Analyse en prognose coronagevolgen AB
Tekst van het document
Analyse en prognose corona gevolgen
1
Samenvatting en conclusie
Bestandsontwikkeling Pw-Ioaw-Ioaz-Bbz In de Kaderbrief 2021 en de op 6 juli 2020 door het AB vastgestelde begroting 2021 heeft het Werkplein al aangegeven dat zij in de jaren 2021 tot en met 2024 rekening houdt met een stijging van het aantal bijstandsontvangers met 10% (=2,5% p/jr). Oorzaak; uitbreiding van de nieuwe Pw-doelgroep (=mensen met arbeidsbeperking (voormalige Wajong en afsluiting Wsw) en schoolverlaters uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en met mbo-entreeonderwijs). Naast deze ontwikkeling gaat de coronacrisis en de hieruit voortvloeiende economische ontwikkeling ook doorwerken in de omvang van het uitkeringsbestand. Naarmate de coronacrisis langer duurt en mogelijk in de toekomst weer verergert (z.g. tweede golf), worden die negatieve effecten groter. Omdat de instroomredenen in de bijstand (Pw) veel breder zijn dan alleen de groep mensen die werkloos worden (zie cirkelgrafiek pag. 12), werkt een krimpende economie trager en ook minder heftig door dan bij de Werkloosheidswet. Op basis van de nu bekende informatie (=oplopende werkloosheid sinds april 2020 en tijdelijke staatssteun aan ondernemers die binnenkort afloopt) dient bij gelijkblijvend beleid rekening te worden gehouden met een forse bestandstoename. Afhankelijk met welke methodiek de bestandstoename wordt geprognosticeerd, krijg je verschillende uitkomsten.
Geopteerd wordt voor de methodiek van de historische bestandsontwikkeling van de D-6 gemeenten vanaf 2008 (=vorige grote crisis). Op basis van die methodiek wordt ingeschat dat er vanaf 1 januari 2020 rekening moet worden gehouden met een bestandstoename van: 7,5% in 2020; 10% in 2021; 10% in 2022 en 5% in 2023 (=totaal ruim 30% in 4 jaar tijd). Deze prognose komt overigens vrijwel overeen met het ‘matig herstel scenario’ van Berenschot. Werk en re-integratie Naast het feit dat de instroomredenen in de Pw heel divers zijn, geldt dat eveneens voor de uitstroom (zie paragraaf 4.2 pag. 15). Kijkend naar de diverse uitstroomredenen, dan zijn de beïnvloedingsmogelijkheden van het Werkplein eigenlijk beperkt tot ‘arbeid in dienstbetrekking’ en ‘aanvang studie’. In een recente publicatie over de ‘Effecten van corona op het terrein van werk en inkomen’ stelt Berenschot dat het effect van dienstverlening op de werkloosheidscijfers tijdens een recessie niet overschat moet worden omdat de vraag naar arbeid in die periode ook lager is. Bovendien zijn in een zwakke arbeidsmarkt de verdringingseffecten sterker. Het zijn juist de mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie die daar dan de dupe van worden. Volgens Berenschot kan effectieve dienstverlening wel bijdragen aan het onderhoud aan menselijk kapitaal en kan zo het 2
vergroten van de afstand tot de arbeidsmarkt van kwetsbare groepen worden beperkt. De maatregelen die het Werkplein op re-integratievlak nog wil treffen voor 2020 worden beschreven in de 2e Bestuursrapportage. Over de te treffen maatregelen voor de langere termijn wil het Werkplein graag met de gemeenten in gesprek tijdens het overleg over de hernieuwde opdracht voor het Werkplein en het Werkplan 2021. Armoede, minima en schuldhulpverlening Momenteel stijgt het beroep op deze regelingen nog niet. Als deze crisis echter langer aanhoudt en/of verergert dan is de verwachting dat op termijn meer huishoudens van een lager inkomen moeten rondkomen. Daardoor zal het beroep op de gemeentelijke minimaregelingen ook stijgen. Omdat de regelingen: bijzondere bijstand en maatschappelijke participatie merendeels worden benut door huishoudens met een uitkering: Pw-Ioaw-Ioaz, zal bij een stijging van die uitkeringen ook het gebruik van vooral die twee minimaregelingen ook toenemen, maar minder sterk dan bij de Pw. Circa een derde deel van de jaaruitgaven bijzondere bijstand betreft kosten van bewindvoering. Als door de crisis meer huishoudens problematische schulden krijgen en vanuit schuldhulpverlening onder bewind worden gesteld, moet derhalve ook rekening worden gehouden met een stijging van de uitgaven bijzondere bijstand.
Financiële prognose Een stijgend uitkeringsbestand leidt onherroepelijk tot hogere uitkeringslasten en uitvoeringskosten. De in deze analyse beschreven scenario’s (incl. voorgestelde scenario Werkplein) zijn voor wat de te verwachten uitkeringskosten betreft, zowel Werkplein-breed als per gemeente, financieel doorgerekend (zie bijlagen pagina 20 en 21). Verder moeten gemeenten en Werkplein afwachten of, en in welke mate, die te verwachten hogere kosten door het Rijk gecompenseerd gaan worden via een ophoging van het BUIG-budget. Als de Rijksvergoeding wordt verhoogd dan dempt dit natuurlijk de schadelast voor de gemeenten.
3
Aanleiding Als gevolg van de wereldwijde uitbraak van COVID-19 ziet de bestandsontwikkeling bij het Werkplein er de komende jaren heel anders uit dan waar we begin dit jaar rekening mee hielden. Om hier voor de komende jaren 1.duiding aan te kunnen geven komen we in dit document met een eerste analyse en prognose voor de komende jaren. Deze prognose is uiterst onzeker en afhankelijk van de verder ontwikkelingen rondom het coronavirus.
Inleiding Het afgelopen half jaar is de wereld enorm veranderd. In december 2019 kwamen de eerste coronaberichten uit China. Nu 7 maanden later zijn de gevolgen wereldwijd, maar ook in Europa en Nederland enorm. De afgelopen maanden heeft het Werkplein keihard gewerkt om alle hulpvragen van ondernemers en inwoners zo efficiënt en doelmatig mogelijk te behandelen. Ook nu nog zijn het onzekere tijden en niemand kan op dit moment voorspellen wat de gevolgen voor 2020 en de komende jaren gaan zijn. Maar dat de effecten van deze crisis nog geruime tijd na zullen ijlen is wel duidelijk. Gemeenten en Werkplein moeten daardoor rekening houden met een forse toename van het aantal uitkeringsaanvragen. Opbouw De Corona pandemie heeft wereldwijd grote gevolgen. In deze notitie staan we uitgebreid stil bij de consequenties van deze gevolgen voor het Werkplein. Dit geldt voor alle programma’s binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning, Werk en Participatie en Bedrijfsvoering). De gevolgen zijn zowel financieel als inhoudelijk voelbaar en zullen de komende jaren doorwerken. In hoofdstuk 2 staan we stil bij de dienstverlening van het Werkplein in deze bijzondere tijden. Hier besteden we eveneens aandacht aan de uitvoering van de rijksondersteuningsregeling Tozo. In hoofdstuk 3 kijken we naar de historische en de huidige ontwikkelingen van het uitkeringenbestand.
In hoofdstuk 4 werken we een scenario uit voor de ontwikkeling van het bestand de komende jaren. Vervolgens kijken we naar de mogelijke gevolgen die de coronacrisis heeft op de ontwikkeling van schulden en armoede. En tot slot volgt in hoofdstuk 6 de financiële doorrekening waarbij een financiële prognose wordt gegeven. Samenhang met 2e bestuursrapportage 2020 De sturingsmogelijkheden en te maken keuzes op re-integratiegebied staan niet in deze analyse maar in de 2e Bestuursrapportage 2020. Hoogachtend, Namens het bestuur van het Werkplein, M. Does
Directeur Marko Does 4
Het Werkplein in coronatijden
Inleiding De gevolgen die de coronapandemie met zich mee bracht heeft de afgelopen maanden een grote impact op het Werkplein gehad. Dit geldt voor alle facetten van een bedrijf als het Werkplein. Zowel op het terrein van de dienstverlening, de bedrijfsvoering maar zeker ook op de persoonlijke levenssfeer van de medewerkers. 2.1 Dienstverlening op afstand Het Werkplein werd half maart geconfronteerd met de effecten van het coronavirus. Rekening houdend met de richtlijnen van het Rijk en RIVM is er in korte tijd alles aan gedaan om de dienstverlening zoveel mogelijk (op afstand) door te laten lopen. In het belang van onze inwoners is er alles aan gedaan om de vitale processen – waaronder het tijdig en goed betalen van de uitkeringen – goed te laten verlopen. Om de gezondheid van onze inwoners en medewerkers te waarborgen werd er noodgedwongen zoveel mogelijk op afstand gewerkt. Om toch in contact te blijven met onze inwoners is de telefonische bereikbaarheid vanaf half maart opgeschaald. Vanaf dat moment was het Werkplein de gehele werkdag telefonisch bereikbaar voor: klantvragen, vragen over de Tozo-regeling, het aanvragen van een uitkering en andere vormen van inkomensondersteuning. Dit droeg bij aan een goede bereikbaarheid voor zowel bestaande klanten als andere inwoners die onze hulp nodig hadden. Er werd actief contact gehouden met de meest kwetsbare inwoners.
Tijdens de piek van de coronacrisis hadden die contacten vooral een sociaal oogmerk. De medewerkers van het Werkplein hebben er alles aan gedaan om de dienstverlening op welke manier dan ook voort te zetten. Denk hierbij aan: • De inwoners die via Werkplein Actief aan de slag zijn bij lokale organisaties zaten de afgelopen maanden veelal gedwongen thuis. Deze doelgroep heeft vaak behoefte aan structuur en vastigheid die er nu niet is. De medewerkers van Werkplein Actief bleven en blijven in contact met de inwoners en bieden hulp waar nodig. • Inwoners uit de B doelgroep krijgen ondersteuning van de klantmanager hoe zij zelfstandig stappen kunnen zetten richting werk. De klantmanager ondersteunt op de achtergrond. • Er worden geen groepstrainingen meer verzorgd. Inwoners krijgen één op één telefonische coaching van de trainers. Daarnaast kunnen ze gebruikmaken van filmpjes met uitleg en tips over hoe om te gaan met de huidige situatie. 5
• •
Doordat we een klantmanager statushouders hebben die de Arabische taal spreekt, hebben we met een deel van deze groep inwoners telefonisch contact kunnen houden. Warme contacten met werkgevers voor en tijdens de lockdown hebben na de versoepelingen meteen weer tot plaatsingen bij werkgevers geleid.
De medewerkers van het Werkplein hebben afgelopen maanden bewezen dat op creatieve manieren de dienstverlening op een aangepast niveau toch door heeft kunnen gaan. De trainers hebben hier bijvoorbeeld in ondersteund bij de veranderde manier van (telefonische) gespreksvoering. Daarnaast hebben de medewerkers van het Werkplein een grote mate van flexibiliteit laten zien. Doordat het Werkplein de uitvoeringsorganisatie voor de tijdelijke ondersteuningsmaatregel Tozo is zijn heel wat medewerkers tijdelijk geswitcht naar andere werkzaamheden. Dit heeft tot gevolg dat sommige werkzaamheden vanwege inzet op de Tozo-regeling tijdelijk (gedeeltelijk) stil zijn komen te liggen. 2.2 Ondersteuningsmaatregelen vanuit het Rijk (Tozo) Tozo-1 en Tozo-2 Medio maart heeft het Rijk een heel pakket aan maatregelen afgekondigd om bedrijven en ondernemers financieel te ondersteunen vanwege de toen afgekondigde lockdown. Eén van die maatregelen was de Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 1). Hiermee konden ondernemers met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020 ondersteuning vragen in de vorm van een uitkering voor levensonderhoud (LO) en/of bedrijfskrediet (BK). De regeling is intussen verlengd tot en met september 2020 (=Tozo 2). Onderstaand schema geeft het aantal ontvangen Tozo-aanvragen voor levensonderhoud (incl. de branches) weer tot 22 juli 2020.
TOZO 1 TOZO 2 Totaal Aantal klanten Totaal Percentage Rijlabels Aantal klanten Percentage Aantal klanten Percentage Administratief 22 0,74% 7 1,13% 29 0,81% Ambacht 95 3,21% 11 1,77% 106 2,96% Bouw 242 8,18% 72 11,61% 314 8,77% Cultuur 141 4,76% 42 6,77% 183 5,11% Detailhandel 237 8,01% 41 6,61% 278 7,77% Dienstverlening 585 19,76% 100 16,13% 685 19,13% Groothandel 66 2,23% 19 3,06% 85 2,37% Horeca 323 10,91% 102 16,45% 425 11,87% ICT 47 1,59% 12 1,94% 59 1,65% Import / export 8 0,27% 1 0,16% 9 0,25% Internet 10 0,34% 3 0,48% 13 0,36% Kinderopvang 4 0,14% 0,00% 4 0,11% leeg 0,00% 5 0,81% 5 0,14% Markt 15 0,51% 5 0,81% 20 0,56% Onderwijs 56 1,89% 10 1,61% 66 1,84% Overig 743 25,10% 138 22,26% 881 24,61% Taxi / vervoer 62 2,09% 28 4,52% 90 2,51% Verzorgend beroep/(para) medisch 304 10,27% 24 3,87% 328 9,16% Eindtotaal 2960 100,00% 620 100,00% 3580 100,00%
Bron: Werkplein. Noot: branche indeling is grofmazig en niet exact. Niet exact omdat uitgegaan is van wat de ondernemers zelf op hun aanvraagformulieren hebben ingevuld. Voorbeeld: sommige kappers hebben als branche: dienstverlenend ingevuld en anderen: ambachtelijk. De risicobranches van enige omvang zijn geel gearceerd weergegeven. Aantal Tozo-2-aanvragen is tot 4-8-2020 nog licht gestegen naar 636.
Aangenomen mag worden dat met name de ondernemers die (ook) een beroep op Tozo 2 doen het nog steeds heel moeilijk hebben en dat die groep een hoog risico op noodgedwongen bedrijfs6
beëindiging loopt als de Tozo-ondersteuning stopt. Alhoewel het natuurlijk lastig blijft om nu te voorspellen hoeveel ondernemers daardoor op termijn bijstand moeten aanvragen, is het niet ondenkbeeldig dat dit de helft daarvan betreft (=circa 300). Tozo-3 Eind augustus 2020 heeft het kabinet laten weten (zie kamerbrief d.d. 28 augustus 2020, ‘steun -en herstelpakket’) dat de Tozo-regeling per 1 oktober 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021. In de Tozo 3 wordt een beperkte vermogenstoets in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd. Deze toets komt in aanvulling op de toetsen die in de Tozo 2 bestaan. Daarnaast start per 1 januari 2021 start een volgende fase binnen de Tozo. In deze fase ondersteunt het kabinet zelfstandig ondernemers waar nodig om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Het Werkplein zal samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning van de ondernemer nodig is. In deze kamerbrief kondigt het kabinet eveneens een ‘aanvullende sociaal pakket’ aan. Met dit herstelpakket worden werkgevers en werkenden ondersteund om in te spelen op de economische situatie en wordt gemeenten, uitvoeringsorganisaties, sociale partners en scholen de ruimte geboden om hen perspectief te bieden.
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de inzet gericht op kwetsbare groepen, zoals mensen in de banenafspraak, die het risico lopen om op te grote afstand van de arbeidsmarkt te komen te staan. 2.3 Terug naar het ‘nieuwe normaal’ Iedereen krijgt te maken met ‘het nieuwe normaal’ en ook het Werkplein ontkomt hier niet aan. Momenteel worden we minder geconfronteerd met de directe en ernstige gevolgen van het virus op het gebied van gezondheid, maar we moeten wel rekening houden met beperkingen op de langere termijn. De afgelopen weken is er hard gewerkt om de dienstverlening zo veilig mogelijk weer voorzichtig en in beperkte mate op te starten. Omdat het virus nog steeds rondwaart werken nog steeds zoveel mogelijk van onze medewerkers vanuit huis. De mogelijkheden om weer naar kantoor te komen zijn iets uitgebreid. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal medewerkers dat maximaal gebruik kan maken van de locaties in relatie tot looproutes, afstand houden en inwoners die binnen lopen. Hierdoor is het aantal werkplekken verminderd. Om besmettingen te voorkomen wordt er extra schoongemaakt en zijn er voor medewerkers extra schoonmaakmiddelen beschikbaar. De dienstverlening aan onze inwoners staat voorop dus deze medewerkers krijgen voorrang bij werken vanuit de fysieke locaties.
2020 zal in het teken staan van het voorzichtig uitbreiden van de fysieke dienstverlening aan onze inwoners.
7
Analyse ontwikkeling uitkeringsvolume
Inleiding Alle eerdere begrotingen, doorrekeningen en aannames met betrekking tot bestandsontwikkeling zijn inmiddels achterhaald. De wereldwijde lockdowns van de afgelopen maanden hebben een enorme impact. De gevolgen die dat op de bestandsontwikkeling bij het Werkplein heeft zijn erg onzeker. Het is wel duidelijk dat er de komende jaren rekening moet worden gehouden met een bestandsstijging. In de volgende paragrafen staan we stil bij verschillende scenario’s die een prognose geven voor de komende jaren. Het is uiterst onzeker hoe de bestandsontwikkeling er uiteindelijk daadwerkelijk uit zal zien. Dit is van zoveel (nu nog) onzekere factoren afhankelijk. Uiteindelijk kiezen we voor een prognose waarvan we nu, bij de kennis en inzichten van augustus 2020, inschatten dat deze het meest realistisch is. Maar met alle onzekerheden van de huidige tijd kan het over een paar maanden (of zelfs weken) zomaar anders zijn. De huidige crisis kenmerkt zich door de grote onzekerheid waar we mee te maken hebben. Een verschil met voorgaande crisissen is dat er bij de coronacrisis door het Rijk maatregelen zijn getroffen die wij in de (recente) geschiedenis niet eerder hebben gezien. Die maatregelen, waaronder de ondersteuning van bedrijven en zelfstandigen, hebben een remmende werking op de toename van het uitkeringsbestand.
Afhankelijk van de duur en omvang van die maatregelen, zal het remmende effect groter of kleiner zijn. Aan de hand van externe informatie (ramingen Centraal Planbureau (CPB) / Berenschot) en de historische bestandsontwikkeling (zowel landelijk als lokaal) maken we een inschatting van de ontwikkelingen voor 2020 en de komende jaren. Hierbij kijken we ook naar de historische en huidige ontwikkeling van het aantal WW-uitkeringen (op basis van gegevens van het UWV als uitkeringsinstantie voor WW). Dit kan een indicatie geven voor de bijstandsontwikkeling. 3.1 Historische ontwikkelingen uitkeringsbestand WW en Bijstand Landelijk Onderstaande grafiek geeft landelijk op persoonsniveau weer hoe vanaf 1998 de ontwikkeling van: Wajong – WW – IOW – Bijstand (tot AOW) – Ioaw – Ioaz is geweest.
8
Landelijke ontwikkeling aantal personen met: Wajong - WW IOW - Bijstand (tot AOW) - Ioaw - Ioaz vanaf 1998 x 1.000 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
Wajong-uitkeringen
WW-uitkeringen Niet seizoen gecorrigeerd
IOW-uitkeringen
Bijstandsuitkeringen tot AOW-leeftijd
IOAW-uitkeringen
IOAZ-uitkeringen
Bron: CBS-StatLine juli 2020: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37789ksz/table?ts=1593593819939 Berekende procentuele stijging t.o.v. 2008 in jaar: 2009 2010 2011 2012 2013 2014: 0,9% 11,3% 18,2% 20,5% 30,1% 39,0% Noot: stijging in 1e vier jaar na aanvang van de crisis 2008 bedroeg cumulatief 20,5% en na 6 jaar: 39,0%. Hoogste bijstandsniveau tot AOW-leeftijd: 1998: 415.700 - laagste niveau: 2008: 267.000 - verschil hoogste en laagste niveau: 148.700. 2e Piek in 2017: 398.000 – daarop volgend laagste niveau: febr. 2020: 350.000 - verschil hoogste en laagste niveau: 48.000.
In de grafiek is goed te zien dat het verloop van de WW veel grilliger is dan het bijstandsverloop. Sterke stijgingen en dalingen van de WW werken pas een jaar later fors door in de bijstand. Dit komt doordat mensen die hun baan verliezen meestal eerst recht op WW hebben. Vervolgens heeft lang niet iedereen waarvan de WW-uitkering eindigt recht op een bijstandsuitkering. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van inkomen van een partner of vermogen. Daarnaast stromen mensen vanuit een WWuitkering (kortere afstand tot de arbeidsmarkt) bij economisch herstel vaak vanzelf weer door naar een baan. Tijdens de vorige grote recessie van 2008 ontstond de echte piek in de werkloosheid (WW) pas rond 2011. Toen de recessie in 2008 begon was er nog sprake van grote krapte op de arbeidsmarkt. Bedrijven probeerden daardoor personeel zo lang mogelijk in dienst te houden. Dat kon ook omdat ze een goede solvabiliteit hadden. Een vergelijkbare dynamiek kan ook nu ontstaan. Ook begin 2020 was er sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Regionaal Regio’s en gemeenten verschillen onderling. Deze diversiteit geeft vaak ook een afwijking van het landelijke beeld. Zie hieronder in de grafiek de historische ontwikkeling op het niveau van de Werkpleingemeenten. Hierin is een vergelijking te zien tussen WW en Bijstand.
9
Ontwikkeling aantal personen met: WW - Wajong en Bijstand (tot Aow) in Werkplein-regio
W.W.-uitkering
Bijstandspersonen tot de AOW-leeftijd
Bijstandsdossiers tot de AOW-leeftijd
Wajong-uitkering
2019 december
2019 juli*
2019 januari*
2018 juli*
2018 januari*
2017 juli*
2017 januari*
2016 juli*
2016 januari*
2015 juli*
2015 januari*
2014 juli*
2014 januari*
2013 juli*
2013 januari*
2012 juli
2012 januari
2011 juli
2010 juli
2011 januari
2010 januari
2009 juli
2009 januari
2008 juli
2007 juli
2008 januari
2007 januari
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0
Bron: CBS-StatLine juli 2020: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80794ned/table?ts=1593602530688 Berekende procentuele stijging t.o.v. 2008 in jaar: 2009 2010 2011 2012 2013 2014: -3,4% 13,6% 26,1% 29,1% 41,0% 56,4% Noot: stijging in 1e vier jaar na aanvang van de crisis 2008 bedroeg cumulatief 29,1% en na 6 jaar: 56,4%. Laagste bijstandsniveau: dec. 2008: 2.220 - hoogste bijstandsniveau: maart 2017: 4.620 (=verschil: 2.410 in tijdsbestek van 9 jaar). Gemiddeld bedroeg de stijging van het aantal bijstandspersonen 270 per jaar (=9,5%). Opmerking: gemeentelijke gegevens CBS gaan terug tot 1 jan 2007 (=12 jaar); lijn Bijstandsdossiers tot AOW geeft ontwikkeling aantal personen in D-6 gemeenten weer waarbij er tussen die gemeenten natuurlijk wel verschillen bestaan. De oranjelijn geeft de ontwikkeling aantal bijstandsdossiers weer en ligt getalsmatig 440 tot 780 lager omdat echtparen/samenwonenden dan als één uitkeringsdossier geteld worden.
Ook hier valt het grillige verloop van WW-uitkeringen op ten opzichte van de bijstandsontwikkeling. 3.2 Recente ontwikkeling uitkeringenbestand WW en Bijstand In de vorige paragraaf werd al duidelijk dat het aantal WW-uitkeringen een indicatie kan zijn voor een stijging van het bijstandsbestand de komende jaren. Dat zal zeker ook een rol spelen in deze crisistijd. Alhoewel er in deze tijd nog meer onzekere factoren zijn. De verspreiding van het virus, de beschikbaarheid van een vaccin of bijvoorbeeld een eventuele toekomstige lockdown zijn allemaal van invloed op de gevolgen voor de arbeidsmarkt. Maar bijvoorbeeld ook de overheidsmaatregelen die ingezet worden om economische gevolgen zoveel mogelijk in te perken. Ontwikkeling WW regio Hart van West-Brabant 2019 en 2020 Ook in de Werkplein regio is het verloop van de WW veel grilliger dan het verloop van de bijstand. Het aantal lopende WW-uitkeringen is in de periode december 2019 (3.077) tot en met juni 2020 (4.122) gestegen met 1.045 (=34%). In de bijlage is een overzicht opgenomen van het aantal personen dat de komende maanden de maximale uitkeringsduur WW bereikt. En de ontwikkelingen van WW-omvang. Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen regio Hart van West-Brabant 2019 en 2020 De afgelopen jaren hebben we een dalend aantal bijstandsuitkeringen gezien. In 2020 is hier vanaf februari/maart een kentering in te zien.
In de periode van 1 januari 2020 tot en met juli 2020 is het uitkeringsbestand (Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz) van het Werkplein gestegen van 3.851 naar 4.050 uitkeringsdossiers (een toename van 199 uitkeringen, 5,1%). 10
Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen januari tot en met juli in de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 4300 4200 4100 4000 3900 3800 3700 3600 januari
februari
maart
2017
april 2018
mei 2019
juni
juli
2020
Aantal bijstandsuitkeringen (incl. Ioaw, Ioaz en Bbz) in de maanden januari tot en met juli over 2017 tot en met 2020
Als we kijken naar de ontwikkeling van het aantal ontvangen uitkeringsaanvragen (Pw-Ioaw-Ioaz-Bbz) in het eerste helft van de jaren: 2017 – 2018 – 2019 – 2020, dan geeft dit het volgende beeld.
Totaal aantal uitkeringsaanvragen: Pw-Ioaw-Ioaz-Bbz in de 1e helft jaren: 2017 - 2018 - 2019 - 2020 180 150 120 90 60 Januari
Februari 1e helft 2017
Maart 1e helft 2018
April
Mei 1e helft 2019
Juni
Juli
1e helft 2020
Opvallend is dat het aantal aanvragen in maart 2020 ongeveer gelijk is aan de piek in het jaar 2017. In april 2020 schiet de grafiek door naar een punt dat we de afgelopen 4 jaar niet eerder hebben gezien. Verder valt op dat in de afgelopen 4 jaren het aantal aanvragen in de maand juni steeds daalt naar een ongeveer gelijk niveau om vervolgens in juli weer te stijgen. Daarbij is de stijging in juli 2020 wel hoger dan in de voorgaande 3 jaren. Omdat ook het aantal WW-aanvragen vanaf mei 2020 stabiliseert mag de conclusie worden getrokken dat dit een relatie heeft met de afbouw van de lockdown en het weer actief worden van een aantal bedrijven.
11
Verder is het voor de bestandsontwikkeling van belang dat de instroom in de bijstand veel breder is dan alleen de groep mensen die werkloos is geworden. Daarom zijn in onderstaande grafiek de instroomredenen voor de Participatiewet in 2019 weergegeven.
Redenen instroom Pw 2019 bij Werkplein
Zonder inkomen
Einde Uitkering werkeloosheid
Zelfstandig beroep of bedrijf
Verhuizing
Andere oorzaak
Met inkomen
Statushouder
Beeindiging huwelijk/relatie
Beeindiging studie
Detentie
Oorzaak bij partner
Administratieve reden
12
Prognose ontwikkeling uitkeringsvolume
Inleiding In de Kaderbrief 2021 en de op 6 juli 2020 door het AB vastgestelde Begroting 2021 heeft het Werkplein aangegeven in de jaren 2021 tot en met 2024 rekening te houden met een stijging van het aantal bijstandsontvangers met 10% (=2,5% per jaar). Dit komt onder andere door een uitbreiding van de doelgroep bij de invoering van de Participatiewet. Het gaat hierbij om mensen met een arbeidsbeperking (voormalige Wajong en afsluiting Wsw) die via het Werkplein naar een garantiebaan of beschut werk bemiddeld worden. Deze stijging van 2,5% is na afstemming in het bestuur uiteindelijk alleen voor het jaar 2021 toegepast vanwege de onzekerheid over deze ontwikkeling en de mate van compensatie via rijksvergoeding Buig. Naast deze ontwikkeling zal de coronacrisis en de hieruit voortvloeiende economische ontwikkelingen ook doorwerken in de omvang van het uitkeringsbestand. Naarmate de coronacrisis langer duurt en mogelijk in de toekomst weer verergert (z.g. tweede golf), worden die negatieve effecten groter. Omdat de instroomredenen in de bijstand (Participatiewet) veel breder zijn dan alleen de groep mensen die werkloos worden (zie vorig hoofdstuk), werkt een krimpende economie trager en ook minder heftig door dan bij de Werkloosheidswet.
Op basis van de nu bekende informatie (=oplopende werkloosheid sinds april 2020 en tijdelijke staatssteun aan ondernemers die binnenkort afloopt) houden we rekening met een forse bestandstoename. In de volgende paragrafen gaan we verder in op de methodiek die we gebruiken voor de prognose. 4.1 Prognose bestandsontwikkeling Werkplein Hart van West-Brabant De geschiedenis leert ons dat zowel de economische ontwikkeling als de ontwikkeling van de uitkeringsbestanden van met name de WW en de Participatiewet zich in golfbewegingen voltrekken. Er zijn verschillende methodieken te gebruiken om tot een prognose voor de berekening van de bestandsontwikkeling voor de komende jaren te komen. In de volgende sub paragrafen laten we de (bijgestelde) prognose van Berenschot zien op basis van de juni-ramingen van het CPB. En vervolgens een prognose op basis van de historische bestandsontwikkeling in de Werkpleinregio. Op basis van deze verschillende methoden maken we een keuze waarop de financiële doorrekeningen gebaseerd zullen zijn.
13
Prognose bestandsontwikkeling op basis van doorrekening Berenschot (CPB) In de “Handreiking effecten corona op het terrein van werk en inkomen” stelt Berenschot dat een goede impactanalyse van de coronacrisis begint met een inschatting van het toekomstige bijstandsvolume. Dat is immers in belangrijke mate bepalend voor de te maken keuzes over de toekomstige inzet van instrumenten, budgetten en personeel. Berenschot heeft op basis van scenario’s van het Centraal Planbureau (CPB) een eerste prognose gemaakt van het bijstandsvolume na corona en verwacht dat deze crisis een fors effect zal hebben op de ontwikkeling van het bijstandsvolume. Voor de Werkpleinregio komt het bijstandsvolume in alle vier de Berenschotscenario’s zelfs boven de langjarige piek van 2016 uit.
Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen Werkplein 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 CEP 2020
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2600 2800 3080 3290 3540 3800 3650 3460 3460 3460 3473 3497
Basisraming / matig herstel
3460 3598 4037 4377
Volledig herstel scenario
3460 3573 3851 3988
Zwak herstel scenario
3460 3681 4435 5077
Tweede golf scenario
3460 3628 4392 5225
Bron: Berenschot – Berekening bijstand aantallen i.v.m. scenario’s Corona (per gemeente).
Volgens het prognosemodel van Berenschot (op basis van ramingen CPB) bedraagt de procentuele bestandsstijging ten opzichte van 1 januari 2020: Berekende procentuele stijging t.o.v. 1 jan. 2020 in:
2020
2021
2022
Bij scenario - volledig herstel Bij scenario - basisraming / matig herstel Bij scenario - zwak herstel Bij scenario - tweede golf
3,3% 4,0%
11,3% 16,7%
15,3% 26,5%
6,4% 4,9%
28,2% 26,9%
46,7% 51,0%
Prognose bestandsontwikkeling op basis van doorrekening historische bijstandsontwikkeling In hoofdstuk 3 hebben we zowel landelijk als regionaal uitgebreid stilgestaan bij de historische ontwikkelingen van het uitkeringenbestand van de WW en Bijstand in de jaren na de bankencrisis in 2008. Natuurlijk verschilt de bankencrisis op een aantal onderdelen van de huidige coronacrisis. De doorwerking van de coronacrisis naar vooral de WW en de Participatiewet zal nu geen exact gelijke 14
tred houden met de bestandsontwikkeling na de bankencrisis in 2008 maar geeft wel een goed inzicht hoe het verloop van de bestandsstijging in die crisisjaren juist in onze regio is verlopen. Als de landelijke historische bijstandsontwikkeling (periode: aanvang bankencrisis in 2008 tot en met 2013; totaal 5 jaar) als basis voor de prognose vanaf 2020 wordt genomen, dan komt de berekende procentuele bestandsstijging uit op: 2020 0,9%
2021 11,3%
2022 18,2%
2023 20,5%
2024 30,1%
2025 39,0%
Prognose landelijke bijstandsontwikkeling 2020 t/m 2025 op basis van landelijke historische gegevens 2008 t/m 2013 (zie pag. 9)
Bij dit model is de totale stijging in de drie jaar na aanvang van de crisis cumulatief 30,4% en na 5 jaar 81,4% bedragen. Keuze voor prognose aan de hand van historische ontwikkelingen We kiezen voor de methodiek van de historische bestandsontwikkeling van de Werkplein-gemeenten vanaf 2008 (=vorige grote crisis). Door deze regionale vergelijking te maken zijn de demografische en lokale omstandigheden (bijvoorbeeld aantal en type bedrijven, werkgelegenheid en dergelijke) meegenomen in het verloop van de cijfers. Tot en met juli 2020 bedroeg de bestandsstijging van het Werkplein 5,1%. Daarom wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2020 (=ijkpunt) uit te gaan van een bestandstoename van: 2020
2021
2022
2023
7,5%
10%
10%
5%
Prognose jaarlijkse bestandsstijging t/m 2023 (percentages steeds van bestand op 1 januari 2020)
Voor 2020 wijkt deze prognose af van het crisisjaar 2008. Dit is een bewuste keuze. Aangezien de lockdown van maart tot en met juni 2020 zo’n grote impact op de samenleving en het economisch verkeer heeft gehad lijkt deze stijging in 2020 realistisch. De keuze voor deze prognose betekent dat we uit gaan van een stijging van ruim 30% in vier jaar tijd. Deze prognose komt overigens vrijwel overeen met het “matig herstel scenario” van Berenschot. 4.2 Invloed bestandsontwikkeling Zowel de instroomredenen als uitstroomredenen in de Participatiewet zijn heel divers. Kijkend naar de diverse uitstroomredenen (denk hierbij aan relatie, studie, alimentatie, AOW, ander inkomen, werk, overlijden, verhuizen, ziektewet/arbeidsongeschiktheid, niet meer verschijnen, detentie), dan zijn de beïnvloedingsmogelijkheden van het Werkplein eigenlijk beperkt tot “arbeid in dienstbetrekking” en “aanvang studie”. In een recente publicatie over de “Effecten van corona op het terrein van werk en inkomen” stelt Berenschot dat het effect van dienstverlening op de werkloosheidscijfers tijdens een recessie niet overschat moet worden omdat de vraag naar arbeid in die periode ook lager is. Bovendien zijn in een zwakke arbeidsmarkt de verdringingseffecten sterker. Het zijn juist de mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie die daar dan de dupe van worden.
Volgens Berenschot kan effectieve dienstverlening wel bijdragen aan het onderhoud aan menselijk kapitaal en kan zo het vergroten van de afstand tot de arbeidsmarkt van kwetsbare groepen worden 15
beperkt. De maatregelen die het Werkplein op re-integratievlak neemt in 2020 worden beschreven in de 2e bestuursrapportage. Over de te treffen maatregelen voor de langere termijn is het Werkplein in gesprek met de gemeenten. Dit komt aan de orde in het traject richting actualisatie opdracht Werkplein en de uitwerking van het Werkprogramma 2021 voor het Werkplein.
Invloed op bestandsontwikkeling
16
Gevolgen coronacrisis voor armoede en schulden
Inkomensondersteuning Tot op heden leidt de coronacrisis nog niet tot een toename van het beroep op de gemeentelijke armoede -en minimaregelingen. Echter als deze crisis nog lang aanhoudt en/of verergert dan is de verwachting gerechtvaardigd dat op termijn meer huishoudens van een lager inkomen moeten rondkomen. De kans dat het beroep op de gemeentelijke minimaregelingen dan stijgt is logisch. Bij een grote recessie en toename van met name het Pw-bestand, moet rekening worden gehouden met vooral een toename van het beroep op bijzondere bijstand en de regeling maatschappelijke participatie. De reden daarvoor is dat bij die twee regelingen het merendeel van de klanten als inkomen een uitkering Pw-Ioaw-Ioaz heeft. Bij de bijzondere bijstand wordt nog opgemerkt dat circa 1/3e deel van het jaarbudget wordt besteed aan de kosten van bewindvoering. De kans is groot dat bij een recessie meer mensen in een problematische schuldsituatie terecht komen. Zowel het beroep op de gemeentelijke schuldhulpverlening als ook op de bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten zal daardoor naar verwachting gaan stijgen. In onderstaande grafiek is vanaf 2016 het gebruik van de minimaregelingen van het Werkplein weergegeven.
Overzicht gebruik minimaregelingen Werkplein 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2016
2017 bijz. bijstand
2018 minimabeleid
2019
1e half jaar 2020
CZV per 31 dec.
In 1e halfjaar 2020 is er een daling bij de bijzondere bijstand en het minimabeleid. Dit betreft een vertekend beeld omdat in het 2e halfjaar 2020 het aantal huishoudens/klanten wat een beroep op die regelingen doet natuurlijk nog stijgt.
17
Financiële prognose
Financiële doorrekening Een stijgend uitkeringsbestand leidt onherroepelijk tot hogere uitkeringslasten en uitvoeringskosten. De in paragraaf 4.1 van deze analyse beschreven scenario’s (incl. het voorgestelde Werkpleinscenario) zijn voor wat de te verwachten uitkeringskosten (Buig), zowel werkplein-breed als per gemeente, financieel doorgerekend. Bij het voorgestelde Werkplein-scenario stijgen de uitkeringskosten naar: jaar 2020: € 53.974.078 - jaar 2021: € 59.600.257 - jaar 2022: € 65.975177 - jaar 2023: € 71.027.293. Voor details: zie Bijlagen (pag. 20 en 21). Verder moeten gemeenten en Werkplein afwachten of, en in welke mate, de te verwachten hogere kosten door het Rijk gecompenseerd zullen gaan worden via een ophoging van het BUIG-budget. Als de Rijksvergoeding wordt verhoogt dan dempt dit natuurlijk de schadelast voor de gemeenten.
18
Bijlagen
Tabellen en grafieken behorend bij hoofdstuk 3
Ontwikkeling WW-rechten in indexcijfers (waarbij januari 2020 = 100) 130 125 120 115 110 105 100 95 90 85 80 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
2020 Nederland
Arbeidmarktregio West-Brabant
Gemeenten Hart van West-Brabant
Bron: UWV-Breda d.d. 4-8-2020
Overzicht aantal mensen die in 2020 de maximale uitkeringsduur WW bereiken
Bron: UWV-Breda d.d. 5-8-2020.
19
Tabellen en grafieken behorend bij hoofdstuk 6
Prognoses aantal uitkeringsdossiers en uitkeringskosten 5.900 5.700 5.500 5.300 5.100
Scenario Werkplein
4.900
Berenschot Zwak herstel
4.700
Berenschot Matig herstel
4.500
Berenschot Volledig herstel
4.300 4.100 3.900 2020
2021
2022
2023
Scenario Werkplein Dossiers
Stijgingspercentage Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
Totaal Groei va start 2020
2020 +7,5% 725 457 521 1.921 311 205 4.140 8%
2021 +10% 794 501 571 2.104 340 225 4.535 18%
2022 +9% 863 545 620 2.287 370 244 4.929 28%
2023 +4% 898 566 645 2.379 384 254 5.127 33%
Scenario Werkplein Euro's
Stijgingspercentage Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
Totaal
2020 2021 2022 2023 +7,5% +10% +9% +4% € 9.328.032 € 10.238.094 € 11.333.176 € 12.201.042 € 5.793.297 € 6.421.765 € 7.108.648 € 7.653.019 € 6.470.721 € 7.198.947 € 7.968.948 € 8.579.135 € 25.640.595 € 28.344.893 € 31.376.703 € 33.779.430 € 4.059.809 € 4.446.680 € 4.922.303 € 5.299.235 € 2.681.623 € 2.949.878 € 3.265.398 € 3.515.432 € 53.974.078 € 59.600.257 € 65.975.177 € 71.027.293
Noot: deze tekorten zijn ten opzichte van de gewijzigde begroting 2020. Opgemerkt wordt dat in deze tabellen alleen de stijging van de uitkeringslasten (Buig, exclusief Ioaz/Ioaw en BBZ)) vermeld staan. Bij een bestandstoename zullen ook de uitvoeringskosten hoger worden omdat het gebruik van de verschillende regelingen immers toeneemt.
20
Scena r i o B er enschot "M a ti g her stel " Dossiers
Stijgingspercentage Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
Totaal
2020 +4% 718 436 488 1.850 309 204 4.006 4%
2021 +12% 807 489 547 2.076 347 228 4.493 17%
2022 +8% 875 530 593 2.251 376 248 4.873 27%
2023
-
Scena r i o B er enschot "M a ti g her stel " Euro's
Stijgingspercentage Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
Totaal
2020 +4% € 9.336.459 € 5.632.886 € 6.205.112 € 25.130.808 € 4.073.245 € 2.697.999 € 53.076.508
2021 +12% € 10.284.538 € 6.205.085 € 6.832.508 € 27.673.079 € 4.484.917 € 2.967.731 € 58.447.857
2022 2023 +8% € 11.493.080 € 6.928.369 € 7.627.883 € 30.914.858 € 5.011.755 € 3.313.573 € 65.289.518 € -
Scena r i o B er enschot "Zwa k her stel " Dossiers
Stijgingspercentage Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
Totaal
2020 +6% 735 446 499 1.892 316 209 4.097 6%
2021 +20% 886 537 601 2.280 381 251 4.935 28%
2022 +14% 1.014 615 688 2.610 436 287 5.650 47%
2023
-
Scena r i o B er enschot "Zwa k her stel " Euro's
Stijgingspercentage Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
Totaal
2020 +6% € 9.458.080 € 5.705.423 € 6.283.392 € 25.442.891 € 4.121.185 € 2.731.615 € 53.742.586
2021 +20% € 10.964.323 € 6.610.511 € 7.280.332 € 29.489.932 € 4.777.000 € 3.166.890 € 62.288.989
2022 2023 +14% € 13.015.573 € 7.846.345 € 8.640.362 € 35.014.907 € 5.671.970 € 3.754.348 € 73.943.506 € -
Noot: - het z.g. “Tweede golf-scenario” van Berenschot is niet financieel doorgerekend omdat dit vrijwel gelijk loopt aan het “Zwak herstel-scenario”. - hierboven zijn alleen de stijgingen van de lasten weergegeven. In welke mate deze stijgingen gecompenseerd zullen door het Rijk in de Buig-vergoeding moet worden afgewacht. Mogelijk geeft de Septembercirculaire daarin wat meer duidelijkheid.
21