Artikel Volkskracht over sterke toename aantal ambulanceritten
Tekst van het document
Aantal ambulanceritten ‘absurd’ sterk toegenomen, sluitende verklaring ontbreekt
Het aantal keren dat een ambulance moest uitrukken is in het eerste kwartaal van dit jaar ‘absurd’ sterk toegenomen. De stijging verschilt per regio, maar loopt van 10 tot 18 procent. Dat zegt Han Noten, voorzitter van Ambulancezorg Nederland. In totaal reed ongeveer 400 duizend keer een ambulance naar een patiënt, veel meer dan de verwachting van zo’n 350 duizend keer. ‘Met uitzondering van het coronajaar 2020, toen veel ambulance-inzet wegviel, groeit het aantal ritten al langere tijd met zo’n 2 procent per jaar, een stijging die op zich ook al fors is’, zegt Noten. ‘Maar nu hoor ik over regio’s met een stijging van 18 procent. Dat is extreem.’ Waar de stijging vandaan komt, is niet duidelijk, zegt Noten. ‘Ik weet het gewoon echt niet. Ik vind het ingewikkeld om te speculeren, juist in de zorg moet je dat niet doen. Voor je het weet verzanden we in te eenvoudige oplossingen, en verplaatsen we het probleem naar de huisartsen of de spoedeisende hulp. We zullen dit in samenhang moeten uitzoeken.’ Tot wel twee uur in de wacht Feit is dat ook de druk op de huisartsenposten, voor spoed-huisartsenzorg in de avond-, nacht- en weekenduren, enorm is toegenomen. Bellers staan niet zelden tot wel twee uur in de wacht voordat ze met hun klacht terechtkunnen.
In april zei Mark Kramer, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, nog in de Volkskrant dat er een ‘direct risico’ was dat een huisartsenpost in Amsterdam zou moeten sluiten. Een noodgreep die nog nooit is voorgekomen. ‘Als dat gebeurt breekt de keten. Dan loopt het daarna ook bij de spoedeisende hulp over de schoenen en heb je een groot probleem’, zei Kramer.
‘Maar ik weet niet’, zegt Noten, ‘hoeveel mensen naar 112 gaan bellen omdat ze een half uur in de wacht zitten bij de huisartsenpost. Die cijfers heb ik niet.’ David Baden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp Artsen, herkent de trend van almaar toenemende drukte. ‘Al loopt die groei op de spoedeisende hulp niet in de dubbele cijfers.’ Eigenlijk, zegt hij, is het sinds de druk toenam door de coronapandemie niet meer rustig geworden, en is de instroom van patiënten op een constant hoger niveau dan voor de pandemie. ‘Maar of dat komt doordat er door het personeelstekort minder ruimte is bij de huisartsen en in de ouderenzorg, of doordat mensen daadwerkelijk vaker ziek zijn, of doordat ze gewoon eerder hulp vragen, is niet te zeggen.’ Kanarie in de kolenmijn Noten wil geen paniek zaaien, zegt hij. Anders dan in vele andere zorgsectoren is het personeelstekort in de ambulancezorg nog handelbaar. ‘Wij kunnen in zo’n voorjaar best een tandje bijzetten, maar dit moet niet nog een kwartaal gebeuren. Dan weet ik het gewoon niet. Dit is een signaal dat je niet kunt negeren.’ Daarbij geldt dat de ambulancezorg zichzelf ziet als de ‘kanarie in de kolenmijn’, als de waarschuwing voor dreigend gevaar. ‘De spoedvragen komen voor een belangrijk deel bij ons binnen. Wij zijn het overstromingsgebied als de andere zorgsectoren het niet meer aankunnen.
Maar nu weet ik dus niet waar de overstromingen vandaan komen.’ Bron: Volkskrant.