Beantwoording actiepunt APV D66
Tekst van het document
AANBIEDINGSBRIEF Zaaknummer
: 328855
BI-nummer
: AC BM211125-01
Aan de leden van de gemeenteraad, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van het volgende actiepunt aan. Vergadering Vraagsteller Datum
: 16 december 2021 : D66 : 9 december 2021
Naar aanleiding van de commissiebehandeling van het voorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn de volgende vragen gesteld: 1. D66 merkt op dat distels wel in de APV genoemd worden en de Japanse Duizendknoop niet. Wat is hiervan de reden? 2. Verder noemt D66 dat de burgemeester onder artikel 1.25 een bijzondere bevoegdheid heeft om cameratoezicht in te stellen. Wat zijn de effecten hiervan? Wordt er veel gebruik gemaakt van deze bevoegdheid en is deze proportioneel? Heeft de burgemeester een verantwoordingplicht hierover aan de raad? En als dat niet zo is, is het dan in het kader van de beeldvorming en actieve informatieplicht mogelijk dit wel te doen om zo te spiegel/mee te denken? Antwoord: 1.
Voor de bestrijding van de akkerdistel is in het verleden een landelijk verordening van toepassing geweest. Deze is komen te vervallen, echter wordt opgemerkt dat de akkerdistel nog steeds een probleem kan vormen voor onze agrariërs. Om de aanwezigheid van deze plant te beheersen, zijn doelmatige methoden aanwezig. Dit heeft ons er in het verleden toe doen besluiten hiervoor een artikel in de APV op te nemen omdat een dergelijke vermelding in de APV uitvoerbaar is en een middel is om de plant beheersbaar te houden. De Japanse duizendknoop is een zeer invasieve plant waar op het moment geen doelmatige bestrijdingsmethode voor is. Hier wordt landelijke veel onderzoek naar gedaan. De bestrijdingsmethoden / beheersmethoden die nu worden ingezet zijn daarnaast zeer kostbaar en nog niet bewezen doelmatig. Een vermelding in de APV voor deze soort is daarmee niet realistisch uitvoerbaar. Waar we als gemeente de mogelijkheid hebben, wordt nu gehandeld in de geest van het beheersen van de plant en te voorkomen dat verspreiding plaats vindt. Dit houdt soms ook in dat er niets gedaan wordt zoals bijvoorbeeld langs een watergang omdat de kans op verspreiding daar te hoog is, waardoor het probleem ( aanwezigheid van de plant) nog groter wordt.
2.
Het is niet helemaal duidelijk wat bedoeld wordt met artikel 1.25. Er is wel een bevoegdheid voor de burgemeester om te besluiten tot plaatsing van camera’s ten behoeve van het toezicht op openbare plaatsen. Deze bevoegdheid is opgenomen in artikel 2:77 van de APV en vindt zijn grondslag in artikel 151c Gemeentewet. Op grond van artikel 151c Gemeentewet kan de raad aan de burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen tot het uitvoeren van cameratoezicht. Artikel 151c Gemeentewet stelt een aantal strenge eisen aan het instellen van cameratoezicht. Cameratoezicht moet noodzakelijk zijn gelet op de aard en ernst van de problematiek en er mag geen minder vergaande bevoegdheid zijn die de problemen effectief kan oplossen (de toets van proportionaliteit en subsidiariteit).
1
In het besluit moet aangegeven worden voor welk gebied het cameratoezicht geldt en voor welke duur. Dit wordt bepaald in overleg met de officier van justitie. Zodra het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor het handhaven van de openbare orde wordt het besluit ingetrokken. De aanwezigheid van camera’s moet op een duidelijke wijze kenbaar worden gemaakt in het betreffende gebied. Het aanwijzingsbesluit van de burgemeester is een besluit dat gepubliceerd moet worden en waartegen belanghebbenden bezwaar en beroep kunnen aantekenen. Gezien het feit dat een besluit tot cameratoezicht dus niet eenvoudig te nemen is, wordt het ook niet veelvuldig toegepast. Tot op heden wordt cameratoezicht toegepast bij de carpoolplaats van station Lage Zwaluwe. Hier is in 2017 een aanwijzingsbesluit voor genomen door de burgemeester en dit besluit is verlengd in 2020. Verder is in 2020 voor de duur van 3 maanden in Zevenbergen een openbare orde camera geplaatst en na afloop van de periode verwijderd. De camera’s op beide plaatsen zijn met een aanwijzingsbesluit geplaatst en na instemming van de lokale driehoek. De inzet van camera’s op beide plaatsen is effectief gebleken, de rust is wedergekeerd en het veiligheidsgevoel is verbeterd.
De camera’s bij station Lage Zwaluwe zullen opnieuw heroverwogen worden wanneer er meer duidelijkheid is over de ontwikkelingen rondom het stationsgebied Artikel 151c Gemeentewet voorziet niet in een verantwoordingsplicht aan de raad over de inzet van cameratoezicht. Er is natuurlijke wel de algemene verantwoordings- en informatieplicht van de burgemeester aan de raad op basis van artikel 180 Gemeentewet. De gemeenteraad heeft in 2016 expliciet besloten tot het instellen van cameratoezicht bij station Lage Zwaluwe en is dan ook uitvoerig betrokken geweest bij dit proces. De plaatsing van de openbare orde camera voor korte duur in Zevenbergen is niet expliciet besproken. Afhankelijk van de situatie waarbij camera’s worden ingezet zal de raad in de toekomst schriftelijk dan wel mondeling (via het Presidium) worden geïnformeerd. Voor de goede orde wordt nog opgemerkt dat het bovenstaande geldt voor camera’s die ingezet worden ter handhaving van de openbare orde. Uiteraard kunnen camera’s ook ingezet worden om b.v. panden te beveiligen. Deze camera’s mogen echter niet gericht zijn op de openbare weg maar enkel op het te beveiligen pand.
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Moerdijk d.d. 15 december 2021 de gemeentesecretaris
ir. J.C. Slagboom
2