4d. Bijlage 01 Bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Roode Vaart te Zevenbergen
Verkennend bodemonderzoek Roode Vaart te Zevenbergen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM20375 : Definitief (versie 3) : 4 januari 2022
Opdrachtgever
: Accent adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven
Opgesteld door Paraaf
: BEd L. Koomen :
Gecontroleerd door Paraaf
: M. Vrolix, bc :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM20375
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................8
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................................................................... 16
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 17
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 18
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Midden- & West-Brabant ................................................................................................................ 18
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 18
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 19 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 19
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 19
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 20 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 20
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 20
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 22
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 24 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 24
5.2
Grond(meng)monsters .............................................................................................................................................................................. 24
5.3
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 28
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 28
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 30
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 6a 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport uitsplitsing grondmengmonster Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Bodeminformatie omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Pagina | 3 AM20375
1. INLEIDING In opdracht van Accent adviseurs heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Roode Vaart te Zevenbergen
Gemeente
: Moerdijk
Kadastrale registratie
: Zevenbergen, sectie K, nrs. 1052, 1046 (ged.), Zevenbergen sectie L nrs. 826, 4261, 4263, 5789, 5790, 5791, 6041, 6042, 5530 (ged.), 5792 (ged.) en 6162 (ged.)
Oppervlakte
: circa 3,1 ha
Huidig gebruik van de locatie : bedrijventerrein en braakliggend Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is de bouw van een woonwijk en een drietal bedrijven voorzien.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in november 2020 - januari 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM20375
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Moerdijk;
•
omgevingsdienst Midden- en West-Brabant;
•
het dinoloket;
•
het bodemloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt in de kom van Zevenbergen en wordt gesplitst in twee deellocaties door het kanaal de Roode Vaart. Kadastraal zijn de locaties bekend als gemeente Zevenbergen, sectie K, nrs. 1052, 1046 (ged.) en Zevenbergen, sectie L nrs. 826, 4261, 4263, 5789, 5790, 5791, 6041, 6042, 5530 (ged.), 5792 (ged.) en 6162 (ged.). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 100.377 / Y = 406.094. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op de luchtfoto (afbeelding 1) is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven. Deellocatie west is in rood aangegeven (ca. 1,9 ha) en deellocatie oost in geel (ca. 1,25 ha).
Pagina | 5 AM20375
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOK-viewer)
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de oostelijk gelegen deellocatie (geel omlijnd) voor het eerst omstreeks 1962 bebouwd is (groot gebouw). Op de kaart uit 1998 is zichtbaar dat deze bebouwing niet meer aanwezig is en sindsdien grotendeels onbebouwd is. Zuidelijk is nog een klein pand aanwezig tot ca. 2003. Verder is direct ten noorden nog een klein gebouw/woning aanwezig. De westelijke deellocatie (rood omlijnd) is omstreeks 1935 al bebouwd is (meekrapfabriek 1847-1867, latere suikerfabriek Phoenix). De kaarten uit 1962 en 1970 laten zien dat de bebouwing toeneemt op de westelijke deellocatie. In de jaren 1990 worden westelijk van het plangebied wegen en (woon)bebouwing aangelegd en buigt de Huizersdijk af naar de Kristallaan. Enkele panden zijn recenter gebouwd. De kaarten uit 1988, 1999 en 2011 laten zien dat de hoeveelheid industrie op de westelijke deellocatie afneemt. Omstreeks 2007 is er zuidelijk grondwerk zichtbaar plaatsgevonden heeft. De bestaande bebouwing westelijk dateert volgens BAG-viewer uit 1933 (nr. 3 noord) en 1950 (nr. 5 zuid).
Pagina | 6 AM20375
1935
1962
1970
1999
Pagina | 7 AM20375
2007
2011
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via de website van de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op september 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Moerdijk. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Op 5 oktober 2020 zijn diverse analoge bodemdossiers ingezien. Verder zijn enkele dossiers in november en december digitaal aangeleverd. De relevante bodeminformatie is hieronder samengevat. Voor de onderzoekslocaties zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
16-03-1987
Bouwvergunning voor plaatsen
Stelconplaten buitenverharding met kolken naar de
directiekeet
Roode Vaart, verder geen bijzonderheden
Bouwvergunning voor het verbouwen
Geen bijzonderheden
Huizersdijk 3 28422
Huizersdijk 5 30077
05-1987
van een pand 30077
06-1992
Bouwvergunning voor het uitbreiden
Opslag noordelijk op het perceel, verder geen
van een bedrijf voor opslag van
bijzonderheden
dierlijke vetten en beenderen Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Pagina | 8 AM20375
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn samengevat de in tabel 2.2 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Adres
Samenvatting
Huizersdijk 1, Verkennend
Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen eigendomstransactie.
bodemonderzoek, Rapport
Zintuigelijk zijn er bijmengingen met hout en puin aangetroffen.
Terron, mei 2002
De bovengrond is plaatselijk licht verhoogd met PAK De zintuigelijk verdachte ondergrond is licht verhoogd met koper, lood, zink, minerale olie en PAK. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. Er zijn geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen verkoop van het perceel.
Huizersdijk / Fabriekstraat
In opdracht van de Provincie Noord-Brabant heeft A&G Milieutechniek in de periode maart tot en met juli
VBO, NO en ontgraving
2002 een bodemsanering uitgevoerd ter plaatse van een voormalige teerput en de voormalige opstallen
M283272 641944 Arcadis
aan de Huizersdijk te Zevenbergen (gemeente Moerdijk). Het projectmanagement, directievoering en de
augustus 2002 Arcadis
milieukundige begeleiding is namens de Provincie Noord-Brabant door ARCADIS Ruimtelijke
Saneringsevaluatie 644952
Ontwikkeling verzorgd. Voorinformatie: In 1986 is het grootste deel van de locatie in opdracht van de Provincie Noord-Brabant gesaneerd. De boven- en ondergrond zijn destijds gesaneerd tot beneden de streefwaarden respectievelijk beneden de tussenwaarden. Na afloop van de grondsanering is een grondwatersanering opgestart. Deze grondwatersanering heeft tot medio 1995 gelopen en is tot oktober 2000 periodiek gemonitord middels een peilbuizennet rond de voormalige teerput. Onder de in 1986 bestaande gebouwen is tijdens de grondsanering een teerput aangetroffen die hoogstwaarschijnlijk afkomstig is van de voormalige gasfabriek aan de Kristallaan te Zevenbergen. De eindsituatie van deze grond- en grondwatersanering is weergegeven in een evaluatierapport van ARCADIS van juli 1995 met kenmerk 632/ZA95/B926/31720-3. In 1986 is besloten de teerput met een mogelijke restverontreiniging in de grond te saneren wanneer de, op de put, aanwezige gebouwen verwijderd zullen gaan worden. Dit moment is aangebroken middels een schrijven door de gemeente Moerdijk van 31 mei 2001 met onderwerp "Voortzetting project sanering Huizersdijk te Zevenbergen". In het evaluatierapport van de werkzaamheden, welke in 2002 zijn uitgevoerd, zijn tevens de resultaten van de grondwatermonitoring tot en met oktober 2000 opgenomen (als nulsituatie voorafgaand aan de grondsanering).
Voorafgaand aan de sanering zijn door ARCADIS Ruimtelijke Ontwikkeling diverse onderzoeken uitgevoerd welke hieronder zijn opgesomd: - nader onderzoek voormalige teerput Huizersdijk te Zevenbergen; 18 juli 2001, kenmerk 110501 /ZFl /4X3/200081 /006; - plan van aanpak sanering voormalige teerput Huizersdijk te Zevenbergen; 24 augustus 2001, kenmerk 110501/ZFl/5M9/200081/004; - saneringsonderzoek sanering voormalige teerput Huizersdijk te Zevenbergen; 30 augustus 2001 met kenmerk 110501/ZF1/5S4/200081/004; - plan van aanpak IBC-i- variant voormalige teerput Huizersdijk te Zevenbergen; 8 oktober 2001 met kenmerk 110501/ZF1/6L8/200081/004. Provincie Noord-Brabant heeft naar aanleiding van de uitgewerkte IBC+ variant besloten een leeflaagsanering tot 1,5 m-mv. ter plaatse toe te passen. Naar aanleiding van de analyseresultaten van de sanering ter plaatse van de voormalige teerput is in maart 2002 door ARCADIS een aanvullend nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de gesloopte opstallen. De resultaten van dit onderzoek zijn in het rapport van 9 april 2002 met kenmerk 110501/ZF2/1T2/200081/008 weergegeven. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is de sanering begin juli 2002 voortgezet. Dit werk is in twee fasen uitgevoerd. Pagina | 9
AM20375
Adres
Samenvatting Sanering fase 1 is op 3,4, 5 en 8 juli 2002 uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten fasel is in overleg met u op 11 en 12 juli verder gesaneerd (fase 2). Na ontgraving is op 1,5 m-mv een signaallaag in de vorm van grind aangebracht met een dikte van ca. 10 cm. Deze laag vormt een fysieke barrière tussen de leeflaag en de onderliggende (verontreinigde) grond. Bij toekomstige graafwerkzaamheden in de leeflaag heeft deze grindlaag een signaleringsfunctie. Deze signaallaag waarschuwt dat eventuele verontreiniging nog dieper aanwezig is. Dit aanvulzand is voorzien van een analysecertificaat conform het Bouwstoffenbesluit.
Uit het evaluatierapport van de in 1986 uitgevoerde grondsanering en de aansluitend uitgevoerde grondwatersanering kan geconcludeerd worden dat de gesaneerde locaties destijds naar behoren zijn gesaneerd. Uit de in de periode van 1994 tot 2000 uitgevoerde grondwatermonitoring blijken geen sterke verhogingen/veranderingen aan PAK te worden gemeten waardoor de situatie in het grondwater als een stabiele eindsituatie wordt beschouwd. De in 2002 uitgevoerde sanering voldoet aan de saneringsdoelstelling; het verwijderen van de boven de bodemgebruikswaarde I aanwezige grond uit de bovenste 1,5 meter beneden maaiveld. De resterende verhogingen in de wandmonsters zijn niet te relateren aan de voormalige gasfabriekactiviteiten ter plaatse. De gemeten verhogingen in zowel de wandmonsters als de bodemmonsters worden als incidentele verhogingen beschouwd en vormen milieutechnisch gezien geen bezwaren voor het toekomstig gebruik van de locatie als woningbouw met tuinen. Wel dient het advies zoals beschreven in het hoofdstuk 3.8 "nazorg" in acht te worden genomen door de projectontwikkelaar en de toekomstige gebruikers. Hieronder is tevens de saneringslocatie van de teerput opgenomen.
Nazorg Deze sanering verdient nazorg in de vorm van informatievoorziening naar toekomstige bewoners op de heringerichte locatie ten aanzien van aanwezigheid van verontreinigd bodemmateriaal beneden de leeflaag en signaallaag. De percelen met de aanwezige restverontreiniging en de restanten van de voormalige teerput krijgen een kadastrale aantekening. Tevens adviseren wij in de koopaktes van de toekomstige percelen en opstallen op te nemen dat ontgraving van bodemmateriaal beneden de leeflaag niet is toegestaan en dat de dikte van de leeflaag gehandhaafd dient te blijven. In het bouwplan van projectontwikkelaar Zeeman Vastgoed is een rioleringssysteem ontworpen dat onder de aanwezige signaallaag geconstrueerd wordt.
Op dit moment bestaan er voor de aannemer geen beperkingen de riolering te realiseren indien rekening wordt gehouden met de volgende voorwaarden: - toepassen van een eventuele bronnering en lozing van bronneringswater wordt gemeld bij bevoegd gezag en gemeente Moerdijk; - ontgraven grond boven signaallaag wordt apart in depot geplaatst; - grond beneden de signaallaag wordt voor aanvang van de ontgraving milieukundig onderzocht; - voor aanvang van de ontgraving of indien de grond elders wordt toegepast, wordt een melding conform de Wet Bodembescherming verricht bij het bevoegd gezag; - rioolsysteem wordt aangelegd en de bouwput wordt tot de sinaallaag aangevuld met schoon aanvulzand; - de signaallaag wordt hersteld; - ontgraven grond afkomstig van boven de signaallaag wordt teruggebracht op de signaallaag.
Pagina | 10 AM20375
Adres
Samenvatting
Huizersdijk 5a, Verkennend
Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen eigendomsoverdracht. Inpandig is een betonvloer
bodemonderzoek, Rapport
aanwezig. Het buitenterrein is grotendeels verhard met asfalt en beton en in gebruik als opslagplaats
Wematech B.V., maart 1999
voor containers met slachtafval. Aan de oostzijde van het pand is een bovengrondse tank in lekbak aanwezig. Ten oosten ligt de Roode Vaart. Hieronder is tevens een afbeelding van de onderzoekslocatie opgenomen.
Zintuigelijk is er plaatselijk een zwakke tot sterke olie- en veengeur waargenomen. Locatie A: Olie-opslag/bovengrondse tank: Grondmonster B10: sterk verhoogd gehalte minerale olie. Grondwater licht verhoogd met chroom, EOX, matig verhoogd met minerale olie en sterk verhoogd met arseen. Locatie B: Overig terrein: Bovengrond licht verhoogd met lood, zink, PAK en minerale olie. Ondergrond licht verhoogd met cadmium, koper, nikkel, minerale olie en matig verhoogd met zink. Uit het uitgevoerde aanvullende bodemonderzoek blijkt dat de olieverontreiniging ter plaatse van de tank beperkt is in mate en omvang van 0,8 tot plaatselijk 1,9 m-mv. Opvallend is dat de verhoging net bij de kleilaag aangetroffen is. Mogelijk is de tank niet de bron maar betreft het een historische verontreiniging waarna het perceel opgehoogd is.
De bovenstaande resultaten van het bodemonderzoek vormen geen directe belemmering voor de eigendomsoverdracht. Gelet op eventuele toekomstige ontwikkelingsplannen te plaatse dient rekening gehouden te worden met vrijkomende verontreinigde grond.
Pagina | 11 AM20375
Adres
Samenvatting
Saneringsonderzoek
Minerale olie verontreiniging voormalige gemeentewerf, stearinefabriek en benzinetankstation aan de
Huizersdijk NB/650/01
Fabriekstraat-Huizersdijk-Kristallaan
M283272 95069 BHJIC 7301
Ter plaatse dient een grondsanering plaats te vinden van ca. 9500 m3 tot 2,5 en plaatselijk 4,5 m-mv. De
Februari 1986 Heidemij
verontreiniging betreft benzeen, tolueen, xylenen, minerale olie en lood in zowel de grond als het
rapnr. 632-31647-1
grondwater. ARCADIS is sinds 1986 in opdracht van de provincie Noord-Brabant betrokken bij dit saneringsproject.
Begeleiding sanering 617231
De verontreiniging in het ondiepe grondwater is volledig ingekaderd. Boven de B-waarde is de verspreiding ten westen van 113 en 111 niet bekend. Naar het terrein van de voormalige gasfabriek (boring 24) is de grens niet helemaal duidelijk. Op ca. 6 meter diep is alleen bij 24.6 een overschrijding van de C-waarde gemeten. Ter plaatse dient een grondwatersanering plaats te vinden. Deze sanering heeft in 1987 en 1988 plaatsgevonden. Bij de voormalige gasfabriek aan de Kristallaan is tevens de sterk met cyanide en PAK verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. Tijdens de grond- en grondwatersanering is onder de bestaande bebouwing een teerput met een restverontreiniging aangetroffen welke tijdens deze sanering niet geheel gesaneerd zijn door de aanwezigheid van de bebouwing. In 1995 heeft ARCADIS een evaluatierapport Bodemsanering Huizersdijk Zevenbergen met kenmerk 632/ZA95/B926/31720-3 opgesteld waarin de grond- en grondwatersanering tot september 1987 zijn geëvalueerd. Na afloop van deze sanering is besloten de teerput en de restverontreiniging op een later moment, na sloop bebouwing en herontwikkeling van het terrein, te verwijderen. Tot dit natuurlijke moment is het grondwater in de directe omgeving van de teerput jaarlijks door ARCADIS gemonitord.
Uit deze monitoringsronden blijken in het grondwater in de directe omgeving van de teerput enkel concentraties aan PAK te worden gemeten die de streefwaarden en/of de detectielimiet minimaal overschrijden. Vooruitlopend op de verwijdering van de teerput en de restverontreiniging zal een nader onderzoek uitgevoerd moeten worden. De realisatie van dit nader onderzoek kan op korte termijn uitgevoerd worden en is niet afhankelijk van het sluiten van de huidig aanwezige milieustraat van de gemeente Moerdijk.
Pagina | 12 AM20375
Adres
Samenvatting
Generaal Allenweg 2,
Aanleiding voor het onderzoek is de verkoop van het terrein.
Verkennend
Ter plaatse van de padverharding is in de grond een sterke verontreiniging met arseen en lood
bodemonderzoek, Rapport
aangetroffen. In de grond is een sterke verontreiniging met lood vastgesteld ter plaatse van de opslag
Oranjewoud, d.d. november
van ijzer en de machines in de bedrijfsruimte. In de ondergrondse HBO-tank bij het kantoor is een sterke
1990
verontreiniging met benzeen vastgesteld. Tevens is het grondwater ter plaatse van opslag van verfblikken en de spuitcabine sterk verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. In de grond ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank en de ondergrondse benzinetank is een matige verontreiniging met minerale olie vastgesteld. Tevens is in het grondwater ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank en benzinetank respectievelijk een matige verontreiniging met benzeen, tolueen, xylenen, kwik en arseen geconstateerd. De grond ten zuidoosten van de 'Roode Vaart' bevat een matige verontreiniging met lood en zink. Tevens is het grondwater op genoemde locatie matig verontreinigd met vluchtige aromaten en zink. Pagina | 13
AM20375
Adres
Samenvatting De grond ter plaatse van de padverharding vertoont een matige verontreiniging met chroom, koper en zink. In de grond ter plaatse van de opslag van ijzer is een matige verontreiniging met koper en zink vastgesteld. Het grondwater ter plaatse van de machines in de bedrijfsruimte, waar morsvlekken op de vloer zijn waargenomen is matig verontreinigd met vluchtige aromaten. In het grondwater ter plaatse van de spuitcabine en de opslag van verfblikken is een matige verontreiniging met zink en kwik. aangetroffen. Ter plaatse van de afzuiginstallatie is het grondwater matig verontreinigd met zink en kwik. Voorts is de grond ter plaatse van het onderzoeksterrein incidenteel licht verontreinigd met EOX, kwik en cadmium en licht tot matig met minerale olie, koper, zink en chroom. Het grondwater is incidenteel licht verontreinigd met tetrachlooretheen en licht tot matig met metalen en vluchtige aromaten.
Aanbevelingen: De verontreiniging in de grond met arseen en lood en in het grondwater met minerale olie en vluchtige aromaten (met name benzeen) is zodanig dat sanering noodzakelijk zal zijn. Opgemerkt wordt dat sanering alleen zinvol is, indien de bron weggenomen wordt. Alvorens een sanering uit te voeren is het gezien de mate van verontreiniging in grond en grondwater aan te bevelen om in een nader onderzoek de omvang vast te stellen door de verontreiniging in grond en grondwater in horizontale en verticale richting te begrenzen. Generaal Allenweg 2, Nader
Grond
bodemonderzoek, Rapport
De verontreiniging bij de voormalige ondergrondse tanks is beperkt van omvang. uit het onderzoek blijkt,
Amitec b.v., d.d. augustus
dat per translocatie maximaal 50m3 grond verontreinigd is.
1994 De ondergrond van het terreindeel langs de Rode Vaart tussen 0,5 en 1,0m onder het originele maaiveld is niet verontreinigd met zware metalen in concentraties boven de streefwaarde en met EOX in een zeer lage concentratie.
In de grond is geen verontreiniging met styreen aangetoond. bij boring Gl08, tussen de bedrijfshal en het sportcentrum, zijn benzeen, ethylbenzeen en xylenen aangetroffen. Naar verwachting dient ± 200m3 grond gesaneerd te worden wegens de aanwezigheid van vluchtige stoffen.
In de bedrijfshal wordt in alle monsters minerale olie aangetroffen. Waarschijnlijk hebben humuszuren hier de bepaling van, minerale olie gestoord. Bij boring 124 is zink aangetroffen in een concentratie die de waarde voor een vervolgonderzoek overschrijdt. Enkele andere zware metalen en xylenen zijn aangetoond in concentraties boven de streefwaarde. In de andere monsters die binnen zijn samengesteld zijn enkele zware metalen aangetroffen in concentraties die de streefwaarde overschrijden. De sterk verhoogde loodconcentratie die in het onderzoek van Oranjewoud is aangetoond, wordt vrijwel alleen in de bovenste 50 cm aangetoond. Geadviseerd wordt om de grond onder de bedrijfshal te saneren door het verwijderen van de bovenste meter grond. Hierbij is uitgegaan van de volgende veronderstellingen: 1. De gemeten olieconcentratie is eigenlijk humuszuur, en behoeft dus niet gesaneerd te worden. 2. De licht verhoogde kwik-concentratie die overal in de 1 ondergrond wordt gemeten, is als achtergrondconcentratie in dit gebied aanwezig.
Pagina | 14 AM20375
Adres
Samenvatting De omgeving van de spuitcabine en het geasfalteerde zuidwestelijke terreindeel zijn verontreinigd met zware metalen in concentraties die de interventiewaarde overschrijden. Overschrijdingen van de interventiewaarden zijn aangetroffen langs de Rode Vaart (P119, G128) en de zuidwestelijke terreingrens (P130). Ook langs de Generaal Allenweg (P132) en in verticale richting (diverse monsters) is de grens van de verontreiniging niet aangetroffen, omdat de streefwaarde voor een aantal parameters niet is bereikt. Geadviseerd wordt om een uitgebreid historisch onderzoek uit te voeren naar de activiteiten die hier hebben plaatsgevonden.
Grondwater Het grondwater uit peilbuis P99 is verontreinigd met styreen in een concentratie van bijna 150x de interventiewaarde en vluchtige aromaten en tetrachlooretheen in concentraties boven de streefwaarde. In peilbuis P3 is een lichte verhoging van de styreen-concentratie gemeten. Ten behoeve van de grondwatersanering wordt geadviseerd om eerst zoveel mogelijk grond te verwijderen, daar deze bestaat uit slecht doorlatende klei en veen.
Bij de voormalige benzinetank en HBO-tank is in de bijgeplaatste peilbuizen geen verontreiniging aangetroffen. Dit betekent dat de aangetroffen verontreiniging beperkt van omvang is. Bij de voormalige benzinetank volstaat een eenvoudige grondwatersanering. Bij de voormalige HBO-tank is de saneringsnoodzaak nooit aangetoond, omdat nooit de C-waarde of interventiewaarde overschreden is.
Binnen de bebouwing is in het grondwater nikkel aangetroffen in een concentratie hoven de interventiewaarde. Chroom, fenolindex en benzeen zijn aangetroffen in concentraties boven de streefwaarde. Geadviseerd wordt om een nieuw grondwatermonster te laten heranalyseren op nikkel. Bekend is dat bij de aanwezigheid van klei in de bodem en het meerdere malen schoonpompen van een peilbuis een positief effect heeft op de gemeten waarden. De omgeving van de spuitcabine en het geasfalteerde zuidwestelijke terreindeel zijn ook wat betreft het grondwater sterk verontreinigd met zware metalen. Opvallend is dat bij de bedrijfshal (P119 en P133) relatief lage waarden gemeten worden, terwijl bij de terreingrens (P130) de hoogste waarden voor arseen en kwik gemeten worden. Overigens is de zink-concentratie hier het laagst. Zink kan van nature in zeer hoge concentraties in het grondwater voorkomen, waarbij het een zeer grillig beeld kan vertonen. Over korte afstanden kunnen grote variaties in concentratie voorkomen. Alvorens tot sanering over te gaan wordt geadviseerd om te trachten meer historische gegevens te verzamelen. Generaal Allenweg 2,
Conclusie
Aanvullend nader
Tijdens recente bedrijfsmatige activiteiten bij het behandelen van metalen is ter plaatse van het terrein
bodemonderzoek, Rapport
aan de Generaal Allenweg 2 te Zevenbergen het grand en het grondwater sterk verontreinigd geraakt met
Terron, d.d. januari 1997
zware metalen, minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen. Op basis van de mate en omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging kan geconcludeerd worden dat op de locatie, in het kader van de saneringsparagraaf binnen de Wbb, sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Generaal Allenweg 2,
Op basis van de resultaten van het onderhavige controle-onderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
Evaluatie bodemsanering,
De mobiele verontreinigingen ( minerale alia en vluchtige aromatische koolwaterstoffen) in de grond zijn
Rapport Terron, d.d.
ontgraven en afgevoerd naar een erkende reinigingsinstallatie. Tevens is de met arseen verontreinigde
december 1997
grond aan de wegzijde. ontgraven en afgevoerd. Pagina | 15
AM20375
Adres
Samenvatting Het met minerale olie en vluchtige aromatische stoffen verontreinigd grondwater is onttrokken, gezuiverd en geloosd. In de nacontrolemonsters van zowel de grond als het grondwater zijn geen significant verhoogde gehalten meer aangetroffen van de onderzochte parameters. Op basis van de resultaten van het controle-onderzoek kan algeheel geconcludeerd worden dat. de eerste fase van de bodemsanering, op de locatie Generaal Allenweg te Zevenbergen, naar behoren, volgens het bronverwijderingstype is uitgevoerd.
Generaal Allenweg 2,
Geconcludeerd mag worden dat de kwaliteit van het grondwater de laatste 5 jaar niet is verslechterd
Grondwateronderzoek zware
ondanks dat maatregelen ter voorkoming van verspreiding naar de ondergrond achterwege zijn gebleven.
metalen Woningplan Kop Roode Vaart, Zevenbergen,
Op basis van onze bevindingen en conclusie verzoeken wij u derhalve Zeeman Vastgoed B.V. te ontslaan
Briefrapport Oranjewoud, d.d.
van de verplichting om een drainagestelsel aan te leggen.
januari 2002 Generaal Allenweg 2,
De aanleiding tot het uitvoeren van de partijkeuringen vormt de voorgenomen toepassing van de grond
Kwaliteitsbepaling grond
als leeflaag in een nieuwbouwwijk.
‘Kop Roode Vaart”, Rapport Oranjewoud, d.d. maart 2002
Conclusies De grond binnen partij 1 en partij 3 t/m 7 voldoet aan de eisen voor samenstelling voor schone grond en mag als zodanig worden toegepast. De grond binnen partij 2 voldoet aan de eisen voor samenstelling voor MVR·grond en mag eveneens als schone grond worden toegepast. Voorwaarde voor de toepassing is dat de afzonderlijke partijen als geheel in één werk worden toegepast.
Generaal Allenweg 2,
De werkzaamheden betreffen het aanbrengen van een leeflaag op een met metalen en asbest
Evaluatie grondsanering,
verontreinigd terrein. De werkzaamheden zijn in onder aanneming uitgevoerd door een BRL gecertificeerd
NB/650/010, Rapport
bedrijf.
Oranjewoud, d.d. juli 2002
De verontreinigde grond in de toekomstige rioolsleuven is ontgraven en vervangen door schone grond. De verontreinigde grond is uitgespreid over de rest van het terrein. Het met metalen en asbest verontreinigd terrein is afgedekt met een leeflaag van tenminste 1 meter dik. Tussen de schone en de verontreinigde grond is een signaaldoek aangebracht. Aan de doelstellingen van de grondsanering is voldaan.
Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Ter plaatse hebben in het verleden diverse dempingen, ophogingen en bodemsaneringen plaatsgevonden. De voormalige bedrijfsbebouwing is verwijderd waarbij een schone leeflaag aangebracht is. Ter plaatse of in de directe omgeving zijn geen bronlocaties van PFAS of GenX bekend.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
Door de ligging in stedelijk gebied is geen eenduidige bodemopbouw te herleiden. Op basis van voorgaande onderzoeken en historische data bestaat de bodem naar verwachting uit een holoceen opgebrachte lagen (en noordwestelijk tevens een opgebrachte schone zandlaag van ca. 1,5 meter) op mogelijk een laag Hollandveen op de Formatie van Boxtel. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0–5
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Pagina | 16
AM20375
5 – 14
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
14 – 18,5
Formatie van Stramproy
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
18,5 – 20,0
Formatie van Waalre
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind
Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer: B44C0008)
Het plangebied is aflopend naar de Roode Vaart. Recentelijk is de Huizersdijk heraangelegd waarbij het hemelwater ook naar de Roode Vaart afhelt. Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich westelijk op een hoogte van circa 1,71,9 m +NAP. Oostelijk zijn verhoogde (klinker)paden aanwezig (ca. 2,5 m +NAP). De overige terreindelen liggen op ca. 1,7 m +NAP. De Generaal van Allenweg ligt op ca. 2,2 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal zuidwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 1,0 m +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 1, 2 en 3 december 2020 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Oostelijke deellocatie: De oostelijke deellocatie bestaat grotendeels uit braakliggend terrein (lage begroeiing). Op de onderzoekslocatie bevinden zich een drietal klinkerpaden. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Noordelijk bevindt zich een kleine woning (nr. 2a), oostelijk de Generaal Allenweg, zuidelijk een woning met tuin (nr. 8) en westelijk de Roode Vaart. Westelijk deellocatie: De westelijke deellocatie bestaat grotendeels uit een braakliggend terrein met centraal op de locatie een tweetal nog in gebruik zijnde bedrijfspercelen. Zuidelijk van de bedrijfspercelen is het terrein recent opgeschoond (geen begroeiing). De (westelijk) door het plangebied lopende Huizersdijk wordt momenteel heraangelegd (nieuw asfalt ligt iets hoger als de planlocatie). Ten westen van de Huizersdijk zijn enkele bomen, gras en met klinkers verharde inritten aanwezig naar de bestaande bedrijfspercelen. Ter plaatse van de Huizersdijk nr. 5 (zuidelijk bedrijfsperceel) is geen bebouwing meer aanwezig en staan auto’s gestockeerd op een beton- en deels menggranulaatverharding.
Tussen de twee bedrijfspanden is behorende bij de Huizersdijk nr. 3 een klinker- en stelconplatenverharding aanwezig waarop bouwmaterialen en enkele containers gestockeerd staan (aannemingsbedrijf Schapers). De Huizersdijk nr. 3 is een ouder pand (dakpannen) uit 1867 dat onderdeel was van de voormalige suikerfabriek ‘Phoenix’. Dit bedrijf is gesloten omstreeks 1918 (bordje heemkundekring Zevenbergen). Noordelijk van de bebouwing is een tijdelijke opslag van materialen en grond aanwezig ten behoeve van de heraanleg van de Huizersdijk. Op het perceel zijn rijplaten en deels een dunne laag menggranulaat als verharding aanwezig.
Pagina | 17 AM20375
De westelijke onderzoekslocatie wordt aan de oostzijde begrensd door de Roode Vaart, aan de westzijde door bedrijfspercelen, aan de zuidzijde door een bedrijfspand (nr. 11) en aan de noord- en noordwestzijde door de Huizershoek en aanliggende woningen.
Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Behoudens de aangebrachte menggranulaatverharding is tijdens de veldinspectie op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotopuntlocaties zijn opgenomen in bijlage 3.
2.7
Asbest
Tijdens de uitgevoerde veldinspectie zijn op beide deellocaties bijmengingen met baksteen en puin waargenomen op het maaiveld. Noordwestelijk is een tijdelijke verharding aangebracht ten behoeve van de toegankelijkheid (tijdelijke opslaglocatie). Dit betreft recent menggranulaat en is derhalve als onverdacht op asbest te beschouwen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben in het verleden diverse panden gestaan welke eind jaren 1980 en deels omstreeks 2002 gesloopt zijn. Tevens hebben in het verleden diverse bodemonderzoeken en enkele bodemsaneringen plaatsgevonden waarbij een schone bodem ten behoeve van woningen (tot 1,5 m-mv) aangebracht is. Derhalve zijn deze bijmengingen in de bodem als historisch en onverdacht op het voorkomen van asbest te beschouwen. Ter plaatse van de in gebruik zijnde bedrijfskavels kan dit vooralsnog niet geheel uitgesloten worden door de herontwikkelingen in de jaren 1960-1970 ter plaatse.
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Midden- & West-Brabant
Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Midden- & West-Brabant blijkt dat voor de onderzoekslocaties de ontgravingsklasse ‘industrie’ geldt voor de bovengrond en de ontgravingsklasse ‘wonen’ geldt voor de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart hebben de locaties de functieklasse ‘wonen’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek zijn beide deellocaties welke als bedrijfslocatie in gebruik zijn geweest als “verdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan niet overal uitgesloten worden. In het verleden hebben wel diverse grondsaneringen plaatsgevonden. Derhalve zijn alleen de twee bedrijfspercelen als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem (o.a. aanwezig menggranulaat vanaf 1950 en nog niet onderzocht/gesaneerd). Geadviseerd wordt om deze percelen na de sloop van de opstallen en verhardingen conform de NEN 5707/5897 te onderzoeken op het voorkomen van asbest in de bodem.
Pagina | 18 AM20375
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de beide onderzoekslocaties. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocaties zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen deellocatie
tot 0,5 m in de verdachte laag
West (1,9 ha)
27
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 6 3
Oost (1,25 ha)
21
5
2
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 6 (+3 ondergrond)
3
5 (+2 ondergrond)
2
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid. Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 19 AM20375
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 1,2 en 3 december 2020 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Assistentie is verleend door de heer J. Vriesen. Een gedeelte van de westelijke deellocatie was ter hoogte van de Huizersdijk 5 niet toegankelijk en is vooralsnog dus nog niet onderzocht. Dit is zo ook op de situatietekening in bijlage 3 opgenomen.
De boringen zijn handmatig verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Plaatselijk is met een handboormachine voorgeboord. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn 4 boringen (boring 02, 03, 37 en 38) afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). De bovenkant van de geplaatste peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Ter plaatse van boorpunt 14 is nog een bestaande peilbuis aangetroffen welke bij het veldwerk schoon gepompt is.
De boorpuntlocaties zijn in bijlage 3 opgenomen. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Enkele boringen, nrs. 47, 12-16, 39, 50 en 58 voornamelijk zuidwestelijk binnen het plangebied, zijn gestaakt op puin of een harde laag in de ondergrond.
Pagina | 20 AM20375
Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
2,00
0,05 - 0,50
Zand
zwak puinhoudend, sporen sintels
0,50 - 1,00
Zand
sporen baksteen, sporen sintels
Deellocatie west 01
02
3,60
0,00 - 1,00
Zand
sporen baksteen, zwak puinhoudend
04
0,80
0,00 - 0,40
Zand
zwak puinhoudend
0,40 - 0,80
Zand
sporen baksteen, zwak sintelhoudend, sterk puinhoudend,
0,00 - 0,50
Zand
sporen puin, sporen baksteen
0,50 - 1,00
Zand
sporen baksteen, sporen puin, sporen houtskool
05
1,00
06
0,90
0,40 - 0,90
Zand
zwak baksteenhoudend, sterk sintelhoudend, spoor cement
07
1,50
0,50 - 1,00
Zand
sporen baksteen, sporen puin
1,00 - 1,50
Zand
sporen baksteen, sporen puin, sporen sintels
08
2,00
1,40 - 1,50
Klei
sterk slakhoudend, Zwak cementresten
09
2,00
1,00 - 1,50
Klei
sporen puin
10
0,25
0,05 - 0,25
-
Volledig menggranulaat
11
0,25
0,00 - 0,25
Zand
sporen sintels
12
0,60
0,05 - 0,60
Zand
sporen baksteen, zwak cementresten
13
0,70
0,00 - 0,50
sterk asfalthoudend, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend
0,50 - 0,70
Zand
zwak baksteenhoudend, zwak asfalthoudend
14
0,20
0,00 - 0,20
Zand
sporen houtskool, sporen slakken
15
0,50
0,00 - 0,50
Zand
zwak asfalthoudend, sporen puin, sporen baksteen
16
0,25
0,00 - 0,24
18
1,00
0,00 - 0,50
Zand
sporen puin, sporen baksteen, cement sporen
20
1,40
0,00 - 0,90
Zand
zwak baksteenhoudend
21
1,00
0,00 - 0,50
Klei
sporen baksteen, sporen puin
22
2,00
0,00 - 1,00
Zand
sporen puin, sporen baksteen, sporen houtskool
1,00 - 1,50
Zand
zwak houtskoolhoudend, sporen puin
0,00 - 0,75
Zand
sporen baksteen, sporen puin
0,75 - 1,00
Klei
sporen baksteen, zwak cementresten
1,00 - 1,30
Zand
zwak sintelhoudend
0,10 - 0,50
Zand
sporen puin, sporen baksteen, sporen sintels, cement sporen
0,50 - 0,80
Klei
sporen baksteen, sporen puin
0,80 - 1,50
Zand
sporen puin, sporen baksteen, sporen sintels, cement matig
1,50 - 1,70
Zand
zwak baksteenhoudend, sporen puin
24
25
2,20
2,50
sporen puin, sporen baksteen, sporen asfalt
1,70 - 2,00
Klei
cement sporen
28
0,70
0,00 - 0,20
Zand
sporen baksteen
29
1,00
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
30
1,00
0,25 - 0,50
Klei
sporen puin
32
0,90
0,00 - 0,40
Zand
sporen baksteen, sporen glas, spoor cementresten
37
3,10
0,00 - 0,50
Zand
sporen puin, sporen baksteen, sporen asfalt
39
1,00
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
0,50 - 1,00
Zand
sporen baksteen
Deellocatie oost
Pagina | 21 AM20375
Boring
Traject (m -mv) 0,50 - 1,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
41
Diepte boring (m -mv) 2,00
Zand
sporen baksteen
42
2,00
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
0,50 - 1,20
Zand
sporen baksteen
0,50 - 1,20
Klei
sporen puin, sporen baksteen
1,20 - 1,50
Klei
sporen puin
43
2,00
44
1,00
0,00 - 0,50
Zand
zwak puinhoudend, sporen asfalt
45
0,90
0,00 - 0,40
Zand
zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend
46
0,90
0,00 - 0,40
Zand
zwak puinhoudend, sporen baksteen
47
2,00
0,00 - 0,50
Zand
zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend
0,50 - 1,50
Zand
zwak baksteenhoudend, zwak cementresten
48
0,70
0,00 - 0,20
Zand
sporen baksteen
49
2,00
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen, sporen puin
50
1,40
0,00 - 1,40
Zand
sporen baksteen, spoor cementresten
56
1,40
0,00 - 0,90
Klei
sporen baksteen
58
1,40
0,00 - 1,40
Zand
sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocaties.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn een week na plaatsing op 10 december 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 02
Filterdiepte (m-mv.) 2,60 - 3,60
Grondwaterstand (m-mv. 0,90
pH (-)
Ec (µS/cm)
6,03
963
Troebelheid (NTU) 47,3
03
1,40 - 2,40
0,70
5,93
1184
380
14
3,50 - 4,50
1,20
6,11
1439
68,4
37
2,10 - 3,10
1,05
6,18
717
103
38
5,00 - 6,00
2,70
5,81
2522
434
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
Pagina | 22 AM20375
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,7 (zie toetsing op het analysecertificaat). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 23 AM20375
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monsters
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Vanwege de aangetroffen bijmengingen met slakken en cementresten in de ondergrond van boring 8 is in overleg met de opdrachtgever besloten om dit traject apart te laten analyseren op het voorkomen van PAK. Analysemonster
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
0,00 - 0,50
37-1/44-1/45-1/46-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,00 - 0,50
39-1/48-1/49-1/50-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0,00 - 0,50
41-1/51-1/53/55-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM4
0,00 - 0,50
42-1/56-1/58-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM5
0,00 - 0,50
38-1/59-1/61-1/62-1/63-1/64-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM6
0,50 - 1,00
39-2/41-2/42-2/47-2
Standaardpakket incl. lu/os
MM7
0,90 - 2,00
37-4/38-3/40-4/41-4/42-4/43-5/49-3/56-3
Standaardpakket incl. lu/os
MM8
0,00 - 0,50
25-1/32-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM9
0,00 - 0,50
02-1/21-1/22-1/24-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM10
0,00 - 0,50
15-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM11
0,00 - 0,50
01-1/04-1/11-1/12-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM12
0,00 - 0,50
07-1/33-1/34-1/35-1/36-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM13
0,00 - 0,50
09-1/26-1/28-1/29-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM14
1,40 - 1,50
08-5
PAK (10 VROM)
MM15
0,40 - 1,50
06-2/07-3/24-4
Standaardpakket incl. lu/os
MM16
0,50 - 2,20
01-3/02-4/21-2/22-4/24-6
Standaardpakket incl. lu/os
MM17
0,50 - 2,50
08-6/21-2/25-7/30-3
Standaardpakket incl. lu/os
Deellocatie oost
Deellocatie west
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
Pagina | 24 AM20375
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. (Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie en toetsing
MM1
0,00 - 0,50
Bijmengingen met puin, baksteen en
PAK (10 VROM)
16,9 mg/kg d.s.
*
asfalt
Som PCB
40,5 µg/kg d.s.
*
MM2
0,00 - 0,50
Sporen baksteen, puin en
Lood
136 mg/kg d.s.
*
cementresten
Som PCB
555 µg/kg d.s.
**
Deellocatie oost
MM3
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Som PCB
176 mg/kg d.s.
*
MM4
0,00 - 0,50
Sporen baksteen en kooldeeltjes
Minerale olie
273 mg/kg d.s.
*
MM5
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Lood
63,6 mg/kg d.s.
*
MM6
0,50 - 1,00
Bijmengingen met baksteen, keramiek
Lood
126 mg/kg d.s.
*
en cementresten
Nikkel
35,8 mg/kg d.s.
*
Zink
167 mg/kg d.s.
*
Som PCB
61,9 µg/kg d.s.
*
Nikkel
36,7 mg/kg d.s.
*
PAK (10 VROM)
5,19 mg/kg d.s.
*
Sporen puin, baksteen, sintels, glas en
Kobalt
16,4 mg/kg d.s.
*
cement
Koper
56,2 mg/kg d.s.
*
Lood
124 mg/kg d.s.
*
Molybdeen
1,6 mg/kg d.s.
*
Nikkel
39,7 mg/kg d.s.
*
Zink
250 mg/kg d.s.
*
PAK (10 VROM)
2,81 mg/kg d.s.
*
Minerale olie
417 mg/kg d.s
*
Sporen puin, baksteen en zwak
Kobalt
29,9 mg/kg d.s.
*
asfalthoudend
Koper
50,2 mg/kg d.s.
*
Lood
68,2 mg/kg d.s.
*
Nikkel
67,1 mg/kg d.s.
*
Zink
212 mg/kg d.s.
*
MM7
0,90 - 2,00
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Deellocatie west MM8
MM9
0,00 - 0,50
0,00 - 0,50
Bijmengingen met baksteen, puin en houtskool
MM10
0,00 - 0,50
Pagina | 25 AM20375
(Meng)monster
MM11
Traject (m -mv)
0,00 - 0,50
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component PAK (10 VROM)
Berekende concentratie en toetsing 17,8 mg/kg d.s.
*
Som PCB
41,7 µg/kg d.s.
*
Minerale olie
341 mg/kg d.s.
*
Bijmengingen met puin, sintels,
Cadmium
0,937 mg/kg d.s.
*
baksteen en cementresten
Kobalt
41,9 mg/kg d.s.
*
Kwik
0,167 mg/kg d.s.
*
Lood
87,9 mg/kg d.s.
*
Zink
208 mg/kg d.s.
*
PAK (10 VROM)
2,84 mg/kg d.s.
*
Som PCB
132 µg/kg d.s.
*
Minerale olie
680 mg/kg d.s.
*
MM12
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
PAK (10 VROM)
1,51 mg/kg d.s.
*
MM13
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
--
-
-
MM14
1,40 - 1,50
Sterk slakhoudend, cementresten
--
-
-
MM15
0,40 - 1,50
Bijmengingen met baksteen, sintels,
Cadmium
0,783 mg/kg d.s.
*
cement en puin
Kobalt
19,8 mg/kg d.s.
*
Koper
58,5 mg/kg d.s.
*
Lood
98,1 mg/kg d.s.
*
Nikkel
46,4 mg/kg d.s.
*
Zink
265 mg/kg d.s.
*
PAK (10 VROM)
1,98 mg/kg d.s.
*
Cadmium
0,717 mg/kg d.s.
*
Kobalt
21,3 mg/kg d.s.
*
Nikkel
55,4 mg/kg d.s.
*
Zink
215 mg/kg d.s.
*
Minerale olie
308 mg/kg d.s.
*
Lood
52 mg/kg d.s.
*
Minerale olie
1080 mg/kg d.s.
*
MM16
MM17
0,50 - 2,20
0,50 - 2,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Geen bijzonderheden / bijmengingen
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Deellocatie oost Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met lood (MM2 en MM5), minerale olie (MM3), PAK (MM1) en som PCB (MM1 en MM3). Tevens is er in grondmengmonster MM2 een matige verhoging met som PCB aangetoond. De ondergrond is licht verhoogd met lood, nikkel, zink, PAK en som PCB.
Deellocatie west Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met zware metalen. Buiten de lichte verhogingen met zware metalen is de bovengrond licht verhoogd met som PCB (MM 10 en MM11), minerale olie (MM9, MM10 en MM11) en PAK (MM8, MM10, MM11 en MM12). De ondergrond is licht verhoogd met diverse zware metalen, PAK (MM15) en minerale olie (MM16 en MM17). De visueel ‘vuile’ ondergrond ter plaatse van boring 8 blijkt niet verhoogd te zijn.
Pagina | 26 AM20375
Naar aanleiding van het gemeten matig verhoogde gehalte aan som PCB in grondmengmonster MM2 is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om de 4 deelmonsters waaruit deze samengesteld is separaat te analyseren op PCB. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6-2 voor het analyserapport. Monster
Zintuiglijke waarnemingen
39-1
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Sporen baksteen
Verhoogde component Som PCB
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 102 *
48-1
0 – 0,2
Sporen baksteen
--
-
-
49-1
0 – 0,5
Sporen baksteen en puin
--
-
-
50-1
0 – 0,5
Sporen baksteen en cementresten
--
-
-
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten uitsplitsing grond(meng)monster MM2
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmonster 39-1 licht verhoogd is met som PCB. In de overige onderzochte grondmonsters zijn geen van de onderzochte componenten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) achtergrondwaarden gemeten. Het matig verhoogde gehalte som PCB in grondmengmonster MM2 wordt niet bevestigd.