8. Verordening watertoeristenbelastingverordening Moerdijk 2023
Tekst van het document
gemee nte
Moerdijk
Verordening op de heffing en invordering van watertoeristen belasting 2023 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 8 december 2022;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 22 november 2O22;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet, BESLUIT
vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFINC EN INVORDERINC VAN WATERTOERISTENBELASTINC
2023
Anlkrl I lhflnltle¡ Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. vaartuig: eenvaartuigdatisbestemdofwordtgebezigdvoorvakantie-ofandererecreatieve doeleinden;
b. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;
c. ligplaats: een plaats in of aan het water die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het afmeren of ten anker leggen van een vaartuig; d. lengte: de lengte over alles; e. vaste ligplaats: ligplaats voor een vaartuig middels een abonnement toegewezen aan eenzelfde vaartuig.
Artikcl 2 lclrstbe¡r fcit Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente op vaartuigen in het watergebied van de gemeente, waarvoor in verband met de aanwezigheid aldaar een vergoeding in welke vorm dan ook wordt betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam 'watertoeristen belasting' een directe belasting geheven.
Artikel 3 lclestlngplleht I
. Belastingplichtig ¡s degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 bij, aan of op hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.
serneelr
oerdijk
2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
3. lndien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wuzen, wordt als belastingplichtige aangewezen de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.
Artlkcl 4 Vrfirtclllngcn De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf
a. Door degenen die verblijf houden aan boord van:
.
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van
gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;
. . .
kano's, roe¡- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt. b. Door degenen op vaartuigen die door ijsgang, storm of andere redenen van overmacht, worden belemmerd hun reis voort te zetten. c. Door degenen op historische vaartuigen met een bouwjaar voor 1965, die deelnemen aan als zodanig aangewezen evenementen, met een maximum van drie dagen per evenement. d. Door deelnemers aan mar¡tieme evenementen onder de voorwaarde dat zij aantoonbaar onderdeel uitmaken van en daardoor vormgeven aan het evenement.
Artlkcl 5 Mr¡t¡tef van hcffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
2
semeeTñ
oerdijk
Artlkcl 6 Forf¿italrc bcrckcnlngrwlfrc mrrtstef ven hcfflng
l. Voor vaste ligplaatsen wordt in añruijking van artikel 5 de maatstaf van heffing forfaitair vastgesteld. 2. ln añruijking van het bepaalde in lid I kan op een door de belastingpl¡chtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing voor vaste ligplaatsen worden vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen.
Anlkrl 7 lrlestlngterlcf l. Het tarief bedraagt per persoon, per overnacht¡ng
€ r,38
2. Het forfaitaire tarief als bedoeld in artikel 6 bedraagt per belastingjaar, per vaste ligplaats
€26,65
Artlkrl 8 lelestinEfeer Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artlkel 9 WJze van hefflng De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artlkcl I 0 Mlnlmum .rn¡l¡gbcdrrg Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.
Artlkcl t I Aangifte
l. Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door: a) het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b) het op elektronische wijze uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het tweede lid, letter b.
2. Het doen van aangifte geschiedt door: a) het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden; b) het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens.
Artlkcl l2 TrrmiJneR van bctellng 3
gemee nte
Moerdijk
I
. ln afiruijking van artikel g, eerste lid, van de lnvorderingswet I 990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2. lndien een bestuurlijke boete is opgelegd is het bedrag inzake een bestuurlijke boete invorderbaar uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
3. ln añruijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar waarover deze is vastgesteld worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen
steeds minimaal twee telt. De eerste termun vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termUnenwet is niet van toepass¡ng op de in de voorgaande lid gestelde termijnen.
Anlkcl I 3 Rrglrtretlcpllcht I
. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3 , eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blUkt
2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid l.
Artikcl t 4 Kwfl$chcldlng Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artlkcl I 5 Ovcrgeng¡rccht De'Verordening watertoer¡stenbelasting gemeente Moerdijk 2O22',vasrgesteld bij raadsbesluit van l6 december 202 lwordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat z¡ van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artlkcl I 6 lnwcrkingtred¡nE Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking
l. De datum van ingang van de heffing is I januari 2023. Artlkcl l7 Cltccnitcl De verordening wordt aangehaald als 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Moerdijk 2023' 4
semeelñ
Aldus vastgesteld in de
aa
oerd U k
nbare raadsvergadering van 8 december 2Q22.
nkel,
De voorzitter,
5