kadernota 2025-2028 afgesproken inflatiepercentage van 3,2%. Ook autonome ontwikkelingen (bijv. nieuwbouw/ verbouw/ objecten in aanbouw) zorgen voor meer opbrengst. Ook is voor de Leges omgevingsvergunningen als gevolg van nieuwbouw op het bedrijventerrein LPM een hogere opbrengst geraamd. Op dit ogenblik wordt geïnventariseerd of de huidige gehanteerde grondslagen in de verordening Marktgelden aangepast moeten worden. Vraag 17: De rioolheffing voor het Havenbedrijf wordt gehandhaafd op basis van het huidige tarief.

In de toelichting op blz. 120 wordt aangegeven dat deze heffing wordt geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3,2%. Deze indexering is niet meegenomen in het overzicht. Berust dit op een fout? Antwoord 17: Ook de tarieven van de rioolheffing voor het Havenbedrijf zijn conform het in de Kadernota 2025-2028 afgesproken inflatiepercentage van 3,2% geïndexeerd. Abusievelijk is dit echter niet in de betreffende tabel aangepast. Vraag 18: Blz. 225: De financiële positie van de gemeente Moerdijk staat vanaf 2026 onder druk. De gemeente beschikt volgens de geprognosticeerde balansen thans over ruime (bestemmings)reserves. Een specificatie van deze reserves troffen wij niet aan in de stukken. In hoeverre is deze specificatie aan te leveren en zijn deze, naar verwachting, voldoende om de toekomstige uitgaven te bekostigen? Antwoord 18: In onderstaande tabel treft u een specificatie van de algemene- en bestemmingsreserve en het (verwachte) verloop vanaf de jaarrekening 2023 t/m de begroting 2028.

Jaarrekening 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

30.394

32.184

32.164

32.164

32.164

32.164

Investeringen bruto methode

8.942

0

0

0

0

0

Investeringen maatschappelijk nut

21.649

0

0

0

0

0

Afschrijvingslasten investeringen

0

30.054

29.324

28.445

27.267

26.089

Algemene reserve Bestemmings reserve Dek k ings- en bestedingsfunctie

Investeringen meerjarige uitgaven incidenteel

1.837

1.891

1.891

1.891

1.891

1.891

Totaal

32.428

31.945

31.215

30.336

29.158

27.980

Huisvesting onderwijs

978

1.301

1.599

1.970

2.254

2.580

Kapitaal lasten OVL

899

0

0

0

0

0

1.877

1.301

1.599

1.970

2.254

2.580

Bovenwijks voorzieningen grondexploitatie Strategische verwerving onroerend goed Gemeentegaranties

1.140 5.260 14

1.284 7.260 0

1.920 7.260 0

2.102 7.260 0

2.402 7.260 0

2.522 7.260 0

Ruimtelijke ontwikkeling

4.001

4.028

4.147

4.170

4.320

4.342

Sociaal domein

1.066

240

83

0

0

0

Geluidsanering HSL-Zuid

808

808

808

808

808

808

Geluidsaneringsmaatregelen

268

268

268

268

268

268

Grondexploitatie

366

366

366

366

366

366

Nieuwkomers

4.999

7.679

10.547

13.600

16.659

19.714

Egalisatiereserves

Totaal Overige bestemmingsreserves

Vitale centra

1.000

2.000

3.000

4.000

4.000

4.000

Totaal

18.922

23.933

28.399

32.573

36.083

39.280

Totaal bestemmingsreserves

53.227

57.179

61.212

64.879

67.495

69.840

De algemene reserve bestaat uit componenten waaraan de raad (nog) geen bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers en vormt een belangrijk deel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Een bestemmingsreserve is weliswaar een vastgelegde toekomstige aanwending, maar geen financiële verplichting. De bestemming kan door de raad worden gewijzigd. Vanuit dit oogpunt is dan ook niet eenduidig aan te geven in hoeverre de reserves naar verwachting voldoende zijn om de toekomstige uitgaven te bekostigen. Dit is namelijk vooral afhankelijk van de uiteindelijke uitgaven die de raad daadwerkelijk uit deze reserves wil gaan bekostigen. Aan iedere euro die aan een reserve wordt toegevoegd of onttrokken dient een raadsbesluit ten grondslag te liggen, wat o.a. door de accountant ook wordt gecontroleerd.

Met vriendelijke groet, de gemeentesecretaris,

drs. M.E. de Groot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=34c7c2fd-07f5-4e30-b9c1-e35d62d1f3f1